Posts tonen met het label Holwerda. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Holwerda. Alle posts tonen

dinsdag 25 september 2012

CSL krijgt een kunstgrasveld in Britsum

Dinsdag 25 september 2012
Op de achtergrond het vlakke fundament voor het kunstgrasveld van CSL

Jaar in, jaar uit
Al vele jaren gaan de gesprekken bij ons aan tafel af en toe over het al dan niet aanleggen van een kunstgrasveld voor de korfballers van de Korfbalvereniging CSL in Britsum. Onze dochter Baukje heeft het als lid van de korfbalvereniging niet meer meegemaakt, aangezien zij enige jaren geleden al ging studeren in Groningen. Onze zoon Pieter bleef al die jaren spelend lid van deze Britsumer korfbalvereniging en mag het dan nu eindelijk zien en ervaren, want:
CSL krijgt een kunstgrasveld in Britsum.

Aanmerkelijke eigen bijdrage
Na al die jaren lobbyen bij de gemeente en keer op keer met hoop en wanhoop weer naar de leden-achterban te moeten gaan, heeft onze gemeente Leeuwarderadeel dan toch besloten om tot de aanleg van het kunstgrasveld in Britsum over te gaan. Korfbalvereniging CSL moet daarvoor echter wel een fikse eigen bijdrage betalen uit de eigen middelen en de leden zullen ook alles op alles zetten om (soms letterlijk) een steentje bij te dragen, om het geheel haalbaar te maken. Maar de aanhouder wint, en hier terecht en verdiend:
CSL krijgt een kunstgrasveld in Britsum.

De eerste schep
Op maandag 10 september 2012 was het dan eindelijk zover. Na de bestuurlijke 'aftrap' van CSL-voorzitter Sander Schouten zetten wethouder Agda Wachter, CSL-materiaalman Hendrik Liemburg en jongste CSL-lid Willem Holwerda letterlijk de schep in de grond en verwijderden (met enige pijn in het hart?) de eerste graspol uit het korfbalveld. Maar die pijnlijke spade in het grasveld werd al snel financieel verzacht, toen ondernemer-gemeenteraadslid Reitze Ketellapper die eerste graspol onmiddellijk kocht. Na deze vrolijke start kon de Grontmij met de grondwerkzaamheden beginnen, want:
CSL krijgt een kunstgrasveld in Britsum.

Grondig precisiewerk
Vanmiddag rijd ik na het werk langs het Britsumer korfbalveld om eens even te aanschouwen hoever de werkzaamheden zijn. De medewerkers van de Grontmij maken aanstalten om naar huis te gaan; hun werkdag loopt ten einde. Hendrik Liemburg, want wie zou je hier anders ook verwachten, loopt hier ook rond. Hij vertelt me dat de Grontmij het grasveld eerst heeft gefreesd, waarna het veld is uitgegraven. In het uitgegraven deel is een fundament van zand gestort, de drainage is geregeld en het fundament van zand is op de juiste hoogte gebracht en geëgaliseerd. Dat laatste is precisiewerk, want als dit zandbed niet goed ligt, voldoet de bovenlaag van kunstgras te zijner tijd niet aan de kwaliteitsvereisten. Morgen komt een controleur nauwgezet onderzoeken of het fundament goed ligt. Pas als dat goed is, mag het zand worden afgedekt met nog een laag en met daarop een licht verende foamlaag. Daar bovenop komt dan het kunstgrasveld.
CSL krijgt een kunstgrasveld in Britsum.

Nog veel te doen
Maar voordat het allemaal klaar is, moet er nog veel gebeuren. Voor de toeschouwers komen er 'leunbuizen' rondom het veld, het kunstgrasveld wordt rondom bestraat, de grond rondom die bestrating moet geëgaliseerd en ingezaaid met graszaad, het parkeerterrein wordt ongeveer tweemaal zo groot, de functionele groenvoorziening moet worden aangelegd; zomaar een kleine greep uit de grote hoeveelheid werkzaamheden die nog moet worden verricht. Als Hendrik en ik de namiddagzon praten over het verleden, heden en de toekomst van dit korfbalveld, is het dan ook niet verwonderlijk dat Jan de Boer het sportterrein op rijdt, de voorzitter van de CSL-kunstgrascommissie.
CSL krijgt een kunstgrasveld in Britsum.

Oanhâlde as storein
Nagenoeg elke dag even de vinger aan de pols houden en adequaat reageren op alles wat anders moet en wat nog moet worden gedaan; dat is de formule voor een succesvol proces en resultaat; niet alleen in het onderwijs, in zorg en hulpverlening, in industrie en in de tuinbouw, maar ook bij de aanleg van een kunstgrasveld. De motivatie, de spaarzin, de verenigingsgeest, het doorzettingvermogen (oanhâlde as storein), de risico-acceptatie en de onophoudelijke geestdrift van CSL-leden en van het CSL-bestuur zijn de succesbepalende factoren, die ertoe bijdragen dat CSL haar woorden in daden omzet, want:
CSL krijgt een kunstgrasveld in Britsum.

woensdag 10 maart 2010

Geen zwart, want de dood heeft niet het laatste woord

Woensdag 10 maart 2010

"Ik bid voor allen, ook voor hen die misschien ooit zullen geloven."
Dat is een uitspraak die aan de heilige Franciscus van Assisi wordt toegeschreven.

Bidden is praten met God.
Bidden kan overal.
Voor studenten, medewerkers, passerende pelgrims van het Jabikspaad Fryslân en ieder ander is er plaats voor gebed in het Stiltecentrum in het Ontmoetingscentrum van Stenden hogeschool te Leeuwarden.

Daar heeft Stenden-docente Jettie Holwerda wederom een mooie liturgische presentatie gecreëerd, geheel in het teken van de liturgische kleuren van het kerkelijk jaar: groen, paars, wit, rood en roze.
Eén kleur valt daar buiten. Dat is de kleur geel. Maar dat is wel de kleur die velen in het alledaagse leven doet denken aan Pasen. Kijk maar eens om je heen op folders, in winkels en in tijdschriften. Pasen en geel gaan samen, ze horen bijelkaar.

We zitten momenteeel in de Veertigdagentijd - de tijd vóór het Paasfeest - in de weken van vasten en lijden; daarom ook wel de Vastentijd of de Lijdenstijd genoemd.

Een andere liturgische kleur tref ik in deze liturgische schikking niet aan. Dat is de kleur zwart. Maar het ontbreken van de kleur zwart - die staat voor dood en rouw - hoeft ons niet te verbazen. Immers, Pasen laat ons zien dat ná èn dóór het lijden, het sterven en het opstaan uit de dood van Jezus Christus de dood niet het laatste woord heeft. Geen zwart dus in deze presentatie.

vrijdag 15 januari 2010

Jezus? ..... Fan wa bisto ien?

Vrijdag 15 januari 2010

Als je als Fries nader kennis maakt met andere Friezen, is de kans groot dat je al heel snel twee vragen wordt gesteld:
1. De eerste - meer neutrale - vraag is: "Wêr komsto wei?"
2. De tweede - meer persoonlijke - vraag is: "Fan wa bisto ien?"
Het is in Friesland een effectieve manier om heel snel vertrouwd met elkaar te geraken.
Kennelijk heeft de mens er behoefte aan om de ander op enige wijze te kunnen plaatsen in een bekend en vertrouwd kader.

Toch is dat niet alleen iets van Friezen. Naarmate je verder van je geboorteplek komt, zal de tweede vraag over je (groot)ouders minder vaak worden gesteld, maar de eerste vraag over waar je vandaan komt, is toch overal wel een universele vraag.

Ook in de Bijbel wordt vaak over deze twee vragen geschreven. Mijn collega Jettie Holwerda van Stenden hogeschool wijst ons daar sinds deze week op, in haar verbeelding in het Stiltecentrum van het Ontmoetingscentrum in ons hogeschoolgebouw te Leeuwarden.
Jettie plaatste op grote doeken een Licht in een bijzonder vormgegeven schaal. De schaal staat op een voet, waarop een deel van het geslachtsregister van Jezus, het Licht, staat geschreven.

Niet voor niets begint het eerste hoofdstuk van het eerste Bijbelboek van het Nieuwe Testament met het stellen van die universele vraag waar je vandaan komt en van wie je er een bent. Het evangelie volgens Matteüs begint namelijk met een uitgebreid "Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham" (zie vers 1).

De eerste 14 generaties:
De stamboom begint met Abraham die Isaak verwekte en Isaak die vervolgens Jakob verwekte (zie vers 2). Als we de 14e generatie bereiken, zijn we bij koning David gearriveerd, die werd verwekt door Isaï (zie vers 6).

De tweede 14 generaties:
David verwekt dan Salomo en zo gaat dat wederom 14 generaties door, todat Josia zijn zoon Jechonja verwekte ten tijde van de Babylonische ballingschap (zie vers 11).

De derde 14 generatie:
En dan passeren er voor de derde maal wederom 14 generaties en dán zijn we aangekomen bij Jozef en zijn vrouw Maria, die "Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt" (zie vers 16).

Op de voet van de mooie schaal van aardewerk schreef Jettie Holwerda een aantal van die 3 * 14 = 42 generaties. De namen staan in een doorgaande cirkel rondom de schaal geschreven, als wil Jettie laten zien uit welke kring Jezus (het Licht) afkomstig is.

Als de voet, de schaal en het Licht je nieuwsgierig hebben gemaakt, kun je het hele geslachtsregister eens nalezen in Matteüs 1 vanaf vers 1, en dan wéét je: "Jezus, ..... dat is ien fan ........".

maandag 8 juni 2009

Zand scheppen en her-scheppen in Stenden hogeschool

Maandag 8 juni 2009

Momenteel is Stenden hogeschool omringd door zand. Zand dat de ondergrond vormt voor de parkeerplaatsen van Stenden hogeschool. Maar ook een enorme zandoppervlakte langs de Dammelaan, waar een grote parkeerplaats voor de Kennis Campus Leeuwarden wordt gerealiseerd. Zware grondverzetmachines en vrachtwagens rijden heen en weer. Lawaai in de hectiek van de dag.

Zand is sinds kort ook te vinden ín het gebouw van Stenden hogeschool. Loop maar eens even binnen in het Stiltecentrum van het Ontmoetingscentrum, gelegen tussen de beide hoogbouwlocaties. Hier geen lawaai. Hier alleen stilte. In die stilte branden vanmiddag in het Stiltecentrum enkele kaarsjes. Kaarsjes van .....? en kaarsjes voor .....?

Collega Jettie Holwerda is hier weer scheppend aan het werk geweest. Op het altaar in het Stiltecentrum staan verschillende zandfiguren. Deze keer geen uitleg erbij. Is het een verwijzing naar de naderende zomervakantie? Met een knipoog naar het strand, waar kinderen zand vorm geven met emmertjes en met andere zandvormpjes?

Of gaat het hier om eens uiteengevallen zand, in stilte (op)nieuw vorm gegeven, als her-schepping, ofwel re-creatie? Hoe sterk of broos is deze herschepping? Hoe lang houdt de nieuwe creatie stand? Een werkweek? Een moduulperiode? Een semester? Of toch een heel nieuw collegejaar?

Laat ons voorzichtig omgaan met wat geschapen of her-schapen is.
En, laten we zorgvuldig omgaan met wie gere-creëerd is.

dinsdag 24 maart 2009

Veertig dagen + Veertig doosjes = Veertigdagenkalender

Dinsdag 24 maart 2009

De 40-dagentijd is volgens de christelijke traditie vanaf Aswoensdag 27 februari 2009 tot Pasen 12 april 2009. Het is een tijd van inkeer en bezinning. Stilstaan bij je eigen leven in relatie met je eigen ik, met de ander(en) en met de Ander (God). In deze tijd staat de verbondenheid tussen God & mensen en tussen hemel & aarde centraal.

In de uitbeelding van de 40-dagenkalender in het Stiltecentrum van Stenden hogeschool Leeuwarden wordt aan deze verbondenheid vorm gegeven door het gebruik van kleuren (zie mijn weblogbericht van 4 maart 2009). De paarse & witte doeken van de hemel zijn geknoopt aan de gele & groene doeken van de aarde. De verbondenheid wordt zichtbaar in de vorm waarin de doosjes zijn neergezet en in het aantal doosjes: 40 is een symbolisch getal in verschillende Bijbelverhalen.

Het is de bedoeling dat de doosjes één voor één worden geopend en dat er met de inhoud wat gebeurt in overleg/samenwerking met collega's. Onze collega die de presentaties in het Stiltecentrum altijd maakt - Jettie Holwerda - heeft me gevraagd of ik op de 16e dag een doosje van de 40-dagenkalender mee wil nemen om die elders te openen. Twee andere collega's op onze werkplek gingen mij daarin al voor. Inmiddels staan op de tafel in het Haak-gebouw drie van de 40 Veertigdagenkalender-doosjes met uitleg.

woensdag 4 maart 2009

Veertigdagen Verbondenheid

Woensdag 4 maart 2009

Op de pauzetafel van onze werkplek staan vandaag enkele kleine, ronde doosjes. Er ligt een briefje bij. Collega Aafke van der Wal heeft de doosjes hier gebracht. Ze komen uit het Stiltecentrum in het Ontmoetingscentrum van onze hogeschoolvestiging te Leeuwarden. Aafke legt de verbinding en nodigt uit om te gaan kijken. Nieuwsgierigheid wordt zo geprikkeld.

In de uitbeelding in het Stiltecentrum wordt aan "verbondenheid" vorm gegeven, onder andere op volgende manieren:
* door gebruik te maken van de kleuren van het kerkelijk jaar, te weten: paars voor het lijden & sterven en wit voor de opstanding (dit is de verbondenheid met de traditie);
* er is verbinding tussen de hangende en de liggende lappen stof;
* in de vorm van de Veertigdagenkalender, met een cirkel van doosjes;
* het aantal doosjes is 40: een uit de Bijbel afkomstig symbolisch getal (ook hier weer de verbondenheid met de traditie).

Maar er zit nóg een dimensie in deze uitbeelding. Aan een aantal medewerkers van Stenden hogeschool is gevraagd om doosjes te openen. De ontvanger van zo'n doosje mag iets bedenken met de inhoud van "zijn/haar" doosje(s): nl. iets voor of iets met je naaste collega('s). Aafke heeft dat aldus op haar manier gedaan. De doosjes hoeven niet weer teruggebracht, dus zo ontstaat over de hele campus verbondenheid tussen de de bron-uitbeelding in het Stiltecentrum en de doosjes her en der op de werkplekken van onze collega's. Al weer zo'n waarde(n)volle presentatie van onze collega Jettie Holwerda, die een aantal malen per jaar zoveel en goede zorg besteedt aan religieuze symboliek binnen Stenden hogeschool.

We leven en werken momenteel in de Veertigdagentijd, de tijd waarin we tussen Aswoensdag en Pasen stil staan bij het lijden en sterven (Goede Vrijdag) en de opstanding van Christus (Pasen). Door deze gedenkdagen (zie ook mijn weblogbericht van 1 maart 2009) wordt ons de verbondenheid van "God met alle mensen" en de verbondenheid van "hemel & aarde" zichtbaar.'t Is goed om daar in deze 40 dagen zowel letterlijk als figuurlijk even bij stil te staan; om jezelf ook verbonden te voelen met .............