zondag 21 augustus 2022

Pelgrimeren van Saint-Ustre naar Naintré

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Saint-Ustre naar Naintré
Vrijdag 12 augustus 2022 – 21 km.
Dag 23: 478,5 – 499,5 km.
 
Sint Jacobus in de Sint-Jacobskerk van Châtellerault

Een half uur tijdwinst op een hete dag
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in onze caravan op Camping ‘Le Petit Trianon’ in Saint-Ustre.  
We hebben gisteren bij onze taxi-chauffeuse haar taxi nog eens gereserveerd, die ons vanmorgen om 8:00 uur gaat afhalen bij de bank Credit Agricole van Naintré.
Het wordt vandaag weer een warme dag, want ook vandaag zal de temperatuur hoog oplopen, tot in elk geval wel zo’n 37 graden Celsius.
Na het ontbijt verlaten we met onze auto om 7:05 uur onze camping, om dan van Saint-Ustre naar Naintré te rijden. Als we iets na 7:30 uur het parkeerterrein tussen de bank en de plaatselijke supermarkt op rijden, zien we de taxi-chauffeuse met haar taxi al op de afgesproken plaats klaar staan. Wij zijn met een half uur van tevoren al vroeg op locatie, maar zij was er nota bene nog eerder. Dat is een ware meevaller, want nu kunnen we direct instappen en vertrekken. Dit betekent dat we ons tijdschema van vandaag met een half uur naar voren trekken, en dat is op zo’n hete dag als vandaag een grote meevaller. Hoe eerder je begint, hoe beter het is op zo’n warme dag als vandaag.

Vanuit Saint-Ustre en langs Ingrandes door de vallei van de Vienne
De taxi-chauffeuse rijdt ons vlot van Naintré terug naar de camping in Saint-Ustre. Daar stappen we uit, en dan begint onze etappe van 21 kilometer van vandaag bij de ingang van onze château-camping van Saint-Ustre, op de T-kruising waar we gisteren onze etappe beëindigden.
We lopen eerst in de richting van Ingrandes. Links van ons op een hoger gelegen akker is een boer bezig om een graanstoppelakker met zijn tractor om te ploegen. 
We hoeven Ingrandes niet in, maar passeren de plaats ter hoogte van de plaatselijke sportvelden.
Dan volgt een traject van drie kilometers over het asfalt van de D161 in de lengterichting van de vallei van de Vienne. Waar de noordelijke punt van het bedrijventerrein van Châtellerault begint, gaan we via het spoorviaduct over de spoorlijn. 
Vrij snel daarna wandelen we op het bedrijventerrein aan de N10 de stad Châtellerault in.

Châtellerault
Door de brede straten van het bedrijventerrein lopen we van de N10 naar de rivier de Vienne. Vanaf dit moment zullen we de rivier een heel eind volgen, tot in het centrum van Châtellerault. 
De eerste keer dat we de Vienne over gaan, is via de twee verdiepingen hoge ijzeren spoorbrug. Op het laagste nivo is een behoorlijk breed fiets- en voetpad. Op het moment dat we de oversteek maken, komt een postbode uit tegenovergestelde richting met zijn electrische driewielscooter.
En nu gaat de route verder in zuidelijke richting op de westoever van de Vienne. Aan de overzijde van de rivier zien we aan een zijtak van de Vienne het grote bouwwerk van de Moulin van Châtellerault.
Nogmaals steken we in het stadscentrum de Vienne over.
Nu doen we dat over de 17e eeuwse stenen boogbrug Pont Henry-IV. 
Twee Franse stellen leunen over de brugleuning om de grote vissen te bekijken die in de rivier zwemmen. Het brugdek en de brugleuning op de andere zijde worden gerestaureerd, dus de brug is gesloten voor doorgaand verkeer, met uitzondering van voetgangers.
Op de oostoever lopen we het oude stadscentrum van Chatellerault binnen. Direct vallen ons de ronde Sint-Jacobusschelpwegwijzers op, die hier zijn bevestigd op het wegdek van de promenade. 

Taxi reserveren bij de VVV
Eerst gaan we op zoek naar de VVV, waar een VVV-medewerkster een taxi voor ons regelt, die ons morgenochtend afhaalt in Buxerolles. Het is waarschijnlijk een stagiaire, want ze vertelt dat ze eerst toestemming moet vragen aan de leidinggevende om voor ons een taxi te reserveren. Ze krijgt daartoe het gevraagde akkoord, en dan gaat ze de drie telefoonnummers één voor één bellen, die wij van onze taxi-chauffeuse van vanmorgen al als suggestie hebben gekregen. De eerste neemt niet op, bij de tweede kan het niet, en de derde neemt ook niet op. Maar dan belt de eerste haar terug, en dan is een reserveringsafspraak snel gemaakt. Haar leidinggevende is er bij komen staan, en laat haar rustig haar werk doen. Op haar beurt regelt ze in alle rust de reservering, en vertelt ons dan triomfantelijk dat het helemaal geregeld is. Daar zijn we blij mee, dus we complimenteren haar met dit prima resultaat, wat haar zichtbaar goed doet.

Bezoek aan de Eglise Saint-Jacques
Van de VVV-medewerkster hebben we ook al een stempel in onze pelgrimspaspoorten gekregen, en ze geeft ons nog een stadsplattegrond mee, en vertelt op onze vraag waar wij straks de Eglise Saint-Jacques kunnen vinden in het stadscentrum.
Door de gezellige binnenstad lopen we naar de Jacobuskerk.
Deze Sint-Jacobskerk wordt aan de buitenkant gerestaureerd, maar we mogen er wel in om de kerk te bezichtigen.
Eén van de dingen die we hier vooral willen zien, is uiteraard het grote beeld van Sint Jacobus, staande in een donkere zijkapel achter een ijzeren hek.
Opvallend zijn de oude fresco’s bij de linker zijkapel van deze Jacobuskerk.
Bij het verlaten van de kerk zien we achter de grote kerkdeur nog een informatiepaneel over de pelgrimage naar Santiago de Compostela, over deze kerk en over de stadswijk die naar Sint Jacobus is genoemd.

Verder langs de Vienne
Buiten gekomen, gaan we op zoek naar een terras waarop we een kop koffie kunnen drinken. De bar waar we koffie drinken, schenkt opvallend lekkere koffie. Als ik de barkeeper complimenteer met de kwaliteit van zijn koffie, wordt hij daar zichtbaar blij van, en vertelt me dan dat deze koffie wordt verkocht in de koffie-speciaalzaak aan de overzijde van zijn bar.
Na deze koffiepauze gaan we de binnenstad uit, weer terug naar de rivier. Aan de rand van het stadscentrum vinden we een bankje in de schaduw van bomen, met een mooi uitzicht over de Vienne. 
Daar nemen we plaats om een broodje en een banaan te eten en iets te drinken, opdat we na de eerste negen kilometers van vanmorgen het volgende stuk van 7 kilometer weldoorvoed kunnen gaan maken.
Daarna gaan we verder, langs de oostoever van de Vienne, in zuidelijke richting.
Het is al behoorlijk warm geworden, dus waar we in de schaduw van een enkele boom of van een gebouw kunnen lopen, doen we dat zoveel mogelijk. De inwoners van Châtellerault doen er ook van alles aan om zich te beschermen tegen de felle zon van deze week. Zo zien we bijvoorbeeld op de balkons van een grote woonflat een kleurrijk palet van allerlei soorten parasols.

Ozon
Om vanuit Châtellerault naar het plaatsje Ozon te gaan, moeten we het riviertje de Ozon – een zijriviertje van de Vienne – oversteken. Dat doen we ter hoogte van de camping van Ozon, en dan gaat de route verder door een betrekkelijk voorname villawijk van Ozon. Een bewoonster is in haar tuin aan het werk, en roept ons groetend toe: “Bonne route”.
Ozon is maar een klein plaatsje, dus die verlaten we al spoedig, over de D749. Door een bomenrijk gebied lopen we even later terug naar de rivier de Vienne, en die volgen we over een asfaltweggetje in de brandende zon. De zon kent hier geen genade.

In de oase van Cenon-sur-Vienne
Bij Château des Sources wandelen we de bebouwde kom van de plaats Cenon-sur-Vienne binnen. Slechts enkele huizen en de sportvelden liggen langs onze route aan de oostzijde van Vienne, en we moeten de rivier over om in het andere gedeelte van deze plaats te komen. Dat doen we via de door Eiffel ontworpen ijzeren rivierbrug van 1912, momenteel met kleurrijke bloemen versierd.
Onze oase ligt aan de andere kant van de rivier, want daar zien we een bar-restaurant met een groot terras. Tamelijk verhit gaan we eerst naar binnen, waar we in een gekoelde bar komen, waar een kleine mobiele airco zijn best doet om de bar koel te houden. Aan de achterzijde is een goed gevuld buffetrestaurant waarin veel werkers hun middagpauzelunch nuttigen. Wij nemen plaats aan een tafeltje in de aangenaam koele bar, en bestellen thee en cola. Ons onderwijl verkoelend aan het werk van de airco, genieten we volop van de hete thee en de ijskoude cola. Pas als we weer helemaal fit zijn, verlaten we deze oase, om de warmte van buiten weer op te zoeken. We moeten immers wel door, en dat kan overigens prima, ook bij deze hoge temperatuur wel.

In de oude voetsporen van de Romeinen
We lopen het dorp uit, en een eind verder verlaten we de verharde weg, om dan de rest van de etappe van vandaag te lopen over de antieke Romeinse heerweg, die hier het land doorsnijdt. 
Na zo’n 2,5 kilometer zien we de ruïne van een hoog opgaand torengebouw.
We zijn nu namelijk aangekomen bij de ruïnes van het Gallo-Romeinse openluchttheater dat hier in de tijd van de Romeinse bezetting is gebouwd en gebruikt. 
Alleen al als je de huidige restanten ziet van dit openluchttheater, realiseer je hoe groot dit bouwwerk hier in de heuvels bij Cenon-sur-Vienne ooit moet zijn geweest, en hoeveel Romeinen hier vroeger moeten hebben gewoond en gebivakkeerd op deze plek. 
Nu is het er stil en vooral heet, en niemand is ook aanwezig in of bij het huisje waar je dit ruïne-gebied kunt betreden. Je kunt zelf het hek openen, en deze eeuwenoude Romeinse openluchtlocatie nader bezichtigen. Dat doen we.

Verder over de heirbaan naar Naintré
Na deze excursie over het ruïne-gebied gaan we de oude Romeinse weg weer op. Eerst doorsnijdt deze heerweg een heuvel, en dan gaat het langzaam heuvelopwaarts, om verderop betrekkelijk vlak door te lopen over de kamweg van de heuvelrug, met uitzicht naar beide kanten. 
Bij een kleine boomgaard passeren we een hek waaraan een groot aantal Jacobsschelpen in allerlei maten hangt. Het is even een vingerwijzing naar het feit dat je nog altijd ook op het pelgrimspad richting Santiago de Compostela loopt.
Nu moeten we even goed opletten, want we willen ter hoogte van de plaats Naintré deze oude Romeinse weg verlaten, ons realiserend dat we het dorpje Domine en ook de plaats Naintré vanaf dit kampad niet kunnen zien vanwege de bomen in het dal rechts van ons. 
Met de wandelkaart en de gps-track van onze smartphone, kunnen we in één keer de exacte locatie bepalen waar we deze Romeinse weg moeten verlaten, om op het juiste punt af te dalen naar Naintré. We maken een inschatting, en die blijkt direct helemaal juist te zijn, dus we volgen het onverharde pad vanaf de Romeinse heirbaan heuvelafwaarts naar de D23. 
Op de D23 aangekomen, zien we tot onze verrassing verderop direct al het kombord van Naintré staan, dus het is precies goed gegaan.

Over Le Clain naar de auto
Nu hoeven wel alleen nog maar over de D23, en verderop over de rivierbrug van Le Clain af te dalen. Als we de Clain oversteken, zien we verderop een mooie brede waterval in het riviertje.
Nog een klein eindje heuvelafwaarts en dan bereiken we de N10 op de locatie van de supermarkt Intermarché en de bank Credit Agricole. En dat is exact de locatie waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd. 
We stappen in, en rijden dan direct vanuit Naintré terug naar onze camping in Saint-Ustre. De temperatuurmeter van onze boardcomputer in de auto geeft constant een temperatuur aan van 37 graden Celsius. Morgen nog één keer zo’n hete etappe, en dan is het einde al weer gekomen van onze zomerpelgrimage 2022.

Pelgrimeren van Les Ormes naar Saint-Ustre

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Les Ormes naar Saint-Ustre
Donderdag 11 augustus 2022 – 18 km.
Dag 22: 460,5 – 478,5 km.
 
Middagpauze bij een oude boerderij in Les Grandins
Eind goed, al goed
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:00 uur in onze caravan op Camping ‘Le Petit Trianon’ in Saint-Ustre.  
We hebben eergisteren bij aankomst op de camping in Saint-Ustre al een taxi gereserveerd, die ons  om 7:15 uur gaat afhalen van de camping in Saint-Ustre
Het wordt vandaag weer een warme dag, want ook vandaag zal de temperatuur hoog oplopen, tot in elk geval wel zo’n 37 graden Celsius.
Na het ontbijt gaan we om 7:05 uur naar de ingang van de camping, om daar de taxi op te wachten, die zo’n vijf minuten vóór de afgesproken tijd arriveert.  We geven de taxi-chauffeuse het adres op in Les Ormes, dat zij intoetst in haar navigatiepakket. Via Saint-Sulpice rijden we naar Les Ormes, maar als we in Saint-Sulpice arriveren, geeft de taxi-chauffeuse aan dat we er al zijn. Dan blijkt dat zij alleen de straat heeft ingetoetst en niet het huisnummer dat wij hebben opgegeven. Bovendien zien wij zelf wel dat we nu niet bij de spoorlijn van Les Ormes zijn. Dan blijkt dat de bewuste straatnaam al in Saint-Sulpice begint, en doorloopt via het dorpje Poizay naar Les Ormes. En wij moeten precies aan het andere eind van deze lange straat zijn, dus de chauffeuse heeft nu ook in de gaten dat het huisnummer voor dit adres wel degelijk verschil maakt. We rijden door naar het door ons opgegeven adres in Les Ormes, en stappen daar uit. Ze checkt nog even of de taxi-meter niet te hoog doortelt en wij door haar toedoen teveel zouden moeten betalen, maar dan blijkt dat de taximeter zelfs minder rekent, omdat haar calculatie uitging van meer kilometers, die zij feitelijk niet heeft gemaakt, omdat we binnendoor de kortste route hebben genomen. Kortom, we betalen het laagste bedrag; namelijk dat van de taxi-meter. Eind goed, al goed.

Van Les Ormes naar Vaugaudin
Vanuit Les Ormes begint de route een eind langs de spoorlijn, in zuidelijke richting. Als we over de onverharde weg langs het spoor lopen, passeert ons een goederentrein.
Bij het gehucht La Mardelle ter hoogte van het spoorviaduct gaat de route verder over de asfaltweg door de Vallée de Poizay. Halverwege dat traject richting Poizay verlaten we deze asfaltweg, om verder te gaan over een mooi breed veldpad tussen de akkers door. 
We passeren dan het buurtschap Vaugaudin.

Langs de lange muren van Château de la Fontaine naar Saint-Sulpice
Daarna lopen we recht op het landgoed af van Château de la Fontaine. 
Opmerkelijk is de honderden meters lange muur waarop we af lopen. Vanaf deze kant gezien is het grote landgoed geheel ommuurd. 
We lopen recht af op een kleine deur tussen twee burchttorens.
Aangekomen bij die twee burchttorens moeten we linksom langs de lange muur lopen, totdat we aankomen bij de met een ijzeren hek afgesloten hoofdingang van het landgoed. Verderop zien we het château staan, met op het bordes ervan een waakzame, blaffende hond, die ons bij het ijzeren hek direct al heeft opgemerkt.
In het verlengde van de oprijlaan van het château wandelen we nu naar het dorpje Saint-Sulpice.
Het is heel stil in het dorp. Op het kleine dorpspleintje pauzeren we enkele minuten. We zijn daar niet alleen, want ook een duif zit op het pleintje vlakbij ons. Deze duif roert zich niet, is kennelijk ziek, of gaat op afzienbare termijn dood, want ze reageert nauwelijks op mijn toenadering. Ook als ik enkele kruimeltjes van een koekje vóór de duif werp, wordt daar niet op gereageerd. Als de duif niet adequater gaat reageren vandaag, zou ze wel eens een al te gemakkelijke prooi kunnen worden voor een kat of een hond. We laten de duif rustig zitten waar die zit, en verlaten Saint-Sulpice.

Bij Le Bois Simon het Bois de la Nation in
Buiten Saint-Sulpice steken we de D58 over, en dan gaat de route verder door het open veld. Een mooi pad, met prachtige uitzichten rondom.
Bij de kleine oude boerderij van het buurtschap Le Bois Simon gaan we het bos in. Voorbij een huis met twee blaffende erfhonden komen we op de asfaltweg die dit Bois de la Nation doorkruist. Tot ongeveer halverwege het bos gaan we zo’n kilometer over deze asfaltweg door het bos heerlijk schaduwrijk voort, totdat we rechtsaf een breed bospad op gaan in westelijke richting. Even gaan we door een open veld in dit bosgebied, namelijk bij de boerderij Maison Vieille, waar voor het komende winterseizoen al grote partijen hooi en stro opgestapeld in rollen en pakken liggen voor het vee dat momenteel in de schaduwrijke open stallen loopt.
Voorbij deze boerderij komen we op een prachtig hellingpad, met rechts van ons het bos, en links van ons de uitgestrekte vallei, waarover we vanaf hier een mooi uitzicht hebben. 
Op de zuidelijke bospunt aangekomen, zien we een eind verderop hoog op een heuvel het Château Plumeroux staan.

Ommetje
Vanaf dit bospunt zouden we volgens een betrekkelijk korte route naar het buurtschap Les Grandins kunnen lopen. We beginnen goed, en gaan bij een paal met daarop een GR655-wegwijzer die rechtsaf wijst, het brede veldpad op in de aangegeven richting. Als we een eind dat veldpad langs de akkers gevolgd hebben, rijst bij ons het vermoeden dat dit niet goed gaat. En dat blijkt even later ook wel als wij bij het buurtschap La Pierre op de doorgaande weg komen. 
Dat is allemaal niet zo erg, maar het klopt niet. Daarom lopen we via het naburige buurtschap Les Hardouins via de D78 naar het gehucht Les Grandins, waar we eigenlijk direct uit hadden moeten komen. 
In Les Grandins gekomen, zijn we weer op de juiste route, en dan zien we dat er een smal paadje vanuit Les Grandins naar de bospunt van zojuist loopt. Dat smalle paadje lag dus iets verder dan het brede veldpad, waar de richtingwijzer bij stond. Kortom, de richtingwijzer had iets voorbij het veldpad moeten staan, namelijk bij het smalle paadje naar Les Grandins. Maar goed, we zijn weer ‘en route’, en nu hebben we ook die twee andere gehuchten bezocht.

Pauzeplek op het Franse platteland
Zo langzamerhand is het ook wel de hoogste tijd voor een broodjespauze. Eerst de nodige energie tot ons nemen, en dan weer door. Net voorbij Les Grandins gaan we weer een bosperceel in. Vlak voordat we het bos in gaan, staan er twee huizen aan weerszijden van het halfverharde pad. De schuren aan de achterzijde van het linker erf zijn geruïneerd, en daar vinden we tussen de hoge planten en de lange brandnetels een omgekeerde bak, waarop we heerlijk in de schaduw tegen de gevel van de schuur kunnen pauzeren. Eerst de brandnetels aan de kant, en dan kunnen we zitten, eten, drinken, rusten en afkoelen. Een mooie pauzeplek, op zijn Frans.

Naar de koelte van de camping
Als we na deze pauze het volgende bosperceel voorbij zijn, zien we ver vóór ons in de vallei tussen Saint-Ustre en de rivier de Vienne het grote fabriekscomplex dat we eerder al zagen bij Saint-Ustre.
Zo kunnen we redelijk goed inschatten hoever we nog moeten tot aan onze camping in Saint-Ustre.
Nog eens weer gaan we door een klein bosperceel, en daarna gaat de route verder langs het Bois du Défens. Dan zetten we de afdaling in over asfalt, naar het buurtschap Bouteille. Vanuit Bouteille buigen we in westelijke richting af naar Saint-Ustre. We komen aan in Saint-Ustre op de plek bovenaan onze camping. 
Dan hoeven we alleen nog langs de muur van het landgoed van deze chateau-camping te lopen, tot op de T-kruising vanwaar we morgen afbuigen naar Ingrandes, en verder.
Vanaf hier gaan we verder langs de westmuur van het landgoed, totdat we arriveren bij de ingang van onze camping Le Petit Trianon. 
De receptie van de camping is in het château, dus daar melden we ons om een aankomststempel te halen voor onze pelgrimspaspoorten. 
Het is nu ongeveer 12:00 uur, en we zien dat er al goed gebruik wordt gemaakt van het zwembad van de camping. Onder de grote bomen van het landgoed lopen we de camping over naar onze caravan, die ook heerlijk in de schaduw van een hele grote boom staat. Zo hebben we een betrekkelijke koele aankomst op deze al weer hete dag. Onze caravan staat zo opgesteld dat we optimaal gebruik maken van de verfrissende wind, die meestal ’s middags opsteekt, en zo ook vandaag, dus we hebben de rest van de middag een betrekkelijk koel verpozen op onze kampeerplek op deze aangename camping van Saint-Ustre. 

Pelgrimeren van Sainte-Maure-de-Touraine naar Les Ormes

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Sainte-Maure-de-Touraine naar Les Ormes
Woensdag 10 augustus 2022 – 22,5 km.
Dag 21: 438 – 460,5 km.
 
Bij de Dolmen de Bommiers nabij Les Raudiëres

















Vervroegde late start in Les Ormes
Nadat we gisteren onze caravan hebben verplaatst van de Loire-camping van Montlouis-sur-Loire naar de château-camping van Saint-Ustre, kunnen we vandaag aanvangen met de laatste vier etappes van onze zomervakantiepelgrimage 2022. 
De wekker wekt ons om 8:00 uur in onze caravan op Camping ‘Le Petit Trianon’ in Saint-Ustre.  
We hebben eergisteren bij aankomst in Sainte-Maure-de-Touraine al een taxi gereserveerd die ons  pas om 10:00 uur gaat afhalen in Les Ormes, dus daarom kunnen we vanmorgen twee uren later opstaan dan voor ons te doen gebruikelijk is. Dat is aan de ene kant wel een easy begin van de dag , maar we realiseren ons ook terdege dat we dan wel meer uren in de brandende zon moeten lopen, want de temperatuur loopt vandaag op tot 38 graden Celsius.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 9:21 uur en dan rijden we met onze auto naar Les Ormes.  Het is dan 21 graden Celsius, bij een heldere lucht, dus het belooft snel warm te worden. In Les Ormes parkeren we de auto op het parkeerterrein bij het mooie gemeentehuis in het park van deze plaats. Om 9:40 uur staan we langs de N10 klaar om afgehaald te worden om 10:00 uur. Echter, tot onze blijde verrassing arriveert onze taxi hier al om 9:45 uur, dus we kunnen een kwartier eerder vertrekken dan gepland. Dat is al weer winst op zo’n hete dag. 

Château en kerk van Sainte-Maure-de-Touraine
Dezelfde taxi-chauffeuse van eergisteren zet ons op ons verzoek af bij het château en de kerk van Sainte-Maure-de Touraine. 
Eerst lopen we langs het château.
Daarna gaan we door het oude poortgebouw van het château, naar de kerk.
De kerkdeur staat open, dus we kunnen onze etappe van vandaag beginnen met een bezoek aan deze hoog-gebouwde kerk.
Daarna gaan we bij de stenen trappen vóór de kerk naar beneden, en dan begint onze etappe van vandaag.

Veldroute met dolmen
Vlak buiten Sainte-Maure-de-Touraine gaan we bij La Liberté ter hoogte van een stenen wegkruis van de asfaltweg over op een mooie breed veldpad, de vallei in.
Even later passeren we de boerderij van Le Petite Ballolière. Het jongvee staat onder het afdak van één van de open stallen op het erf.
Nog een klein eindje verder passeren we ter hoogte van het buurtschap Les Raudières een midden op een akker staand neolitisch grafmonument. Het is de Dolmen de Bommiers.
Vergeleken met de Nederlandse hunebedden is het een betrekkelijk hoog graf, met een ver uitstekende deksteen boven op de basiskeien. Een informatiebord zo’n twintig meter verderop verhaalt over de historie van deze Dolmen de Bommiers.
Nog weer een eindje verder passeren we het buurtschap Bommiers.
Door het open veld en door een bosperceel lopen we naar de N10. Die steken we over in het bos, en even later gaan we door een tunnel onder de TGV-spoorlijn door.

Dubbel pauzeren in Draché
We zijn nu op pad naar de plaats Draché, waar we onze koffiepauze hebben gepland. Al ver voordat we bij deze plaats komen, lopen we langs een vrij nieuwe picknickplaats, waar nu alvast een groot informatiepaneel staat met info voor de passerende pelgrims, over de plaats die wij naderen. 
We dalen af en komen langs een ommuurde boerenhoeve, zoals we die hier in deze regio regelmatig zien. 
Bij die boerderij slaan we rechtsaf, in de richting van het buurtschap Les Nauzerolles. Een grote dode boom staat halverwege het pad naar dat gehucht.
Even later komen we langs dat buurtschap Les Nauzerolles.
In Draché aangekomen, zien we dat de bar - tevens restaurant - tegenover de kerk geopend is. We nemen aan de andere zijde plaats op het terras, in de schaduw van een parasol, en bestellen binnen koffie en een fles koud drinken erbij. We hebben nu ongeveer negen kilometer gelopen, en de temperatuur loopt al behoorlijk op. We genieten van de verse koffie, en vooral ook van het koude vruchtensap met ananas. 
Na deze pauze willen we de kerk ertegenover bezoeken, maar daarvan is de deur helaas gesloten. Op de kerkdeur worden pelgrims uitgenodigd om een stempel voor hun credencials te halen bij het restaurant tegenover de kerk, dus we gaan nogmaals naar binnen, en vragen en krijgen daar een mooi pelgrimsstempel in onze pelgrimspaspoorten. Daarna lopen we langs de kerk het dorp uit.
Even later zien we aan de dorpsrand een mooi recreatieterrein bij de school met sportzaal en speeltuin, waar bovendien ook campers kunnen kamperen. Op de bankjes zouden we ook nog wel heerlijk in de schaduw kunnen lunchen, want het is zo langzamerhand al wel 13:00 uur. Daarom lunchen we iets verder dan de Franse camper, op een picknickbank in de schaduw van de bomen. Daarna verlaten we Draché.

La Celle Saint-Avant
Na Draché gaan we het glooiende open veld weer in. Op aanwijzing van de wegwijzers volgen we met de nodige bochten alle veldpaden in zuidelijke richting, steeds ten oosten van de N10. Op zeker moment zien we ver vóór ons beneden in de vallei de bebouwing van La Celle Saint-Avant.
Vlakbij dat volgende dorp komen we op enige afstand weer langs zo’n karakteristiek veldschuurtje midden in het veld.
We steken de D750 over en wandelen dan de bebouwde kom van La Celle Saint-Avant binnen. 
Enkele wegwijzers op een paal aan de rand van het dorp wijzen ons de weg.
Om bij de kerk te komen, moeten we door een stenen poortje, waar een Jacobsschelp boven hangt.
Ook deze kerk is gesloten, dus we kunnen er niet in.
Nu toont onze pelgrimsgids van de GR655 dat we achter de bebouwing van het dorp verder moeten in zuidelijke richting, naar de rivier de Creuse. Maar de wegwijzers in het dorp geleiden ons naar het pad langs de N10 naar de rivier. Die wegwijzers volgen we, over een asfaltpad in de aangename schaduw van een lange laan van platanen. En zo komen we aan het eind van La Celle Saint-Avant aan bij de brug over de rivier de Creuse.

Port-de-Piles ten zuiden van de Creuse
We steken La Creuse direct over.
Dan arriveren we in de plaats Port-de-Piles.
Ook hier verwijzen borden naar de pelgrimsweg naar Santiago de Compostela.
Dan gaan we de N10 over, in de verwachting dat de route nu door het dorpscentrum verder gaat, maar dat blijkt niet het geval te zijn. De route gaat namelijk direct voort over de uitvalsweg uit Port-de-Piles. We steken een oude spoorlijn over en komen dan langs een recreatiegebied, en verderop langs een andere spoorlijn, waarover op dat  moment een lange goederentrein rijdt.

Van Colombiers naar Mousseau
Het is nogal warm. Door een stil gebied lopen we - af en toe even in de schaduw van enkele bomen – naar de plaats Colombiers. 
Dat dorp gaan we niet in, want we moeten ter hoogte van de electriciteitscentrale een brede veldweg op.
Dit veldpad gaat tussen glooiende akkers door.
Af en toe krijgen we te maken met een klim naar een heuveltop, waarbij het elke keer weer afwachten is wat we aan de andere kant van zo’n heuveltop zullen zien. 
Na dit mooie veldpad – waarbij we prachtige uitzichten krijgen over de vallei van de Vienne – komen we weer terecht op een asfaltweg, bij het begin van het gehucht Mousseau.
Vanuit Mousseau moeten we dan het laatste stuk naar Les Ormes. Onderweg passeren we nog eens weer zo’n karakteristieke ommuurde boerenhoeve, ver van de doorgaande wegen, te midden van reeds omgeploegde graan(stoppel)akkers.

Les Ormes
Als we voorbij een bosperceeltje de afdaling inzetten, zien we Les Ormes in de verte in de vallei al liggen. Nog een eindje afdalen, en dan zijn we er.
Verderop wandelen we alvast de bebouwde kom van Les Ormes binnen.
Ook hier zien we weer van die boerenschuren die op traditionele wijze met dikke keien zijn gebouwd.
Maar, nu moeten we nog wel een behoorlijk eind verder om aan te komen bij de spoorlijn die ons van Les Ormes scheidt. Als we bij het spoor arriveren, zien we door een straat heen al de bank staan, waarachter we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd. Maar hier mogen we het spoor niet oversteken. Daarom lopen we rechtsom naar het viaduct, waarmee we het spoor kunnen oversteken, en dan door kunnen lopen naar de Route National, die hier het dorp doorsnijdt.
We lopen langs de N10 naar de bank, en kunnen bij de plaatselijke warme bakker nog een vers brood en twee hele koude blikjes cola kopen. Het brood is voor mogen, maar in het parkje tegenover de Mairie eten we ons laatste meegenomen brood en drinken we die koude cola erbij. Het is nu 38 graden Celsius en dan is zo’n blikje heel koud drinken een waar genot.
Ondertussen loop ik nog even naar het gemeentehuis om te vragen naar een gemeentestempel in onze pelgrimspaspoorten. De deur van de Marie is gesloten, en die gaat pas om 16:00 uur open, maar er staat wel een groot raam open, en binnen hoor ik een druk gesprek van enkele dames. Daarom wurm ik me tussen de grote bloembakken van het bordes door, en kom zo vóór het open raam te staan.  
Eén van de dames ziet mijn pelgrimshoed, en vraagt me direct of ik misschien een pelgrimsstempel wil hebben. Inderdaad, dus binnen de kortste keren heb ik het stempel in onze beide pelgrimspassen, en sluiten we deze pelgrimsdag af op passende wijze: met een stempel van aankomst in onze pelgrimspaspoorten.
Na het aangenaam vertoeven in het dorpsparkje stappen we in de auto en rijden we terug naar onze camping in Saint-Ustre.

Pelgrimeren van Sorigny naar Sainte-Maure-de-Touraine

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Sorigny naar Sainte-Maure-de-Touraine
Maandag 8 augustus 2022 – 22 km.
Dag 20: 416 – 438 km.
 
Vanuit Sorigny lopen over een veldpad tussen zonnebloemen en maïs



















Van start in Sorigny
De wekker wekt ons om 6:00 uur in onze caravan op Camping ‘Les Peupliers’ in Montlouis-sur-Loire.  
We hebben gisteren niets geregeld aangaande het afhalen van ons door een taxi, dus we wandelen vandaag eerst van Sorigny naar Sainte-Maure-de-Touraine, en dan zien we daar wel of en hoe laat we op de bonnefooi een taxi kunnen regelen, waarmee we terug gebracht kunnen worden naar onze auto. 
Na het ontbijt verlaten we de camping om 7:00 uur en dan rijden we met onze auto naar Sorigny.  Daar parkeren we de auto op het parkeerterrein vóór het gemeentehuis. Om 7:30 uur begint onze etappe van vandaag daar, over een afstand van 22 kilometers, van Sorigny naar Sainte-Maure-de-
Touraine.
Het is vanmorgen vroeg met 17 graden Celsius heerlijk koel qua ochtendtemperatuur. Dat voelt prima zo aan het begin van een nieuwe pelgrimsdag.  De zon schijnt vandaag aangenaam en de temperatuur loopt tijdens onze wandeldag op tot 30 graden Celsius. Bovendien waait het lekker, dus het is alleszins aangenaam weer op deze dag op het pelgrimspad.
We beginnen op het dorpsplein bij het oorlogsmonument van Sorigny.

Over graspaden tussen eindeloze akkers
Het gemeentehuis van Sorigny gaat over een uur open, dus we kunnen hier niet beginnen met een startstempel van deze gemeente in onze pelgrimspaspoorten. Als we iets verderop weer op de doorgaande route zijn, zien we dat de kerk en het plaatselijke café al wel open zijn. De kerk hebben we gisteren al bekeken, en koffie proberen we te krijgen in Sainte-Catherina-de-Fierbos, dus we kunnen direct het veld in buiten Sorigny. In het mooie, nog zachte ochtendlicht lopen we over een dor graspad naar boven, naar een maïsveld, waar we het brede veldpad tussen akkers op gaan.
Hier lopen we lang tussen uitgestrekte akkers, nu eens met maïs, dan met zonnebloemen, en soms zijn het graanstoppelvelden, omdat het graan al is geoogst.
Het is een eenvoudige route, immers altijd rechtdoor over het graspad in zuidelijke richting. Op grote afstand zien we midden tussen de kale akkers één paal staan. Daar lopen we naar toe, want daarop staat dan in welke richting we voorbij die paal moeten gaan. 
We passeren een geplastificeerd informatieblad aan een paal, waarop staat dat voor het comfort van ons als pelgrims de route enigszins is gewijzigd, hetgeen met duidelijke nieuwe palen met pas gestickerde richtingwijzers duidelijk wordt aangegeven. Wij volgen die aangepaste route, en komen verderop straks wel weer terug op de traditionele route.

Informatie in Les Grands Bois
Na het oversteken van twee asfaltweggetjes passeren we een grote graansilo. Op grote afstand lijkt zo’n graansilo wel op een kerk, dus je zou ze ook de graankathedralen van de boeren kunnen noemen. Dit is het land van de boeren, die ervoor zorgen dat Frankrijk – en wellicht ook andere landen – elk jaar weer van het zo belangrijke graan wordt voorzien.
Even later wandelen we het bos in, Les Grands Bois. Langs het pad staan hier en daar informatieborden, waarop informatie wordt gegeven over de historie van deze streek. Zo worden voorbijgangers hier in het bos er bijvoorbeeld op gewezen, dat we ons hier op een oude route bevinden, die al eeuwen wordt gevolgd door pelgrims op weg naar het Spaanse Santiago de Compostela.

L’Angelliénerie La Prévotière
We komen het bos uit bij het buurtschap L’Angelliénerie La Prévotière. We zijn al zo’n twee uren onderweg door het veld, en hier staat het eerste huis dat we vandaag passeren. Het lijkt op een oude boerderij, die als boerderij waarschijnlijk niet meer in gebruik is, maar waarin nog wel wordt gewoond, getuige de auto die bij het woonhuis staat. Langs de weg staat een set van een tafeltje met twee klapstoelen en een houten kist. In de kist staan drie flessen met water, en daarbij wordt vermeld dat de voorbijgaande pelgrim hier water van mag (mee)nemen. Onder een dik stuk hout ligt een gastenboek op het tafeltje, waarin voornamelijk Franse voorbijgangers hebben geschreven. Slechts een enkele Nederlander heeft er iets in geschreven. Lovende woorden van dank staan in het gastenboek, van voorbijgaande wandelaars die zich tegoed hebben gedaan aan dit aangeboden water.
Iets verderop passeren we het plaatsnaambord van L’Angelliénerie La Prévotière, waaraan we kunnen zien waar we precies zijn.

Nederlandse gereformeerde emigrantenkerk bij La Rainière
Als we een eind verderop over een schaduwrijk pad lopen, zien we een TGV-trein met zeer hoge snelheid voorbij suizen.
Tot onze grote verrassing treffen we rechts van de weg – ver van alle bebouwing – een klein kerkje aan. Bij de weg staat dat het een gereformeerde kerk is. 
Het informatiebord bij de ingang van de kerk verhaalt over de jaren van ongeveer 1920-1960, waarin Nederlanders naar dit gebied zijn gevlucht (1e en 2e Wereldoorlog) en geëmigreerd, om zich hier te settelen, en om hier dan naar de kerk te gaan. 
Er staat een foto bij van een Nederlandse emigrantenfamilie van drie geslachten van vlak na de Tweede Wereldoorlog, en rechts op het informatiepaneel staat een mooie foto van de dag waarop deze gereformeerde kerk is ingewijd in 1958. We bevinden ons nu in de buurt van La Rainière.
Voorbij deze bijzondere kerk moeten we over een smal paadje langs de spoorlijn naar het tunneltje waarmee we onder die TGV-spoorlijn door kunnen lopen. Daar worden we ingehaald door een joggend stel.  
In de tunnel is recent graffity gespoten. 
De maker heeft de ‘o’ van zijn gesigneerde naam gecreëerd in de vorm van een Sint-Jacobsschelp.
Als we door de tunnel zijn, en de verkeersweg hebben overgestoken, raast er weer zo’n snelle TGV-trein voorbij.

Sainte-Catharina-de-Fierbos
In de verte zien we de plaats Sainte-Catharina-de-Fierbos al. De kerktoren steekt hoog boven de bebouwing uit. Bij het begin van het pad waarop we nu verder gaan, staat een bord waarmee we als pelgrims alvast welkom worden geheten in het dorp verderop.
We lopen nu over een breed graspad langs een grotendeels drooggevallen waterloop.
Waar we van het graspad over stappen op asfalt, staat een bord waarop staat dat Sainte-Catharina-de-Fierbos een officiële doorgangsplaats (halte) is van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela.
Bij de plaatselijke kerk komen we deze pelgrimshalteplaats binnen.
De kerkdeur staat open. We gaan naar binnen. In de kerk klinken de klanken van klassieke muziek; heel rustig, en daarmee helpend om een devote sfeer te creëren in deze mooie dorpskerk. Bij het Maria-beeld in de zijkapel brandt één kaars in de stilte van deze bijzondere pelgrimskerk.
Het koor van de kerk is versierd met mooie kerkramen.
Naast het gemeentehuis hangen ook informatieborden, die verwijzen naar het pelgrimeren.
Als we echter het gemeentehuis in willen gaan om er een gemeentestempel voor onze pelgrimspaspoorten te vragen, blijkt het gesloten te zijn, en pas om 13:30 uur open te gaan. Dat is voor ons te laat. Het café is gesloten, dus een kop koffie kunnen we hier – en ook niet in de open Tabac-winkel – kopen, dus we zoeken en vinden een bankje naast het gemeentehuis, waar we een broodje eten en iets drinken.

Uitrijden van droge mest bij La Plaises
Na deze eerste pauze verlaten we het dorp ter hoogte van het sportveld, en steken we even later de N10 over. Bij de boerderij van La Plaises – met waarschijnlijk een ‘gîte rural’ - houdt de asfaltweg op, en gaan we verder over een breed veldpad. Dan gaan we verder tussen akkers. Op de plek waar we op een heuvelkampad linksaf moeten gaan, passeren we een boer die hier droge mest uitrijdt over  een graanstoppelakker. Het is gebruikelijk dat Franse boeren mest op lange hopen storten op een akker, om het dan veel later – als het door en door gedroogd is – uit te rijden over het land. Een bulldozer heeft zojuist het restant van zo’n mestbult op de aanhanger van een tractor gedumpt, en nu rijdt de boer met hoge snelheid over de graanstoppelakker om de droge mest uit te rijden. Omdat het zo stevig waait hier boven op de heuvelkam laat de boer een enorme dikke en bruine stofwolk achter zijn aanhanger wegwaaien.  
Omdat wij langs deze akker verder moeten, ontkomen wij niet aan die dikke stofwolk, waarmee een groot gedeelte van de droge meststof over honderden meters van naburige akkers waait.

In de vallei van Courtineau
Door het veld naderen we – en horen we – de autosnelweg A10, de l’Aquitaine, tussen Tours en Poitiers. Voor ons volgt nu een opvallend deel van deze etappe. Langzamerhand dalen we af naar het buurtschap Pimont. 
Die afdaling brengt ons uiteindelijk in het gehucht La Vérinière; zo geheel anders dan wat we in deze regio eerder zagen.
Het is een plaatsje met hele oude huizen, gebouwd van natuursteen, en voor een deel al niet meer bewoond.
Hier steken we een beekje over in de vallei van Courtineau. Aan de overkant hangt een informatiebord bij een huis, waarop staat dat pelgrims hier vers water kunnen krijgen.
Als we steil de vallei uit klimmen, komen we langs in de rotsen uitgehouwen grotten, waarvan de meeste openingen zijn afgesloten met oude houten deuren en luiken.
Bijzonder om te zien hoe de bewoners hier vroeger gebruik hebben gemaakt van uitgehouwen ruimtes in de rotswanden langs het pad, in dit buurtschap hier onder in de vallei van Courtineau.

Naar Sainte-Maure-de-Touraine
Ondertussen hebben we de klim over een mooi valleipad ingezet om de vallei weer uit te komen. Bij de kleine nederzetting La Pointe naderen we even later bijna de A10. Als we daar bij het viaduct aankomen over de A10, gaan we verder over een brede asfaltweg in de richting van de N10. Als we bijna de N10 bereiken, wandelen we de bebouwde kom binnen van Sainte-Maure-de-Touraine, onze bestemming voor vandaag.
We hoeven maar enkele honderden meters langs de drukke N10 te lopen, want al spoedig steken we de N10 over, en lopen we naar beneden door een brede toegangsstraat naar het centrum van Sainte-Maure-de-Touraine.

Eerst Nee
Beneden in het centrum aangekomen, zien we enkele ambulances en taxi’s staan op het pleintje tegenover een taxicentrale. 
We gaan er naar binnen, want dit is onze kans om met een taxi terug gebracht te kunnen worden naar Sorigny, en overmorgen met de taxi van Les Ormes gebracht te worden naar Sainte-Maure-de-Touraine, vanwaar we onze pelgrimage komende woensdag vervolgen. Binnen vragen we of het mogelijk is om overmorgen om 7:45 uur afgehaald te worden in Les Ormes, en of het mogelijk is om nu teruggebracht te worden naar Sorigny. Het antwoord van beide bureau-dames is: ‘Nee, dat kan niet’. En dan wordt het stil. Goed, dan weten we nu in elk geval wat niet kan.
Dan rest uiteraard de vraag wat dan wel kan. Op die vraag van onze kant, pakt één van de dames planners het taxi-reserveringsboek erbij en bekijkt wat daar allemaal al is ingeschreven. Dan oppert ze dat we overmorgen wel om 10:00 uur vanuit Les Ormes kunnen worden gehaald. Dat is nogal laat voor ons, maar het kan wel, dus dat leggen we maar gauw vast, dan is dat in elk geval geregeld.
Maar dan volgt de volgende exercitie, over hoe en wanneer komen we vanmiddag terug in Sorigny. De vrouw bladert even twee bladzijden terug, en tuurt op alle ingeschreven reserveringen. Dan vraagt ze of we ook om 13:30 uur naar Sorigny gebracht willen worden. Dit betekent dat we dan maar één uur hoeven te wachten, en we over anderhalf uur al weer bij onze auto staan in Sorigny. We aarzelen niet, en leggen dat ook maar gauw vast. Voor ons een opluchting dat beide ritten geregeld zijn, en het is zichtbaar voor de beide dames ook een opluchting dat die Hollandse pelgrims geholpen kunnen worden.

Lunchen in Sainte-Maure-de-Touraine
Nu beide ritten zijn vastgelegd, kunnen wij nog zo’n drie kwartier het stadje in, en dat is wat we ook graag even willen, want koffie zou lekker zijn, ons laatste brood eten zou goed smaken, en een stempel zou mooi zijn voor onze pelgrimspaspoorten, èn we moeten voor morgen nog een brood kopen. Dat kan allemaal mooi in een uur, dus dat gaan we doen.
Het in verbouw zijnde gemeentehuis verderop is gesloten, en als ik even aan de deur van het gemeentehuis voel of die open is – want ik zie de receptionist zitten – hoort die receptionist dat en zie ik hem ineens wegduiken achter de balie. Die deur gaat dus niet open, en een stempel gaan we derhalve niet krijgen, dus die poging staken we.
Maar de bakker is wel geopend, dus daar kopen we een heerlijke verse brood, en bovendien kunnen we hier voor ons beiden ook een koffie ‘to go’ kopen, dus dat doen we direct, ook al omdat het café verderop gesloten is. Op het stadspleintje genieten we in de schaduw van brood, banaan, ijsthee en verse koffie; een heerlijke lunch voor ons als pelgrims.
Daarna maken we nog even een rondje door het stille centrum, en dan wandelen we terug naar de taxi-centrale, waar we nog zo’n tien minuten moeten wachten tot het 13:30 uur is.

Succes voor nu en later
Tegen half twee laten we de vrouw van het taxi-bureau weten dat we klaar zijn voor vertrek, en dan is het wachten op een taxi met chauffeur. Die komt keurig op tijd aanrijden, en als de taxi-chauffeuse uitstapt, vragen we haar of zij ons naar Sorigny gaat brengen. Ook nu is het antwoord eerst weer: “Nee”.
Toch hebben we wel het vertrouwen dat het goed komt, en direct daarop komt de vrouw van het taxi-bureau naar buiten, en horen we dat ze aan de chauffeuse vertelt dat zij ons naar Sorigny moet brengen. Klaar is Kees, want nu gaat de kofferbak open, en kunnen we onze rugzakken daarin leggen. We stappen in de taxi, en de taxi-chauffeuse stelt de taxi-meter in, en vraagt ons voor de zekerheid nog even of wij wel met contant geld kunnen betalen. Dat beamen we, en dan begint onze taxi-rit naar Sorigny. 
Als de taxi-chauffeuse op het dorpsplein bij de Mairie onze auto ziet staan, begrijpt ze kennelijk pas hoe onze logistiek in elkaar zit, en neemt ze na onze betaling vriendelijk afscheid.
Wij stappen in onze auto en rijden dan van Sorigny terug naar onze camping in Montlouis-sur-Loire, waar we om 14:30 uur arriveren.
Morgen verkassen we naar een volgende camping, enkele pelgrimsetappes verderop, en onze taxi-reservering voor overmorgen hebben we ook al geregeld, dus deze dag is al weer heel succesvol voor nu en later. 

Pelgrimeren van Saint-Avertin naar Sorigny

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Saint-Avertin naar Sorigny
Zondag 7 augustus 2022 – 21,1 km.
Dag 19: 394,9 - 416 km.
 
Aankomst in Veigné via de brug over de Indre bij Le grand Moulin de Veigné

















Eerst naar Sorigny
De wekker wekt ons om 6:00 uur in onze caravan op Camping ‘Les Peupliers’ in Montlouis-sur-Loire.  
Via de VVV in Tours hebben we gisteren al geregeld dat een taxi ons vanmorgen om 8:00 uur zal afhalen bij het gemeentehuis van Sorigny.  
Na het ontbijt verlaten we de camping om 7:05 uur en dan rijden we met onze auto naar Sorigny. Daar wachten we op het dorpsplein op de bestelde taxi. Die komt vroegtijds aanrijden, en dan brengt de taxi-chauffeur ons van Sorigny naar het postkantoor van Saint-Avertin, waar zo rond 8:15 uur de etappe van vandaag gaat beginnen; 21,1 kilometers van Saint-Avertin naar Sorigny.

Bossen in en uit
Het is vanmorgen vroeg met 16 graden Celsius heerlijk koel qua ochtendtemperatuur. Dat voelt prima zo aan het begin van een nieuwe pelgrimsdag. De zon schijnt vandaag aangenaam en de temperatuur loopt tijdens onze wandeldag op tot 30 graden Celsius. Bovendien waait het lekker, dus het is alleszins aangenaam weer op deze dag op het pelgrimspad.
We beginnen in de stille winkelstraat van Saint-Avertin op deze zonnige zondagmorgen.  
In de Tabac-zaak worden al weer loten verkocht, en enkelen maken de dagelijkse gang naar de bakker voor vers stokbrood en gebak voor deze zondag. Verder is het stil op straat, vooral buiten de winkelstraat. Door woonstraten en over onverharde paadjes door woonwijken lopen we eerst in oostelijke en daarna in zuidelijke richting Saint-Avertin uit. 
Voorbij het dorpje L’Ormeau gaan we een klein bosperceel in. Ook daarna volgt een afwisseling van nu eens open gebied en dan weer eens een bospad. In het grotere bosgebied ten noorden van de N143 ontmoeten we veel mountainbikers en joggers, die deze mooie zondagochtend gebruiken voor de gewenste fysieke inspanning. Aan de grote ijzeren hekken kun je trouwens zien dat dit bosdomein ooit ook wel gesloten is geweest voor publiek; maar nu staan alle hekken open en kan iedereen vrijelijk gebruik maken van de mooie bospaden door dit domein.

Ontmoeting met de Madrileense pelgrim
Als we ten zuiden van de N143 een foto maken bij de entree van het buurtschap La Pelouse, zien we dat een andere wandelaar met rugzak ons nadert. 
We raken een tijd met elkaar in gesprek. Het blijkt ook een pelgrim te zijn, afkomstig uit het Spaanse Madrid, en met heel veel ervaring op allerlei pelgrimswegen in Spanje en Frankrijk.  
We lopen met z’n drieën verder naar Veigné. De Madrileen vertelt dat hij in Spanje ondernemer is in de entertainment sector. Hij is de huidige pelgrimage begonnen in Parijs en vreest dat hij deze pelgrimstocht voor ongeveer een week zal moeten verlaten, want hij is al vier jaar in afwachting van een doorbraak om zijn entertainment-bedrijfsactiviteiten te combineren met een grote shopping mall in Madrid, die met steeds meer leegstand te maken krijgt, vanwege Corona en ook wegens de transitie naar online-aankopen en online-entertainment.  Als de besprekingen en onderhandelingen niet tot september kunnen wachten, zal hij zijn pelgrimstocht absoluut enige tijd (moeten en gaan) onderbreken. Verder vertelt hij over de grote impact die de recente wijzigingen in de wetgeving op het gebied van arbeidszaken hebben gehad op de arbeidsverhoudingen tussen werkgevers en werknemers aangaande aantrekken, belonen, regulier ontslag en ontslag wegens diefstal.
Na enkele kilometers gaan we onder de D17 door en even later zien we Veigné vóór ons liggen.

Veigné
Om Veigné binnen te gaan, moeten we eerst via de brug de rivier L’Indre over.
Bij de brug over (de) L’Indre valt vooral de imposante watermolen op, Le Grand Moulin de Veigné.
De deur van de dorpskerk staat op een kier open. Bij het voorzichtig opendraaien van de deur blijkt de kerk nagenoeg vol te zitten voor de zondagochtendmis. We gaan derhalve niet naar binnen, maar gaan het kerkplein op, in de hoop dat we hier kunnen pauzeren met een kop koffie erbij. 
Goed om ons heen kijkend op het dorpsplein wordt ons wel duidelijk dat er geen horeca (open) is, dus koffiedrinken zit er hier niet in. De Madrileense pelgrim wil graag verder, en wij willen hier graag even pauzeren. We nemen afscheid van elkaar, en kopen dan bij de warme bakker tegenover de kerk twee verse croissants. Een broodje en een croissant met erbij het drinken dat we zelf hebben meegenomen, zijn de ingrediënten van onze pauze op het bankje in de zon op het dorpsplein van Veigné. 
Het blijft rustig op het plein, totdat een vader met een klein jongetje arriveert. Het kereltje schreeuwt alleen maar om zijn moeder, die er niet bij is, dus de vader heeft zijn handen vol aan het liefdevol en rustig kalmeren van de jongen. Het duurt wel even voordat hij kalmeert, en het weer rustig wordt op het plein. Wij doen de rugzakken weer op en verlaten over het schoolterrein en door een buitenwijk het dorp.

Van Veigné naar Montbazon
Buiten het dorp moeten we direct behoorlijk steil heuvelopwaarts. Over mooi beboste hellingpaden gaan we door het bosperceel ten zuidwesten van Veigné. 
Aan een hekwerk zien we een Jacobsschelp hangen, met daarop een sticker geplakt betreffende het pelgrimspad door dit gebied, de Touraine.  
Na een steile afdaling komen we op een asfaltweg, waarop we - ziende op het kombord - de bebouwde kom van Veigné verlaten.
Aan de andere kant van het bruggetje over een waterloop wandelen we direct de bebouwde kom binnen van de plaats Montbazon. 

Rechts om de vijvers van Creuzot
We gaan Montbazon echter niet in, maar moeten - volgens de pelgrimssticker op een paal - linksaf in de richting van de vijver van Creuzot, die we dan overigens nog niet zien. Enkele honderden meters verderop gaan twee streekpaden bij een heuvel op, maar daar staat niet aangegeven dat ook het pelgrimspad hier naar boven gaat. Daarom blijven wij de asfaltweg volgen, in de verwachting dat we straks langs de vijver van Creuzot zullen lopen. Een eind verderop, als we bij een privédomein aankomen, blijkt dat echter niet het geval te zijn. Als we aan een toegesnelde bewoner vragen of wij een passage tussen de beide helften van de vijver mogen gebruiken, geeft hij aan dat dat niet mag, omdat die over privé-terrein gaat, maar als we iets minder dan een kilometer terug lopen, kunnen we wel op de juiste route komen, als we de wegwijzers van de twee streekpaden volgen. We hebben geen andere keus, dus de door de man aangegeven route gaan we volgen. Dan blijkt een eind verderop dat dit inderdaad ook de beoogde route is, want veel verder staat wel weer een pelgrimswegwijzer; rechts om de vijvers van Creuzot dus.
Als we rechts hoog langs de noordelijke vijver lopen, zien we aan de overkant een woonhuis staan op het privé-domein van Creuzot.
Even later komen we bij de doorgang tussen de noordelijke en de zuidelijke vijver. Ook daar wordt met duidelijke borden aangegeven dat het niet is toegestaan om dit privé-domein te betreden. We hadden op zich de doorsteek dus wel kunnen maken, maar het mocht geenszins. Maar goed, het resultaat is dat we nu aan de goede kant van de vijverpartij staan en gaan. En hier kunnen we ook nog rijpe bramen plukken.

Langs Bordebure en door Nouis en L’Officière
Met een ruime bocht gaan we verder om het bosperceel ten westen van de zuidelijke vijver van Creuzot. Het pad brengt ons dan naar de rand van de plaats Bordebure.
We gaan Bordebure echter niet in, maar buigen links direct af van dit dorp. Over een mooi veldpad langs de bosrand lopen we eerst naar het buurtschap Nouis, en daarna gaan we over een asfaltweg door naar het gehucht L’Officière.
Na een bocht links en direct ook rechts laten we L’Officière achter ons, en gaan we over een hooggelegen asfaltweg verder in zuidelijke richting. De zon is al behoorlijk warm geworden, maar er waait een heerlijk verfrissende wind, dus het is buitengewoon aangenaam om hier zo hoog over de heuvelrug te wandelen.

Sorigny
Vóór ons zien we al heel snel de plaats Sorigny liggen. We komen de plaats binnen bij de nieuwbouwwijk genaamd Les Acacias.
Die laten we echter letterlijk links liggen, want de route draait naar rechts, het dorp in. Eerst komen we langs enkele woonhuizen, en verderop langs een recreatieterrein, met picknickbanken, en een jeu des boules-baan waar een oude man zijn kunsten vertoont in de volle zon. Wij nemen er plaats op een zitbank in schaduw onder de bomen, en genieten hier van onze koele lunchpauze. Het is nu zo ongeveer kwart vóór twee, dus een mooi pauzemoment. Bovendien hoeven we niet ver meer, want we zijn immers al in het dorp van onze bestemming van vandaag.
Na onze lunchpauze lopen we vanuit de buitenwijk naar het oudere centrum van Sorigny. Bij de Eglise Saint-Pierre staat de kerkdeur open, dus we gaan deze kerk bezichtigen. Deze kerk is in witte steen gebouwd, en is van binnen licht, ook door de kerkramen. Wat vooral opvalt, is een heel oud fresco van de kruisiging van Jezus, dat men in een zijkapel van de kerk weer zichtbaar heeft gemaakt.
Buiten gekomen, lopen we door naar het dorpsplein van Sorigny iets verderop. Daar staat onze auto geparkeerd tegenover de Mairie. We stappen in, en rijden dan vanuit Sorigny terug naar onze camping in Montlouis-sur-Loire. 
Gisteren staken we de Loire en de Cher over, en vandaag de Indre. Daarmee gaan we voort in zuidelijke richting in een warm Frankrijk van een nu al weer 30 graden Celsius.

Pelgrimeren van Montlouis-sur-Loire naar Saint-Avertin

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Montlouis-sur-Loire naar Saint-Avertin
Zaterdag 6 augustus 2022 – 19,2 km.
Dag 18: 375,7 – 394,9 km.
 
Bij de kathedraal van Tours

Eerst naar Saint-Avertin
De wekker wekt ons om 6:00 uur in onze caravan op Camping ‘Les Peupliers’ in Montlouis-sur-Loire.  
Via onze campingreceptie hebben we gisteren al geregeld dat een taxi  ons vanmorgen om 7:45 uur zal afhalen bij het busstation van Saint-Avertin.  
Na het ontbijt verlaten we de camping om 7:05 uur en  dan rijden we met onze auto naar Saint-Avertin. Daar wachten we op het busstation op de bestelde taxi. Die komt keurig op tijd aanrijden, en dan brengt de taxi-chauffeur ons van Saint-Avertin naar het treinstation van Montlouis-sur-Loire, waar zo rond 8:00 uur de etappe van vandaag gaat beginnen; 19,2 kilometers via Tours naar Saint-Avertin.

Schaduwrijk langs de Loire
Het is vanmorgen vroeg met 19 graden Celsius gelukkig heerlijk koel qua ochtendtemperatuur. Dat voelt prima zo aan het begin van een nieuwe pelgrimsdag. De zon schijnt vandaag aangenaam en de temperatuur loopt tijdens onze wandeldag op tot 28 graden Celsius. Bovendien waait het enigszins, dus het is alleszins aangenaam weer op deze dag op het pelgrimspad.
Bij het treinstation van Montlouis-sur-Loire gaan we de spoorbrug op, want dit treinstation ligt boven op het begin van de spoorbrug over de Loire. 
Over het smalle zijpad van de spoorbrug steken we de Loire over. Op één van de drooggevallen zandbanken in de Loire staat een sportvisser te vissen.
Aan de overzijde gaan we direct bij de spoorbrug naar beneden, en volgen we kilometers lang het brede pad langs de Loire.

Hoog over door Vouvray
Aan het eind van dit rivieroeverpad komen we uit op de N152. Dan steken we via deze weg de rivier de Cisse over ter hoogte van de camping die aan de overzijde van de rivier ligt.
Daarmee wandelen we de plaats Vouvray binnen.
De route gaat dan niet direct verder langs de Loire, maar gaat heuvelopwaarts het centrum van deze plaats in. Tot onze verrassing zien we hier een mooie nieuwe gele wegwijzer van de GR655 – de Voie de Tours – het pelgrimspad naar Santiago de Compostela, dat wij bewandelen. We zijn nu op het punt aangekomen waar de oostroute (die wij liepen) en de westroute van de GR655 bij elkaar komen, om vanaf hier samen verder te gaan in zuidelijke richting. 
In de afgelopen dagen hebben we nauwelijks nog goede wegwijzers gezien, met uitzondering van hier en daar kleine handgeschilderde gestileerde Jacobsschelpen, en af en toe een rood-witte wegwijzer. Het ziet er naar uit dat vanaf dit punt de bewegwijzering beter zal zijn; we zullen het zien de komende dagen.
In Vouvray worden we door oude smalle straatjes geleid. Hier en daar krijg je dan prachtig doorkijkjes naar huisjes en bijgebouwen die tegen de hoog opgaande rotswand zijn gebouwd.
Bij een château een eindje verderop zien we bij de ingang een enorme houten oude wijnpers staan. Mooi dat zo’n oud stuk industrieel erfgoed hier ter decoratie op een zichtlocatie is geplaatst.

Door de wijngaarden naar Vauvert
Omdat we al redelijk hoog over door de straatjes van Vouvray liepen, vermoeden we dat we de afdaling wel eens zouden inzetten naar het nivo van de Loire, maar zover is het nog lang niet. Op een plek waar we overigens vanaf behoorlijke hoogte al wel een mooi uitzicht hebben over de Loire, gaat de route door deze oude straatjes nóg hogerop, en ook behoorlijk steil.
Bijkomend voordeel is dan wel dat je een nog weidser uitzicht krijgt over de Loire en de Loire-vallei. En nu zien we ook Tours in de vallei liggen, en in de verte in die stad ook al de kathedraal van Tours.
De daken van de kathedraal en vooral ook de beide kerktorens steken ver boven de bebouwing van de stad uit. 
Als we buiten de bebouwing komen, verlaat de route de doorgaande asfaltweg bij een wijn-château, om dan als veldpad verder te gaan door uitgestrekte wijngaarden. 
Tegen de dorpsrand van Vauvert verlaten we dat veldpad en komen we ter hoogte van de watertoren weer terug op de doorgaande asfaltweg.

Van alles te zien rondom Rochecourbon
Vanaf de watertoren, die doorgaans op de hoogste punten in het landschap staan, zetten we nu wel de afdaling in naar de Loire. Ook hier krijgen we af en toe weer mooie doorkijkjes naar de vallei en naar de woningen en bijgebouwen die tegen en ook in de rots(wand) zijn gebouwd.
Het buurtschap Les Clouet maakt de binnenkomst voor ons als pelgrims wel heel mooi. In een klein parkje bij een parkeerplaats heeft men de borders vol gezet met prachtig bloeiende planten, en op het grasveldje staat een oude boeren-hooikar, die ook heel mooi is versierd met bloeiende planten. Een prachtige binnenkomst dus in Les Clouet. 
Verderop steken we in de plaats Rochecorbon de drukke N152 over, en dan gaat het pelgrimspad voor zowel wandelaars als fietsers verder dicht langs de Loire tot aan Tours, zo’n 5 kilometer.
Links zien we continu de rivier, en rechts hebben we ter hoogte van het buurtschap La Laterne het zicht op een hoog opgaande ruige rotswand. Op enkele plaatsen zijn op de rand van die rotswand gebouwtjes gebouwd, wellicht huisjes, en we zien ook een hoge toren op de rand van de rotswand.
En dan zien we hier en daar op behoorlijk grote hoogte ook nog enkele holen, die zijn uitgehouwen in die hoge rotswand. Het is voor ons moeilijk in te schatten hoe oud die zijn, maar het zou wel eens van zeer oude bewoning kunnen zijn.

Langs en over de Loire
Ter hoogte van La Guinguette lopen we op het Loire-pad langs een attractiepark, waar kinderen naar hartenlust kunnen spelen. Het doorgaande pad heeft hier enkele barrières gekregen, opdat de Loire-fietsers veiligheidshalve vaart minderen om het park te passeren. 
Vlak vóór Tours passeren we een pelgrimspad-wegwijzer, waarop staat dat het vanaf Tours middels de Via Turonensis nog 1.467 kilometer is naar Santiago de Compostela. En de pelgrims worden hiermee welkom geheten in Tours.
Als we onder de tweede Loirebrug door zijn gelopen, krijgen we een nog beter zicht op de stad en de kathedraal.
Nog zo’n twee kilometer en dan zijn we bij de kathedraal. Daartoe moeten we de Pont de Fil over, een metalen tuigbrug voor fietsers en voetgangers, die in twee delen over de Loire ligt. Nog een halve kilometer, en dan zijn we in het stadscentrum van Tours.

Tours
Zodra we de Loire over zijn, is het nog maar enkele meters tot aan de kathedraal Saint-Gatien van Tours. We gaan direct de kathedraal binnen, en zien dan dat er op dit moment een mis is, ter kerkelijke bevestiging van het huwelijk van een jong stel. We mogen tijdens de mis de kathedraal wel in, maar mogen niet verder dan de achterste rij van de bruiloftsgangers in de kathedraal.
Wel krijgen we een kathedraalstempel in onze pelgrimspaspoorten.
We luisteren naar de lezingen van de voorganger, de voorzang van de cantrix, en de samenzang van de bruiloftsgasten. De muziek vult de grote kathedraal, onder de grote kerkramen van het koor van de kerk. 
Buiten gekomen, nemen we plaats op een bankje op het kerkplein tegenover de kathedraal.
Dit wordt de locatie van onze – wel wat vroege – lunchpauze. Het is bijna 11:30 uur, en we zitten hier heerlijk in de aangename zon te genieten van ons lunchpakket dat we vanmorgen in de caravan klaar hebben gemaakt. Het is niet druk op het kerkplein. Hier en daar lopen en zitten onder andere  enkele toeristen, Loire-fietsers en lange afstandswandelaars; een bont gezelschap, maar wel gezellig.
Na deze middagpauze laten we de kathedraal bij het museum voor de schone kunsten achter ons.
We lopen op de doorgaande pelgrimsroute aan de hand van deel 2 (Van Tours via Poitiers naar Mirambeau) van onze routegidsen van de GR655 naar het stationsplein waarop de grote stationshal van Tours staat. 
Bij de VVV reserveren we alvast de taxi voor morgen, en dan gaan we op zoek naar een koffieplek. Die vinden we op de Avenue de Grammont, tegenover het imposante stadhuis van Tours. 

Over en langs de Cher
Na deze koffiepauze is het tijd om de stad te verlaten, want we moeten nog een kleine vijf kilometer verder, naar Saint-Avertin.
In een lange rechte lijn gaan we alsmaar in zuidelijke richting over de Avenue de Grammont naar de rivierbrug over de Cher.
Zo verlaten we Tours en beginnen we in Les Fontanes aan het vervolg van onze route langs de rivier de Cher. Door een mooi parkgebied wandelen we in oostelijke richting langs de zuidoever van de Cher. Zo gaan we ook onder de autosnelweg tussen Orléans en Bordeaux door. We zijn al heel vaak over die rivierbrug gereden, maar nu lopen we er na zoveel jaren eens onderdoor.
Dan breekt ook zo ongeveer het moment aan dat we de bebouwing van Tours uit het oog verliezen.
Langs de helder groengele waterplantenpartijen in en op het donkerblauwe rivierwater gaan we verder.

Naar Saint-Avertin
Het waterrijke gebied tussen Tours en Saint-Avertin is wel een heel mooi groen woongebied tussen beide centra. De huizen zijn redelijk oud, maar goed verzorgd, en het ziet er naar uit dat het hier rustig en comfortabel wonen is. 
Bij de entree van Saint-Avertin bij de ingang van een parkje staat een informatiebord over de route van het pelgrimspad GR655 door Saint-Avertin, en verder door deze regio.
Een eindje voorbij de plek waar we morgen het winkelcentrum van Saint-Avertin in moeten, verlaten we de doorgaande pelgrimsroute, om naar onze auto iets verderop te lopen op het parkeerterrein bij de busterminal van Saint-Avertin.
Met onze auto rijden dan weer terug naar onze camping in Montlouis-sur-Loire, terugblikkend op een aantrekkelijke route, en bovendien de passage door de grote stad Tours, bij mooi wandelweer. Al weer zo’n mooie dag op het Franse pelgrimspad. Vandaag laten we de Loire achter ons. We staken ook de Cher over, en gaan morgen op weg naar de rivier de Indre.

zaterdag 20 augustus 2022

Pelgrimeren van Amboise naar Montlouis-sur-Loire

Pelgrimsroute van Parijs (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Turonensis van Parijs naar Saint-Jean-Pied-de-Port (GR655)
Van Amboise naar Montlouis-sur-Loire
Vrijdag 5 augustus 2022 – 16,5 km.
Dag 17: 359,2 – 375,7 km.
 
Koffiepauze in Lussault-sur-Loire



















Eerst naar Amboise
De wekker wekt ons om 6:30 uur in onze caravan op Camping ‘Les Peupliers’ in Montlouis-sur-Loire.  
Via een taxi-chauffeur die wij gisteren in Amboise ontmoetten, hebben we gisteren al geregeld dat een taxi ons vanmorgen om 7:45 uur zal afhalen bij onze camping in Montlouis-sur-Loire.  
Na het ontbijt verlaten we de camping om 7:35 uur en wachten we vóór de campingreceptie op de bestelde taxi. Die komt keurig op tijd aanrijden, en dan brengt de taxi-chauffeur ons van Montlouis-sur-Loire naar de Eglise Saint-Florentin in Amboise, waar zo rond 8:00 uur de etappe van vandaag gaat beginnen, 16,5 kilometers wandelend terug naar Mountlouis-sur-Loire.

Van start in Amboise
Het is vanmorgen vroeg met 17 graden Celsius gelukkig weer wat koeler dan in de voorgaande dagen, en dat voelt prima zo aan het begin van een nieuwe pelgrimsdag. De zon schijnt rond het middaguur aangenaam en de temperatuur loopt tijdens onze wandeldag vandaag op tot 28 graden Celsius. Bovendien waait het licht, dus het is alleszins aangenaam weer op deze nieuwe dag van onze pelgrimage.
Bij de Eglise Saint-Florentin gaan we de rivierdijk op.
Vanaf die hoogte hebben we een mooi uitzicht  over de Loire, en op de brug die hier over de Loire ligt.
Aan de zuidoever lopen we in westelijke richting langs de Loire. Al vrij snel komen we op een parkeerplaats waar markthandelaren nog bezig zijn om hun marktkramen op te bouwen, of dat net al klaar hebben.
De eerste klanten van de markt kopen er al hun waren. Er is een uitgebreid aanbod van levensmiddelen, onder andere van boeren die hier hun zelfgeproduceerde waren verkopen.
Voorbij de warenmarkt gaan we de rivierdijk op. Boven op deze rivierwaterkering ligt een smal voetpad, dat we geruime tijd volgen.

Naar Lussault-sur-Loire
Op de plek waar de hele lange platanen-laan van Amboise aanvangt, verlaten we de waterkering, en steken we de D751 over om dan door een betrekkelijk nieuwe woonwijk heuvelopwaarts te gaan om Amboise achter ons te laten. 
We gaan dan een veldpad op dat hoog langs de Loire-vallei loopt, dus vanaf deze hoogte krijgen we af en toe een mooi uitzicht over het dal waarin de rivier de Loire stroomt.
We lopen tussen akkers waarop het graan al is geoogst en het stro al is verwijderd, en gaan langs  enkele kleine wijngaarden.
Ook passeren we zo’n karakteristiek Frans huis, dat grotendeels is bedekt met groene klimop. Nagenoeg alle ramen staan wijd open om de frisse ochtendlucht binnen te halen. De vrouw is bezig in de woonkamer, en de man zien we achter het huis in de tuin een jonge fruitboom water te geven met een waterslang. Hier heerst de rust en de idylle van het Franse platteland. 
We lopen langs een bosrand en op een gegeven moment zetten we de afdaling in naar de D715 die langs de Loire loopt. Op het moment dat we beneden vóór de D751 staan, gaat de route onmiddellijk al weer heuvelopwaarts van de D751 af. We klimmen dan geruime tijd, en verderop zelfs nog eens weer heel erg steil. Resultaat is dan wel dat we over mooie smalle heuvelpaden hoog achter de bebouwing langs lopen. En dan komt toch uiteindelijk het moment dat we van behoorlijke hoogte het uitzicht krijgen op de kerk met omliggende huizen van Lussault-sur-Loire. 
De kerkdeur van de Eglise Saint-Etienne staat uitnodigend open, dus we gaan er naar binnen om de kerk te bezichtigen. 
Het is een redelijk eenvoudige kerk, maar men heeft wel veel aandacht besteed aan een mooi fresco in het koor van de kerk.
Als we wederom beneden gekomen langs de D751 staan, zien we links van ons langs de weg het plaatselijke café-restaurant. We hadden zojuist de klokslag van 10:00 uur al gehoord, dus dit is de perfecte plek en tijd voor onze koffiepauze van vandaag. Het terras is zojuist in gereedheid gebracht, dus al heel vlot zitten we heerlijk in lounge-model kunststofstoelen aan een lekkere kop koffie, bovendien heerlijk in de vroege en aangename ochtendzon.

De wijngaarden van de Loire-vallei
Na deze koffiepauze moeten we ter hoogte van het terras een stevige en lange klim maken, het dorp uit. We merken dat we nu op één van de populaire fietsroutes in de Loire-vallei lopen, en worden ingehaald door een stel fietsers, waarvan de vrouw de man een eindje naar boven duwt, omdat de man het niet voor elkaar krijgt om eigenstandig de fiets met zware aanhanger in een doorgaande beweging naar boven te krijgen. De vrouw loopt dan terug, stapt op haar eigen fiets, en gaat er dan weer achteraan.
Op het hoogste punt komen we aan op de locatie van het Grand Aquarium de Touraine. Een aantal toeristen zien we verderop uit auto’s stappen, om straks dat aquarium te gaan bezoeken. 
Wij gaan verder over het gecombineerde asfaltpad voor fietsers en wandelaars.
Op een splitsing van weggetjes zien we een oude Franse fiets als wegwijzer naar Le Clos de Cray. 
We volgen die wegwijzer, en komen dan op een heuvelkam met links en rechts wijngaarden. De volgende oude fiets-wegwijzer staat bij de oprijlaan van Le Clos de Cray, een Frans wijnhuis voor wijnen uit Touraine Val de Loire.
Wij gaan verder over de hooggelegen asfaltweg ‘La Loire en vélo’, alsmaar door de uitgestrekte wijngaarden aan beide zijden van de weg. We herkennen ook de geur van de wijngaarden. Dikke druiventrossen hangen aan de druivenstruiken, dus het ziet er naar uit dat het een jaar met prima opbrengst gaat worden. 

“Ha, Friezen, goeie!”
Dan geeft een rood-witte wegwijzer aan dat we de asfaltweg moeten verlaten, om tussen de wijngaarden door heuvelafwaarts te gaan. We doen dat wel, maar bedenken ons direct, want de wandelkaart in onze pelgrimsgids geeft aan dat we rechtdoor moeten op de asfaltweg naar Husseau. Deze wegwijzer is kennelijk van een andere GR-route, dus die volgen we niet op. Wij lopen door naar Husseau en doorkruisen dit gehucht, dat ressorteert onder de grotere plaats Montlouis-sur-Loire.
Van Husseau gaat onze pelgrimsweg verder richting La Miltière. Regelmatig komen Loire-fietsers ons tegemoet, of achterop. We worden ingehaald door een groep jongeren, waarvan de voorste ons in het voorbijgaan in het Nederlands groet. Kennelijk is ons Fries vlagje op onze rugzakken herkend. De achterste jongen fietst ons uiteindelijk ook voorbij, en hij roept in het Fries achterom: “Ha, Friezen, goeie!”
Even later worden we ingehaald door twee Fransen, een zwaarlijvig stel op ligfietsen, die de vaart er overigens ook behoorlijk in hebben tijdens hun afdaling.

La Miltière
Een eind verderop wandelen we het dorpje La Miltière binnen. Hier staat nog zo’n mooie oude witte vierkante richtingwijzer, die vroeger veel werden gebruikt, maar die je tegenwoordig bijna nooit meer ziet.
Op een onoverzichtelijk punt hangt een verkeersspiegel; altijd een mooie gelegenheid om een bolronde selfie te maken, en dat doen we dan ook.
Links van de straat staat een oud woonhuis dat momenteel wordt gerenoveerd.
Twee metselaars staan hoog op een steiger, waar ze op ambachtelijke wijze een muur van keien metselen. Met beide handen wordt een bult specie op de onderliggende keien gelegd, waar dan de volgende kei bovenop wordt gelegd. Met de hand wordt dan de tussenruimte gevuld met specie. Dit metselwerk is dus alleszins handwerk.

Zigeunerkamp bij La Closerie
Vervolgens moeten we naar het buurtschap La Closerie, bestaande uit twee ommuurde boerenhoeven aan weerszijden van de doorgaande weg, op een heuveltop. 
Verderop staat een watertoren, en rondom La Closerie zijn wijngaarden.
Hier gaan we haaks op de asfaltweg een veldpad op, tussen de wijngaarden door. In een bocht van het veldpad zien we achter een wijngaard een tijdelijk kampement, waarin een grote groep zigeuners zich te midden van akkers en een bosperceel heeft geïnstalleerd. Honden blaffen van verschillende kanten als we hen passeren. Vrouwen bereiden het eten en hier en daar zitten en lopen de bewoners van dit kampement. Ze groeten ons vriendelijk en hebben het er – zo te zien – goed.
Afdalen naar Montlouis-sur-Loire
Vervolgens moeten we naar rechts afbuigen, om door een nieuwbouwwijk langzamerhand de afdaling naar de Loire in te zetten. Tijdens die afdaling komen we onder andere door smalle steegjes en straatjes, met onder andere ook verlaten huisjes.
Vanaf een mooi hooggelegen halfverhard hellingpad – een zogenoemd ‘sentier en balcon’ - krijgen we al het uitzicht over de Loire, en over de spoorbrug van Montlouis-sur-Loire.
Vandaag eindigt onze etappe bij die spoorbrug,  en morgen maken we daar de oversteek over de Loire.
Na een langzame afdaling komen we aan bij de kerk van Montlouis-sur-Loire.
We gaan de kerk in om die te bekijken.
Het is een eenvoudige kerk, maar wel met mooie kerkramen. 
Opvallend is het grote driedelige kerkraam boven de ingang van de kerk. Het linker raam verhaalt over de 28 bombardementen op de brug van Montlouis-sur-Loire in mei en juni 1944. Het rechter raam verhaalt over de missen die werden gehouden in een plaatselijke grot in de maanden juni en juli van 1944, en met het rechter raam wordt Lourdes bedankt (1947).

Terug naar de camping Les Peupliers
We gaan alsmaar verder naar beneden, totdat we arriveren bij de D751, de drukke verkeersweg langs de Loire. Over het voetpad langs deze weg lopen we Montlouis-sur-Loire uit, in de richting van de spoorbrug over de Loire.
Aan deze kant van de rivier is het treinstation van Montlouis-sur-Loire boven op die spoorbrug. 
We lopen onder de spoorbrug door, om vervolgens om het plaatselijke zwembad heen naar onze camping te lopen. Daar zien we onze caravan en auto staan.
Even later arriveren we bij de ingang van onze camping. Hiermee eindigt deze etappe van Amboise naar Montlouis-sur-Loire.