Posts tonen met het label CDA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label CDA. Alle posts tonen

woensdag 12 september 2012

Er valt weer wat te kiezen

Woensdag 12 september 2012
Stembureau 9 in Talant aan de Ieleane te Stiens

Twee jaar na dato op herhaling
Ruim twee jaar geleden vonden de verkiezingen plaats voor de leden van de Tweede Kamer. Een roerige periode volgde in de politiek, in de samenleving, in de economie in het binnen- en buitenland. Vandaag vinden wederom de verkiezingen plaats voor de leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal. Een grote schare van nota bene 840 politiek ambitieuzen heeft zich kandidaat gesteld op de kandidatenlijst voor de verkiezingen van vandaag.

Kieskring 2
Bij ons thuis viel een groot vel papier op de deurmat waarop de kandidatenlijst staat afgedrukt. Aan de hoofdbewoner wordt gevraagd om dit biljet aan de eventuele kiesgerechtigde medebewoners van je postadres ter lezing te geven. Wij ontvingen de kandidatenlijst voor de verkiezing in kieskring 2: Leeuwarden. In onze gemeente Leeuwarderadeel staat het ons als stemgerechtigde kiezers vrij om in elk willekeurig stemlokaal binnen onze gemeente te gaan stemmen.

Partijen en hun kandidaten
Vandaag staan 20 politieke partijen op het stembiljet; hetgeen één meer is dan twee jaar geleden.
Er valt met deze 20 partijen en hun 840 kandidaten dus weer wat de kiezen.
De partijen die deze keer trachten om zetels te verwerven in de Tweede Kamer zijn:
  1. 1. VVD;
  2. 2. Partij van de Arbeid;
  3. 3. PVV;
  4. 4. Christen Democratisch Appèl;
  5. 5. SP;
  6. 6. Democraten 66;
  7. 7. GROENLINKS;
  8. 8. ChristenUnie;
  9. 9. Staatkundig Gereformeerde Partij;
  10. 10. Partij voor de Dieren;
  11. 11. Piratenpartij;
  12. 12. Partij voor Mens en Spirit;
  13. 13. Nederland Lokaal;
  14. 14. Llibertarische Partij;
  15. 15. Democratisch Politiek Keerpunt;
  16. 16. 50PLUS;
  17. 17. Liberaal Democaratische Partij;
  18. 18. Anti Europa Partij;
  19. 19. SOPN;
  20. 20. Partij van de Toekomst.

Stembureau 9
Na mijn werkdag rijd ik naar Stembureau 9 in het gebouw van Talant aan de Ieleane te Stiens. Dit is één van de tien stemgebouwen, waar kiesgerechtigde inwoners van onze burgerlijke gemeente hun stem vandaag tussen 7.30-21.00 uur schriftelijke kunnen uitbrengen.
In de sportzaal van Talant is het stembureau ingericht. Bij binnenkomst wordt de stemkaart ingeleverd en worden de persoonsgegevens van de kaart vergeleken met de gegevens op het mee te nemen en te tonen identiteitsbewijs. Met het stembiljet dat je dan krijgt, kun je de witte stip vóór de kandidaat van je keus rood maken, waarna je het stembiljet gevouwen in de stembus deponeert. Nauwgezet worden alle handelingen door de vier heren van het stembureau geteld en genoteerd.

Tellingen
Op de autoradio hoor ik dat de opkomstpercentages op gestelde tijden nagenoeg vergelijkbaar zijn met de opkomstpercentages van twee jaar geleden. Vermoedelijk zal het totale opkomstpercentage om 21.00 uur ook in de buurt komen van het opkomstpercentage van het jaar 2010.
En als dan de stembureau's om 21.00 sluiten, begint de grote klus van het tellen van het aantal uitgebrachte stemmen, zoals die zijn gedeponeerd in de stembussen. Eerst moet worden bepaald welke en hoeveel stembiljetten ongeldig, blanco en geldig zijn. Rond dat tijdstip van 21.00 uur verschijnen ook de eerste resultaten van de exit polls, waarmee voorzichtige inschattingen worden gemaakt van de uitkomsten van deze verkiezingsdag. Het zal daarna nog uren duren voordat bekend kan worden gemaakt wat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de einduitslag van deze verkiezingsronde zal zijn.
Morgen zullen we het weten.

maandag 14 mei 2012

Voorjaarsconcert Peter en de Wolf van het VU-orkest

Dinsdag 8 mei 2012 
VU-orkest met verteller Paul Haenen en dirigent Daan Admiraal


















Relatieconcert
Op uitnodiging van het College van Bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam wonen Durkje en ik vanavond het Voorjaarsconcert bij van het VU-Orkest in het Muziekgebouw aan 't IJ te Amsterdam. Het is de jaarlijkse avond van de Vrije Universiteit en van het VU-medisch centrum Amsterdam, die wordt georganiseerd voor de relaties van de VU en van het VU-mc, met wie deze beide instellingen samenwerkingsverbanden onderhouden. Ook de voorzitters van de Regionale Verbanden van de VU-vereniging zijn voor deze bijzondere avond genodigd, op grond waarvan ook wij een uitnodiging ontvingen. Het is vooral een avond om te genieten, maar ook om vooruit te kijken naar de samenwerking van de beide instellingen met haar samenwerkingspartners.

Grenzeloos presteren
Nadat de gasten vanaf 18.00 uur zijn ontvangen in het atrium van het Muziekgebouw, begint de avond met een dinerbuffet. Daarna worden alle gasten welkom geheten in de concertzaal door René Smit, de voorzitter van het College van Bestuur van de VU. In zijn openingstoespraak refereert Smit aan het jaarthema 2011-2012: 'Grenzeloos presteren' en wijst hij op de uitdaging om ondanks de bezuinigingen toch de kwaliteit van het hoger onderwijs omhoog te brengen en te werken aan profilering. Samenwerken is dan gewenst om grenzen te kunnen verleggen en daarom sluit René Smit graag af met het bedanken van alle hier al dan niet aanwezige samenwerkingspartners van de VU en van het VU-mc.

Lezing door prof.dr. Ab Klink
Daarna volgt een korte lezing van prof.dr. Ab Klink, voormalig minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, maar tegenwoordig hoogleraar Zorg, Arbeid en Politieke Sturing aan de VU. Zijn presentatie handelt over de economische crisis en de consequenties daarvan voor kennis en zorg. Klink vertelt over de oprichting van het Talma Instituut vand e VU, dat zich onder andere zal bezig houden met vraagstukken op het gebied van Sociale Zekerheid, Onderwijs en Zorg.

Paul Haenen vertelt een muzikaal sprookje
Dan volgt de uitvoering door het VU-studentenorkest van het muziekstuk 'Peter en de Wolf', het muzikaal sprookje van componist Sergej Prokovjev. Na de lezing van Ab Klink komt het dit jaar 50 jaar bestaande VU-orkest op het concertpodium. Aansluitend komt dirigent Daan Admiraal op het podium, samen met Paul Haenen, die ons vanavond het sprookje zal vertellen, daartoe muzikaal bijgestaan door het studentenorkest. Paul Haenen begint zijn inleidende woorden - verwijzend naar de actualiteit en de snelle presentatie van Ab Klink- als volgt: "Jammer dat Ab Klink het CDA niet gaat leiden; hij is zo betrouwbaar en toch christelijk".

Peter en de Wolf
Dan volgt het mooie muzikale sprookje van Peter en de Wolf. Haenen en het VU-orkest wisselen spraak en muziek af en op andere momenten zorgt Paul Haenen voor gesproken woord tijdens de klanken van het orkest. Paul Haenen vertolkt zijn rol op voortreffelijke wijze. Op expressieve wijze vertelt Haenen over Peter, het waggelende eendje, de sluipende kat en de wolf. Niet alleen verbaal, maar ook non-verbaal excelleert Paul Haenen met zijn expressieve mimiek en meebewegen op de muziek, daarbij bijvoorbeeld wijzend op de grommende grootvader, de grote grijze happende wolf, de schietende jagers uit het bos en de snaterende eend in de buik van de wolf. Het publiek geniet zichtbaar en hoorbaar van dit prachtige samenspel van woord, beweging en muziek.

Toegift van Sjostakovitsj
Als het uitbundige applaus na de uitvoering van het muzikaal sprookje wegebt, neemt vaste VU-orkestdirigent Daan Admiraal het woord. Hij verrast de genodigden in de concertzaal met de mededeling dat het VU-orkest ook nog drie korte muziekstukken zal spelen van componist Dmitri Sjostakovitsj. Na de speelse klanken van het muzikaal sprookje, volgt dan een prachtige vertolking van de muziek van Sjostakovitsj, met een knallend expressief begin, een rustiger middenstuk en een wederom knallend, explosief einde van dit relatieconcert. Na de lange blijken van waardering en 'bravo' verlaten de gasten de concertzaal en wordt deze bijzondere avond afgesloten met een informele koffie- en theeservice in het atrium van het Muziekgebouw aan 't IJ.

zondag 26 februari 2012

Meer dan geld verdienen

Zaterdag 25 februari 2012
Cover van Doekle Terpstra's autobiografie


Droom en daad
Wat drijft Doekle Terpstra, voorheen de bevlogen voorman van het CNV, daarna voorzitter van de HBO-raad en momenteel voorzitter van het College van Bestuur van hogeschool Inholland? Wat ziet hij als zijn opdracht en hoe past Terpstra zijn dromen en zijn daden op elkaar?

Spreuken
In december 2004 kreeg ik als Sinterklaaskado het boek “Meer dan geld verdienen’, dat Terpstra in dat jaar publiceerde. Marion Rosendahl zorgde voor het omslagontwerp van deze autobiografie van Doekle Terpstra.
  • De ondertitel van dit boek is: ‘Een boek over kwetsbaarheid en kracht’.
  • Als motto staat vóórin het boek: ‘Wees realistisch, streef naar het onmogelijke’.
  • Op zijn bureau staat zijn lijfspreuk: “Waar het visioen verdwijnt, verwildert het volk” (uit Spreuken in de Bijbel, tevens een boektitel (1987) van Dorothee Sölle en ook de boektitel van Terpstra’s andere boek (2006).
  • De opdracht aan zijn dochters luidt: ‘Werk aan een werkelijkheid waarin recht wordt gedaan. Beschouw onverschilligheid als een vloek’.

Biografie
Doekle Terpstra schreef en presenteerde zijn boek in de fase (2004) in zijn loopbaan dat hij aankondigde zijn tijd als CNV-voorzitter te hebben gehad. Hij beschrijft wat hem drijft als (CNV-)vakbondsvoorzitter en als mens. Doekle is in 1956 geboren, is afkomstig uit een gereformeerd boerengezin uit het Friese Witmarsum en hij studeerde in Kampen aan de Christelijke Sociale Academie, met als studierichting ‘Personeel en Arbeid’. In 1980 begint hij zijn loopbaan bij de Industriebond CNV, waar hij onder andere actieleider, onderhandelaar en bestuurder was. In 1999 werd hij bestuursvoorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV). Ik heb Doekle Terpstra leren kennen als lid van de Landelijke Ledenraad van de Vereniging VU-Windesheim, in de periode dat hij lid was van de Raad van Toezicht van deze Vereniging en van de instellingen die van onze Vereniging uit gaan, zoals de Vrije Universiteit, het VU-medisch centrum en de Christelijke Hogeschool Windesheim.

Inspiratie
In zijn autobiografisch boek maakt Terpstra zich los van de zogenoemde ‘oneliners’. Hij schrijft over wat hij wezenlijk vindt in het leven, over wat hem inspireert en hoe hij in de praktijk van alledag vorm en inhoud geeft aan zaken als: rechtvaardigheid, solidariteit en vertrouwen. Aan de hand van voorbeelden uit zijn jeugd in Fryslân en op grond van zijn beroepsrollen als actieleider, onderhandelaar en bestuurder laat Terpstra zien hoe spiritualiteit zich in zijn denken en in zijn handelen manifesteert. De thema's ‘arbeid’ en ‘dialoog’ vormen daarin de rode draad.
Terpstra: “Het gaat om zingeving, je verantwoordelijk en verbonden voelen; zonder binding met iets of iemand, anders raakt je bestaan zijn betekenis kwijt.”

Denkrichting
Op de valreep van zijn functie bij het CNV komt ook de koers van onze christelijke vakbeweging aan bod en beschouwt Doekle Terpstra tendensen als ‘individualisering’ en ‘globalisering’. Als lezer van dit boek word je door Terpstra geconfronteerd met termen als:  zingeving, identiteit, spiritualiteit, visioenen en verantwoordelijkheid. Hij wil - geïnspireerd door het christendom - het in dit boek vooral hebben over wat richting geeft aan zijn denken.

Terpstra schrijft in zijn boek in de volgende hoofdstukken:

De Basis
We werden opgevoed met het gevoel ergens bij te horen, ergens onderdeel van te zijn. Mijn ouders, de kerk, het dorp gaven mij als bagage een aantal wezenlijke waarden mee. Wie wil nog lid zijn van een organisatie waar je ook wat voor moet doen?

Zingeving
Werk heeft te maken met bevestiging van wie je bent.
Je werk bepaalt je betrokkenheid tot de ander, geeft zin aan je bestaan.
Je moet je eigen leven leiden, je eigen kwaliteiten ontdekken en ontwikkelen.
Arbeid is participatie, een activiteit, een beweging, de manier waarop je mee bouwt aan de schepping, de gelegenheid om tot je bestemming te komen.
Mensen willen zo vroeg mogelijk in hun leven bevrijd worden van de last van dagelijkse arbeid.
Mensen willen tot hun recht komen en waardering krijgen voor wie zij zijn en wat zij doen.
Alles wat met inzet en betrokkenheid gebeurt, heeft waarde op zich.
Het gaat om je verantwoordelijk en verbonden voelen, om je betrokkenheid bij de samenleving.

Ontwikkeling
Zodra je ontdekt wat je kunt, leer je wie je bent en durf je je open te stellen voor vragen, voor kritiek.
Reflectie is een manier om je in balans te houden.
Als je leren combineert met vormen, dan verwerf je kennis die blijft hangen.
Ik vind dat studenten meer betrokken zouden moeten zijn bij hun studie, meer eisen zouden moeten stellen aan de kwaliteit van het onderwijs.
Als je regels loslaat, dan moet je handhaven vervangen door vertrouwen.
Scholing, anticiperen op de toekomst, maakt de werknemer wendbaar en weerbaar bij verandering.
Een werkgever moet mensen aan zich binden en dat lukt het beste door hen los te laten.
Laat mensen hun hoofd maar boven het maaiveld uitsteken, geef ze de mogelijkheid om risico’s te lopen en daag ze uit om fouten te maken.
Uitdagingen brengen mensen verder.
Het gaat niet zozeer om de uitdaging, maar om het verleggen van grenzen.
Wàt je doet, hoeft niet groots en indrukwekkend te zijn.
Je verricht een kleine daad en daarmee verander je de loop van de geschiedenis.
De zin van je bestaan is vaak dichterbij dan jij zelf denkt.

Dialoog
Hou alsjeblieft eens een keer op met het spelen van een slachtoffer, want daar is geen enkele reden toe.
Kiezen voor het gesprek betekent dat je bereid bent naar de argumenten van de ander te luisteren en die te betrekken in jouw eigen oordeelsvorming.
De grenzen van het redelijke worden eens bereikt.
Als je ergens voor staat, dan moet je ook bereid zijn om strijd te leveren.
Macht tegen macht, gaat altijd ten koste van iets of iemand.
Het beschadigt mensen en relaties en levert per saldo weinig op.
Strijd kan nooit een doel zijn.
Mensen zoeken juist naar harmonie.

Matigheid
Wij zijn rentmeesters van de schepping, en daarbij gaat het niet om meer, meer, meer, maar om beheren en bewaren.
Als ouders kun je niet veel meer dan je waarden laten zien in de prioriteiten die je stelt, in je doen en laten en in je koopgedrag.
Het moet naar mijn idee vooral gaan om vernieuwing van arbeidsverhoudingen, om vernieuwing van betrokkenheid.
Alleen door innoveren kunnen Nederlandse bedrijven straks nog overleven.
De oplossing ligt in slimmere manieren van werken.
Dan praat je over plattere organisaties en medewerkers de ruimte geven om zelf met creatieve ideeën te komen.
Bijbelse verhalen beschrijven de realiteit niet, maar laten ons de omgekeerde wereld zien.
Voor mij is de essentie van de Bijbel: mensen worden geroepen om hun verantwoordelijkheid te nemen.
Niemand hoeft aan de kant te staan.
Het is een menselijke neiging om de eigen problemen groter te zien dan de problemen van anderen.

Rechtvaardigheid
Bij moreel besef kijk je naar je eigen gedrag, naar je persoonlijke verantwoordelijkheid en naar je eigen integriteit.
De baas moet het goede voorbeeld geven.
Alleen via bescheidenheid kun je genereus zijn.
Mensen die niet in staat zijn om zelf in hun inkomen te voorzien, verdienen ondersteuning en geen straf.
De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen.
De overheidssubsidie aan de rijken past niet meer in deze tijd.
Levensbeschouwing is verankerd als een onderdeel van onze traditie.
De overheid zou moeten werken als een schild voor de zwakken.

Verantwoordelijkheid
Je bent de ander wat verschuldigd.
Juist de vraag van een ander geeft blijkbaar zin aan ons bestaan.
Zonder binding met iets of iemand anders, raakt je bestaan als mens zijn betekenis kwijt.
Soms moet je je verantwoordelijkheid juist niet nemen.
Je moet met je gezicht naar de werkelijkheid gaan staan en je verantwoordelijkheid nemen om er iets aan te doen.
Ik heb het gevoel dat we geroepen zijn om een kathedraal te bouwen.
Sociale zekerheid is een vorm van solidariteit tussen mensen.
De overheid heeft een groot probleem: het ideologische referentiekader is verdwenen.
Het concept dat politici oproepen, is een doe-het-zelf-construct.
In de nieuwe politiek krijgt solidariteit geen plaats en ontbreekt het in het verantwoordelijkheidsbegrip volledig aan wederkerigheid.
Zelfredzaamheid is een ontkenning van het wezenlijke van de mens.
Behandel mensen net zolang als arbeidsongeschikt totdat het tegendeel is bewezen.
Mensen moeten openstaan voor maatschappelijke deelname.
Werkgevers moeten af van de benadering dat ieder kneusje zo vlug mogelijk richting poort gaat.
Mensen raken (vaak) buiten hun schuld buiten het arbeidsproces.
Te weinig aandacht aan arbeidsomstandigheden kan leiden tot meer ziekte en arbeidsongeschiktheid.
Mensen moeten ‘eigenaar’ van hun probleem kunnen zijn.
Wat jij doet, de keuzes die jij maakt, hebben invloed op mij, dat kun je niet ontkennen, daar moet je verantwoordelijkheid voor nemen.

Verbondenheid
Mijn belangrijkste community is mijn gezin.
Als je mensen open tegemoet treedt en aanspreekt op hun talenten, krijg je veel terug.
Als je ook de verbondenheid met de gemeenschap herkent, kom je heel ver met elkaar.
Als je je kwetsbaar, afhankelijk durft op te stellen, kun je samen bergen verzetten.
Ik zoek mensen met wie ik mij verbonden voel.
De waarden en normen die je van huis uit meekrijgt, spelen een rol in de rest van je leven.
Niemand wil alleen zijn.
Een onderneming moet werken vanuit bepaalde waarden en dat zichtbaar maken in haar omgeving met de wereld.
In mijn wijze van zien mag je je niet zó identificeren met een onderwerp, dat je daarmee een ander in gewetensnood brengt.
Het woord ‘onbarmhartig’ mag wel eens wat vaker gebruikt worden.
Je primaire focus als vakbond ligt bij de mensen die je betalen, en je worstelt met de mogelijkheden voor mensen die je niet betalen.
Ik typeer mezelf ‘slapend lid’ van het CDA.
Maar ik vind dat ik kleur moet bekennen.
De overheid moet vooral de resultante zijn van de maatschappelijke vitaliteit en van maatschappelijke ontwikkelingen.
Ik geloof in de rol van het maatschappelijk middenveld.
Naast ‘gespreide verantwoordelijkheid’ is een tweede sleutelbegrip in de christen-democratie het ‘voorzorgprincipe’: dat je in je huidige handelen nadenkt over en rekening houdt met de toekomstige gevolgen van je handelen.
Hooghartig gedrag staat haaks op christelijke waarden.
Binnen het CDA is jammer genoeg geen echte discussie over de spanning die er is tussen ‘de leer’ en ‘het leven’.
Ik kom heel veel politiek opportunisme tegen: er wordt calculerend gedacht, er wordt gedacht in termen van macht.
Het ontbreekt de partij aan intern debat.
Was er maar wat meer ideologie, want dan ging het weer ergens over.

Zelfstandigheid
In mijn ervaring was sociale controle: oog voor elkaar hebben, op elkaar letten, voorkómen dat mensen tussen wal en schip raken.
Sociale controle is ook sociale cohesie.
Ik heb uit mijn dorp (Witmarsum) meegekregen dat mensen er voor elkaar zijn, en dat vind ik een groot goed.
Je helpt elkaar om zelfstandig te zijn.
Zo elimineer je ook onverschilligheid.
Mensen verbinden zich met de inhoud, minder met de organisatie.
Wij organiseren niet langer mensen, maar wij organiseren hun ideeën, hun beleving, hun betrokkenheid.
Het gaat in de kern nooit om regels, maar om een houding.
Regelgeving helpt altijd maar even; iedereen vergeet wat de drijfveer was.
We moeten ook zoeken naar nieuwe vormen van betrokkenheid.
We moeten diversiteit en differentiatie in onze oplossingen toelaten.

Leiderschap
Toch is het mijn overtuiging dat geen mens zonder referentiekader kan, en dat je van een leidinggevende zelfs mag eisen dat hij dit expliciet maakt.
Mensen die samen een ideologie delen, zullen elkaars keuzes eerder begrijpen dan mensen die een ander referentiekader hanteren.
Als je de leiding krijgt, wordt je de zorg voor je medewerkers toevertrouwd.
Leidinggeven is dan ook een dienstbare activiteit, niet de bezigheid van een baasje.
Maar je moet wel sturing geven en beslissingen nemen voor anderen.
Leiderschap is het nemen van verantwoordelijkheid om samen de kar te trekken.
Onzekerheid vertaalde zich in weerstand.
Ik heb geleerd dat ik door extra druk te geven eerder contraproductief werk, dan dat ik de zaak de goede kant op krijg.
Argumenten doen er niet toe, de wil maakt het verschil.
Je moet dus eerst de politieke wil organiseren, anders lopen alle wegen dood.
Je kunt niet anders dan accepteren dat het soms minder hard gaat dan je zou willen – zolang het maar de goede kant op blijft gaan.
Er is een soort permanente beoordeling – ook in de media – van wat je doet, zegt of juist niet zegt.
Je moet niet alles zeggen wat je weet, want dat kan schadelijk zijn voor je positie.
Tegelijk moet je ook wel jezelf blijven.
Je moet eigenlijk steeds proberen om integer en betrouwbaar te blijven, zonder volkomen eerlijk en open te zijn.
Een afspraak is een afspraak; een toezegging is een toezegging.
De grens wordt bereikt als de manier waarop jij het spel speelt, ten koste van de ander gaat.
Als ik vertrouwen wil uitstralen, dan moet ik mij met de inhoud verbonden weten.
Je moet scherp houden dat in het professionele proces het resultaat telt, en in de persoonlijke sfeer heel andere dingen.
Het geheim van leidinggeven: dicht bij jezelf blijven.
Krachtig leiderschap is juist ook laten zien waar je twijfels zitten, wat je kwetsbaarheid is.
Durf het aan om iemand maximaal vertrouwen te geven.
Zorg ervoor dat je mensen krijgt die zich identificeren met jouw ideeën en er helemaal voor willen gaan.
Als je leiding wilt geven, zul je het vertrouwen moeten zien te winnen.

Vertrouwen
De beelden van de Bijbel heb ik nodig om mezelf te voeden; ze geven me energie voor het werk dat ik elke dag doe.
Ik heb het gevoel dat ik geroepen ben om deel te nemen.
Geloof is van wezenlijk belang voor mensen.
Doordenken doe je nooit alleen, daar heb je anderen bij nodig.
Geloven is niet ‘verander de ander’, maar ‘verander jezelf’.
Het gaat om de kracht van de lokale gemeenschap.
Initiatieven moeten van onderaf komen, uit de lokale gemeenschappen.
Jonge mensen haken niet af op geloof, maar op de institutie.
Beleid met directieven van bovenaf is geen lang leven beschoren.
Beter is stimuleren, enthousiasmeren, ondersteuning aanbieden.
Het adagium ‘verantwoordelijkheid terug naar de burger’ geldt ook in de kerken.
De ziel van het kerkelijk bedrijf zit in de mensen zelf.
De kerken horen een manifestatie te zijn van betrokkenheid van de mensen zelf.
Als mensen het zelf niet meer vormgeven, dan moet je het niet kunstmatig doen.
Steek vooral energie in het managen van netwerkvorming en diversiteit.
Kracht schuilt niet in beheersing, maar in loslaten.
Laat duizend bloemen bloeien.
De afspraken die nodig zijn voor het dagelijks leven, regel je ongeschreven met elkaar.
De verbinding tussen mensen ligt vast in begrippen als respect en vertrouwen.
Geef mensen de mogelijkheden om zaken met elkaar te regelen.
Je moet betrokkenheid organiseren; dat kan door medewerkers meer vrijheden te geven en meer in hen te investeren.
Delen bleek een uitkomst: een versterking, geen verzwakking.
Vertrouwen groeit door met anderen te praten over het werk, over de problemen, de bedreigingen, de kansen.
Je kunt nooit vertrouwen vragen als je het zelf niet geeft; door het te geven, groeit het; het gaat om delen.
Vertrouwen moet groeien, maar het kan er ook ineens zijn.
Er moet vertrouwen zijn tussen mensen, wederzijdse belangstelling.
Met wantrouwen valt niet te werken.
Ik wil het gevoel van vertrouwen blijven houden, anders kan ik niet werken.
Het basisvertrouwen is wezenlijk.
Cynisme is verdriet verpakt in prikkeldraad.
Ik vind mensen interessant die kleur bekennen, die laten zien dat hun persoonlijkheid is verbonden met wat zij doen en bepleiten.
Ik ontmoet mensen die nooit verder komen dan hun zakelijke boodschap.

Spiritualiteit
Ik ben verwonderd over wat de rationaliteit overstijgt; noem dat maar het werk van de Heilige Geest.
Een christelijke identiteit heeft te maken met zoeken en tasten naar antwoorden vanuit het evangelie.
Het gaat in de Bijbel om het zichtbaar maken van verantwoordelijkheid: het leveren van een bijdrage aan een samenleving waarin recht wordt gedaan en mensen tot hun bestemming kunnen komen.
Wees je bewust van je daden en neem er verantwoordelijkheid voor.
De kracht van religie is dat het een integraal deel is van jezelf en dat je praktijk en leer met elkaar probeert te verbinden.
Mensen van nu laten zich aanspreken door rituelen, door klank, kleur en geur.
Juist ook door rituelen komt het geloof steeds dichter bij mijzelf te staan.
Als dagelijkse inspiratiebron spelen mijn vrouw en dochters de hoofdrol.
Om intuïtie te voeden, moet je ook veel contact met mensen hebben; veel praten met anderen, maar vooral luisteren, proberen te horen wat er achter hun woorden schuilgaat.
Het gaat meestal om onderliggende gevoelens, als je daar geen aandacht aan besteedt, blijft de onrust.
Het gevoel van mensen geeft je altijd de richting aan.
Een visioen zou ik willen benoemen als dat vage en ongrijpbare moment waarin we kort iets ondergaan, dat niet te beschrijven is.
Een visioen roept beweging op.
De waarheid hoef je slechts één keer te horen om hem nooit te vergeten.
Als je iets goed doet, mag je trots zijn op wat je doet.
Dat geeft je vertrouwen, en met zelfvertrouwen durf je kwetsbaarheid te laten zien.
Vrienden en collega’s houden je op het juiste spoor door hun observaties en hun feedback.

Vakbeweging in de 21e eeuw
Ik hoor mensen nooit naar zekerheden vragen, wel naar betrouwbaarheid.
Solidariteit is verschoven naar het meer individuele niveau.
Er is wel een bepaalde mate van zekerheid nodig om tot je bestemming te kunnen komen.
De zekerheden die we zoeken, veranderen met de tijd.
Baanzekerheid proberen we nu te vervangen door werkzekerheid.
We moeten er vooral voor zorgen dat we een samenleving bouwen die ook voor de toekomst houdbaar en sociaal is.
De enige weg daartoe is om draagvlak in de samenleving te genereren, mobilisatiekracht aan te spreken en samen de nodige ontwikkelingen door te maken.
Soms vind ik wel dat we te veel geprofessionaliseerd hebben; de verschuiving naar professionele uitvoering zien we overal.
Hoe solidariseren we individualisering?
Identiteit verplicht.
Je staat bij wat je doet niet onverschillig tegenover die andere mens.
Wij zijn een professionele organisatie, die steeds professioneler wordt; en dat is niet op voorhand de goede weg.
We moeten de beweging teruggeven aan de leden.
Mensen informeren en betrekken bij de besluitvorming is een bestaansvoorwaarde.
Wij moeten de kennis bruikbaar maken voor de doelen die we willen bereiken.
Kennis die je wordt aangereikt, verbindt je eigenlijk met de harten van mensen.
Een tegenbeweging is een organisatie die zich niet laat leiden door de waan van de dag.
De werkende mens moet op waardige wijze afscheid kunnen nemen van zijn werkzame leven; dat moet op respectvolle wijze worden geregeld.
Er is een permanente spanning tussen de realiteit van het moment en je opvatting over het te bereiken doel; dat vraagt om balanceren.
Je moet rekening durven houden met de omstandigheden waarin mensen hun werk hebben gedaan.
Bij de vraag hoe wij de participatie van ouderen willen verhogen, hoort een gedifferentieerde aanpak.
Je moet ervoor waken dat je alleen maar staat voor het belang van je eigen groep, omdat jouw belang op lange termijn gebaat is bij aandacht voor de belangen van anderen.
Als je gezag hebt, krijg je invloed – geen macht.

De wereld is een dorp
Europa is het land van de toekomst.
Als je alleen maar oog hebt voor de kracht van de sterkste, gaat het fout.
Wij moeten de collega’s werkelijk willen ontmoeten, ons werkelijk bezighouden met wat hem of haar bezighoudt.
Wij zijn er ook voor anderen, net als die anderen er ook voor ons zijn.
Er zijn andere werkelijkheden en daar moet ik rekening mee houden – hoe ongemakkelijk dat soms ook is.
De kern van vakbondswerk: mensen gaan schouder aan schouder staan, verbinden zich met elkaar op zoek naar een betere wereld.

Tenslotte
Ook sterke mensen zijn kwetsbaar en kunnen tussen de wal en het schip vallen.
De verantwoordelijkheid die je hebt voor je eigen ontplooiing, geldt ook anderen.
Als een regering slechte directieven geeft en geen dialoog aangaat, dan werkt dat onthechtend; dat maakt onnodig veel vertrouwen stuk.
Opgelegd moralisme, waarin samenhang en dialoog ontbreken, demotiveren alleen maar en dagen mensen niet uit tot het leveren van een bijdrage aan oplossingen.
Mensen kunnen niet zonder elkaar, dat is existentieel.

It is

Is het omdat wij beiden Friezen zijn?
Is het omdat wij van oorsprong gereformeerde ‘mannenbroeders’ zijn?
Is het omdat wij ons willen laten inspireren door Gods Woord?
Is het omdat wij hetzelfde hebben gezien en voortdurend waarnemen?
Is het omdat wij (van) christelijk onderwijs genoten?
Is het omdat wij hetzelfde lazen, lezen, hoorden en horen?
Is het omdat wij participeren in dezelfde organisaties en verbanden?

Is het daarom dat wij zonder spreken hetzelfde denken?
Is het daarom dat wij dezelfde taal spreken?
Is het daarom dat dit onze ‘drive’ is?
Is het daarom dat wij het (h)erkennen?

It is sa, tinkt my.

zondag 22 mei 2011

Plezier in je werk

Zondag 22 mei 2011

Werk is meer dan geld verdienen, maar dat wordt lang niet altijd zo ervaren. Hoe kunnen wij in alle hectiek en in toenemende stress zóveel zin geven aan ons handelen, dat wij werk als een even waardevol als plezierig onderdeel van ons leven ervaren? De bekende Duitse benedictijner monnik Anselm Grün schreef op verzoek van het Christelijk Nederlands Vakverbond (CNV) een boek over plezier in je werk krijgen, hebben en houden. Dit boek met als titel “Plezier in je werk” is in 2010 uitgegeven. Hein Pieper, politicus en voormalig pastor, schreef de uitgebreide inleiding bij de boektekst van Anselm Grün. Franck Ploum vertaalde de Duitse tekst van Anselm Grün naar het Nederlands. De uitgever beschouwt dit boek als ‘een must voor ieder die met plezier wil werken’.

Bert van Boggelen – de waarnemend voorzitter van het CNV - schreef het woord vooraf, met als titel: ‘Thank God, it’s Monday’. Van Boggelen schrijft dat juist in een tijd waarin van mensen wordt gevraagd om langer door te werken het plezier in het werk onmisbaar is. Betrokkenheid en motivatie noemt hij daarbij als voorwaarden. Hij geeft aan dat het er uiteindelijk om gaat wat mensen zelf van hun werk maken, hoe ze specifiek met hun werk omgaan en hoe ze in het algemeen in het leven staan.

Hein Pieper is directeur van het Verband van Katholieke Maatschappelijk Organisaties (VKMO) en lid van de CDA-fractie in de Tweede Kamer. Pieper geeft zijn inleiding als titel: ‘Zinvol werken’. Hij noemt Toewijding, Aandacht en Betrokkenheid de deugden, die geworteld zijn in wat mensen van waarde vinden. Hij geeft aan dat werk voor veel mensen een zingevingsbron is; mensen ontlenen veelal ook hun identiteit aan hun werk. Hein Pieper stelt dat daar waar bij ons het evenwicht tussen waarden, beleid en verantwoording verloren is gegaan, bij ons de nadruk te veel is komen te liggen op beleid en op theoretische top-down-aanpak van werkproblemen.

In zijn hoofdstuk over het Rationaliseringsproces gaat Pieper dieper in op het Secularisatieproces, op de Individualisering en op de Economisering van de samenleving.
Zijn tweede hoofdstuk gaat over de sociale markteconomie, waarin Pieper onder andere nader ingaat op het zogenoemde Rijnlandse model, over het christelijk-sociale gedachtegoed.
Het derde hoofdstuk gaat over Professionaliteit, die volgens Pieper verschillende vaardigheden verbindt en in goed evenwicht brengt en waarbij passie en betrokkenheid een grote rol spelen.
In hoofdstuk vier over Spiritualiteit schrijft Hein Pieper dat spiritualiteit in ons dagelijkse leven zichtbaar wordt, dat ze authentiek is, wordt gekenmerkt door waarden en dat ze mensen voortdurend verandert.
Zijn vijfde en laatste hoofdstuk over Plezier in werk als duurzame verandering, eindigt Pieper met zijn stelling dat het echte werk daar gebeurt waar ruimte is voor de bezieling van mensen en dat die bezieling mensen meer plezier in hun werk geeft.

Grün zijn bijdrage in dit boek kreeg als titel: ‘Plezier in je werk’, naar de gelijknamige titel van dit boek. Grün begint met een verwijzing naar de heilige Benedictus, die werk beschouwde als de mogelijkheid om je onafhankelijk te maken en om vrij te zijn van weldoeners. Benedictus wijst ook op de sociale en de spirituele betekenis van werk.
Het eerste hoofdstuk van Grün gaat over de kwaliteit van werk, waarbij hij antwoord geeft op vragen als: hoe ga ik om met arbeidsdruk, hoe motiveer ik mezelf voor opdrachten die ik niet leuk vind, hoe voorkom ik dat ik aan het eind van de dag uitgeput en leeg ben, hoe blijf ik bij mezelf en bij mijn eigen kern en hoe kan ik medewerkers meenemen in een diepere ervaring van werk, waarin ook ruimte is voor dankbaarheid, zegen en vreugde.
In hoofdstuk 2 laat Grün zien dat mensen elkaar moeten betrekken bij het werk. Dat doet hij door antwoord te geven op vragen als: hoe kan ik bijdragen aan betere verhoudingen op het werk, hoe ga ik om met macht en onmacht, hoe kan ik collega’s laten weten dat ze welkom zijn, hoe kan ik dienend leidinggeven binnen een organisatie waarin alleen markt en productie belangrijk zijn, wat is de betekenis van duurzaam ondernemen voor een bedrijf en voor de bedrijfscultuur en hoe kan ik als leidinggevende ervoor zorgen dat anderen plezier in hun werk vinden, me realiserend dat ik maar een klein scharniertje in een grote organisatie ben.
In het derde hoofdstuk over werk en persoonlijke ontwikkeling geeft Anselm Grün zijn antwoorden op vragen als: hoe kan ik mijn talenten in mijn werk inbrengen en aan het licht brengen, hoe kan ik als mens in mijn werk rijpen en mezelf ontplooien, hoe vind ik een goed evenwicht tussen werk en privé en hoe kunnen we de lasten en de lusten van het werk met elkaar verbinden.
Hoofdstuk vier over gevoelens en emoties op het werk gaan over kwesties als: hoe gaan we tijdens het werk om met onze emoties van ergernis, teleurstelling, angst en verdriet, wat kunnen we leren van mislukkingen, mogen we trots zijn op ons werk, hoe gaan we in het werk om met verslaving, zoals werkverslaving, maar ook met verslavingen aan alcohol en drugs, is werk een bevrijdende kracht en hoe is de relatie tussen werk en vrijheid, en hoe kunnen we tijdens het werk positieve gevoelens ontwikkelen als plezier, humor, opgewektheid en tevredenheid.
Het vijfde hoofdstuk van Grün betreffende waarden en normen binnen het werk gaat over hoe de relatie is tussen werk en roeping en wat roeping betekent, over welke beelden mijn werk bepalen, of het gezond of gevaarlijk is om helemaal in je werk op te gaan en wat overgave aan je werk betekent en of/hoe werk een dienst kan zijn. Hij geeft de betekenis van ‘het werk bezielen’. Ook geeft hij zijn antwoord op de vraag of je geloof moet hechten aan dromen, of dat je tevreden moet zijn met de realiteit van je werk. Tenslotte schrijft hij wat ‘werk en spiritualiteit’ betekent en hoe spiritualiteit je werk kan bepalen.

Door het thema ‘Plezier in je werk’ te verbinden met spiritualiteit, krijgt het een diepere betekenis. Grün maakt je met zijn boodschap duidelijk hoe je door bezinning en bewustwording kunt bouwen aan meer voldoening op je werk, voor jezelf en voor anderen. Hij vertaalt daartoe heel praktische noties uit de Regel van de benedictijner monniken naar het functioneren in bedrijven en instellingen in het hier en nu. Dat biedt een verrassend perspectief voor tal van actuele vraagstukken waarvoor wij ons dagelijks geplaatst zien, zoals werkdruk, burn-out, motivatie, scheiding werk en privé, en spiritualiteit op de werkvloer.

In de slotparagraaf van zijn bijdrage in dit boek sluit Anselm Grün af met de woorden: ‘Mensen het plezier in werk te laten ervaren, is volgens mij een beslissende bijdrage aan de humanisering van de wereld van de arbeid, aan de genezing van de werkende mens en aan de levenskwaliteit van mensen die elke dag hard moeten werken.

maandag 25 april 2011

Landelijke Herdenking Tsjernobyl 25 jaar later

Stille Zaterdag 23 april 2011

Om 8.00 uur arriveren Durkje en ik in het nieuwe Gebouw X van de Christelijke Hogeschool Windesheim te Zwolle. We zijn hier vandaag met het oog op de landelijke herdenkingsdag ter gelegenheid van het feit dat het aanstaande dinsdag 25 jaar geleden is dat we werden geconfronteerd met de kernramp in het Oekraïense Tsjernobyl. Eerst bezoeken we hier de bijzondere Duitse expositie van IBB Dortmund: '24 Jahre nach Tschernobyl - Mensche - Orte - Solidarität'. De 200 deelnemers van deze herdenkingsdag arriveren tussen 8.30-9.30 uur. De herdenkingsactiviteiten vinden plaats in het hoofdgebouw van Windesheim. Organisatoren van deze landelijke herdenking zijn: de Stichting Rusland Kinderhulp (SRK), het Landelijk Platform Hulp aan Tsjernobyl-kinderen (LPHT) en de twee organisaties die ik representeer: VUconnected en het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG).

SRK-voorzitter Klaas Koops opent de plenaire zitting in het auditorium en geeft dan de leiding over aan dagvoorzitter Esmé Wiegman (Christenunie-lid van de Tweede Kamer). Daarna volgen eerst de groetwoorden van Elena Gritsenko (ambassadeur van Wit-Rusland) en Ilya Kvas (plaatsvervanger van de ambassadeur van Oekraïne). De ambassadeur van Wit-Rusland spreekt over de tragiek van de kernramp, die zoveel levens jarenlang heeft veranderd, en ze spreekt haar dank uit voor alle geboden humanitaire hulp, met name ook de hulp van al die Nederlandse gastouders, die de Witrussische kinderen hier in Nederland behandelden alsof het hun eigen kinderen waren. Ilya Kvas vertelt namens de ambassadeur van Oekraïne dat zijn land nog steeds werkt aan de afwikkelingvan de vele projecten die voorvloeien uit de kernramp van 25 jaar geleden en ook Kvas spreekt zijn dank uit voor de door ons geboden humanitaire hulp.


Dan volgt keynote speaker professor dr. Lucas Meijs (hoogleraar Vrijwilligerswerk aan de Erasmus Universiteit Rotterdam) met zijn toespraak genaamd: 'Vrijwilligerswerk en civil society'. Meijs spreekt over de karakteristieken en de kracht van het Nederlandse vrijwilligerswerk en geeft daarbij allerlei tips voor aanpassing, doorgroei en verbetering van vrijwilligerswerk in de Nederlandse samenleving. In het tweede halfuur gaat hij in gesprek met de aanwezigen aan de hand van de vele vragen die hem door de deelnemers in de zaal worden gesteld. Meijs adviseert ons om regelmatig de vraag te stellen of we als vrijwilligersorganisatie nog wel de goede dingen doen en of we nog wel gelukkig zijn met wat en hoe we dat doen. 'Blijf niet hangen in de traditie van je vrijwilligersorganisatie', is één van zijn boodschappen vandaag.


Na deze lezing volgt een Paneldiscussie met de volgende vier panelleden: Pieter Omzigt (CDA-2e Kamerlid en lid van de Raad van Europa), Johan van Dongen (LPHT-voorzitter), Geert Metselaar (SRK-bestuursadviseur) en Franka Hummels (schrijfster en journalist). Daarna worden vier korte presentaties verzorgd door achtereenvolgens: Heinze Tolsma (één van de initiatoren van de hulp aan Wit-Rusland), Henk Kerssies (over agrarische projecten in Wit-Rusland), Ria Schraverus (oprichter van de Stichting Weeshuizen Belarus) en Ton de Mei (over het humanitaire werk van Stichting Spoetnik in Oekraïne). Na afloop biedt auteur José Hennekam de door hem met Renata Oosterveen geschreven roman "Pjotrs Borsjt" aan. Daarna komt Tania Makarewich op het podium. Ze is een jonge Witrussiche vrouw, die vertelt over haar persoonlijke ervaringen tijdens haar kinder- en jeugdjaren, opgroeiend en wonen in het door de kernramp besmette gebied.


Vervolgens introduceer ik Anatoly Greben en zijn tolk Inna Karpowich. Anatoly Greben is in Wit-Rusland verantwoordelijk voor bijbelverspreidingsprojecten in de door Tsjernobyl getroffen gebieden in voornamelijk het zuiden van Wit-Rusland. Het NBG lanceert vandaag samen met SRK een hulpverleningsproject, genaamd 'Echo voor Tsjernobyl'. Dit project beoogt het mogelijk te maken en te houden dat het bijbelverpreidingswerk van en door het Witrussische bijbelgenootschap verder en duurzaam kan worden uitgebouwd.


In de lunchpauze kunnen de gasten kennis nemen van de ruim 20 informatiestands in de centrale hal en we bieden de gelegenheid voor 'Meet and Greet' met het ambassadepersoneel en met de andere 40 Witrussische gasten die deze bijeenkomst bijwonen. Ook kunnen de deelnemers hun "Wens van Zwolle" formuleren en indienen en tussen de bedrijven door kan worden geluncht. Ontmoeting en goede gesprekken staan hier centraal en daar wordt ook volop gebruik van gemaakt.


Het middaggedeelte begint met twee presentaties. De eerste is van Franka Hummels. Ze is de schrijfster van het onlangs gepubliceerde boek 'De Generatorgeneratie', het resultaat van interviews die ze hield onder de kinderen van het kernrampjaar 1986, die nu volwassen zijn geworden. Franka durft gerust te stellen dat de Nederlandse kinderopvangprogramma's voor Witrussische gastkinderen in Nederland voor deze kinderen van onschatbare waarde zijn. Eén van de geïnterviewden vertelde haar nota bene: 'Ik heb alles aan Tsjernobyl te danken'. Dat klinkt wrang, maar zo wordt het dus door deze kinderen wel ervaren.
Tweede spreker is Vladimir Kleiner, twintig jaar lang directeur van een Witrussisch kindertehuis in de regio (oblast) Gomel geweest. Hij vraagt ons vooral niet weg te gaan uit Wit-Rusland, want de Witrussische kinderen- vooral de zieke - hebben onze hulp nog nodig. Hij geeft aan dat de kinderen die in Nederland enkele weken te gast zijn, goed om zich heen kijken en op grond daarvan een eigen levensstijl bepalen en met hun Nederlandse ervaring bewuste keuzes voor hun eigen leven maken.


Voordat dagvoorzitter Esmé Wiegman het middagprogramma afsluit, volgt nog een reflectie door Geert Metselaar en Johan van Dongen op de vandaag ingediende "Wensen van Zwolle', een samenvatting van de toekomstwensen en -dromen van de deelnemers. Tot slot reageert de Witrussische ambassadeur Elena Gritsenko op deze wensen, dromen en reflecties. Gritsenko geeft aan dat haar nog zo jonge land onderweg is naar democratie en ze uit haar waardering voor de productieve en constructieve woorden die hierover vandaag ook zijn uitgesproken. Ze roept ons op vooral door te gaan met onze humanitaire hulpprogramma's en dat zij van harte bereid is om ons daarbij te faciliteren waar dat gewenst en noodzakelijk is. Een mooie afsluiting van "De Wens van Zwolle'.


Dan gaat de deur van het auditorium open en komt een grote groep Witrussische kinderen binnen. Zij verblijven momenteel enkele weken in Hollandscheveld en komen ons hier in de zaal met drie Witrussische liederen toezingen, afsluitend met het in het Russisch gezongen lied: 'Lees je Bijbel, bid elke dag, ... dat je groeien mag'. LPHT-voorzitter Johan van Dongen spreekt de afsluitende woorden uit en de bijeenkomst wordt afgesloten met het in het Russisch uitgesproken gebed 'Onze Vader'. Daarna nemen velen van de geboden gelegenheid gebruik om nog lang na te blijven voor een meer informele ontmoeting met alle aanwezigen. Met grote dank voor ieders inzet en belangstelling mogen we terugzien op een buitengewoon interessante en geslaagde herdenkingsdag.

donderdag 24 februari 2011

Debatcafé over Provinciale Statenverkiezingen Fryslân

Woensdag 23 februari 2011

Ruim 85 mensen zijn naar Tresoar in Leeuwarden gekomen om hier de Debatcafé-avond bij te wonen, die we als VUconnected organiseren in samenwerking met het Friesch Dagblad en met Tresoar Fries Historisch en Letterkundig Centrum. Het thema van dit Debatcafé is 'Fryslân kiest!', waarbij het debat onder leiding van onze vaste debatleider Siem Jansen in het teken zal staan van de aanstaande verkiezing van de leden van de Provinciale Staten van Fryslân. Nadat mede-organisator Lútsen Kooistra als directeur-hoofdredacteur van het Friesch Dagblad de debatavond heeft geopend, daagt Siem Jansen de politieke debaters in de vorm van een competitie uit om zichzelf, de partij en hun partijprogramma kort te introduceren.

De volgende debaters presenteren zich (op de foto van links naar rechts):
- Piet Adema (Drachten), gedeputeerde en lijsttrekker van de ChristenUnie, lijst 6;
- Jannewietske de Vries (Raerd), gedeputeerde en nummer 2 op de lijst van de Partij van de Arbeid (P.v.d.A.), lijst 2;
- Johannes Kramer (Sibrandabuorren), nummer 2 op de lijst van de FNP, lijst 4;
- Tom van Mourik (Leeuwarden), lijsttrekker van de VVD, lijst 3;
- Sjoerd Galema (Hartwerd), gedeputeerde en lijsttrekker van het Christen Democratisch Appèl (CDA), lijst 1;
- Marieke van de Ree (Gorredijk), lijsttrekker van Democraten 66 (D66), lijst 13;
- Addy Stoker (Leeuwarden), lijsttrekker van Verenigd Links-Feriene Lofts, lijst 12.
Jannewietske de Vries wint de publieksprijs voor de mooiste introductiespeech, waarmee zij tijdens deze debatavond zowel het eerste als ook het laatste woord mag voeren.

Twee onderwerpen staan in dit Debatcafé centraal. We beginnen met de partijstandpunten inzake 'Fryslân Culturele Hoofdstad 2018'. Een boeiend debat ontstaat. Enkele van de uitspraken van de debaters:
- De Vries: "Fryslân moet op het Europees podium. De cultuur maakt Fryslân mooi. Cultuur in Fryslân heeft toekomst. Begin in de dorpen. Begin klein. Evenementen zoals het openluchtspel in Jorwert, dàt zijn onze podia.";
- Galema: "Fryslân moet uitnodigend zijn naar de rest van Europa.";
- Adema: "Het moet van onderop; we moeten daartoe onze Friese gemeenten activeren.";
- Van de Ree: "Fryslân kan kunst & cultuur paren, waar dat 'Den Haag" niet lukt.";
- Kramer: "Groningen mag nooit de zeggenschap krijgen over de cultuur in Fryslân. Dat kan 'Den Haag' misschien wel willen, maar zover mag het nooit komen!" Richt niet je blik op alleen 2018, want organisaties als Tryater, Omrop Fryslân en de Friese oplenluchtspelen moeten ook al in 2012 en daarna worden geholpen.";

Siem Jansen geeft ook de zaal de gelegenheid om mee te debatteren. Lokale politici (waaronder Pier Tilma en Lies Melchers), provinciale politici (waaronder Rommert Krijtenburg en Willem Roersma), en vele anderen (waaronder Piet Reitsma út 'e Trynwâlden) doen graag mee met hun vragen, tegenwerpingen en suggesties. Willem Roersma (Provinciaal Belang Fryslân, lijst 9): "Vergeet Oerol niet. Ga uit van eenvoudige vormen en zorg voor draagvlak. Begin klein en laat de ambitie in Fryslân groeien voor Fryslân Culturele Hoofdstad 2018."

Na de pauze volgt het tweede onderwerp van vanavond, over het 'Sociaal Economisch Masterplan Noordoost Fryslân'. De debaters gaan er weer flink tegenaan in het debat:
- Kramer: "Krimp is ook een kans voor Fryslân, maar pas op voor het bureaucratisch moloch en zet van onderop in.";
- Galema: "We moeten het krimpdebat loslaten en veel meer naar een positieve investeringsagenda gaan. De Friese steden zoals Leeuwarden moeten de dorpen niet leegtrekken; we moeten het noorden beschermen.";
- Van de Ree: "Er zit power in deze regio. Stop geld in goede infrastructuur.';
- Stoker: "Als jongeren zich willen inzetten voor hun eigen regio, investeer daar dan in.";
- De Vries: "Verbindingen tussen land & water zijn in Fryslân goed te leggen. We kunnen ook digitale systemen inzetten om van openbaar vervoer maatwerk te maken, Fryslân zou in dat opzicht experimenteerregio kunnen zijn. De Rijksbijdrage moet niet alleen naar de Randstad, want dat geld hebben we hier in Fryslân hard nodig";
- Adema: "Hoogfrequent openbaar vervoer in het landelijk gebied is bijzonder moeilijk; we zouden alle vervoer moeten bundelen in zogenoemde 'bundelbussen', een combinatie van WMO-, leerlingen- en openbaar vervoer).";
- Van Mourik: "Het noorden wordt door het Rijk te vaak op achterstand gezet.";

De zaal doet ook weer flink mee aan het debat. Er worden kritische vragen gesteld over bijvoorbeeld openbaar vervoer en leefbaarheid van het platteland en over bodemdaling door zoutwinning.
Eén van de aanwezigen slaagt erin alle politieke debaters achter de forumtafel sprakeloos te maken. Het is de biologische boer Durk van der Schaaf. Van der Schaaf oppert het idee om de gronden van de Leeuwarder Vliegbasis te bestemmen voor biologische landbouw, als het er ooit van zal komen dat de Vliegbasis door de overheid zal worden gesloten. Van der Schaaf vraagt of de debaters het hiermee eens zijn. Achter de forumtafel valt het helemaal stil. De provinciale politici schudden hun hoofden en werpen afkeurende blikken. Als debatleider Siem Jansen hierop met vragen reageert, wordt duidelijk dat alle zeven debaters dit een 'non issue' vinden, want eenmaal vanavond zijn ze het allemaal met elkaar eens: "We willen de Vliegbasis niet kwijt, de Vliegbasis moet in Leeuwarden blijven!" Er is dan ook geen sprake van enige discussie over een andere bestemming voor deze gronden. Addy Stoker voegt daar nog even aan toe dat biologische landbouw toch ook wel het laatste is dat je hier kunt invullen, aangezien de bodem van de vliegbasis daartoe al te zeer vervuild is.

Het publiek had Jannewietske aan het begin van de avond gekozen als de politica die het laatste woord mag voeren. Siem Jansen vraagt de zeven politieke debaters wie van de aanwezigen in het publiek vanavond de mooiste inbreng heeft geleverd. De politici kiezen unaniem Willem Roersma als winnaar uit het publiek. Roersma verdient een fles wijn en De Vries verdient het laatste woord vanavond. Jannewietske de Vries roept - mede namens haar politieke collega's - iedereen op om op 2 maart 2011 vooral te gaan stemmen, "omdat dat goed is voor de 1e Kamer en omdat dat goed is voor Fryslân". En dan grijpt ze haar kans met de oproep aan ons allen om vooral te gaan stemmen op de PvdA, want - zegt ze - "Cultuur in Fryslân is bij de PvdA in goede handen!".

Daarna mag ik namens de Kristlik Fryske Folksbibleteek (KFFB) aan alle aanwezigen een gratis Fries KFFB-boek aanbieden, als dank van de KFFB aan de provincie voor haar jarenlange steun om de uitgave van Friestalige KFFB-literatuur mogelijk te maken. Bij het verlaten van Tresoar mag iedere aanwezige één van de zeven titels meenemen, met als doel om het lezen van de Friese literatuur te bevorderen door bijvoorbeeld zelf lid te worden of iemand anders voor € 27,- een kado-jaarabonnement te schenken van deze Friese boekenclub.

Tot slot sluit mede-organisator Govert Geldof namens VUconnected en mede namens het Friesch Dagblad en Tresoar deze geslaagde debatavond. Velen blijven nog lang napraten onder het genot van een hapje en een drankje. Mooi was het dat er vanavond niet negatief op de persoon is gespeeld, maar dat met enthousiasme en ambitie stevig is gedebatteerd over wat Fryslân beweegt en wat onze provincie daartoe nodig heeft in de komende jaren.

donderdag 16 december 2010

Debatcafé Fryslân over Biodiversiteit

Woensdag 15 december 2010

“Door menselijk handelen is het tempo van uitstervende diersoorten met een factor duizend toegenomen. Sinds 1600 zijn wereldwijd 1033 soorten uitgestorven”, zegt VU-hoogleraar Dierecologie Van Straalen. Professor dr. Nico van Straalen is bioloog en verbonden aan de faculteit der Aard- en Levenswetenschappen bij de subafdeling Dierecologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

De belangen voor natuur en biodiversiteit gaan niet hand in hand met die van de boeren, volgens Eerste Kamer-lid Benedictus. Dr. Geart Benedictus is lid van de CDA-fractie in de Eerste Kamer, voorheen Provinciale Statenlid in Fryslân èn dierenarts en directeur van het Gezondheidscentrum voor Dieren in Noord-Nederland; momenteel ook voorzitter van de Bond van Friese Vogelwachten.

Waarom zouden we moeite doen om Biodiversiteit te behouden? Aan het einde van het ‘Jaar van de biodiversiteit’ discussiëren vanavond wetenschapper Van Straalen en politicus Benedictus in het Debatcafé Fryslân over het belang van Biodiversiteit. Om 20.00 uur open ik dit avondprogramma in het bijzijn van zo’n 25 betrokken debatdeelnemers in Tresoar te Leeuwarden. Deze debatavond wordt georganiseerd door VU-connected in samenwerking met het Friesch Dagblad en Tresoar. Zoals gebruikelijk is onze gespreksleider vanavond Siem Jansen, directeur van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij.

Tijdens de inleiding op het debat vertelt Nico van Straalen ons dat we bij Biodiversiteit bijvoorbeeld moeten denken aan de volgende elementen:
- de variatie aan landschappen;
- hoeveel biologische soorten erin voorkomen
(een recente schatting voor Nederland kwam op 47.800 soorten, waarvan meer dan de helft insecten, waarvan een heel groot aandeel kevers);
- de genetische variatie binnen die biologische soorten.

Debatleider Siem Jansen krijgt het voor elkaar om middels een mix van scherp doorvragen, de nodige kwinkslagen en het zoeken van de verbale confrontatie van de argumenten van de wetenschapper, de politicus en de enthousiaste deelnemers uit de zaal een stevig debat op de kaart te zetten, waarbij goed wordt geluisterd naar elkaars argumenten en waarin meningen aan elkaar worden gescherpt. Dit debat boeit van de eerste tot de laatste minuut.

Prof. Dr. Nico van Straalen:
* Grote zoogdieren (zwaarder dan 40 kilo) in het wild verdragen zich heel slecht met de mens; * Naarmate een volk rijker is, zou men zich bewuster moeten zijn van Biodiversiteit;
* Opvoeding en onderwijs moeten een beroep doen op jongeren, om het gevoel voor de natuur aan te wakkeren, om vanuit de liefde voor de natuur die natuur te gaan beschermen;
* We hebben de plicht alle dieren te beschermen;
* Een roedel wolven zou – misschien ook in een natuurgebied in Fryslân – een stimulans voor natuurbeleving kunnen geven;
* Het morele beroep op mensen om soorten te beschermen, moet je stimuleren;
* De biodiversiteit is hier in Nederland al geleidelijk verschraald; wij overleven hier nog dankzij de biodiversiteit in alle landen om ons heen; ook door de Biodiversiteit van de Tropen; * Biologen vinden dat agrarisch natuurbeheer niet goed werkt;
* Het soortenbestand groeit door de activiteiten (onderzoek/tellingen) van biologen;
* Het verstand is op zijn retour bij het huidige kabinet. Het CDA zou daartegen te keer moeten gaan, vanuit hun eigen identiteit, namelijk die van het rentmeesterschap;
* Nu we het DNA-materiaal in de bodem onderzoeken, gaat er nog een wereld voor ons open. Als biologen weten we dus nog maar heel weinig over het op lange termijn functioneren van ecosystemen. Dat pleit voor enige voorzichtigheid qua handelen;

Dr. Geart Benedictus:
* Als de wolf aan onze landsgrens staat, hoop ik dat ze hem doodschieten; ze passen niet in onze urbane omgeving; laat ze maar in Oost-Europa blijven;
* Biodiversiteit hebben we in de toekomst hard nodig om te overleven, maar je hoeft niet overal evenveel biodiversiteit;
* Er komen ook soorten weer terug, die lang weg zijn geweest;
* Een kwart van de Europese grutto’s komt hier in Fryslân; we zijn daartoe internationale verplichtingen in Europees verband aangegaan, en dat kan ten koste gaan van andere soorten;
* Sommige diersoorten hebben baat bij de afwezigheid van ecologische verbindingen (zie het Regeerakkoord), want die hebben baat bij het leven in geïsoleerde gebieden;
* Natuurorganisaties zijn kwalitatief lui geworden; ze moeten zich herbezinnen;
* Nederland heeft een voortrekkersfunctie te nemen qua onderzoek;
* Een derde deel van ons voedsel wordt verspild. Laten we eens naar onszelf kijken. We kunnen zelf veel meer bijdragen aan Biodiversiteit.

Ik ben benieuwd wat de wetenschapper Van Straalen vanavond als hartenkreet en oproep aan de politicus Benedicuts mee wil geven, en ik vraag hem daar naar. Aan het eind van het debat doet professor Van Straalen op dat verzoek zijn oproep aan de politiek: “Die 250 miljoen Euro bezuinigen op de Biologische Hoofdstructuur; is dat nog langer te verdedigen door de CDA-fractie in de Eerste en Tweede Kamer? Laat de Regering de ecologische verbindingen tussen grote natuurgebieden alstublieft behouden en verder uitbreiden!”

woensdag 9 juni 2010

Tweede Kamerverkiezingen 2010

Woensdag 9 juni 2010

Dit is de dag waar velen naar hebben uitgekeken en waarover in de afgelopen weken al veel is gesproken en geschreven. Dit is de dag van de Tweede Kamerverkiezingen 2010. Van 's morgens vroeg tot vanavond 21.00 uur kan door de stemgerechtigden hun stem worden uitgebracht in een stembureau in de buurt van het gemeentelijk woonadres. Eén van de vaste stemlocaties van Stiens is het stembureau in de sportzaal van Talant aan de Ieleane.

Vandaag staan 19 politieke partijen op het stembiljet.
Om te beginnen zijn dat de partijen die momenteel zitting hebben in de Tweede Kamer, te weten: CDA, CU, D66, GL, PvdA, PvdD, PVV, SGP, SP, TON en VVD.

De andere partijen die nog geen zetels hebben verworven in de Tweede Kamer zijn:
- Evangelische Partij Nederland;
- Heel Nederland;
- Nieuw Nederland;
- Lijst 17;
- Partij één;
- Partij Voor de Mens en alle overige aardbewoners;
- Partij voor Mens en Spirit;
- Piratenpartij.

Vanavond wordt met spanning uitgekeken naar de uitslagen en vanaf morgen zullen de politieke beschouwingen over elkaar heen rollen.

woensdag 3 maart 2010

Stempas mee naar het stemlokaal

Woensdag 3 maart 2010

Deze dag is een veelbesproken en veelbeschreven dag. Niet alleen omdat het de dag is van de vierjaarlijkse gemeenteraadsverkiezingen. Een bijzondere verkiezingsdag is het ook omdat de resultaten van deze dag als belangrijke graadmeter worden gezien voor de aanstaande landelijke verkiezingen van 9 juni 2010, zulks ten gevolge van de recente val van het kabinet. Behalve graadmeter qua uitslag worden de resultaten van deze gemeenteraadsverkiezingen ook gezien als de nultest voor de binnenkort op te starten verkiezingscampagnes van alle landelijk opererende politieke partijen.

Maar vandaag dus eerst de focus op de verkiezing van de gemeenteraad, een belangrijk orgaan binnen de gemeentelijke organisatie. De nieuwe gemeenteraad neemt immers de komende vier jaren besluiten waar wij als inwoner van die gemeente direct dan wel indirect mee te maken (kunnen) krijgen. Daarnaast zien we dat de gemeente steeds meer taken van de Rijksoverheid toegeschoven kreeg en krijgt, waardoor de gemeente waarin je woont en de plaatselijke gemeenteraad voor ons als burger van de gemeente aanwijsbaar belangrijker worden. Voldoende reden dus om aan deze verkiezingen mee te doen door je stem vandaag uit te brengen.

Onze gemeente Leeuwarderadeel gaat bij deze verkiezingen voor het eerst gebruik maken van de zogenoemde “stempas”. Voordeel van toepassing van de stempas is dat je nu zelf kunt bepalen in welk stembureau in Leeuwarderadeel je wilt gaan stemmen, iets wat in grotere steden vanwege afstand en drukte doorgaans belangrijker is dan in een dorp als Stiens. Vandaag moeten we er dus voor het eerst rekening mee houden dat we zonder deze stempas niet mogen/kunnen stemmen, waar dat vroeger nog wel lukte op vertoon van je legitimatiebewijs.

Behalve de stempas neem ik nu ook een legitimatiebewijs mee, want vanaf vandaag zal de voorzitter van het stembureau om beide documenten vragen alvorens mag worden gestemd. Voor mij is het dichtstbijzijnde stembureau gevestigd in de sportzaal van zorgcentrum Talant aan de Ieleane te Stiens. In deze gymzaal zit het drie personen tellende stembureau, onder voorzitterschap van één van onze huidige wethouders, Gelly Visser, tevens 1e loco-burgemeester van de gemeente Leeuwarderadeel.

En inderdaad, na het inleveren van de stempas en het checken van mijn ID-bewijs mag ik op het stembiljet met het rode potlood een keuze maken uit één van de vijf deelnemende lijstpartijen, te weten: Gemeentebelangen Leeuwarderadeel (GBL), PvdA, CDA, Fryske Nasjonale Partij (FNP) en VVD.

woensdag 17 februari 2010

Debatcafé over gemeenteraadsverkiezingen in tijden van crisis

Dinsdag 16 februari 2010

In succesvolle samenwerking met het Friesch Dagblad organiseren we als Regiocomité Friesland van VUconnected (van de Vereniging VU-Windesheim) vanavond wederom ons inmiddels gebruikelijke "Debatcafé Fryslân". Voor het eerst is dat in het Leeuwarder Tresoar, het Fries Historisch en Letterkundig Centrum dat onder leiding staat van directeur Bert Looper, met wie wij beogen om gezamenlijk ook de volgende serie debatcafé's voor de Friese samenleving te organiseren.

Thema van vanavond is: "Gemeenteraadsverkiezingen in tijden van crisis: Schrapen of schrappen?" Er is op termijn minder geld beschikbaar. Gemeenten zullen ook mee moeten bezuinigen. Dat heeft grote gevolgen voor het beleid dat gemeenten kunnen uitzetten. Wat kan nog wel en wat kan niet? Wat laat je al dan niet doorgaan als het geld (bijna) op is? Kiezen we dan voor investeren in bijvoorbeeld vooral infrastructuur, welzijn of cultuur?

Daarover debatteren vanavond de heren Piet Fortuin, fractievoorzitter van CDA-Smallingerland) en Tjerk Budding, docent-onderzoeker en specialist Gemeentelijke Financiën aan de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam. Onze vaste gespreksleider is ook vanavond weer de heer Siem Jansen, directeur van de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij (NOM), tevens bestuurslid van het Friesch Dagblad. De vragen van debatleider Jansen èn van de aanwezigen in de zaal nodigen beide sprekers uit om vanavond stevige uitspraken te doen.

Tjerk Budding bijt de spits af door te stellen dat gemeenten best kunnen bezuinigen, maar dat ze het nog niet gewend zijn, omdat er jaren altijd groei in de te besteden middelen zat. Gemeenten zullen meer op de centen moeten gaan letten, meer verantwoord en efficiënter besteden. Daarmee bereik je nog geen 20% bezuiniging, maar 10% zal daarmee toch zeker wel kunnen lukken. Budding geeft voorbeelden van de huidige praktijk, waarbij bijvoorbeeld teveel leidsters op kleine groepen in de kinderopvang werken en van gemeenten waar van de gelden van het ambtelijk bedrijf ten ontrechte teveel geld bij het grondbedrijf terecht is gekomen. Hij voorspelt voor de toekomst een daling van het aantal gemeentelijke activiteiten en dat zal ook zonder twijfel kunnen en moeten leiden tot krimp van budgetten op de kosten van het gemeentelijk apparaat.

Piet Fortuin geeft toe dat het bezuinigen wel eerder ingezet had kunnen worden en dat gemeenten die nog niet bezig zijn met bezuinigingsplannen, zich daar nu wel heel snel op moeten gaan voorbereiden. Over enkele maanden staan immers alle nieuwe gemeenteraden (na de verkiezingen van 3 maart 2010) voor de keus over de wijze van bezuinigen. En zeker vraagt ook hij zich wel af of het toch niet anders had gemoeten, want gemeenteraden zijn achteraf gezien wel heel gemakkelijk meegegaan met hogere uitgaven bij voortdurend stijgende inkomsten. Toen leek dat goed te zijn, maar nu kijken we daar toch wat anders tegenaan. Raadslid zijn wordt er dan misschien niet leuker op, maar spannender in elk geval wel.

Gemeenteraadsleden hebben doorgaans een gigantische achterstand op het gemeentelijk ambtenarenapparaat, waardoor die trein maar voortdendert. Fortuin: "Bedrijven calculeren veel scherper dan gemeenten. Bij gemeenten gaat bijvoorbeeld afgeschreven meubilair of ICT-materiaal direct en ongezien weg, terwijl dat bij bedrijven lang niet zozeer voor de hand ligt." Raadslieden geven nog te weinig tegengas tegen het voorgestelde uitgavenbeleid van ambtenaren en raadslieden zijn er nog te weinig mee bezig om tot bezuinigingen te komen. Sommige ambtenarenwerkgroepen zijn trouwens al wel begonnen met bezuinigingsplannen, aldus Fortuin.

"Wethouders zijn nu nog een vergeten groep", zegt Tjerk Budding, "die zouden veel meer moeten sturen op het ambtelijk apparaat. Wethouders laten daar momenteel teveel liggen.

En als straks (na de verkiezingen) blijkt dat we vereiste en gewenste deskundigheden in de raad missen, hoeft er nog geen man overboord te zijn, want die deskundigheid kun je bijvoorbeeld binnen je gemeentelijke partij als gemeenteraadsleden ook wel buiten die groep zittende raadsleden vinden en aanwenden, aldus Piet Fortuin.

Het laatste deel van het debatcafé kan ik helaas niet bijwonen, omdat ik voor een overnachting in verband met een vroeg ochtendoverleg van morgen nu vanavond nog naar Den Haag moet, waar trouwens tot midden in de nacht in de Tweede Kamer nog wordt gediscussieerd over de (uiteindelijk verworpen) motie van wantrouwen tegen minister-president Balkenende, vanwege zijn rol in de Irak-discussie, zoals verwoord in het rapport van de Commissie Davids. Al die grote woorden over schrapend of schrappend bezuinigen, van het debatteren over gemeentelijke en landspolitiek, en over kritiek en wantrouwen staan dan in een wel heel schril contrast met de vriendelijke vingerwijzing op een flyer die op mijn hotelbed van het Haagse Carlton Hotel ligt met de woorden: "Don't forget to call the one you love".
Is dat wellicht een verwijzing naar de huidige "Week van de Liefde"?
Daarover morgen meer .....