Posts tonen met het label Terpstra. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Terpstra. Alle posts tonen

donderdag 31 mei 2012

We worden steeds socialer


Donderdag 31 mei 2012


Presentatie van Pieter van Helvoirt, van Adobe Systems Benelux












Het eerste #ncosm!
Het is vandaag de eerste keer dat het ‘Nationaal Congres Onderwijs & Sociale Media’ wordt georganiseerd. De congrestitel is: ‘We worden steeds socialer’. Deze bijeenkomst wordt georganiseerd door Formedia in hogeschool Inholland in Diemen. Dat er behoefte is aan zo’n congres, blijkt uit het feit dat in betrekkelijk korte tijd de 350 beschikbare plaatsen werden bezet. Alle universiteiten, bijna alle hogescholen en de helft van alle ROC’s is vandaag vertegenwoordigd. Het is een congres om nader kennis te maken met de wereld van de sociale media in het onderwijs, om kennis te nemen van de laatste trends en van ‘best practices’ van collega-onderwijsinstellingen in Nederland en daarbuiten. Om 9.30 uur wordt het congres geopend door congresvoorzitter Sieb Kroeske.

Sociale media als aanwinst voor het onderwijs
Eerste keynote speaker is Doekle Terpstra, de voorzitter van het College van Bestuur van hogeschool Inholland. Aanvankelijk stond hij sceptisch tegenover sociale media in het onderwijs, maar nadat hij op aanraden van de afdeling Communicatie van Inholland actief werd op Twitter, werd hij actief gebruiker van Twitter, met een groot aantal volgers en overwegend positieve reacties. 
Doekle Terpstra vertelt:
  • Hoge snelheid en groot bereik zijn voordelen van Twitter;
  • Als je niet verbonden bent met deze sociale media, zie je niet meer wat je niet hoeft te zien, maar zie je óók niet wat je wèl had willen zien;
  • De hoogste participatiegraad van sociale media vinden we in de leeftijdsklasse van 40-64 jaar, namelijk 43% van de populatie;
  • Voor mij is de grootste les van sociale media zoals Twitter dat je samen je hogeschool transparant maakt; dat je je verbindt met je ‘stakeholders’, dat je anderen meeneemt en laat delen in je strategische agenda. Het is ook een manier om met elkaar in gesprek te zijn.
  • Met sociale media kun je de reputatie van je hogeschool ‘branden’; dat  hoeft dan niet uitsluitend via je hogeschoolafdeling Communicatie.
  • Je moet er wel voor zorgen dat je je eigen’ zijn’ verbindt met de centrale waarden van je hogeschool; ik doe dat bijvoorbeeld met behulp van mijn nevenwerkzaamheden op het gebied van sport en ook in het politiek-maatschappelijk debat. Uiteindelijk gaat het om jouw kwalitatieve bijdrage aan het versterken van de waarden waar je als hogeschool voor staat.
  • De irritatiefactor van sociale media is groot. Je moet er met name voor zorgen dat je de gebruikelijke gang van zaken in de lijnorganisatie niet frustreert. Het is de kunst - en daar zit de toegevoegde waarde van sociale media – dat je de gewenste reputatie van je hogeschool verbindt met je stijl van leiderschap.
  • Qua impact van sociale media staan we nog op een kruispunt en kennen we de gevolgen van social media voor het onderwijs nog niet. We zitten nog steeds in de experimentele ontwikkeling en de grote doorbraken van sociale media in het onderwijs zullen nog komen. Sociale media zijn niet alleen (meer) fun. We moeten ze veel strategischer inzetten, zeker ook om je studenten aan je hogeschool te verbinden. Sociale media moeten veel meer in onze kernstrategie, in onze communicatie en in ons onderwijs. We moeten de overgang van fun naar strategie realiseren.
  • Waarom zien we er nog niet op toe als bestuur en management dàt onze medewerkers sociale media (gaan) gebruiken. Het onderwijs moet ermee aan de slag. Het moet uitdagender. Onze kennis moeten we steeds transparanter maken; kennis moet de wereld in, moeten we openbreken voor de wereld. Geen protectionisme dus meer, maar overgaan naar open source-aanpak. Hiervoor is een permanente ‘awareness’ nodig en we moeten daarbij het gedrag van onze jongeren meer naar binnen halen.
Pathologie kan ook via Facebook en Youtube
Tweede spreker is prof.dr. Wolter Mooi, hoogleraar Pathologie bij het VU-medisch centrum en enthousiast gebruiker van Facebook en YouTube, teneinde  met zijn webcolleges, digitale practica, kennnisclips en zelftoetsingsapplicaties de afstand tussen de docent en de student te verkleinen.  Zijn lezing is getiteld: ‘Docent, laat je gezicht zien’.
Walter Mooi vertelt:
  • Zoek ook het persoonlijke contact met je studenten.
  • Als Facebook ervoor zorgt dat studeren fun wordt, is Facebook nuttig, want fun is belangrijk, omdat je als student met plezier moet studeren. Youtube is bijvoorbeeld een mooi medium om iets wat ingewikkeld is, duidelijk te maken. Voor jou als docent is Youtube dan heerlijk en kun je daarmee helemaal ‘gaan’. Het doel is ook niet om je collegezaal vol te krijgen – want dat gebeurt toch wel als je het goed doet – maar het gaat vooral om goede prestaties van studenten bij leren en toetsen.
  • Reputatieschade bij Facebook komt hard aan. Zorg er dus voor dat je op Facebook bijvoorbeeld niet negatief bent, niet beledigend, noem geen vertrouwelijke zaken, houd er rekening mee dat een ander iets van jou in jouw nadeel zou kunnen gebruiken, wees zuinig op je persoonlijke online imago en waarschuw elkaar als je iets van elkaar tegenkomt op sociale media wat je riskant voor jezelf of voor die ander vindt.

Drie programmasporen
Tussen 11.30 en 15.30 uur gaat het congresprogramma door in drie sporen, te weten: ‘Marketing, Communicatie en Reputatiemanagement’, ‘Onderwijspraktijk’ en ‘Wegwijs in één dag’. De congresdeelnemers gaan uiteen in de drie programmasporen. Ik woon het eerstgenoemde programmaspoor bij, dat o.a. is gericht op het managen van de reputatie van je onderwijsinstelling.
De eerste spreker van dit spoor is Tracy Playle, oprichter-directeur van Pickle Jar Communications. Ze is een ervaren sociaal mediastrateeg, die inmiddels tientallen Britse hoger onderwijsinstellingen begeleidde. Ze verzorgt vandaag twee lezingen. De eerste is getiteld “Impact of  Social Media on Communications & Marketing Approaches’ en haar tweede lezing later op de middag in het plenaire programma is getiteld: ‘Changing the face of the education landscape’.

Tracy Playle
Sociale media beïnvloeden je marketing en je reputatie. Zorg er bovenal voor dat je het als organisatie goed doet, want dat is de reden dat mensen zich aan jouw organisatie zullen verbinden. ‘Playtime is over’ en sociale media zijn fun, maar we moeten het nu verstandig gaan inzetten in onze strategie en in onze planning. Vaak wordt er als onderwijsinstelling te laat nagedacht over wat je bij bepaalde zaken met sociale media wilt doen. Ga dus je organisatiedoelen met betrekking tot sociale media ‘SMART’ formuleren. Kies een doelgroepgerichte benadering. Houd rekening met wie het allemaal zullen zien en houdt daarbij rekening met culturele verschillen.

Met sociale media is de verandering ook weer niet al te groot, want wat we vroeger aan sociale zaken allemaal al deden, doen we nu nog, maar nu gebruiken we daar technologische middelen voor. Voor wat betreft de inzet van sociale media moeten voortaan het Onderwijs en de afdelingen Marketing en Communicatie met elkaar samenwerken. We moeten ons ernstig afvragen of wij echt geven om onze klant, onze student. Kunnen we het ons eigenlijk wel veroorloven om niets met sociale media te doen? We hebben immers te maken met een ‘power shift in the education landscape’. Onderwijs is voor de student vaak saai, dus we moeten nu wel iets met sociale media in het onderwijs doen, want er gebeurt op het gebied van sociale media momenteel ‘exciting’ veel.

Social Media bij studentenwerving
Dan volgt in dit programmaspoor spreker Steven de Boer, sociale media-redacteur bij de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij presenteert allerhande praktijkvoorbeelden met als thema: ‘Sociale Media en Studentenwerving: Luisteren, Reageren, Informeren en Reclame maken’. Hij vertelt over de wijze waarop hij zich verbindt met potentiële studenten in het oriëntatieproces op de vervolgstudie van scholieren. Hij vertelt dat je daarbij met sociale media behulpzaam kunt zijn, 24/7. Zijn voorkeur gaat uit naar een interactieve benadering, gericht op relatie en dienstverlening, opdat je als onderwijsinstelling een positief beeld achterlaat bij de aanstaande student.

Cloud Computing
Tijdens de lunchsessie spreekt Pieter van Helvoirt, werkzaam bij Adobe Systems Benelux. Hij toont voorbeelden van ‘Persoonlijker communiceren door sociale media’. Adobe was vroeger  gericht op ‘Create’, met haar Adobe Creative Solutions, tegenwoordig Adobe Creative Cloud. Adobe heeft de overstap van Create gemaakt naar ‘Publish’ met haar Adobe Marketing Cloud. Men kan tegenwoordig de gecreëerde content in een Tablet Publishing-omgeving met Adobe-tools door middel van metadata gepersonaliseerd naar de gebruiker brengen. Daarmee slaat Adobe de brug tussen met name IT en Marketing.

Reputation Management
Daarna volgt spreker Sjoerd de Vries, universitair docent van de Universiteit Twente en lector ‘Social Media en Reputatiemanagement’ bij de NHL Hogeschool. Zijn lezing gaat over ‘Social Media en Reputatie-, Issue- en Crisismanagement’. Corporate Reputation  Management vraagt doelgericht en systematisch werken. Je moet als onderwijsinstelling meegaan met de trends van sociale media. Sociale media kunnen namelijk sociaal gedrag online mogelijk maken. Sociale media zullen voor een groot deel het mediaproces veroveren  Het reputatiemanagement zal steeds meer ingevuld worden als de optelsom van alles wat medewerkers en studenten van een hogeschool doen op het web. Als hogeschool moet je een kader ontwikkelen om verantwoord en succesvol met sociale media om te gaan. Het gaat er niet om wat de sociale media jou als onderwijsinstelling oplevert; maar het gaat er wèl om wat sociale media je klant, je (potentiële) student, oplevert. Denk dus niet aan jezelf, maar aan wat relevant is voor je klant.

Het onderwijs is leading
De laatste deelsessie in dit programmaspoor wordt verzorgd door Jurgen ten Brummelen van de stafafdeling Communicatie en René Boonstra van de opleiding Communicatie, beiden van Inholland. Hun sessietitel luidt: ‘Wat komt eerst, marketing of onderwijs?’. Ze spreken over Community, Online service, Advertising en Marketing. Volgens hen moet iedereen van Inholland meedoen; iedereen moet meehelpen om de community tree op te tuigen; iedereen moet meedoen om verbinding te maken. De managers moeten draagvlak creëren en medewerkers stimuleren en waarderen. De Inholland-doelen in dezen zijn: verbinden, kennis delen, krachten bundelen en participatie. Om dat allemaal te bereiken, worden community-sessies en kenniscafé’s georganiseerd, worden drempels weggenomen en moeten sociale media in het onderwijs worden geïntegreerd. Men moet durven te experimenteren, ambassadeurs van sociale media zoeken, niet bang zijn en het social DNA laten groeien. Marketing is de aanjager, maar het onderwijs moet ‘leading’ zijn.

Landelijke Benchmark Websites Hoger Onderwijsinstellingen
Voordat Tracy Playle voor de tweede maal spreekt - maar nu als keynote speaker - volgt de voorlaatste spreker. Het is Nico van Hemert, Managing Partner van Strategy on Demand, de mede-initiatiefnemer van ‘Benchmark Websites Hoger Onderwijs’. Nico spreekt over ‘Social Media en het Hoger Onderwijs’ en presenteert de eerste, voorlopige resultaten van het recent afgeronde onderzoek., waarin een groep studenten de websites van Nederlandse universiteiten en hogescholen heeft beoordeeld. Op 21 juni 2012 zal op de “Dag van de excellentie’ het onderzoeksrapport van deze jaarlijkse benchmark worden gepresenteerd.

Food for thought
Aan het eind van haar tweede lezing geeft Tracy Playle de zaal met betrekking tot sociale media nog stof tot nadenken mee, met haar woorden:

How can we have an Impact on the World
if we’re not talking their Language?

dinsdag 22 mei 2012

Hoger Onderwijs: crisis of kwaliteit?

Maandag 21 mei 2012
Jaap Nammensma,Tiny Hekkenberg en Doekle Terpstra















Doekle Terpstra
De jaarlijkse sectorledenvergadering van de Sector Hoger Onderwijs van CNV-Onderwijs vindt vandaag plaats in het CNV-gebouw te Utrecht. Zoals te doen gebruikelijk komen daarin naast de huishoudelijke zaken ook de actuele ontwikkelingen in het hoger onderwijs aan de orde. Voor het eerste gedeelte van deze bijeenkomst van de Sector Hoger Onderwijs is Doekle Terpstra uitgenodigd; voorheen de voorzitter van het CNV en nadien van de HBO-raad; en vandaag bij ons aanwezig in zijn actuele functie van bestuursvoorzitter van Hogeschool Inholland. Terpstra is als spreker uitgenodigd om zijn bestuurderservaring met ons te delen in het kader van het thema: ‘Hoger Onderwijs: crisis of kwaliteit’.

Crisis of kwaliteit
Doekle Terpstra vertelt over zijn ervaringen op hogeschoolnivo; over wat hij heeft waargenomen als bestuurder en als persoon. Hij geeft aan nog steeds blij te zijn dat hij de stap van de HBO-raad naar Inholland heeft gemaakt; om ook eens in de rol van hogeschoolbestuurder te stappen. Die overstap heeft hem in elk geval zicht gegeven op een aantal onvolkomenheden in het hoger onderwijs, zo vertelt hij.

Lessons learned
Terpstra begint te stellen dat de belangengroep ‘Beter Onderwijs in Nederland’ (BON) achteraf gezien meer gelijk had in haar beweringen dan hij aanvankelijk nog dacht toen hij bij de HBO-raad werkte. Bij Inholland was het bijvoorbeeld bij zijn aantreden zo dat de diensten de dienst uitmaakten, in plaats van dat de mensen uit het primair proces (het onderwijs)– bepaalden wat goed is voor het onderwijs van de hogeschool. De fifty-fifty-verhouding van diensten-onderwijzend personeel was de scheefgetrokken realiteit. Terpstra is duidelijk in zijn opstelling: éénmaal per vijf jaar moet bij organisaties in het publieke domein (zoals onderwijs en zorg) de helft van de staforganisatie eruit.

Hogeschool Inholland
Bij Hogeschool Inholland was in de loop der jaren een bestuurlijke bovenwereld gegroeid, die los van de onderwijsorganisatie functioneerde, los van het primaire proces. De hogeschool had haar zaken ook niet op orde voor wat betreft het naleven van de geldende wet- en regelgeving. Terpstra: “We moeten de wet- en regelgeving niet langer als last beschouwen, maar die als een voertuig hanteren voor ons handelen.” Het nadelige voor een hogeschool als Inholland is dat in zo’n gegeven crisissituatie alle creativiteit plat wordt geslagen en dat je als hogeschool volledig in een kramp schiet als je zo onder de loep wordt genomen. Een reëel risico voor het onderwijs van Inholland is dat docenten van het ene wantrouwen in een ander wantrouwen schieten. Een gebrek aan vertrouwen van de mensen uit het primaire proces in de mensen in de top van organisaties in bijvoorbeeld zorg, onderwijs en banken is momenteel eerder regel dan uitzondering. Vertrouwen daarentegen is een sleutelwoord, want vertrouwen in de top, betekent ook vertrouwen op de werkvloer.

Professionele ruimte
Doekle Terpstra heeft intussen ook zijn beeld over de zogenoemde ‘professionele ruimte’ in het onderwijs bijgesteld. Docenten moeten weer zelf greep krijgen op het primaire proces, op hun onderwijs. Terpstra verwacht veel van een combinatie van het invullen van die professionele ruimte in relatie tot het verantwoording afleggen over het gegeven onderwijs. In het professionele gesprek van docenten onderling moet ook de verantwoording van het eigen handelen ten opzichte van elkaar worden ingevuld. Professionele ruimte dient samen te gaan met een cultuur van elkaar aanspreken op elkaars functioneren. “Dat is een kwetsbaar onderwerp, maar toch moeten we die slag maken in het hoger onderwijs”, aldus Terpstra.
Misschien moeten we in alle arbeidsovereenkomsten ook wel vastleggen op welke wijze de hogeschooldocent zich verhoudt tot het werkveld waarvoor hij de studenten opleidt. Wellicht zouden de vakbonden dat moeten regelen; laat ze die knuppel maar in het hoenderhok gooien. Docenten moeten in hogescholen de regie weer nemen en periodiek in collegiaal verband rekenschap willen afleggen over hun werk.

Bestuur en Toezicht van hogescholen
Terpstra zoekt in zijn betoog de breedte: “We zitten in een systeemcrisis in plaats van in een crisis in één hogeschool. Een ander type leiderschap zal in het hoger onderwijs moeten ontstaan; ik zou dat toejuichen”. Hij gaat verder door te stellen dat meer mensen die afkomstig zijn uit het onderwijs in de Colleges van Bestuur moeten komen. De crisis bij Inholland is ook het resultaat van bestuurlijk falen. In de voormalige Raad van Toezicht van Inhollland zaten zeker wel gerenommeerde toezichthouders, maar die hadden geen verstand van het primaire proces in hun hogeschool. Er moet tenminste één onderwijsexpert in elke Raad van Toezicht van een hogeschool zitten; iemand die bijvoorbeeld weet hoe een OER in elkaar zit, iemand die weet hoe die Onderwijs- en Examenreglementen de hele hogeschoolorganisatie feitelijk sturen.

Centrale en decentrale kwaliteitszorg
Doekle Terpstra sluit af met de stelling dat hogescholen de kwaliteitszorg moeten decentraliseren. Daarentegen moeten Colleges van Bestuur wel de regie houden op die kwaliteitszorg. Zo zou elke hogeschool er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat ze een onderwijsauditdienst in het leven roepen, die op uitdrukkelijk verzoek van de onderwijsteams periodiek op bezoek komen bij die onderwijsteams om de kwaliteit van hun onderwijs te onderzoeken.

In gesprek met Terpstra
Na deze presentatie van Doekle Terpstra volgt een goed gesprek in grote kring. Terpstra geeft antwoord op informatieve vragen, stelt wedervragen aan de aanwezigen in de zaal en ook inventariseren we gezamenlijk of er al ‘good practices’ zijn in onze hogescholen van de door Terpstra geschetste ideaalbeelden. Die schoolvoorbeelden zijn er wel degelijk, zo blijkt uit de praktijkvoorbeelden die door de aanwezigen op grond van eigen ervaring worden genoemd

Huishoudelijk deel van de sector hoger onderwijs
Na deze boeiende presentatie en discussie gaan we in sectoraal verband verder met de agendapunten van meer huishoudelijke aard. We behandelen het verslag van onze vorige sectorledenvergadering, het jaarverslag 2011 van de Sector Hoger Onderwijs, een wijziging in ons huishoudelijk reglement, de financiële overzichten van 2011 en 2012 en het activiteitenplan voor 2012.
Aan ons jubilerend lid Gert Doornbos wordt de jubileumspeld uitgereikt.
Aan het eind van het programma staat nog de afvaardiging van de Sector Hoger Onderwijs op de agenda, waarbij wordt geïnventariseerd welke leden van onze sector beschikbaar zijn om op 28 november 2012 en op 5 juni 2013 onze sector te vertegenwoordigen in de Algemene Ledenvergadering.

Actuele ontwikkelingen in het hoger onderwijs
Een ander belangrijk agendapunt is het item ‘Actualiteit’. We bespreken de actuele ontwikkelingen in het hoger onderwijs, waaronder ontwikkelingen op hogescholen en de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO 2012). Zo spreken we bijvoorbeeld over de langstudeerdersmaatregel en de nadelige effectien die deze maatregel heeft voor deeltijdstudenten, met name ook voor de deeltijdse nascholing voor docenten in het kader van hun deskundigheidsbevordering. Met betrekking tot het thema ‘CAO’ komen onder andere de volgende onderwerpen in de plenaire discussie aan de orde: scholing, ontwikkeling, zelfontplooiing en de jaarlijkse 58 uren voor deskundigheidsbevordering van docenten. Ook bij de SOP-regeling en bij de Loonontwikkeling wordt kort stilgestaan.

zondag 26 februari 2012

Meer dan geld verdienen

Zaterdag 25 februari 2012
Cover van Doekle Terpstra's autobiografie


Droom en daad
Wat drijft Doekle Terpstra, voorheen de bevlogen voorman van het CNV, daarna voorzitter van de HBO-raad en momenteel voorzitter van het College van Bestuur van hogeschool Inholland? Wat ziet hij als zijn opdracht en hoe past Terpstra zijn dromen en zijn daden op elkaar?

Spreuken
In december 2004 kreeg ik als Sinterklaaskado het boek “Meer dan geld verdienen’, dat Terpstra in dat jaar publiceerde. Marion Rosendahl zorgde voor het omslagontwerp van deze autobiografie van Doekle Terpstra.
  • De ondertitel van dit boek is: ‘Een boek over kwetsbaarheid en kracht’.
  • Als motto staat vóórin het boek: ‘Wees realistisch, streef naar het onmogelijke’.
  • Op zijn bureau staat zijn lijfspreuk: “Waar het visioen verdwijnt, verwildert het volk” (uit Spreuken in de Bijbel, tevens een boektitel (1987) van Dorothee Sölle en ook de boektitel van Terpstra’s andere boek (2006).
  • De opdracht aan zijn dochters luidt: ‘Werk aan een werkelijkheid waarin recht wordt gedaan. Beschouw onverschilligheid als een vloek’.

Biografie
Doekle Terpstra schreef en presenteerde zijn boek in de fase (2004) in zijn loopbaan dat hij aankondigde zijn tijd als CNV-voorzitter te hebben gehad. Hij beschrijft wat hem drijft als (CNV-)vakbondsvoorzitter en als mens. Doekle is in 1956 geboren, is afkomstig uit een gereformeerd boerengezin uit het Friese Witmarsum en hij studeerde in Kampen aan de Christelijke Sociale Academie, met als studierichting ‘Personeel en Arbeid’. In 1980 begint hij zijn loopbaan bij de Industriebond CNV, waar hij onder andere actieleider, onderhandelaar en bestuurder was. In 1999 werd hij bestuursvoorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV). Ik heb Doekle Terpstra leren kennen als lid van de Landelijke Ledenraad van de Vereniging VU-Windesheim, in de periode dat hij lid was van de Raad van Toezicht van deze Vereniging en van de instellingen die van onze Vereniging uit gaan, zoals de Vrije Universiteit, het VU-medisch centrum en de Christelijke Hogeschool Windesheim.

Inspiratie
In zijn autobiografisch boek maakt Terpstra zich los van de zogenoemde ‘oneliners’. Hij schrijft over wat hij wezenlijk vindt in het leven, over wat hem inspireert en hoe hij in de praktijk van alledag vorm en inhoud geeft aan zaken als: rechtvaardigheid, solidariteit en vertrouwen. Aan de hand van voorbeelden uit zijn jeugd in Fryslân en op grond van zijn beroepsrollen als actieleider, onderhandelaar en bestuurder laat Terpstra zien hoe spiritualiteit zich in zijn denken en in zijn handelen manifesteert. De thema's ‘arbeid’ en ‘dialoog’ vormen daarin de rode draad.
Terpstra: “Het gaat om zingeving, je verantwoordelijk en verbonden voelen; zonder binding met iets of iemand, anders raakt je bestaan zijn betekenis kwijt.”

Denkrichting
Op de valreep van zijn functie bij het CNV komt ook de koers van onze christelijke vakbeweging aan bod en beschouwt Doekle Terpstra tendensen als ‘individualisering’ en ‘globalisering’. Als lezer van dit boek word je door Terpstra geconfronteerd met termen als:  zingeving, identiteit, spiritualiteit, visioenen en verantwoordelijkheid. Hij wil - geïnspireerd door het christendom - het in dit boek vooral hebben over wat richting geeft aan zijn denken.

Terpstra schrijft in zijn boek in de volgende hoofdstukken:

De Basis
We werden opgevoed met het gevoel ergens bij te horen, ergens onderdeel van te zijn. Mijn ouders, de kerk, het dorp gaven mij als bagage een aantal wezenlijke waarden mee. Wie wil nog lid zijn van een organisatie waar je ook wat voor moet doen?

Zingeving
Werk heeft te maken met bevestiging van wie je bent.
Je werk bepaalt je betrokkenheid tot de ander, geeft zin aan je bestaan.
Je moet je eigen leven leiden, je eigen kwaliteiten ontdekken en ontwikkelen.
Arbeid is participatie, een activiteit, een beweging, de manier waarop je mee bouwt aan de schepping, de gelegenheid om tot je bestemming te komen.
Mensen willen zo vroeg mogelijk in hun leven bevrijd worden van de last van dagelijkse arbeid.
Mensen willen tot hun recht komen en waardering krijgen voor wie zij zijn en wat zij doen.
Alles wat met inzet en betrokkenheid gebeurt, heeft waarde op zich.
Het gaat om je verantwoordelijk en verbonden voelen, om je betrokkenheid bij de samenleving.

Ontwikkeling
Zodra je ontdekt wat je kunt, leer je wie je bent en durf je je open te stellen voor vragen, voor kritiek.
Reflectie is een manier om je in balans te houden.
Als je leren combineert met vormen, dan verwerf je kennis die blijft hangen.
Ik vind dat studenten meer betrokken zouden moeten zijn bij hun studie, meer eisen zouden moeten stellen aan de kwaliteit van het onderwijs.
Als je regels loslaat, dan moet je handhaven vervangen door vertrouwen.
Scholing, anticiperen op de toekomst, maakt de werknemer wendbaar en weerbaar bij verandering.
Een werkgever moet mensen aan zich binden en dat lukt het beste door hen los te laten.
Laat mensen hun hoofd maar boven het maaiveld uitsteken, geef ze de mogelijkheid om risico’s te lopen en daag ze uit om fouten te maken.
Uitdagingen brengen mensen verder.
Het gaat niet zozeer om de uitdaging, maar om het verleggen van grenzen.
Wàt je doet, hoeft niet groots en indrukwekkend te zijn.
Je verricht een kleine daad en daarmee verander je de loop van de geschiedenis.
De zin van je bestaan is vaak dichterbij dan jij zelf denkt.

Dialoog
Hou alsjeblieft eens een keer op met het spelen van een slachtoffer, want daar is geen enkele reden toe.
Kiezen voor het gesprek betekent dat je bereid bent naar de argumenten van de ander te luisteren en die te betrekken in jouw eigen oordeelsvorming.
De grenzen van het redelijke worden eens bereikt.
Als je ergens voor staat, dan moet je ook bereid zijn om strijd te leveren.
Macht tegen macht, gaat altijd ten koste van iets of iemand.
Het beschadigt mensen en relaties en levert per saldo weinig op.
Strijd kan nooit een doel zijn.
Mensen zoeken juist naar harmonie.

Matigheid
Wij zijn rentmeesters van de schepping, en daarbij gaat het niet om meer, meer, meer, maar om beheren en bewaren.
Als ouders kun je niet veel meer dan je waarden laten zien in de prioriteiten die je stelt, in je doen en laten en in je koopgedrag.
Het moet naar mijn idee vooral gaan om vernieuwing van arbeidsverhoudingen, om vernieuwing van betrokkenheid.
Alleen door innoveren kunnen Nederlandse bedrijven straks nog overleven.
De oplossing ligt in slimmere manieren van werken.
Dan praat je over plattere organisaties en medewerkers de ruimte geven om zelf met creatieve ideeën te komen.
Bijbelse verhalen beschrijven de realiteit niet, maar laten ons de omgekeerde wereld zien.
Voor mij is de essentie van de Bijbel: mensen worden geroepen om hun verantwoordelijkheid te nemen.
Niemand hoeft aan de kant te staan.
Het is een menselijke neiging om de eigen problemen groter te zien dan de problemen van anderen.

Rechtvaardigheid
Bij moreel besef kijk je naar je eigen gedrag, naar je persoonlijke verantwoordelijkheid en naar je eigen integriteit.
De baas moet het goede voorbeeld geven.
Alleen via bescheidenheid kun je genereus zijn.
Mensen die niet in staat zijn om zelf in hun inkomen te voorzien, verdienen ondersteuning en geen straf.
De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen.
De overheidssubsidie aan de rijken past niet meer in deze tijd.
Levensbeschouwing is verankerd als een onderdeel van onze traditie.
De overheid zou moeten werken als een schild voor de zwakken.

Verantwoordelijkheid
Je bent de ander wat verschuldigd.
Juist de vraag van een ander geeft blijkbaar zin aan ons bestaan.
Zonder binding met iets of iemand anders, raakt je bestaan als mens zijn betekenis kwijt.
Soms moet je je verantwoordelijkheid juist niet nemen.
Je moet met je gezicht naar de werkelijkheid gaan staan en je verantwoordelijkheid nemen om er iets aan te doen.
Ik heb het gevoel dat we geroepen zijn om een kathedraal te bouwen.
Sociale zekerheid is een vorm van solidariteit tussen mensen.
De overheid heeft een groot probleem: het ideologische referentiekader is verdwenen.
Het concept dat politici oproepen, is een doe-het-zelf-construct.
In de nieuwe politiek krijgt solidariteit geen plaats en ontbreekt het in het verantwoordelijkheidsbegrip volledig aan wederkerigheid.
Zelfredzaamheid is een ontkenning van het wezenlijke van de mens.
Behandel mensen net zolang als arbeidsongeschikt totdat het tegendeel is bewezen.
Mensen moeten openstaan voor maatschappelijke deelname.
Werkgevers moeten af van de benadering dat ieder kneusje zo vlug mogelijk richting poort gaat.
Mensen raken (vaak) buiten hun schuld buiten het arbeidsproces.
Te weinig aandacht aan arbeidsomstandigheden kan leiden tot meer ziekte en arbeidsongeschiktheid.
Mensen moeten ‘eigenaar’ van hun probleem kunnen zijn.
Wat jij doet, de keuzes die jij maakt, hebben invloed op mij, dat kun je niet ontkennen, daar moet je verantwoordelijkheid voor nemen.

Verbondenheid
Mijn belangrijkste community is mijn gezin.
Als je mensen open tegemoet treedt en aanspreekt op hun talenten, krijg je veel terug.
Als je ook de verbondenheid met de gemeenschap herkent, kom je heel ver met elkaar.
Als je je kwetsbaar, afhankelijk durft op te stellen, kun je samen bergen verzetten.
Ik zoek mensen met wie ik mij verbonden voel.
De waarden en normen die je van huis uit meekrijgt, spelen een rol in de rest van je leven.
Niemand wil alleen zijn.
Een onderneming moet werken vanuit bepaalde waarden en dat zichtbaar maken in haar omgeving met de wereld.
In mijn wijze van zien mag je je niet zó identificeren met een onderwerp, dat je daarmee een ander in gewetensnood brengt.
Het woord ‘onbarmhartig’ mag wel eens wat vaker gebruikt worden.
Je primaire focus als vakbond ligt bij de mensen die je betalen, en je worstelt met de mogelijkheden voor mensen die je niet betalen.
Ik typeer mezelf ‘slapend lid’ van het CDA.
Maar ik vind dat ik kleur moet bekennen.
De overheid moet vooral de resultante zijn van de maatschappelijke vitaliteit en van maatschappelijke ontwikkelingen.
Ik geloof in de rol van het maatschappelijk middenveld.
Naast ‘gespreide verantwoordelijkheid’ is een tweede sleutelbegrip in de christen-democratie het ‘voorzorgprincipe’: dat je in je huidige handelen nadenkt over en rekening houdt met de toekomstige gevolgen van je handelen.
Hooghartig gedrag staat haaks op christelijke waarden.
Binnen het CDA is jammer genoeg geen echte discussie over de spanning die er is tussen ‘de leer’ en ‘het leven’.
Ik kom heel veel politiek opportunisme tegen: er wordt calculerend gedacht, er wordt gedacht in termen van macht.
Het ontbreekt de partij aan intern debat.
Was er maar wat meer ideologie, want dan ging het weer ergens over.

Zelfstandigheid
In mijn ervaring was sociale controle: oog voor elkaar hebben, op elkaar letten, voorkómen dat mensen tussen wal en schip raken.
Sociale controle is ook sociale cohesie.
Ik heb uit mijn dorp (Witmarsum) meegekregen dat mensen er voor elkaar zijn, en dat vind ik een groot goed.
Je helpt elkaar om zelfstandig te zijn.
Zo elimineer je ook onverschilligheid.
Mensen verbinden zich met de inhoud, minder met de organisatie.
Wij organiseren niet langer mensen, maar wij organiseren hun ideeën, hun beleving, hun betrokkenheid.
Het gaat in de kern nooit om regels, maar om een houding.
Regelgeving helpt altijd maar even; iedereen vergeet wat de drijfveer was.
We moeten ook zoeken naar nieuwe vormen van betrokkenheid.
We moeten diversiteit en differentiatie in onze oplossingen toelaten.

Leiderschap
Toch is het mijn overtuiging dat geen mens zonder referentiekader kan, en dat je van een leidinggevende zelfs mag eisen dat hij dit expliciet maakt.
Mensen die samen een ideologie delen, zullen elkaars keuzes eerder begrijpen dan mensen die een ander referentiekader hanteren.
Als je de leiding krijgt, wordt je de zorg voor je medewerkers toevertrouwd.
Leidinggeven is dan ook een dienstbare activiteit, niet de bezigheid van een baasje.
Maar je moet wel sturing geven en beslissingen nemen voor anderen.
Leiderschap is het nemen van verantwoordelijkheid om samen de kar te trekken.
Onzekerheid vertaalde zich in weerstand.
Ik heb geleerd dat ik door extra druk te geven eerder contraproductief werk, dan dat ik de zaak de goede kant op krijg.
Argumenten doen er niet toe, de wil maakt het verschil.
Je moet dus eerst de politieke wil organiseren, anders lopen alle wegen dood.
Je kunt niet anders dan accepteren dat het soms minder hard gaat dan je zou willen – zolang het maar de goede kant op blijft gaan.
Er is een soort permanente beoordeling – ook in de media – van wat je doet, zegt of juist niet zegt.
Je moet niet alles zeggen wat je weet, want dat kan schadelijk zijn voor je positie.
Tegelijk moet je ook wel jezelf blijven.
Je moet eigenlijk steeds proberen om integer en betrouwbaar te blijven, zonder volkomen eerlijk en open te zijn.
Een afspraak is een afspraak; een toezegging is een toezegging.
De grens wordt bereikt als de manier waarop jij het spel speelt, ten koste van de ander gaat.
Als ik vertrouwen wil uitstralen, dan moet ik mij met de inhoud verbonden weten.
Je moet scherp houden dat in het professionele proces het resultaat telt, en in de persoonlijke sfeer heel andere dingen.
Het geheim van leidinggeven: dicht bij jezelf blijven.
Krachtig leiderschap is juist ook laten zien waar je twijfels zitten, wat je kwetsbaarheid is.
Durf het aan om iemand maximaal vertrouwen te geven.
Zorg ervoor dat je mensen krijgt die zich identificeren met jouw ideeën en er helemaal voor willen gaan.
Als je leiding wilt geven, zul je het vertrouwen moeten zien te winnen.

Vertrouwen
De beelden van de Bijbel heb ik nodig om mezelf te voeden; ze geven me energie voor het werk dat ik elke dag doe.
Ik heb het gevoel dat ik geroepen ben om deel te nemen.
Geloof is van wezenlijk belang voor mensen.
Doordenken doe je nooit alleen, daar heb je anderen bij nodig.
Geloven is niet ‘verander de ander’, maar ‘verander jezelf’.
Het gaat om de kracht van de lokale gemeenschap.
Initiatieven moeten van onderaf komen, uit de lokale gemeenschappen.
Jonge mensen haken niet af op geloof, maar op de institutie.
Beleid met directieven van bovenaf is geen lang leven beschoren.
Beter is stimuleren, enthousiasmeren, ondersteuning aanbieden.
Het adagium ‘verantwoordelijkheid terug naar de burger’ geldt ook in de kerken.
De ziel van het kerkelijk bedrijf zit in de mensen zelf.
De kerken horen een manifestatie te zijn van betrokkenheid van de mensen zelf.
Als mensen het zelf niet meer vormgeven, dan moet je het niet kunstmatig doen.
Steek vooral energie in het managen van netwerkvorming en diversiteit.
Kracht schuilt niet in beheersing, maar in loslaten.
Laat duizend bloemen bloeien.
De afspraken die nodig zijn voor het dagelijks leven, regel je ongeschreven met elkaar.
De verbinding tussen mensen ligt vast in begrippen als respect en vertrouwen.
Geef mensen de mogelijkheden om zaken met elkaar te regelen.
Je moet betrokkenheid organiseren; dat kan door medewerkers meer vrijheden te geven en meer in hen te investeren.
Delen bleek een uitkomst: een versterking, geen verzwakking.
Vertrouwen groeit door met anderen te praten over het werk, over de problemen, de bedreigingen, de kansen.
Je kunt nooit vertrouwen vragen als je het zelf niet geeft; door het te geven, groeit het; het gaat om delen.
Vertrouwen moet groeien, maar het kan er ook ineens zijn.
Er moet vertrouwen zijn tussen mensen, wederzijdse belangstelling.
Met wantrouwen valt niet te werken.
Ik wil het gevoel van vertrouwen blijven houden, anders kan ik niet werken.
Het basisvertrouwen is wezenlijk.
Cynisme is verdriet verpakt in prikkeldraad.
Ik vind mensen interessant die kleur bekennen, die laten zien dat hun persoonlijkheid is verbonden met wat zij doen en bepleiten.
Ik ontmoet mensen die nooit verder komen dan hun zakelijke boodschap.

Spiritualiteit
Ik ben verwonderd over wat de rationaliteit overstijgt; noem dat maar het werk van de Heilige Geest.
Een christelijke identiteit heeft te maken met zoeken en tasten naar antwoorden vanuit het evangelie.
Het gaat in de Bijbel om het zichtbaar maken van verantwoordelijkheid: het leveren van een bijdrage aan een samenleving waarin recht wordt gedaan en mensen tot hun bestemming kunnen komen.
Wees je bewust van je daden en neem er verantwoordelijkheid voor.
De kracht van religie is dat het een integraal deel is van jezelf en dat je praktijk en leer met elkaar probeert te verbinden.
Mensen van nu laten zich aanspreken door rituelen, door klank, kleur en geur.
Juist ook door rituelen komt het geloof steeds dichter bij mijzelf te staan.
Als dagelijkse inspiratiebron spelen mijn vrouw en dochters de hoofdrol.
Om intuïtie te voeden, moet je ook veel contact met mensen hebben; veel praten met anderen, maar vooral luisteren, proberen te horen wat er achter hun woorden schuilgaat.
Het gaat meestal om onderliggende gevoelens, als je daar geen aandacht aan besteedt, blijft de onrust.
Het gevoel van mensen geeft je altijd de richting aan.
Een visioen zou ik willen benoemen als dat vage en ongrijpbare moment waarin we kort iets ondergaan, dat niet te beschrijven is.
Een visioen roept beweging op.
De waarheid hoef je slechts één keer te horen om hem nooit te vergeten.
Als je iets goed doet, mag je trots zijn op wat je doet.
Dat geeft je vertrouwen, en met zelfvertrouwen durf je kwetsbaarheid te laten zien.
Vrienden en collega’s houden je op het juiste spoor door hun observaties en hun feedback.

Vakbeweging in de 21e eeuw
Ik hoor mensen nooit naar zekerheden vragen, wel naar betrouwbaarheid.
Solidariteit is verschoven naar het meer individuele niveau.
Er is wel een bepaalde mate van zekerheid nodig om tot je bestemming te kunnen komen.
De zekerheden die we zoeken, veranderen met de tijd.
Baanzekerheid proberen we nu te vervangen door werkzekerheid.
We moeten er vooral voor zorgen dat we een samenleving bouwen die ook voor de toekomst houdbaar en sociaal is.
De enige weg daartoe is om draagvlak in de samenleving te genereren, mobilisatiekracht aan te spreken en samen de nodige ontwikkelingen door te maken.
Soms vind ik wel dat we te veel geprofessionaliseerd hebben; de verschuiving naar professionele uitvoering zien we overal.
Hoe solidariseren we individualisering?
Identiteit verplicht.
Je staat bij wat je doet niet onverschillig tegenover die andere mens.
Wij zijn een professionele organisatie, die steeds professioneler wordt; en dat is niet op voorhand de goede weg.
We moeten de beweging teruggeven aan de leden.
Mensen informeren en betrekken bij de besluitvorming is een bestaansvoorwaarde.
Wij moeten de kennis bruikbaar maken voor de doelen die we willen bereiken.
Kennis die je wordt aangereikt, verbindt je eigenlijk met de harten van mensen.
Een tegenbeweging is een organisatie die zich niet laat leiden door de waan van de dag.
De werkende mens moet op waardige wijze afscheid kunnen nemen van zijn werkzame leven; dat moet op respectvolle wijze worden geregeld.
Er is een permanente spanning tussen de realiteit van het moment en je opvatting over het te bereiken doel; dat vraagt om balanceren.
Je moet rekening durven houden met de omstandigheden waarin mensen hun werk hebben gedaan.
Bij de vraag hoe wij de participatie van ouderen willen verhogen, hoort een gedifferentieerde aanpak.
Je moet ervoor waken dat je alleen maar staat voor het belang van je eigen groep, omdat jouw belang op lange termijn gebaat is bij aandacht voor de belangen van anderen.
Als je gezag hebt, krijg je invloed – geen macht.

De wereld is een dorp
Europa is het land van de toekomst.
Als je alleen maar oog hebt voor de kracht van de sterkste, gaat het fout.
Wij moeten de collega’s werkelijk willen ontmoeten, ons werkelijk bezighouden met wat hem of haar bezighoudt.
Wij zijn er ook voor anderen, net als die anderen er ook voor ons zijn.
Er zijn andere werkelijkheden en daar moet ik rekening mee houden – hoe ongemakkelijk dat soms ook is.
De kern van vakbondswerk: mensen gaan schouder aan schouder staan, verbinden zich met elkaar op zoek naar een betere wereld.

Tenslotte
Ook sterke mensen zijn kwetsbaar en kunnen tussen de wal en het schip vallen.
De verantwoordelijkheid die je hebt voor je eigen ontplooiing, geldt ook anderen.
Als een regering slechte directieven geeft en geen dialoog aangaat, dan werkt dat onthechtend; dat maakt onnodig veel vertrouwen stuk.
Opgelegd moralisme, waarin samenhang en dialoog ontbreken, demotiveren alleen maar en dagen mensen niet uit tot het leveren van een bijdrage aan oplossingen.
Mensen kunnen niet zonder elkaar, dat is existentieel.

It is

Is het omdat wij beiden Friezen zijn?
Is het omdat wij van oorsprong gereformeerde ‘mannenbroeders’ zijn?
Is het omdat wij ons willen laten inspireren door Gods Woord?
Is het omdat wij hetzelfde hebben gezien en voortdurend waarnemen?
Is het omdat wij (van) christelijk onderwijs genoten?
Is het omdat wij hetzelfde lazen, lezen, hoorden en horen?
Is het omdat wij participeren in dezelfde organisaties en verbanden?

Is het daarom dat wij zonder spreken hetzelfde denken?
Is het daarom dat wij dezelfde taal spreken?
Is het daarom dat dit onze ‘drive’ is?
Is het daarom dat wij het (h)erkennen?

It is sa, tinkt my.

zaterdag 26 september 2009

Kwaliteit als opdracht

Zaterdag 26 september 2009

In augustus 2009 heeft de HBO-raad haar nieuwe verenigingsagenda uitgegeven, met als titel “Kwaliteit als opdracht”. Dit zogenoemde “White Paper” van deze vereniging van hogescholen is het document dat de komende vier jaar zal fungeren als richtinggevend kader voor het beleid van de Nederlandse hogescholen. HBO-raad-voorzitter Doekle Terpstra schrijft ons in zijn aanbiedingsbrief: “Gezamenlijk zullen we de uitdaging aangaan die aan hogescholen wordt gesteld en ik hoop dat “Kwaliteit als opdracht” u hierbij kan inspireren”. Dit nieuwe strategische plan van de 40 hogescholen zet hoog in op onderwijskwaliteit.

In hoofdstuk 1 “Traditie en toekomst” wordt enerzijds gewezen op de oriëntatie van ons hoger beroepsonderwijs op de beroepspraktijk en anderzijds op de rol van de hogescholen in de vertikale mobiliteit, bij de emancipatie van bevolkingsgroepen en de enorme toename van het scholingsniveau van onze beroepsbevolking. Het hoger beroepsonderwijs (HBO) van vandaag en morgen moet zorgen voor onderzoekend vermogen bij studenten, zodat zij later bij kunnen dragen aan vernieuwing in hun beroepspraktijk.

In hoofdstuk 2 “Studie en standaard” wordt de nieuwe standaard van hoger beroepsonderwijs beschreven, waarbij de internationale dimensie wordt genoemd van de vier standaarden: het verkrijgen van een gedegen theoretische basis, het verwerven van onderzoekend vermogen, het beschikken over voldoende professioneel vakmanschap en het ontwikkelen van beroepsethiek en maatschappelijke oriëntatie.

Hoofdstuk 3 “Studiekeuze en student” geeft richting aan formele toelatingseisen, studievoorlichting, intake, studiebegeleiding en verwijzing & selectie als oplossing voor het “trilemma” waar hogescholen momenteel voor zijn gesteld, bestaande uit de noodzaak om de bachelor-standaard te verhogen terwijl de kwaliteit van de instroom onder druk staat, afgezet tegen de taakstelling om het onderwijsrendement te verhogen.

Hoofdstuk 4 gaat over “Diversiteit en differentiatie”. Het zogenoemde “Leven Lang Leren”, dat opgeld doet in onze ook nog eens steeds verder diversificerende samenleving, vraagt de hogescholen om verdergaande differentiatie van het aanbod van hoger beroepsonderwijs. Hogescholen doen derhalve hun uiterste best om naast de reguliere bachelor-opleidingen ook met een passend aanbod van Associate degrees en Professional Master degrees te komen.

In hoofdstuk 5 “Onderwijs en onderzoek” verklaart de HBO-raad dat de hogescholen aan willen en aan zullen sluiten bij de recente verklaring van de Europese onderwijsministers in Leuven: “Higher education should be based at all levels on state of the art research and development thus fostering innovation and creativity in society. We recognise the potential of higher education programmes, including those based on applied science, to foster innovation. Consequently, the number of people with research competences should increase”.

Hoofdstuk 6 “Professional en professionaliteit” gaat uit van de aanname dat de kwaliteit van het onderwijs zowel afhankelijk is van de kwaliteit van de hogeschool-organisatie, als van de kwaliteit van de medewerkers. Evenals binnen alle Nederlandse hogescholen, gaan wij ook binnen Stenden hogeschool verder investeren op beide terreinen. Die handschoen pakken we natuurlijk vooral ook binnen mijn afdeling Quality Assurance van het Corporate Office van Stenden hogeschool op. In ons eerstvolgende teamoverleg hebben we derhalve deze White Paper “Kwaliteit als opdracht” geagendeerd. Met onze portefeuilles “Interne”, “Integrale” en “Externe” Kwaliteitszorg” zullen wij dan ook een wezenlijke bijdrage leveren aan het kwaliteitszorgbeleid van onze hogeschool in het bijzonder en van onze hoger onderwijssector in het algemeen. Ook onze afdeling binnen Stenden hogeschool heeft dus “Kwaliteit als opdracht”.

maandag 31 augustus 2009

De hearen fan Fryslân

Moandei 31 augustus 2009

It boek "De hearen fan Fryslân" - skrean troch Arjen Terpstra (jawis, de soan fan de ferneamde Fryske skriuwer Piter Terpstra) is in machtig epos, dat basearre is op wiere barrens yn'e striid fan in man en syn folk. Dizze roman spilet earst yn'e súdwesthoeke fan Fryslân, yn Tsjerkgaast, in lyts boereplakje tusken de Sleattemer Mar en de Grutte Brekken. It ferhaal giet al gau oer nei Amearika en giet dernei hinne en wer fan it iene nei it oare lân. It ferhaal is it machtig debút fan Arjen Terpstra. De tragyk en de humor benimt jo as lêzer no en dan de siken en it is wier mei in daverjende gong skrean, dat it nimt jo mei en foardat jo it witte, binne jo troch it meinimmende ferhaal hinne. It is mar goed dat dizze skriuwer him ris wier ta it skriuwen fan in roman set hat, want as seeman, sjoernalist, cameraman, ûndernimmer en romantikus allinnich kaam it der yn it ferline net fan om tusken alle oare skriuwwurk troch in boek te skriuwen.

It ferhaal beskriuwt de lotgefallen fan'e twillingbroers Tsjalling & Tseard. Hja binnen twa boeresoannen, dy't yn'e tritiger jierren fan'e 20e ieu nei de Feriene Steaten wolle, sille en gean om harren omke Hotse fan'e ûndergong te rêden. Mar it is yn dit ferhaal al lykas yn it wiere libben: ek de emigranten út dit boek fiele harren immen ferskuord troch tsjinstridige gefoelens. Der wiene en der binne mar inkelen, dy't yn in frjemd lân it wiere lok fyne. En it wurd jo ek as lêzer fan dit ferhaal dúdlik dat jo as emigrant it Fryske lân nea ferjitte kinne en dat jo foar jo eigen en foar in oar syn emoasje nea flechtsje kinne, om't jo immen josels, jo holle en jo eigen tinken en gefoel meinimme.

Arjen Terpstra woe gewoan in moai ferhaal skriuwe. Dit ferhaal is in knappe mingfoarm wurden fan feit en fiksje. Sa komme jo ek ta nijsgjirrige titels fan haadstikken lykas: 1929, Speknekke, Monica (mar ek Antsje mei der wêze), I'll ask the manager (wa keapet no sa in auto?), Hearen, The (red) rose of Mudtown, Kreakjend bloed en Wite hynders. Mar mear jow ik no net frij, want jo moatte it boek mar sjen te krijen om it gau te lêzen. It ferhaal bliuwt jo dan noch wol lang by, tinkt my.

zaterdag 21 februari 2009

75 Jier It Fryske Boek

Sneon 21 febrewaris 2009

Stifting "It Fryske Boek" hat 75 jier bestean. Dat litte hja net samar foarby gean. De jubilearjende organisaasje organisearret jûn yn 'e Stêdsskouboarch De Harmonie yn Ljouwert in grut Frysk Boekefeest mei in muzykaal en literêr program mei in soad fariaasje. Durkje en ik binne der jûn út namme fan 'e Kristlik Fryske Folks Bibleteek (KFFB) ek by op útnoeging fan It Fryske Boek. It tema fan de Fryske Boekewike 2009 is "Feestlift".

Mindert Wijnstra (skriuwer fan "It kweade wiif fan Hylpen") is presintator. Foarsitter J. Geersing hâld de feesttaspraak ta gelegenheid fan in 75-jierrich bestean fan It Fryske Boek. Dan presentearret Wijnstra it Boekewikegeskink "Feestlift", mei ferhalen fan fjouwer "mystery" skriuwers. Samar in lêzer út 'e seal is de persoan dy't it earste eksimplaar oanbean wurd. Dernei lêst Ate Grypstra syn ferhaal "Fleisferfanger"; in húverferhaal neamt er it sjenre. Foar it skoft komt dan it moaie "interactive cross-media program Under Wetter", spile troch TiDDER, dat is basearre op it nijste boek fan Koos Tiemersma mei deselde titel.

Nei it skoft sjongt Liet-winneres Yldou Bylsma mei pianobegelieding in tal moaie frysktalige sjongstikken. En dan komt it dichtersprogram fan Ytsje Hoekstra en Grytsje Schaaf mei harren swipjende en dragende gedichten ûnder de grutte foto's op it projeksjeskêrm. It program wurd ôfsluten mei in petear fan Klaas Jansma (skriuwer fan "De razende man") mei Arjen Terpstra (skriuwer fan "De hearen fan Fryslân").

Nei ôfrin is der muzyk fan Trio Kaspers yn de foyer fan De Harmonie. It is in literêre jûn mei in soad skriuwers (bygelyks Hylke Speerstra, Anders Rozendal, Corry Boelens, Steven de Jong), útjouwers, boekhannelers en allegearre oare minsken út 'e literêre wrâld en út in breder kultureel en bestjoerlik fermidden.