donderdag 20 november 2025

Pake en zijn vee - Een reis naar Zuid-Afrika in 1911

Donderdag 20 november 2025
 
Spreekster Froukje Santing vertelt in Tresoar over pake Gerben Heslinga



















Melkknecht in 1911
Tijdens een bezoek aan het Fries Museum in Leeuwarden komt Froukje Santing er bij toeval achter dat haar Friese pake Gerben Heslinga (geboren in 1883), melkknecht van beroep, in 1911 voor korte tijd naar Zuid-Afrika is afgereisd. Ze vindt hem terug op passagierslijsten. Daarna loopt het spoor dood. 
Maar haar fascinatie voor deze vergeten Zuid-Afrikaanse bladzijde in de familiegeschiedenis laat zich niet meer wegdrukken. 
  • Wat bezielde een arme melkknecht om - evenals het Friese fokvee - naar de Kaap te reizen?
Santing schreef daarover haar boek ‘Pake en zijn vee; een reis naar Zuid-Afrika in 1911’.
Vanmiddag wonen Durkje en ik de presentatie bij van Froukje Santing tijdens haar lunchlezing hierover in Tresoar te Leeuwarden. 

Fries stamboekvee en melkknechten in Zuid-Afrika
In haar boek volgt Froukje Santing ruim honderd jaar later zijn spoor terug, zowel in Fryslân als in Zuid-Afrika. 
Ze documenteert hoe ze, op basis van het materiaal dat ze in archieven (o.a. in Tresoar) en bibliotheken bij elkaar sprokkelt, er steeds vaster van overtuigd raakt dat dit deel van zijn leven verweven is met een andere, vergeten geschiedenis: dankzij de bereidheid van melkknechten zoals pake Gerben om in de jaren na de verwoestende Boerenoorlog (1899-1902) het befaamde Friese fokvee achterna te reizen en hun kennis en kunde met de melkveeboeren en hun zwarte arbeiders te delen, komt die export razendsnel weer op gang. 
Fryslân heeft bovendien in 1903, 1904 en 1905 een belangrijk aandeel in hulpzendingen van jongvee uit Nederland voor de vroegere Boerenrepublieken Transvaal en Oranje Vrijstaat.

Avonturen van Pake en Froukje 
Froukje Santing vertelt vanmiddag over haar reis (zowel fysiek als mentaal), die ze gedurende vijf jaar heeft gemaakt om het grote verhaal van haar familiegeschiedenis op schrift te zetten in haar boek.
In de Proloog – handelend over de begrafenis van haar pake, in het Friese Oosterbierum in de Tweede Wereldoorlog - van haar boek beschrijft ze wat de aanleiding is geweest om haar onderzoek te doen, en dit boek te schrijven over haar pake, de vrijbuiter en wereldreiziger. 
Haar vraagstuk is eigenlijk: Welk verhaal zit er achter het emigratieverhaal van haar pake?
  • In november 1911 werd pake Gerben uitgeschreven uit de gemeente, in de Staat der verhuizing naar andere landen, met de vermelding dat hij is vertrokken naar Zuid-Afrika. 'Verbetering van positie' was de reden van zijn emigratie, zo staat daarin geschreven.
  • In 1914 werd hij weer terug (her)ingeschreven in Fryslân. 
  • Froukje vindt in oude stukken de informatie over zowel zijn heenreis naar als zijn terugreis vanuit Zuid-Afrika.
  • In krantenadvertenties worden in die periode werkkrachten gevraagd in Zuid-Afrika. En het vee van het Fries Stamboek was in die tijd ook al geliefd om te verschepen van Nederland naar Zuid-Afrika. Fryslân heeft na de Boerenoorlog een belangrijke rol in het verschepen van Friese stamboekkoeien naar Zuid-Afrika.
  • Al snel loopt het spoor naar pake Gerben Heslinga en het spoor van de Friese export van vee dood. Desondanks is er geen twijfel, want pake Gerben en het Friese fokvee zijn wel degelijk verscheept, maar ja, naar welke boeren, en waar in Zuid-Afrika. Het is vrijwel zeker dat pake Gerben met een arbeidscontract emigreerde naar Zuid-Afrika. Maar hoe het precies zat, is door Santing niet aangetroffen in archieven.
  • De fascinatie voor dit onbekende deel van haar pakes leven bracht haar er – ook als journaliste - toe dat ze wel door wilde gaan met haar historisch onderzoek, en door haar innerlijke drang om er toch meer over te weten te komen, besluit ze de oversteek naar Zuid-Afrika - evenals haar pake vroeger - ook te maken, op weg naar het onbekende en het onverwachte.
  • Friese melkknechten en boeren hebben het mogelijk gemaakt dat Zuid-Afrikaanse boeren goed konden boeren met het Friese stamboekvee. Zonder mannen zoals haar pake was dat daar geen succes geworden.
  • Froukje ging door Zuid-Afrika op reis, van Kaapstad via onder andere Port Elisabeth, Bloemfontein, Volksrust en Potschefstroom naar Johannesburg, Dat betekende een maand lang reizen in een auto met chauffeur (voor de veiligheid), steeds met de onderzoeksvragen onderweg wat haar pake daar beleefde, en waarom hij uiteindelijk toch weer terug emigreerde naar Fryslân. Onderweg krijgt ze ondermeer te maken met onbegaanbare wegen en bruggen, vanwege het feit dat ze in het regenseizoen reisde. 
  • Onderweg had Santing graag de antwoorden op haar vragen over pake gevonden. In Tweespruit kwam ze in dat opzicht het dichtst bij haar pake, waar ze even voelde dat ze in de voetsporen van haar pake trad, bij een van origine Britse familie, die in de tijd van pake ook Fries fokvee over had laten komen. Daar vlakbij bleek namelijk nog een verlaten, karakteristieke melkstal uit 1902 te zien. Dit roerloze decor hield als het ware de herinneringen aan pake overeind. 
  • Maar verder leverden al Froukjes inspanningen niets op qua aanwijsbaar spoor naar haar pake Gerben.
  • Dus bedacht ze - weer thuisgekomen - na driekwart jaar een fictief verhaal te gaan schrijven over haar pake en over zijn vermoedelijke belevenissen in Zuid-Afrika, daarbij weliswaar niet wetend of dat waarheidsgetrouw is.
  • In Volksrust had ze twee vrouwen ontmoet, die in hun boerenfamilie vroeger ook Fries fokvee hadden gehad. Toen ze wist dat ze de boerderij van haar eigen pake niet zou kunnen vinden, ging ze in op een uitnodiging van die twee zussen om een tijdje op hun boerderij te komen wonen. Via hun familiegeschiedenis kon ze – zo’n honderd jaar na dato - als door een kier naar het verleden van haar eigen pake kijken.
De kennis van Friese boerenknechten was in Zuid-Afrika van belang om de vee kopende boeren van Fries fokvee te faciliteren.
Hopelijk zal er ooit nog eens een kans komen om het vervolg van haar eerste onderzoeksverslag te schrijven, en dan natuurlijk graag zo dicht mogelijk op de geschiedenis van pake Gerben Heslinga.

woensdag 19 november 2025

Het koloniale verleden van Hallum en omstreken

Woensdag 19 november 2025 
Tweede spreekster is Gabriëlle Copini

Barbara Henkes over Hallum e.o.
In deze maand (november 2025) ‘Leest Heel Nederland’ het kadoboek ‘Onder de Paramariboom’, dat is geschreven door Johan Fretz.
Dat boek gaat over Suriname, over familiegeschiedenis, over onze wortels en over het koloniale verleden van Nederland, met daarbij een hoofdrol voor het Suriname van 1667 tot 1975 als een kolonie van Nederland.
Daarover woon ik vanmiddag een lezing bij, die door ‘de Bibliotheek Noord Fryslân’ wordt georganiseerd in de bibliotheek van het Friese Hallum. 
De historica Barbara Henkes dook in de archieven en vertelt ons vanmiddag over de rol van dorpen zoals Hallum, waarbij bijvoorbeeld aandacht voor de in Hallum geboren dominee Cornelis Atzes Hoekstra, die meeschreef aan het Surinaamse volkslied.
Na de eerste lezing volgt de lezing van Gabriëlle Copini, de voorzitster van het ‘Comité 30 juni – 1 juli Fryslân’.

Onder de Paramariboom, cadeau van de bieb!
Het boek ‘Onder de Paramariboom’ van Johan Fretz (1958)  is gekozen als hét boek van de 20e editie van ‘Heel Nederland Leest’. 
Vanaf 1 november 2025 is dit kadoboek een maand lang in een speciale editie gratis te verkrijgen in de bibliotheek. 
Het doel daarvan is om ‘Heel Nederland’ te verbinden door vrijwel gelijktijdig één en hetzelfde boek te lezen. 
Dit boek ‘Onder de Paramariboom’ is voor dat doel gekozen, omdat het op 25 november 2025 precies 50 jaar geleden is dat Suriname onafhankelijk werd van Nederland.
De bibliotheek geeft het boek niet alleen cadeau aan iedereen, maar nodigt ons ook uit om over het boek en over de thema’s van dit boek met elkaar in gesprek te gaan. 

Barbara Henkes over de sporen van ons slavernijverleden 
Barbara Henkes is historica en schreef een boek over de sporen van het slavernij-verleden in Fryslân. Ze vertelt daarover vanmiddag in de bibliotheek van Hallum. 
Na deze bijzondere geschiedenisles, die ons met andere ogen naar onze eigen omgeving laat kijken, halen we de thema’s uit bovengenoemd boek naar ons heden van vandaag de dag. 
Het bespreken van ons slavernijverleden is belangrijk om bewustwording te vergroten, begrip te bevorderen en een dialoog op gang te brengen over de impact van slavernij op zowel het verleden als het heden. 
Het herkennen en erkennen van dit verleden is essentieel voor het aanpakken van sociale ongelijkheid en voor het streven naar een rechtvaardige samenleving. 
Henkes: “Sommigen zeggen dat men het 'in de tijd moet plaatsen.' Maar dat is een te simpele dooddoener, waarmee men zich er te gemakkelijk vanaf maakt. Het suggereert dat het verleden een vreemd land is op afstand van het nu. Maar het verleden kan dichtbij gebracht worden.”
Barbara Henkes vertelt:
  • Het volkslied van Suriname kent twee coupletten, waarvan het eerste aanvankelijk in het Nederlands (van origine van bovengenoemde dominee Hoekstra) en een couplet in het Sranantongo. Na de start van de onafhankelijkheid van Suriname werd die volgorde omgekeerd.
  • De belangstelling voor en de kennis over de slavernij is in de 21e eeuw aanmerkelijk toegenomen. De excuses van Nederland voor de door Nederlanders bedreven slavernij en alle media-aandacht voor de slavernij in Suriname vormden daartoe een belangrijke bijdrage.
  • Ook in Fryslân wordt de afschaffing van de slavernij groot(s) gevierd, doorgaans in de Prinsentuin te Leeuwarden.
  • Vandaag gaat het vooral over de doorwerking van de slavernij in Nederland. Bij de afschaffing van de slavernij en bij aanvang van de onafhankelijkheid van Suriname verdween die doorwerking niet zomaar ineens. De herinnering aan dit pijnlijke verleden komt soms zomaar weer naar boven, en soms wordt daar ook op aangestuurd middels de aandacht die daaraan bewust wordt gegeven.
  • Henkes wilde met haar onderzoek vooral het slavernijverleden dichterbij halen. Daartoe ging ze op zoek naar personen en objecten, die herinneren aan dat slavernijverleden. 
  • Resultaat was onder andere een viertal thematische wandeltochten en drie fietstochten op diverse plekken in onze provincie.
  • Slavernij speelde zich vooral niet alleen (ver) buiten Fryslân af. Het slavernijverleden gaat ons allen aan, en zeker ook in Fryslân.
  • Vanuit het noordoosten van Fryslân (ook 21 mannen vanuit Hallum) scheepten meer dan duizend mannen in richting Suriname (soms meer dan eenmaal), die allen een aandeel kregen en hadden in het Nederlandse slavernijverleden.
  • Wat namen ze mee terug naast kostbare koloniale producten? Wel, dat waren onder andere verhalen uit dat verre land. 
  • De Nederlandse handel werd verdeeld over de VOC (om de oost) en de WIC (in westelijke richting, waaronder ook naar Brazilië en Suriname). De in het Friese Koudum geboren zee-officier Jacob Binckes (1637-1677)- waarnaar straten in Fryslân zijn genoemd - zaaide in de West dood en verderf indertijd. Fryslân vormde een dynamisch middelpunt van meerdere handelsstromen, ook naar Paramaribo en Brazilië.
  • Friezen met kapitaal investeerden in de handelsmaatschappijen en in overzeese plantages, en kregen daarbij ook zeggenschap in de West (denk bijvoorbeeld aan de 17e eeuwse Friese koloniaal bestuurder Pieter Stuyvesant).
  • Koloniale handel en de daaraan verbonden slavenarbeid zorgden voor profijtelijke opbrengsten en aanzien. De mensen van middenklasse kon daar carrière maken. 
  • Nederlanders maakten zich ook schuldig aan roof, zelfs van menselijke resten, die dan in Nederland tentoon werden gesteld. De 18e eeuwse arts-anatoom Petrus Camper van de Franeker Universiteit was één van de wetenschappers die daarvan profiteerde. Er werden zelfs mensentuinen (vergelijkbaar met dierentuinen) aangelegd, waarbij slaafgemaakten tentoon werden gesteld in nagemaakte woon- en werkcontexten. 
  • Niet de slaafgemaakten werden gecompenseerd, maar de slaveneigenaren werden gecompenseerd na het afschaffen van de slavernij.
  • Na de slavernij droeg de daarop volgende contractarbeid in Suriname bij aan onder andere de tabaksverbouw en -verkoop, ook in Fryslân. In die periode en daardoor zijn ook veel Javanen en Hindoestanen naar Nederland gekomen. Dergelijke immigranten kregen vaak werk als bediende van doorgaans welgestelde Nederlanders, en zo ook in Fryslân, soms in het begin als lijfeigene, maar later vrijgemaakt als slaaf, en dan doorwerkend als knecht van de voormalige eigenaar.

Virtuele rondwandeling door Dokkum
Daarna maken we een virtuele wandeling door Dokkum, om daarin de sporen van het Friese slavernijverleden te bekijken:
  1. In de kerk van Aalsum werd een predikantenzoon (die later ook predikant werd) gedoopt, die later slavenhouder was in Batavia.
  2. De voormalige sigarenfabriek aan het Zuiderbolwerk maakte vroeger gebruik van de slaven-infrastructuur, om de productie zo goedkoop mogelijk te maken. De fabriekseigenaar profiteerde van degene die in de voetsporen van de slavernij gebonden was aan die slavernij.
  3. Een derde spoor is het geboortehuis van grootschipper Doitse de Hingst, die een klopjacht hield op ongeveer 20 ontsnapte slaven in het Caraïbisch gebied, inclusief vrouwen en kinderen. Hij pleitte voor een vrije invoer van slaven. 
  4. Ten vierde komen we lang het Dokkumer Museum, waarin voorheen de Friese Admiraliteit was gevestigd, die de koloniale handelsvaart beschermde en op zee oorlog voerde.
  5. In het Dokkumer stadhuis hing een schilderij waarop drie voormalig slaafgemaakten op staan afgebeeld. Dit schilderij hangt nu in de Dokkumer bibliotheek. 
Gabriëlle Copini over Zwart + Wit = Dubbelpret 
Criminologe-docente Gabriëlle Copini begint haar toespraak met: "Ik ken u niet, maar wat ons bindt, is nieuwsgierigheid".
Humor opent deuren. Ik start met dubbelpret, en daar eindig ik straks ook mee.
  • Ik geloof erin dat toekomst nu start.
  • Door te lezen, kun je meelezen en inleven.
  • Taal zorgt voor verbinding.
  • De culturele herkenning van Johannes (de persoon in bovengenoemd kadoboek) en wat Johannes in dit boek allemaal meemaakt, is één groot feest voor mij. Johannes belandt in Suriname, en gaat zich verbinden met zijn moeder en met Suriname, waar veel gebeurt, ook met hem. Hij weet dan wie hij is, houdt van zichzelf, van zijn moeder en van Suriname, en geeft dit door aan zijn kinderen.
  • Een vraag waar je als Surinamer vaak mee te maken krijgt, is: waar kom je vandaan. Dat kun je vervelend vinden, maar het heeft ook een positieve kant, namelijk die van trots zijn op je herkomst.
  • 400 jaar kolonisatie heeft gevolgen voor wie wij vandaag zijn, voor ons denken èn voor ons doen.
  • Heel veel van wat ons betreft, werd als onzin en belachelijk beschouwd. Zeker als je steeds wordt gezien als minder, en zeker ook als dat eeuwen doorwerkt, dan doet dat iets met mensen. Machtsverhoudingen en vooroordelen zijn de basis voor racisme. Je werd in dat kader zelfs niet als mens gezien.
  • Surinamers die naar Nederland kwamen, werd benadrukt niet teveel op te vallen, en zich zo snel mogelijk aan te passen. Voor de tweede generatie voelt dat al anders, want ‘ik’ ben immers hier in dit Nederland geboren. Maar ook dan werd je al snel beschouwd (en zeker met enig ‘wit bloed’ in je afkomst) als halfbloed, alsof je niet tot de gewone mensen behoort.
  • Kun je je in verschillende werelden thuisvoelen? Is dat o.k.?
  • Zwarte vrouwen werden vroeger minder goed beschermd dan witte vrouwen, en dat blijft maar doorwerken in (denk)beelden die mensen van vrouwen hebben. Na zoveel eeuwen nemen we die beelden niet zo snel weer weg. 
  • Positief eindigend: Zwart + Wit = Dubbelpret. Voordelen van je Dubbelpret: je hebt meerdere perspectieven in je, zowel verbaal als non-verbaal. Je voelt je dan verbonden met verschillende groepen mensen. Dat kan bewegen, en daarin kun je zelf je keuzes maken. Wees je maar bewust van je ongelijkheid, en geef daar een positieve draai aan!
  • En, beste mensen: "Vier dit jaar Sinterklaas onder de Paramariboom"!
Aansluitend op deze lezing volgt een buitengewoon boeiend gesprek aan de hand van vragen en opmerkingen vanuit de volle zaal. Er wordt goed naar elkaar geluisterd. Verschillende perspectieven - met name ook van persoonlijke aard - worden door de aanwezigen belicht, met als gevolg dat een levendige plenaire discussie wordt gevoerd, met veel waardering voor ieders inbreng. Kortom, een waarde(n)volle afsluiting van een evenzo waarde(n)volle middag.

dinsdag 18 november 2025

La vocazione di perdersi

Dinsdag 18 november 2025
 
Cover van 'Hoe wegen wandelaars vinden'

Hoe wegen wandelaars vinden
In 1998 begon de Italiaanse geograaf, natuurverkenner en schrijver Franco Michieli (1962) lange tochten te maken zonder landkaarten en gps-navigatieapparatuur, zoals onze voorouders deden - en zoals tot op heden dieren dat doen. 
Met al die hulpmiddelen - vooral die van tegenwoordig met GPS, satelliet en wat al niet meer - zijn we iets kwijtgeraakt, betoogt Michieli. 
Om ons weer onderdeel van de natuur te voelen en werkelijk het landschap om ons heen te zien en te ontdekken, moeten we kunnen verdwalen, vindt Franco. 
We zouden ons kunnen laten leiden door het landschap om ons heen; de bomen, de bergen, de sterren en de zon, en geen slaaf zijn van de route die onze navigatie-instrumenten ons opleggen.
Zo kunnen we bij toeval op iets nieuws stuiten, dat we anders nooit zouden hebben ontdekt.
In zijn boek 'Hoe wegen wandelaars vinden' onderzoekt Franco Michieli niet alleen hoe we de natuurlijke oriëntatievaardigheden van onze voorouders weer kunnen aanboren; hij beschrijft ook de vreugde van deze buitengewone ervaring, die onze blik op de wereld verandert.

Het plezier van verdwalen
Deze ervaren wandelaar op het terrein van lange solitaire voettochten gaat tijdens zijn tochten op onderzoek naar het belang van deze vorm van natuuronderzoek.
De oorspronkelijke titel van dit boek luidt: 'La vocazione di perdersi' (2015) [vertaald: de roeping van verdwalen], hetgeen bij de vertaling vanuit het Italiaans naar het Nederlands door Philip Supèr vrij werd vertaald naar 'Hoe wegen wandelaars vinden'.
Als subtitel gaf Michieli aan zijn boek mee: 'Het plezier van het verdwalen'.
Hieronder volgen enkele impressies met betrekking tot de inhouden van zijn boek:
  • Zodra we ophouden te geloven in de route, zijn we verdwaald. Maar zolang we erin blijven geloven, is elke omweg, elke ogenschijnlijk foute afslag, een onderdeel van die route.
  • We hebben het vermogen om ons te vergissen en weer te corrigeren, wat misschien wel de nuttigste capaciteit is.
  • Verdwalen kan oneindig veel ontdekkingen opleveren.
  • Al een eeuwigheid lang zijn dieren en planten aan het migreren. Ook wij - als prehistorische mensen - deden dat. Wegen waren er niet. Bij die trektochten kwam je geen enkel herkenningspunt tegen.
  • Alle levende wezens kennen een aangeboren drang tot ontdekken.
  • Als de bekende bakens wegvallen, gaan we vanzelf op zoek naar nieuwe. En ondertussen biedt het toeval ons allerlei interessante ontmoetingen.
  • Het kunnen beschikken over een erfenis van door onze voorouders vergaarde en op nieuwe generaties overgedragen kennis, is een groot voordeel.
  • Bij wie nooit echt wil 'zoeken', kan het geestelijk leven uitdoven; elk onthullend streven kan verdorren.
  • Sinds er leven is op aarde, gidsen de continue en regelmatige beweging van de hemellichamen de migraties op aarde.
  • Uit onze huidige, door de technologie geregisseerde levensstijl spreekt een een enorme verarming van de verhouding tussen reiziger en alles om hem heen.
  • Altijd is de hemel boven ons gezien als de zetel van de godheid.
  • Soms overkomt het je dat iets van heiligheid zich lijkt te openbaren in het landschap.
  • De natuur in gaan zonder landkaart en al voortlopend moeten wachten op een teken om de weg te vinden, activeert de ontvankelijkheid voor die compartimenten van het bestaan, die je met de ratio niet kunt bereiken. Je wordt ondertussen bestookt door een voortdurende afwisseling van vertrouwen en rationele twijfel.
  • Met een beetje ervaring is het niet moeilijk het karakteristieke patroon van een gebied te herkennen, om dit dan voor ogen te houden bij het zich oriënteren.
  • Het is genoeg de meest prominente trekken van het landschap te kunnen interpreteren.
  • Uren van onzekerheid doormaken, maar toch doorzetten, is een heel fundamentele ervaring.
  • Evolutie van het leven is gebaseerd op ontsporingen. De natuur zelf gebruikt het fenomeen vergissing om die schitterende variëteit aan levensvormen en de biodiversiteit te creëren.
  • Bij het zoeken naar een weg die een beginnende wandelaar naar de bestemming van het leven moet voeren, is het altijd de weg die de onzekere wandelaar vindt, maar alleen als het een geschikte wandelaar is.
  • Een gedraging wordt beschouwd als niet-willekeurig wanneer er informatie wordt gebruikt om een handeling, of een verplaatsing, te sturen.
  • Verdwalen kan waardevol zijn, als je de ervaring positief weet te beleven.
  • Als je eenmaal een methode hebt gevonden om de weg te vinden, moet je daar trouw aan blijven tot je bij een zeker herkenningspunt bent. Midden in het onbekende zomaar overgaan op een andere methode betekent dat je je eigen methode kwijtraakt zonder te weten wat de criteria en doelen van die andere zijn.
  • Er is sprake van een 'whiteout' wanneer sneeuw op de grond en mist in de lucht zich aaneensluiten tot één onpeilbare witte massa.
  • Op mijn 19e ben ik begonnen mezelf minder de hoofdrol toe te bedelen, en die hoofdrol allengs meer te zien in wat er allemaal om me heen is, in wat anders is dan ik.
  • Door heel veel landkaarten te bestuderen, kun je enigszins vertrouwd raken met de veelheid aan landschapselementen die typisch zijn voor een gegeven gebied, en die daar zijn gevormd door bepaalde geologische processen, of door erosie die hoort bij een specifiek klimaat.
  • Onwetendheid is een basisvoorwaarde bij het op de juiste manier verdwalen.
  • Mensen gaan niet op zoek naar wat er op de wereld te vinden is, maar naar het idee dat ze zich daarvan hebben gevormd.
  • Een zeker niveau van avontuurlijkheid blijft altijd bestaan; elke kaart kent immers topografische lacunes.
  • Wat een armoede zou het betekenen voor de mensheid als die het moest stellen zonder de inzichten die de wilde natuur ons kan aanreiken.
  • De menselijke geest erkent de eigen geringheid ten overstaan van de natuur.
  • De natuur is een werk van Gods majesteit, maar de menselijke ziel is geschapen tot een hogere bestemming.
  • Het streven naar een bestaan in harmonie met de natuur, en naar het loslaten van de bruutheid die schijnt te horen bij de omgang tussen mensen, en tussen mensen, en de grote krachten van de natuur, is heel oud.
  • Het te ontdekken geheim van een goede omgang met andere schepsels is dat je je niet hovaardig moet opstellen, maar juist nederig.
  • Nederigheid brengt ons er juist toe ons open te stellen om ruimte te bieden aan zaken die buiten ons staan, aan andersoortig leven en aan suggesties die onvoorzien op ons pad komen. Door deze nederige kijk op de dingen kunnen we van ons verdwalen een ontdekken en hervinden maken. En leren vertrouwen te hebben in een weg die we nog niet kennen.
  • Voor een verkenning van onszelf hoeven we echt niet ver van huis.
  • Iedere keer dat ik onderweg ga zitten, ontdek ik iets wat ik nog niet kende.
  • De kleine tochtjes bieden ons gewone, alledaagse geestelijk leven een opening naar een spirituele dimensie.
  • Ook op de meest kunstmatige plekken is meestal nog wel iets terug te vinden wat is ontsnapt aan de wil van de planologen.
  • In het stadslandschap ontbreekt steeds de horizon. Hier doet zich het nooit uit te wissen verlangen naar een weidse ruimte zich gelden.
  • Je weten aan te passen, je bestemming en koers durven wijzigen, er vertrouwen in hebben toch wel te stuiten op bruikbare aanwijzingen - dat is nou juist het wezen van de beleving die wij zoeken.
  • Om ons te laten bereiken door dat wat we missen, moeten we ons bevrijden van iets wat te veel is, en wat we bij ons dragen omdat we het zo nu eenmaal gewend zijn.
  • Iets afwijkends bij jezelf toelaten - wat kan betekenen je een beetje verdwaald te voelen - brengt je vaak tot een andere, vruchtbare kijk op de dingen die je misloopt met al die zogenaamde normaliteit.
  • Uit afzien - als daad van respect voor de oorspronkelijke staat van een landschap - zijn de meest onvergetelijke avonturen voortgekomen.
  • Iedereen kan tot andere inzichten komen bij het ondergaan van de dynamiek van een bepaald natuurgebied.
  • De natuur zou haar eigen wetten volgen, en het is aan ons haar te leren kennen om te weten hoe we ons moeten gedragen. 
  • Spiritueel is datgene wat isolement doorbreekt, en op zichtbare of onzichtbare wijze, verbinding legt. Zo is het je overgeven aan de natuur spiritueel
  • Wat ik voel, is verlangen het mysterie te ontmoeten dat voortdurend aan onze zijde is geweest.


maandag 17 november 2025

De Turfroute voor Fietsers wandelen van Terwispel naar Drachten

Maandag 17 november 2025
 
Op de Ald Hearrewei gaan we over de Lippehústerheide

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Eerst van Drachten naar Terwispel
Vandaag zijn we van plan om onze elfde etappe van de 225 kilometer lange 'Turfroute voor Fietsers' te bewandelen, van Terwispel naar Drachten, met een lengte van 17,9 kilometer.
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 8:15 uur, en rijden dan met de auto naar Drachten.
Onze auto laten we daar achter op een parkeerterrein nabij Rispinge, en dan rijden we met de andere auto naar Terwispel, waar we de auto parkeren bij Kafee Spaltenbrêge aan De Streek.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum was het 3 graden Celsius, en in Drachten is de temperatuur bij aankomst om 13:15 uur inmiddels opgelopen naar 6 graden Celsius.
Het is de hele dag nagenoeg bewolkt, en het waait koud. Onderweg naar Drachten krijgen we ter hoogte van Leeuwarden te maken met een fikse hagelbui, waardoor de vierbaansweg binnen de kortste keer wit is van alle winterse neerslag. De weerman had al gewaarschuwd voor hagel, aangezien het hoog in de bovenlucht vandaag nogal koud is. Ook onderweg krijgen we af en toe te maken met enige neerslag, ook in de vorm van hagel. De paraplu biedt op die momenten voldoende bescherming. Tussendoor breekt trouwens af en toe de zon ook wel door, dus het is tamelijk wisselvallig weer, en koud vanwege de winterse neerslag in combinatie met een behoorlijk koude wind. Maar als de zon af en toe even schijnt, is het heerlijk wandelweer om buiten te zijn.

Van Terwispel over de Liphústerheide naar Beetsterzwaag
Om 9:30 uur gaan we van start bij Kafee Spaltenbrêge aan De Streek in Terwispel.
Bij de oversteek over de Kolderveen laten we de bebouwde kom van Terwispel achter ons en gaan we verder in oostelijke richting, de Bûtewei op. Die verandert verderop van verhard in half verhard.
Bij de kruising met de Ald Hearrewei gaan we in noordelijke richting de Ald Hearrewei op. Het eerste gedeelte van deze halfverharde weg met nevenliggend fietspad is de Liphústerheide.
We volgen voortdurend dit halfverharde pad in noordelijke richting.
Voorbij de heide komen we in het stroomgebied van de rivier het Koningsdiep. Via de Lippenhuisterbrug steken we om 10:30 uur het Koningsdiep over, ook wel het Ald Djip genoemd.
Dan volgt een lang recht pad tussen links het Wallebos en rechts de golfbaan achter Lauswolt, totdat we aan het eind van de Zandlaan uitkomen op de Van Harinxmaweg, vlakbij het begin van de bebouwde kom van Beetsterzwaag, ter hoogte van Harinxmastate op het gelijknamige landgoed.

Van Harinxmastate naar Het Witte Huis
Met Beetsterzwaag in de rug lopen we over het fietspad langs de Van Harinxmaweg naar Olterterp. Daar passeren we Landgoed Lauswolt. 
Aan de overzijde van de weg tegenover Lauswolt staat een kleine boerenhoeve - Bethlehem genaamd - stralend in het volle zonlicht.
Om 11:10 uur wandelen we de bebouwde kom van het buurtschap Olterterp binnen.
Bij hotel-restaurant Het Witte Huis van Olterterp gaan we naar binnen, om hier in de aangename warmte te genieten van een korte koffiepauze.

Noordwaarts naar Drachten
Tegenover Het Witte Huis lopen we het fietspad op en komen we op enige afstand langs de Olterterper Sint-Hyppolytuskerk.
Voorbij deze kerk vervolgen we het fietspad in noordelijke richting; eerst door het bos en daarna door een coulissenlandschap tot aan de Himsterfinnen. 
Waar die Himsterfinnen overgaat in de Suderskarren, draaien we linksaf naar het noorden, om dan over een halverhard karrenspoor in de richting van Drachten te lopen. Om 12:15 uur steken we het riviertje De Drait over.
Nadat we verderop over de Noorderhogeweg ook het Afvoerkanaal overgestoken hebben, kruisen we de A7 door een fietsers- en wandelaarstunnel. Dan wandelen we even later op de Oude Slingeweg de bebouwde kom van Drachten binnen.

Van Naturij via Karmel naar Rispinge 
Door het voormalige terrein van Maartenswouden - nu Kinderboerderij De Naturij en een woonwijk - volgen we de wegwijzers over De Akkers naar De Landerijen, waar we boven de vijver langs de Overstesingel bij de fietsbrug De Slinger komen.
Daar steken we de Zuiderhogeweg over, en volgen we eerst het voetpad en daarna het fietspad langs de Eikesingel. Bij de kruising met de Elzewal ontmoeten we min of meer toevallig mijn broer Jan, met wie we even praten, alvorens we verder gaan over het fietspad naar het Karmelklooster ten zuiden van de Sparrehoek.
Vanaf het voormalige klooster wandelen we dan over de Burgemeester Wuiteweg naar schouwburg De Lawei. Hier eindigt onze etappe van vandaag.
We hoeven nu alleen nog maar terug te lopen naar onze auto, die aan de andere zijde van Rispinge staat geparkeerd. Met die auto halen we om 13:15 uur de andere auto op uit Terwispel, en dan rijden we terug naar Feinsum.
Met deze elfde etappe hebben we vandaag de 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân met een totale lengte van 225 kilometer afgerond. Dan resten van deze routegids alleen nog de kortere fiets- en wandelroutes, die samen een lengte hebben van nog eens ruim vijfhonderd kilometer. Daarmee gaan we de komende wintermaanden in.

zaterdag 15 november 2025

Grutsk op Fryslân … of krekt net?

Zaterdagmiddag 15 november 2025
Presentatie van Sylvana IJsselmuiden in de Kanselarij van Leeuwarden
















Fedde Schurerlezing 2025
Sinds 2010 wordt in november in Leeuwarden de zogenoemde ‘Fedde Schurerlezing’ gehouden. 
Deze lezing wordt dit jaar georganiseerd door De Fryske Beweging, samen met de Fryske Akademy en de Leeuwarder Courant.
Durkje en ik wonen deze lezingenmiddag vanmiddag bij in de Kanselarij te Leeuwarden.
  • De dichter-schrijver-performer-muzikant Joost Oomen is vandaag naar Leeuwarden gekomen om ons vanmiddag te vertellen over zijn visie op het thema 'Grutsk op Fryslân ... of krekt net?'. 
  • De andere spreekster is Sylvana IJsselmuiden, die als presentatrice en actrice voor haar werk het hele land doorkruiste, maar die onlangs weer terugkeerde naar Leeuwarden.
Fedde Schurer
Fedde Schurer (1898 - 1968) was een Fries dichter en journalist. Daarnaast zat hij in de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid. 
Schurer was een christelijk vredesactivist en voorman van de Friese cultuur. 
Jarenlang was Schurer hoofdredacteur van de Friese Koerier; zijn stilistische briljante en scherpe artikelen waren bekend in en buiten Fryslân.
Fedde Schurer was dan wel Fries, maar hij had ook een moeilijke relatie met het Friese. Hij zette zich veel in voor de Friese taal en voor de Friese kwestie. Maar minderheidsrechten, sociale kwesties en zelfs de taal waren voor hem overstijgend aan de provinciale grenzen. Dat was soms een worsteling, met een omgeving die hem niet altijd goed begreep.

Grutsk op Fryslân … of krekt net?
Ook in het heden bestaat deze worsteling nog steeds voor velen; tussen afkomst, herkomst en toekomst, en hoe deze in elkaar overlopen. 
In een tijd van globalisering, maar ook van groeiend conservatisme werkt de Friese identiteit bevrijdend en tegelijk ook belastend. 
  • Ben je dan trots op het land of de streek waar je bent opgegroeid? 
  • Maakt dat je gelukkig? 
  • Maakt het je trots? 
  • Wat neem je daarvan mee naar je toekomst?
Dit thema en dergelijke vragen staan vanmiddag centraal in het middagprogramma van de Fedde Schurerlezing 2025.

Joost Oomen 
Zijn presentatie – we moeten daar ook nog enige tijd op wachten – doet hij wegens ziekte online.
Hij is geboren en getogen in het Friese IJsbrechtum.
Hij begint met zijn observaties als hij vanaf de Afsluitdijk langzaam 'de berg Fryslân' op rijdt.
Mij werd – zegt hij, aangekomen in Fryslân - toegeroepen: “Er wordt hier niet gedicht”.
  • Joost: Ik stelde mij hopeloos verliefd op, omdat ik dacht dat dat bij een dichter hoort.
  • Ik schreef al plassend in een bevroren slootje een gedicht.
  • Het maken van iets nieuws als creatieveling voelt vaak geforceerd, en dan wordt het niets. Velen zijn – om dat te voorkomen - op zoek naar een manier om die blokkerende gedachten uit te zetten, om andere gedachten binnen te krijgen, die wel leiden tot een creatief product.
  • Dan geeft hij een voorbeeld hoe je beide hypocampi werken, en hoe je daar dan gebruik van kunt maken, bijvoorbeeld door in een mijmerstand je heel verschillende herinneringen te mixen, om vanuit een gecreëerde inspiratiestand tot iets nieuws te komen. 
  • Ik ken een plek die op zo’n manier zo’n heel geschikte plek als inspiratieplek kan zijn, om te mijmeren, om je andere gedachten los te laten, en ... juist, dat kan heel goed in dat saaie Fryslân.
  • Friezen zijn niet cultuur-vijandig, kijk maar naar al die Friese cultuuruitingen, die door de Friezen worden uitgevoerd.
  • Elke culturele uiting moet hier in Fryslân worden ingebed in het Friese cultuurlandschap. En in dat geval wordt de creatieveling zijn of haar werk geprezen als iets van voor en van de Friezen zelf.
  • Mijn ogenschijnlijke puberale onzin was goed om me te oefenen voor mijn werk om dichter te wezen.
  • Voor de remmende werking van Fryslân ben ik de Friezen heel dankbaar, want dat heeft mij geholpen om – me daaraan ontworstelend - te worden wie ik nu  ben.
  • God, wat houden die Friezen van gedichten. Ze vragen erom. 
  • Ik weet het: Er wordt hier wèl gedicht in Fryslân.
Sylvana IJsselmuiden
Sylvana is onder andere bekend van Dumpert, de website van - zo wordt hier gezegd: 'hele domme filmpjes'. Sylvana begint met haar presentatie:
  • Taal en eerlijkheid maken het verschil; dat heb ik gemeen met Fedde Schurer.
  • Sylvana verhuisde vanuit Fryslân naar Utrecht, en mocht daar toen aan de slag bij Mediahuis, ten  behoeve van Dumpert. Daardoor werd ze bekend, kwam onder andere bij bekende televisieprogramma's, en vond dat ze toen ze beroemd was geworden wel weer naar Fryslân terug kon gaan, want ze weten me nu toch wel te vinden in Fryslân, en ze zijn ook bereid om mijn reiskosten te betalen.
  • In Fryslân is één op de vijf mensen 65plus. Er komen 10% minder studenten bij de NHL Stenden Hogeschool, dus hoe kunnen wij meer jonge mensen naar Fryslân krijgen? Hoe bereiken we de jongeren? 
  • Welnu dat doe je met social media, middels streaming en met festivals. 
  • Een zwaar onderwerp zou je luchtig moeten maken.
  • Hoe zet je Fryslân beter op de kaart?: met schone lucht, fantastische natuur, hoge educatiegraad, betaalbare huizenprijzen, en zegt het voort. Maak gebruik van social media, gebruik bekende Friezen en maak impact. Zorg voor Friese elementen, gebruik Tiktok over wat je van Fryslân nou zo mooi vindt. Opties zijn er legio.
  • Bûter, brea en grien tsiis; samen maken we Fryslân fantastisch. 
  • Dan leest ze haar column voor die binnenkort wordt gepubliceerd, met als titel ‘Liefde is als Sinterklaas’. Als kind leefde ik in een wereld waarin alles kan. Liefde is daar vanzelfsprekend, en twijfel bestaat daar (nog niet). Als die magie verdwijnt, is alles voorbij. Aandacht voor vrouwen levert haat en ook positieve reacties op. Liefde is ook een kwestie van kleine daden die groot voelen. Misschien geloof ik in het feit dat goedheid bestaat, dat iemand je laat lachten. Iemand die in stilte naast je wil zitten. Ook als je weet dat Sinterklaas, de liefde, niet echt is, dan nog helpt het je om te blijven geloven in die magie van je dromen.  
  • Een Fries accent is wel charmant, maar ik ben er vroeger ook wel door afgewezen, dus nog steeds voel ik me er wel onzeker over.
  • In Fryslân is alles anders. Hier groeten we bijvoorbeeld de buschauffeur nog.
  • Jongeren reageren wel positief op filmpjes over Fryslân. Maar waar veel positieve reacties zijn, zijn ook negatieve reacties. Als je iets wilt bereiken, moet je niet je mond houden.
  • Het is niet gemakkelijk om goede content te maken. Goede kwaliteit en Tiktok zijn daarin wel heel belangrijk. Blijf doorzetten, geef niet op, geloof in jezelf.
  • Hoe meer mensen leiding geven aan mediaproductieprocessen, hoe slechter het wordt. 
  • Als jongeren ermee (bijvoorbeeld met het Fries) aan de slag gaan, bemoei je er dan als oudere niet mee, want daar wordt het niet beter van. 
De positiviteit van Fryslân gaat veel verder en is veel groter dan alleen de Friese taal. En Fryslân is veel meer dan je denkt. Hier in Fryslân komen heel veel ervaringen samen. 
De middagvoorzitter Sjirk Bruinsma vraagt in de vragenronde na de presentatie van Sylvana IJsselmuiden aan de mensen in de zaal om mee te denken en voorbeelden te geven van hoe we met zijn allen het Fries en het Friese groter kunnen maken.
Met het Taalplan Frysk - bijvoorbeeld - kunnen we ook heel veel mensen bereiken; vooral ook via het onderwijs. Daar liggen veel kansen, en daar wordt ook al wel gebruik van gemaakt. Met het nieuwe curriculum worden al meer scholen bereikt, vooral omdat daarin het Fries veel breder wordt gezien, dan alleen maar als taal.

Boerenstreekmarkt Nije Leie in Oude Leie

Zaterdag 15 november 2025
 
De Boerenstreekmarkt Nije Leie van Oude Leie

















De Boerenstreekmarkt van Alde Leie
Vlakbij het Friese dorp Alde Leie vind je de zogenoemde 'Nije Leije', bedoeld als een broedplaats voor natuurlijk ondernemen en toekomstbestendige initiatieven. 
Bij de Nije Leije wil men de natuur verbinden met ondernemerschap, en inventiviteit verbinden met vakmanschap, zulks met respect voor de natuur. 
Geprobeerd wordt om een gemeenschap te creëren, waarin ondernemende huurders, tuinders en vrijwilligers werken en elkaar ondersteunen.
Eén van de initiatieven in de Nije Leije is de zogenoemde Boerenstreekmarkt
Dat is een tweewekelijkse warenmarkt met een divers aanbod van lokaal geproduceerde producten, zoveel als mogelijk verkocht door de producenten - zoals de jagers, boeren en ambachtslieden - zelf. 
Veel van die producten worden door de markthandelaren op eigen terrein gemaakt, dus je zou kunnen zeggen dat het vooral producten zijn van de eigen - op z'n Fries - 'pôle'.
Vandaag is de Boerenstreekmarkt weer open, en bij aanvang om 10:00 uur wandel ik de grote warenmarkthal binnen, op zoek naar het lokale en regionale aanbod aan levensmiddelen, aangevuld met enig non food. 

Van start om tien uur 
Het is om tien uur vanmorgen nog rustig, dus je kunt nog even in alle rust bij alle marktstands langslopen, maar als ik ruim een half uur later klaar ben met de aankopen van deze biologische en lokale streekproducten, is er al een grotere toeloop aan belangstellenden. 
Het assortiment bestaat uit bijvoorbeeld: aardappelen, groenten, fruit, zuivelproducten, vlees en gevogelte, vis, vruchtensappen, kruiden, biologisch gekweekte paddenstoelen (vandaag voor het eerst), brood, maar ook biologisch gefabriceerd zeep. 
In de horecahoek zijn diverse dranken en soepen te koop, die ter plekke ook genuttigd kunnen worden.
En verder is het een mooie gelegenheid om elkaar tussen de bedrijven door te ontmoeten, want de kijkers en kopers komen vanuit de wijde omtrek van Alde Leie.

vrijdag 14 november 2025

De gezagvoerder van de KLM spreekt

Vrijdag 14 november 2025
 
KLM-captain Jitze Grijpstra als spreker in de Sint-Vituskerk van Feinsum




















Algemene Ledenvergadering 
Vanavond zijn we bijeen in de consistorie van de Sint-Vituskerk van Feinsum voor de Algemene Ledenvergadering van Dorpsbelang Finkum. 
Het bestuur presenteert een aantal gespreks-punten over onder andere onze wensen inzake de uitbreiding van de consistorie, de mededelingen van de diverse dorpscommissies, een terugblik en vooruitblik op de activiteiten van Dorpsbelang Feinsum, de noodzaak om de oversteken over de provinciale weg N357 veiliger te maken, en mede in dat kader ook de komende bezoeken van de Friese gedeputeerde Matthijs de Vries en de Leeuwarder wethouder Hein de Haan, met wie één dezer dagen enkele dorpszaken zullen worden besproken tijdens hun beider werkbezoek aan Feinsum.
En dan is het pauze, en zijn we in afwachting van onze mede-dorpsbewoner Jitze Grijpstra, die in zijn hoedanigheid als gezagvoerder van de KLM ons straks zal gaan vertellen over zijn boeiende werk als captain.

De jongensdroom
  • Jitze verschijnt bij aanvang van zijn lezing in het uniform van de KLM; pet op, colbert aan, en gedecoreerd met vier strepen op zijn uniform, ten teken dat hij inmiddels gezagvoerder is bij de KLM, ofwel captain. Zijn verhaal begint bij zijn jongensdroom, want hij wilde - hoe dan ook - ooit piloot worden. 
  • Eerst kijken we naar een standbeeld, dat in Eelde staat bij de luchthaven. Op jonge leeftijd ging Jitze al mee met rondvluchten in een kleine Cessna. Dat is waar de passie voor vliegen begon.
  • Jitze doorliep een respectabel-lange weg van scholen en procedures om uiteindelijk na heel veel studie en selecties bij de KLM in dienst te komen.
  • Al snel kon hij in vliegopleiding in onder andere Amerika, aldaar vanwege de goedkopere vlieguren en vanwege de gunstiger weersomstandigheden. Daar in Amerika deed hij zijn eerste eigen solo-vlucht. Direct daarop volgde zijn luchtdoop.
  • Daarna volgde de luchtvaartschool van de KLM in Eelde
  • Je begint je opleiding tot piloot met zichtvliegen, en dan volgt daarna het vliegen op instrumenten.
  • Je doet veel aan studie, en komt in de grote vluchtsimulator voor het vervolg van je opleiding.
  • In een Airbus 310 deed hij zijn eindexamen in 1997, ten tijde van de Golfoorlog, waardoor hij vervolgens vier jaar op de wachtlijst kwam van de KLM. Daarom ging hij tijdelijk (voor die vier jaar) aan de slag bij Philips in Drachten. 
  • Ondertussen moest hij zijn vliegbrevet wel geldig houden, met tenminste 20 vlieguren per jaar, en dan weer examen doen. Dat deed hij in Eelde, met name in de vorm van rondvluchten. 
Derde piloot > co-piloot > captain
  • Veel van zijn klasgenoten weken in die vier jaren voor hun werk als piloot uit naar buitenlandse vliegmaatschappijen, en gelukkig werd Jitze uiteindelijk na die vier jaar toch opgeroepen door de KLM voor de Boeing 747, waarin hij als derde piloot begon, bijvoorbeeld naar Johannesberg en Kaapstad. 
  • Vervolgens werd hij co-piloot, ofwel tweede piloot, met vluchten binnen Europa in de Boeing 737. Je hebt dan (bij Euroepse vluchten) meer starts en landingen per dag. Dit Europees vliegen heeft hij ongeveer vijf jaar gedaan.
  • Daarna volgen in zijn presentatie - als intermezzo - mooie plaatjes van internationale bestemmingen waarop Jitze in de afgelopen jaren vloog. 
  • Zodra het kon en mocht, ging hij weer op grotere vluchten vliegen, namelijk op de MD11, voor twee jaar, als voornamelijk tweemans operaties (2 piloten in de cockpit) op bijvoorbeeld Montreal, Delhi en Teheran, hetgeen wel heel intensief was. Je vliegt dan al snel zo'n 11 uren aaneen, en moet dan overnachten op de aankomstlocatie, overigens soms wel op hele mooie bestemmingen. Het verveelt trouwens nooit om op dit soort bestemmingen te vliegen.
  • Nadelen van op zo'n wijze piloot zijn, zijn dat de KLM bijvoorbeeld continu vliegt, het hele jaar door, dus je mist daardoor vaak de leuke (sociale) dingen van thuis.
  • Je moet als piloot elke tweeëneenhalve maand in de vliegsimulator, en je ondergaat heel frequent medische keuringen.
  • Verder ontregel je al snel je dag-nachtritme, onder andere door te vliegen met tijdsverschil en vanwege de jetlags.
  • Dat lange vliegen gaat wel goed, maar als je dan aankomt op Schiphol, en dan nog twee uren terug moet rijden naar huis, is dat nog wel eens zwaar. Daarom heeft hij zijn auto heringericht als slaapplek, en slaapt hij zo nodig onderweg even een tijdje comfortabel liggend in zijn auto, voordat hij uitgerust naar huis verder rijdt.
  • Als piloot krijg je wereldwijd te maken met veel zogenoemde 'no go area's' (bijvoorbeeld Rusland, Oekraïne en Noord-Korea), ofwel grote delen van de wereld waar je om allerlei redenen niet over heen mag vliegen. Dan moet je ook wel eens hele lange omwegen maken, van soms wel 2 á 3 extra vlieguren per vlucht, met als gevolg dat je soms voor een enkele vlucht wel 13-14 uren vliegt als piloot. 
  • Daarbij kun je er ook mee te maken krijgen dat je soms drie uren lang geen radionavigatie tot je beschikking hebt. En soms is het zo erg dat je onderwg te maken krijgt met GPS-jamming, waarbij de satellietnavigatie door tegenstrevers opzettelijk wordt tegengehouden. En ook met het zogenoemde 'spoofing' krijg je als piloot te maken, waarbij de binnengekomen signalen door anderen iets veranderd binnen komen in het vliegtuig, hetgeen uiteraard gevaarlijk kan zijn. In die gevallen doe je als piloot de satellietnavigatie helemaal uit, opdat je daardoor niet misleid kunt worden.
  • Sinds zo'n anderhalf jaar is Jitze nu gezagvoerder, ofwel eerste piloot of 'captain'. Hij heeft er inmiddels al meer dan 15.000 vlieguren op zitten.
  • De spanning voor een piloot zit hem bij het vliegen niet zozeer in de technische aspecten van het vliegen, maar bij rook en vuur ga je veiligheidshalve zo spoedig mogelijk landen. Wel spannend zijn af en toe de onverkwikkelijke zaken die in de cabine voorvallen van passagierszijde. Dat moet je dan wel oplossen tijdens een vlucht.
  • Hij besluit met de stelling dat één van de voordelen van het piloot zijn is dat je de één na mooiste baan van de wereld hebt. Dat roept natuurlijk vraagtekens op in de zaal, want wat is dan de mooiste baan van de wereld? Wel, zegt Jitze, dat is de baan van de verkeersleider in de verkeerstoren op de luchthaven, want ... die mag de hele dag met piloten praten :-)
En wij? Wij hebben het tweede deel van deze avond naar een piloot mogen luisteren, hetgeen we met een hartelijk applaus voor de mooie verhalen bij zijn prachtige plaatjes welverdiend waarderen.

donderdag 13 november 2025

De Camino roept

Donderdag 13 november 2025
 
Cover van 'De Camino roept'

Pelgrim & antipelgrim in Frankrijk
Margreet Sanders haar Camino (pelgrimstocht) van zo'n achthonderd kilometer van Vézelay naar Lourdes - dus door Frankrijk - brengt haar dichter bij zichzelf.
Haar man Patrick Chatelion Counet volgt Margreet als een (door zichzelf zo genoemd) 'anti-pelgrim' in zijn Ford Transit-camper. Patrick was meerdere dagen geheel alleen, waarvan eenmaal zeven dagen aan één stuk.  
Dit boek eindigt verrassend in Lourdes, één van de belangrijke Franse pelgrimsoorden. 
Dit is een fijnzinnig boek waarmee de auteur reflecteert op het pelgrimeren en op de zin van het leven. Het boek is een mix van grappige anekdotes, diepzinnige gedachten en een echte (en zeker ook kritische) kijk in het leven van de pelgrim.
Ik kreeg dit boek van onze kinderen kado op Vaderdag 2025, nadat ik een korte lezing van de schrijver Patrick Chatelion Counet had bijgewoond op 15 maart 2025 in Utrecht.
De auteur gaf dit boek (2025) als titel 'De Camino roept', met als subtitel 'Verslag van een antipelgrim'.

Verslag van een antipelgrim
Hieronder geef ik een impressie van de inhoud van dit boek:
  • Ik ben geen pelgrim. Ik wil nergens naar op weg zijn, en vertrekken is hetzelfde als sterven. Ik kan me niet overgeven aan de omgeving. Iets in me weigert om onderweg te zijn.
  • Zonder voorbereiding door studie en meditatie kun je niet intreden in het klooster.
  • Ouder worden is sowieso af te raden.
  • Het huwelijk is soms polderpolitiek. Je moet compromissen sluiten.
  • Je kunt tot de congregatie van het klooster van Vézelay alleen maar toetreden als je een vaste baan hebt in de 'gewone' maatschappij.
  • Ik ben alleen maar bezig met terugkeren naar de plek waar ik niet vandaan had willen gaan: mijn studeerkamer en mijn boeken.
  • Ik wil een uitnodiging om iets over mijn geloof te vertellen, niet uit de weg gaan.
  • In mijn optiek is het hele leven een pelgrimage: uitzoeken waar het allemaal toe dient.
  • Pelgrimeren is geen wedstrijd.
  • Ik moet natuurlijk om de dertig seconden op mijn telefoon lijken of jij nog wensen hebt.
  • Ontmoetingen zijn een belangrijk onderdeel van het pelgrimeren.
  • Geschiedenis is niet aan mij besteed, tenzij deze in boeken tot me komt.
  • God en religie zijn geen garantie dat mensen hun leven beteren. Maar zonder religie is er helemaal geen hoop.
  • Lourdes: een plek van aanbidding en troost voor de miljoenen pelgrims die er elk jaar komen.
  • Lourdes vraagt om een aanvulling op de triniteit met een vierde persoon: God Vader, Zoon, Heilige Geest, en Moeder.
  • Ik ben geen pelgrim, maar hier voelde ik wat men in religieuze kringen thuiskomen noemt.
  • Mystiek en mysterie onttrekken zich aan rede en ratio.
  • Over de grote vragen van het leven weten we niets.
  • De Ik Ben-woorden onthullen dat Jezus God is.
  • De goddelijkheid van Maria dringt slechts moeizaam door tot de masculiene club prelaten van de Rooms-Katholieke Kerk.
  • De hele heisa eromheen maakt me tot antipelgrim.
  • Secularisering en individualisering hebben religieus Nederland als een fragmentatiebom doen ontploffen, maar het pelgrimeren bloeit.
  • Wie durft te aanvaarden dat de vraag waarheen we op weg zijn in dit leven geen antwoord kent, is op de goede weg.
  • Een gelukzalig moment is elk moment waarop je je bewust bent van de unieke aanwezigheid van de mens tegenover je.
  • Als je alleen bent, dan is elk moment dat je je bewust bent er-te-zijn gelukzalig.
  • Mensen geven betekenis aan dingen die van zichzelf geen betekenis hebben.
  • Zoals alles om ons heen, verandert de betekenis voortdurend.
  • 'Hier ben ik' te kunnen zeggen, behoort tot de essentie van het leven.
  • Als je je verzekerd weet van basisliefde, kun je het leven aan.
  • Weinig verhalen halen de volgende generatie.
  • De pelgrim mag nooit aankomen, anders is hij geen pelgrim meer.
  • Elk woord verwijst naar onze vergankelijkheid.
  • Wandelen kan je hoofd leegmaken.
  • Door jezelf langere tijd met jezelf te confronteren, stuit je op zaken die je, vergeefs, hebt proberen te verdringen.
  • Pelgrimeren is inschuiven in een lange stoet van onverwerkt gedoe.
  • Al je ergens betekenis aan wil hechten, moet je bij een sekte gaan, of een pelgrimstocht beginnen. Dan lijkt op een gegeven moment alles met alles samen te hangen.
  • Iedereen wist het. Niemand deed iets.
  • Alles wat een mens wil zeggen tot zichzelf, tot anderen, tot de Ander, is verwoord in de oude gebeden van het Onzevader en het Weesgegroet.
  • Blijf bidden, tegen betweters en tegen beter weten in.
  • Het volbrengen van de hadj is naast het dagelijkse gebed, het belijden van één God, het geven van aalmoezen en de ramadan één van de Vijf Zuilen van de Islam.
  • De bekendste christelijke bedevaart is die naar Santiago de Compostela, naar het graf van de apostel Jacobus.
  • Het begrip pelgrimeren komt uit het Latijn. Een pelgrim heet een peregrinus, iemand die door (per) de akkers (ager) trekt. In oud-Nederlands heetten pelgrims peregrijnen.
  • Pelgrimeren te paard was uit den bozen in de Middeleeuwen.
  • Zonder bedevaartsoord is een pelgrimage zinloos.
  • Zonder religieus doel is niemand een pelgrim.
  • De verbinding met een religieuze traditie maakt het tot een pelgrimage.
  • Een bedevaartganger is geen pelgrim, maar een pelgrim is daarentegen ook een bedevaartganger.
  • Als je aankomt in een bedevaartsoord, ben je er nog niet. Daar wordt je de weg gewezen.
  • Het ging onze (groot)ouders om de verbinding met hún voorouders en gelovigen vóór hen, maar je verbindt je ook met mensen die ná ons komen.
  • De grot van Lourdes is een doorverwijzing, geen eindbestemming.
  • De definitie van 'absurd is even eenvoudig als onmogelijk: iets wat niet kan.
  • Stadsmensen voelen zich in de natuur al buiten de comfortzone.
  • Het heeft wel meerwaarde als je een kerk betreedt, en gelóóft. Zonder dat 'internal point of view' van één of ander geloof blijf je een soort museumbezoeker.
  • Als iets bovennatuurlijk is, dan God natuurlijk.
  • Heel de wetenschap speelt zich af binnen een kader - het universum - waarvoor we geen rationele verklaring hebben. Voor het ontstaan van het heelal bestaat - principieel - geen oplossing.
  • Naakt is een metafoor voor niet-weten.
  • Jezus zijn leerlingen zijn op weg gestuurd naar een bijzonder pelgrimsoord. Ze zijn niet op weg naar Jeruzalem of naar de Tempel; ze zijn onderweg naar de ziel van mensen.
  • Het verhaal gaat dat er twee typen pelgrims zijn. De waterval (vertelt) en de inquisiteur (zwijgt).
  • Als je tussen echt of vals, waar of onwaar, mythe of feit, moet gaan kiezen in het geloof, blijf je nergens.
  • De Camino riep me. (naar een citaat van Sebastien Dechoux) [De Camino greep Sebastien in zijn kraag, en hij kon er niet van loskomen}.
  • Het verhaal van Jezus' leven, lijden en dood heeft sowieso iets tijdloos, alsof het elk individueel leven present stelt.
  • De beeldengroep van de Graflegging in Moissac is zo indrukwekkend, omdat die dicht bij de werkelijkheid van Jezus wil komen, bedoeld om te aanbidden, en het geloof aanschouwelijk te maken.
  • Je hoeft geen pelgrim te zijn om in te zien dat het leven afscheid nemen is.
  • Totaal nutteloze handelingen, zoals alle handelingen in dit leven dat zijn, maar zeer bevrijdend en troostrijk. Het leven is wat wij er voor zin en betekenis aan geven.
  • De dood is het grootste mysterie van het leven.
  • U hoeft toch niet eerst te pelgrimeren om te weten wat uw drijfveren zijn?
  • Veel mensen gaan de vraag naar de zin van hun leven uit de weg, juist door hun agenda vol te plannen. Een druk bestaan weerhoudt je ervan te reflecteren op wat werkelijk belangrijk is.
  • Elk mens zou zijn leven lang een pelgrim moeten zijn.
  • Een pelgrim zou over diepe zaken moeten nadenken.
  • Ben je wel een pelgrim als je nergens aan denkt?
  • Je ziet nooit iets twee keer hetzelfde.
  • Lourdes trekt de tranen en het verdriet van de wereld naar zich toe. Hopelijk blijft het daar ook achter.
  • De baden zijn een begrip in Lourdes.
  • Zie hoe de mensen die naar de grot van Lourdes trekken zich overgeven aan hun verdriet, hun herinneringen, hun verlangens, hun hoop.
  • De mis is een priesterding.
  • Bernadette en Maria hebben Lourdes als een oord van vrede en vergeving en liefde geschapen.
  • Het transcendente zoekt zuivere zielen en past zich aan hen aan.
  • Met het ritme van gaan en onderweg zijn, ontstaat bij de pelgrim het besef dat je onderweg bent.
  • Pelgrimsroutes lopen van kerk naar kerk, anders dan bijvoorbeeld de Grande Route.
  • Elke kerk die ik betrad, stond denkbeeldig vol met mensen die hier eerder geweest waren. Ik voelde me enorm verbonden met mensen die hier kaarsjes komen aansteken. Misschien maakt dat je wel tot pelgrim.
  • Het leven is één lange pelgrimsweg.
  • Alle ontmoetingen lopen uit op afscheid.
  • Pelgrimeren is vastgelegd in de mystiek van het christendom.
  • Het christendom voegde de verrijzenis toe. Na de geboorte en het sterven breekt de achtste dag aan. Een dag zonder einde. Zonder afscheid. Christendom is de religie van de hoop.
  • Pelgrimeren geschiedt uit religieuze overwegingen. Dat men zou kunnen pelgrimeren zonder God is een vergissing van de secularisatie.
  • De pelgrim heeft op haar reis geen moment het idee dat zij alleen is.
  • De ene mens zou voor de andere mens God moeten zijn.
  • Evangelie = goed nieuws.

woensdag 12 november 2025

Hersentjeschudding

Woensdag 12 november 2025
 
Even bijkomen van de schrik en van de klap

















Even bijkomen
Aan het begin van de middag vliegt een roodborst pardoes tegen één van onze ramen.
Vooral als er rovers zoals de buizerd en katten in de buurt zijn, wil een vogel nogal eens heel snel vluchten om het vege lijf te redden, maar daarbij ondertussen iets onvoorzichtiger zijn in de vluchtroute, met een botsing tegen een raam als gevolg, zoals hier ook het geval is.
Gelukkig overleeft de roodborst deze klap, maar is die wel even van de kaart. Stokstijf blijft de roodborst zitten bij de gevel, waarvan ik met de telelens even een foto maak, onderwijl in de gaten houdend dat niet een rondlopende poes dit verkeersslachtoffertje - met waarschijnlijk een lichte hersenschudding - te grazen zal nemen.
Na enkele minuten draait de roodborst weer met het kopje op en neer en heen en weer, en dan nog enkele minuten later als de roodborst is bekomen van de schrik en de klap, vliegt deze onfortuinlijke roodborst - hopelijk zonder verder letsel - gelukkig weer op, en verdwijnt uit het zicht.

dinsdag 11 november 2025

Reanimatiemeldingen en de rol van Burgerhulpverlening

Dinsdag 11 november 2025
 
Panelgesprek met de medewerkers van de 112-Meldkamer Noord-Nederland

















Publieksacademie: Achter de schermen van de Meldkamer Ambulancezorg
Verkeersongelukken, hartinfarcten, mensen met onbegrepen gedrag: soms is er met spoed medische hulp nodig. 
  • Maar wat gebeurt er nadat je 112 hebt gebeld? 
  • Waarom komt er soms geen ambulance? 
  • En wat kun je zelf doen bij een noodgeval?
De LC-Publieksacademie, in samenwerking met de Leeuwarder Courant (LC) en met de theatergroep Pier 21, zoomt deze herfst van 2025 in op een deel van de zorg dat meestal in de schaduw staat, namelijk: de 112-meldkamer voor ambulancezorg. 
Maar weinig mensen weten hoe daar dag en nacht beslissingen worden genomen die letterlijk van levensbelang zijn.
  • Wie zijn de mensen achter 112? 
  • Hoe word je verpleegkundig centralist? 
  • En hoe gaan zorgverleners om met de emotionele kanten van hun werk? 
Journaliste en schrijfster Kirsten van Santen gaat in gesprek met de mensen van de ambulancezorg en met hun samenwerkingspartners. Samen geven zij een uniek kijkje achter de schermen. 
De volgende drie avond-thema’s komen hierbij achtereenvolgens aan de orde:
  • 14 oktober 2025: Ervaar wat er allemaal in gang wordt gezet zodra je 112 belt;
  • 11 november 2025: Een leerzame avond over reanimatiemeldingen en de rol van burgerhulpverlening;
  • 25 november 2025: Ontdek hoe de ambulancezorg, in samenwerking met de GGZ Friesland, acute zorg biedt aan mensen met psychische problemen.
Vanavond zijn Durkje en ik ook aanwezig bij deze tweede LC-Publieksacademie-lezing, die plaats vindt op de Meldkamer Noord-Nederland aan het Noorderend in Drachten. 

112  
Het avondprogramma wordt met een theater-act geopend door actrice Hiske Oosterwijk van Pier 21 (als Floor) met een indringende 112-melding. 
Medisch meldkamer-centraliste Floor: "Pas as ik in oar helpe kin, bin ik wa’t ik bin".
Dit tweegesprek met de meldkamer wordt gevolgd door een song van Hiske Oosterwijk uit haar theatervoorstelling 'En ik dan?'
Dan spreekt het Hoofd Meldkamer Ambulance Hendina de Jong: "We zijn in het gebouw van de multi-meldkamer voor ambulance, politie en brandweer, waar elke seconde wel iets plaatsvindt, waar nauw samen wordt gewerkt met politie, brandweer, en ambulance; en over het laatste gaat deze avond. Hier werken zo’n 80 centralisten en 20 andere medewerkers. Ze bedienen heel Noord-Nederland: Fryslân, Groningen en Drenthe". 
  • Per dienst krijgt een centraliste zo’n 70-80 telefoontjes van bijvoorbeeld 112 en van huisartsen.
  • Er zit een behoorlijke stijging in het aantal telefoontjes dat per jaar binnenkomt bij de meldkamer. 
  • Ze werken op de meldkamer met urgentiecodes van A0 (hoge urgentie, van bijvoorbeeld reanimatie) tot C2 (alleen een adviesgesprek, en geen hulpverlening op locatie). 
  • Gemiddeld wordt zo’n vier keer per dag burgerhulpverlening ingezet. 
Daarna gaat Kirsten van Zanten in panelgesprek met vier medewerkers van de Meldkamer Noord-Nederland: Katryn en Inge van de meldkamer, Remco als ambulance-verpleegkundige, en Bart is burgerhulpverlener-instructeur. 
Hieronder volgt een impressie van hetgeen daarin vanavond aan de orde komt, ook aan de hand van de vragen uit de zaal.

Reanimatiemeldingen
We luisteren eerst naar een nagespeelde 112-melding (die overigens ooit wel echt is gebeurd) voor wat betreft een persoon die niet wakker is en niet meer ademt. De ambulance gaat op signaal van de meldkamer direct al rijden. Dan wordt vanuit de meldkamer aan de meldster gevraagd wat er precies is gebeurd. We gaan starten met de reanimatie. De voordeur moet eerst open. De reanimatie-instructie wordt vanuit de meldkamer gegeven aan de meldster. De meldster doet wat de medisch centraliste zegt. Ondertussen komt iemand binnen, waarschijnlijk een burgerhulpverlener, en dan neemt even later de  professionele hulpverlening het van de melder/burgerhulpverlener over.
Kirsten begint met een vraaggesprek met Hiske (Floor), waarbij Hiske vertelt dat ze hier eerst stage heeft gelopen in de meldkamer, als input voor de rol van Floor in haar theatervoorstelling. 
Daarna bevraagt Kirsten een Aanname-centraliste van de meldkamer. Hoe kalmeer je mensen? Door bijvoorbeeld te zeggen dat de ambulance/hulp al onderweg is. En verder brengt jouw rust als meldkamer-centraliste ook rust in de situatie. Soms helpt het als centraliste om even stil te zijn, wat dan  een handige aanleiding kan zijn om weer adequaat contact met elkaar en volle aandacht voor elkaar te hebben.
  • Met reanimeren moet je heel snel zijn. De eerste minuten zijn daarin van levensbelang.
  • Vanuit de Aanname-afdeling van de meldkamer, gaat direct ook de Uitgave-afdeling van de meldkamer aan de slag: een ambulance gaat op signaal van de meldkamer direct rijden.
  • De uitdaging zit er in om op elke locatie zo snel mogelijk en op tijd de juiste hulp en zorg te bieden. 
  • Je moet als meldkamer je district goed bezet houden met ambulances. 
  • Bij een reanimatie gaat er altijd een tweede ambulance ook op pad, want dan moet er heel veel gebeuren, waarbij 'alle hens aan dek' moet om zo goed mogelijk zorg te leveren. Overigens gaat dan ook de politie, en eveneens de burgerhulpverlening direct op pad.
  • De ambulance-verpleegkundigen moeten direct bij aankomst op locatie een hele snelle scan maken van de situatie; er moet een veilige werkruimte komen, er moet kordaat worden gehandeld, en direct wordt de reanimatie overgenomen van de burgerhulpverlener. 
  • De eerste minuten zijn cruciaal om te weten wat je kunt en moet doen. 
  • Op de gekste plekken moet soms hulp worden verleend, binnen of buiten.
  • Vaak zijn mensen op de plek van de gebeurtenis in paniek. Die moet je als meldkamer-centraliste zo adequaat mogelijk gerust stellen.
  • De centralisten krijgen intern nazorg aangeboden (zeker bij hulpverlening aan kinderen); zij hoeven er niet eens zelf om te vragen. 
  • De centraliste van de meldkamer hopt de hele werkdag (dienst) van de ene hulpvraag naar de andere hulpvraag.
  • Bij een hartinfarct in de ambulance gaat de ambulance-verpleegkundige direct reanimeren. Dat moet hij/zij dan (eerst) alleen doen, en dat red je niet, dus roep je zo snel mogelijk een tweede ambulance op, van waaruit dan een ambulancemedewerker overstapt om achterin de ambulance de reanimerende collega te ondersteunen. De chauffeur kan dan met de ambulance doorrijden naar het ziekenhuis. 
  • De reanimatie duurt zolang als de ambulance-medewerker bepaalt. Als er helemaal geen activiteit meer in het hart zit, is de kans miniem om de patiënt weer tot leven te laten komen. De ambulance-medewerker bepaalt of door wordt gegaan, of dat wordt gestopt met de reanimatie.
  • Je weet vooraf en nadien nooit of je er goed hebt gedaan qua reanimatie, maar desondanks blijf je op het moment van reanimatie je uiterste best doen. 
  • Verstaan de centralisten de verschillende talen? (bv. Fries/Gronings/Drents/buitenlandse/vreemde talen), zo wordt gevraagd. Centralisten kunnen de inzet bij het niet begrijpen van elkaar als melder en centralist zonodig overdragen aan een collega van de meldkamer. Je kunt ook appen naar de meldkamer, en dan wordt de gemelde tekst automatisch vertaald naar het Nederlands; wat bij vreemde talen behulpzaam is.
  • De rode lamp op de werkplek van de centralist betekent dat je in gesprek bent. De rode of de gele lamp eronder geeft aan of je op de afdeling Aanname of op Uitgifte werkt.
  • Bij hectiek kan het zelfs zo zijn dat de meldkamer van Drachten moet worden gepasseerd, om de melding door een andere meldkamer (tot zelfs in Limburg) te laten overnemen.
  • Geijktijdig werken in principe drie Uitgifte-centralisten, en vijf doen de afdeling Aanname, met dan ook nog ongeveer zes collega s die daarnaast de zogenoemde planbare zorg (geen 112) doen.
  • In de praktijk merk je veelal een rustige sfeer op de werkvloer van de meldkamer, maar bij een groot incident is onderling veel overleg nodig, met dan een hoog volume en hectiek op de werkvloer.
  • Als je aan het eind van je werkdag je uniform uit doet, laat je – als het goed is – je werk achter als je terug gaat naar je thuissituatie. 
  • De regie bij een meervoudige inzet van hulpverleners zoals ambulance, politie en brandweer ligt bij een calamiteitenmedewerker, die er altijd voor de coördinatie is ten behoeve van iedereen die er dan bij betrokken wordt en is.
  • De meldkamer zoekt altijd de beste melder, indien er meer melders tegelijk zijn op één melding.
  • Qua reanimatie loopt Nederland voor op de ons omringende landen, met wie de Nederlandse Reanimatieraad in bijvoorbeeld congressen overigens wel afstemt.
  • Centralisten zijn van origine verpleegkundige, en krijgen als centralist(e) daarna nog een specifieke training op hun werk.
De rol van burgerhulpverlening
  • Je wordt burgerhulpverlener om ervoor te zorgen dat de tijd tussen de melding en de eerste hulpverlening (vaak door de nabije burgerhulpverlener) zo kort mogelijk zal zijn. Je gaat dus zo snel mogelijk naar het aan jou gemelde adres. 
  • Het helpt je heel erg om direct al met z’n tweeën als burgerhulpverleners bij de patiënt te zijn, want dan kun je elkaar bijstaan in het vele dat heel snel en zo goed mogelijk moet worden gedaan (de één begint direct met reanimeren en de ander pakt alvast de AED uit). 
  • Landelijk gezien ligt de overlevingskans bij reanimatie tussen de 25-30%.
  • Vanuit de ambulance wordt de burgerhulpverlening van groot belang geacht, vooral ook omdat de burgerhulpverlener al zo dicht op de plek van de melding aanwezig is, en meestal veel sneller dan dat de ambulance er kan zijn.
  • Elke politieauto heeft een AED, en politie mag met grote spoed naar een locatie, dus dat kan van doorslaggevende betekenis zijn. Politie-agenten zijn opgeleid om als hulpverlener met een AED actief te zijn.
  • Als je bij een oproep binnen een minuut bij de AED kunt zijn, haal die dan eerst op. Zo niet, ga dan eerst naar de patiënt, en begin met reanimeren, in afwachting van de komst van anderen met een AED, die daar dan ook al toe zijn opgeroepen.
  • Je kunt op verzoek als burgerhulpverlener ook de nodige nazorg krijgen. Praat het vooral van jezelf af, want je moet er zelf niet ziek van worden, of anderszins mee in de problemen komen.
  • Bart had drie maanden geleden zelf de burgerhulpverlening nodig. De huisarts was snel ter plekke. Bart had één van de 20 beschreven oorzaken voor hartfalen. De ambulance was heel snel ter plekke. Bart was zich van alles bewust. Snel in de ambulance, en naar het ziekenhuis. Nog maar een kilometer op weg kreeg hij al een hartstilstand. De ambulance stopt, en hij wordt gereanimeerd door de beide ambulance-verpleegkundigen, óók met de AED. Toen kwam hij weer bij en werd er weer gereden, maar bij een tweede incident in de ambulance even later werd hij in een razend tempo toch direct naar een ziekenhuis vervoerd. Het liep gelukkig goed af.
  • Ook met een pacemaker mag je aan de AED worden aangesloten.
  • Wat doe je als iemand niet gereanimeerd wil worden?, wordt gevraagd vanuit de zaal. De 112-centraliste vraagt daar wel naar. Bij jonge mensen wordt die vraag echter niet gesteld, maar start je de reanimatie direct op. De burgerhulpverlener start in principe de reanimatie op, en de centraliste kan dan de burgerhulpverlener melden dat gestaakt mag worden met de reanimatie. Als overduidelijk is dat niet gereanimeerd hoeft te worden, mag de ambulance-medewerker de reanimatie direct stopzetten. Een burgerhulpverlener mag het duidelijke signaal van ‘geen reanimatie-wens’ respecteren, en mag dan de reanimatie ook stopzetten.

maandag 10 november 2025

De Turfroute voor Fietsers wandelen van Donkerbroek naar Terwispel

Maandag 10 november 2025
 
Bij de trambrug over de Opsterlandse Compagnonsvaart in Wijnjewoude

















Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven. 
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme. 
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.

23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen. 
  • Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
  • De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
  • De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.

Eerst van Terwispel naar Donkerbroek
Vandaag zijn we van plan om onze tiende etappe van de 225 kilometer lange 'Turfroute voor Fietsers' te bewandelen, van Donkerbroek naar Terwispel, met een lengte van 17,9 kilometer.
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 8:30 uur, en rijden dan met de auto naar Terwispel.
Onze auto laten we daar achter bij de brug over de Nieuwe Vaart, en dan rijden we met de andere auto naar Donkerbroek, waar we de auto parkeren op de Herenweg nabij de Opsterlandse Compagnonsvaart.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum was het 6 graden Celsius, en in Donkerbroek is de temperatuur bij aankomst om 14:30 uur inmiddels opgelopen naar 9 graden Celsius.
Het is de hele dag bewolkt, en het waait enigszins. Halverwege de dag breekt heel even en heel licht de zon door, maar dat is nauwelijks van enige betekenis. Op zich is het goed wandelweer.

Van Donkerbroek via Petersburg naar Moskou 
Bij de brug over de Opsterlandse Compagnons-vaart draaien we van de Herenweg de Vosseheer op. Aan de overzijde van de vaart staan nog enkele oude, gelijkvormige huisjes van weleer.
Buiten de bebouwde kom van Donkerbroek gaat de Vosseheer over in de Petersburg, die we volgen totdat we in het buurtschap Petersburg via de vaartbrug van de Peelrug de turfvaart oversteken.
Door het buurtschap Moskou en over de Moskouwei gaat het dan verder naar de brug over de Opsterlandse Compagnonsvaart.

Vanuit Klein Groningen langs de Opsterlandse Compagnievaart
Daar arriveren we in het buurtschap Klein Groningen. We weten dat iets ten oosten van deze vaartbrug een Rustpunt is, waar je binnen koffie kunt drinken. Daar aangekomen, blijkt dat het toeristisch vaarseizoen hier is afgesloten en daarmee is ook het mooie Rustpunt gesloten. Daarom nemen we buiten het Rustpunt bij de speeltuin plaats op een picknickbank, waar we onze koffiepauze houden.
Daarna gaat het verder langs de Opsterlandse Compagnonsvaart.
Even later kruisen we de N381 door onder de Turfbrêge door te lopen.
Om 11:15 uur arriveren we in Wijnjeterp bij de oude trambrug over de vaart.
In een klein bosperceel aan de noordzijde van de vaart zien we her en der de rijpe vruchten van de hulst fel rood opvallen tussen het donkergroen van de hulsttakken. 
Verderop zijn twee bomen in een tuin gerooid. Je kunt goed zien waar de boomstam in de tuin heeft gelegen, namelijk te midden van de langs de boomstam gesnoeide takken, die in de lengterichting nog het silhouet van de boom tonen.
Enkele minuten later passeren we de sluiskolk met de vaartbrug van Wijnjeterp.

De Nijverheid van De Hemrik 
Ter hoogte van Hemrik passeren we de inmiddels zwaar vervallen gebouwen van de voormalige cichorei- en zuivelfabriek, die later ook werd gebruikt als grasdrogerij. De gevelsteen van deze vroegere fabriek vermeldt de naam van de fabriek: De Nijverheid.
Ten zuiden van Lippenhuizen komen we langs de woning van Fokko Bosker en zijn echtgenote. Fokko is de schrijver van de wandelgids waarvan we nu een etappe lopen. Fokko is op stap, zoals een wandeljournalist betaamt, maar zijn vrouw Jeanette is wel thuis, met wie we een gezellige ontmoeting hebben, waarmee we dan wel haar mooie pianospel tijdelijk onderbreken, die wij vanaf buiten al zachtjes hoorden klinken.
Om 12:50 uur wandelen we aan de oostzijde de bebouwde kom van Gorredijk binnen.

Langs de Nieuwe Vaart van Gorredijk naar Terwispel
Door Gorredijk lopen we naar de zuidzijde, naar de Koartsweachsterbrêge.
Die brug steken we over, om dan langs de Nieuwe Vaart het centrum van Gorredijk binnen te wandelen.
In het dorpscentrum lunchen we in de horecaruimte van de Albert Heijn-supermarkt, en dan gaat het verder over de Kerkewal langs de vaart.
Na het oversteken van de Overtoom, volgt dan nog het laatste traject langs de Nieuwe Vaart over het fiets- en wandelpad van de Warme Hoek naar de Spaltenbrêge, waarover we het dorp Terwispel binnenwandelen.
Bij de brug over de Nieuwe Vaart staat onze auto geparkeerd. We stappen om 14:30 uur in, en rijden dan terug naar Donkerbroek, waar we de andere auto afhalen, om tot slot terug te keren naar huis, waar we rond 16:00 uur aankomen.