Posts tonen met het label Inholland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Inholland. Alle posts tonen

dinsdag 2 juli 2013

Rondje accreditatie rond het IJsselmeer

Dinsdag 2 juli 2013 
Hogeschoolvestiging van Inholland in Den Haag
















Resonansgroep Inspectie Hoger Onderwijs
Vanmorgen zijn we voor de vierde en laatste maal bijeen als Resonansgroep voor de Inspectie van het Hoger Onderwijs. We vergaderen wederom in het kantoor van de Inspectie voor het Onderwijs in Utrecht. De Inspectie heeft een Resonansgroep geïnstalleerd, bestaande uit vertegenwoordigers van verschillende belangenorganisaties, zoals de Verenigingen van instellingen voor bekostigd en onbekostigd Hoger Onderwijs (universiteiten en hogescholen), Evaluatieburo's, het Interstedelijk Studenten Overleg, en ik vertegenwoordig de medewerkers(docenten)belangen namens CNV-Onderwijs.

Kwaliteit Nederlands Accreditatiestelsel
In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap houdt de Inspectie van het Hoger Onderwijs toezicht op de kwaliteit van het Nederlandse Accreditatiestelsel in het Hoger Onderwijs. In het kader van die toezichtstaak doet de Onderwijsinspectie in de eerste helft van dit jaar een onderzoek naar de kwaliteit van het huidige Accreditatiestelsel voor hogescholen en universiteiten. Als Resonansgroep adviseren we de Onderwijsinspectie tijdens dit onderzoeksproject op onderdelen zoals de opzet van het onderzoek, de onderzoeksvragen en op het onderzoeksrapport.

Feedback op concept-Inspectierapport
Vanmorgen komen we bijeen om het concept van het onderzoeksrapport te bespreken, waarin de uitkomsten van het onderzoek staan geschreven op het gebied van bijvoorbeeld onafhankelijkheid, deskundigheid, betrouwbaarheid, validiteit, zorgvuldigheid, kwaliteitsborging, stimulerende werking, transparantie, accreditatielasten, dekking en wettelijke vereisten. Daarnaast bespreken we de vijf uitgangspunten bij de invoering van dit nieuwe stelsel en tenslotte nog zaken als conclusies, aanbevelingen, beschouwing en vervolgtoezicht.
Naar verwachting zal in september 2013 het Inspectieonderzoek worden gepubliceerd.

Rondje IJsselmeer
Vanmorgen ben ik vanuit Stiens via Flevoland naar het Inspectiekantoor in Utrecht gereden. 
Als daar de vergadering van de Resonansgroep is afgelopen, rijd ik na het middaguur vanuit Utrecht naar Den Haag, om daar naar een volgende bijeenkomst te gaan in hogeschool Inholland. 
Aan het eind van de middag rijd ik dan van Den Haag via de Afsluitdijk naar Stiens. 
Daarmee is het rondje rond het IJsselmeer weer rond.

Hersteltrajecten Accreditatie
Het nieuwe Accreditatiestelsel dat wij vanmorgen bij de Onderwijsinspectie bespraken, heeft een verbeterfunctie in zich. Eén van de maatregelen die in dat stelsel kan worden genomen, is dat aan een hogeschool-opleiding een hersteltraject kan worden toegekend, indien de kwaliteit op een accreditatiestandaard niet aan de maat blijkt te zijn tijdens een visitatie.
Enkele hogeschoolopleidingen in Nederland hebben door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) inmiddels zo'n verbetertraject toegekend gekregen en zijn nu druk in de weer om op een nader overeengekomen tijdstip aan te tonen dat de beoogde verbeteringen op dat beoordelingsmoment zjn gerealiseerd.

Hogescholen-intervisiegroep Hersteltrajecten
Omdat dergelijke hersteltrajecten in het hoger onderwijs nieuw zijn, hebben een aantal kwaliteitszorgmedewerkers van hogescholen die al dan niet al in zo'n hersteltraject zitten, een kleine intervisiegroep opgericht, waarvan de groepsleden incidenteel bijeenkomen om het opstarten, het doorlopen en het afronden van zo'n hersteltraject met elkaar te bespreken, om zodoende van elkaar te leren en elkaar met raad bij te staan in de keuzes die in zo'n verbetertraject kunnen en moeten worden gemaakt.
In veel Nederlandse hogescholen en universiteiten wordt momenteel hard gewerkt aan de doorgaande kwaliteitsverbetering van het huidige hoger onderwijs. Alle extra inspanningen die hogescholen in dat kader momenteel getroosten, zullen er uiteindelijk toe bijdragen dat het Nederlandse hoger (beroeps)onderwijs goed is en in ruime mate voldoet aan de kwaliteitseisen die Anno 2013 en in de daarop volgende jaren aan het hoger onderwijs worden gesteld.

Accreditatielasten & Accreditatiebaten
Vandaag blijkt maar weer dat overal in het land - bij de Onderwijsinspectie, bij de NVAO, bij Evaluatieburo's, bij hogescholen en universiteiten en bij allerlei belangenorganisatie in het hoger onderwijs - kosten noch moeite worden gespaard om toekomstbestendig hoger onderwijs te ontwerpen, te ontwikkelen en te geven, dat voldoet aan de gestelde kwaliteitscriteria.

zaterdag 9 maart 2013

Intervisie in Den Haag



Vrijdag 8 maart 2013
Vestiging van Hogeschool Inholland in Den Haag

Haagse intervisie
Regelmatig komen in Nederland rondom diverse werkvragen groepen collega’s bijeen, die met elkaar willen sparren over kwaliteitszorg in het hoger onderwijs. De ene keer gaat het over de kwaliteitscultuur, dan weer over hoe je een Kritische Reflectie schrijft, of hoe je op behoorlijke wijze de geldende wet- en regelgeving kunt interpreteren, die op het hoger onderwijs van toepassing is.
Vandaag neem ik deel aan zo’n collegiale intervisiegroep, waarbij we specifiek het beoordelen van afstudeernivo van opleidingen in het hoger beroepsonderwijs bespreken. Collega’s van verschillende hogescholen zijn vandaag naar Hogeschool Inholland gekomen in haar vestiging in Den Haag om daarover met elkaar in een collegiaal intervisiegesprek te overleggen.

Gerealiseerd nivo
Na een kennismakingsronde inventariseren we welke items momenteel actueel zijn binnen onze hogescholen voor wat betreft het beoordelen van eindnivo. We hebben allemaal zo onze eigen ervaringen in onze eigen hogescholen met de wijze waarop het nivo van opleidingen wordt geborgd, beoordeeld en geëvalueerd. Niet alleen intern besteden hogeschoolmedewerkers veel aandacht aan het nivo van de opleidingen, ook extern wordt er toezicht uitgeoefend op de wijze waarop en de mate waarin opleidingen erin slagen hun afgestudeerden te brengen naar het vereiste afstudeer-nivo.
Hogescholen laten hun opleidingen periodiek beoordelen door onafhankelijke evaluatieburo’s, waarna de beoordeelde opleidingen op grond van een positief advies in een zogenoemd 'Visitatierapport' voor de komende jaren een keurmerk kunnen aanvragen bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Als een opleiding niet op alle beoordelingsstandaarden een voldoende oordeel behaalt, bestaat de mogelijkheid dat zo’n hogeschool een hersteltraject krijgt toegewezen, waarbinnen men wordt uitgedaagd om in tweede instantie wel in voldoende mate aan de gestelde kwaliteitscriteria te voldoen.

Accreditatie
Het ligt wel voor de hand dat zo’n periodieke, formele opleidingsbeoordeling een spannende aangelegenheid is voor studenten, docenten, stafmedewerkers, bestuur en raad van toezicht, want er hangt veel af van een positief oordeel . Zo’n accreditatie geeft de hogeschool namelijk het recht om erkende graden (zoals Associate degree, Bachelor, Master) aan afstudeerden te verlenen; studenten van erkende opleidingen verkrijgen het recht op studiefinanciering en de hogeschool wordt door de overheid bekostigd om de opleiding de komende jaren aan te bieden.
Voldoende reden dus om regelmatig met elkaar in gesprek te zijn over de wijze waarop je als hogeschool kwalitatief goed onderwijs blijft aanbieden; om te bespreken hoe je aan de daartoe gestelde criteria kunt (blijven) voldoen, hoe je dat met positief gevolg laat beoordelen, en wat je te doen staat als zo’n opleiding in een herstelperiode verzeild raak, om met een dan vereist herstelplan binnen de daartoe gestelde termijn wel weer aan de wettelijke kwaliteitscriteria te voldoen. Over al deze zaken zijn we vanmiddag met elkaar in gesprek, om elkaar te bevragen, elkaar te informeren, elkaar te adviseren en goed in beeld te krijgen hoe we onze hogeschoolopleidingen goed bij de les (kunnen) houden.

donderdag 27 september 2012

Eindniveau & Examinering in het Hoger Beroepsonderwijs



Donderdag 27 september 2012
Paul Nieuwenhuis introduceert de sprekers van de netwerkbijeenkomst


















Kwaliteitsdiscussie in het HBO
Het is in dit collegejaar de eerste keer dat we als Platform HBO van het Nederlands Netwerk  voor Kwaliteitsmanagement  weer bijeenkomen, deze keer voor het eerst in het Cursus- en Vergadercentrum Domstad van Hogeschool Utrecht, nabij het NS-station Utrecht Centraal.
Het onderwerp dat vanmiddag centraal staat, is: ‘Eindniveau en examinering, wat doe je als kwaliteitszorgmedewerker om het proces te borgen?’

Grote  opkomst
De netwerkbijeenkomst wordt geopend door netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis. Hij wijst op de grote opkomst van deze middag voor dit actuele en al veelbesproken thema. Met ongeveer 50 mensen zit de zaal vol. Late aanmeldingen moesten helaas worden afgewezen, want ‘vol is vol’. Paul Nieuwenhuis heet iedereen van harte welkom en introduceert de middagvoorzitter Paul van Deursen, die als lid van de agendacommissie het programma met ons zal doorlopen.

Commotie bij MenEM van Inholland
Paul van Deursen start zijn opening met enige inleidende woorden over het verleden en heden omtrent de commotie die ontstond toen bleek dat er bij hogeschool Inholland onder andere iets fout zat bij alternatieve afstudeertrajecten van de opleiding Media en Entertainment Management (MenEM) van Inholland.  Inholland werd in de hectische tijd die daarop volgde voor nader onderzoek bezocht door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO), de Commissie Dunnewijk en de Onderwijsinspectie. Duidelijk werd dat Inholland veel van haar onderwijsprocessen ‘WHW-proof’ zou moeten maken, ofwel ervoor te zorgen dat alles wat binnen deze hogeschool en haar opleidingen wordt gedaan, ook aan de daartoe geldende hoger onderwijswetgeving zou gaan voldoen. De opleidingen moeten er ook voor zorgen dat het eindniveau van alle afgestudeerde studenten voortaan tenminste op het voorgeschreven niveau zou zijn. Het is aan de hogeschool en aan haar afzonderlijke opleidingen om daarin te voorzien en dat op gestelde tijden aan te tonen. Vanmiddag zullen drie medewerkers van hogeschool Inholland vertellen wat er in de afgelopen jaren is gedaan om de opleiding MenEM weer aan de vereiste kwaliteitsstandaarden te laten voldoen. 

2010
Eerste spreker is Paul van den Bosch, de opleidingsmanager van de opleiding MenEM van de Inholland-vestigingsplaats Rotterdam. Vanuit het directieteeam van de opleiding MenEM is hij het aanspreekpunt voor de opleidingsexamencommissie. Hij heeft tevens ‘Toetsing & Examinering” in portefeuille. En hij was lid van de Projectgroep Accreditatie van MenEM, de groep die de opleiding voorbereidde op de onlangs gehouden NVAO-visitatie.
Van den Bosch neemt ons eerst mee terug naar het jaar 2010, het jaar waarin de nodige ophef ontstond rond de opleiding MenEM van Inholland. Hij vertelt achtereenvolgens onder andere over:
·         Het langstudeerderstraject, waarmee Inholland in de problemen geraakte;
·         De bestuurlijke crisis, die mede als gevolg daarvan daarop volgde;
·         De Domeinvorming die werd ingezet, gekarakteriseerd door afstemming, nieuwe rollen en een nieuwe structuur;
·         De Onderwijsinspectie die haar onderzoek instelde binnen de hogeschool, onder andere om te onderzoeken in welke mate Inholland voldeed aan wettelijke voorschriften uit de WHW;
·         De Commissie Dunnewijk, die voor nader onderzoek bij Inholland op bezoek kwam;
·         De NVAO, die als kwaliteitsbewaker van het hoger onderwijs diepgaand onderzoek instelde naar de wijze en de mate waarin Inholland en haar opleidingen voldoen aan de kwaliteitsstandaarden die gelden voor alle opleidingen in het hoger onderwijs.

2011
In  het jaar 2011 moesten de handen uit de mouwen, want de hogeschool moet erin voorzien dat de hogeschool en haar opleidingen op grond van de nodige verbetertrajecten kwalitatief wel aan de gestelde kwaliteitscriteria zouden gaan voldoen. Paul van den Bosch vertelt volgens welke doorontwikkelingslijnen daaraan in 2011 is gewerkt, zoals:
·         Een Commissiecyclus is doorlopen. Onderwijscommissies zoals Curriculumcommissie, Toetscommissie en Examencommissie moeten hun werk met de nodige onderlinge afstemming adequaat verrichten;
·         Er werd gestart met Interne Audits: onderzoeksteams die checken wat goed is en wat beter kan;
·         Werkprocessen werden herontworpen, waarbij met name docenten werden betrokken, want zij zouden kunnen aangeven welke processen ze wenselijk achten om goed onderwijs op de kaart te zetten;
·         Een onderzoekslijn werd ontworpen;
·         Reviews werden ingezet om te verifiëren of reeds goedgekeurde processen en producten daadwerkelijk aan de maat zijn.
·         Heel belangrijk is de scholing van medewerkers. Scholing bijvoorbeeld op het gebied van het ontwerpen van onderwijs (onderwijskunde), scholing op het gebied van het verzorgen van onderwijs (didactiek), scholing op het  gebied van toetsen, beoordelen en examineren en juridische scholing op het gebied van de wijze waarop de WHW kan en zal worden nageleefd.

2012
En in dit kalenderjaar wordt weer voortgeborduurd op het werk van de voorgaande twee jaren. Dit  huidige kalenderjaar is een tijd van:
·         Borgen en bestendigen;
·         Doorontwikkelen.
Paul van den Bosch vertelt dat Inholland in het verleden de focus had op sterke en snelle groei, maar dat toen - en bij nader inzien - bleek dat de beheersing van die hevige groei niet haalbaar was. En ook nu- na alle ophef en maatregelen – is het zelfs in de fase van het bestendigen lang niet altijd gemakkelijk. Van den Bosch: “Het was èn is bizar!”
Inmiddels staat bij Inholland het primair proces weer centraal en de Inholland-studenten zijn veel kritischer geworden. 
Nu zit men nog steeds in een periode van reorganisatie met een forse reductie van kosten en personeel. Dat bracht en brengt spanning, onzekerheid, angst en weerstand, hetgeen het er niet leuker op maakt en soms heel spannend is.
Inholland werkt nu naar een andere invulling van interne rollen. Opleidingen maken tegenwoordig zelf veel meer keuzes dan voorheen het geval was. De onderwijsdiensten zijn veel minder dwingend en in plaats daarvan nu dienend aan het onderwijs.
De cultuur verandert. Daar waar medewerkers vroeger alleen maar afspraken maakten, gaat men nu een stap verder, door elkaar ook op het nakomen van die gemaakte afspraken aan te spreken. Docententeams zijn nu weer zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun onderwijs.
Qua beleid is de focus nu veel meer op onderwijs. Men kiest ervoor om minder te doen, maar het moet wel beter. De docent wordt daartoe meer in positie gebracht en de student wordt centraal gesteld.

Opleidingsexamencommissie
Tweede spreker is Jan Timmerhuis, docent en lid van de Examencommissie van de opleiding MenEM van Inholland. Timmerhuis was evenals Van den Bosch lid van de Projectgroep Accreditatie.
Timmerhuis vertelt over de ins en outs met betrekking tot de Examencommissie in de werkpraktijk van alledag. Hij beschrijft daarbij de volgende drie fasen, die zijn/worden doorlopen, te weten:
·         De inrichting van de Examencommissie;
·         Het WHW-proof maken van de Examencommissie;
·         Als derde stap de fase van het jaarplan en van de beleidsvorming van de Examencommissie. Daarbij gaat hij ook nader in op de relatie van de Examencommissie met de andere onderwijscommissies èn met het management van de opleiding.
Timmerhuis: “Communicatie en Transparantie zijn van groot belang”.
Dit alles leidde uiteindelijk tot een cultuuromslag binnen de opleiding en in de hogeschool. Waar de opleidingsexamencommissie van MenEM voorheen bijvoorbeeld per jaar zo’n 400-500 verzoeken van studenten behandelde in de Examencommissie, is dat inmiddels al opgelopen tot ongeveer 3.500 verzoekschriften per jaar.

Onderwijs & Kwaliteit
Voordat we een korte koffiepauze hebben, komt Reen Pouwels als derde spreekster van Inholland aan het woord. Pouwels is binnen Inholland senior Adviseur Onderwijs & Kwaliteit. Ze begeleidde vanuit de Concernstaf Kwaliteit van Inholland de opleiding MenEM naar de visitatie richting accreditatie en was namens Inholland inhoudelijk contactpersoon naar de NVAO.
Pouwels vertelt ondermeer dat alle veranderingen binnen Inholland er in elk geval toe hebben geleid dat de opleidingsdocenten zich nu weer veel meer eigenaar van het onderwijs voelen dan voorheen het geval was.
Vóór en na de koffiepauze gaan we niet in subgroepen uiteen, zoals aanvankelijk was gepland. Het blijkt dat de aanwezigen in de zaal popelen om allemaal hun vragen te stellen aan de drie sprekers van Inholland. Er zijn heel veel vragen, omdat zoveel hogescholen allemaal voortdurend op zoek zijn naar wat er allemaal moet worden gedaan om aan de geldende regelgeving te voldoen en aan hoe dat allemaal moet worden gedaan om aan de van toepassing zijnde kwaliteitsstandaarden te voldoen.
Vrij lang wordt bijvoorbeeld stilgestaan bij begrippen als afstudeerwerken/eindwerken en bij de verschillende interpretaties die in de werkpraktijk van alledag daaraan worden gegeven in de verschillende hogescholen en opleidingen in Nederland. Duidelijk is wel dat uiteindelijk elke opleiding van elke student zal moeten aantonen dat hij/zij bij afstuderen tenminste voldoet aan alle slaagnormen die gelden voor alle beoordelingcriteria, voor wat betreft de hoogste beheersingsniveau’s per eindterm van een opleiding; zoals bijvoorbeeld gedefinieerd in competenties.
Een ander punt waar enige tijd bij stil wordt gestaan in deze groepsdiscussie is de wijze waarop opleidingen in de opleidingspraktijk omgaan met het geldende vrijstellingenbeleid.

Kwetsbaar transparant
Een boeiend vraag- en antwoordgesprek wordt gevoerd en voordat je het in de gaten hebt, is het al bijna 16.00 uur. Tijd om dit gedeelte van de netwerkbijeenkomst af te ronden, met dank aan onze drie collega’s van Inholland, die – zoals voorzitter Paul Nieuwenhuis  noemt – zich in deze bijeenkomst van ‘quality experts’ kwetsbaar hebben opgesteld door zo transparant te vertellen waar men binnen Inholland momenteel zo hard aan werkt. Een hartelijk applaus volgt daarop vanuit de zaal, waarmee de woorden van de netwerkvoorzitter van harte worden onderstreept door de aanwezigen.
Na een korte ronde van het zogenoemde ‘halen en brengen’ wordt deze netwerkbijeenkomst door de netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis afgesloten.

donderdag 31 mei 2012

We worden steeds socialer


Donderdag 31 mei 2012


Presentatie van Pieter van Helvoirt, van Adobe Systems Benelux












Het eerste #ncosm!
Het is vandaag de eerste keer dat het ‘Nationaal Congres Onderwijs & Sociale Media’ wordt georganiseerd. De congrestitel is: ‘We worden steeds socialer’. Deze bijeenkomst wordt georganiseerd door Formedia in hogeschool Inholland in Diemen. Dat er behoefte is aan zo’n congres, blijkt uit het feit dat in betrekkelijk korte tijd de 350 beschikbare plaatsen werden bezet. Alle universiteiten, bijna alle hogescholen en de helft van alle ROC’s is vandaag vertegenwoordigd. Het is een congres om nader kennis te maken met de wereld van de sociale media in het onderwijs, om kennis te nemen van de laatste trends en van ‘best practices’ van collega-onderwijsinstellingen in Nederland en daarbuiten. Om 9.30 uur wordt het congres geopend door congresvoorzitter Sieb Kroeske.

Sociale media als aanwinst voor het onderwijs
Eerste keynote speaker is Doekle Terpstra, de voorzitter van het College van Bestuur van hogeschool Inholland. Aanvankelijk stond hij sceptisch tegenover sociale media in het onderwijs, maar nadat hij op aanraden van de afdeling Communicatie van Inholland actief werd op Twitter, werd hij actief gebruiker van Twitter, met een groot aantal volgers en overwegend positieve reacties. 
Doekle Terpstra vertelt:
  • Hoge snelheid en groot bereik zijn voordelen van Twitter;
  • Als je niet verbonden bent met deze sociale media, zie je niet meer wat je niet hoeft te zien, maar zie je óók niet wat je wèl had willen zien;
  • De hoogste participatiegraad van sociale media vinden we in de leeftijdsklasse van 40-64 jaar, namelijk 43% van de populatie;
  • Voor mij is de grootste les van sociale media zoals Twitter dat je samen je hogeschool transparant maakt; dat je je verbindt met je ‘stakeholders’, dat je anderen meeneemt en laat delen in je strategische agenda. Het is ook een manier om met elkaar in gesprek te zijn.
  • Met sociale media kun je de reputatie van je hogeschool ‘branden’; dat  hoeft dan niet uitsluitend via je hogeschoolafdeling Communicatie.
  • Je moet er wel voor zorgen dat je je eigen’ zijn’ verbindt met de centrale waarden van je hogeschool; ik doe dat bijvoorbeeld met behulp van mijn nevenwerkzaamheden op het gebied van sport en ook in het politiek-maatschappelijk debat. Uiteindelijk gaat het om jouw kwalitatieve bijdrage aan het versterken van de waarden waar je als hogeschool voor staat.
  • De irritatiefactor van sociale media is groot. Je moet er met name voor zorgen dat je de gebruikelijke gang van zaken in de lijnorganisatie niet frustreert. Het is de kunst - en daar zit de toegevoegde waarde van sociale media – dat je de gewenste reputatie van je hogeschool verbindt met je stijl van leiderschap.
  • Qua impact van sociale media staan we nog op een kruispunt en kennen we de gevolgen van social media voor het onderwijs nog niet. We zitten nog steeds in de experimentele ontwikkeling en de grote doorbraken van sociale media in het onderwijs zullen nog komen. Sociale media zijn niet alleen (meer) fun. We moeten ze veel strategischer inzetten, zeker ook om je studenten aan je hogeschool te verbinden. Sociale media moeten veel meer in onze kernstrategie, in onze communicatie en in ons onderwijs. We moeten de overgang van fun naar strategie realiseren.
  • Waarom zien we er nog niet op toe als bestuur en management dàt onze medewerkers sociale media (gaan) gebruiken. Het onderwijs moet ermee aan de slag. Het moet uitdagender. Onze kennis moeten we steeds transparanter maken; kennis moet de wereld in, moeten we openbreken voor de wereld. Geen protectionisme dus meer, maar overgaan naar open source-aanpak. Hiervoor is een permanente ‘awareness’ nodig en we moeten daarbij het gedrag van onze jongeren meer naar binnen halen.
Pathologie kan ook via Facebook en Youtube
Tweede spreker is prof.dr. Wolter Mooi, hoogleraar Pathologie bij het VU-medisch centrum en enthousiast gebruiker van Facebook en YouTube, teneinde  met zijn webcolleges, digitale practica, kennnisclips en zelftoetsingsapplicaties de afstand tussen de docent en de student te verkleinen.  Zijn lezing is getiteld: ‘Docent, laat je gezicht zien’.
Walter Mooi vertelt:
  • Zoek ook het persoonlijke contact met je studenten.
  • Als Facebook ervoor zorgt dat studeren fun wordt, is Facebook nuttig, want fun is belangrijk, omdat je als student met plezier moet studeren. Youtube is bijvoorbeeld een mooi medium om iets wat ingewikkeld is, duidelijk te maken. Voor jou als docent is Youtube dan heerlijk en kun je daarmee helemaal ‘gaan’. Het doel is ook niet om je collegezaal vol te krijgen – want dat gebeurt toch wel als je het goed doet – maar het gaat vooral om goede prestaties van studenten bij leren en toetsen.
  • Reputatieschade bij Facebook komt hard aan. Zorg er dus voor dat je op Facebook bijvoorbeeld niet negatief bent, niet beledigend, noem geen vertrouwelijke zaken, houd er rekening mee dat een ander iets van jou in jouw nadeel zou kunnen gebruiken, wees zuinig op je persoonlijke online imago en waarschuw elkaar als je iets van elkaar tegenkomt op sociale media wat je riskant voor jezelf of voor die ander vindt.

Drie programmasporen
Tussen 11.30 en 15.30 uur gaat het congresprogramma door in drie sporen, te weten: ‘Marketing, Communicatie en Reputatiemanagement’, ‘Onderwijspraktijk’ en ‘Wegwijs in één dag’. De congresdeelnemers gaan uiteen in de drie programmasporen. Ik woon het eerstgenoemde programmaspoor bij, dat o.a. is gericht op het managen van de reputatie van je onderwijsinstelling.
De eerste spreker van dit spoor is Tracy Playle, oprichter-directeur van Pickle Jar Communications. Ze is een ervaren sociaal mediastrateeg, die inmiddels tientallen Britse hoger onderwijsinstellingen begeleidde. Ze verzorgt vandaag twee lezingen. De eerste is getiteld “Impact of  Social Media on Communications & Marketing Approaches’ en haar tweede lezing later op de middag in het plenaire programma is getiteld: ‘Changing the face of the education landscape’.

Tracy Playle
Sociale media beïnvloeden je marketing en je reputatie. Zorg er bovenal voor dat je het als organisatie goed doet, want dat is de reden dat mensen zich aan jouw organisatie zullen verbinden. ‘Playtime is over’ en sociale media zijn fun, maar we moeten het nu verstandig gaan inzetten in onze strategie en in onze planning. Vaak wordt er als onderwijsinstelling te laat nagedacht over wat je bij bepaalde zaken met sociale media wilt doen. Ga dus je organisatiedoelen met betrekking tot sociale media ‘SMART’ formuleren. Kies een doelgroepgerichte benadering. Houd rekening met wie het allemaal zullen zien en houdt daarbij rekening met culturele verschillen.

Met sociale media is de verandering ook weer niet al te groot, want wat we vroeger aan sociale zaken allemaal al deden, doen we nu nog, maar nu gebruiken we daar technologische middelen voor. Voor wat betreft de inzet van sociale media moeten voortaan het Onderwijs en de afdelingen Marketing en Communicatie met elkaar samenwerken. We moeten ons ernstig afvragen of wij echt geven om onze klant, onze student. Kunnen we het ons eigenlijk wel veroorloven om niets met sociale media te doen? We hebben immers te maken met een ‘power shift in the education landscape’. Onderwijs is voor de student vaak saai, dus we moeten nu wel iets met sociale media in het onderwijs doen, want er gebeurt op het gebied van sociale media momenteel ‘exciting’ veel.

Social Media bij studentenwerving
Dan volgt in dit programmaspoor spreker Steven de Boer, sociale media-redacteur bij de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij presenteert allerhande praktijkvoorbeelden met als thema: ‘Sociale Media en Studentenwerving: Luisteren, Reageren, Informeren en Reclame maken’. Hij vertelt over de wijze waarop hij zich verbindt met potentiële studenten in het oriëntatieproces op de vervolgstudie van scholieren. Hij vertelt dat je daarbij met sociale media behulpzaam kunt zijn, 24/7. Zijn voorkeur gaat uit naar een interactieve benadering, gericht op relatie en dienstverlening, opdat je als onderwijsinstelling een positief beeld achterlaat bij de aanstaande student.

Cloud Computing
Tijdens de lunchsessie spreekt Pieter van Helvoirt, werkzaam bij Adobe Systems Benelux. Hij toont voorbeelden van ‘Persoonlijker communiceren door sociale media’. Adobe was vroeger  gericht op ‘Create’, met haar Adobe Creative Solutions, tegenwoordig Adobe Creative Cloud. Adobe heeft de overstap van Create gemaakt naar ‘Publish’ met haar Adobe Marketing Cloud. Men kan tegenwoordig de gecreëerde content in een Tablet Publishing-omgeving met Adobe-tools door middel van metadata gepersonaliseerd naar de gebruiker brengen. Daarmee slaat Adobe de brug tussen met name IT en Marketing.

Reputation Management
Daarna volgt spreker Sjoerd de Vries, universitair docent van de Universiteit Twente en lector ‘Social Media en Reputatiemanagement’ bij de NHL Hogeschool. Zijn lezing gaat over ‘Social Media en Reputatie-, Issue- en Crisismanagement’. Corporate Reputation  Management vraagt doelgericht en systematisch werken. Je moet als onderwijsinstelling meegaan met de trends van sociale media. Sociale media kunnen namelijk sociaal gedrag online mogelijk maken. Sociale media zullen voor een groot deel het mediaproces veroveren  Het reputatiemanagement zal steeds meer ingevuld worden als de optelsom van alles wat medewerkers en studenten van een hogeschool doen op het web. Als hogeschool moet je een kader ontwikkelen om verantwoord en succesvol met sociale media om te gaan. Het gaat er niet om wat de sociale media jou als onderwijsinstelling oplevert; maar het gaat er wèl om wat sociale media je klant, je (potentiële) student, oplevert. Denk dus niet aan jezelf, maar aan wat relevant is voor je klant.

Het onderwijs is leading
De laatste deelsessie in dit programmaspoor wordt verzorgd door Jurgen ten Brummelen van de stafafdeling Communicatie en René Boonstra van de opleiding Communicatie, beiden van Inholland. Hun sessietitel luidt: ‘Wat komt eerst, marketing of onderwijs?’. Ze spreken over Community, Online service, Advertising en Marketing. Volgens hen moet iedereen van Inholland meedoen; iedereen moet meehelpen om de community tree op te tuigen; iedereen moet meedoen om verbinding te maken. De managers moeten draagvlak creëren en medewerkers stimuleren en waarderen. De Inholland-doelen in dezen zijn: verbinden, kennis delen, krachten bundelen en participatie. Om dat allemaal te bereiken, worden community-sessies en kenniscafé’s georganiseerd, worden drempels weggenomen en moeten sociale media in het onderwijs worden geïntegreerd. Men moet durven te experimenteren, ambassadeurs van sociale media zoeken, niet bang zijn en het social DNA laten groeien. Marketing is de aanjager, maar het onderwijs moet ‘leading’ zijn.

Landelijke Benchmark Websites Hoger Onderwijsinstellingen
Voordat Tracy Playle voor de tweede maal spreekt - maar nu als keynote speaker - volgt de voorlaatste spreker. Het is Nico van Hemert, Managing Partner van Strategy on Demand, de mede-initiatiefnemer van ‘Benchmark Websites Hoger Onderwijs’. Nico spreekt over ‘Social Media en het Hoger Onderwijs’ en presenteert de eerste, voorlopige resultaten van het recent afgeronde onderzoek., waarin een groep studenten de websites van Nederlandse universiteiten en hogescholen heeft beoordeeld. Op 21 juni 2012 zal op de “Dag van de excellentie’ het onderzoeksrapport van deze jaarlijkse benchmark worden gepresenteerd.

Food for thought
Aan het eind van haar tweede lezing geeft Tracy Playle de zaal met betrekking tot sociale media nog stof tot nadenken mee, met haar woorden:

How can we have an Impact on the World
if we’re not talking their Language?

dinsdag 22 mei 2012

Hoger Onderwijs: crisis of kwaliteit?

Maandag 21 mei 2012
Jaap Nammensma,Tiny Hekkenberg en Doekle Terpstra















Doekle Terpstra
De jaarlijkse sectorledenvergadering van de Sector Hoger Onderwijs van CNV-Onderwijs vindt vandaag plaats in het CNV-gebouw te Utrecht. Zoals te doen gebruikelijk komen daarin naast de huishoudelijke zaken ook de actuele ontwikkelingen in het hoger onderwijs aan de orde. Voor het eerste gedeelte van deze bijeenkomst van de Sector Hoger Onderwijs is Doekle Terpstra uitgenodigd; voorheen de voorzitter van het CNV en nadien van de HBO-raad; en vandaag bij ons aanwezig in zijn actuele functie van bestuursvoorzitter van Hogeschool Inholland. Terpstra is als spreker uitgenodigd om zijn bestuurderservaring met ons te delen in het kader van het thema: ‘Hoger Onderwijs: crisis of kwaliteit’.

Crisis of kwaliteit
Doekle Terpstra vertelt over zijn ervaringen op hogeschoolnivo; over wat hij heeft waargenomen als bestuurder en als persoon. Hij geeft aan nog steeds blij te zijn dat hij de stap van de HBO-raad naar Inholland heeft gemaakt; om ook eens in de rol van hogeschoolbestuurder te stappen. Die overstap heeft hem in elk geval zicht gegeven op een aantal onvolkomenheden in het hoger onderwijs, zo vertelt hij.

Lessons learned
Terpstra begint te stellen dat de belangengroep ‘Beter Onderwijs in Nederland’ (BON) achteraf gezien meer gelijk had in haar beweringen dan hij aanvankelijk nog dacht toen hij bij de HBO-raad werkte. Bij Inholland was het bijvoorbeeld bij zijn aantreden zo dat de diensten de dienst uitmaakten, in plaats van dat de mensen uit het primair proces (het onderwijs)– bepaalden wat goed is voor het onderwijs van de hogeschool. De fifty-fifty-verhouding van diensten-onderwijzend personeel was de scheefgetrokken realiteit. Terpstra is duidelijk in zijn opstelling: éénmaal per vijf jaar moet bij organisaties in het publieke domein (zoals onderwijs en zorg) de helft van de staforganisatie eruit.

Hogeschool Inholland
Bij Hogeschool Inholland was in de loop der jaren een bestuurlijke bovenwereld gegroeid, die los van de onderwijsorganisatie functioneerde, los van het primaire proces. De hogeschool had haar zaken ook niet op orde voor wat betreft het naleven van de geldende wet- en regelgeving. Terpstra: “We moeten de wet- en regelgeving niet langer als last beschouwen, maar die als een voertuig hanteren voor ons handelen.” Het nadelige voor een hogeschool als Inholland is dat in zo’n gegeven crisissituatie alle creativiteit plat wordt geslagen en dat je als hogeschool volledig in een kramp schiet als je zo onder de loep wordt genomen. Een reëel risico voor het onderwijs van Inholland is dat docenten van het ene wantrouwen in een ander wantrouwen schieten. Een gebrek aan vertrouwen van de mensen uit het primaire proces in de mensen in de top van organisaties in bijvoorbeeld zorg, onderwijs en banken is momenteel eerder regel dan uitzondering. Vertrouwen daarentegen is een sleutelwoord, want vertrouwen in de top, betekent ook vertrouwen op de werkvloer.

Professionele ruimte
Doekle Terpstra heeft intussen ook zijn beeld over de zogenoemde ‘professionele ruimte’ in het onderwijs bijgesteld. Docenten moeten weer zelf greep krijgen op het primaire proces, op hun onderwijs. Terpstra verwacht veel van een combinatie van het invullen van die professionele ruimte in relatie tot het verantwoording afleggen over het gegeven onderwijs. In het professionele gesprek van docenten onderling moet ook de verantwoording van het eigen handelen ten opzichte van elkaar worden ingevuld. Professionele ruimte dient samen te gaan met een cultuur van elkaar aanspreken op elkaars functioneren. “Dat is een kwetsbaar onderwerp, maar toch moeten we die slag maken in het hoger onderwijs”, aldus Terpstra.
Misschien moeten we in alle arbeidsovereenkomsten ook wel vastleggen op welke wijze de hogeschooldocent zich verhoudt tot het werkveld waarvoor hij de studenten opleidt. Wellicht zouden de vakbonden dat moeten regelen; laat ze die knuppel maar in het hoenderhok gooien. Docenten moeten in hogescholen de regie weer nemen en periodiek in collegiaal verband rekenschap willen afleggen over hun werk.

Bestuur en Toezicht van hogescholen
Terpstra zoekt in zijn betoog de breedte: “We zitten in een systeemcrisis in plaats van in een crisis in één hogeschool. Een ander type leiderschap zal in het hoger onderwijs moeten ontstaan; ik zou dat toejuichen”. Hij gaat verder door te stellen dat meer mensen die afkomstig zijn uit het onderwijs in de Colleges van Bestuur moeten komen. De crisis bij Inholland is ook het resultaat van bestuurlijk falen. In de voormalige Raad van Toezicht van Inhollland zaten zeker wel gerenommeerde toezichthouders, maar die hadden geen verstand van het primaire proces in hun hogeschool. Er moet tenminste één onderwijsexpert in elke Raad van Toezicht van een hogeschool zitten; iemand die bijvoorbeeld weet hoe een OER in elkaar zit, iemand die weet hoe die Onderwijs- en Examenreglementen de hele hogeschoolorganisatie feitelijk sturen.

Centrale en decentrale kwaliteitszorg
Doekle Terpstra sluit af met de stelling dat hogescholen de kwaliteitszorg moeten decentraliseren. Daarentegen moeten Colleges van Bestuur wel de regie houden op die kwaliteitszorg. Zo zou elke hogeschool er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat ze een onderwijsauditdienst in het leven roepen, die op uitdrukkelijk verzoek van de onderwijsteams periodiek op bezoek komen bij die onderwijsteams om de kwaliteit van hun onderwijs te onderzoeken.

In gesprek met Terpstra
Na deze presentatie van Doekle Terpstra volgt een goed gesprek in grote kring. Terpstra geeft antwoord op informatieve vragen, stelt wedervragen aan de aanwezigen in de zaal en ook inventariseren we gezamenlijk of er al ‘good practices’ zijn in onze hogescholen van de door Terpstra geschetste ideaalbeelden. Die schoolvoorbeelden zijn er wel degelijk, zo blijkt uit de praktijkvoorbeelden die door de aanwezigen op grond van eigen ervaring worden genoemd

Huishoudelijk deel van de sector hoger onderwijs
Na deze boeiende presentatie en discussie gaan we in sectoraal verband verder met de agendapunten van meer huishoudelijke aard. We behandelen het verslag van onze vorige sectorledenvergadering, het jaarverslag 2011 van de Sector Hoger Onderwijs, een wijziging in ons huishoudelijk reglement, de financiële overzichten van 2011 en 2012 en het activiteitenplan voor 2012.
Aan ons jubilerend lid Gert Doornbos wordt de jubileumspeld uitgereikt.
Aan het eind van het programma staat nog de afvaardiging van de Sector Hoger Onderwijs op de agenda, waarbij wordt geïnventariseerd welke leden van onze sector beschikbaar zijn om op 28 november 2012 en op 5 juni 2013 onze sector te vertegenwoordigen in de Algemene Ledenvergadering.

Actuele ontwikkelingen in het hoger onderwijs
Een ander belangrijk agendapunt is het item ‘Actualiteit’. We bespreken de actuele ontwikkelingen in het hoger onderwijs, waaronder ontwikkelingen op hogescholen en de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO 2012). Zo spreken we bijvoorbeeld over de langstudeerdersmaatregel en de nadelige effectien die deze maatregel heeft voor deeltijdstudenten, met name ook voor de deeltijdse nascholing voor docenten in het kader van hun deskundigheidsbevordering. Met betrekking tot het thema ‘CAO’ komen onder andere de volgende onderwerpen in de plenaire discussie aan de orde: scholing, ontwikkeling, zelfontplooiing en de jaarlijkse 58 uren voor deskundigheidsbevordering van docenten. Ook bij de SOP-regeling en bij de Loonontwikkeling wordt kort stilgestaan.

zondag 26 februari 2012

Meer dan geld verdienen

Zaterdag 25 februari 2012
Cover van Doekle Terpstra's autobiografie


Droom en daad
Wat drijft Doekle Terpstra, voorheen de bevlogen voorman van het CNV, daarna voorzitter van de HBO-raad en momenteel voorzitter van het College van Bestuur van hogeschool Inholland? Wat ziet hij als zijn opdracht en hoe past Terpstra zijn dromen en zijn daden op elkaar?

Spreuken
In december 2004 kreeg ik als Sinterklaaskado het boek “Meer dan geld verdienen’, dat Terpstra in dat jaar publiceerde. Marion Rosendahl zorgde voor het omslagontwerp van deze autobiografie van Doekle Terpstra.
  • De ondertitel van dit boek is: ‘Een boek over kwetsbaarheid en kracht’.
  • Als motto staat vóórin het boek: ‘Wees realistisch, streef naar het onmogelijke’.
  • Op zijn bureau staat zijn lijfspreuk: “Waar het visioen verdwijnt, verwildert het volk” (uit Spreuken in de Bijbel, tevens een boektitel (1987) van Dorothee Sölle en ook de boektitel van Terpstra’s andere boek (2006).
  • De opdracht aan zijn dochters luidt: ‘Werk aan een werkelijkheid waarin recht wordt gedaan. Beschouw onverschilligheid als een vloek’.

Biografie
Doekle Terpstra schreef en presenteerde zijn boek in de fase (2004) in zijn loopbaan dat hij aankondigde zijn tijd als CNV-voorzitter te hebben gehad. Hij beschrijft wat hem drijft als (CNV-)vakbondsvoorzitter en als mens. Doekle is in 1956 geboren, is afkomstig uit een gereformeerd boerengezin uit het Friese Witmarsum en hij studeerde in Kampen aan de Christelijke Sociale Academie, met als studierichting ‘Personeel en Arbeid’. In 1980 begint hij zijn loopbaan bij de Industriebond CNV, waar hij onder andere actieleider, onderhandelaar en bestuurder was. In 1999 werd hij bestuursvoorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV). Ik heb Doekle Terpstra leren kennen als lid van de Landelijke Ledenraad van de Vereniging VU-Windesheim, in de periode dat hij lid was van de Raad van Toezicht van deze Vereniging en van de instellingen die van onze Vereniging uit gaan, zoals de Vrije Universiteit, het VU-medisch centrum en de Christelijke Hogeschool Windesheim.

Inspiratie
In zijn autobiografisch boek maakt Terpstra zich los van de zogenoemde ‘oneliners’. Hij schrijft over wat hij wezenlijk vindt in het leven, over wat hem inspireert en hoe hij in de praktijk van alledag vorm en inhoud geeft aan zaken als: rechtvaardigheid, solidariteit en vertrouwen. Aan de hand van voorbeelden uit zijn jeugd in Fryslân en op grond van zijn beroepsrollen als actieleider, onderhandelaar en bestuurder laat Terpstra zien hoe spiritualiteit zich in zijn denken en in zijn handelen manifesteert. De thema's ‘arbeid’ en ‘dialoog’ vormen daarin de rode draad.
Terpstra: “Het gaat om zingeving, je verantwoordelijk en verbonden voelen; zonder binding met iets of iemand, anders raakt je bestaan zijn betekenis kwijt.”

Denkrichting
Op de valreep van zijn functie bij het CNV komt ook de koers van onze christelijke vakbeweging aan bod en beschouwt Doekle Terpstra tendensen als ‘individualisering’ en ‘globalisering’. Als lezer van dit boek word je door Terpstra geconfronteerd met termen als:  zingeving, identiteit, spiritualiteit, visioenen en verantwoordelijkheid. Hij wil - geïnspireerd door het christendom - het in dit boek vooral hebben over wat richting geeft aan zijn denken.

Terpstra schrijft in zijn boek in de volgende hoofdstukken:

De Basis
We werden opgevoed met het gevoel ergens bij te horen, ergens onderdeel van te zijn. Mijn ouders, de kerk, het dorp gaven mij als bagage een aantal wezenlijke waarden mee. Wie wil nog lid zijn van een organisatie waar je ook wat voor moet doen?

Zingeving
Werk heeft te maken met bevestiging van wie je bent.
Je werk bepaalt je betrokkenheid tot de ander, geeft zin aan je bestaan.
Je moet je eigen leven leiden, je eigen kwaliteiten ontdekken en ontwikkelen.
Arbeid is participatie, een activiteit, een beweging, de manier waarop je mee bouwt aan de schepping, de gelegenheid om tot je bestemming te komen.
Mensen willen zo vroeg mogelijk in hun leven bevrijd worden van de last van dagelijkse arbeid.
Mensen willen tot hun recht komen en waardering krijgen voor wie zij zijn en wat zij doen.
Alles wat met inzet en betrokkenheid gebeurt, heeft waarde op zich.
Het gaat om je verantwoordelijk en verbonden voelen, om je betrokkenheid bij de samenleving.

Ontwikkeling
Zodra je ontdekt wat je kunt, leer je wie je bent en durf je je open te stellen voor vragen, voor kritiek.
Reflectie is een manier om je in balans te houden.
Als je leren combineert met vormen, dan verwerf je kennis die blijft hangen.
Ik vind dat studenten meer betrokken zouden moeten zijn bij hun studie, meer eisen zouden moeten stellen aan de kwaliteit van het onderwijs.
Als je regels loslaat, dan moet je handhaven vervangen door vertrouwen.
Scholing, anticiperen op de toekomst, maakt de werknemer wendbaar en weerbaar bij verandering.
Een werkgever moet mensen aan zich binden en dat lukt het beste door hen los te laten.
Laat mensen hun hoofd maar boven het maaiveld uitsteken, geef ze de mogelijkheid om risico’s te lopen en daag ze uit om fouten te maken.
Uitdagingen brengen mensen verder.
Het gaat niet zozeer om de uitdaging, maar om het verleggen van grenzen.
Wàt je doet, hoeft niet groots en indrukwekkend te zijn.
Je verricht een kleine daad en daarmee verander je de loop van de geschiedenis.
De zin van je bestaan is vaak dichterbij dan jij zelf denkt.

Dialoog
Hou alsjeblieft eens een keer op met het spelen van een slachtoffer, want daar is geen enkele reden toe.
Kiezen voor het gesprek betekent dat je bereid bent naar de argumenten van de ander te luisteren en die te betrekken in jouw eigen oordeelsvorming.
De grenzen van het redelijke worden eens bereikt.
Als je ergens voor staat, dan moet je ook bereid zijn om strijd te leveren.
Macht tegen macht, gaat altijd ten koste van iets of iemand.
Het beschadigt mensen en relaties en levert per saldo weinig op.
Strijd kan nooit een doel zijn.
Mensen zoeken juist naar harmonie.

Matigheid
Wij zijn rentmeesters van de schepping, en daarbij gaat het niet om meer, meer, meer, maar om beheren en bewaren.
Als ouders kun je niet veel meer dan je waarden laten zien in de prioriteiten die je stelt, in je doen en laten en in je koopgedrag.
Het moet naar mijn idee vooral gaan om vernieuwing van arbeidsverhoudingen, om vernieuwing van betrokkenheid.
Alleen door innoveren kunnen Nederlandse bedrijven straks nog overleven.
De oplossing ligt in slimmere manieren van werken.
Dan praat je over plattere organisaties en medewerkers de ruimte geven om zelf met creatieve ideeën te komen.
Bijbelse verhalen beschrijven de realiteit niet, maar laten ons de omgekeerde wereld zien.
Voor mij is de essentie van de Bijbel: mensen worden geroepen om hun verantwoordelijkheid te nemen.
Niemand hoeft aan de kant te staan.
Het is een menselijke neiging om de eigen problemen groter te zien dan de problemen van anderen.

Rechtvaardigheid
Bij moreel besef kijk je naar je eigen gedrag, naar je persoonlijke verantwoordelijkheid en naar je eigen integriteit.
De baas moet het goede voorbeeld geven.
Alleen via bescheidenheid kun je genereus zijn.
Mensen die niet in staat zijn om zelf in hun inkomen te voorzien, verdienen ondersteuning en geen straf.
De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen.
De overheidssubsidie aan de rijken past niet meer in deze tijd.
Levensbeschouwing is verankerd als een onderdeel van onze traditie.
De overheid zou moeten werken als een schild voor de zwakken.

Verantwoordelijkheid
Je bent de ander wat verschuldigd.
Juist de vraag van een ander geeft blijkbaar zin aan ons bestaan.
Zonder binding met iets of iemand anders, raakt je bestaan als mens zijn betekenis kwijt.
Soms moet je je verantwoordelijkheid juist niet nemen.
Je moet met je gezicht naar de werkelijkheid gaan staan en je verantwoordelijkheid nemen om er iets aan te doen.
Ik heb het gevoel dat we geroepen zijn om een kathedraal te bouwen.
Sociale zekerheid is een vorm van solidariteit tussen mensen.
De overheid heeft een groot probleem: het ideologische referentiekader is verdwenen.
Het concept dat politici oproepen, is een doe-het-zelf-construct.
In de nieuwe politiek krijgt solidariteit geen plaats en ontbreekt het in het verantwoordelijkheidsbegrip volledig aan wederkerigheid.
Zelfredzaamheid is een ontkenning van het wezenlijke van de mens.
Behandel mensen net zolang als arbeidsongeschikt totdat het tegendeel is bewezen.
Mensen moeten openstaan voor maatschappelijke deelname.
Werkgevers moeten af van de benadering dat ieder kneusje zo vlug mogelijk richting poort gaat.
Mensen raken (vaak) buiten hun schuld buiten het arbeidsproces.
Te weinig aandacht aan arbeidsomstandigheden kan leiden tot meer ziekte en arbeidsongeschiktheid.
Mensen moeten ‘eigenaar’ van hun probleem kunnen zijn.
Wat jij doet, de keuzes die jij maakt, hebben invloed op mij, dat kun je niet ontkennen, daar moet je verantwoordelijkheid voor nemen.

Verbondenheid
Mijn belangrijkste community is mijn gezin.
Als je mensen open tegemoet treedt en aanspreekt op hun talenten, krijg je veel terug.
Als je ook de verbondenheid met de gemeenschap herkent, kom je heel ver met elkaar.
Als je je kwetsbaar, afhankelijk durft op te stellen, kun je samen bergen verzetten.
Ik zoek mensen met wie ik mij verbonden voel.
De waarden en normen die je van huis uit meekrijgt, spelen een rol in de rest van je leven.
Niemand wil alleen zijn.
Een onderneming moet werken vanuit bepaalde waarden en dat zichtbaar maken in haar omgeving met de wereld.
In mijn wijze van zien mag je je niet zó identificeren met een onderwerp, dat je daarmee een ander in gewetensnood brengt.
Het woord ‘onbarmhartig’ mag wel eens wat vaker gebruikt worden.
Je primaire focus als vakbond ligt bij de mensen die je betalen, en je worstelt met de mogelijkheden voor mensen die je niet betalen.
Ik typeer mezelf ‘slapend lid’ van het CDA.
Maar ik vind dat ik kleur moet bekennen.
De overheid moet vooral de resultante zijn van de maatschappelijke vitaliteit en van maatschappelijke ontwikkelingen.
Ik geloof in de rol van het maatschappelijk middenveld.
Naast ‘gespreide verantwoordelijkheid’ is een tweede sleutelbegrip in de christen-democratie het ‘voorzorgprincipe’: dat je in je huidige handelen nadenkt over en rekening houdt met de toekomstige gevolgen van je handelen.
Hooghartig gedrag staat haaks op christelijke waarden.
Binnen het CDA is jammer genoeg geen echte discussie over de spanning die er is tussen ‘de leer’ en ‘het leven’.
Ik kom heel veel politiek opportunisme tegen: er wordt calculerend gedacht, er wordt gedacht in termen van macht.
Het ontbreekt de partij aan intern debat.
Was er maar wat meer ideologie, want dan ging het weer ergens over.

Zelfstandigheid
In mijn ervaring was sociale controle: oog voor elkaar hebben, op elkaar letten, voorkómen dat mensen tussen wal en schip raken.
Sociale controle is ook sociale cohesie.
Ik heb uit mijn dorp (Witmarsum) meegekregen dat mensen er voor elkaar zijn, en dat vind ik een groot goed.
Je helpt elkaar om zelfstandig te zijn.
Zo elimineer je ook onverschilligheid.
Mensen verbinden zich met de inhoud, minder met de organisatie.
Wij organiseren niet langer mensen, maar wij organiseren hun ideeën, hun beleving, hun betrokkenheid.
Het gaat in de kern nooit om regels, maar om een houding.
Regelgeving helpt altijd maar even; iedereen vergeet wat de drijfveer was.
We moeten ook zoeken naar nieuwe vormen van betrokkenheid.
We moeten diversiteit en differentiatie in onze oplossingen toelaten.

Leiderschap
Toch is het mijn overtuiging dat geen mens zonder referentiekader kan, en dat je van een leidinggevende zelfs mag eisen dat hij dit expliciet maakt.
Mensen die samen een ideologie delen, zullen elkaars keuzes eerder begrijpen dan mensen die een ander referentiekader hanteren.
Als je de leiding krijgt, wordt je de zorg voor je medewerkers toevertrouwd.
Leidinggeven is dan ook een dienstbare activiteit, niet de bezigheid van een baasje.
Maar je moet wel sturing geven en beslissingen nemen voor anderen.
Leiderschap is het nemen van verantwoordelijkheid om samen de kar te trekken.
Onzekerheid vertaalde zich in weerstand.
Ik heb geleerd dat ik door extra druk te geven eerder contraproductief werk, dan dat ik de zaak de goede kant op krijg.
Argumenten doen er niet toe, de wil maakt het verschil.
Je moet dus eerst de politieke wil organiseren, anders lopen alle wegen dood.
Je kunt niet anders dan accepteren dat het soms minder hard gaat dan je zou willen – zolang het maar de goede kant op blijft gaan.
Er is een soort permanente beoordeling – ook in de media – van wat je doet, zegt of juist niet zegt.
Je moet niet alles zeggen wat je weet, want dat kan schadelijk zijn voor je positie.
Tegelijk moet je ook wel jezelf blijven.
Je moet eigenlijk steeds proberen om integer en betrouwbaar te blijven, zonder volkomen eerlijk en open te zijn.
Een afspraak is een afspraak; een toezegging is een toezegging.
De grens wordt bereikt als de manier waarop jij het spel speelt, ten koste van de ander gaat.
Als ik vertrouwen wil uitstralen, dan moet ik mij met de inhoud verbonden weten.
Je moet scherp houden dat in het professionele proces het resultaat telt, en in de persoonlijke sfeer heel andere dingen.
Het geheim van leidinggeven: dicht bij jezelf blijven.
Krachtig leiderschap is juist ook laten zien waar je twijfels zitten, wat je kwetsbaarheid is.
Durf het aan om iemand maximaal vertrouwen te geven.
Zorg ervoor dat je mensen krijgt die zich identificeren met jouw ideeën en er helemaal voor willen gaan.
Als je leiding wilt geven, zul je het vertrouwen moeten zien te winnen.

Vertrouwen
De beelden van de Bijbel heb ik nodig om mezelf te voeden; ze geven me energie voor het werk dat ik elke dag doe.
Ik heb het gevoel dat ik geroepen ben om deel te nemen.
Geloof is van wezenlijk belang voor mensen.
Doordenken doe je nooit alleen, daar heb je anderen bij nodig.
Geloven is niet ‘verander de ander’, maar ‘verander jezelf’.
Het gaat om de kracht van de lokale gemeenschap.
Initiatieven moeten van onderaf komen, uit de lokale gemeenschappen.
Jonge mensen haken niet af op geloof, maar op de institutie.
Beleid met directieven van bovenaf is geen lang leven beschoren.
Beter is stimuleren, enthousiasmeren, ondersteuning aanbieden.
Het adagium ‘verantwoordelijkheid terug naar de burger’ geldt ook in de kerken.
De ziel van het kerkelijk bedrijf zit in de mensen zelf.
De kerken horen een manifestatie te zijn van betrokkenheid van de mensen zelf.
Als mensen het zelf niet meer vormgeven, dan moet je het niet kunstmatig doen.
Steek vooral energie in het managen van netwerkvorming en diversiteit.
Kracht schuilt niet in beheersing, maar in loslaten.
Laat duizend bloemen bloeien.
De afspraken die nodig zijn voor het dagelijks leven, regel je ongeschreven met elkaar.
De verbinding tussen mensen ligt vast in begrippen als respect en vertrouwen.
Geef mensen de mogelijkheden om zaken met elkaar te regelen.
Je moet betrokkenheid organiseren; dat kan door medewerkers meer vrijheden te geven en meer in hen te investeren.
Delen bleek een uitkomst: een versterking, geen verzwakking.
Vertrouwen groeit door met anderen te praten over het werk, over de problemen, de bedreigingen, de kansen.
Je kunt nooit vertrouwen vragen als je het zelf niet geeft; door het te geven, groeit het; het gaat om delen.
Vertrouwen moet groeien, maar het kan er ook ineens zijn.
Er moet vertrouwen zijn tussen mensen, wederzijdse belangstelling.
Met wantrouwen valt niet te werken.
Ik wil het gevoel van vertrouwen blijven houden, anders kan ik niet werken.
Het basisvertrouwen is wezenlijk.
Cynisme is verdriet verpakt in prikkeldraad.
Ik vind mensen interessant die kleur bekennen, die laten zien dat hun persoonlijkheid is verbonden met wat zij doen en bepleiten.
Ik ontmoet mensen die nooit verder komen dan hun zakelijke boodschap.

Spiritualiteit
Ik ben verwonderd over wat de rationaliteit overstijgt; noem dat maar het werk van de Heilige Geest.
Een christelijke identiteit heeft te maken met zoeken en tasten naar antwoorden vanuit het evangelie.
Het gaat in de Bijbel om het zichtbaar maken van verantwoordelijkheid: het leveren van een bijdrage aan een samenleving waarin recht wordt gedaan en mensen tot hun bestemming kunnen komen.
Wees je bewust van je daden en neem er verantwoordelijkheid voor.
De kracht van religie is dat het een integraal deel is van jezelf en dat je praktijk en leer met elkaar probeert te verbinden.
Mensen van nu laten zich aanspreken door rituelen, door klank, kleur en geur.
Juist ook door rituelen komt het geloof steeds dichter bij mijzelf te staan.
Als dagelijkse inspiratiebron spelen mijn vrouw en dochters de hoofdrol.
Om intuïtie te voeden, moet je ook veel contact met mensen hebben; veel praten met anderen, maar vooral luisteren, proberen te horen wat er achter hun woorden schuilgaat.
Het gaat meestal om onderliggende gevoelens, als je daar geen aandacht aan besteedt, blijft de onrust.
Het gevoel van mensen geeft je altijd de richting aan.
Een visioen zou ik willen benoemen als dat vage en ongrijpbare moment waarin we kort iets ondergaan, dat niet te beschrijven is.
Een visioen roept beweging op.
De waarheid hoef je slechts één keer te horen om hem nooit te vergeten.
Als je iets goed doet, mag je trots zijn op wat je doet.
Dat geeft je vertrouwen, en met zelfvertrouwen durf je kwetsbaarheid te laten zien.
Vrienden en collega’s houden je op het juiste spoor door hun observaties en hun feedback.

Vakbeweging in de 21e eeuw
Ik hoor mensen nooit naar zekerheden vragen, wel naar betrouwbaarheid.
Solidariteit is verschoven naar het meer individuele niveau.
Er is wel een bepaalde mate van zekerheid nodig om tot je bestemming te kunnen komen.
De zekerheden die we zoeken, veranderen met de tijd.
Baanzekerheid proberen we nu te vervangen door werkzekerheid.
We moeten er vooral voor zorgen dat we een samenleving bouwen die ook voor de toekomst houdbaar en sociaal is.
De enige weg daartoe is om draagvlak in de samenleving te genereren, mobilisatiekracht aan te spreken en samen de nodige ontwikkelingen door te maken.
Soms vind ik wel dat we te veel geprofessionaliseerd hebben; de verschuiving naar professionele uitvoering zien we overal.
Hoe solidariseren we individualisering?
Identiteit verplicht.
Je staat bij wat je doet niet onverschillig tegenover die andere mens.
Wij zijn een professionele organisatie, die steeds professioneler wordt; en dat is niet op voorhand de goede weg.
We moeten de beweging teruggeven aan de leden.
Mensen informeren en betrekken bij de besluitvorming is een bestaansvoorwaarde.
Wij moeten de kennis bruikbaar maken voor de doelen die we willen bereiken.
Kennis die je wordt aangereikt, verbindt je eigenlijk met de harten van mensen.
Een tegenbeweging is een organisatie die zich niet laat leiden door de waan van de dag.
De werkende mens moet op waardige wijze afscheid kunnen nemen van zijn werkzame leven; dat moet op respectvolle wijze worden geregeld.
Er is een permanente spanning tussen de realiteit van het moment en je opvatting over het te bereiken doel; dat vraagt om balanceren.
Je moet rekening durven houden met de omstandigheden waarin mensen hun werk hebben gedaan.
Bij de vraag hoe wij de participatie van ouderen willen verhogen, hoort een gedifferentieerde aanpak.
Je moet ervoor waken dat je alleen maar staat voor het belang van je eigen groep, omdat jouw belang op lange termijn gebaat is bij aandacht voor de belangen van anderen.
Als je gezag hebt, krijg je invloed – geen macht.

De wereld is een dorp
Europa is het land van de toekomst.
Als je alleen maar oog hebt voor de kracht van de sterkste, gaat het fout.
Wij moeten de collega’s werkelijk willen ontmoeten, ons werkelijk bezighouden met wat hem of haar bezighoudt.
Wij zijn er ook voor anderen, net als die anderen er ook voor ons zijn.
Er zijn andere werkelijkheden en daar moet ik rekening mee houden – hoe ongemakkelijk dat soms ook is.
De kern van vakbondswerk: mensen gaan schouder aan schouder staan, verbinden zich met elkaar op zoek naar een betere wereld.

Tenslotte
Ook sterke mensen zijn kwetsbaar en kunnen tussen de wal en het schip vallen.
De verantwoordelijkheid die je hebt voor je eigen ontplooiing, geldt ook anderen.
Als een regering slechte directieven geeft en geen dialoog aangaat, dan werkt dat onthechtend; dat maakt onnodig veel vertrouwen stuk.
Opgelegd moralisme, waarin samenhang en dialoog ontbreken, demotiveren alleen maar en dagen mensen niet uit tot het leveren van een bijdrage aan oplossingen.
Mensen kunnen niet zonder elkaar, dat is existentieel.

It is

Is het omdat wij beiden Friezen zijn?
Is het omdat wij van oorsprong gereformeerde ‘mannenbroeders’ zijn?
Is het omdat wij ons willen laten inspireren door Gods Woord?
Is het omdat wij hetzelfde hebben gezien en voortdurend waarnemen?
Is het omdat wij (van) christelijk onderwijs genoten?
Is het omdat wij hetzelfde lazen, lezen, hoorden en horen?
Is het omdat wij participeren in dezelfde organisaties en verbanden?

Is het daarom dat wij zonder spreken hetzelfde denken?
Is het daarom dat wij dezelfde taal spreken?
Is het daarom dat dit onze ‘drive’ is?
Is het daarom dat wij het (h)erkennen?

It is sa, tinkt my.