vrijdag 17 mei 2019

Pelgrimeren van São João da Madeira naar Porto

Woensdag 24 april 2019
Over het hellend bospad van Perosinho naar Vila Nova de Gaia



















Van Lissabon naar Santiago de Compostela
Caminho Portugués de Santiago van São João da Madeira naar Porto
Woensdag 24 april 2019 – 34,3 km.
Dag 16: 337,9 – 372,2 km

Begin van een regenachtige dag
Durkje en ik hebben voor vandaag een lange route op het programma staan. De afstand van São João da Madeira naar Porto is 34,3 kilometer. We staan om 6:15 uur op, want vanaf 7:00 uur zouden we volgens onze gastvrouw van Residencial Solar São João kunnen ontbijten. Om 6:55 uur staan we bij een afgesloten deur van de ontbijtzaal. Achter die glazen deur is het nog donker, en we horen ook niets van enige voorbereiding voor het ontbijt. We wachten nog tot iets na 7:00 uur, maar nog steeds geen beweging in de ontbijtzaal te bekennen. Ondertussen is één van de vier Zuid-Koreaanse pelgrims ook al voorbij gekomen. We besluiten niet langer te wachten, en gaan naar boven om onze rugzakken te halen. Als we zullen vertrekken, merken we dat de ontbijtzaal open is, en gaan we toch naar binnen. In het keukentje achter de ontbijtzaal tref ik een man aan die net – te laat - begint om alles voor het ontbijt gereed te maken in de keuken. Inmiddels zijn ook de vier Zuid-Koreanen aangeschoven in de ontbijtzaal, en er komt een Portugees ook erbij.
De man in de keuken doet erg zijn best om het verlate ontbijt snel op gang te brengen, en het duurt maar even of Durkje en ik hebben broodjes, beleg en koffie op tafel staan. We kunnen beginnen, en de Zuid-Koreanen iets later ook.
Om 7:45 uur staan we klaar voor vertrek.
We kijken nog even naar buiten, of het al droog is, maar dat is het nu niet, en het ziet er ook niet naar uit dat het op korte termijn wel droog zal worden. We trekken de regenponcho’s direct maar aan en gaan dan naar buiten. Daar starten we in de regen en stevige wind, maar gelukkig hebben we de wind in de rug, en de regenponcho’s behoeden ons voor al te natte kleding, dus we wandelen toch maar São João da Madeira uit.

Van Malaposta via Ferradal naar Mozelos
We kruisen de N-227 en de N-1 en lopen dan naar het dorpje Malaposta. Onze routegids geeft aan dat we dit dorp uit wandelen over een oude Romeinse weg, een zogenoemde ‘calzada romana’, geplaveid met keien, en aan weerszijden grote stapstenen. Het noopt ons in elk geval om voorzichtig over de natte, gladde keien te lopen.
Verderop wandelen we weer een dorpje binnen. Omdat we hier in deze regio nauwelijks plaatsnaamborden zien staan, vragen we aan een passerende Portugese vrouw in welk dorpje we nu zijn gearriveerd. Ze vertelt dat het Ferradal is.
Dan hebben we nu 9,3 kilometer gelopen. We besluiten nog de 3,8 kilometer naar het volgende dorpje te lopen, want daar is volgens onze routegids ook een café, en dan hebben we daar zo ongeveer een derde deel van de etappe van vandaag gelopen.
Om 10:30 uur wandelen we Vila de Mozelos binnen. Langs de drukke doorgaande weg van de N-1 komen we langs een bakkerswinkel, waar ze ook koffie serveren. We kopen binnen een paar verse broodjes, en eten die in de bakkerszaak op met twee koppen koffie erbij.
Als we weer aanstalten maken om te vertrekken, raadt de bakkersvrouw ons aan om nog even te wachten, want het regent weer pijpenstelen, dus we zouden er goed aan doen om eerst die stevige bui af te wachten. Die goede raad volgen we op.
Buiten lopen we verder door het dorp. We passeren een huis met een tuin waarin veel beelden in de verkoop staan, waaronder een beeld van Sint Jacobus.

Verjaardagskaart voor Elwin vanuit Portugal
Na enige tijd doorkruisen we het dorpje Vila de Nogueira da Regedoura.
Daarna volgt de stad Grijó, waar we het klooster ‘Mosteiro San Salvador’ passeren.
We willen doorlopen tot aan Perosinho, want spoedig daarna gaan we een stedelijk gebied in. In Perosinho nemen we een pauze in het eerste café dat we hier aantreffen.
Zojuist passeerden we onderweg al een klein postkantoor, waar we enkele postzegels hebben gekocht. In Perosinho doen we een mooie verjaardagskaart in de brievenbus, die we thuis al hebben gemaakt, voor de verjaardag van ons eerste kleinkind Elwin, die over enkele dagen één jaar wordt. Pake en beppe zijn dan nog op de Caminho, dus samen vieren doen we later zeker nog.
In de stromende regen gaat de enveloppe in de brievenbus, om te worden verzonden naar Nederland, waar het – getuige de foto’s die we vandaag via Whatsapp delen – wèl stralend mooi weer is.

Bospaden naar Vila Nova de Gaia
Voorbij Perosinho volgt het mooiste deel van deze dagetappe.
We gaan eerst over een lang traject van een calzada romana (Romeinse weg).
Daarna gaat het verder over een mooi breed bospad (met overigens wel heel veel grote waterplassen op het pad), en verderop over een smal rotsachtig pad.
Ondertussen passeren we nog enkele pelgrims, en ontmoeten we – evenals ook al eerder vandaag - enkele pelgrims die in tegenovergestelde richting onderweg zijn naar de populaire Portugese bedevaartsplaats Fatima. Ook drie mountainbikers passeren ons met behoorlijke snelheid over dit toch wel gevaarlijke pad. 
Als we het bos uit komen, zien we in de verte de stad Vila Nova de Gaia liggen, de voorstad van Porto, waar we nu naar toe lopen.

Twee nachten in Porto
We moeten vanaf het begin van het stedelijk gebied van Vila Nova de Gaia nog zo’n 6,5 kilometer in noordelijke richting en heuvelafwaarts lopen. Op een zeker moment zien we voor het eerst de stad Porto liggen, met de hooggelegen kathedraal van Porto.
De aanhouder wint ook hier, want om 16:00 uur staan we in Jardim do Morro aan het begin van de lange brug over de Rio Douro, die ons nog scheidt van Porto.
Als we deze brug over steken, wandelen we Porto binnen.
Over de Rio Douro naar de kathedraal van Porto
We steken via de voetgangersstrook de lange en hoge brug over. De wind uit zee is sterk, koud en nat, dus onze pelgrimshoeden beschermen ons linker oor voor de straffe ijskoude zeewind.
Weer aan vaste wal lopen we door naar de kathedraal.
Die gaan we morgen bezoeken, dus voorbij de kathedraal wandelen we naar de VVV. Daar krijgen we een stadsplattegrond mee, met daarop een aantal mogelijke overnachtingsadressen. Door Porto blijven we de pelgrimsroute volgen, en krijgen we bij onze derde poging in het centrum van de oude binnenstad een verrassend mooie dubbele kamer toegewezen in Hotel Peninsular, en ook nog tegen een pelgrimsvriendelijk tarief. We boeken de kamer direct voor twee nachten, want morgen willen we de stad Porto bezichtigen, om overmorgen dan weer verder te trekken op de Caminho Portugués.


Pelgrimeren van Albergaria A-Velha naar São João da Madeira


Dinsdag 23 april 2019
Zes pelgrims drinken samen koffie in Pinheira da Bemposta



















Van Lissabon naar Santiago de Compostela
Caminho Portugués de Santiago van Albergaria A-Velha naar São João da Madeira
Dinsdag 23 april 2019 – 29,2 km.
Dag 15: 308,7 – 337,9 km

Vroege start
Gisteravond hebben we een goede pelgrimsmaaltijd gegeten in een bar-restaurant dat zich vooral ook richt op de ontvangst van pelgrims als dinergast.
Durkje en ik hebben voor vandaag een lange route op het programma staan. De afstand van Albergaria A-Velha naar São João da Madeira is 29,3 kilometer. Daarom staan we om 6:15 uur op. We hoeven geen rekening met ontbijttijden te houden, omdat er tot 10:00 uur beneden in het restaurant van Pension Parentes nog niemand aanwezig is. Gistermiddag hebben we in het centrum in een pastelaria alvast een paar broodjes gekocht, dus die vormen vanmorgen ons ontbijt in de kamer van het pension. Als we alles klaar hebben voor vertrek gaan we om 7:15 uur naar buiten.
Tegenover het pension is een andere pastelaria, en die is al open, dus daar vullen we onze voorraad drinken bij, zodat we in principe voor de hele dag drinken bij ons hebben. Na een kopje espresso zijn we klaar om op stap te gaan.


Eucalyptusboswandelen in de regen
We wandelen het stadje uit, maar zien ondertussen wel dat de lucht nu al regen aankondigt. De weersvoorspelling is dat we vandaag en morgen veel regen zullen krijgen onderweg.
We zijn nog maar net de bebouwde kom van Albergaria-A-Velha uit als het behoorlijk begint te regenen. In het viaduct onder de N-1 trekken we onze grote regenponcho aan, zodat niet alleen wij, maar ook onze rugzakken droog blijven.
Over een karrenspoor achter woningen lopen we in noordelijke richting. Verderop gaan we linksaf het bos in. Ook hier bestaat het bos weer uit voornamelijk eucalyptusbomen.
Ten zuiden van Albergaria-a-Nova komen we het bos uit bij de N-1. Die autoweg volgen we, waarbij we ook langs een pelgrimsherberg komen.
Daarna wandelen we Albergaria-a-Nova binnen.

Branca en Escusa
In het dorpje Branca wordt het droog, dus daar doen we de regenponcho uit.
Dat is dan wel even lekker fris, maar we zullen de rest van de dag heel vaak de regenkleding weer aan en uit doen. Het is de hele dag inderdaad wisselvallig weer, met af en toe een kleine opklaring, en dan weer donkere regenwolken met regenbuien als gevolg. Het deert ons echter niet, want ook in de regen kunnen we met onze poncho’s aan prima doorwandelen.
Het volgende dorp dat we doorkruisen, is Escusa. Een naaktslak kruipt heerlijk zacht over een met nat mos bedekt muurtje, met uitzicht op een vervallen stenen fabriekspijp op een overwoekerd oud bedrijfsterrein.

Gezellige koffiepauze met pelgrims
In onze pelgrimsgids staat een café aangegeven in het dorpje Pinheiro da Bemposta. De vrije Paasdagen zijn voorbij, dus we gaan er voor het gemak maar van uit dat dit dorpscafé vanmorgen wel open zal zijn. De afstand vanuit ons pension naar dat café is 12,5 kilometer, dus dat zou een ons goed passend rustpunt kunnen zijn. Als we in het dorp aankomen bij het treinstation geeft een geopend-bordje hoop op koffie. Bij een snelle check blijkt die horecagelegenheid echter gesloten te zijn.
Verderop echter komen we langs een gesloten dorpswinkel, met daarnaast een geopende pastelaria. Een groep van vier pelgrims zit in een nis – zowaar in het voorzichtige zonnetje – op een aantal gestapelde pallets. Wij stappen daar op af, en de pelgrims schuiven een eindje op, zodat wij er ook nog gemakkelijk bij kunnen. De regenponcho’s gaan uit, we halen binnen koffie, en drinken dan een heerlijk bakje koffie in de zon. Enige tijd later komen ook de man en vrouw erbij die wij zojuist voorbij zijn gelopen vlak vóór het dorp. De man was nogal stevig aan het redetwisten toen wij hen daar naderden, en de vrouw maande de man om zich koest te houden toen ze ons zag aankomen. Niet zo gezellig dus voor die twee. Twee andere pelgrims vertrekken en zij nemen plaats bij ons in de nis. De vier andere – individuele - pelgrims die hier nu bij ons zitten, zijn twee Italianen, een Franse vrouw en – tot onze verrassing – een vrouw die ons vertelt dat ze uit Belarus komt. We vertellen haar dat wij een gastdochter – Aksana - hebben die in de Witrussische stad Mogilov woont, en dan vertelt zij – Sveta heet ze - dat ze ook in Mogilov woont, en de straat goed kent waar Aksana met haar gezin woont.
De andere vrouw komt uit Saint-Jean-Pied-de-Port, de plaats van waaruit de pelgrims Frankrijk verlaten om de Pyreneeën over te steken, om daar op de Spaanse camino richting Santiago de Compostela verder te gaan. Wij hebben daar ook de oversteek gemaakt tijdens onze eerste pelgrimstocht.
De eerder bekvechtende Italiaan gaat als eerste weg, en laat de Witrussische Sveta hier achter.
Dat is wellicht ook maar beter zo. Wij vertrekken daarna ook, en de andere drie blijven nog even achter. We zien hen later op de dag niet weer.

Verkeersaders
De regenponcho’s moeten direct weer aan. Via een ijzeren loopbrug gaan we over de N-1 en dan komen we in het dorpje Bemposta. Bij veel van de bijzondere huizen staat een informatiebord, dus dit is in elk geval een dorpje met een verhaal van vroeger.
Op een gevaarlijke plek steken we de nogal drukke autoweg N-1 over, en dan komen we in het dorpje Travanca.
Verderop moeten we door een kleine spoortunnel.
Daarna wandelen we een eindje langs het treinspoor.

Binnen rusten en lunchen in Oliveira de Azeméis
Dit is een wandeldag met heel veel stijgen en dalen. We zetten nu een lange en steile afdaling in. Eerst komen we over een heel smal waterloopje, en een eind verder gaan we over een middeleeuwse stenen boogbrug, die in 2003 is gerestaureerd.
Onze lunchpauze hebben we gepland in de stad Oliveira de Azeméis. We kopen in een buitenwijk bij een kruidenier enkele bananen voor bij de lunch, maar kiezen er voor om deze keer binnen bij een café-restaurant iets te eten en te drinken. Het regent licht, en het is maar zo’n 10 graden Celsius, dus een rustpauze in een warme horecagelegenheid is wel aantrekkelijk.
Na deze lunchpauze wandelen we door naar het centrum van Oliveira de Azeméis.

Lijkt op de Spaanse camino
In Santiago da Riba Ul komen we op een mooi stukje van de route. We gaan hier over een zogenoemde Calzada, een oud stenen pad, hier tussen hoog opgaande muren, langs een hórreo. Het is net of je hier op de camino in Spanje loopt.
Wederom komen we over een middeleeuwse stenen boogbrug, die hier het riviertje de Ul overstrekt.
Aan de overzijde staat ook een hórreo.
Een eindje verder passeren we de vier ons inmiddels bekende Zuid-Koreaanse pelgrims, die op het moment van onze passage aanstalten maken om te vertrekken vanuit een plaatselijk dorpscafé.
Wij wandelen het dorpje Vila de Cucujães in en door.

Zicht op de stad
Dan zien we op een gegeven moment in de verte de stad São João da Madeira liggen. Maar om daar te komen, moet we eerst nog door het dorpje Faria de Cima.
Vanaf hier begint het weer stevig te klimmen. Bovenin ontmoeten we heel veel mensen in witte broeken, truien en jassen. Het blijkt dat het fabrieksarbeiders zijn, die in hun bedrijfskleding van shift wisselen in hun fabriek waar ze hoofdsteunen voor voertuigen produceren.
Voor ons ligt er dan nog een lange rechte route in het verschiet om vanuit de buitenwijken van de stad door te lopen naar het stadscentrum van São João da Madeira. Na enige tijd komen we in het voetgangersgebied van het stadscentrum, en dan ineens zien we tegen drie uur aan de overzijde van een rond centrumplein de naam van de accommodatie die wij op het oog hebben om er vannacht te overnachten.

Residencial voor pelgrims
Onze pelgrimsgids geeft aan dat deze Residencial Solar São João erg geliefd is bij pelgrims, dus daar gaan we naar binnen. We vragen om een kamer, en krijgen er één toegewezen, maar moeten in de ontbijtzaal nog even wachten tot die kamer klaar is.
Ondertussen komen de vier Zuid-Koreaanse pelgrims ook binnen, en zij kunnen direct doorlopen naar hun slaapverblijf. Kennelijk hadden ze die gereserveerd, en kunnen nu direct door naar hun kamer. Wij zouden nog ongeveer 50 minuten moeten wachten, dus ik begin maar vast de foto’s van vandaag op de meegenomen mini-laptop te zetten. Na nog geen half uur kunnen wij al onze kamer in gebruik nemen, dus dat gaat heel vlot.
Vanavond gaan we in de stad ergens een hapje eten, en dan staat morgen de lange tocht naar Porto op het programma.


Pelgrimeren van Águeda naar Albergaria A-Velha


Paasmaandag 22 april 2019
Via de Ponte Romana over de Rio Marnel 



















Van Lissabon naar Santiago de Compostela
Caminho Portugués de Santiago van Águeda naar Albergaria A-Velha
Paasmaandag 22 april 2019 – 16,3 km.
Dag 14: 292,4 – 308,7 km

Paasmaandag in Águeda
Durkje en ik hebben voor vandaag een korte route op het programma staan. De afstand van Águeda naar Albergaria A-Velha is slechts 16 kilometer, dus we hoeven ook niet al te vroeg op te staan. Bovendien kunnen we in het logement waar we vannacht hebben overnacht pas om 8:00 uur ontbijten. Daarom wekt de wekker ons vanmorgen pas om 7:15 uur. Als we alles klaar hebben voor vertrek gaan we naar beneden, waar we een goed ontbijt krijgen aangeboden, dus we kunnen daar prima mee vooruit vandaag.
Even vóór 8:30 uur staan we verderop in de winkelstraat bij de ingang van de supermarkt. De verkoopster roept van binnen naar buiten dat wij nog tien minuten moeten wachten, want dan pas gaat de winkel open. We blijven pontificaal vóór de deur staan, en al na zo’n vijf minuten worden we binnen gelaten. Als we alle boodschappen voor vandaag hebben ingekocht, lopen we langs onze overnachtingslocatie naar ons startpunt van vandaag.
Voorbij de brug wandelen we langs de Rio Águeda.
Op deze vroege Paasmaandag is het nog stil op straat.

Zona Industrial
Al vrij snel begint een behoorlijke klim door een buitenwijk van Águeda. Verderop wordt de weg nog steiler, dus we moeten behoorlijk kracht zetten om omhoog te komen.
Verderop lopen we over een bedrijventerrein. Hier en daar staan auto’s bij de bedrijven, dus kennelijk wordt er toch nog wel gewerkt vandaag.
Als we bijna aan het eind van het bedrijventerrein zijn, komen we langs een man die een aanhangertje heeft achter zijn bromfiets. Hij heeft in de bossage op het bedrijventerrein een stapel hout gesprokkeld, en heeft dat inmiddels op zijn wagentje geladen.
Het is bewolkt, maar de zon breekt af en toe door de wolken. De lucht is vochtiger dan de afgelopen twee dagen. We passeren een pelgrim. De man loopt enigszins moeizaam, en het zweet drupt hem aan alle kanten langs zijn hoofd. Toch groet hij ons monter, als we hem passeren.
Vlak vóór het volgende dorp komen we langs een huis met een klein erf, dat vol staat met kleine tractoren. Aan de buitenmuren hangen allerlei kleine tegeltableau’s.

Oude glorie in Mourisca do Vouga
We wandelen het dorp Mourisca do Vouga binnen. Dit is een langgerekt dorp, bestaande uit een hoofdstraat met aan beide zijden bebouwing.
Net voorbij de plek waar een oude man ons voorbij ziet gaan, zien we dat hij in de grote tuin naast zijn huis een groep schapen en geiten houdt.
Na het centrum komen we langs een hele oude en grote villa, die jammer genoeg onbewoond en al behoorlijk vervallen is. Door het verval heen zie je nog veel van de oude glorie van vroeger.
Vrouwen fietsen ons voorbij, veelal in blauwgeruite lange schorten; kennelijk even naar de bakker om brood te halen. Een oude man loopt voor ons uit met zijn fiets aan de hand, en een schep over de schouder.
We halen hem in, en even later fietst hij ons voorzichtig voorbij. Een lesauto rijdt heel langzaam vlak achter hem aan, als wil de chauffeur zijn lesauto als schild gebruiken om de oude man voor een ernstig ongeluk te behoeden als hij met zijn schep van zijn fiets zou vallen op deze drukke doorgaande weg.

Nog 330 kilometer
Voorbij Mourisca do Vouga moeten we de drukke N-1 oversteken. We wachten keurig op het groene licht bij de voetgangersoversteekplaats. Van rechts komt een mevrouw in een auto aanrijden, en die blokkeert alle verkeer achter haar, en gebaart ons om nu de weg over de steken. Op dat moment springt ook het voetgangerslicht op groen. We steken veilig over.
Volgens onze wandelkaart zouden we eerst door het dorpje Trofa moeten komen, maar direct aan de overzijde van de N-1 staat al het plaatsnaambord van Pedacães.
In het centrum van Pedacães komen we langs een watertappunt. Boven de waterkraan hangt een tegeltableau waarop staat dat het vanaf  hier nog 330 kilometer is naar Santiago de Compostela.

2e eeuwse Ponte Romana
Dan volgt een bijzonder deel van de route van vandaag. Voorbij Pedacàes zetten we een flinke afdaling in. We moeten namelijk afdalen naar de rivier Rio Marnel. Daar aangekomen arriveren we in Ponte bij de Ponte Romana.
Dit is een hele lange stenen boogbrug over de Rio Marnel.
We steken deze bijzonder oude, 2e eeuwse brug over.
Daarna buigen we af naar links.

Warm welkom voor pelgrims in Casa Leonel
We moeten nu weer omhoog, uit het rivierdal. Dan komen we weer bij de drukke autoweg van de N-1, die we nu in noordelijke richting moeten volgen. Al snel komen we bij een lange en nieuwe brug, die hier het rivierdal van de Rio Vouga overstrekt. Rechts van ons zien we nog de restanten van de voormalige rivierbrug.
Wederom steken we de N-1 over, en dan komen we in het dorpje Lameiro. Iets hoger gelegen boven de N-1 staat een kleine bar, waar enkele mensen bij de ingang staan. Voor ons is het tijd voor een koffiepauze. Toch lopen we nog even verder naar het dorpje Serém.
We hebben op onze routekaart gezien dat daar in Serém ook een bar is, dus we gokken erop dat dit café in Serém op deze Paasmaandagochtend ook open zal zijn. Als we aan komen lopen op het kruispunt, worden we door een hondje op het erf van dit café al enthousiast begroet. In de tuin hangt een banier waarop staat dat men hier in Casa Leonal een pelgrimsstempel heeft, met een glimlach.


Naast het oude dorpswinkeltje is een modern café, Casa Leonel, waar we naar binnen gaan.
Een vrouw dweilt de vloer nog, en waarschijnlijk is het café net open, want er zijn nog geen andere gasten. Op de bar staat een grote chocoladecake in tulbandvorm. We bestellen koffie, koud water en twee plakken van die lekker ogende cake. De jonge barkeeper – Leonel – snijdt twee hele grote stukken cake van de tulband, en die serveert hij bij een heerlijke kop Café Americano. Met de mee-geserveerde mes en vork beginnen we van de cake te eten, die nog warm blijkt te zijn, dus kennelijk nog maar net klaar.
Ondertussen komen er al meer gasten binnen, waaronder ook een stel dat de route fietst. Zij komen alleen voor een pelgrimsstempel, die wij overigens ook al in onze pelgrimspassen kregen van Leonel.
Aan de muur – the Wall of Fame - hangen tientallen foto’s van veel pelgrims, alleen of in groepjes, die hier hebben gepauzeerd.
Leonel vraagt of hij van ons ook een foto mag maken, en vertelt dat hij die ook op de Facebook-pagina van Casa Leonel zal publiceren. Dat doen we graag voor onze vriendelijke gastheer.
Na deze aangename pauze wandelen we verder door het dorp Serém.

Aangenaam Eucalyptusbos
Vóór ons zien we dan de pelgrim weer lopen, die wij eerder vanmorgen op het bedrijventerrein al passeerden. We halen hem in op de plek waar we een Eucalyptusbos in gaan. De man vertelt dat hij zojuist een pilsje heeft gedronken in de bar in Lameiro, aan de N-1. Hij heeft zijn rugzak af gedaan, want ook hier pauzeert hij weer even. We zien hem later vandaag op de route niet weer.
Wij wandelen over het brede bospad, dat af en toe daalt en stijgt, door een heerlijk geurend Eucalyptusbos. Een mooi deel van deze route van vandaag. Even geen verkeer, maar de rust van het bos. We stijgen naar een hoogte van 125 meter.
Als we het bos uit komen, gaan we via een viaduct over de A-25 heen, en dan wandelen we het dorpje Assilhõ binnen, dat de overgang vormt naar de stad Albergia A-Velha.

Op zoek naar een plek voor de nacht
Bij het oude treinstation wandelen we het centrum van Albergia A-Velha binnen.
Zojuist zagen we ook de vier Zuid-Koreaanse pelgrims weer staan in een café, die wij eergisteren ontmoetten in de pelgrimsherberg in Mealhada.
We waren aanvankelijk van plan om een slaapplaats te zoeken in Residential Casa da Alameda, maar daar ziet het er nogal verlaten uit. Daarom lopen we door het voor Pasen versierde stadsparkje verder door naar het centrum.
We vragen een vrouw op straat of zij weet waar Pension Parente is. We willen namelijk niet terug naar de herberg aan de rand van de stad, maar overnachten in het veel gezelliger centrum van de stad. Ze vertelt ons hoe we naar Parente kunnen lopen. Onderweg ontmoeten we de vriendelijk groetende Zuid-Koreaanse pelgrims ook weer. Kennelijk willen zij ook in de stad een slaapplaats vinden.

Pension Parente
Als we bij Pension Parente komen, blijkt dat een oud pand te zijn, met op de benedenverdieping een café. Binnen is het donker, maar kennelijk heeft de eigenaar ons direct al zien staan, want al heel snel gaat de deur open. Hij spreekt geen Engels, dus roept hij direct een serveerster erbij die prima Engels spreekt. Zij vertelt dat de zaak nu dicht gaat voor de rest van de dag, maar wij kunnen wel een sleutel van de andere ingang krijgen, om op de bovenverdieping van het pension te overnachten. We betalen de gevraagde 25 euro voor de nacht en de serveerster wijst ons de weg naar boven, waar we aan de voorzijde van het pension een kamer krijgen toegewezen. Het is heel eenvoudig en oud, maar we hebben in elk geval een plek voor de nacht. We installeren ons in de pensionkamer.
De was mogen we een verdieping hoger aan de achterzijde van het gebouw hangen, op een langgerekte veranda over de volle lengte van het pension. Daar scharrelen we ook drie stoelen bij elkaar, zodat we enige tijd later heerlijk in de zon bij de al weer schone was aan de waslijn kunnen genieten van een broodjeslunch van onze boodschappen van vanmorgen vroeg.
Als we morgenochtend vroeg vertrekken, is er nog niemand van het pension in het pand, dus we kunnen de sleutel in onze kamer laten liggen, en de voordeur achter ons dichttrekken om ergens verderop in de stad een plek voor een ontbijt te zoeken.

Pelgrimeren van Mealhada naar Águeda

Paaszondag 21 april 2019
Paasversiering bij het wegkruis van Aguada de Baixo

























Van Lissabon naar Santiago de Compostela
Caminho Portugués de Santiago van Mealhada naar Águeda
Paaszondag 21 april 2019 – 25,4 km.
Dag 13: 267 – 292,4 km

Paasmorgen in Mealhada
Na het avondeten (een Leitões-streekgerecht van geroosterd speenvarken) in één van de restaurants van Mealhada, en na de eerste wandeldag van gisteren, en een goede nachtrust in pelgrimsherberg Albergue Hilário, staan we vanmorgen op om 6:30 uur. In de slaapkamer van de pelgrimsherberg beginnen we deze tweede wandeldag om 7:00 uur met een eenvoudig ontbijt. Om 7:30 uur staan we buiten de pelgrimsherberg, klaar voor vertrek.
We gaan vandaag de 25,4 kilometers naar de stad Águeda lopen.
Het is op deze vroege Paasmorgen nog stil op straat.

Van Sernandelo via Alpalhão naar Aguim
De eerste mensen die we onderweg ontmoeten, zijn een bakkersvrouw met een meisje. Ze rijden ons voorbij in een witte bakkersauto, stappen uit, en bezorgen een zak met broodjes bij één van hun klanten in Sernandelo.
We lopen een bosperceel in en passeren daarin op een gegeven moment een deel van het Eucalyptusbos dat geheel is gerooid.
Via een veldpad langs olijfbomen wandelen we vanuit het bos naar het dorpje Alpalhão, waarin we de dorpskerk passeren.
Letterlijk klokslag acht uur wandelen we het volgende dorpje binnen: Aguim.
Een vrouw opent net de toegangsdeur van de dorpskerk en laat ons naar binnen. Als we weer buiten komen, zien we aan de overzijde tegenover de kerk een mooi tegeltableau van Sint Jacob staan.

Anadia en Arcos
Onderweg naar de stad Anadia komen we langs een akker. Op de hoek van de akker, aan de wegkant zie ik een pootaardappelenzak van HZPC staan. Kennelijk zijn hier eens Friese pootaardappelen gepoot op deze Portugese akker.
Aan de rand van de bebouwde kom van Anadia slaan we linksaf, om dan vervolgens om de stedelijke bebouwing heen te lopen. Aan de westzijde van de stad passeren we een kerk. Als we bij de kerk een foto maken, komt een oude vrouw ons tegemoet, die ons in het passeren een goede pelgrimage wenst.
Vrij snel voorbij Anadia arriveren we bij Arcos. Om in Arcos te komen, moeten we een stenen boogbrug oversteken, die hier over een snelstromend riviertje ligt.

In de Caminho Bar in Avelãs de Camino
De pelgrimsherbergier van Mealhada had ons beloofd dat we na ongeveer zes kilometer vanaf zijn pelgrimsherberg vanmorgen wel een kop koffie zouden kunnen drinken in het dorpje Alfeloas, maar dat gaat vandaag niet lukken, want op deze Paasmorgen is het plaatselijke café gesloten.
We moeten dus nog een uurtje doorlopen, naar Avelãs de Camino, om het daar opnieuw te proberen. Op onze routekaart staan bij dit dorp twee koffiekopjes, wat aangeeft dat hier in elk geval twee café’s zijn. De eerste daarvan blijkt ook gesloten te zijn. Voorbij het dorpsplein moeten we rechtdoor, maar tussen de huizen door aan onze linkerhand zie ik dat langs de doorgaande weg het tweede café staat. Dichterbij gekomen, zien we dat de naam van dit café is: Caminho Bar. Die zal dan toch wel open zijn? En ja hoor, de zijdeur van de portiek staat open, dus we hebben geluk, en kunnen hier koffiedrinken.
Het is gezellig druk in deze caminobar. Eén van de pelgrims die vannacht tegelijk met ons heeft overnacht in de pelgrimsherberg van Mealhada heeft hier ook een rustpauze gehad. Hij gaat vrij snel na onze komst weer verder. Durkje en ik hebben inmiddels twee en een half uur gelopen, dus de koffie met een abrikozencroissant en een flesje koud water erbij doen ons goed. Een oudere en een jonge vrouw komen samen de bar binnen. De oudste loopt met enkele korfjes langs de tafels om iets aan de klanten te verkopen; de jonge vrouw loopt gelijktijdig ook bij alle tafeltjes langs, en bedelt om geld. De beide vrouwen verkopen en krijgen niets en verdwijnen weer naar buiten, waar ze met een met plastic boodschappentassen volgepakte wandelwagen weer verder trekken.

Paasfeest in Avelãs de Camino
Het Paasverhaal in symbolen in de kerk
Als we hebben afgerekend en buiten weer langs de dorpskerk lopen, opent een mevrouw op dat moment de kerk, en zet voor ons de kerkdeur open. Binnen verrast ons het mooie interieur van deze kerk. Links naast het koor heeft men een mooie Paas-schikking gemaakt, met foto’s van afbeeldingen van het Paasverhaal, en stenen kruiken en bloemen aan de voet van een houten kruis, waarover een wit kleed hangt. Een rood hart hangt onder aan het kruis. Kortom, het Paasfeest mooi verbeeld.

Wijn en schelp in São Joao da Azenha
Voorbij Avelãs de Camino volgt een kilometers lang traject, van altijd maar rechtdoor in noordelijk richting. De schaduw van ons op het wegdek schuift langzamerhand van linksvoor naar het midden vóór ons.
Vanmorgen was de blauwe lucht nog bedekt met kleine schapenwolkjes, maar hoe verder de dag voortschrijdt, hoe meer blauw de lucht toont. De temperatuur loopt dan ook al weer snel op naar zo’n 27 graden Celsius. Durkje en ik proberen zoveel mogelijk in de schaduw te lopen, veelal rechts van de doorgaande weg. Omdat de zon achter ons staat, hebben we overigens niet veel last van de felle zon.
We komen eerst in het dorpje São Joao de Azenha, waar we langs een groot wijnhuis komen.
Op de kruising in het dorp staat een kleine kapel. Ter gelegenheid van Pasen staan er bloemen aan de voet van het kruis in de kapel. Een caminogele Jacobsschelp hangt boven aan het ijzeren hek dat de toegang tot de kapel verspert.

Gastvrij Aguada de Baixo
De volgende plaats waar we door komen, is Aguada de Baixo.
Midden op het kruispunt van het dorp staat een wegkapel, met daarin een beeld van Jezus aan het kruis. Ook hier weer zien we een kruis en kapel rijkelijk versierd ter gelegenheid van het Paasfeest. Verderop ligt de dorpsstraat bezaaid met takjes en bladeren van de Eucalyptusboom, ter gelegenheid nog van Palmpasen.
Als we een foto willen maken van dit mooie wegkruis in de wegkapel, komt een jongeman op ons af lopen, en vraagt of hij ons erbij zal zetten op die foto. Dat is een goed idee, dus hij maakt enkele foto’s van ons, zittend bij de wegkapel.
Ondertussen komt zijn familie vanuit de dorpskerk ook aanlopen. Een jonge vrouw stelt ons een lange vraag in het Portugees. Als we de jongeman vragen wat ze ons vraagt, vertelt hij in goed Engels dat zijn familie ons uitnodigt om met hen mee te komen naar hun huis, omdat over enige tijd de plaatselijke pastoor bij hen thuis komt met het kruis uit de kerk. In huis kussen alle familieleden dan dat kruis, en zij nodigen ons uit om daarbij te zijn.
Dat is lief aangeboden, dus we bedanken de familie heel hartelijk voor hun vriendelijke aanbod, en vertellen dat we nu toch echt verder moeten, omdat we nog een eind moeten wandelen om vanmiddag in Águeda aan te komen. Daar hebben ze alle begrip voor, dus we nemen afscheid van elkaar, en bedanken hen nogmaals voor hun gastvrijheid.
Wij lopen dan eerst naar de plaatselijke dorpskerk. In een kleine zaal naast de kerkzaal liggen nog de vaandels met gouden knoppen, die zojuist zijn gebruikt bij de Paas-processie door het dorp.
Verderop passeren we een café. Daar staan veel auto’s geparkeerd, en buiten op het terras staat een groep jonge mannen, die ons bij onze passage toeroepen dat we er ook maar even bij moeten komen om met hen samen iets te drinken. We vertellen dat we zojuist al in een bar in Avelãs de Camino hebben gepauzeerd, en dat we derhalve nu toch verder gaan. Ze groeten ons vrolijk ten afscheid.

Barró en Lugar de Sardão
Bij de plaats Barró gaan we over een groot bedrijventerrein. Op deze Paasdag is hier alles gesloten, zo ook de café’s op dit industriegebied. Zo langzamerhand moeten we toch iets eten, dus we maken gebruik van enkele oude stoeltjes en een aftandse tafel die bij één van die café’s staan, om daar enkele broodjes te eten, alvorens we de laatste kilometers van vandaag afleggen.
Daarna gaat het verder naar Lugar de Sardão. Vlak voordat we dit dorpje doorkruisen, ligt een steile afdaling vóór ons. Halverwege die afdaling zien we ver vóór ons de stad Águeda liggen.

Águeda
Vlak vóór Águeda steken we via een forse brug de Rio Águeda over, en aan de overzijde lopen we dan direct de stad Águeda binnen.
Het terras van het restaurant dat aan de overzijde van de brug ligt, is gezellig vol.
Wij wandelen rechtsaf een winkelstraat binnen, die in de middenbaan geheel bedekt is met allerhande planten en bloemen, die hier in groten getale op de weg zijn gelegd, om een groene en gekleurde strook van plantmateriaal te creëren, ter gelegenheid van Palmpasen.
We hadden gepland om vooraan in Águeda, nabij de rivierbrug een overnachtingsplek te krijgen in een pension boven een restaurant, maar als we de Palmpasen-baan volgen, zien we een bord in de straat staan, dat aangeeft dat enkele meters verderop een overnachtingslocatie voor passerende pelgrims is. Als we daar langs komen, komt juist de jonge beheerder naar buiten. Hij toont ons de kamer die hij nog beschikbaar heeft, en wij besluiten hier in deze moderne accommodatie te overnachten. Zo hebben we dus al binnen enkele minuten na aankomst de overnachting voor de komende nacht geregeld.

Pelgrimeren van Coimbra naar Mealhada

Stille Zaterdag 20 april 2019

Pelgrimspaspoort stempelen in de kerk van Mala
 


















Van Lissabon naar Santiago de Compostela
Caminho Portugués de Santiago van Coimbra naar Mealhada
Stille Zaterdag 20 april 2019 – 22,4 km.
Dag 12: 244,6 – 267 km

Coimbra
Na het avondeten (een geitenvleesmenu) in één van de gezellige restaurants van het Portugese Coimbra, en na de reisnacht en -dag van gisteren, en een goede nachtrust in Stay Hotel Coimbra Centro staan we vanmorgen op om 6:30 uur. In de ontbijtzaal van het hotel beginnen we deze eerste wandeldag met een goed ontbijt. Om 8:00 uur staan we buiten het hotel, klaar voor vertrek.
We gaan vandaag de 22,4 kilometers naar de stad Mealhada lopen.
Nu hadden we gisteren bij het treinstation van Mealhada gezien dat de in onze pelgrimsgids aangegeven pelgrimsroute naast het station is afgesloten. We moeten dus een eind verderop de aansluiting zien te vinden op de plek waar de doorgaande pelgrimsroute wèl open is.
In Coimbra vragen we twee mannen bij de ingang van een bedrijfsterrein. Een chauffeur die Engels spreekt, oppert dat we het beste met de trein van Coimbra naar Mealhada kunnen reizen. Maar als ik zeg dat dát voor ons als pelgrims ‘not done’ is, glimlacht hij over zijn grap, maar hij vertelt ons dan wel direct dat we het beste de brede doorgaande weg kunnen nemen tot aan het volgende treinstation Coimbra B. Daar kunnen we dan volgens hem ons pelgrimspad vervolgen.

Station Coimbra B
We volgen zijn raad op en zijn ongeveer een kwartier later bij station Coimbra B.
Nergens in Coimbra staat de wandelpad-omleiding, en ook hier niet.
Als we zoekend naar aanwijzingen om ons heen kijken, roept een oudere man ons en gebaart ons met hem mee te komen. Hij voert ons over het stationsterrein over de sporen, en wijst dan aan waar in de verte voorbij een parkeerterrein een betonnen paal staat met een wegwijzer van de camino. Daar moeten we naar toe lopen, vertelt hij, en dan van daar af de gele camino-pijlen weer gaan volgen. We bedanken de behulpzame man, en even later staan we bij die officiële wegwijzer, en begint hier onze pelgrimsdag nu wij - na een onderbreking van drie jaren - weer terug zijn op de doorgaande route richting Santiago de Compostela.

Ademiá en Fornos
Bij het Repsol-benzinestation verlaten we de bebouwde kom van Coimbra, om vervolgens langs een riviertje in de richting van Adémia te lopen.
De zon schijnt aangenaam, en al snel stijgt de temperatuur. Durkje trekt haar trui uit, want het wordt nu al te warm voor een trui.
Vlak vóór Adémia steken we via een betonbrug het langzaam stromende riviertje over, en wandelen we het dorpje Adémia binnen.
In Adémia, maar ook gedurende de rest van de dag, wordt de route prima aangegeven. Goed bewegwijzerd lopen we door de smalle straatjes van het dorpje Adémia.
Over een rustig asfaltweggetje lopen we door naar het volgende dorpje, naar Fornos. Op de splitsing waar wij links aanhouden, staat een woning met tegen de gevel een mooi blauw tegeltableau. Die zie je hier in Portugal veel, in allerlei vormen, maten en kleuren.

Sint Jacob in Trouxemil en bloemen in Adoës
Vanaf Fornos klimmen we langzamerhand van 25 meter naar 105 meter hoogte.
Bij de dorpskerk komen we het dorp Trouxemil binnen.
Tegenover de kerk staat midden op de doorgaande weg een standbeeld van Sint Jacobus, compleet met Bijbel, staf en kalebas.
Iets voorbij de kerk is een blauw tegeltableau uit 1942 tegen een gevel gemetseld, met daarop de afbeelding van de heilige Jacobus de Meerdere. Het zijn welbekende tekens, die ons duidelijk maken dat we echt weer op de pelgrimsroute richting Santiago de Compostela lopen.
Het volgende dorpje dat we doorkruisen, is Adoës.
In Adoës passeren we een mevrouw die langs de kant van de weg onder andere eieren en snijbloemen verkoopt.
In de groene middenberm in Adoës staat een welkom- en informatiebord voor pelgrims, waarop de hele pelgrimsroute vanuit Adoës tot aan Sernadelo door de gemeente Mealhada staat afgebeeld.

Straatbeeld in het Portugese Sangento Mor
Sangento Mor en Santa Luzia
We verlaten Adoës en komen al spoedig in het kleine dorpje Sangento Mor aan.
Een man op een tractor met daar achter een aanhangwagen met een vrouw boven op gemaaid riet passeren ons in de doorgaande dorpsstraat.
Verderop graast een groep schapen in het grasveld van een tuin, waarin ook enkele gevulde sinaasappelbomen staan. De sinaasappels kleuren mooi oranje in het groene bladerdek van de fruitbomen.
Langs de drukke verkeersweg van de N-1 moeten we dan verder klimmen naar Santa Luzia. Op de routekaart staat dat daar een café is, dus daar willen we een kop koffie gaan drinken. In het dorp aangekomen, zien we op afstand al dat het café gesloten is. Maar verderop – buiten de route – zien we een benzinestation aan beide zijden van de doorgaande verkeersweg. Wellicht dat we daar ook koffie kunnen drinken, dus we wagen het erop, en lopen verder langs de weg. En dat blijkt een goede keus te zijn, want dit benzinestation heeft ook een café voor passerende chauffeurs. Hier nemen we een rustpauze met een grote kop zwarte koffie en een fles koud water.
Daarna lopen we weer terug langs de weg naar de plaats waar de route verder gaat, op de plaats waar een kerkje staat. De kerkdeur staat open, dus we gaan naar binnen. Een man is bezig om de kaarsen in de kerk op te stellen. Hij groet ons en wenst ons een goed vervolg van onze pelgrimage.

Door geurig Eucalyptusbos
We zetten onze lichte klim nu verder voort door een heerlijke geurend Eucalyptus-bos. We wandelen hier over een mooi breed zandpad.
Hier en daar zien we in de berm langs het bospad bulten zand liggen. In het zand zitten veel steentjes. Als de regen op deze bulten valt, spoelt het zand rond de grindstenen weg, en blijven de grindstenen op de toppen van de smalle zandpijlertjes liggen. Daardoor ontstaat een prachtig patroon met vertikale lijnen van wit grind op lichtgekleurd zandkolommen.

Tijd van Pasen in Mala
Het mooie bospad komt uit op een asfaltweg, die we vervolgen tot aan de rand van de bebouwde kom van het dorpje Mala.
Hier en daar staan prachtig bloeiende struiken in de tuinen van de woningen langs de dorpsstraat.
De deur van de dorpskerk staat op een kier, dus we kijken even binnen. In het koor van de kerk zijn twee vrouwen aan het werk om de kerk van binnen schoon te maken. Wellicht zijn dat de laatste voorbereidingen voor het komende Paasfeest van morgen.
Eén van de schoonmaaksters spreekt tamelijk goed Engels, en ze vraagt ons of we ook een stempel van de kerk willen hebben in onze pelgrimspaspoorten.
Dat willen we zeker graag, dus ze gaat naar de ruimte naast te kerkzaal, en komt terug met het kerkstempel, en zegt dat we dat zelf kunnen afdrukken in onze credentials. Dat doen we graag.
Ze vertelt dat iets verderop in het dorp een café is, dus als we iets willen drinken, zou dat daar kunnen. Ik vertel de vrouw dat wij op het houten bankje vóór de kerk plaatsnemen, omdat we daar even willen rusten en een broodje gaan eten. Dan vraagt ze of ze voor ons wellicht drinken uit het café kan halen. We bedanken haar voor haar vriendelijke aanbod, en vertellen dat we genoeg drinken bij ons hebben in onze rugzakken. We bedanken en groeten de beide gastvrije dames en lunchen in de schaduw op het bankje vóór de kerk.  
Naast ons in de buitenvitrine aan de muur hangt een poster met de kerkdiensten van de parochie, voor deze periode van Pasen, voor ‘Semana Santa’. Op de poster de afbeelding van de verwonde Jezus, ziende op het houten kruis. Goede Vrijdag, Stille Zaterdag (vandaag) en Pasen ten voeten uit.

Door Lendiosa en Vimieira naar Mealhada
Het volgende dorpje dat we doorkruisen, is Lendiosa.
Daarna volgt het dorpje Vimieira.
Waar de bebouwing van Vimieira over gaat in het open veld, staat een groot informatiebord van de pelgrimsherberg in Mealhada. We besluiten naar deze refugio door te lopen, die net voorbij de bebouwde kom van het volgende dorp – Mealhada – ligt. Volgens het infobord is het vanaf hier nog 4,5 kilometer.
Dan volgt een mooi smal veldpad door een heuvelachtig gebied. Verderop zie ik een man met een tractor rijden.
Zijn aanhanger is volgeladen met boomstammen en dikke takken.
Langs het pad staan lage druivenstruiken en olijfbomen.

Leitões en Refugio in Mealhada
De stad Mealhada naderen we vanaf de rotonde, waarop een beeld staat van Bacchus, gezeten op een wijnvat.
Vooraan in Mealhada is een grote Intermarché-supermarkt, waar we direct de boodschappen voor morgen kopen: broodjes, melk, ijsthee en water. Daar komen we morgen – Paaszondag – weer een heel eind mee verder op het pelgrimspad.
Daarna gaan we verder naar en door het stadscentrum van Mealhada.
Voorbij het stadscentrum komen we langs een tegeltableau, waarop een man staat met een big van een zwart varken aan het spit.
Portugezen noemen dat in en rond Mealhada zo beroemde geroosterde streekgerecht: Leitões. Restaurants langs de weg tussen Mealhada en onze volgende pelgrimsherberg kondigen op grote borden aan dat ze ook Leitões serveren.

Albergue Hilário
We lopen verder over een breed geasfalteerd voetpad langs het stadspark, en komen dan net buiten Mealhada aan bij onze overnachtingsplek voor de komende nacht, de pelgrimsherberg genaamd: Albergue Hilário.
Op het herbergterrein zitten twee dames, die ons doorverwijzen naar het kantoor van de eigenaar verder op het erf. Daar worden we hartelijk welkom geheten, en krijgen wij bij ontvangst direct beiden een flesje water aangeboden.
Daarna worden we ingeschreven, krijgen we een refugio-stempel van deze pelgrimsherberg in onze pelgrimspaspoorten en krijgen we een kamer toegewezen. Per nacht kunnen hier zo’n dertig pelgrims overnachten. De eersten zijn al binnen, en na onze komst, komen af en toe ook volgende pelgrims binnen.
We volgen de ons zo bekende routine. We douchen, en nemen rustig de tijd voordat we vanavond een plek zoeken voor de warme maaltijd.
De temperatuur is vandaag opgelopen tot 27 graden Celsius, dus het is nu op de eerste dag direct al een warme wandeldag geworden. Gelukkig waaide het af en toe aangenaam, en vooral ook als we op iets hoger gelegen plekken liepen. De pelgrimsherbergier vertelt ons dat het morgen ook weer zo warm wordt, en dat we de komende twee dagen in elk geval geen regen hoeven te verwachten.
Onze eerste (warme) pelgrimsdag van deze meivakantie zit er al weer op. Een mooie wandeldag ligt achter ons.
De rest van de middag is er nog volop tijd om de was te doen, om het dagverslag te schrijven, en om buiten in de schaduw op het binnenterrein van de pelgrimsherberg een e-book te lezen.

Voor pelgrimage naar Portugees Coimbra


Goede Vrijdag 19 april 2019
Aankomst op vliegveld Porto



















Van Feinsum naar Schiphol
Om 00:00 uur worden we wakker van de wekker, en om 1:00 uur vertrekken we met onze auto uit Feinsum. Via de Afsluitdijk rijden we naar het vliegveld Schiphol bij Amsterdam. Daar arriveren we na een niet bewegwijzerde omleidingsroute om ongeveer 2:45 uur op langparkeerplaats P3, waar we overigens direct al onze bagage kunnen inchecken voor onze Transavia-vlucht naar het Portugese Porto.  In de vertrekhal aangekomen, kunnen we met onze online boarding cards direct door de security check doorlopen naar de gate, waar we om 5:35 uur boarden en om 6:05 uur vertrekken. 

Van Porto naar Coimbra
Na een goede vlucht vanuit Nederland komen we enigszins verlaat aan op het vliegveld van Porto,  omdat het vliegtuig direct nog geen toestemming kreeg om te landen. We vliegen een kwartier lang rondjes boven een zwaar bewolkt en enigszins regenachtig Porto, alvorens we landen.
Vanaf het vliegveld Oporto nemen we de light rail/metro voor een treinrit van ruim een half uur naar het oostelijk in Porto gelegen treinstation Campanhã. Daar proberen we een rechtstreekse trein te nemen naar Coimbra, maar dan blijkt de eerstvolgende sneltrein al vol te zitten met reserveringen, en zouden we pas de volgende om 12:45 uur kunnen nemen. De ticket-verkoper adviseert ons om eerst een stoptrein te nemen van Porto naar Aveiro, waar we dan over kunnen stappen op een volgende stoptrein van Aveiro naar Coimbra. Dat doen we, dus om 10:09 uur vertrekken we richting Aveiro, waar we om ongeveer 10:50 uur arriveren, om daar vervolgens over te stappen op de trein naar Coimbra, die om 11:40 uur vertrekt, en om ongeveer 12:45 uur aankomt in Coimbra.

Na drie jaar weer terug in Coimbra
Dan lopen we vanaf het treinstation naar het enkele honderden meters verderop gelegen Stay Hotel Coimbra Centro, waar we direct kunnen inchecken voor een hotelkamer.
Omdat we zonder te slapen afgelopen nacht en ochtend twaalf uren hebben gereisd, nemen we in de hotelkamer eerst even een slaappauze.
Om 16:00 uur gaan we het stadscentrum van Coimbra in, waar we eerst boodschappen voor morgen halen, en waar we vervolgens de Sint-Jacobskerk willen bezoeken, maar die blijkt dicht te zijn. Dan lopen we door naar de Heilige Kruis-kerk van Coimbra, want dat lijkt ons ook een passend bezoek op deze Goede Vrijdag. Drie jaar geleden waren we hier ook in de meivakantie, en toen was het hier veel rustiger, maar op deze Goede Vrijdag wordt de Santa Cruz-kerk druk bezocht door de parochianen, en door veel gasten van buiten de stad.
In de binnenstad van Porto
In de stad is het gezellig druk. Veel muzikanten vermaken het winkelend publiek in de stijgende en dalende straten van dit oude stadscentrum. Rond het avonduur zijn we weer even terug in onze hotelkamer om onder andere dit dagverslag te schrijven, en om ongeveer 20:00 uur wandelen we het stadscentrum weer in voor een goede avondmaaltijd. In één van de gezellige restaurants in het centrum genieten we van een heerlijk Portugees geitenvlees-menu, en daarna wandelen we weer terug naar het Stay Hotel voor de overnachting aldaar.

Klaar voor de start
Morgen gaan we vanuit Coimbra verder op de Caminho Portugués. De meivakantie van dit jaar zullen we gaan gebruiken om 13 dagen in noordelijke richting te wandelen op dit Portugese pelgrimspad. Drie jaar geleden pelgrimeerden we al van Lissabon tot aan Coimbra.  Morgen gaan we vanuit deze universiteitsstad verder richting Porto, de Portugees-Spaanse landsgrens, en Santiago de Compostela. We zien er naar uit om vanaf morgen weer als pelgrim onze Caminho Portugués te vervolgen.

donderdag 18 april 2019

Ulke Veersma exposeert in Stenden Art Gallery

Donderdag 18 april 2019
Een deel van de expositie van Ulke Veersma in de Stenden Art Gallery













Kunst van de straat
In de Stenden Art Gallery is tot 2 juli 2019 een expositie te zien met kunst van de straat, zoals grafiti in Londen en Georgetown.
De foto’s die Ulke Veersma op deze expositie laat zien, zijn genomen in twee steden in heel verschillende delen van de wereld: in Londen, en om precies te zijn in Oost-Londen, en in Georgetown op het eiland Penang in Maleisië.

Oost-Londen
Oost-Londen is van oudsher een immigrantenwijk, waar achtereenvolgens Hugenoten, Joden en Indiërs en Bangla Deshi naar toe zijn getrokken. Terwijl de wijk al sinds jaar en dag onderdak biedt aan hippe winkeltjes en markten, heeft er de laatste jaren een transformatie plaatsgevonden naar een buurt met alternatieve fashion & design.
De geëxposeerde foto’s laten de fantasiewereld, de angsten en droombeelden van deze avant garde van de kunst van de straat zien, met sprankelende kleuren en vaak groteske figuren. Alles kan hier omdat de straat van niemand is, maar ook van iedereen.

Georgetown
Georgetown is de havenstad die de Britten, samen met Singapore, ontwikkelden in hun nieuwe kolonie Maleisië, nadat de haven van Malaka verzand was en de roem van de VOC in deze regio tanende was.
De geëxposeerde foto’s laten een heel andere wereld zien dan die van de buurt rond Bricklane in Oost-Londen. Zij tonen hoe grafiti-kunstenaars in dit deel van de wereld de jeugd ervaren. Door het ter plekke gebruiken van artefacten, die deel uitmaken van de schilderingen, door jongeren van nu, vindt er een vermenging plaats van nostalgische beelden met de nuchtere werkelijkheid van het Georgetown van nu.