maandag 9 mei 2016

Pelgrimeren van Condeixa-A-Nova naar Coimbra

Woensdag 4 mei 2016
Portugese vrouw met handkar wenst ons een goede bedevaart



















Caminho Portugués de Santiago van Condeixa-A-Nova naar Coimbra
Woendag 4 mei 2016 – 17,1 km.
Dag 11: 227,5 – 244,6 km

Diner & ontbijt met vlees & kaas van geit
Na het avondeten (geitenvleesmenu) – samen met het Zwitserse pelgrimerende stel – en een goede nachtrust in Residencial Borges staan we vanmorgen op om 6.45 uur. Na drie kwartier wandelen we naar de moderne pastelaria in het stadscentrum, waar we heerlijk ontbijten met verse, zelfs warme broodjes. Vlak vóór 8.00 uur staan we weer buiten, op het stadsplein bij de helaas nog gesloten kerk, klaar voor vertrek.
We gaan vandaag de 17,1 kilometer naar de stad Coimbra lopen, maar daarvoor moeten we eerst nog de ene kilometer vanuit Condeixa-A-Nova naar de aansluiting op de pelgrimsroute lopen. Totaal lopen we vandaag dus ruim 18 kilometer.
Bij het Café Triplo Jota zijn we al snel weer aangekomen op de doorgaande caminho.

Wassen in de openbare wasplaats
Durkje en ik lopen ook vandaag weer door veel kleine buurtschappen, die niet te benoemen zijn, omdat ze geen plaatsnaamborden langs de route hebben. Af en toe krijg je een mooi doorkijkje over een erf, of naar de ingangspartij van een huis.
Aan de rand van zo’n buurtschap moeten we een snelstromend riviertje over. Op de rivieroever is een openbare wasplaats gebouwd, zoals je die ook in Spanje nog veel ziet. Die zijn voor zover wij dat zien meestal niet meer in gebruik, maar bij deze hier in Portugal is dat wel het geval.
Een mevrouw staat hier in de openbare wasplaats haar was met de hand te wassen.
We maken even een praatje met haar, en gaan dan weer verder.
Bij de bocht buiten het buurtschap worden we ingehaald door een man met een wagentje met hulpmotor.

Vrouw met handkar
Iets verderop zie ik een oude vrouw met een handkar achter het huis vandaan komen.
Ze gaat de openbare weg op, ondertussen de handkar hoog voor zich uit duwend. We halen haar in en praten kort met haar.
Ze wenst ons een goede bedevaart naar Santiago de Compostela, en draait dan achter ons een klein perceel land op, waar ze een groententuin heeft. Daar wil ze nu aan het werk.

Orelhude
Het eerste dorp dat we doorkomen, is Orelhude.
Het valt ons op dat de Portugezen hier in de regio nogal tamelijk groot bouwen. De nieuwere huizen zijn nogal fors en de meest moderne woonhuizen zijn buitengewoon strak, modern gebouwd, voornamelijk rechthoekige vormen, met veel wit, grijs en zwart.
We passeren een mooie groenbegroeide berm.

Waterloop door het huis
Het volgende dorp waar we doorheen wandelen, is Ribeira de Casconha. Langs de weg lopen vaak waterlopen, waarmee het regenwater op natuurlijke wijze van boven naar beneden wordt geleid. Ook hier in dit dorp is dat het geval. We horen het water zelfs onder de huizen doorstromen, iets wat je hier wel vaker ziet en hoort. Bij één van de huizen in dit dorp kun je zelfs de betonnen waterloop zo het huis in zien gaan, dus dat water stroomt het huisgebouw in, gaat er doorheen, en stroomt er aan de andere zijde weer uit.

Cernache en Pousada
Nadat we bij een basisschool over een viaduct over de N1 zijn gegaan, komen we aan in Cernache. We lopen langs de pelgrimsherberg, en komen dan in het dorpscentrum. Omdat we nu nog maar 7,3 kilometer hebben gelopen, pauzeren we hier nog niet. Dat willen we verderop doen in het plaatsje Palheira, in de hoop dat daar een café is.
Het volgende dorpje dat we doorkruisen, is Pousada.

Onverhard van Pousada naar Palheira
Pas voorbij Pousada verlaten we de verharde wegen om over onverharde paden verder te gaan. Aan de rand van Pousada wijst een vrouw ons aan dat we daar over het grindpad verder moeten. We komen dan in een heuvelachtig bosperceel met eerst een breed karrenspoor, dat verderop versmalt. Hier en daar liggen er van de vele regen van zo’n twee weken geleden nog grote waterplassen op de paden, waar we voorzichtig omheen moeten.
Verderop groeien en bloeien prachtige gele bremstruiken langs het pad. Een mooi gezicht, en bovendien heerlijk geurend.
De gemeente Coimbra heeft in haar regio mooie nieuwe bermpaaltjes geplaatst, met daarop duidelijke bewegwijzering van de caminho. Onderaan het bermpaaltje maakt de verantwoordelijke gemeente zichzelf als afzender bekend met een geglazuurde gemeentetegel.

Geen café in Palheira
Dan krijgen we van bovenaf de veel lager gelegen plaats Palheira in zicht.
Op een betonnen muurtje heeft iemand twee wandelschoenen gezet, die zijn gespoten in de kleuren geel (voor de Caminho de Santiago) en blauw (voor de Caminho de Fátima). Een heel mooi symbool van de twee caminho’s, die in deze regio elkaar tegemoet komen.
In Palheira gaan we op zoek naar een café, maar zonder succes. Een man die we in Palheira ontmoeten, maakt ons duidelijk dat deze plaats geen café heeft.
Daarom lopen we via een sterk stijgend pad Palheira uit, en op de plaats waar de twee uitgaande caminho-dorpspaden bij elkaar komen, nemen we plaats op een bermmuurtje in de schaduw, waar we gaan zitten, om te rusten, iets te eten, en wat te drinken.

Café gesloten in Cruz de Mourocos
We komen dan aan in Atanhol.
Verderop steken we via een hoge ijzeren loopbrug de N1 weer over.
En dan lopen we door naar het plaatsje Cruz de Mourocos, waar volgens onze routegids wel een café is.
Dat café is er inderdaad, maar het is helaas gesloten, dus ook dat biedt ons niet de mogelijkheid om er even een kop koffie of thee te nemen. We moeten weer door.
Vanaf de hooggelegen dorpsrand van Cruz de Mourocos krijgen we trouwens wel een prachtig uitzicht over de ruim vier kilometer verderop gelegen stad Coimbra.

Mezura en Santa Clara
Nu volgt een behoorlijk steile en lange afdaling. Als we de N1 over een viaduct weer oversteken, zien we de restanten van een oud aquaduct, dat deels is gesloopt om doorgang te geven aan deze brede autoweg.
We komen nu in stedelijk gebied; eerst in Mezura.
Langs de drukke doorgaande weg lopen we naar en door Santa Clara. Een ambulance passeert ons en blijft verderop staan om daar een oudere vrouw te verzorgen, die op straat onwel is geworden. De straat loopt hier weer behoorlijk omhoog en het is warm en benauwd, dus dan zit een flauwte in een klein hoekje.
Tegenover een bushalte is een café met ernaast een kruidenierswinkelje. We gaan bij het café naar binnen om daar twee koppen thee te bestellen en te drinken. Als ik ondertussen even buitenom naar de mini-supermarkt ernaast ga om een paar bananen en een pak vruchtensap te kopen, zie ik tot mijn verrassing weer hetzelfde personeel van het café hier in de winkel. Zij lopen achterom en binnendoor om hun klanten in het café èn in de winkel te bedienen.

Afdalen naar Coimbra
Langzamerhand komen we dichter bij Coimbra. Vanaf de hooggelegen toegangsweg krijgen we voortdurend een mooi uitzicht over de laag aan de rivier Rio Mondego gelegen stad.
Coimbra in zicht
Mooi vormgegeven metalen platen op straat wijzen ons ook de weg van de caminho naar, in en door Coimbra.
Voordat we een wel heel steile afdaling naar de rivier inzetten, lopen we langs de majestueuze pelgrimsherberg van Santa Clara.
En verderop, veel lager, komen we langs een kerk, die getuige de vele bouwmaterialen en hekken rondom, momenteel onderdeel is van een restauratieproject.
Beneden aangekomen, steken we via de brede rivierbrug de Rio Mondego over, en dan zijn we in Coimbra.

Stadswandeling
Direct bij de entree van de stad is het toeristenkantoor. Daar krijgen we vlot alle informatie die we vragen, over de treintijden voor morgen, de treintijden voor overmorgen, en over de overnachtingsaccommodaties in de buurt van het A-station van Coimbra.
Sint Jacobus in de Igreja de São Tiago

Daarna wandelen we conform de caminho-route door de stad. Eerst naar de Santiago-kerk aan het Praca do Comércio. We bezoeken deze sobere Sint-Jacobskerk, waarin trouwens wel een beeld van Sint Jacobus als pelgrim en apostel staat.
De andere bezienswaardigheden van de stad, waarop het toeristenkantoor ons heeft gewezen, gaan we vandaag en morgen nog wel bekijken, maar eerst willen we ons installeren in een hotelletje in het stadscentrum, om onze spullen te stallen, ons te douchen, boodschappen voor morgen te halen, en het verslag van deze wandeldag te schrijven.

Domus met dakterras
Het eerste hotel dat we bezoeken, heeft nog wel een kamer voor de eerste nacht, maar niet voor de tweede. Het tweede hotel kan ons wel een kamer voor twee nachten bieden, en we hebben ook nog keus. In pension Domus kunnen we een kamer met of zonder dakterras krijgen. Om het dakterras erbij te krijgen, moeten we dan nog wel ongeveer een half uur wachten, want de hoteleigenaar is momenteel bezig een douchegordijn op te hangen, en daarna volgt nog de schoonmaak van de kamer. We kiezen dan toch zeker voor de kamer met het dakterras, waarop we alvast plaats kunnen nemen, in afwachting van de oplevering van de hotelkamer.
Alle was kunnen we laten drogen op het dakterras.
Onder het uitstaande zonnescherm kan ik vanmiddag op het dakterras dit verslag van deze wandeldag schrijven. Wat een voorrecht om tijdens ons verblijf er zomaar een privé-dakterras van zo’n 60 vierkante meter bij te krijgen.
Het is nog steeds heel mooi weer, dus we kunnen buiten genieten van de zonneschijn en van de schaduw op dit met veel potplanten ingerichte groene dakterras.

Terugblik eerste deel Caminho Portugués
Hiermee eindigt ons eerste deel van de ‘Caminho Portugués de Santiago’. In de afgelopen elf pelgrimsdagen hebben we de afstand van 244,6 kilometer van Lissabon naar Coimbra afgelegd, wat neerkomt op ruim 22 kilometer per dag. We hebben daarmee ruim een derde deel van de hele pelgrimsroute achter de rug, en zijn zeker van plan om het nog volgende traject van Coimbra tot Santiago de Compostela ooit ook nog eens te lopen. Wanneer dat er van zal komen, is nu nog ongewis, maar deze mooie route en de nu al zo aangename ervaringen onderweg van de afgelopen dagen doen ons verlangen naar het vervolg.
Morgen gaan we de stad Coimbra bekijken. Overmorgen reizen we met de trein van Coimbra naar Lissabon, om ook Lissabon weer te bezoeken, en aanstaande zaterdag vliegen we terug, van Lissabon naar Zaventem bij Brussel, om aansluitend huiswaarts te keren.

Pelgrimeren van Alvorge naar Condeixa-A-Nova

Dinsdag 3 mei 2016
Door de vallei langs de Rio dos Mouros van  Fonte Coberta naar Poco



















Caminho Portugués de Santiago van Alvorge naar Condeixa-A-Nova
Dinsdag 3 mei 2016 – 21,4 km.
Dag 10: 206,1 – 227,5 km

Start in de pelgrimsherberg van de parochie
Vannacht hebben we geslapen in de pelgrimsherberg van de parochie van het dorpje Alvorge. We waren met zijn zessen op de benedenverdieping, waar in de vijf units van twee stapelbedden totaal tien pelgrims per nacht kunnen overnachten. Durkje en ik hadden gezelschap van een Britse pelgrim die vanuit Finisterre via Santiago de Compostela pelgrimeert naar het bedevaartsoord Fátima, de Zweeds-Amerikaanse pelgrim, de Australische pelgrim die we gisteren voor het eerst hebben ontmoet, en de Hongaarse pelgrim Robert. We genieten een goede nachtrust in de herberg van dit gastvrije Portugese dorpje. Vroeg in de ochtend staat iedereen zo op zijn eigen tijd op, wast zich, kleedt zich aan, ontbijt op eigen wijze, en vertrekt dan.
Durkje en ik vertrekken samen met Robert als laatsten. We trekken de deur dicht in het slot en dan ligt er weer een nieuwe pelgrimsdag vóór ons. Het is nu 7.45 uur en de zon schijnt al volop.

Heuvelpad
We lopen vanuit de herberg het dorp Alvorge uit, en passeren dan al vrij snel een grote groep stratenmakers die hard aan het werk zijn om een mooi traject met natuursteen te bestraten.
We steken de doorgaande verkeersweg over en komen dan op een mooi hellingpad.
Al snel hebben we Robert achter ons gelaten, want hij loopt veel langzamer dan wij. Als wij al veel hoger op de heuvelhelling lopen, zien we hem ver beneden en achter ons lopen. Iedereen loopt de caminho op zijn eigen wijze, en iedereen krijgt zo ook zijn eigen caminho.
Op een T-splitsing gaan we linksaf op de plek waar een veldkruis staat.

Valleipad
Na enig klimmen en dalen komen we op een pad dat door de vallei loopt. Links en rechts ver van ons vandaan rijzen de heuvelruggen hoog op. We lopen langs een Portugese windmolen, die boven op een verhoging in de vallei is gebouwd, om daar in elk geval zoveel mogelijk wind te kunnen vangen.

Kies je route naar Rabacal
Na een Z-vormig traject komen we aan in Rabacal, bij één van de twee dorpscafé’s naast de kerk. Tot onze verrassing zit daar de Hongaarse pelgrim Robert al op het terras. Hij heet ons lachend welkom, en hij vertelt er direct maar verontschuldigend bij dat hij vlak voorbij het dorpje Ribera de Alcalamouque ervoor heeft gekozen om ons niet te volgen, maar vanuit die plaats langs de asfaltweg van de EN-347-1 binnendoor naar Rabacal te lopen. Onderweg heeft hij ons verderop in de vallei wel regelmatig zien lopen, dus hij wist dat wij spoedig hier bij het café zouden arriveren. We nemen in de heerlijke schaduw op het caféterras onze koffiepauze na de voor ons beiden eerste 8,6 kilometers van vandaag. 

Regionale lekkernijen van Rabacal
Binnen bestellen we koffie met een heerlijk zoete, krokante pannenkoek met abrikoos- en sinaasappelvulling. Dit café profileert zich vooral ook met de verkoop van regionale lekkernijen, zoals bakproducten, kaas en worst, met volop keus. Ik koop een mooi rond blok witte kaas, wat later een heerlijke verse schapen-geitenkaas blijkt te zijn. Aan het personeel merk je ook dat men het bijzonder waardeert dat je een keus maakt uit hun eigen streekproducten. Goed en mooi om te merken dat men daar zo trots op is. Een eigen identiteit is immers een groot goed. Een pelgrimsstempel voor onze pelgrimspaspoorten wordt hier ook in onze pelgrimspaspoorten gezet, dus men is er helemaal klaar voor de ontvangst van pelgrims.

Niet door de deur, maar om de deur
Na een aangename koffiepauze gaan we weer verder. Maar voordat we Rabacal verlaten, willen Durkje en ik eerst de kerk nog bezoeken, waarvan de kerkklokken tijdens ons verblijf in dit dorp al tweemaal zo’n mooi melodieus klokkenspel hebben laten horen.
Tot onze verrassing staat er vlak achter de kerkdeur een grote dubbele deur in de kerk, Normaal gesproken wordt een dergelijke deur gebruikt om vanuit het toegangsportaal de kerkzaal binnen te gaan, echter hier staat wel de deur, maar ontbreekt het portaal. Je kunt dus zo om de twee gesloten portaaldeuren heen lopen om de kerkzaal verder te betreden. We vragen ons af waarom deze losstaande deurpartij er hier zo bij staat.

Zambujal
We verlaten Rabacal en lopen via veldpaden naar Zambujal. Deze gemeente laat op mooie wijze zien dat de pelgrimsroute door haar dorpen loopt. Bij de entree van Zambujal staat een groot tegeltableau met informatie over Santiago, Sint Jacobus dus.
Aan de overzijde van het toegangspad is een tegeltableau geplaatst met de melding in drie talen dat hier de ‘Rua de Santiago’ loopt.
In Zambujal staan op de cruciale punten moderne bruine richtingwijzers die de richting van de ‘Caminho de Santiago’ wijzen.
We lopen over het kerkplein door het dorp.
Ook hier weer oude en nieuwe panden, in allerlei kleuren en vormen.
Buiten het dorp passeren we een heel oud huisje, waarin volgens ons niemand meer woont. De ommuurde tuin wordt nog wel gebruikt als groententuin.
We verlaten Zambuja over een oude stenen brug op een groot aantal pijlers, over een brede droge rivierbedding.

Fonte Coberta
Zo verlaten Durkje en ik Zambujal en lopen weer vrolijk door naar het volgende dorpje, dat Fonte Coberta heet.
Aan de ene kant van de weg staat een tegeltableau met daarop een welkom in het dorp, en aan de andere zijde van de weg staat een tegeltableau met een bedankje voor het bezoek. Portugezen werken – in deze regio althans – veel met vaak kleurrijke en decoratieve tegeltableau’s, op gevels van woonhuizen, op tuinmuren, als richtingwijzers en ook als komborden.
We komen het dorp binnen bij een modern, strak vormgegeven woonhuis, zoals we die hier ook al veel zien, maar in de kern van het dorp staan ook nog de oude, vervallen, vaak verlaten huizen. Contrasten qua bebouwing zijn hier nogal groot. In elk geval veel variatie in bouwstijl en verzorging.
Tegen de gevel van een woonhuis zien we een wandtegel met een grappige pelgrim erop, en een Jacobsschelp erbij.

De Ponte Filipina
Een eindje buiten Fonte Coberta is een modern vormgegeven picknickplaats met enkele betonnen picknickbanken en een watertappunt erbij.
Het is voor ons wel een geschikt moment om weer even te rusten en te eten, maar op deze warme dag is het wat teveel van het goede om hier op de volle zon te gaan zitten pauzeren. De temperatuur loopt vandaag op tot over de 30 graden Celsius. Het is tot nu de toe de warmste van de afgelopen wandeldagen. We kiezen er dan ook voor om nog een eindje door te lopen.
Naast deze picknickplaats vinden we ook de zogenoemde Ponte Filipina, een hele oude stenen boogbrug uit 1636.
Deze - waarschijnlijk Romeinse - boogbrug ligt over de Rio dos Mouros.
We steken de rivier niet over, maar blijven aan deze zijde van de rivier.

Langs de Rio dos Mouros
We volgen nu het voetpad langs de Rio dos Mouros.
Wat dan volgt, is een prachtig smal pad langs het kleine riviertje dat van oever tot oever vol is met mooie witbloeiende waterplanten.
Een mooie locatie om sfeervolle foto’s te maken.
Dit is één van de mooiste trajecten van de meer dan twintig kilometers die we vandaag lopen.

Locals van Poco
Dit riviertje brengt ons naar het kleine buurtschap Poco, dat maar uit twee boerenbehuizingen bestaat. In de deuropening van de eerste woning staat een oudere vrouw, met een zwarte doek om haar hoofd. Als we passeren wordt de doek enigszins terzijde geschoven, zodat we elkaar tenminste met enig oogcontact kunnen groeten.
Welkom in Poco
Vlak vóór de tweede boerderij is weer zo’n moderne picknickplaats aangelegd zoals bij Fonte Coberta.
Nu maken we wel gebruik van deze picknickplaats voor onze welverdiende rust- en etenspauze. Een hondje van de boerderij komt naar ons toe, en gaat bij Durkje liggen als zij de broodjes klaarmaakt voor onze lunch.
Ik kijk nog even bij de kleine kapel van dit buurtschap, tussen de beide boerderijen in.
De ganzen lopen lawaaierig over het boerenerf, de boerin haalt water bij de waterput, en drie andere boerderijhonden houden ons nauwlettend in de gaten. Verder is het hier rustig en heel stil.

Conimbriga
Na deze pauze gaan we verder langs de Rio dos Mouros.
Verderop stijgt het pad echter over de heuvelhelling, dus we raken verder van het riviertje af.
We komen dan door een hellingbos, waarin een perceel eucalyptusbomen zijn gekapt.
Vlak voordat we een zijriviertje oversteken, ontmoeten we een Duits stel met hun mountain bikes. Ze duwen hun zwaar beladen fietsen bij het steile hellingpad op. Zij zijn in Porto begonnen en fietsen nu via deze caminho naar Lissabon, waarna ze de kustlijn nog zuidelijker zullen volgen tot aan de kaap in de Algarve. Daarna gaan ze via een andere route weer terug naar Porto, en dat alles moet in een tijdsbestek van vier weken.
Nu komen wij aan in het dorp Conimbriga, waar volgens onze wandelkaart een Romeins museum is gevestigd.

Condeixa-A-Nova
We hoeven nu nog maar een klein stukje van de route te lopen, en dat is maar goed ook, want het is zo langzamerhand nogal behoorlijk warm geworden. Het is nu zeker al meer dan 30 graden Celsius. Bij café Triplo Jota verlaten we de pelgrimsroute, om af te buigen naar de stad Condeixa-A-Nova, die een kilometer verderop ligt, waar we vannacht willen overnachten.
In de stad vragen we een groep jongeren de weg naar Residencia Borges, en dan worden we al snel doorverwezen naar een jongen die perfect Engels spreekt. Hij woont in een dorpje verderop en is de zoon van een Portugees en een Britse. Als we hem vertellen welke route we vandaag hebben gelopen, vraagt hij ons onmiddellijk of we ook iets hebben opgemerkt van de streekkazen uit de buurt van Rabacal. Als we hem vertellen dat we vanmorgen zo’n hele kaas hebben gekocht in het café van Rabacal, is dat natuurlijk helemaal goed. Hij legt ons uit hoe we bij onze accommodatie kunnen komen.
Als we arriveren bij Residencial Borges wordt bij het aanbellen niet geopend, maar in het restaurant ernaast wil men de eigenaar wel even bellen. We moeten tien minuten wachten, dus nemen we een heerlijk koud pilsje op het terras van het restaurant. Wat een koele traktatie op zo’n hete dag.
Binnen tien minuten is de hoteleigenaar bij ons, en geeft hij ons zijn mooiste kamer, met balkon op de zonzijde, dus we hebben het vandaag weer prima voor elkaar.
We zitten hier in een gezellig stadje met een mooi stadsplein waar het een en al aangename bedrijvigheid is.
Vanavond eten we op het terras van een traditioneel Portugees restaurantje, waar ze ons een overheerlijke driegangenmaaltijd met geitenvlees serveren, de specialiteit waar ze met recht trots op zijn. Later op de avond voegt ook het Zwitserse pelgrimsstel zich nog bij ons op het terras.

Pelgrimeren van Alvaiázere naar Alvorge

Maandag 2 mei 2016
Dagverslag schrijven in het dorpscafé van Alvorge















Caminho Portugués de Santiago van Alvaiázere naar Alvorge
Maandag 2 mei 2016 – 23,9 km.
Dag 9: 182,2 – 206,1 km

Ontbijt voor Zwitsers, Nederlanders, een Noor en een Hongaar
Bijna aan het eind van ons avondeten in het restaurant O Brás in Alvaiázere kwam de restauranteigenaar gisteravond bij ons langs aan tafel om te vragen hoe laat we vanmorgen willen ontbijten. Hij schrijft elk half uur op, van 7.30 – 9.30 uur. De Hongaarse pelgrim bij ons aan tafel probeert er nog 7.00 uur van te maken, maar dat is kennelijk te gortig, want we mogen kiezen vanaf 7.30 uur.
Door een woud van grote groene kamerplanten in potten – ze staan overal in de gang en in de lobby – verlaten we onze hotelkamer en gaan we buitenom naar het restaurant beneden het hotel.
Vanmorgen komen we allen keurig op tijd het restaurant binnen voor het ontbijt van deze nieuwe wandeldag. De zes pelgrims krijgen vanmorgen een prima ontbijt voorgeschoteld, een ontbijt voor twee Zwitsers, twee Nederlanders, de Hongaar en een Noorse pelgrim. De Zwitsers en de Noor hebben we hier gisteren pas voor het eerst ontmoet.

Gastvrijheid ten top
De oudere hotelier – met zijn vrouw als achterwacht in de keuken – is continue druk in de weer om ons allen te voorzien van wat we maar wensen. Vruchtensap, warme melk, confiture van het huis, en een constante aanvoer van koffie, warme broodjes en kaas, slechts een greep uit het assortiment, waar we naar hartenlust uit kunnen kiezen. Hij houdt alles heel scherp in de gaten, want zodra er een schaaltje, een kan of een korf leeg is, snelt hij naar de keuken en wordt er direct weer bijgevuld. Na het ontbijt, bij ons vertrek om 8.00 uur, verdienen en krijgen de gastheer en gastvrouw dan ook onze grote dank en een hartelijk afscheid. Deze mensen hebben gisteravond en vanmorgen ons laten zien wat ware gastvrijheid betekent. Velen in de horeca zouden van deze Portugezen nog heel wat kunnen leren.

Stansen en dan wegwezen
Voordat we onze overnachtingsplaats verlaten, gaan we eerst langs de dorpskerk. Gelukkig staat de kerkdeur open en kunnen we naar binnen. De kerk heeft een mooi interieur.
Ook het kleurrijke glaswerk in de toegangsdeuren mag er wezen.
In de kerk worden we uitgenodigd door een oudere vrouw om mee te komen naar de sacristie. Daar heeft ze namelijk een stansapparaat staan, waarmee ze het kerkstempel in onze pelgrimspaspoorten stanst. Prachtig is dat; zo hebben we het in al die pelgrimsjaren nog nooit gezien.
Als ik nog een praatje met de vrouw probeer te maken, gaat dat kennelijk over een taalbarrière heen, want ze reageert direct met een gebaar om duidelijk te maken dat het nu dan toch al de hoogste tijd is dat we moeten doen wat een pelgrim behoort te doen: vertrekken en doorlopen.
We bedanken de vrouw voor haar mooie stans-stempel en gaan dan (op) weg. 

De schoolbus in Laranjeiras
We verlaten het dorp en wandelen door Laranjeiras. Op twee plaatsen ontmoeten we jongeren langs de weg binnen de bebouwde kom. Ze vertellen dat ze staan te wachten op de schoolbus, die hen straks naar Alvaiázere zal brengen. Als we bij het tweede drietal staan, komt zojuist de schoolbus aan, en stappen ze in.

Klimmen naar Vendas
Daarna volgt voor ons een behoorlijke klim over een asfaltweg. We moeten nu namelijk helemaal naar boven, naar een ‘alto’ van 470 meter hoogte. Dit betekent dat we nu over een betrekkelijk korte afstand 70 meter moeten klimmen. We komen dan aan in het dorpje Vendas.
Voorbij Vendas gaat de asfaltweg verder, naar beneden, en krijgen we een prachtig uitzicht over de vallei die vóór ons ligt. Een jonge Australische pelgrim die wij nog niet eerder hebben ontmoet, passeert ons.

Dorpjes en buurtschappen
We komen vandaag door een groot aantal hele kleine dorpjes en buurtschappen, waarvan we onderweg geen idee hebben hoe ze heten. Plaatsnaamborden zien we vandaag niet veel, ook al omdat we vaak via de onverharde ‘achterdeuren’ van dergelijke plaatsjes binnenkomen, en vaak ook weer zo vertrekken.
In één van de eerste dorpjes passeren we een wit kerkje.
Hoog tegen de lage kerktoren staat een prachtige plant, rood in bloei.
We lopen door schilderachtige dorpsstraatjes.
In oude schuurtjes bij de huizen langs de straat, staat en hangt van alles: brandhout, kruiwagens, oud meubilair en boerenwagens.
Aan een binnenmuur in één van die schuren hangt een groot aantal boerenwerktuigen.
Een vrouw haalt hoogopgeschoten onkruid tussen de rotsstenen vandaan aan de kant van één van de woonstraten. Met een oude sikkel schraapt ze het onkruid bij elkaar, en op een groot doek wordt het afgevoerd.

Steenachtige paden tussen bermmuurtjes
We komen over een smal steenachtig pad met aan weerszijden van het pad oude opgestapelde bermmuurtjes.
We lopen door een ruig gebied, met af en toe een perceel oude olijfbomen.
Langs één van de paden zie ik vetplantachtige vegetatie, laag bij de grond, tussen alle bermstenen, en prachtig rood en geel van kleur. Geen idee wat het is, maar het zal over enige tijd vast en zeker een kleurrijk geheel worden.

Zomers weer in het voorjaar
Het is prachtig en warm voorjaarsweer. De temperatuur loopt vandaag op tot zo’n 24 graden Celsius, en het koele briesje zorgt voor een aangename koeling op de trajecten waar je even wind vangt.
Omdat het ook zo goed loopt, gaan we vanmorgen zonder pauze door naar de stad Ansião, op 14,5 kilometer verwijderd van ons startpunt van vandaag.
In Empeados passeren we een wegkruis, zoals je die hier regelmatig langs de kant van de weg aantreft.
Vrij snel daarna lopen we Empeados uit.

Ansião
Direct daarna staan we ook al voor het plaatsnaambord van Ansião.
De wegwijzers geven aan dat we de doorgaande asfaltweg nu niet moeten volgen, maar dat we via een smal wandelpaadje naar de stad moeten. Even later krijgen we van bovenaf het stadje Ansião in zicht.
In Ansião komen we langs een pastelaria, waar ook de twee Duitse pelgrims samen met een Nederlands pelgrimsstel op het terras zitten. De Duitse – die nogal veel blaren op haar voeten heeft – heeft vandaag van Alvaiázere tot hier in Ansião gelopen, en daar laten ze het ook bij. Het Nederlandse stel is eergisteren begonnen met hun pelgrimstocht, en zij starten met korte trajecten. Ook zij blijven hier in Ansião overnachten.
Durkje en ik drinken op dit terras koffie, en op het moment dat we weer verder zullen gaan, komt de Hongaarse pelgrim samen met de jonge Australische pelgrim – die ons eerder vanmorgen al eens inhaalde – ook op het terras.
Wij maken nog een wandeling door de kerk, waarin twee oudere dames bijna klaar zijn met het dweilen van de hele kerkvloer. De houten vloer glimt als een spiegel, zo schoon.
Over één van de parallelle rivierbruggen verlaten we Ansião.

Vriendelijk sinaasappelgebaar
Buiten het stadje komen we langs het voetbalveld, waar werklui druk in de weer zijn om van betonelementen een nieuwe voetbaltribune te bouwen.
Iets verderop zullen we bij een woonhuis een bospad op lopen, maar bij het passeren van dit huis komt de bewoonster naar buiten met in haar hand drie sinaasappels. Ze heeft ons zien aankomen, en biedt ons die sinaasappels aan. Dit gewaardeerde gebaar van deze vriendelijke mevrouw nemen we met grote dank aan, en even verderop genieten we van de heerlijke sinaasappels.
Verderop komen we langs een huis met een grote groententuin, waarin de bewoonster druk aan het werk is.

Dorpsfeest in Netos
De route wordt hier in deze regio veel beter aangegeven dan in Tomar. Op sommige plekken wordt met wel drie verschillende richtingwijzers aangegeven in welke richting we verder moeten.
We komen over een smal pad, dat zo drassig is geworden van het naar beneden stromende regenwater, dat we alleen door goed laveerwerk met droge sokken hogerop komen, waar het weer zo droog is dat we daar prima kunnen lopen.
We doorkruisen het dorpje Netos, waar in het komende weekend een uitgebreid dorpsfeest zal zijn, getuige de aanplakbiljetten die overal hangen. De buitenbuffetten zijn op een centrale plek in het dorpje al opgebouwd.
Op een T-splitsing passeren we wederom één van die huisjes die zichtbaar lang geleden al zijn verlaten. Alleen al het houtwerk van de raampartijen zijn schilderachtig om te zien.

Verrassend gevarieerd
Durkje en ik gaan stijgend en dalend verder. Een eind verderop volgt weer een uitdagende klim, over een prachtig rood bospad dat door het hellingbos slingert.
Daarna komen we in en lopen we door een groene vallei, tussen hoogopgestapelde bermmuurtjes. Een prachtige route vandaag.
Links het ruige veld en rechts eerst een veld met jonge aanplant van druiven, en verderop de al weer oudere olijfbomen. Het is altijd zo verrassend anders wat je onderweg ziet.
We komen nog langs een dorpje, met langs het pad een oude waterput, met er bovenop een ijzeren rad dat vroeger werd gebruikt om water te putten.

Overnachten in de pelgrimsherberg van de kerk van Alvorge
Maar ook aan deze wandeldag komt weer een eind. We moeten nog een eindje klimmen, maar dan komen we na de bijna 24 kilometer van vandaag dan toch aan in Alvorge.
Hier willen vannacht overnachten in de pelgrimsherberg van de plaatselijke kerk.
In het dorpscafé van dit kleine, gezellige dorp vragen we naar het adres van de pelgrimsherberg. De Zweeds-Amerikaanse pelgrim zit in het café met een andere Britse reiziger, die zich al in de herberg heeft geïnstalleerd. We krijgen de sleutel mee van de pelgrimsherberg, en dan loopt de Britse wandelaar – een pelgrim van Finisterre naar Fátima - even met ons drieën mee om ons de weg naar de herberg bij de kerk te wijzen. Omdat Durkje en ik hier vannacht overnachten, blijft de Zweedse Amerikaan hier vannacht ook.

Een middag en avond in een Portugees café
Na het installeren van onze slaapspullen en het douchen, wandel ik terug van de pelgrimsherberg naar het dorpscafé, waar ik het verslag van deze wandeldag schrijf.
Durkje komt even later ook, en dan zitten we gezellig binnen en buiten het café, waar we vanavond ook warm eten.
Gezellig met alle pelgrims op het caféterras in Alvorge
Aan het eind van de middag arriveren ook de Hongaarse en de Australische pelgrim in het café, en ook zij krijgen een slaapplaats toegewezen in deze pelgrimsherberg. En zo wordt het vanavond en vannacht toch weer heel gezellig met al die pelgrims in het café en in de pelgrimsherberg.
In de pelgrimsherberg

Het is overigens ook prachtig om te zien hoe goed de plaatselijke kerk ervoor heeft gezorgd dat we als pelgrims tegen een zogenoemde ‘donativo’ (vrijwillige bijdrage) een zo goed onderdak krijgen. De slaapzaal is ingedeeld in compacte tweepersoons vakken met daarin een stapelbed. Er is een kleine kamer, een keukentje, en de sanitaire ruimte is ruim voorzien van prima douches, wasruimtes en toiletten. Waar een kleine kerkgemeenschap groot in kan zijn.

Pelgrimeren van Tomar naar Alvaiázere

Zondag 1 mei 2016
Via de Ponte Velha over de Rio Nabão in Tomar



















Caminho Portugués de Santiago van Tomar naar Alvaiázere
Zondag 1 mei 2016 – 30,9 km.
Dag 8: 151,3 – 182,2 km

Een vroeg ontbijt in Tomar
Omdat we ook voor vandaag met 30,9 kilometers weer een lange etappe voor de boeg hebben van Tomar naar Alvaiázere, willen we graag om 7.00 uur ontbijten. Regulier begint het ontbijt in ons hostel Cavaleiros de Cristo op zondag pas om 8.00 uur, maar het is geen enkel probleem om een uur eerder te ontbijten.
De wekker wekt ons om 6.15 uur en om 7.00 uur melden we ons bij de nachtportier voor het ontbijt. Hij begeleidt ons vanuit de receptie naar de ontbijtkamer op de derde verdieping, waar hij vanmorgen een buitengewoon goed ontbijt voor ons heeft klaargezet. We genieten derhalve van een stevig en gevarieerd ontbijt, en dan staan we om 7.30 uur al buiten, klaar voor vertrek voor onze volgende etappe. Vanaf ons hostel zijn we direct al bij de Ponte Velha, de brug waarmee we de Rio Nabão oversteken.

Zoek de uitgang van de stad
Aan de overzijde staat een gebouw met een bijzondere gevel. We lopen er bij langs op de in onze wandelgids aangegeven route, maar de welbekende gele caminopijlen zien we nog niet.
De gids beschrijft wel enkele route-opties, maar voor wie de gele richtingwijzers wil volgen, is het onmogelijk om de route te vinden. Er zijn namelijk geen caminopijlen te zien.
We ontmoeten eerst de Slowaakse pelgrim, later de Ierse en de Zweeds-Amerikaanse, en bij de militaire basis ook nog een Zwitserse pelgrim. En allemaal kunnen we er geen touw aan vastknopen op welke wijze en waar we eigenlijk de stad moeten verlaten. De kaartjes in de routegids spreken elkaar ook tegen.
Ik vraag onderweg een bediende in een café, een medewerker van een benzinepomp en de soldaat die bij de ingang van de kazerne de wacht houdt. Alle drie willen ze graag helpen, maar taal en onwetendheid voor wat betreft de route staat ook hen in de weg. Toch lukt het ons om stukje bij beetje weer dichter bij de rivier te komen, die we de stad uit moeten volgen. Als we vlakbij het riviertje komen, ontmoeten we daar ook weer de twee Belgische pelgrims. We zijn dan allen weer ‘en route’.

Ponte Peniche
Het heeft ons allen de nodige moeite gekost om op het goede pad te komen, maar dan heb je ook wat, want nu we de gele caminopijlen weer kunnen volgen, wandelen we over een prachtig hellingpad langs het riviertje.
We passeren onder andere een oude stuw in de rivier.
Een heel mooi punt van dit stuk van deze route is Ponte Peniche, waar we ook over heen moeten. Dit is zo’n prachtig middeleeuwse stenen boogbrug, die je ook in Spanje op de camino’s af en toe passeert.

Op zoek naar Soianda
En dan gaat het toch weer mis. Uit tegenovergestelde richting komt de Zwitserse pelgrim aanlopen. Hij heeft al lang geen caminopijlen meer gezien en is er stellig van overtuigd dat we letterlijk weer het verkeerde pad op zijn gegaan. Ook de Belgische pelgrims zijn erbij, en na enig overleg besluiten we dit eenmaal gevolgde pad toch geheel uit te lopen. Ook al zou het verkeerd zijn, dan nog komen we straks bij een doorgaande asfaltweg. Als we die volgen, zouden we verderop toch wel weer op het goede pad kunnen komen. We lopen door totdat we bij een brug over het riviertje arriveren, met aan de overzijde een dorpje. Nu buigen we af naar rechts om over de asfaltweg weer op het verderop kruisende pelgrimspad te komen. We weten nu in elk geval dat we verkeerd lopen, omdat ook hier weer geen of geen duidelijke bewegwijzering is. Als iedereen tot hier verkeerd loopt, moet er toch iets niet goed zijn aan de bewegwijzering, of hebben al deze ervaren pelgrims het dan allemaal niet goed gedaan?
Op de asfaltweg vlak voorbij een afslag komt ons een jongedame tegemoet. Gelukkig spreekt ze Engels, en op mijn vraag naar de juiste weg vertelt ze dat we het beste even met haar mee kunnen lopen, want dan brengt ze ons op weg naar Casais, en van daaruit kunnen we dan wel naar Soianda doorgaan, en dan zitten we weer op de goede route. We volgen haar, en gaan verder op de door haar aangegeven weg, als zij bij het huis van haar zuster stopt. Verderop ontmoeten we een oudere vrouw die de hond uitlaat, en ergens uit een zijpad komt. Als ik haar de weg vraag, vertelt ze dat ze uit Soianda komt en daar nu weer heen gaat, dus we kunnen met haar meelopen via Casais naar Soianda. Dat doen we dan ook in optocht, met twee pelgrims uit Nederland, twee uit België, één uit Zwitserland en één uit Slowakije. Half Europa achter een Portugese vrouw met hond aan. En het komt wel weer goed, want voorbij Casais zijn we heel snel in Soianda.

Bermplanten als caminopijl
De Zwitser en de Slowaak pauzeren in het café van Soianda, en Durkje en ik lopen met de twee Belgen verder naar Calvinos, want daar – ruim twee kilometer verder – willen wij onze eerste koffiestop nemen in het dorpscafé. Daar aangekomen drinken we gevieren gezellig koffie in een heel klein dorpscafé.
De Belgen willen nog iets langer blijven, en Durkje en ik gaan verder. We lopen dan onder andere door Alviobeira.
Verderop is het met de bewegwijzering op een T-spitsing weer mis. Weer geen caminopijl, dus weer zoeken in beide richtingen. Durkje vindt links de eerste gele pijl, en dan leg ik op het wegdek een sliert hoge bermplanten neer, om de vandaag nog volgende pelgrims alvast de goede weg te wijzen.
We komen door een klein buurtschap met een smalle doorgang, en verderop weer langs een doorgaande verkeersweg.

Stevig klimmen
Dan is het tijd om te klimmen. Ons routeboekje had ons al aangegeven dat we af en toe behoorlijk moeten klimmen, van 75 meter naar ten hoogste 310 meter. Onderweg kun je – ondanks de warmte van vandaag – dan onderweg boven op de hellingpaden wel genieten van de prachtige uitzichten.
We komen door diverse buurtschappen met hele moderne, maar ook hele oude en vervallen en verlaten huizen.
Onderweg passeren we ook de Hongaarse pelgrim, die we enkele dagen geleden ontmoetten in Verdelha de Baixo.
We komen door het dorpje Daporta.

Van de alto lopen naar de pomp
Om van Villa Verde naar Tojal te lopen, moeten we off road verder met een behoorlijke klim door een bosgebied van een 305 meter hoge ‘alto’ (heuveltop). Het is een prachtig bospad door een gevarieerd bos. We komen uit aan de achterkant van een wit kerkje bij een klein dorp. We pauzeren hier heel kort om een onderweg geplukte sinaasappel te eten.
Daarna lopen we door naar het dorpje Tojal, dat volgens onze routegids een café en een benzinepomp heeft. Dat café blijkt gesloten te zijn, maar bij de shop van de benzinepomp kunnen we wel onze voorraad drinken voor onderweg bijvullen. Dat is wel nodig, want het is weer warm vandaag, en we drinken veel onderweg. De Hongaarse pelgrim komt ook langs om hier bij ons te pauzeren. Later horen we dat de Belgen de benzinepomp helaas niet hebben gezien. Zij zijn iets verderop doorgelopen op de route.

Casa Torre in Cortica
Na Tojal hebben we nog zo’n tien kilometer te gaan. Eerst volgt een lang saai traject door en leeg terrein langs een niet al te drukke rechte, brede asfaltweg richting Cortica.
Onderweg is niet veel te zien, totdat we arriveren op de kruising waar de Casa Torre staat.
Bij dit bijzondere bouwwerk ontmoeten we de twee Belgische pelgrims, die hier bij de Casa Torre nog een keer kort pauzeren.
De Hongaar en wij gaan met zijn drieën verder richting onze bestemming van vandaag.

Slapen en dineren in O Brás
Over asfalt, slechte bestrating en onverharde wegen lopen we langs diverse buurtschappen, daarbij bijna altijd toe- en nageblaft door waakhonden aan kettingen.
Langs boerderijtjes met waakhonden aan kettingen
Onderweg raken we de Hongaar kwijt vanwege zijn knieprobleem, maar de Belgen die ons volgen, halen ons later weer in. Bij de ingang van onze bestemmingsplaats Alvaiázere nemen we afscheid van de Belgen. Zij kiezen ervoor om te overnachten in de plaatselijke brandweerkazerne aan onze linkerhand.
Durkje en ik gaan op zoek naar pension O Brás, en onderweg ontmoeten we dan de Hongaar weer. Met zijn drieën bellen we bij O Brás aan, en in dat pension krijgen we alle drie plek in twee prachtige kamers. Durkje en ik krijgen een ruime driepersoons kamer met balkon aan de voorzijde, met een schitterend uitzicht op Alvaiázere en de heuvels verderop.
Het is hier prachtig en warm weer, dus dat balkon, dat zit wel goed. Durkje haalt nog even de boodschappen voor morgen, en het is maar goed dat ze dat nu alvast doet, want morgen blijkt de winkel in dit dorp dicht te zijn. Om 19.00 uur worden we beneden in het restaurant van het pension verwacht voor de warme maaltijd, dus ook dat zit wel goed.
Vanavond eten we - te midden van enkele Portugese restaurantgasten - tegelijk met de Hongaarse pelgrim, een Noorse pelgrim en een Zwitsers pelgrimsstel.

Pelgrimeren van Golegã naar Tomar

Zaterdag 30 april 2016
Varken slachten in de buitenlucht in São Caetano

























Caminho Portugués de Santiago van Golegã naar Tomar
Zaterdag 30 april 2016 – 29,7 km.
Dag 7: 121,6 – 151,3 km

Ontbijt in Casa da Tia Guida
We hebben voor vandaag de etappe van Golegã naar Tomar in de planning, over een afstand van 29,7 kilometer met regelmatig klimmen en afdalen, dus we staan vanmorgen betrekkelijk vroeg op om 6.45 uur.
Voor alle zes hotelgasten staat vanmorgen het ontbijt al klaar in de grote stijlvolle eetkamer aan de voorzijde van deze statige voormalige dorpsboerderij. De andere vier gasten zijn al vertrokken, dus we ontbijten met zijn tweeën.
De hoteleigenares, van wie haar grootouders vroeger in dit grote herenhuis woonden, vult alle ontbijt-ingrediënten ruimschoots aan, en ze geeft aan dat we daarvan ook het lunchpakket voor onderweg mogen klaarmaken en meenemen. Ze vertelt dat ze gymnastiekleerkracht is op een school, en dat zij en haar man hun geërfde huis er als hotel bij exploiteren om dit huis in goede staat te houden en om er naast hun baan zo mogelijk ook nog iets bij te verdienen.

Afscheid van Golegã
Bij het afscheid vertelt ze waar we in Golegã drinken voor onderweg kunnen kopen, en als we dat hebben gekocht, wandelen we over het dorpsplein langs de kerk naar de rand van de bebouwde kom.
Onderweg worden we door twee honden – staande boven op een hoge tuinmuur - met luidruchtig geblaf verwelkomd, en bovenal ten afscheid weggeblaft.

Varken slachten en stierenvechten
Langs de doorgaande asfaltweg wandelen we in noordelijke richting. We komen eerst langs het buurtschap Casal Branco.
Ter hoogte van de driesprong van Malã slaan we linksaf.
Dan komen we de plaats São Caetano binnen bij het stenen Tempeliersmonument.
Zoals zoveel plaatsen hier in de regio wordt de plaatsnaam aangegeven met een decoratief tegeltableau.
De route voert ons door het centrum van dit dorp. Daar passeren we twee mannen die in de buitenlucht een varken op een lang tafelblad hebben liggen, dat ze slachten.
De grote barbecue staat ernaast en als ik hen vraag of het varken straks wordt gegrild, krijg ik een bevestigend antwoord.
De jongste man, die goed Engels spreekt, vertelt dat er hier in het dorp vandaag stierenvechten is, en bij zo’n dorpsfeest moet dan ook goed worden gegeten.
Aan de overzijde van de straat op een braakliggend terrein staan inderdaad al forse ijzeren hekken, waar het stierenvechten later vandaag plaats zal vinden. Maar eerst moet het varken vanochtend worden geslacht.
We lopen verder door het dorp, en dan is duidelijk te zien dat het hier met al die boerderijruïnes voornamelijk vergane glorie is.

Quinta da Cardiga
Direct buiten Casa Caetano komen we bij de Quinta da Cardiga, een voormalig en bovenal groot boerderijcomplex.
Als we de quinta voorbij zijn, zien we dat dit grote bouwwerk aan de rivier de Taag staat.
Onder de stenen boogbruggen stroomt een snelstromend riviertje uit in de Taag.
Durkje en ik laten Quinta da Cardiga achter ons.

Vila Nova Barquina
Over een steenachtig pad lopen we naar Vila Nova Barquina. Rechts van ons wordt een grote akker geëgd. Enkele ooievaars strijken neer op deze akker, op zoek naar voedsel.
Bij de ingang van het dorp, nabij de school, grazen enkele schapen in een olijfhof.
In het dorp ontmoeten we het Duitse pelgrimsstel. Ze maken zich bezorgd om de vele blaren die de Duitse op beide voeten heeft. Ze zijn op zoek naar een café om een taxi te bellen, die haar naar Tomar kan brengen. Hij wil en kan wel verder lopen naar Tomar. Wij gaan verder en komen dan over de dorpsrotonde.
Vlak buiten Vila Nova Barquina staat een café langs de weg. We gaan er naar binnen voor een kop koffie, en ontmoeten daar de twee Belgische pelgrims, die zojuist gereed zijn om verder te trekken,

Dopen in Atalaia
Het volgende dorpje waar we binnenwandelen, is Atalaia.
Daar staat een mooie kerk langs de weg, die we gaan bezoeken.
Binnen treffen we een familie aan, als gezelschap voor een in een doopjurk gekleed meisje van ruim een jaar. Ze is het middelpunt van alle belangstelling.
Eén van de familieleden vraagt waar we vandaan komen. Op onze herkomst wordt enthousiast gereageerd, want – zo blijkt – dit meisje is de dochter van een Nederlandse moeder en een Portugese vader. De jonge moeder is afkomstig uit Amsterdam, vertelt ze. Verder ontmoeten we ook nog een familielid van haar uit Almere. Ze zijn allen naar deze kerk gekomen, om deze doopplechtigheid bij te wonen. Een feestelijke dag, en er worden dan ook binnen en buiten veel foto’s van de kleine meid gemaakt.
In het koor krijgen we uitleg van een Portugese vrouw over het beeld van de heilige Fátima in deze kerk.

Klimmen en dalen in eucalyptusbos
We verlaten Atalaia om buiten het dorp een eucalyptusbos in te gaan.
De eucalyptusbomen steken prachtig af tegen de helderblauwe lucht.
Nu begint dan toch ook het serieuze klimwerk. Gelukkig wordt de route ook in het bos goed bewegwijzerd met gele pijlen, waarvan een aantal zijn gemaakt van geel bespoten keien.
We dalen en stijgen, en bij elke klim is het weer een verrassing wat we zullen aantreffen over de top.
Sommige beklimmingen zijn behoorlijke uitdagingen. Het gaat niet erg hoog, maar de kei-achtige ondergrond noodzaakt wel tot voorzichtig klimwerk.

Bananen in Grou
Na een prachtige route door een heerlijk geurend eucalyptusbos wandelen we het dorpje Grou binnen.
Bij deze plaatsnaam moeten we natuurlijk direct denken aan het Friese Grou, zo’n twintig kilometer ten zuiden van onze woonplaats Stiens.
In Grou staat een bestelbus van een groentenboer. Een groep klanten van Grou staat bij de achterzijde van de bestelbus om iets bij de venter te kopen. Wij willen wel graag enkele bananen kopen, en daartoe krijgen we alle voorrang. Tijdens het afwegen van de bananen vraagt één van de Grou-sters uit welk land we afkomstig zijn. Als we onze nationaliteit bekend maken, reageert hij enthousiast, want – zo vertelt hij – hij is vroeger ook in Amsterdam en Rotterdam geweest.
In gesprek met de Portugezen bij de groentenboer
Als we bij de moderne kerk van Grou onze bananen eten, passeren de Zweeds-Amerikaanse en de Duitse pelgrim. De Duitser vertelt dat zijn vrouw vanuit Vila Nova Barquina met een taxi is vertrokken naar Tomar.
Even later verlaten ook wij Grou.

Geen café en geen taxi
Zo’n anderhalve kilometer verder komen we in het plaatsje Asseiceira.
We komen langs een dorpscafé en dorpskruidenier. Op het terras ontmoeten we de twee Belgische pelgrims en de Duitse pelgrim. Wij vullen bij de dorpssupermarkt onze voorraad drinken aan, en gaan dan verder, want we willen pas pauzeren in het café in het volgende dorpje, zo’n half uur verderop, in Guerreira.
Maar die vlieger gaat niet op, want als we bij dat café (dat in onze wandelgids staat vermeld) arriveren, blijkt het gesloten te zijn. Daarom lopen we door naar het verkeersknooppunt van Glorieta, ongeveer een kilometer verderop.

Lunch in het wachtlokaal van Glorieta
Onderweg daar naar toe staat er een taxichauffeur langs de weg om pelgrims op te vangen. Hij probeert ons over te halen om ons met de taxi naar Tomar te vervoeren, maar daar gaan we niet op in. Hij meldt nog dat we dan nog wel zeven kilometer moeten lopen, maar ook dat haalt ons niet over om in de taxi te stappen.
Wij lopen moedig door naar Glorieta, hopend op een café aldaar. Ook nu weer hebben we geen geluk, want het stationscafé van Glorieta is gesloten. Het stationsgebouw wordt gerenoveerd en is gesloten, op één deur na. Als we die deur openen, blijkt achter die deur het wachtlokaal van het station te zijn. We gaan hier naar binnen en nemen plaats op de houten bank om daarop te lunchen. Bij onze lunch nemen we ook weer fruit; nu geen banaan, maar de twee sinaasappels die we gisteren onderweg kregen aangeboden van de Portugees bij de waterzuiveringsinstallatie van Azzancha.

Laatste zware loodjes
Voorbij Glorieta gaat het verder over een karrenspoor parallel aan een spoorlijn.
We naderen de bebouwing van Casal Marmelo.
En even later lopen we de bebouwde kom van Casal Marmelo binnen.
Het volgende dorpje dat we doorkomen, is Casal das Bernardas.
Als we later al de stad Tomar in zicht hebben, buigt de route af naar het dorp Cabecas, en om daar te komen, moeten we over een asfaltweg nog behoorlijk klimmen.
Bij Cabecas buigen we af naar rechts, en ook dan is het klimmen nog niet voorbij, want de route brengt ook nog hoger, naar de Alto do Piolhinho.
Maar dan is het met het klimmen eindelijk gedaan, want dan buigen we af naar het lager gelegen São Lourenco. Daar gaan we onder het spoor door, en dan komen we bij een café en een kapel bij de doorgaande weg richting Tomar.

Tomar
Even later wandelen we de stad Tomar binnen, onze bestemming voor vandaag. Het is nu 15.05 uur, dus we hebben de 29,7 kilometer – zeker gezien het vele klimmen en dalen - vlot gelopen, namelijk in zeven uren. Later op de dag hoorden we van twee Italiaanse pelgrims dat ze een uur eerder waren vertrokken uit Golegã en ook om ongeveer drie uur in Tomar arriveerden, dus dan hebben wij het in een prima wandeltempo doorlopen.
Aan de rand van Tomar passeren we een bijzonder woonkampement, waarvan veel huisjes op tamelijk armoedige wijze zijn gebouwd van allerlei soorten hout en ijzer.
Wij lopen alsmaar rechtdoor naar het centrum van Tomar, waar we een overnachtingsplek vinden in het hostel Cavaleiros de Cristo.

Gezellige avond in de stad
Het is hier in Tomar een gezellige boel. Waarschijnlijk zal hier vanavond en morgen wel behoorlijk feest worden gevierd. Jongeren lopen nu al met vlaggen over de schouders. Morgen is het 1 mei, de Dag van de Arbeid, hier ook een nationale feestdag. Wij eten vanavond in een restaurant in het gezellige voetgangersgebied in het stadscentrum van Tomar, met uitzicht op het oude kasteel van de Tempeliers van Tomar. In het restaurant ontmoeten we weer het Duitse pelgrimsstel, dat we bij aankomst in het centrum van Tomar vanmiddag ook al hadden ontmoet. Zij had na aankomst met de taxi als kwartiermaker gefungeerd en voor hen beiden al een geschikte overnachtingsaccommodatie gevonden in het centrum, tegenover dit restaurant.

zondag 8 mei 2016

Pelgrimeren van Santarém naar Golegã

Vrijdag 29 april 2016
Langs een broccoliveld naar Reguengo do Alviela



















Caminho Portugués de Santiago van Santarém naar Golegã
Vrijdag 29 april 2016 – 31,2 km.
Dag 6: 90,4 – 121,6 km

Uitzicht over de Taag bij de Sint-Jacobspoort
We hebben voor vandaag de etappe van Santarém naar Golegã in de planning, over een afstand van 31,2 kilometer, dus we staan vanmorgen betrekkelijk vroeg op om 7.00 uur.
Voor alle gasten staat vanmorgen het ontbijt al klaar in de eetkamer naast de keuken, dus we kunnen daar bij de andere vier gasten aanschuiven voor een behoorlijk ontbijt.
Daarna vertrekken we direct, om in het stadscentrum een aantal broodjes voor vandaag te kopen. Dan wandelen we door het centrum in de richting van de Santiago-poort, waardoor we straks de stad richting Santiago de Compostela zullen verlaten. Maar eerst willen we bij het naastgelegen panoramapunt op de voormalige burchtmuur nog genieten van het uitzicht over de Taag en over de riviervallei.
Het hek naar het park is helaas gesloten, maar we zien een Portugese vrouw rechts van ons toch het parkterrein betreden via een zij-ingang. Wij volgen haar en zo komen we dan toch in het park, bovenop de oude stadsmuren.
Daar krijgen we een prachtig uitzicht over de beide kanten van de Taag.

De Sint-Jacobspoort van Santarém
Dan is het tijd om naar de Santiago-poort te gaan.
Deze poort moeten we door om de stad Santarém in de juiste richting te verlaten.
Als we door de poort lopen, staan we buiten de stad aan de voet van de oude burchtmuur.
Dan volgt een behoorlijke steile afdaling over een hellingpad in de richting van de Taag.

Ribeira de Santarém
Beneden aangekomen, moeten we verder langs een drukke asfaltweg, die ons naar de plaats Ribeira de Santarém voert.
We wandelen Ribeira de Santarém binnen en steken in het centrum het treinspoor bij de spoorwegovergang over.

Karrenspoor tussen akkers en wijnvelden
Buiten Ribeira de Santarém komt ons langs de asfaltweg een oudere Portugees tegemoet, die ons uitgebreid met een tekening op de grond en met een lange toelichting uitlegt waar we de weg moeten verlaten, om dan voorbij het bedoelde huis kilometers lang het karrenspoor te volgen richting de volgende plaats.
We volgen zijn aanwijzingen en bewandelen dan een prachtig karrenspoor tussen pas ingezaaide akkers en langs wijnvelden. Een wijnboer komt ons op zijn kleine tractor tegemoet en wenst ons bovenal een goede caminho.
Het is een prachtig pad tussen al die akkers en velden, waar het ook heerlijk ruikt.
We lopen hier ver van de bebouwing af, en zien slechts af en toe een restant van wat in dit gebied wel ooit een mooi huis is geweest.
Onderweg ontmoeten we nog een Amerikaanse pelgrim van Zweedse komaf. Hij zit in de schaduw onder een boom een banaan te eten, en vertelt dat hij zojuist terug is geweest naar Santarém om zijn vergeten wandelstokken weer op te halen. Dat heeft hem al met al meer dan een uur gekost, en zijn Ierse wandelmaat is ondertussen doorgewandeld, dus die is al ver vooruit.

Vale de Figueira
We komen via een asfaltweg in het dorp Vale de Figueira aan. Op het dorpsplein bij de kerk zit de Ierse pelgrims op een muurtje bij het café. Binnen heeft hij al koffie gedronken, en nu wacht hij zijn wandelmaat op. We vertellen hem hoe lang het ongeveer gaat duren voordat hij hier arriveert.
Daarna gaan wij koffiedrinken in het café van dit dorp. Als we even later weer vertrekken, zijn de Zweeds-Amerikaanse en Ierse pelgrim weer herenigd, en zitten zij nog een kop koffie binnen in het café te drinken.

Zonnepanelen en broccoli
Wij verlaten Vale de Figueira en nemen een breed steenachtig pad met uitzicht op de heuvels linksachter ons.
Op een zeker moment, nog voordat we een rivierbruggetje oversteken, komen we al parallel aan het snelstromende riviertje te lopen.
We passeren een grote boerderij, waarvan een deel al zwaar is vervallen, maar waar dan wel weer een groot aantal zonnepanelen staat opgesteld. We zien dergelijke installaties van zonnepanelen hier regelmatig in het open veld, soms niet, maar ook wel bij boerderijen.
Over het karrenspoor passeren we een veld met doorgeschoten broccoli. Van de ene plant resteert alleen nog het blad, andere planten bevatten nog behoorlijk wat broccoli, en andere broccoliplanten staan vrolijk in gele bloei.

De nieuwste route van de gemeente Golegã
Op een betonnen waterbassin onder enkele bomen zit een pelgrimsstel, dat afgelopen nacht ook in ons pelgrimshostel overnachtte. Het is een jong Duits stel, dat ook al bedreven is geraakt in het pelgrimeren op de camino’s van Spanje. Ze rusten hier even. Ze vertellen ons dat hen enkele dagen geleden al was verteld door een Portugese pelgrim dat er ook een Nederlands pelgrimsechtpaar op de caminho loopt. Het blijkt nu dat het de Portugese Fátima-pelgrim was, die wij enkele dagen geleden in de kathedraal van Lissabon spraken, die deze twee Duitse pelgrims over ons vertelde.
Op een T-splitsing begint een geheel nieuwe bewegwijzering met keurig geglazuurde wandtegels, op veel plaatsen aangebracht door de gemeente Golegã.
Op dit punt splitsen ook twee route-alternatieven. Wij volgen de recent aangegeven bewegwijzering van de gemeente Golegã, die ons eerst voert naar het dorpje Reguengo do Alviela. Deze route vermijdt een lager gelegen gebied, dat in 2012 door de rivier de Taag overstroomde.

Pombalinho
Hier bij Reguengo do Alviela komen we op de doorgaande asfaltweg. Ver van de weg af zien we een boer zijn akker ploegen. Een grote groep ooievaars volgt zijn ploegspoor, op zoek naar voedsel.
Het eerste dorpje waar we dan door komen, is Pombalinho.
Hier ontmoeten we de twee Belgische pelgrims weer, die in gesprek zijn geraakt met een Franse schrijfster die met haar wandelrugzak op de rug deze caminho op en neer wil fietsen, om er vervolgens een spiritueel betoog over te schrijven in haar volgende publicatie over pelgrimeren.
Durkje en ik gaan het eerste plaatselijke café binnen, waarin ook het postkantoor is gevestigd. Een bont gezelschap van heel jong tot heel oud, met allerlei verschillende motieven om hier te zijn, zit hier bij elkaar in dit gezellige dorpscafé. We lunchen hier te midden van Portugezen en een drietal pelgrims, waaronder op zeker moment ook het pelgrimerende Duitse stel, dat wij zojuist ook al ontmoetten in het veld.

Azzancha
Daarna voeren de gemeentelijke camino-wegwijzers ons naar het plaatsje Azzancha.
We passeren daarbij een waterrijk natuurgebied.
Vlak voordat we Azzancha binnen wandelen, passeren we de plaatselijke waterzuiveringsinstallatie. Een medewerker roept ons, en we raken kort met elkaar in gesprek. Hij vraag ons of we water nodig hebben voor onderweg. We antwoorden dat dat niet nodig is, want we hebben zojuist in Pombalinho ‘bijgetankt’. Hij wil ons kennelijk toch iets meegeven, dus vraagt hij ons of we ieder een sinaasappel mee willen hebben. Die nemen we graag van hem aan, dus hij loopt zijn kantoortje binnen, en komt dan direct weer terug met twee Portugese sinaasappels, die wij met grote dank van hem aannemen.
We nemen afscheid van deze vriendelijk Portugees en wandelen dan het dorpje Azzancha binnen, waar gemeentewerkers bezig zijn om het openbaar gebied prachtig her in te richten.

Azinhaga
Vanuit Azzancha wandelen we direct ook het dorpje Azinhaga binnen. Zoals op zoveel andere plaatsen zien we ook hier weer grote aantallen zwaluwen af en aan vliegen naar hun prachtig gebouwde nesten onder een dakgoot, tegen de muur.
Aan de rand van het dorp staat een groot bord van de Europese Unie, waarmee de voorbijgangers erop worden gewezen dat hier een pelgrimsroute richting Santiago de Compostela langs gaat.
Iets verderop wandelen we Azinhaga uit.
Langs de drukke doorgaande asfaltweg passeren we een iets van de weg af staande ruïne van een kerk.
Bovenop de kerk heeft een ooievaarspaar een nest gebouwd. Eén ooievaar staat boven op het nest.

Quinta da Broã
Aan de andere zijde van de weg passeren we een ruig terrein dat een kleurrijk palet van allerlei soorten bloeiende planten toont.
Dan wandelen we het dorpje Broã binnen.
We lopen recht op een grootschalige boerderij af.
Het is de Quinta da Broã. Een waakhond aan een ketting houdt bij de ingang van de grote hoeve de wacht.

Golegã
Aan de rand van Broã steken we de Rio Almonda over, en dan rest ons tenslotte nog een ruim vijf kilometer lang recht traject langs een drukke asfaltweg van Broã naar onze plaats van bestemming Golegã.
Bij de ingang van Golegã pauzeren we kort.
Hier bekijken we dan ook in ons routeboekje welke overnachtingsaccommodaties er in Golegã zijn. Daarna lopen we het stadje binnen, om aan de overzijde van het dorpsplein bij de kerk naar het toeristenbureau te gaan, waar we vragen om een geschikte overnachtingsplek in Golegã. We worden daar vriendelijk en duidelijk te woord gestaan en krijgen een prima tip om te gaan overnachten in ‘Casa da Tia Guida’. Daar vinden we een goede slaapplaats voor de komende nacht. Er zijn ook enkele restaurants in deze plaats, dus ook een goede maaltijd zit er vandaag wel weer in.
Het was weer een lange wandeling vandaag, met mooi weer, af en toe zonnig en warm, en af en toe ook enigszins bewolkt met een koele bries. De route met veel mooie paden door een prachtig agrarisch gebied maakte ook van deze dag weer een mooie pelgrimsdag.
Aan het eind van de dag het wandelverslag schrijven in Casa da Tia Guida