Posts tonen met het label WHW. Alle posts tonen
Posts tonen met het label WHW. Alle posts tonen

donderdag 27 september 2012

Eindniveau & Examinering in het Hoger Beroepsonderwijs



Donderdag 27 september 2012
Paul Nieuwenhuis introduceert de sprekers van de netwerkbijeenkomst


















Kwaliteitsdiscussie in het HBO
Het is in dit collegejaar de eerste keer dat we als Platform HBO van het Nederlands Netwerk  voor Kwaliteitsmanagement  weer bijeenkomen, deze keer voor het eerst in het Cursus- en Vergadercentrum Domstad van Hogeschool Utrecht, nabij het NS-station Utrecht Centraal.
Het onderwerp dat vanmiddag centraal staat, is: ‘Eindniveau en examinering, wat doe je als kwaliteitszorgmedewerker om het proces te borgen?’

Grote  opkomst
De netwerkbijeenkomst wordt geopend door netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis. Hij wijst op de grote opkomst van deze middag voor dit actuele en al veelbesproken thema. Met ongeveer 50 mensen zit de zaal vol. Late aanmeldingen moesten helaas worden afgewezen, want ‘vol is vol’. Paul Nieuwenhuis heet iedereen van harte welkom en introduceert de middagvoorzitter Paul van Deursen, die als lid van de agendacommissie het programma met ons zal doorlopen.

Commotie bij MenEM van Inholland
Paul van Deursen start zijn opening met enige inleidende woorden over het verleden en heden omtrent de commotie die ontstond toen bleek dat er bij hogeschool Inholland onder andere iets fout zat bij alternatieve afstudeertrajecten van de opleiding Media en Entertainment Management (MenEM) van Inholland.  Inholland werd in de hectische tijd die daarop volgde voor nader onderzoek bezocht door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO), de Commissie Dunnewijk en de Onderwijsinspectie. Duidelijk werd dat Inholland veel van haar onderwijsprocessen ‘WHW-proof’ zou moeten maken, ofwel ervoor te zorgen dat alles wat binnen deze hogeschool en haar opleidingen wordt gedaan, ook aan de daartoe geldende hoger onderwijswetgeving zou gaan voldoen. De opleidingen moeten er ook voor zorgen dat het eindniveau van alle afgestudeerde studenten voortaan tenminste op het voorgeschreven niveau zou zijn. Het is aan de hogeschool en aan haar afzonderlijke opleidingen om daarin te voorzien en dat op gestelde tijden aan te tonen. Vanmiddag zullen drie medewerkers van hogeschool Inholland vertellen wat er in de afgelopen jaren is gedaan om de opleiding MenEM weer aan de vereiste kwaliteitsstandaarden te laten voldoen. 

2010
Eerste spreker is Paul van den Bosch, de opleidingsmanager van de opleiding MenEM van de Inholland-vestigingsplaats Rotterdam. Vanuit het directieteeam van de opleiding MenEM is hij het aanspreekpunt voor de opleidingsexamencommissie. Hij heeft tevens ‘Toetsing & Examinering” in portefeuille. En hij was lid van de Projectgroep Accreditatie van MenEM, de groep die de opleiding voorbereidde op de onlangs gehouden NVAO-visitatie.
Van den Bosch neemt ons eerst mee terug naar het jaar 2010, het jaar waarin de nodige ophef ontstond rond de opleiding MenEM van Inholland. Hij vertelt achtereenvolgens onder andere over:
·         Het langstudeerderstraject, waarmee Inholland in de problemen geraakte;
·         De bestuurlijke crisis, die mede als gevolg daarvan daarop volgde;
·         De Domeinvorming die werd ingezet, gekarakteriseerd door afstemming, nieuwe rollen en een nieuwe structuur;
·         De Onderwijsinspectie die haar onderzoek instelde binnen de hogeschool, onder andere om te onderzoeken in welke mate Inholland voldeed aan wettelijke voorschriften uit de WHW;
·         De Commissie Dunnewijk, die voor nader onderzoek bij Inholland op bezoek kwam;
·         De NVAO, die als kwaliteitsbewaker van het hoger onderwijs diepgaand onderzoek instelde naar de wijze en de mate waarin Inholland en haar opleidingen voldoen aan de kwaliteitsstandaarden die gelden voor alle opleidingen in het hoger onderwijs.

2011
In  het jaar 2011 moesten de handen uit de mouwen, want de hogeschool moet erin voorzien dat de hogeschool en haar opleidingen op grond van de nodige verbetertrajecten kwalitatief wel aan de gestelde kwaliteitscriteria zouden gaan voldoen. Paul van den Bosch vertelt volgens welke doorontwikkelingslijnen daaraan in 2011 is gewerkt, zoals:
·         Een Commissiecyclus is doorlopen. Onderwijscommissies zoals Curriculumcommissie, Toetscommissie en Examencommissie moeten hun werk met de nodige onderlinge afstemming adequaat verrichten;
·         Er werd gestart met Interne Audits: onderzoeksteams die checken wat goed is en wat beter kan;
·         Werkprocessen werden herontworpen, waarbij met name docenten werden betrokken, want zij zouden kunnen aangeven welke processen ze wenselijk achten om goed onderwijs op de kaart te zetten;
·         Een onderzoekslijn werd ontworpen;
·         Reviews werden ingezet om te verifiëren of reeds goedgekeurde processen en producten daadwerkelijk aan de maat zijn.
·         Heel belangrijk is de scholing van medewerkers. Scholing bijvoorbeeld op het gebied van het ontwerpen van onderwijs (onderwijskunde), scholing op het gebied van het verzorgen van onderwijs (didactiek), scholing op het  gebied van toetsen, beoordelen en examineren en juridische scholing op het gebied van de wijze waarop de WHW kan en zal worden nageleefd.

2012
En in dit kalenderjaar wordt weer voortgeborduurd op het werk van de voorgaande twee jaren. Dit  huidige kalenderjaar is een tijd van:
·         Borgen en bestendigen;
·         Doorontwikkelen.
Paul van den Bosch vertelt dat Inholland in het verleden de focus had op sterke en snelle groei, maar dat toen - en bij nader inzien - bleek dat de beheersing van die hevige groei niet haalbaar was. En ook nu- na alle ophef en maatregelen – is het zelfs in de fase van het bestendigen lang niet altijd gemakkelijk. Van den Bosch: “Het was èn is bizar!”
Inmiddels staat bij Inholland het primair proces weer centraal en de Inholland-studenten zijn veel kritischer geworden. 
Nu zit men nog steeds in een periode van reorganisatie met een forse reductie van kosten en personeel. Dat bracht en brengt spanning, onzekerheid, angst en weerstand, hetgeen het er niet leuker op maakt en soms heel spannend is.
Inholland werkt nu naar een andere invulling van interne rollen. Opleidingen maken tegenwoordig zelf veel meer keuzes dan voorheen het geval was. De onderwijsdiensten zijn veel minder dwingend en in plaats daarvan nu dienend aan het onderwijs.
De cultuur verandert. Daar waar medewerkers vroeger alleen maar afspraken maakten, gaat men nu een stap verder, door elkaar ook op het nakomen van die gemaakte afspraken aan te spreken. Docententeams zijn nu weer zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun onderwijs.
Qua beleid is de focus nu veel meer op onderwijs. Men kiest ervoor om minder te doen, maar het moet wel beter. De docent wordt daartoe meer in positie gebracht en de student wordt centraal gesteld.

Opleidingsexamencommissie
Tweede spreker is Jan Timmerhuis, docent en lid van de Examencommissie van de opleiding MenEM van Inholland. Timmerhuis was evenals Van den Bosch lid van de Projectgroep Accreditatie.
Timmerhuis vertelt over de ins en outs met betrekking tot de Examencommissie in de werkpraktijk van alledag. Hij beschrijft daarbij de volgende drie fasen, die zijn/worden doorlopen, te weten:
·         De inrichting van de Examencommissie;
·         Het WHW-proof maken van de Examencommissie;
·         Als derde stap de fase van het jaarplan en van de beleidsvorming van de Examencommissie. Daarbij gaat hij ook nader in op de relatie van de Examencommissie met de andere onderwijscommissies èn met het management van de opleiding.
Timmerhuis: “Communicatie en Transparantie zijn van groot belang”.
Dit alles leidde uiteindelijk tot een cultuuromslag binnen de opleiding en in de hogeschool. Waar de opleidingsexamencommissie van MenEM voorheen bijvoorbeeld per jaar zo’n 400-500 verzoeken van studenten behandelde in de Examencommissie, is dat inmiddels al opgelopen tot ongeveer 3.500 verzoekschriften per jaar.

Onderwijs & Kwaliteit
Voordat we een korte koffiepauze hebben, komt Reen Pouwels als derde spreekster van Inholland aan het woord. Pouwels is binnen Inholland senior Adviseur Onderwijs & Kwaliteit. Ze begeleidde vanuit de Concernstaf Kwaliteit van Inholland de opleiding MenEM naar de visitatie richting accreditatie en was namens Inholland inhoudelijk contactpersoon naar de NVAO.
Pouwels vertelt ondermeer dat alle veranderingen binnen Inholland er in elk geval toe hebben geleid dat de opleidingsdocenten zich nu weer veel meer eigenaar van het onderwijs voelen dan voorheen het geval was.
Vóór en na de koffiepauze gaan we niet in subgroepen uiteen, zoals aanvankelijk was gepland. Het blijkt dat de aanwezigen in de zaal popelen om allemaal hun vragen te stellen aan de drie sprekers van Inholland. Er zijn heel veel vragen, omdat zoveel hogescholen allemaal voortdurend op zoek zijn naar wat er allemaal moet worden gedaan om aan de geldende regelgeving te voldoen en aan hoe dat allemaal moet worden gedaan om aan de van toepassing zijnde kwaliteitsstandaarden te voldoen.
Vrij lang wordt bijvoorbeeld stilgestaan bij begrippen als afstudeerwerken/eindwerken en bij de verschillende interpretaties die in de werkpraktijk van alledag daaraan worden gegeven in de verschillende hogescholen en opleidingen in Nederland. Duidelijk is wel dat uiteindelijk elke opleiding van elke student zal moeten aantonen dat hij/zij bij afstuderen tenminste voldoet aan alle slaagnormen die gelden voor alle beoordelingcriteria, voor wat betreft de hoogste beheersingsniveau’s per eindterm van een opleiding; zoals bijvoorbeeld gedefinieerd in competenties.
Een ander punt waar enige tijd bij stil wordt gestaan in deze groepsdiscussie is de wijze waarop opleidingen in de opleidingspraktijk omgaan met het geldende vrijstellingenbeleid.

Kwetsbaar transparant
Een boeiend vraag- en antwoordgesprek wordt gevoerd en voordat je het in de gaten hebt, is het al bijna 16.00 uur. Tijd om dit gedeelte van de netwerkbijeenkomst af te ronden, met dank aan onze drie collega’s van Inholland, die – zoals voorzitter Paul Nieuwenhuis  noemt – zich in deze bijeenkomst van ‘quality experts’ kwetsbaar hebben opgesteld door zo transparant te vertellen waar men binnen Inholland momenteel zo hard aan werkt. Een hartelijk applaus volgt daarop vanuit de zaal, waarmee de woorden van de netwerkvoorzitter van harte worden onderstreept door de aanwezigen.
Na een korte ronde van het zogenoemde ‘halen en brengen’ wordt deze netwerkbijeenkomst door de netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis afgesloten.

maandag 5 maart 2012

Afsluiting Leergang Onderwijskwaliteit en Accreditatie


4e sessie van de leergang Onderwijskwaliteit en Accreditatie
Maandag 5 maart 2012

Vierde sessie
In Utrecht woon ik vandaag samen met een collega van de afdeling Quality Assurance van het Corporate Office van Stenden Hogeschool de vierde, afsluitende bijeenkomst bij van de vierdaagse leergang ‘Onderwijskwaliteit en Accreditatie’, die in het eerste kwartaal van dit kalenderjaar wordt aangeboden door het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid. In de eerste sessie stond de Wetgeving inzake Accreditatie centraal, in de tweede sessie de Kritische Reflectie voor een visitatie en in de derde sessie de Samenwerkende Professionals in een kennisorganisatie. De afsluitende bijeenkomst van vandaag is bedoeld om te komen tot een meer integratieve benadering van de afzonderlijke thema’s van de voorgaande drie sessies.

Topics
Ter voorbereiding op deze sessie van vandaag is aan ons als cursisten door de SBO-leergang-coördinator Mathieu Moons gevraagd een vijfminuten-presentatie voor te bereiden, waarin we kort reflecteren op hetgeen we in de voorgaande drie sessies hebben gedaan. Met die presentaties beginnen we vandaag de bijeenkomst. Alle deelnemers  presenteren kort en op eigen wijze wat in de voorgaande sessie is gedaan en geleerd, waarbij ook ruimte is om de leergang te beoordelen en/of aan te geven wat je aan de leergang hebt gehad en/of welke vragen of welke kwesties vanuit je eigen werkpraktijk nog resteren. Enkele zaken die in deze 5minuten-presentaties aan de orde komen, zijn bijvoorbeeld:
  • Als kwaliteitszorg teveel een hobby is geworden van het management, laten we dan proberen om de kwaliteitszorg van het onderwijs weer op opleidingsnivo te krijgen.
  • Na zoveel jaren gewerkt te hebben met het vorige accreditatiestelsel kan het toch niet zo zijn dat het nivo en de toetsing van opleidingen in het hoger onderwijs onder de maat is, en als het zo is dat die mening wel een onderdeel is geworden van de actuele angstcultuur, dan moeten instellingen voor hoger onderwijs die angstcultuur nu zelf doorbreken.
  • Als docent vraag je je af welke werkprocessen je nu allemaal moet vastleggen en hoe je jezelf zover krijgt dat je dat ook gaat zien als iets van jezelf.
  • Het is leuk om een visitatiecommissie te overtuigen van de kwaliteit van je opleiding, maar durf daarbij vooral ook eerlijk te zijn.
  • Naarmate de docenten die afkomstig zijn uit de beroepspraktijk langer docent zijn, zie je bij hen een toename aan onderwijservaring, maar daar staat dan wel een afname van contact met het werkveld tegenover.
Spanning
Als alle vijfminuten-presentaties zijn geweest, maken we een nieuwe ronde, waarbij alle cursisten aangeven wat hen in de presentatie van één van de medecursisten is opgevallen of waar men een vraag of een opmerking bij wil plaatsen. Na een korte pauze krijgen dan de drie aanwezige docenten van de vorige drie bijeenkomsten de gelegenheid om ook kort te reageren op wat ze in het programmadeel vóór de pauze van ons hebben gehoord. Docenten Peter Kwikkers, Pieter Mostert en Paul van Deursen komen ieder tot een reactie vanuit hun eigen expertise, rondom de vier door hen geformuleerde vier items: low trust, stelsel, vastleggen en eerlijk. Genoemd wordt bijvoorbeeld dat er spanning bestaat tussen:
  • Enerzijds Interne Kwaliteitszorg (audits) en anderzijds Externe Kwaliteitszorg (inspectie en NVAO);
  • Enerzijds Verbeteren (overtuigen) en anderzijds Beoordelen (bewijzen);
  • Enerzijds Interne Kwaliteitszorg en anderzijds Verbeteren;
  • Enerzijds Externe Kwaliteitszorg en anderzijds Beoordelen.
Bovenstaande spanning leidt ertoe dat het hoger onderwijs steeds meer verkrampt. We zijn er niet over uit of die spanning op afzienbare termijn zal afnemen, of wellicht nog erger wordt. Het zou kunnen zijn dat de ‘ellende’ (want zo werd het genoemd) nog groter wordt als door de invoering van de ‘overheidsbekostiging op excellente kwaliteit van het hoger onderwijs’ de bestuurlijke druk in en op het onderwijs nog hoger wordt.

Werkprocesbeschrijving
Een ander item waarover in deze bijeenkomst wordt gesproken, is het vastleggen van bijvoorbeeld werkprocessen. Veel in het hoger onderwijs is niet vastgelegd. 
  • Nog weinig kom je bijvoorbeeld opdrachtbeschrijvingen tegen van werkopdrachten waarmee docenten in onder andere onderwijsontwikkeling aan de slag gaan.
  • Veel docenten hanteren een eigen lijst van inlevercriteria van opdrachten, terwijl je er ook voor zou kunnen kiezen om als opleiding één set inlevervoorwaarden voor opdrachten te produceren.
  • Handleidingen voor studenten zijn vaak wel beschikbaar, maar waar zijn de handleidingen voor docenten?
Dat er nog meer op schrift kan worden vastgelegd in het hoger onderwijs, is duidelijk, maar waar ligt de grens van wat al dan niet tenminste moet worden vastgelegd?

“Weg met Prince II-modellen”, wordt geponeerd. Die zijn veel te gedetailleerd voor het onderwijs. Processen moeten op hoofdlijnen wèl worden beschreven. Binnen die beschreven werkprocessen moeten docenten dan hun professionele ruimte pakken. Je moet wel proberen om protocollen op schrift te zetten; niet te gedetailleerd, maar je moet wel netjes de dingen vastleggen.

Gespreksitems

Na een korte pauze resteert nog een groot aantal zaken die onze aandacht vragen in deze leergang. Een aantal zaken die vandaag nog de revue passeren, zijn bijvoorbeeld:
  • Wàt moeten we doen en hóe moeten we het realiseren dat het eigenaarschap van diverse zaken weer terug wordt gegeven aan wie de ware eigenaar zijn van die zaak;
  • Hoe borgen we in de volle breedte de kwaliteit van onderwijsactiviteiten die studenten buiten de hogeschool verrichten, bijvoorbeeld bij een stage of bij een studentenuitwisseling met een buitenlandse hogeschool of universiteit;
  • Wanneer is sprake van ‘High Trust’ en ‘Low Trust’, en hoe ga je daar in die situatie mee om?
  • Hoe voldoe je toch aan de ‘Body of Skills and Knowledge’ van de specifieke opleiding waarin de student afstudeert, als je het gegeven onderwijs vergaand hebt gedifferentieerd, tot soms op individueel studentnivo?
Gestapelde subjectiviteit
De laatste kwestie die we bespreken, betreft de hiërarchisch opeenvolgende vereisten die in het hoger onderwijs gelden voor wat betreft de kwaliteit waaraan het hoger onderwijs moet voldoen. Zo moet  het hoger onderwijs tenminste voldoen aan het gestelde in de ‘Wet op het Hoger Onderwijs en het Wetenschappelijk Onderzoek’ (WHW). Op grond van de inhoud van die Wet en daarbij uitgaande van wat nationaal en internationaal geldt als kwalitatief goed hoger onderwijs, hanteert de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) haar NVAO-beoordelingskaders bij het beoordelen van instellingen en bij het accrediteren van opleidingen in het hoger onderwijs. De in het Nederlandse hoger onderwijs nog steeds functionerende Visiterende en Beoordelende Instanties (VBI) beoordelen de kwaliteit van de gevisiteerde opleidingen op grond van hun operationaliseringskaders, die zijn afgeleid van die NVAO-beoordelingskaders. En vervolgens gaan visitatiecommissieleden op grond van hun eigen referentiekaders op hun beurt nog weer aan de slag met hun eigen uitwerking van die operationaliseringskaders van de VBI’s. Zo stapelen de diverse opvattingen over kwaliteit van hoger onderwijs zich op en hebben opleidingen van hogescholen en universiteiten zich tot die  (hier en nu zo genoemde) ‘gestapelde subjectiviteit’ te verhouden, om uiteindelijk weer voor accreditatie in aanmerking te komen.

Bestuurlijk overleg

En als dat dan in een kritische context leidt tot onenigheid tussen twee of meer van bovenstaande partijen, kun je het maar beter niet op een juridische zaak laten aankomen, want uiteindelijk zal de rechter de gang van zaken slechts marginaal toetsen. Dan kun je beter als hogeschool een stap eerder in zogenoemd Bestuurlijk Overleg treden met de NVAO, om te bespreken op welke gronden de NVAO bijvoorbeeld in redelijkheid tot een goed oordeel heeft kunnen komen. En nog veel beter is het om in het stadium daarvóór met de visitatiecommissie het gesprek aan te gaan om te bespreken welke beoordelingscriteria visitatiepanelleden hebben aangelegd om tot een kwaliteitsoordeel over de opleiding te komen. Als dat niet meer kan op de visitatiedag zelf, zal dat in de fase moeten waarin het visitatierapport door de visitatiecommissie wordt geschreven. In zo’n geval zou het wel eens aanbeveling kunnen verdienen om in die fase een onafhankelijke derde partij in de onderhandelingen te betrekken, om neutraal in beeld te krijgen waar partijen elkaar beter zouden kunnen gaan verstaan inzake het geconstateerde verschil in visie en inzicht.

donderdag 12 januari 2012

Systemen en structuren. Een stevig bouwwerk

Donderdag 12 januari 2012
Peter Kwikkers doceert over Kwaliteitszorg en Accreditatie

 














Verdiepingsprogramma
Vandaag begin ik in Utrecht met de leergang ‘Onderwijskwaliteit en accreditatie’, aangeboden door het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid. Het is de eerste dag van een vierdaags verdiepingsprogramma, met als ondertitel van de leergang: ‘Verbetering van kwaliteitscultuur en kritische reflectie’. De leergang is bedoeld voor wie zich professioneel bezighoudt met onderwijskwaliteit, kwaliteitszorg en accreditatie in het hoger onderwijs.

Nieuw accreditatiemodel
Aanleiding voor de aanbieding van deze leergang is het onlangs per 1 januari 2011 ingevoerde accreditatiemodel 2010/2011, dat al weer de tweede generatie is van het model dat in het jaar 2003 is geïmplementeerd. Nieuw is dat dit nieuwe model bestaat uit de combinatie van een Instellingstoets en Opleidingsaccreditatie, de laatste volgens een Uitgebreid of een Beperkt model. De docenten van deze leergang zijn Peter Kwikkers, Pieter Mostert en Paul van Deursen.

WHW
Vandaag starten we met docent-auteur Peter Kwikkers. Onder zijn redactie is vorig jaar het boek ‘Accreditatie en kwaliteitzorg’ geschreven en gepubliceerd. Dat boek is voor de eerste sessie van vandaag de reader, die we kregen toegezonden ter voorbereiding op deze bijeenkomst. Thema van het programma van vandaag is ‘Systemen en structuren. Een stevig bouwwerk’. Peter Kwikkers is jurist, landelijk in het hoger onderwijs ook als zodanig bekend, dus het ligt voor de hand dat zijn boek en zijn cursusprogramma  grotendeels juridisch zijn geörienteerd. De focus ligt vandaag op de ‘Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek’ (de WHW) in relatie tot het recent ingevoerde nieuwe accreditatiemodel voor het Nederlandse hoger onderwijs.

Accreditatiestelsel
In de periode van voorbereiding op deze cursusdag hebben we vooral studie gemaakt van de opzet van het Nederlandse (en het Vlaamse) accreditatiesysteem, met aandacht voor bijvoorbeeld: het beleid, de achtergronden, de wettelijke kaders, internationale aspecten, procedures, besluiten, toetsing en visitaties. Vandaag gaan we nader in op de wijze waarop je aankijkt tegen de structuur, welke wetten en regels gelden voor wat betreft de actuele Accreditatiekaders en waar die regels en dat kader voor zijn bedoeld. Aan het eind van de middag bespreken we welke uiteenlopende posities wij als beroepskrachten in instellingen voor hoger onderwijs hebben en wat dat betekent voor onze dagelijkse werkpraktijk in die instelling.

Inhouden van de 1e sessie
Tijdens deze eerste sessie spreken we met betrekking tot wetgeving en organisatie onder andere over de volgende zaken:
- Houd in je werk voortdurend rekening met de volgende zaken: de wetgeving (met name de WHW), de Accreditatiekaders van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO), de interne regels en het beleid van je instelling en je opdracht van het management en/of van het bestuur;
- De realiteit van ons werk is dat we opereren in een wild samenspel van normen, zoals die worden gehanteerd door alle uiteenlopende belangengroepen waarmee we samenwerken;
- Als het erop aan komt, moet je uiteindelijk alles (kunnen) toetsen aan de geldende wetgeving (met name de WHW);
- Bij problemen is het cruciaal dat je een integrale aanpak kiest, waarin inhoudelijke, juridische en bestuurlijke elementen zijn geïntegreerd;
- Goede kwaliteitsoordelen van opleidingen zijn tot stand gekomen na de nodige constateringen, analyse en beoordeling, en een grondige argumentatie;
- De wettelijke (WHW-)regels en normen zouden leidend moeten zijn bij alle besluiten die de accrediterende organisatie neemt, dus de NVAO-besluiten zou je ook altijd aan de WHW moeten kunnen spiegelen en toetsen;
- Als instellingen, evaluatieburo’s en de accreditatieorganisatie van mening verschillen over de gegeven oordelen op NVAO-standaarden, verdient het aanbeveling om ook te kijken naar de beoordelingscriteria zoals die zijn gegeven in de wet (WHW).

dinsdag 31 maart 2009

Proefvisitatie van MILTS en MISM in Leeuwarden

Dinsdag 31 maart 2009

In 2004 was de toenmalige Christelijke Hogeschool Nederland (inmiddels Stenden hogeschool) één van de eerste hogescholen van Nederland die hun HBO-masteropleidingen liet accrediteren in een zogenoemde Toets Nieuwe Opleiding. Elke zes jaar wordt deze accreditatie opnieuw aangevraagd en bij een voldoende beoordeling opnieuw toegekend. Dit jaar is het zover dat die accreditatie opnieuw zal worden aangevraagd. Het is mijn professie om de opleidingen van Stenden hogeschool met control & consult bij te staan om het hele accreditatietraject conform geldend protocol te doorlopen; zo ook gisteren en vandaag voor wat betreft de beide masteropleidingen MILTS en MISM.

Over enkele weken zullen de twee opleidingen "Master of International Leisure and Tourism Studies" (MILTS) en "Master of International Service Management" (MISM) worden gevisiteerd door een internationaal visitatiepanel, dat beoordeelt of deze twee opleiding aan alle kwaliteitscriteria voldoen, zoals die bij de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) zijn vastgesteld. Het schrijven van een gedegen Zelfevaluatierapport gaat vooraf aan het verficatieonderzoek (de visitatie) door een externe, visiterende organisatie.

De beide masteropleidingen MILTS en MISM van Stenden hogeschool hebben hun zelfevaluatie inmiddels afgerond en maken zich op voor de visitatie, die over enkele weken zal plaatsvinden. Gisteren en vandaag wordt met een interne audit (de proefvisitatie) van Stenden hogeschool generaal gerepeteerd of de afgeronde zelfevaluatie voldoende basis biedt voor een visitatie, of alle beschikbare documenten voor afdoende bewijsvoering zorgen en of alle stakeholders van de twee masteropleidingen adequaat zijn voorbereid op de komende visitatie. Na vandaag worden de laatste voorbereidingen getroffen en dan zijn deze twee masteropleidingen klaar voor de geplande visitatie.