woensdag 31 oktober 2012

Pelgrimeren van Olveiroa naar Finisterre

Uitzicht op Cabo Fisterra en op Finisterre




















Van Zwarte Haan naar Cabo Fisterra

Camino Finisterre & Santiago de Compostela – Cabo Fisterra
Van Olveiroa naar Finisterre
Woensdag 24 oktober 2012 – 31 km.
Dag 155: 3331 - 3362 km.


Ontbijt in herberg As Pias
Om 7.30 uur checken we uit en verlaten we Casa Loncho, de pelgrimsherberg waar we vannacht hebben overnacht. Het is nog donker als we door het centrum van Olveiroa lopen, maar met behulp van de nog brandende straatverlichting vinden we prima de weg naar de andere pelgrimsherberg, waar we vanmorgen ontbijten. De vriendelijke – nog jonge - herbergier, die ons gisteravond bediende tijdens ons pelgrimsdiner, staat nu in de vroegte al weer achter de bar om ons ontbijt klaar te maken en te serveren. Een Spanjaard leest de krant aan de bar, gaat weg, een andere Spanjaard komt binnen, neemt plaats aan de bar en leest ook de krant. Een typisch ochtendritueel van dorpsbewoners, die ’s ochtends even een kop koffie komen drinken in het dorpscafé. Wij ontbijten ondertussen; ook dat zal zeker een typisch ochtendritueel zijn hier het café.
De Duitse pelgrim die we gisteren nog met zijn vriend onderweg enkele malen ontmoetten, komt nu ook in het café. Zij hebben hier in deze herberg overnacht. De jongeman nuttigt hier ook zijn ontbijt. Tegen 8.00 uur – als Durkje en ik het ontbijt op hebben – gaan we naar buiten. Bij de uitgang van deze herberg staat het kunstwerk van een waterput, met daarop twee wandelschoenen en een pelgrimshoed erboven tegen de muur, alles geheel van steen.

Te donker
Vol goede moed gaan we op pad. Door een bijzonder goed verlichte hoofdstraat verlaten we Olveiroa. Dan komen we bij een drukke verkeersweg, die we naar links moeten volgen, via de brug over de Rego do Santa Lucia. Hier is het vanwege het ontbreken van straatverlichting echter nog één en al duisternis. Je kunt hier op de weg nagenoeg geen hand voor je ogen zien. Oriënteren is hier dus volstrekt onmogelijk. Alleen in het schijnsel van de verlichting van een enkele voorbijrijdende auto kun je tijdelijk even een stuk van de weg, de witte streep op het wegdek èn de berm zien. Maar dan is het weer donker om je heen. Ongeveer honderd meter verderop is een afslag naar links. We moeten volgens de routebeschrijving inderdaad ergens naar links, maar we kunnen in het geheel niet zien of dat hier op deze plaats zou moeten zijn, of eerder, of later pas? En ook voorbij die afslag is geen enkel licht, dus het heeft totaal geen zin om nu verder te gaan. We zullen even moeten afwachten tot het een beetje licht begint te worden en we richtingwijzers kunnen zien in het schemer. We lopen terug naar de plaats waar de hoofdstraat van Olveiroa en de autoweg elkaar kruisen. Op deze splitsing is het volop licht van de straatverlichting. We gaan op enkele rotsblokken zitten en wachten tot het licht wordt.

De hoofdlamp van Ralf
Het wachten duurt niet lang, want al na enkele minuten komt de Duitse pelgrims van zojuist op ons af. Hij stelt voor dat hij zijn hoofdlamp uit de rugzak haalt, om dan met zijn drieën te gaan spoorzoeken in het donker verderop. O.k., dat doen we.
Op de afslag waar we zojuist waren, vinden we met de hoofdlamp enkele meters naar links op de afslag een gele caminopijl. En daar achter - bij een splitsing nog zo’n tien meter verderop - weer één, nu naar rechts. Vanaf de verkeersweg gaan we dus linksaf bij de eerste splitsing en rechtsaf bij de daaropvolgende splitsing. Dan volgt een breed pad de heuvels in. Ondertussen wordt het al een beetje licht. Gedrieën gaan we verder op dit nog donkere pad.
Als we de Duitser – Ralf is zijn naam – vragen waar zijn wandelmaat is, vertelt Ralf dat diens voetklachten (heel veel blaren) gisteren zo ernstig pijnlijk zijn geworden, dat hij het niet meer zag zitten om nog verder te lopen. Ralf gaat dus vanaf vandaag alleen verder, tot aan Cabo Fisterra. Zijn wandeltempo is hoger dan die van ons, dus als het voldoende licht is, laten we hem vóór gaan. Ondertussen zien we de caminopalen zonder hoofdlamp ook wel staan. We lopen over een heuvelpad en zien in het ochtendgloren enkele windmolens boven op de heuvel vóór ons staan.
Het pad is rotsachtig, dus we moeten voorzichtig tussen de keien door en over de stenen heen. Het wordt nu snel licht.

Heuvels en rivieren
Als we in het prille ochtendlicht wat verder voor ons uit kunnen kijken, zien we dat we al behoorlijk hoog over het hellingpad lopen en dat beneden in het dal tussen de heuvels door een vrij brede rivier stroomt. Dat is de Río Xallas.
Na een afdaling gaan we over een vrij nieuwe betonnen brug - Puente - over een aftakking van die brede rivier. Hier steken we de Río do Hospital over.

Logoso
Een eindje voorbij deze brug komen we na een stijgend heuvelpad in het dorpje Logoso. Vooraan in dit dorpje is een nieuwe pelgrimsherberg, waarin Ralf inmiddels een kop koffie drinkt. Hij vertelt dat deze herberg pas dit jaar is geopend. Vandaar dat deze refugio en het café dus nog niet in onze wandelgids (2011) worden vermeld.
Als we buiten met Ralf staan te praten, komt ook de Nederlandse pelgrim Peter Gog het dorpje binnenwandelen. Ralf blijft hier nog even, en Peter loopt met ons mee door het dorp.
Midden in Logoso zie ik links van me ineens een grote kop van een koe door een deuropening naar buiten steken. De koe was onderweg naar buiten, maar schrikt en blijft staan. Achter de koe hoor ik een vrouw deze koe aansporen om toch wel naar buiten te lopen. Op het moment dat ik doorloop, loopt de koe achter me aan. De vrouw volgt de koe op de voet en enkele meters verder verdwijnen ze beiden door een openstaande staldeur van de boerderij.
Door een heuvelachtig gebied lopen we verder. Het begint te motregenen, dan is het even droog, en begint de motregen weer en dan wordt de regenval heviger. Over een asfaltweg arriveren we in de regen in het dorpje Hospital.

Hospital
Op een heuvel staat een industrieel complex. Het lijkt wel een oude kolengestookte electriciteitscentrale.
Hier is ook een herberg met café-bar. We hebben nu 5,5 kilometer gelopen en volgens de wandelkaart is de volgende horecagelegenheid pas in de stad Cee, bijna 13 kilometer verderop, dus de verleiding is wel groot om hier onze eerste pauze te nemen. De meeste pelgrims doen dat ook, maar wij besluiten toch door te lopen. Verderop zien we dan wel waar we even kunnen pauzeren. We hebben voldoende eten en drinken bij ons, dus we zijn niet afhankelijk van de plaatselijke horeca.
Via een klein ommetje over een oud weggedeelte komen we voorbij Hospital weer terug op de brede doorgaande weg. Dan komen we op een grote driesprong. Dit is de plaats waar twee camino’s bijelkaar komen, danwel uitelkaar gaan. Op deze driesprong kun je rechtsaf naar Muchía en linksaf naar Finisterre. Wij gaan richting Finisterre.
Dan volgt verderop een kilometers lang pad door heuvelachtig terrein. Omdat we op behoorlijke hoogte wandelen, hebben we een mooi uitzicht over de omgeving.

Ermita das Nieves
Twee kilometer voorbij de driesprong komen we bij een kleine kapel, de Ermita das Nieves. Deze kapel is gesloten, maar naast de ingang is een overdekte ruimte met een hoge stenen tafel tegen de kapelmuur. Daarop liggen allerhande zaken, die pelgrims hier hebben achtergelaten. In een afsluitbaar nisje in de kapelmuur staat een gastenboek achter een te openen glazen deurtje.
Ik blader in dit gastenboek en zie dat een Nederlandse pelgrim – die wij nog niet hebben ontmoet – hier gisteren passeerde.
Als ik het gastenboek teken, komen ook de Duitse pelgrim Ralf en de Nederlandse pelgrim Peter naar deze ‘buitenkapel’. Ralf tekent het gastenboek ook.
Bij de kapel is ook een grote picknickplaats met picknickbanken, waar Durkje en ik pauzeren. Peter en Ralf nemen hier ook een rustpauze.
Vanaf hier is het nog ongeveer acht kilometer naar de stad Cee. Af en toe ontmoeten we enkele andere pelgrims, onder andere een jong Spaans stel en twee meisjes uit Zwitserland. Zo langzamerhand kennen we de meeste pelgrims die iets voor of iets achter ons lopen.

Zee in zicht
Ongeveer halverwege dit traject zien we in de verte ineens de oceaan. Dit is de eerste keer dat we de Atlantische Oceaan op onze jarenlange pelgrimstocht in beeld krijgen. De baai waar we nu het zicht op hebben, is de Ría do Corcubión.
Met dit ruime sop in beeld, komen we wel heel dicht bij het eindpunt van onze pelgrimstocht. Men zegt wel eens dat de pelgrim het einddoel vreest, maar zo voelt dat voor ons niet. We voelen ons bevoorrecht dat we al jaren in goede conditie zijn om deze ruim 3.300 kilometer lange pelgrimage te beginnen, voort te zetten en ook af te ronden.
We gaan alsmaar voort over het steenachtige heuvelpad en passeren daarbij de Alto do Cruceiro. We komen steeds dichter bij de kust.
Voorbij Alto do Cruceiro gaat het heuvelpad behoorlijk steil naar beneden. Als we genieten van het uitzicht en ondertussen langzaam en voorzichtig naar beneden lopen, nadert de Nederlandse pelgrim Peter ons van boven achter ons.
Hier op deze plek kunnen we heel duidelijk de stad Cee en haar zeehaven in de diepte vóór ons zien liggen. Vanaf hier hebben we ook een royaal uitzicht over de oceaan, die tot voorbij de einder reikt. Dit is trouwens ook de eerste keer dat je een heel eind in de verte voor het eerst Finisterre en Cabo Fisterra kunt zien liggen, ver achter Cee.

Spoorzoeken in Cee
We dalen af naar de stad Cee. Als we Cee binnen wandelen, begint het vreselijk te regenen. We schuilen af en toe even bij enkele gebouwen langs de weg als de regen weer verhevigt. Zo lopen we door de hoger liggende delen van Cee in de richting van het stadscentrum. In het centrum ontbreekt helaas de bewegwijzering. Alle pelgrims klagen hierover. Tegenover het busstation gaan we een café binnen voor een rustpauze en om hier te lunchen.
Na deze lunch is het weer droog. Langs het ziekenhuis lopen we naar het stadsstrand van Praia da Concha. Ook hier zie je enkele pelgrims zoekend om zich heen kijken. Nog steeds is er geen bewegwijzering zichtbaar. Op de plaats waar een routevariant aftakt van de doorgaande camino, staan enkele Spanjaarden vertwijfeld te kijken en te overleggen wat nu te doen. Ik pak onze wandelgids erbij en laat op de kaart zien en vertel dat ze hier moeten kiezen om de routevariant richting Corcubión te kiezen, of door te gaan op de oorspronkelijke route. Durkje en ik volgen de camino volgens het oorspronkelijke pad. De Spanjaarden volgen ons en lopen met ons mee naar boven, in de richting van de Capela de Santo Antonio.
Aan de rand van de stad, moeten we over een heel smal en sterk stijgend pad, tussen twee hoge muren door.
In een vrij lange rij gaan we allen langzaam klimmend naar boven. We krijgen een steeds mooier uitzicht over de stad Cee en op de oceaanbaai achter ons. Ook pelgrim Ralf heeft zich weer bij onze tijdelijke groep gevoegd.
Boven komen we door een woonwijk. Verderop lopen we geruime tijd langs een bosperceel. Ook hier staan mooie grote paddenstoelen langs het pad.

Kustroute
We komen dan door dorpjes als Vilar, San Roque en Amarela.
Langs de C-552 (de weg naar Finisterre) komen we in Estorde.
Estorde heeft een strand, genaamd Praia de Estorde. Aan de overzijde van de C-552 ligt de ‘Ruta Finisterre Camping’. De toegangshekken zijn gesloten; het kampeerseizoen is ontegenzeggelijk voorbij.
We verlaten Estorde via de C-552.
Daarna volgt een wat grotere plaats: Sardiñeiro.

Sardiñeiro
De camino neemt hier een oude route, die aftakt van de C-552. We lopen tussen de eerste bebouwing van Sardiñeiro door. Enkele huizen zijn hier bont geschilderd; bruin, geel, groen en blauw; wel een vrolijk gezicht op deze regenachtige dag.
Het blauw-bruine huis is geheel gedecoreerd in pelgrimsstijl. Tegen de gevel van dit woonhuis is bijvoorbeeld een groot blauw tegeltableau aangebracht met daarop een voorstelling van Sint Jacobus de Meerdere als evangelist in Galicié. Jacobus predikt in pelgrimstenue voor een Galicisch gezelschap en links in de verte zie je de kathedraal van Santiago de Compostela afgebeeld.
Nog een ander tegeltableau is aan de muur bevestigd. Dit is een afbeelding van allerlei Galicische pelgrimsroutes richting Santiago de Compostela.
En naast dit huis staat – hoe kan het ook anders – een standbeeldje van Santiago (Sint Jacob) in pelgrimstenue.
We lopen door de hoger liggende woonstraten van Sardiñeiro. We proberen vooral door te lopen, ondanks de onophoudelijke en harde regen. Ter hoogte van één van de laatste huizen van Sardiñeiro passeren we een heel klein kippenhok aan de straatzijde, dat tjokvol kippen zit.
Als we Sardiñeiro over een heuvelpad uit lopen, is het weer even droog. We hebben hier een mooi uitzicht over de Spaanse oceaankust.

Dagbestemming Finisterre
We lopen in de richting van Praia Talón. In een bocht van het heuvelpad krijgen we ineens een heel mooi wijds uitzicht over de kust, met zicht op Finisterre en op Cabo Fisterra.
Nog maar zo’n vier kilometer naar Finisterre en acht kilometer naar Cabo Fisterra.
We hebben besloten dat we vandaag vanuit Olveiroa niet verder zullen gaan dan Finisterre. Die route is 31 kilometer lang. Als je dan ook nog door zou lopen naar Cabo Fisterra, moet je daarna weer terug naar Finisterre; dan zou je totaal voor vandaag op 39 kilometer komen. Dat is ons een beetje al te gortig, dus we lopen vandaag de 31 kilometer naar Finisterre, en dan gaan we morgen op en neer naar Cabo Fisterra.
We genieten even van het uitzicht op onze bestemming voor vandaag en voor morgen.
Daarna dalen we verder, steken we de C-552 over en aan de overzijde gaan we over een steil dalend pad verder naar de kust.
We lopen boven langs een strand. Het waait hier nogal en het ons welbekende geluid van de branding is nadrukkelijk aanwezig.
De Duitse pelgrim Ralf voegt zich weer bij ons. Met zijn drieën lopen we de laatste kilometers.
We arriveren bij het strand van Praia de Langosteira, een top-toeristische strand-locatie hier aan de kust.
Heel even breekt de zon door. Een heerlijk gevoel is dat hier op het strand, nadat we zoveel uren aaneengesloten vrijwel constant regen hebben gehad. We genieten hier van de zon en Ralf legt dat vast op een mooie foto van Durkje en mij.
Over een natuurstenen voetpad lopen we langs het strand van Langosteira verder richting Finisterre. Eerst komen we nog door de kustdorpjes Anchoa en Baixamar.

Fisterrana
Bij het café langs de promenade staan enkele Spanjaarden te roken. Als we ze passeren, groeten ze buitengewoon hartelijk met een ‘buen camino!’.
Bijna ongemerkt gaan deze dorpjes over in de plaats Finisterre. Bij het gemeentehuis komen we Finisterre binnen. Ralf, Durkje en ik gaan hier naar binnen. Ik had onderweg van een Spanjaard gehoord dat de refugio van Finisterre momenteel is gesloten en dat dit de plaats is waar het pelgrimscertificaat normaal gesproken wordt uitgereikt aan pelgrims die Finisterre bereiken. Ik wil binnen vragen of we hier die ‘Fisterrana’ (want zo heet dit certificaat) kunnen verkrijgen. Als we het gemeentehuis binnen lopen, staan we direct bij een brede balie. Vier gemeenteambtenaren staan voor ons klaar om ons de Fisterrana uit te reiken. Maar eerst moet grondig onderzoek worden gedaan of wij dit getuigschrift wel verdienen.
De eerste ambtenaar onderzoekt ons pelgrimspaspoort. Nauwkeurig worden alle pelgrimsstempels bestudeerd, kijkend naar de namen van stempeladressen en naar de stempeldata. Onze pelgrimspassen worden goedgekeurd.
De tweede ambtenaar onderzoekt onze paspoorten. Bij elk paspoort behoort een vraaggesprek, om te achterhalen wat onze voornaam en wat de achternaam is.
De derde ambtenaar krijgt daarna van de tweede instructie om voornaam en achternaam te noteren op de Fisterrana.
Als ik aan de tweede en de derde vraag waar we in Finisterre geschikte overnachtingsadressen kunnen vinden, wordt ons te verstaan gegeven dat de vierde ambtenares Engels spreekt en dat zij ons dat wel duidelijk zal maken. O.k.; we moeten dus de heren vooral geen vragen stellen, want ze spreken geen Engels en hebben het bovendien te druk met hun eigen taak. Prima, doen we het zo!

Hartelijk welkom in Finisterre
De vierde ambtenares is met een precies knipwerkje bezig. Op enkele kopieën staan tabellen, met daarin de vertrektijden van de bussen vanuit Finisterre naar Santiago de Compostela. De tabellen worden dus al klaargemaakt, nog voordat we haar kunnen vragen om de vertrektijden van de bussen. Hier wordt goed voor ons gezorgd, zo blijkt. Bovendien is de dame in kwestie een vrolijke tante, die zichtbaar plezier heeft in het ontvangen en helpen van pelgrims. Ze legt ons uitgebreid uit op welke plaatsen we in Finisterre geschikte accommodaties kunnen vinden en als service geeft ze ook een bustijdentabel als toegift bij de plattegrond van Finisterre. We bedanken haar en haar drie collega’s voor de vriendelijke ontvangst en voor de goede wijze waarop ze ons hebben bediend met certificaat en advies. Alleszins dus een hartelijk welkom in Finisterre.

Einde in zicht
We hebben de 31 kilometers van Olveiroa naar Finisterre vandaag in ongeveer acht uren gelopen. Nog maar vier kilometers morgen en dan is die lange pelgrimage voorbij. Maar eerst zoeken we een hotelkamer in Finisterre. In ‘Hotel Finisterre’ checken we in voor een mooie hotelkamer voor twee nachten. Ook Ralf neemt in dit hotel een kamer. Ralf vertelt dat hij zijn Duitse wandelmaat via de telefoon nog steeds niet heeft kunnen bereiken en dat Ralf vermoedt dat hij vanuit Olveiroa inmiddels terug is gereisd naar Santiago de Compostela. Vanuit Bilbao zullen zij over enkele dagen weer terug vliegen naar Duitsland.
Wij gaan naar onze hotelkamers om een heerlijk warme douche te nemen, als afsluiting van deze regenachtige – maar toch ook wel weer mooie – wandeldag. Vanavond nog een goed restaurant zoeken in de haven, lekker eten en dan na een goede nachtrust morgen de laatste vier kilometers. Het einde is in zicht!

Pelgrimeren van Negreira naar Olveiroa

Drassige bospaden van de camino in de herfst


















Van Zwarte Haan naar Cabo Fisterra

Camino Finisterre > Santiago de Compostela – Cabo Fisterra
Van Negreira naar Olveiroa
Dinsdag 23 oktober 2012 – 33 km.
Dag 154: 3298 - 3331 km.



De duisternis is
Na een overdadig pelgrimsmaal gisteravond, en een goede nachtrust, ontwaken Durkje en ik vanmorgen rond 7.00 uur in Hotel Tamara in Negreira. Om 7.30 uur gaan we voor ons ontbijt naar beneden, waar ons een kop koffie, een glas jus d’orange en een croissant wordt voorgezet. Niet bepaald een stevig ontbijt, maar het kan ermee door. De rest van ons eten zullen we vandaag ergens onderweg wel zoeken en vinden. Even na 8.00 uur steken we vóór ons hotel de drukke verkeersweg over, om in de duisternis te verdwijnen op een smal en stijgend paadje, dat ons weer terug voert naar de verderop hoger gelegen camino.


Negreira
Als we weer op de camino staan, volgen we de asfaltweg, die dalend het dorp Negreira in gaat. Het is niet alleen donker, maar ook mistig. In het centrum van Negreira zien we een standbeeld van Sint Jacob. We maken een foto van dit beeld, maar dat valt niet mee, omdat de cameraflits de mistdruppeltjes weerkaatst.
We hebben een lange wandeling gepland, want we willen vandaag van Negreira naar Olveiroa lopen, over een afstand van 33 kilometer. We vermoeden daar toch zeker zo’n 8 tot 9 uren over te gaan doen.
Vanaf de hoofdweg door Negreira slaan we linksaf om het dorp uit te wandelen. We verlaten Negreira door één van de doorgangen van de oude stadspoort.
We moeten het eerste half uur bijzonder goed letten op de gele caminopijlen op het wegdek en op de betonnen caminopaaltjes met daarop de Jacobsschelp afgebeeld. Het lukt ons om in het duister de goede weg te blijven volgen. Als we in het veel hoger gelegen oude deel van Negreira komen, wordt het al een beetje licht. We passeren verderop de oude dorpskerk van Negreira.

Finisterre of Fisterra
Voorbij de kerk staat in het oude dorpscentrum een hoge betonpaal met daarop een Jacobsschelp en een naambordje van de ‘Camino Fisterra’. Drie Spaanse jonge pelgrims vragen ons of we hen bij dit naambord op de foto willen zetten. Op mijn vraag wanneer je nu ‘Fisterra’ zegt en schrijft in plaats van ‘Finisterre’ vertelt het Spaanse meisje ons dat ‘Fisterra’ de Galicische naam is en dat ‘Finisterre’ de Spaanse naam is. Vervolgens maken zij ook een foto van Durkje en mij bij dit Galicische naambord.
We gaan buiten Negreira over een hellingpad van de beboste heuvelhelling verder. We lopen een stukje langs een brede asfaltweg. Het wordt langzamerhand lichter, en dan zien we ook meer van de mist, die over de velden en over de maïsakkers hangt.

Zonsopgang
We wandelen af en toe door een open gebied en vrij veel door bospercelen. De opgaande zon dringt vanaf de oostzijde door de bomen heen en zorgt samen met de herfstachtige begroeiing langs de bospaden voor een sprookjesachtige sfeer.
Vanwege de aanhoudende regen van de tweede helft van gistermiddag en gisteravond zijn de bospaden nog behoorlijk drassig. We moeten af en toe dan slingerend onze weg zoeken om over de meest droge gedeelten van de bospaden te lopen. Zo houden we onze voeten droog en glijden we niet zo snel uit over de drassige bodem.
De varens langs het bospad variëren qua kleur al van zomers frisgroen tot herfstig diepbruin. Als het ochtendzonlicht hier en daar aan de achterzijde door de varenbladen schijnt, krijg je een prachtige gouden gloed.
De zon komt steeds hoger en zorgt zo voor veel licht in het bos.
Nu het zonlicht over de velden en akkers schijnt, kun je ook goed zien waar dichtbij en veraf de mist nog boven het land blijft hangen.
Dichtbij de grond langs het bospad kun je alles scherp zien, de enigszins bewolkte lucht is kraakhelder, maar tussen land en lucht hangt nog een deken van mist, die hier en daar nog lang blijft hangen. Een heel mooi gezicht is dat.

Camino in de herfst
We komen langs een groentetuin van iemand die hier waarschijnlijk ergens in de buurt woont. Mooie gele, groen en geelgroene courgettes liggen hier in de tuin nog na te rijpen in de vroege ochtendzon. De opbrengst is goed, zo te zien.
Hier en daar passeren we eens één of enkele pelgrims, of worden we door hen ingehaald, als we bijvoorbeeld een foto maken van al het moois om ons heen. We lopen hier en daar door een hol bospad, waar de bruine varens in herfsttooi aan beide zijden van het bospad hoog boven ons uit steken.

A Pena en Portocamiño
Vanwege het grote aantal foto’s dat we nu al hebben gemaakt en vanwege het vele klimmen en dalen, schieten we niet erg op. Het valt ons dan ook wel een beetje tegen dat het al 10.30 uur is als we het gehucht A Peña binnenwandelen. We zijn nu al anderhalf uur onderweg en hebben nog maar zo’n vijf kilometer gelopen. Wel vijf mooie kilometers, overigens.
We zouden hier linksaf kunnen gaan om een eindje van de camino af een kop koffie te gaan drinken in Portocamiño. We blijven echter op de doorgaande route en lopen zo met een ruime bocht om Portocamiño heen.
We gaan verder in westelijke richting en zien op een gegeven moment rechtsonder in het dal dat daar nog steeds een mistbank van vanmorgen in dat dal is blijven hangen.
We gaan door een prachtig heuvelachtig gebied, waarvan een deel natuurgebied is en een ander deel al door boeren in cultuur is gebracht. Er wordt hier in deze regio veel maïs verbouwd. Het is overwegend agrarisch qua bedrijvigheid, met voornamelijk veeteelt. De maïsverbouw staat hier in het teken van het veevoer. Grote bulten oude en nieuwe snijmaïs liggen op de boerenerven en in de voeropslagen van de veeschuren. Op een gegeven moment lopen we dwars door een maïsveld. De camino wordt hier door boer en wandelaars open gehouden, zodat wij vrij baan hebben over het wandelpad met links en rechts maïs.

Vilarserio
Het volgende dorp waar we komen, is Vilarserio.
In onze wandelgids hadden we al gezien dat hier een café is, waar we even wat kunnen eten en drinken en rusten. Volgens diezelfde routegids is het volgende horeca-adres zo’n negen kilometer verder, dus we gaan pauzeren in Vilarserio. Op het terras van A Nosa Casa zitten al enkele andere pelgrims. Af en toe gaan enkele pelgrims weer verder en komen er ook weer andere pelgrims bij, dus het is hier binnen in het café en buiten in de zon op het terras een gezellige boel. We bestellen koffie met een bocadillo en zien tot onze verrassing dat daartoe een hele stokbrood wordt gehalveerd, en dat het brood met kaas en grote plakken spek heerlijk worden gegrild op een grote grillplaat. Het resultaat is een fors belegd brood(je), dat ons voortreffelijk smaakt.

Cornado
Na ook een tweede kop koffie gaan we ruim gevoed en gelaafd weer verder. Het weer is prachtig. Volop zon en een heerlijke temperatuur voor onze nogal lange wandeling van vandaag. Maar we klagen daar niet over, want dit zijn voor ons ideale weersomstandigheden voor een perfecte langeafstandswandeling.
Het is nu al over twaalven en we hebben in vier uren nog maar zo’n 14 kilometer gelopen. Als we in dit tempo door gaan, zullen we tussen 18.00 en 19.00 uur pas in Olveiroa arriveren. We zullen proberen om ons tempo enigszins op te voeren, zodat we in elk geval vóór of uiterlijk 18.00 uur aankomen in Olveiroa.
Het eerste dorp waar we vervolgens door komen, is Cornado.
Daarna volgt een traject van zo’n vijf kilometer door een open heuvelachtig landschap. We lopen overwegend over boerenlandwegen, waarop regelmatig tractoren ons passeren.

Maroñas en Santa Mariña
We steken via een betonnen brug een beek over. Een boer is hier in de beek zijn giertank aan het schoonspoelen. Voorbij de brug arriveren we in het dorp Maroñas; ook een volop agrarisch dorp met veel boerderijen, en bovendien ook veel traditionele horréos (droogplaatsen/opslagplaatsen voor bv. maïs).
Daarna volgt het dorpje Santa Mariña. Voorbij deze plaats moeten we een klein stukje langs de LC-403 lopen. Hier passeren we ook een café, waar enkele pelgrims zitten te rusten onder het genot van een hapje en een drankje. Ook wij nemen plaats op het terras aan de doorgaande weg en drinken hier een lekkere kop thee; ook heerlijk op een warme dag als vandaag.
Voorbij dit café gaan we verder naar het westen, richting Bon Xesús. Vóór ons zien we de hoge bergrug van de Monte Aro, waar we straks over heen zullen gaan.

El Monte Aro
Voorbij het gehucht Gueíma zijn we al een behoorlijke eind geklommen, en hebben we een mooi uitzicht over het dal waar we uit zijn gekomen.
Dan volgt het laatste stuk van de beklimming van de Monte Aro.
Als we over dat hoogste punt heen zijn, zien we rechts vóór ons in het dal het grote stuwmeer ‘Embalse de Ferrenza’ liggen.
Als we dit stuwmeer voorbij zijn, passeren we het dorpje Lago.

Abeleiroas
Het volgende dorpje waar we door wandelen, is Abeleiroas.
Buiten Abeleiroas ontmoeten we een Duitse jongen, die vandaag als pelgrim voortdurend vóór of achter ons loopt. We lopen een eindje met elkaar op. Tijdens het wandelen en praten hebben we niet eens in de gaten dat we over de asfaltweg voortdurend stijgen en dat langzamerhand het landschap ook verandert. Tot onze verrassing zijn we na een aantal bochten in de weg ineens aangekomen bij de top van een heuvel. Een groot rotsblok vormt de top van die heuvel.
Het landschap is hier ook volledig anders dan we de afgelopen kilometers gewend waren. Vandaag liepen we voornamelijk door agrarisch gebied met veel grasland en veeteelt-bedrijven. Hier op de heuvel staan we in een veel meer heideachtig landschap, met behoorlijke hoogteverschillen en een rotsachtige bodem.

Een warme wandeldag
We gaan van de heuvel naar beneden en komen dan langs de begraafplaats van San Christóvo.
Het is een lange wandeldag, waarin de temperatuur stijgt naar zo’n 25 graden Celsius. Een ware pelgrimsdag voor doorzetters, die de volledige afstand van 33 kilometer op één dag willen afleggen. Durkje en ik zijn voornemens om tenminste door te lopen tot Olveiroa, het eindpunt van dit traject. Het eindpunt is overigens ook in zicht als we om 16.15 uur het dorpje O Ponte Olveira binnenwandelen.

Refugio aan de Rio Xallas
Bij de hoofdstraat aangekomen, gaan we rechtsaf en dan zien we direct al de brug liggen die hier over de rivier de Río Xallas ligt. Dit is kennelijk een belangrijke brug over de rivier, want het verkeer rijdt hier af en aan.
Direct voorbij de brug over de rivier ligt buiten de bebouwde kom een vrij nieuwe, gemeentelijke herberg. Een vijftal pelgrims zit op het terras voor de open refugio. Het is nu nog zo’n twee kilometer naar Olveiroa, dus nog ongeveer een half uur lopen. Voor wie dat net een station te ver is, is dit een mooi punt om intrek te nemen in deze refugio. De dagtocht van vandaag is normaal gesproken 33 kilometer, dus voor wie 31 kilometer voor vandaag genoeg of meer dan genoeg is, is dit de kans om te stoppen.
Vanaf het terras begroeten de pelgrims bij de refugio ons als we deze herberg voorbij wandelen. Even later komen we aan in de bebouwde kom van Olveiroa.

Casa Loncho
Al direct vooraan in Olveiroa is een particuliere herberg, gehuisvest in een groot woonhuis. Als we langzaam dit huis voorbij wandelen, komt de vrouw des huizes roepend achter ons aan. Ze probeert ons ervan te overtuigen dat we bij haar intrek zouden moeten nemen. Op onze vraag wat we voor een nacht moeten betalen, vertelt ze dat we voor 12 Euro per persoon kunnen overnachten, inclusief ontbijt, maar als we vragen of we bij haar ook een maaltijd kunnen krijgen, verwijst ze ons door naar de dorpskern verderop, want daar is een herberg met restaurant en een herberg met een kleine winkel, een ‘tienda’.
Durkje en ik besluiten door te lopen, want we waren van plan om in het dorpscentrum een slaapplaats te zoeken in één van die beide herbergen. Als we de dorpskom in wandelen, lopen we recht op de eerste herberg af. Dit Pension Casa Loncho ziet er gezellig uit met een terras op het erf, waar ook al enkele pelgrims zitten. Binnen, in het café met de tienda, vragen we naar een geschikte slaapplaats en die krijgen we direct toegewezen: op de bovenverdieping een hele mooie kamer, inclusief badkamer met douche en toilet; wel luxe voor een pelgrim, maar we mogen onszelf ook best verwennen na zo’n betrekkelijk zware dagtocht. Er zijn op de bovenverdieping ook kamers met gemeenschappelijke badkamer en op de begane grond zijn de slaapzalen met stapelbedden, óók met gemeenschappelijk sanitair. De Nederlandse medepelgrim Peter Gog heeft voor vannacht hier onderdak gekregen in één van beide slaapzalen.
Nadat we ’s avonds heerlijk hebben gegeten van het pelgrimsmenu in het restaurant van de pelgrimsherberg verderop in het dorp, wandelen we weer terug naar ons overnachtingsadres.

 

Pelgrimeren van Santiago de Compostela naar Negreira


De middeleeuwse brug over de Río Tambre in Ponte Maceira


















Van Zwarte Haan naar Cabo Fisterra

Camino Finisterre > Santiago de Compostela – Cabo Fisterra

Van Santiago de Compostela naar Negreira
Maandag 22 oktober 2012 – 22 km.
Dag 153: 3276 - 3298 km


Start met een goed ontbijt
We hebben vannacht geslapen in Hostal Fornos in Santiago de Compostela. Een prima hostal, maar een ontbijt zit er hier niet in. Daarom gaan Durkje en ik in het centrum van Santiago de Compostela op zoek naar een horecagelegenheid voor het ontbijt. Even na 7.00 uur checken we uit bij de hostalreceptie en dan begint in het donker in het oude stadscentrum onze zoektocht naar een ontbijtlocatie. Als we de binnenstad in wandelen, komt een jong pelgrimsstel op ons af met de vraag of wij weten waar je hier kunt ontbijten. Zij zijn net afkomstig uit de binnenstad en hebben nog niets gevonden, dus wij nemen een andere route, in de richting van de kathedraal. Als we door enkele oude centrumstraten bij de kathedraal arriveren, hebben we nog geen ontbijtgelegenheid gezien. Voor een langeafstandswandelaar is een ontbijt een must, want je moet daar de eerste uren van de dag op teren. Winkels blijken op dit moment van de dag ook nog niet open te zijn, dus wij arriveren zonder ontbijt en zonder etenswaren om 7.25 uur op het grote stadsplein vóór de kathedraal. Het is dan nog steeds donker.

Naar het eind van de wereld
Als we op het plein zijn, begint het te motregenen. In de portiek van het Hostal de los Reyes Católicos - naast de kathedraal - trekken we onze regenponcho’s over onze wandelkleding heen en besluiten we onderweg op de wandelroute dan maar de eerste ontbijtplek te benutten, die we op onze dagroute van vandaag zullen passeren.
Durkje en ik beginnen vandaag aan de ‘Camino Finisterre’. Dat is de pelgrimsroute van Santiago de Compostela naar Finisterre, aan de kust van de Atlantische Oceaan. Een klein deel van de pelgrims die in Santiago de Compostela arriveert, loopt deze 90 kilometer lange camino voorbij Santiago de Compostela nog, om de hele pelgrimage te beëindigen in Finisterre, wat letterlijk zoiets als ‘eind van de wereld’ betekent. Hier aan de oceaankust kun je niet verder naar het westen wandelen, dus hier is de pelgrimstocht finaal afgelopen. 
Het noordelijke begin van onze pelgrimstocht was Zwarte Haan, aan de Friese Waddenzeedijk. De pelgrimstocht van Durkje en mij zal uiteindelijk lopen van Zwarte Haan naar Finisterre, en daarmee dus van het begin van de wereld naar het eind van de wereld, of ook wel ‘van zee naar zee’.

American Breakfast in Spain
Nu ligt het vanmorgen niet in de verwachting dat we tot het eind van de wereld zullen moeten lopen voor ons ontbijt, dus we hopen er maar het beste van. We zullen in zo’n grote stad als Santiago de Compostela toch zeker wel één café passeren, waar ze een ontbijt serveren. Er zijn immers dagelijks pelgrims die deze weg naar Finisterre lopen en die ook allemaal een ontbijt nodig hebben, voordat ze de stad Santiago de Compostela verlaten. Vol goede moed laten we de kathedraal achter ons en gaan we dus op pad op de Camino Finisterre. We willen vandaag van Santiago de Compostela naar Negreira wandelen, over een afstand van 22 kilometer.
We hebben geluk, want op nog geen half uur afstand van de kathedraal lopen we langs een café op een kruispunt van drukke wegen, in de maandagochtendspits. Een man met een kelnerschort aan bevestigt op onze vraag dat we hier kunnen ontbijten. We gaan dan ook naar binnen en krijgen van de jongeman een heerlijk ‘American Breakfast’ voorgeschoteld.
Beiden twee koppen ‘Café Americano’ erbij, en we hebben een stevig ontbijt, waar we de komende uren prima mee vooruit kunnen.

Sarela
Als we weer buiten komen, zien we een pelgrim met een kleine Nederlandse vlag op zijn rugzak voor ons uit lopen. We lopen langs het stadspark de stad uit, richting Parque San Lourenzo. Het is nog tijdens het ochtendgloren als we via de oude stenen brug de rivier Río Sarela over steken. Enkele geruïneerde gebouwen staan aan de overzijde langs de rivier.
Aan de overzijde van de rivier gaan we heuvelopwaarts richting Sarela. Als we op een gegeven moment achterom kijken, zien we nog de kathedraal van Santiago de Compostela in het dal achter ons liggen.
Een prachtig bospad door een bosperceel volgt daarna.
Durkje belt wandelend even met Pieter thuis. Het bospad golft klimmend en dalend door het mooie herfstachtige bos.
Het eerste dorpje waar we door komen, is Sarela. Een hele grote, gemoderniseerde hórreo staat hier in de tuin van een woning aan het dorpspleintje.
Als we daarna het bos weer in gaan, breekt heel even de zon door in het bos.

Dorpentocht
Het volgende dorp waar we doorheen komen, is Carballal.
Daarna verlaten we het bos en gaan we door een open heuvellandschap. Als Durkje en ik bij een grote doorgaande weg arriveren, die we naar rechts moeten volgen, zijn we aangekomen in het dorpje Alto do Vento. We hebben tot hier dan inmiddels 9,5 kilometer gelopen.
Langs de asfaltweg en via het dorpje Ames gaan we naar de plaats Ventosa, een dorp met een groot hoogteverschil. Vóór ons zien we dan al de heuvelrug van de Alto Mar do Ovellas opdoemen. Daar moeten we straks over heen.
Maar eerst volgt nog het dorpje Lombao.
Om de route nog beter te bewegwijzeren in de kleine dorpjes, zie je hier en daar beschilderde houten borden met daarop de richting van de camino aangegeven. Durkje en ik volgen de borden ‘Fisterra’.
We gaan weer parallel aan de drukke verkeersweg verder en passeren dan op enige afstand het dorpje Castelo.

Augapesada
In onze routegids hadden we al zien staan dat in het volgende dorp een café is. Als we in Augapesada arriveren, hebben we bijna 12,5 kilometer gelopen, dus dit is een mooi punt om even te pauzeren voor koffie en een broodje in het plaatselijke café.
Als we bij de cafébaas koffie met broodjes hebben besteld, arriveren ook twee ander pelgrims, die we al enige tijd achter ons zagen lopen. De jonge man blijft buiten op het overdekte terras zitten. De andere man komt het café in en bestelt koffie. We zien dat dit de man is die ons eerder vanmorgen – met het Nederlandse vlaggetje op zijn rugzak - bij het café in Santiago de Compostela voorbij wandelde. We spreken hem aan en dan blijkt hij inderdaad uit Nederland te komen. Het is pelgrim Peter Gog uit Vlaardingen, voorheen opticiën aldaar, maar nu met pensioen. Hij komt in het café bij ons aan tafel zitten en dan drinken we met zijn drieën koffie, daarbij nader kennis met elkaar makend.
Aan de andere zijde van Augapesada gaan we via de doorgaande asfaltweg over de rivier Arroyo dos Pasos. Aan de andere zijde lopen we langs deze rivier, waar de eeuwenoude stenen brug nog over de rivier ligt.

Alto Mar do Ovellas
Dan gaan we het bos weer in, de Alto Mar do Ovellas op klimmend, naar een hoogte van 275 meter. Dat het herfst is, is hier ook duidelijk. Prachtige paddenstoelensoorten zien we in de berm langs het heuvelpad.
Ook hier weer een eucalyptusbos, zoals we die hier in deze regio zoveel zien. De hoge en kale stammen van de eucalyptusbomen rijzen op tot ver boven de met herfstbruine varens bedekte bosbodem.
In dit bosperceel komen we door het dorpje Carballal.
Het is regenachtig weer, nu eens droog, dan regent het weer. We houden de paraplu voortdurend bij de hand om die op te steken, zodra we weer een regenbui over ons heen krijgen.
Een volgend dorp waar we doorheen wandelen, is Trasmonte.
Voorbij Trasmonte ligt een bosperceel met veel tamme kastanjebomen. Een enorme hoeveelheid bruine kastanjebolsters is al uit de bomen gevallen. Ze liggen als een dik bruin tapijt onder de kastanjebomen.
Het volgende dorpje dat we passeren, is Reino, ook gelegen in het hetzelfde bosperceel.
Een wat grotere plaats aan de verste rand van het bos is het dorpje Burguieros. Als we dit dorp naderen, komt er een melktankauto aanrijden. De chauffeur stopt bij de afrit van een boerderij en rijdt zijn tankwagen dan langzaam achteruit het veel lager gelegen boerenerf op.

Schilderachtig Ponte Maceira
Daarna gaan wij heuvelafwaarts verder. We dalen nu af naar de rivier de Río Tambre. We lopen in de richting van het dorpje A Ponte Maceira.
Dit is waarlijk een prachtige plek langs de camino. Een eeuwenoude stenen brug ligt hier over de rivier.
Het middeleeuwse dorp ligt aan weerszijden van de rivier, ingeklemd tussen twee heuvelruggen. Uitzonderlijk mooi! Rechts van de brug ligt een ronde waterval, weliswaar niet met een groot verval, maar wel voldoende om het geluid van een grote waterval te produceren.
Via deze oude brug moeten we hier de rivier oversteken.
Ook aan de overzijde heb je een mooi uitzicht over de rivier, de brug en de heuvels aan beide zijden van de Río Tambre.
We nemen ruim de tijd om deze mooie plaats nader te bekijken.
We verlaten Ponte Maceira, het schilderachtige dorp aan de rivier.
We lopen nu verder langs de noordoever van de rivier. Daarbij gaan we buiten het dorp onder de Ponte Maceira Nova (de nieuwe brug van Maceira) door.

Verder naar Negreira
Langs het pad staat een rij mooie wilgen met prachtige rood-oranje-gele wilgentenen, met bovenop deze takken nog enkele groene blaadjes. De zon schijnt net op dit moment heel even op de wilgentakken, wat het tot een prachtig kleurrijk geheel maakt.
Ter hoogte van het dorpje Outeiros komen we weer op een brede asfaltweg, die we vanaf hier moeten volgen.
Langs deze drukke weg lopen we naar het dorpje Barca.
De drukke verkeersweg splitst zich verderop en wij moeten dan over de meest rustige aftakking verder. Een behoorlijke klim volgt dan weer langs deze asfaltweg. De weg voert ons naar het dorp Chancela.

Tamara in Negreira
We lopen nog steeds richting Negreira, ons eindpunt voor vandaag. Vanaf Chancela is het nog een kilometer naar Negreira. Bij de nieuwe brug over de Río Tambra hadden we al een aankondiging en een prijslijst van één van de hotels in Negreira gezien. Hotel Tamara lijkt ons zo op het eerste gezicht een prima onderkomen voor de komende nacht, dus we besluiten daar eerst maar eens te kijken. Nog voordat we het centrum van Negreira bereiken, wijzen de richtingborden van Hotel Tamara naar een heel smal paadje, dat heuvelafwaarts naar de doorgaande weg van Negreira loopt. Voorzichtig gaan we naar beneden over dit smalle paadje. Beneden steken we de drukke hoofdstraat over en dan arriveren we in Hotel Tamara. Voor een prima prijs kun je hier een ruime hotelkamer krijgen, dus we besluiten hier vannacht te overnachten.
Tot nu toe viel het met de regen vandaag nog wel mee, maar als we eenmaal onze intrek hebben genomen in dit hotel, valt het met de regen beslist niet meer mee. We zijn mooi op tijd binnen, want gedurende de rest van de middag regent het stevig en bijna onophoudelijk.
Dit is een geschikt moment om weer even een deel van ons wandelverslag te schrijven, want naar buiten kunnen we nu toch niet.
Pas aan het eind van de middag kun je weer fatsoenlijk buiten lopen, zij het onder de paraplu. Durkje neemt deze gelegenheid te baat om in het dorpscentrum enkele boodschappen voor de volgende dag te halen. Ik ga ondertussen in de hotelkamer verder met het wandelverslag.

Menu del peregrino
Het hotel heeft ook een behoorlijk groot restaurant, waar we vanavond een pelgrimsmaaltijd kunnen krijgen. In het restaurant zijn vanavond nog een zestal andere pelgrims, die hier ook genieten van hun pelgrimsmenu. We krijgen vanavond een prima driegangen-pelgrimsmaaltijd voorgeschoteld; een streekmenu, veel, voedzaam en lekker. De barman die ons bedient, vertelt dat dit een traditioneel menu is, passend bij de koude weken en maanden die nog zullen volgen. Met een fles lekkere rode wijn erbij, genieten we van een heerlijke culinaire avond in het restaurant van Hotel Tamara.

dinsdag 30 oktober 2012

Pelgrimeren van Pedrouzo naar Santiago de Compostela

Aankomst bij de kathedraal van Santiago de Compostela

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Camino Santiago > Roncesvalles – Santiago de Compostela

Van Pedrouzo naar Santiago de Compostela
Zondag 21 oktober 2012 – 21 km.
Dag 152: 3255 - 3276 km

Terug op de camino
Twee maanden na de zomervakantie zijn Durkje en ik weer terug in Spanje, op de camino. Gisteravond zijn we vanaf Schiphol uit Nederland vertrokken, om na de eerste vlucht over te stappen in Madrid op de vlucht van Madrid naar Santiago de Compostela. Even na middernacht arriveerden we met een taxi bij Hostal Platas in O Pedrouzo, waar we hebben overnacht.
Bij het uitchecken uit het hostal kopen we twee ontbijtvouchers voor een uitgebreid ‘special’ ontbijt. Die ontbijtvouchers kunnen we inleveren in het naast het hostal gevestigde café. Daar nuttigen we ons ontbijt. Bij het geserveerde ontbijt zit een broodkorf met vier stukjes stokbrood. De serveerster had toch zeker kunnen inschatten dat die twee grote Nederlandse pelgrims niet de camino op kunnen met deze kleine broodportie, maar als we om méér brood vragen, staat er binnen de kortste keren een opnieuw gevulde broodkorf op tafel. Zo starten we vandaag toch nog met een stevig ontbijt.
Om 10.00 uur verlaten we het ontbijtcafé.
Dan lopen we naar de camino, naar de plaats net buiten O Pedrouzo, waar we twee maanden geleden onze zomervakantie-pelgrimage beëindigden.

We gaan ervoor
We waren aanvankelijk van plan om vandaag zo rond het middaguur uit O Pedrouzo te vertrekken, om op deze zondagmiddag de eerste kilometers van de 22 kilometer lange tocht van O Pedrouzo naar Santiago de Compostela af te leggen. We zijn nu echter twee uren eerder dan verwacht op pad, dus zo langzamerhand ontstaat vanmorgen het idee om – als de wandeling vanmiddag voorspoedig verloopt – toch maar gewoon door te wandelen naar Santiago de Compostela. Dat is hooguit zo’n 5 uren wandelen, en als je dan om 10.00 uur al op pad bent, kun je toch zo halverwege de middag nog wel in Santiago de Compostela aankomen. Zo gedacht en gezegd, zo gedaan. We gaan ervoor!
Nog voordat we O Pedrouzo verlaten, zien we al twee andere pelgrims vóór ons lopen. We lopen achter hen aan het bos in, in de richting van het dorpje San Antón, zo’n half uurtje lopen vanuit O Pedrouzo.

Wassen en drogen
Voorbij San Antón volgt óók weer een mooie landelijk route. Het is hier nu rustig op de camino. Slechts af en toe passeren we een pelgrim of een pelgrimsduo. We moeten al snel behoorlijk klimmen, waar we het warm van krijgen. We trekken onze jas en trui uit, want de ochtendmist is opgetrokken en daarvoor in de plaats begint de zon nu al aan kracht te winnen.
Zo ongeveer halverwege tussen de dorpjes San Antón en Amonal passeren we een boerderij. Onder de boomwal achter deze boerderij is een vrouw druk in de weer met de was. Ze staat in de ochtendnevel voorovergebogen bij een grote badkuip met daarin dampend water.
Je kunt zien dat ze op een wel zeer traditionele wijze druk in de weer is met de was. Iets verderop in de ochtendzon – aan de rand van een maïsveld – heeft ze de eerste was al aan de waslijn hangen. Gezien de gunstige weersvoorspelling van vandaag zal die was vandaag spoedig droog zijn.

Moderne pelgrim met zonnecollector
We slaan rechtsaf en lopen achter enkele andere pelgrims aan.
Eén van de pelgrims vóór ons heeft een vrij groot zwart voorwerp achter aan zijn rugzak hangen. Op grotere afstand lijkt het wel een opengevouwen laptop, maar als we dichterbij komen, zien we dat hij een zonnecollector achter op zijn rugzak draagt. Voor een pelgrim is dat wel wat al teveel van het goede, want het is onderweg op veel plaatsen - in bijvoorbeeld café’s, restaurants en refugio’s - goed te doen om de batterij/accu van bijvoorbeeld je telefoon, camera of laptop op te laden, als dat nodig zou zijn. Maar wie weet, heeft hij deze voortdurende stroomvoorziening wel voor iets anders nodig.

Amonal en Castrofeite
We komen bij Amonal. We lopen langs het dorp, steken de Río Amonal over en gaan dan door een klein voetgangerstunneltje onder de N547 door.
Voorbij Amonal volgt een mooi pad - een holle weg - heuvelopwaarts. Dat pad gaat over in een klein weggetje, en daarna wordt het een bospad door een uitgedund eucalyptusbos.
Na een afdaling komen we uit bij het Cruce de Castrofeite.
Hier staat - op de plaats waar het pelgrimspad langs een autoweg gaat - een pelgrimsmonument. Uit het brok steen is een pelgrimsstaf met een Jacobsschelp en een kalebas uitgehouwen. Aan de bovenzijde staat ‘Santiago’.

Ready to take off
We lopen over het voetpad links van de autoweg. Links van ons staat een eindje verderop het hek van het vliegveld van Santiago de Compostela. We horen de brullende motoren van een stationair draaiende vliegtuigmotor. Het geluid van de motoren zwelt aan, dus de kans is groot dat een vliegtuig links vóór ons de startbaan op gaat. Enkele meters verderop zien we inderdaad een vliegtuig staan. We stellen ons even op met het zicht op de veel hoger gelegen startbaan en dan zien we al vrij snel het vliegtuig van Ryanair met zwaar ronkende motoren over de startbaan rijden, om verderop het luchtruim te kiezen.
We lopen verder langs het hek van het vliegveld. Op de plaats waar we de autoweg over moeten steken, laten we het hekwerk van het vliegveld achter ons. Bij deze oversteekplaats hebben voorbijgaande pelgrims een groot aantal verschillend gekleurde doekjes, linten en sjaaltjes aan het gaas van het hekwerk gehangen. Een kleurrijke schakering van allerlei soorten textiel is het resultaat.

San Paio
Over een bospad lopen we - parallel aan de autoweg - naar het dorpje San Paio.
Vooraan in San Paio is een café, waar een viertal pelgrims met elkaar koffie drinkt. In het café zetten we een stempel (in het Spaans: sello) in onze pelgrimspaspoorten. Het is het eerste stempel in onze derde stempelkaart van de camino.
Verderop in het dorp is een klein pleintje. Een Spaanse vrouw heeft hier een marktkraam staan, waarin ze een groot aantal pelgrimsattributen en souvenirs verkoopt. We kopen van haar twee kleine kalebassen, om die aan onze rugzakken te hangen. Op de kalebassen staat het welbekende zwaardkruis geschilderd. Ook kopen we twee bananen, zodat we iets kunnen eten alvorens we verder gaan.
We hebben in het café in O Pedrouzo wel voldoende drinken gekocht, maar geen eten voor onderweg. Alle winkels waren trouwens ook gesloten in O Pedrouzo; het is vandaag immers zondag.
Voorbij San Paio komen we weer in een bosperceel met veel hoge eucalyptusbomen.

Lavacolla
Het volgende dorp waar we door komen, is Lavacolla.
Onderaan de stenen traptreden die naar de hoger gelegen dorpskerk leiden, staan een man en een vrouw ieder met een marktkraam. Beiden verkopen ze mierenzoete ronde koekjes. De man biedt ons zo’n stukje koek aan. Het is wel lekker, maar voor ons veel te zoet om daar onderweg uitgebreid van te eten.
Voordat we verder gaan, willen we eerst de kerk bezoeken, dus we gaan over de stenen traptreden naar boven, waar ook het kerkhof rond de kerk ligt.
Als we de kerk binnen wandelen, zien we dat de zondagse mis hier momenteel gaande is.
We willen de parochianen en meneer de pastoor niet storen, dus we lopen weer naar buiten. Als we even buiten staan te overleggen wat we nu gaan doen, komen de eerste kerkgangers al de kerk uit. De mis is afgelopen. De kerkgangers verlaten de kerk, kopen bij de marktkraam een plastic zak zoete koekjes, wandelen huiswaarts òf blijven op het kerkhof eerst nog even met elkaar staan praten.
Voor ons dus een mooie gelegenheid om nu de kerk te bezichtigen, alvorens we verder wandelen.
Na dit kerkbezoek wandelen we door Lavacolla naar beneden, naar de beek aan de rand van het dorp. Dit is de beroemde beek waar de pelgrims zich eeuwenlang hebben gewassen, voordat ze verder trokken naar Santiago.

Villamaior en Neiro
Aan de overzijde van de beek gaan we via een stijgende asfaltweg in de richting van het dorpje Villamaior.
Na Villamaior wandelen we door het gehucht Neiro.
Voorbij Neiro passeren we een groot televisiestation.
Verderop gaan we linksaf bij een grote camping. De camping is niet zo bijzonder, maar hij is wel mooi dichtbij Santiago de Compostela, dus voor wie dit bedevaartsoord wil bezoeken, is dit wel een optie.
Voorbij de camping passeren we ook nog een ander televisiestation van een regionale zender.

San Marcos
We gaan verder en komen dan op de splitsing waar de camino linksaf gaat naar de Monte do Gozo en waar je rechtdoor kunt naar het dorp San Marcos. Wij gaan rechtdoor, want we zien verderop een hotel-restaurant staan. Daar willen we eerst een rustpauze nemen en tegelijk een hapje eten. Het is inmiddels ongeveer 13.30 uur. We hebben zonder langere pauze inmiddels 14,5 kilometer gelopen in 3,5 uur. Het is nog ongeveer vijf kilometer naar Santiago de Compostela, dus we zullen nog zeker een uur onderweg zijn.
Rusten en lunchen in dit restaurant blijkt een goede keus te zijn. Het is er gezellig druk. In de overdekte ruimte op de binnenplaats zit ook een vijftal andere pelgrims te eten. Voor de rest is de binnenplaats nagenoeg vol. Veel Spanjaarden komen hier lunchen, dus het is hier gezellig druk. Gelukkig hoeven we niet lang op ons eten te wachten, want er loopt veel bedienend personeel rond en ook in de keuken wordt vlot gewerkt. Voordat we het gevoel krijgen dat we zitten te wachten, staat onze bestelde lunch op tafel. Twee heerlijke Spaanse gerechten met aardappel en ei, lekker brood erbij en een literfles ijskoud bronwater; helemaal goed en lekker.
Na de heerlijke lunch - en goed uitgerust - verlaten we dit prima restaurant van San Marcos.

Monte do Gozo
Op de splitsing die we zojuist al hebben gepasseerd, nemen we nu de afslag rechtsaf richting Monte do Gozo.
Bovenop de Monte do Gozo staat de kapel van de heilige Marcus. Deze kapel is gesloten. Iets hoger, op de top, staat een groot pelgrimsmonument. Aan alle vier zijden van het metershoge voetstuk van het kunstwerk zijn grote metalen panelen aangebracht met uiteenlopende voorstellingen. Op één ervan staat wijlen paus Johannes Paulus II, die hier in 1989 op bezoek is geweest. Twee andere pelgrims zitten aan de voet van het monument op een bankje. Een groep fietsende jongeheren vraagt ons of wij enkele groepsfoto’s van hen willen maken met hun fotocamera’s. Zij hebben de Monte do Gozo vandaag beklommen en willen dat graag bekroond zien met een mooie foto bij dit grote pelgrimsmonument. Dat doen we graag voor hen, en zij bedanken ons na afloop hartelijk en wensen ons ‘buen camino’.
De top van de Monte do Gozo is al van oudsher de plaats waar de voorbijtrekkende pelgrims voor het eerst de kathedraal van Santiago de Compostela konden aanschouwen in het verderop gelegen gebied. Monte do Gozo betekent ‘de berg van de vreugde’; een buitengewoon goed gekozen naam, als vertolking van wat velen moeten hebben gevoeld in de afgelopen eeuwen, als ze hier voor het eerst de kathedraal van hun bedevaartsoord zagen staan.
Voorbij de kapel van Sint Marcus volgen we de met gele caminopijlen gemarkeerde route over de asfaltweg, richting Santiago de Compostela. Spoedig zien we de eerste bebouwing van deze stad vóór ons liggen.

Aankomst in Santiago de Compostela
Voorbij de pelgrimsherberg gaan we verder over de asfaltweg naar de stad. Om 14.30 uur lopen we bij het moderne pelgrimsmonument de stad Santiago de Compostela binnen.
Op deze plek geeft Durkje via een sms-bericht aan naaste familie en enkele goede vrienden en kennissen door dat we op dit moment Santiago de Compostela hebben bereikt. Vanuit O Pedrouzo hebben we daar 4,5 uur over gedaan.
Iets verderop passeren we het plaatsnaambord ‘Santiago’. Eén van de twee jongens die aan de overzijde van de weg staan te wachten met hun sporttas, is zo vriendelijk om van ons samen bij het plaatsnaambord een foto te maken.
Daarna volgt nog een lang stuk door de buitenwijken van Santiago de Compostela. Ook hier zijn de winkels allemaal gesloten. We passeren een kleine kledingzaak met aan beide zijden van de portiek een kleine etalage. “Welcome back to the sixties", denk ik als ik de beide etalages eens goed bekijk. Zo herken ik ze van de tijd dat ik nog kind was.
We lopen weer een eind verder en op het moment dat we net twee Spaanse pelgrims inhalen, zien we in de verte voor het eerst de torens van de kathedraal van Santiago de Compostela.
We komen door winkelstraten. In een souvenirwinkel kopen we enkele pelgrimsansichtkaarten.

Aankomst bij de kathedraal van Santiago de Compostela
In het centrum van de stad bereiken we de kathedraal bij het Praza de Immaculada. Rechts van dat stadsplein staat een groot gebouw, de San Martiño Pinario.
Vóór de hoofdingang van dit gebouw staat een ‘living statue’, in dit geval een meesterlijke kopie – helemaal wit - van de wereldberoemde Mahatma Gandhi.
En aan de linkerzijde van dit plein staat de kathedraal van Santiago de Compostela! We zijn er! Ruim 3.275 kilometer hebben we vanuit Sint-Jacobiparochie gelopen, om vandaag – na zeven jaren - eindelijk de kathedraal van Santiago de Compostela te aanschouwen.
We staan hier bij het Azabacheríaportaal, aan de noordzijde van de kathedraal. Dit is het pelgrimsportaal van de kathedraal.
We gaan de kathedraal binnen.

In de kathedraal van Santiago de Compostela
Vóór ons zien we een wierookvat hangen.
Een ander wierookvat – de zogenoemde botafumeiro - wordt in deze kathedraal met een ingenieus systeem tijdens sommige diensten door de kerk gezwaaid tijdens de mis. Bovenin de kerk kun je onder het alziend oog op het plafond een deel van de techniek van de botafumeiro zien.
We gaan de crypte van de kathedraal in.
Hier is het praalgraf van Sint Jacob is te zien.
Daarna gaan we door een smalle en hoge doorgang door het koor van de kathedraal. Van hieruit kun je heel mooi het schip van de kerk zien.
Enkele traptreden hogerop loop je achter het beeld van Sint Jacob langs.
In één van de nissen van de kathedraal staat een beeld van Sint Jacob te paard, als Morendoder (Matamoros).

Praza do Obradoiro
Als we de kathedraal van binnen hebben bekeken, gaan we weer door de pelgrimspoort aan de noordzijde naar buiten. Dan lopen we buiten rechts om de kathedraal heen, om dan uit te komen op het Praza do Obradoiro, het grote plein vóór de kathedraal van Santiago de Compostela. Aan een vrouw die de kathedraal fotografeert, vragen we of ze een foto van ons wil maken, staand vóór de kathedraal. Ze maakt enkele mooie foto van ons, waarvoor we haar hartelijk bedanken.
Het is hier nu niet druk. Op deze zonnige zondagmiddag zijn Spanjaarden in groepjes op en rond het plein en hier en daar zie je enkele groepen toeristen, en sporadisch één of twee pelgrims. Aan de overzijde van het plein – tegenover de kathedraal – staat het gemeentehuis.
We gaan nu op zoek naar het pelgrimsbureau, want we willen daar graag op vertoon van onze gestempelde pelgrimspassen de Compostela (het officiële pelgrimsbewijs) verkrijgen. Aan de rand van het plein passeren we nòg een ‘living statue’, die Sint Jacob verbeeldt. Hij laat zich graag fotograferen, en bedankt je dan alvast voor een geldelijke bijdrage in zijn collectevaas.

Ontmoeting met Gerrit Dik
Als we ons door enkele Spaanse dames hebben laten uitleggen waar we het pelgrimsbureau kunnen vinden, verlaten we het plein vóór de kathedraal. Bij de hoge muur van het Collegio San Xerome passeren we een lange man, die op het display van zijn mobiele telefoon staat te kijken. Ineens zie ik dat het Gerrit Dik is, het medelid van ons Nederlands Genootschap van Sint Jacob. We raken met elkaar in gesprek over van alles en nog wat. We memoreren uiteraard ook dat Gerrit zijn vrouw Adri in de afgelopen meivakantie tijdens hun gezamenlijke pelgrimage door Frankrijk plotseling in haar slaap is overleden in een refugio, nota bene op Gerrit zijn 70e verjaardag. Wij waren op datzelfde moment op pelgrimage op de Spaanse camino, en toen we op de maandagavond na de meivakantie (op de dag van Adri haar begrafenis) thuis kwamen, vonden we daar het overlijdensbericht dat Gerrit ons had gestuurd van het overlijden van de door velen ook in Fryslân zo geliefde en gewaardeerde Adri Dik, bestuurslid van ons pelgrimsgenootschap.
Gerrit heeft in de afgelopen dagen gepelgrimeerd op de camino, samen met André Brouwer, de secretaris van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob. André had me vooraf een weblink naar hun weblog gestuurd, dus wij wisten dat zij één dezer dagen ook in Santiago de Compostela zouden aankomen. In de dagen vóórdat wij vertrokken, lazen we elke dag hun weblogbericht van hun pelgrimage. Zij zijn gisteren hier gearriveerd en vertrekken morgen weer naar Nederland. Wij zijn net gearriveerd en trekken morgen verder naar de Spaanse kust. Wat is het toevallig en wat is het mooi dat we Gerrit Dik hier nu in Santiago de Compostela ontmoeten.

Pelgrimsbureau in Casa Deán
Gerrit en André hebben hun Compostela (pelgrimsbewijs) inmiddels afgehaald van het pelgrimsbureau, dus Gerrit loopt even met ons mee om te laten zien waar we het pelgrimsbureau kunnen vinden.
We gaan dan het barokke Casa del Deán binnen aan de Rúa do Vilar. Op de tweede verdieping bevindt zich het pelgrimsbureau.
Gelukkig is het niet druk in het pelgrimsbureau, dus het duurt maar even voordat Durkje en ik ook aan de beurt zijn.
We tonen beiden onze drie gestempelde pelgrimspaspoorten, vullen het pelgrimsregister in en krijgen dan alle zes pelgrimspaspoorten afgestempeld weer terug.

Compostela
Daarna krijgen we dan de bijzondere Compostela (het pelgrimscertificaat).
Deze Compostela is het bewijs dat we als pelgrim zijn aangekomen in Santiago de Compostela en dat we daarbij aan alle vereisten hebben voldaan om dit getuigschrift welverdiend in ontvangst te mogen nemen, met de hartelijke felicitaties van de baliemedewerkers van het pelgrimsbureau èn van de andere aanwezige pelgrims, die hier zojuist óók hun Compostela kregen, of straks nog zullen krijgen.
De beide Compostela’s bewaren we de komende dagen in een van thuis meegenomen plastic map, opdat onze pelgrimsbewijzen nog mooi zijn als we over een week weer thuis komen.
Durkje en ik hebben de 3.276 kilometer pelgrimspad in 152 dagen gelopen.
We liepen van het Fries-Nederlands Sint-Jacobiparochie naar het Galicisch-Spaanse Santiago de Compostela (Santiago betekent ook Sint Jacob), dus eigenlijk pelgrimeerden wij ‘van Sint Jacob naar Sint Jacob’.

En of we het nu willen,
of niet,
hier houdt onze pelgrimsreis 
van de ‘Camino de Santiago’ 
- van Durkje en mij -
onherroepelijk op!

maandag 29 oktober 2012

Pelgrims zoeken de camino


Zaterdag 20 oktober 2012
Aankomst op het vliegveld van Santiago de Compostela


















Klaar voor de start 
Vanmiddag vlak vóór 14.00 uur vertrekken we met de auto naar Schiphol. Ons staat een elf uren durende reis te wachten, die Durkje en mij weer terug moet brengen naar de camino, het Spaanse pelgrimspad, waar we op zondag 19 augustus 2012 tot nader order onze laatste kilometer wandelden. Vanuit Stiens reizen we vanmiddag en vanavond naar het Spaanse O Pedrouzo, één van de dorpen waar de camino doorheen loopt, op 22 wandelkilometers afstand van Santiago de Compostela. 

Vluchten
Om 19.20 uur vertrekt ons vliegtuig van Iberia vanaf Schiphol naar Madrid, waar we om 21.50 uur arriveren. Zodra we het vliegtuig in Madrid verlaten, moeten we direct door naar de gate voor de volgende vlucht. Op het moment dat we bij de gate aankomen, begint het inchecken voor onze volgende vlucht. Om 22.45 uur vertrekt ons vliegtuig van Air Nostrum vanaf Madrid naar Santiago de Compostela, waar we om 23.45 uur arriveren.

Santiago Airport
Als we het vliegtuig hebben verlaten en op het vliegveld van Santiago de Compostela bij de bagageband arriveren, draait de transportband inmiddels, met daarop ook onze beide rugzakken. We kunnen derhalve direct door de aankomsthal van het vliegveld naar de taxistandplaats, waar een aantal taxi’s klaar staat om de gearriveerde vliegtuigpassagiers in het middernachtelijk uur naar hun bestemming te brengen.

O Pedrouzo
Met de taxi rijden we naar Hostal Platas in O Pedrouzo, waar we rond half één ’s nachts arriveren. De nachtportier ontvangt ons vriendelijk en zorgt ervoor dat we snel intrek kunnen nemen in onze hotelkamer. De reis is voorspoedig verlopen, met als resultaat dat we ongeveer een half uur eerden dan gepland zijn aangekomen in de gereserveerde hotelkamer.

Nachtrust
Omdat we morgen slechts enkele kilometers willen gaan lopen op de camino, zetten we de wekker niet. Morgenochtend zien we wel hoe laat we wakker worden en hoeveel tijd we dan nodig hebben om op pad te gaan. Morgen zetten we onze pelgrimage voort, met als doel om onze pelgrimage op de camino gedurende de komende week te voltooien.