dinsdag 17 augustus 2010

Pelgrimeren van Feytiat naar Masmont

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Feytiat naar Masmont
Woensdag 11 augustus 2010 – 21 km.
Dag 87: 1830 – 1851 km.

Om 6.30 uur staan Durkje en ik vanmorgen op. Als we rond 7.00 uur ontbijten, begint het een beetje te regenen op de camping van Aix-sur-Vienne, waar we gisteren onze caravan hebben gebracht als nieuwe thuisbasis. Het is de hele dag dichtbewolkt en de temperatuur begint vanmorgen met 15 graden Celsius en die loopt vandaag op tot 23 graden Celsius. We brengen om 7.45 uur de auto eerst naar Masmont. Daarna fietsen we in ruim anderhalf uur via Limoges naar Feytiat, waar we onze fietsen stallen in de nieuwbouwwijk. Om 10.15 uur begint onze wandeltocht.

We verlaten de nieuwbouw van Feytiat als we de D979 over steken. Na enkele straten van de wijk Ardennes komen we op een wandelpad langs de bosrand en over de heuvelkam. Na 300 meter langs de D98 verlaten we deze drukke asfaltweg om na de eerste huizen het riviertje de Valoine over te steken. Iets verderop zien we de vijver van de molen van Châtenet. We lopen door naar de priorij van Châtenet, een oude vestiging van de orde van Grandmont, die al is gesticht in het jaar 1120. Tegenover deze priorij nemen we een onverharde weg langs het bos van Bruges. Als we nabij Bruges het bos uit komen, wordt daar het bospad versperd door een grote vrachtwagen, die zojuist door een andere voertuig is geladen met boomstammen. We lopen achter de vrachtwagen langs. De chauffeur is nog bezig om de lading vast te sjorren, om over enkele ogenblikken te kunnen vertrekken.

Via enkele asfaltwegen lopen we naar en door het dorp Le Mas-Gauthier. Even later steken we de D220 over en dan komen we in de buurt van de A20, die we straks ook moeten kruisen. In de verte zien we de zendmast, die we de afgelopen dagen al enkele malen op grote afstand boven op een heuvel hadden zien staan. We zijn er nu vlakbij. Via een onverharde weg komen we tussen de D220 en de A20 uit aan de achterzijde van het grote bedrijventerrein langs de A20. Als we bij de op- en afritten van de A20 arriveren, zien we dat het eerste bedrijf een verkoopvestiging is van een fabrikant van porcelein. Dat verbaast ons niet, want Limoges staat bekend om haar porceleinindustrie. Naast deze fabriekswinkel staat een McDonalds, waar we een kop koffie drinken, want dat was er vanmorgen nog niet van gekomen.

Na de koffiepauze steken we de A20 over met het viaduct en dan wandelen we langs een asfaltweg naar een bospad, waarmee we door een bosperceel lopen. Als we het bos uit komen, staat rechts van ons naast de oprit van een woonhuis een grote dode boom. Deze keer een opvallend exemplaar, want rondom de stam zien we allerlei kleuren, ontstaan door de verschillende zwammen, die deze dode boom gebruiken als voeding. De boom krijgt zo een kleurrijk stampatroon, bijna alsof die is geschilderd en hier en daar is bespoten met purschuim. Toch is dit stukje kunst puur natuur.

We gaan verder langs de rand van een weiland, steken de D704 over en nemen vervolgens een landbouwweg. Daarna lopen we tussen twee hoge heggen door, dalen naar de weilanden in het dal van Briance en gaan verder over een asfaltweg. Dan komen we op een mooi veldpad, waarmee we afdalen naar het dal waarin het stadje Solignac ligt.

In Solignac bezoeken we de abdijkerk, in deze vorm ingewijd in het jaar 1142, maar deze abdij is al in 632 gesticht door Saint Eloy. Bijzonder van deze grote kerk is dat je direct voorbij het voorportaal enkele hoge treden naar beneden moet, waar de begane grond van de kerkzaal is. Deze Romaanse abdijkerk is uniek voor de Limousin, vanwege het feit dat de kerk een reeks koepels heeft. Zelfs na meerdere branden en plunderingen is deze kerk nog alleszins een bezoek waard. Opmerkelijk zijn tevens de 15e eeuwse koorbanken, die op een groot aantal plaatsen zijn gedecoreerd met humoristisch houtsnijwerk.

Na dit kerkbezoek pauzeren we bij de jeu des boules-baan op het plein naast de kerk. Daarna wandelen we door dit karakteristieke stadje verder. Aan de zuidzijde verlaten we Solignac over de Romaanse brug. Vanaf deze brug heb je een mooi uitzicht over de rivier en op de oude “moulin” naast de brug. Aan de overzijde van de rivier maken we een bijzonder forse klim langs de beboste helling van de heuvelrug ten zuiden van Solignac. Op het moment dat je dit hellingbos in gaat, kun je nog even Solignac achter je en beneden je zien liggen.

Bovenaan de heuvelrug komen we aan in het gehucht Chabiran. Langs de asfaltweg verlaten we dit gehucht en dan wandelen we langs de muren en het voormalige toegangshek van het kasteel en het domein van Mont. Na anderhalve kilometer asfalt, gaan we weer wat aangenamer verder via een onverharde weg langs de bosrand. Het begint dan heel zachtjes te regenen, maar dat deert ons hier onder de bomen niet en het is ook spoedig al weer droog. Voorbij een asfaltweg gaan we het bos in en verderop langs een aantal woningen verder over een onverharde weg. Drie jongens rijden hier heen en weer op crossfietsen. Over een asfaltweg lopen we tussen de weilanden door en uiteindelijk komen we aan in het gehucht La Croix Janiquet.

We hebben nog een rustpauze tegoed, maar omdat de lucht steeds dreigender wordt en het niet zover meer is naar ons eindpunt voor vandaag, besluiten we vlot door te lopen naar onze auto een eindje verderop. Via een stenige weg, een onverharde weg en een asfaltweg komen we bij het gehucht Béchadie.

Volgens de routegids moeten we conform de beschrijving en de routekaart via Le Petit Fénérole wandelen, maar de bewegwijzering geeft aan dat we in de richting van La Grange moeten. Omdat we op onze detailkaart zien dat er nog vóór La Grange een veldpad loopt naar Fénérol, besluiten we de route volgens de wegwijzers te vervolgen. Dat betekent nog een klein stukje asfalt en daarna een mooi traject over een karrenspoor tussen boomsingels door. Voorbij Fénérole steken we de D11 over en dan wandelen we om 15.45 uur het gehucht Masmont binnen, waar onze auto in de wegberm staat. Met de auto rijden we weer naar Feytiat, waar we de fietsen afhalen om tenslotte weer terug te rijden naar de camping in Aix-sur-Vienne. Op deze koele zomerdag hebben we 21 kilometer gewandeld in 5,5 uren.

Pelgrimeren van Saint-Léonard-de-Noblat naar Feytiat

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Saint-Léonard-de-Noblat naar Feytiat
Maandag 9 augustus 2010 – 22 km.
Dag 86: 1808 -1830 km.


Tegen 7.30 uur verlaten Durkje en ik de camping van Saint-Léonard-de-Noblat. De mist hangt nog dik over de stad, maar in de verte zien we de helderblauwe lucht al verschijnen. Het is 12 graden Celsius en de temperatuur loopt vandaag op tot 26 graden Celsius. Omdat er een zachte, warme wind waait, is het de hele dag een tamelijk warme dag. We gaan naar de nieuwbouwwijk van Feytiat, een voorstad van Limoges. Daarna fietsen we in anderhalf uur terug naar Saint-Léonard-de-Noblat. We stallen de fietsen tegenover het Relais Saint Jacques, want het lijkt ons wel passend om hier vanmorgen onze dagelijkse kop koffie te drinken. Echter, het terras is nog niet geopend, men is nog bezig met de afwikkeling van de hotelgasten van de afgelopen nacht en er is op dit moment van de dag voor pelgrims in dit pelgrimshotel nota bene geen koffie verkrijgbaar. Dat hadden we niet verwacht, maar we nemen het maar zoals het is. Om 9.50 uur begint onze wandeltocht dus noodgedwongen zonder koffie bij dit Relais Saint Jacques.

We dalen bij het gemeentehuis af naar de Chemin de Pavé. Daar gaan we onder het hoge viaduct door. Het kerkje van Le-Pont-de-Noblat zien we verderop staan, tegen de steile heuvelhelling. We steken de D941 over en lopen achter de panden langs, die langs deze uitvalsweg staan. Daar ligt het dorpje Le-Pont-de-Noblat. We lopen in de richting van de rivier de Vienne en zullen hier via de Vieux Pont de rivier over steken. Vanaf het midden van de brug krijgen we een prachtig uitzicht stroomopwaarts en stroomafwaarts. Verderop zien we de brug van de D941 èn het veel hoger gelegen viaduct. Als we bij de D941 komen, gaan we eerst nog even over de brug van de Vienne om aan de overzijde van de rivier bij het café van de benzinepomp een kop koffie te drinken. Na deze koffiepauze gaan we langs de D941 en de Vienne weer op pad.

Bij de porceleinfabriek lopen we langs de asfaltweg in de richting van Rigoulène. Volgens de routegids moeten we deze asfaltweg volgen, maar de bewegwijzering geeft aan dat we achter de porseleinfabriek een stevige klim moeten maken naar de hoge heuvelrug die parallel aan die asfaltweg ligt. Via die mooie veldpaden komen we aan in Rigoulène. We wandelen door een open ruimte van Rigoulène en worden dan teruggeroepen door een oude man, die verderop in een tuin bezig is. Hij wijst ons erop dat we nog even in het ommuurde bloemenperkje moeten kijken, omdat we daar dan Sint Jacobus zullen aantreffen. We volgen zijn aanwijzingen op en vinden daar inderdaad het beeldje van Sint Jacobus. Het kleine beeldje van Saint Jacques staat in een ijzeren huisje, ingebouwd in een laag muurtje. Het beeldje staat achter glas en boven op het muurtje is een Jacobsschelp ingemetseld.

We bedanken de man nog voor zijn goede tip en hij wil vooral nog even van ons weten waar we vandaan komen. Hij wenst ons nog een goede reis. Omdat de routebeschrijving niet meer klopt, vervolgen we onze route naar Chigot - en nog ver daarna - zoveel mogelijk op de aanwijzingen van de routeborden en routesymbolen langs de weg. Met de routekaart erbij kom je er dan ook wel eens achter dat de ontbrekende en/of onzichtbare bewegwijzering resulteert in het lopen van een foute route, maar de routekaart maakt je dat dan wel snel duidelijk, zo ook vanmorgen in ons geval. We kunnen zo de route toch goed blijven volgen, ook als het door gebieden gaat waar bijna niemand meer langs komt, onder andere omdat oude en vervallen woningen daar al lang niet meer bewoond worden.

We arriveren in het gehucht Puy-la-Clède. Daar lopen we over een asfaltweg, die tussen twee bedrijfsterreinen van een steenmijn door loopt. Aan de linkerzijde passeren we eerst het terrein waar van de gedolven steen groot en fijn puin wordt gemaakt. Iets verderop kunnen we aan onze rechterhand het terrein van de steenmijn voor een groot deel overzien. En omdat we hoog lopen, kunnen we over de mijn heen ook ver - tot de horizon - zien. Op dit moment wordt er in de steenmijn niet gewerkt. Het is hier stil.

Via lange asfaltwegen wandelen we naar de D941, die we over steken. Door een nieuwbouwwijk komen we op een onverharde weg, in de richting van een bosperceel. Daar pauzeren we bij een veldkruis, met uitzicht op het veraf gelegen kasteel van Brignac.

Via een holle bosweg, een asfaltweg en een onverharde weg komen we in het gehucht Le Grand Colombier. Via een veldpad steken we dan over - door een klein dal - naar het gehucht Le Petit Colombier. Na een eind wandelen over een asfaltweg komen we vervolgens aan in het dorp Saint-Just-le-Martel. In het dorpscentrum bezichtigen we de openstaande kerk en daarna wandelen we naar de voormalige wasplaats van het dorp. Die is mooi gedecoreerd met bloemen èn we vinden daar een kilometragebord, waarop staat dat het vanaf dit dorp naar Santiago de Compostela nog 1631 kilometer lopen is.

Langs het kerkhof en een pad lopen we het dorp uit en het dal in. Daar steken we de beek van Les Vilettes over via een plankenbrug. Daarna volgt een behoorlijke klim over een onverharde weg. We gaan langs de glooiende velden en komen via een veldpad tussen twee woningen door in La Chêze. Links het geronk van een motormaaier, rechts het luide geblaf van twee grote honden. Oorverdovend. Via de D44 steken we de N141 over in de richting van Les Chabannes. Bij La Tuilerie komen we dan nogmaals bij de N141. Vanaf deze kruising wandelen we door een bosperceel naar Le Buisson.

Bij het ommuurde terrein van een landgoed gaan we linksaf langs de muur, om een enorme, buitengewoon oude eik heen. In het dal dat dan volgt, steken we de Auzette over en gaan we verder door een smalle eikenlaan en over een heel smal paadje langs een weiland. Via een boerenerf komen we dan weer op de asfaltweg naar La Grange. Halverwege deze weg zien we rechts van ons in de verte weer de stad Limoges liggen. Op het kruispunt bij La Grange zien we dan op een electriciteitspaal een ogenschijnlijk dubbelzinnige bewegwijzering. Het ene symbool wijst ons rechtsaf te gaan en het symbool dat er boven staat, geeft aan dat we hier linksaf moeten gaan. Dit kruispunt is nu de plek waar je kunt kiezen of je eerst de stad Limoges al dan niet wilt bezoeken, alvorens je de route van de GR654 vervolgt naar Santiago de Compostela. Wie dat wil, kan hier in 9 kilometer naar Limoges wandelen, en daarna weer terug om vanaf hier weer voort te gaan. Omdat wij enkele jaren geleden met de kinderen de stad Limoges al eens hebben bezocht, gaan wij hier verder op de doorgaande pelgrimsroute, linksaf dus.

We wandelen vanaf het kruispunt voorbij een boerenerf, waarop de strorollen momenteel vier etages hoog worden opgestapeld. Via een stenige weg en een eikenlaan met aan beide zijden dubbele eikenrijen lopen we naar de grote watertoren. Om te voorkomen dat er auto’s over deze eikenlaan gaan, zijn er twee rotsblokken midden op de onverharde weg gelegd, die de doorgang belemmeren. Wij pauzeren, zittend op die rotsblokken, aan de voet van de watertoren. Daarna lopen we nog enkele honderden meters over een breed bospad naar de nieuwbouwwijk van Feytiat, waar onze auto staat. Met de auto rijden we weer naar Saint-Léonard-de-Noblat. Daar halen we de fietsen op, halen er boodschappen en rijden weer terug naar de camping. Op deze warme dag hebben we 22 kilometer gewandeld.

Pelgrimeren van Les Billanges naar Saint-Léonard-de-Noblat

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Les Billanges naar Saint-Léonard-de-Noblat
Zondag 8 augustus 2010 – 24 km.
Dag 85: 1784 – 1808 km.

Rond 7.30 uur verlaten Durkje en ik vanmorgen de camping van Saint-Léonard-de-Noblat. Het is 12 graden Celsius bij een geheel onbewolkte lucht, maar over de stad hangt nog wel een mistbank. Na het ontbijt rijden we vanaf de camping naar het centrum van Saint-Léonard-de-Noblat met de auto en we fietsen daarna in 1 uur en 40 minuten naar Les Billanges. Onderweg zien we een grijze Fiat Doblo met Nederlands kenteken ons tegemoet komen. Om 9.50 uur begint onze wandeltocht. We beginnen bij het voormalige gemeentehuis (nu café-restaurant), schuin tegenover het oorlogsmonument. Via een dalende asfaltweg gaan we naar een onverharde landweg, die ons diep het bos in voert.

Nadat we de D50 zijn gekruist, steken we met een houten brug het riviertje de Colles over. Daarna volgt ook de oversteek van het riviertje La Jonchère. Links voor ons horen we hoe schreeuwende jagers met blaffende jachthonden bezig zijn met een drijfjacht door het bos. Een schot van een jachtgeweer klinkt door het bos. Via een asfaltweg komen we in het gehucht Auziat. Tussen boomwallen door stijgen we over een aarden weg. Boven aangekomen, gaat het langs een boomwal en over een veldweg verder. Via een asfaltweg langs een nieuwbouwwijk komen we aan op de veelsprong van het dorp Saint-Laurent-les-Eglises. Hier staat een kilometragebord, waarop we lezen dat het vanaf hier nog 1674 kilometer is naar Santiago de Compostela. Via de D5a gaan we door het dorp langs de begraafplaats, het postkantoor en de gesloten dorpskerk.

Bij de boerderij van Le Ranch gaan we een begroeide veldweg op en gaat het al snel door een bosperceel omlaag, het dal in van de rivier de Taurion. Hier ligt de rond 1930 gebouwde metalen brug. Deze brug overspant de Taurion, die een zijrivier is van de Vienne. Waar de D5 via deze oude brug de Taurion oversteekt, drinken wij op het terras van het plaatselijke hotel-restaurant een kop koffie. We hebben hier een mooi uitzicht over de rivier en de brug, waarop enkele mannen staan te vissen.

Na de koffie steken we de brug over. Aan de overzijde gaan we via een aarden weg stevig klimmend naar boven, langs de archeologische opgravingen en de twee feodale vestingheuvels boven de Taurion. Boven arriveren we in het gehucht Dognon. Voorbij Dognon volgt een prachtige landweg tussen naaldhout door, in zuidelijke richting naar de D5. Op de kruising met de D5 vinden we de richtingwijzer, die zo kenmerkend is voor deze regio. Op karakteristieke punten op de route vind je hier namelijk in gips gegoten Jacobsschelpen. Mooi gemaakt en in elk geval opvallend langs de route.

We gaan verder over een mooi veldpad door een glooiend landschap. Bij het kasteel van Orgnac worden we bruut verwelkomd door drie enthousiast blaffende honden. Ze verstoren hier de zondagsrust. Vanuit een openstaand raam van een woning tegenover het kasteel worden de honden dan ook tot rust en stilte gemaand, maar dat heeft geen resultaat. Daarom komt een jongedame naar buiten om de honden het erf op te sturen, waarna de honden rustig worden en wij in alle rust bij dit kasteel een foto kunnen maken. Dit kasteel wordt momenteel gerestaureerd. Buiten en binnen wordt gewerkt en achter het kasteel wordt de oude kasteelmuur weer op hoogte gebracht. Aan de voorzijde moet dat ook nog worden gedaan.

Via een veldweg en over een bospad gaan we in de richting van Le Châtenet-en-Dognon. We komen niet in het dorp, maar gaan bij de watertoren al rechtsaf, langs het dorp, over een stenige weg en verderop over de D58a. Daarna volgt een kilometerslang traject over een asfaltweg. Eerst passeren we het kasteel van Plantadis. Daarna komen we over het kruispunt ter hoogte van het gehucht Le Montmolas. Tussen de velden door gaat de asfaltweg verder. Prachtig wolkenluchten hangen boven de akkers, weilanden en boompartijen.

Bij de boerderij van Clémensane nemen we in de hoge wegberm de tijd om te rusten, te eten en te drinken. Via een asfaltweg en een onverharde weg komen we aan in het gehucht Les Boutonnes. Door een boomwal, langs een boomwal en tussen verschillende akkers door gaat het voort. We passeren een graanveld, waar een combine bezig is te oogsten. Als we het graanveld bijna voorbij zijn, zien we in de verte al Saint-Léonard-de-Noblat liggen. De kerktoren steekt ver uit boven de overige stadsbebouwing.

We gaan verder over de D39 in de richting van Pont au Puy. Vlak nadat we de D39 hebben verlaten om over onverharde wegen verder te gaan, ontmoeten we het echtpaar Jelleke & Herman van Arnhem, dat we op 4 augustus 2010 ook al ontmoetten bij onze aankomst in Saint-Etienne-de-Fursac. Zij hadden ons vanmorgen al zien fietsen. Dat waren dus de Nederlanders in die Fiat Doblo, die wij vanmorgen tegen kwamen op de fiets. Zij komen uit Weesp en maken gebruik van tent, auto en scooter om hún wandeltocht te faciliteren. Hun rustpauze loopt hier en nu ten einde. We wisselen eerst nog enige ervaringen uit, waarna zij verder gaan en wij hun pauzeplek gaan gebruiken. Na deze rustpauze gaan ook wij in de richting van de brug over de rivier de Tard.

Vóór de brug gaan we naar rechts en daar steken we via een kleinere, houten brug de Tard over. Daarna klimmen we via een bospad het plateau op. Eerst passeren we de boerderij van Maisonneuve. Na het gehucht Le Haut-Dandelais volgt ook nog het gehucht Dandelais. En daarna volgt een heel mooi smal veldpad boven langs het dal van de rivier de Vienne. Het is nog bijzonder warm, maar met een beetje – ook warme – wind is het hier prima wandelen. Bij een tweetal zendmasten gaan we verder over asfalt en komen we in het plaatsje Puy-Lassaud. Vanaf deze hoogte kunnen we het stadje Saint-Léonard-de-Noblat weer goed zien.

We dalen en krijgen dan als uitsmijter nog een hele steile klim over een smal asfaltweggetje tot aan de buitenring van Saint-Léonard-de-Noblat. Als we bij de auto arriveren op het parkeerterrein bij de ommuurde begraafplaats, rijden de Weespenaren, die we zojuist ontmoetten, net weg. Zij rijden naar Les Billanges om hun scooter af te halen en wij rijden daar nu ook heen om onze fietsen weer op te halen. Op het moment dat we de fietsen op de fietsendrager zetten, rijden Herman & Jelleke van Arnhem ons claxonnerend voorbij. Zij gaan weer terug naar hun camping in Saint-Etienne-de-Fursac en wij rijden weer naar onze camping in Saint-Léonard-de-Noblat. En zo geeft ook iedere Nederlander op eigen wijze vorm aan zijn en/of haar eigen pelgrimstocht. Het was vandaag een wandeling van 6 uren over een afstand van 24 kilometer bij een temperatuur van rond de 25 graden Celsius.

Pelgrimeren van Bénévent-l'Abbaye naar Les Billanges

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Bénévent-l’Abbaye naar Les Billanges
Zaterdag 7 augustus 2010 – 25,5 km.
Dag 84: 1758,5 – 1784 km.


Durkje en ik hebben vandaag een lange dag voor de boeg. We moeten eerst 34 kilometer fietsen om daarna 25,5 kilometer te lopen. Beide trajecten hebben betrekkelijk veel klim- en daalpartijen erbij. De temperatuur begint vanmorgen met 10 graden en loopt verder tijdens de dag op tot in elk geval 29 graden Celsius. Na het ontbijt rijden Durkje en ik vanaf de camping in Saint-Léonard-de-Noblat met de auto en de fietsen naar Les Billanges. De auto parkeren we op de plaats waar we dit dorp later vandaag binnen komen. Daarna maken we een lange fietstocht van 3 uren naar Bénévent-l’Abbaye. In het café in de hoofdwinkelstraat drinken we rond 11.30 uur eerst een kop koffie. Om 11.45 uur begint onze wandeltocht van vandaag. We beginnen in de hoofdstraat, nabij de grote abdijkerk, waar overigens bestrating in de vorm van een straatbrede Jacobsschelp in het wegdek is gelegd.

Bij de Gendarmerie klimmen we naar de 543 meter hoge Puy du Gaud. Boven aangekomen, hebben we een prachtig uitzicht over de omgeving. We lopen dan over de kamlijn, eerst langs La Maison Rouge en daarna dalen we over een holle weg, over de D5 heen, vervolgens weer door de velden en dan via de D62 en de D42 over het spoor bij een spoorwegovergang, waarvan het huisje nog steeds wordt bewoond. Dan volgt een bospad met een mooie oversteek over het riviertje de Ardour, dat hier door een prachtig natuurgebied van drassige velden en bossen stroomt. Vanaf de rivier begint een behoorlijke klim over mooie bospaden door verschillende bospercelen. We gaan hoog langs het gehucht La Gaudinierie en daarna dalend en weer klimmend boven het gehucht Vaux langs. Na de D50 lopen we eerst in de richting van Arrènes, om eerder al een brug over te steken en daarna over een onverharde weg uit te komen in het gehucht Le Theil. Hier nemen we een korte etenspauze.

Na de D43 klimmen we weer stevig over een onverharde weg en krijgen we een mooi uitzicht over de dalen ter hoogte van Les Giraudes. We komen dan door het gehucht Les Giraudes. Voorbij Les Giraudes passeren we de molen van La Ronze. Twee forse siereenden zijn aan het pootje baden, de ene boven op het waterrad van de Moulin de la Ronze en de andere in het laagje stromend water aan de voet van het waterrad. Bij het gehucht l’Abbaye moeten we weer via een onverharde weg behoorlijk klimmen. L’Abbaye ligt op een hoogte van 423 meter. We komen dan eerst in het gehucht Champegeaud. De hoge temperatuur gaat zijn tol eisen tijdens de alsmaar doorgaande klim naar het hooggelegen volgende dorp. Ondertussen krijgen we af en toe tussen de bomen door wel prachtige uitzichten over de omgeving.

Met veel inspanning, oplopende lichaamstemperatuur en verhitte hoofden komen we boven. Het eerste wat we van Saint-Goussaud zien, is de hooggelegen zendmast, die we veel eerder steeds al in de verre omtrek hoog boven de heuvel hebben zien uitsteken. Via de D48 wandelen we eindelijk het op 668 meter hoogte gelegen dorp Saint-Goussaud binnen. De vele wegwijzers maken ons duidelijk dat we hier op de historische Sint-Jacobusroute van de Limousin zijn, dat hier een expositieruimte is (die we inderdaad passeren), dat we hier kunnen genieten van een schitterend panorama en een ander bord wijst naar de verderop staande 12e eeuwse dodenlantaarn van dit dorp. Bij de kruising buiten het dorp zien we weer een kilometragebord, dat vermeldt dat het vanaf hier nog 1534 kilometer is naar Santiago de Compostela.

Buiten Saint-Goussaud nemen we de aarden weg naar boven. Dit is een oude Romeinse weg, die ons al klimmend langs de op 694 meter hoogte liggende Puy de Jouer brengt. Dit is een galloromeinse plek, waar nog resten van een galloromeins theater en een oude tempel voor Jupiter zichtbaar zijn vanaf deze Romeinse weg. We dalen naar het gehucht La Ribière. Daar wijst een handmatig gemaakte wegwijzer met ingebrande tekens ons duidelijk de pelgrimsweg (met Jacobsschelp) van onze route, de GR654.

Via een bosweg die boven langs een beek loopt, dalen we naar het gehucht Sejoux, dat aan de D62 ligt. Als we via La Nouaille door het bos naar Le Maisonnieux lopen, komen ons twee crossmotorrijders op het smalle bospad tegemoet. Als we daarna een asfaltweg bereiken, weten we zo niet of dit nu de D29a is of de D29. Daar komt nog bij dat de routebeschrijving en de routekaart een andere vervolgroute aangeven dan dat de wegwijzers ter plekke doen. Verderop zien we aan de bosrand dezelfde motorrijders weer staan. Op onze vraag waar we nu precies staan, kunnen zij ons vertellen - en over het veld wijzend laten zien - waar de nabije, omliggende dorpen liggen. Dan blijkt ook dat de routewegwijzers een kleine verandering laten zien ten opzichte van de routegids. We besluiten de wegwijzers door het veld te volgen en komen daarmee uit in het gehucht Virareix, dat we volgens de routegids ook moeten bezoeken.

Enkele honderden meters verder arriveren we in het buurgehucht Le Maisonnieux. We pauzeren hier op het erf van een oude boerderij, die op dit moment wordt gerestaureerd.
Via een onverharde weg gaan we in de richting van Bas Breuil. Onderweg passeren we nog een pelgrim in zijn tentje, die tegen een boomwal langs het pad de nacht als wildkampeerder zal doorbrengen. Na een flinke klim over een stenige weg met dikke puinstenen, komen we boven in het gehucht Bas Breuil, een plaats waar je alleen kunt komen via onverharde wegen.

Via enkele onverharde wegen door een bosperceel en tussen akkers door lopen we in de richting van Les Billanges. Inmiddels is het al 18.10 uur, maar de zon schijnt nog aangenaam en het is prachtig wandelen, zo tussen de akkers en velden door. En dan om 18.15 uur arriveren we bij de D29, waarmee we het dorp Les Billanges binnenwandelen.

Het was een lange wandeling van 6,5 uren, maar alleszins de moeite waard. Daarna rijden we naar Bénévent-l’Abbaye, waar we onze fietsen weer afhalen. Daarna rijden we terug naar de camping in Saint-Léonard-de-Noblat. De temperatuur is vandaag opgelopen naar 29 graden Celsius. Een hele warme en ook bijzondere dag; een dag om niet snel te vergeten.

Pelgrimeren van Saint-Etienne-de-Fursac naar Bénévent-l'Abbaye

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Saint-Etienne-de-Fursac naar Bénévent-l’Abbaye
Vrijdag 6 augustus 2010 – 20 km.
Dag 83: 1738,5 – 1758,5 km.

De dag begint met een heldere lucht: geen wolk te zien. Het is vandaag kouder dan gebruikelijk: slechts 8 graden Celsius. Na het ontbijt rijden Durkje en ik vanaf de camping in Saint-Léonard-de-Noblat met de auto en de fietsen naar Bénévent-l’Abbaye. De auto parkeren we op het kerkplein diagonaal tegenover de grote abdijkerk. Daarna fietsen we vanaf hier naar Saint-Etienne-de-Fursac. Nadat we de fietsen hebben gestald achter de kerk bij de rivier de Gartempe, drinken we in het centrum eerst onze – zo mogelijk - dagelijkse “grand café noir”; deze maal ook met recht “grand” te noemen, want het zijn twee forse koffiekoppen waarin de koffie aan ons op het terras wordt geserveerd. Om 9.45 uur steken we met de D1 de Gartemp over.

We wandelen door de nieuwbouw van Le Peyroux en passeren daar een kilometragebord, waarop staat dat het vanaf hier nog 1564 kilometer is naar Santiago de Compostela. We draaien de D74 op ter hoogte van het kruispunt, dat momenteel is opgebroken wegens wegwerkzaamheden. Het “Rue Barrée” negeren we, want we kunnen zonder al teveel ongemak gewoon doorlopen. We komen dan door het gehucht Servaillannes. Op het erf bij de eerste woning van deze plaats staat de bakkersauto met een broodverkoopster. Een oude vrouw staat bij de verkoopster om brood te kopen. Beide dames groeten ons hartelijk als we voorbij wandelen.

We steken een beekje over en komen aan in het gehucht l’Oeil. Een hoog, vervallen en overwoekerd schuurtje staat in het midden van het gehucht op de plaats waar we scherp linksaf naar boven verder gaan. Na een klein stukje D4 komen we in het gehucht Lacour. Daarna volgt een steile weg omhoog en vervolgens een stenige weg. We krijgen hier een prachtig uitzicht over de omgeving. De stenige weg voert ons naar het gehucht Puybeaumas. Bij één van de boerderijen ligt een jongensfiets naast een wigwam. De wigwam is kunstig gemaakt van een aantal lange rechte takken, bedekt met allerlei kleden, waarschijnlijk van oude gordijnen en tafelkleden. Het is een vrolijk, veelkleurig geheel geworden. Dan volgt een lang traject tussen velden door, langs bosranden, over de D10, langs een begraafplaats en over de D4, waarna we arriveren in het dorp Chamborand.

We hebben nu 8 kilometer gelopen, dus het is tijd voor een pauze. In het centrum zijn wegwerkers bezig om kleine reparaties aan het asfalt te verrichten. Als de gaten in het wegdek zijn gevuld met asfalt, rijden ze een aantal keren met de banden van het vrachtwagentje er over heen en dan is dat stuk gerepareerd. De dorpskerk staat open. Die bezichtigen we eerst. Daarna is het tijd om op het bankje naast de ingang van de kerk in de schaduw iets te eten en te drinken. Na de pauze verlaten we het dorp en dan draaien we bij de ruïne van de 15e eeuwse donjon op een asfaltweg linksaf.

We laten het gehucht La Chaise rechts liggen en wandelen door naar het gehucht La Petite-Faye. Vervolgens lopen we door naar het gehucht Taulisse. Na een stukje D10 volgt een mooi stuk over een holle weg door een bos met Berken en Beuken. Voorbij het bos volgt een onverharde veldweg. Vóór ons zien we op een verhoging in het landschap verspreid enkele bomen staan. Gezien de ondergrond lijkt het erop dat het hier gaat om een oorspronkelijk dichtbebost bosperceel, waar men een groot aantal bomen tussen de nog resterende bomen heeft gerooid. Wat nog resteert, maakt het eigenlijk tot een armoedig bosje hoge bomen. Daarna wandelen we door het gehucht Le Chiron.

Via een asfaltweg komen we dan in het gehucht Le Mas. Daar lopen we om een hoge, kleine schuur heen die nagenoeg helemaal is begroeid met een dikke laag klimop. Een bijzonder gezicht is het om zo’n massief blok klimop te zien. Vanuit Le Mas lopen we een dal in. Eén huis staat op een laag punt van dit dal in een bocht van de weg. Dat huis vormt het gehucht La Loge du Mas. In de tuin staan veel speeltoestellen en een jongetje staat op de veranda van het huis naar ons te kijken als we voorbij wandelen. We gaan verder en komen dan in het gehucht Besse. Daar staan 14 konijnenhokken op een erf langs de kant van de weg. In bijna elk hok zit een fors konijn.

Voorbij Besse gaan we verder over de D48. Links van ons zien we dan een hele grote vijver, de Etang de la Toueille. Bij de oude watermolen met het restant van een waterrad lopen we het gehucht Toueille in. Dan volgt een hooggelegen weg over de vijverdijk, langs de lange vijver. We draaien op een gegeven moment van de vijver af en gaan in de richting van het gehucht La Bourâle. Vlak vóór dit gehucht gaan we links een onverharde weg in, tussen de weilanden door. Aan het eind van deze 2 kilometer lange akkerweg komen we uit in het gehucht Le Sauzet.

Voorin dit gehucht draaien we linksaf een stenige weg in. Dit is een prachtig oud en smal karrenspoor, slingerend tussen de ommuurde weilanden door en door het dal van Les Tanchons. Na veel bochten, enig dalen en stijgen zien we voorbij een bocht in de verte de hooggelegen abdijkerk van Bénévent-l’Abbaye. Twee donkere torens tegen een halfbewolkte lucht; een mooi gezicht. We lopen over dit mooie veldpad en komen steeds dichter bij het dorp. Een oude ploeg ligt naast het pad aan de kant van een weiland. Nog eenmaal moeten we dalen en dan is het zover dat we de beklimming over het veldpad kunnen aanvangen om uit te komen aan de voet van de grote kerk en abdij van Bénévent-l’Abbaye. Langs een links hoger gelegen tuin vol kippen en ganzen wandelen we het dorp binnen.

Eerst bekijken we om 14.20 uur het exterieur en het interieur van deze grote 12e eeuwse Romaanse dorpskerk. Daarna zoeken we een plekje op het abdijterrein om daar tussen de bomenrijen een schaduwrijk bankje te vinden, waar we ons laatste deel van het lunchpakket nuttigen. Onze auto staat bij deze kerk. Bij de plaatselijke bakker kopen we nog snel een brood voor morgen. Even na 15.00 uur rijden we naar Saint-Etienne-de-Fursac, waar we onze fietsen weer afhalen. Daarna rijden we terug naar de camping in Saint-Léonard-de-Noblat. De temperatuur is vandaag opgelopen naar 22 graden Celsius. In de combinatie met het halfbewolkte weer met de vele zonnige perioden, kregen we een mooi weertype voor zo’n wandeldag. We hebben vandaag 20 kilometer gewandeld.

Pelgrimeren van Saint-Agnant-de-Versillat naar Saint-Etienne-de-Fursac

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Saint-Agnant-de-Versillat naar Saint-Etienne-de-Fursac
Woensdag 4 augustus 2010 – 25 km.
Dag 82: 1713,5 – 1738,5 km.


Na het ontbijt rijden Durkje en ik vanaf de camping in Crozant met de auto en de beide fietsen naar Saint-Etienne-de-Fursac. Het is bewolkt en 14 graden Celsius. De auto parkeren we op het kerkplein naast de Saint-Etienne-kerk van Saint-Etienne-de-Fursac. Daarna fietsen we hier vandaan naar onze beginplaats voor vandaag: Saint-Agnant-de-Versillat. Als we het centrum van Saint-Etienne-de-Fursac uit fietsen, zien we dat er dranghekken met parkeerverboden worden geplaatst bij de entree van het centrum. Kennelijk is hier vandaag iets te beleven, maar wat het is, weten we niet. Dat zien we wellicht vanmiddag wel als we hier weer arriveren. Onderweg op de fiets begint het zacht te motregenen. Om 9.30 uur plaatsen we onze fietsen naast de kerk van Saint-Agnant-de-Versillat en om 9.45 uur wandelen we het dorp uit bij de ommuurde begraafplaats. We lopen over een mooie oude, holle weg het stadje uit. Ruim een kilometer wandelen we zo tussen de velden door. We passeren een vijver en vervolgen ons pad over een karrenspoor. Het eerste gehucht waar we doorheen wandelen, is Lascoux.

Ondertussen is het weer begonnen te motregenen. Het is inmiddels zwaar bewolkt geworden en de rest van de dag moeten we regelmatig de paraplu gebruiken om tijdens het doorlopen redelijk droog te blijven. Bijna de hele dag is het een kwestie van paraplu uitvouwen, lopen en weer opvouwen, paraplu weer uitvouwen, lopen en weer opvouwen, enzovoort, enzovoort, uur in, uur uit. Het is een heel gedoe, maar we kunnen er prima mee doorlopen en echt nat worden we niet, want de wind droogt onze wandelkleren vrijwel direct, vanwege de vrij stevige en redelijk warme wind. Na Lascoux komen we bij de grote vijver van La Rebeyrolle. We wandelen over een bruggetje en over de vijverdijk langs de vijver.

We lopen daarna door dit veel hoger gelegen gehucht en gaan dan over een asfaltweg naar het volgende gehucht: La Coustière. Voorbij La Coustière steken we het dal over. Dan volgt een karrenweg, een beekje die we over steken, twee asfaltwegen en daarna gaan we weer door een dal. We lopen in de richting van Bousseresse en vlak voordat we dit gehucht bereiken, steken we via een brug de rivier de Sédelle weer over. Vervolgens arriveren we vrij snel in Bousseresse.

Inmiddels hebben we in de verte ook de stad La Souterraine zien liggen. Voordat we daar naar toe gaan, buigen we eerst nog even af naar Cheix. We passeren de grote sportvelden en daarna de vijver van Cheix. Bij deze vijver treffen we ook weer de ons reeds bekende kilometerpaal van de pelgrimsroute aan. Deze kilometragepaal geeft aan dat we vanaf hier nog 1581 kilometer moeten lopen om in Santiago de Compostela te arriveren. Daarmee weten we nu dat we over de helft van onze pelgrimsroute vanuit Sint-Jacobiparochie zijn gekomen, want we hebben inmiddels ruim 1700 kilometer achter de rug. We zijn er dus nog lang niet, maar dat hindert niet, want dan kunnen we nog veel en mooie kilometers vooruit. Door het bosperceel tussen Cheix en La Souterraine gaan we verder.

Daarna wandelen we door een buitenwijk met een scholengemeenschap tussen hoogbouwwoningen. Dan komen we bij de minirotonde bij de entree van La Souterraine. Daar steken we de spoorlijn over en dan wandelen we rechtdoor de stad La Souterraine in. We gaan door de poort Saint Jean en gaan dan de 12e-13e eeuwse kerk in. Daar vinden we een glas-in-lood-raam van Sint Jacobus de Meerdere.

Op het Sint-Jacobsplein zoeken we een zitplaats onder een grote boom om even te lunchen. Daarna drinken we aan dit Place Saint-Jacques ook nog een kop koffie op het overdekte terras van een café. Na de koffie gaan we weer door de poort van Saint Jean. We lopen dan langs de grote stadskerk en gaan tegenover de kerk via enkele uitvalswegen de stad uit.

Als we de asfaltweg door een buitenwijk van La Souterraine willen nemen in de richting van La Breul, zien we op het verkeersbord voorin de straat dat deze straat is afgesloten wegens wegwerkzaamheden. Inschattend dat het voor voetgangers altijd nog wel mogelijk is om toch te passeren, gaan we de straat wel in. Een eind verderop zijn allemaal kuilen in het wegdek gegraven en worden leidingen getrokken. We kunnen vrij eenvoudig langs alle obstakels onze weg vervolgen. Vanwege het feit dat het nu middagpauze is, zijn er overigens in geen velden of wegen wegwerkers te zien. Verderop staan we aan de rand van La Souterraine, op de plaats waar we via de D73a met een viaduct onder de N145 door de stad verlaten.

Over een brede onverharde weg door een bos en langs een grote vijver wandelen we naar La Rue, in feite niet meer dan een groot herenhuis met een grote oude boerenhoeve erbij. Via onverharde wegen en asfaltwegen wandelen we langs Les Fougères en volgen we de stenige weg naar Le Pommier. Voorbij Le Pommier volgen we asfaltwegen. Op een smalle asfaltweg passeert ons een grote melktankauto. Achter deze vrachtwagen aan gaan wij onder het viaduct door van de spoorlijn van Parijs - via Limoges - naar Toulouse. Even later horen we een trein passeren, maar we kunnen hem dan al niet meer zien. Het volgende gehucht waar we dan doorheen wandelen, is Le Preux.

We gaan nu verder richting Chabannes en steken het beekje de Semme over. Daarna volgt een stenige landweg tussen de velden door. Vlakbij het plaatsje Tancognaguet passeren we een oude boerenbehuizing die qua vorm het midden houdt tussen een boerderij en een kerk. Zo te zien ook al een bijzonder oud gebouw.

Tussen de velden door gaan we over een onverharde weg weer verder in de richting van het volgende dorp. We komen het veld uit bij een zeer groot rundveebedrijf. Een groot aantal loopstallen en loodsen staan hier rondom een kasteelachtig woonhuis van dit omvangrijke boerenbedrijf. Hier wandelen we Chabannes binnen. Door het dorp lopen we naar de D4. Op het kruispunt midden in Chabannes ligt een verhoging met daarop een mooi gemetseld kunstwerk met daarin een klok en een aantal platte, geëmailleerde tegels. Een jeu des boules-baan en een aantal zitbankjes erbij en op die manier is een mooie plek gecreëerd om midden in het dorp gezellig te vertoeven.

Op het moment dat we daar zitten, breekt eindelijk de zon door. De paraplu kan in de rugzak, de trui gaat uit en we wandelen in de heerlijke zonneschijn de laatste kilometers van vandaag. Buiten Chabannes gaat het verder over onverharde wegen. We komen door La Croix. Daar is een boer bezig om een stapel brandhout met een tractor op een grote boerenwagen te laden. Een klein jongetje zit bij de boer in de cabine van de tractor en mag meesturen.

We gaan verder over een kleine asfaltweg langs een graanstoppelveld. In het dal verderop zien we het dorp waar we naar toe lopen: Saint-Pierre-de-Fursac. Als we op een splitsing linksaf draaien naar het dorp, zien we links van ons donkere wolken opkomen, waaruit allicht slecht weer zal komen. We voeren het tempo nog wat op om vóór de regen op onze bestemming aan te komen. In Saint-Pierre-de-Fursac lopen we weer langs een kilometragepaal. Die geeft aan dat het vanaf hier nog 1566 kilometer is naar Santiago de Compostela. Ondertussen zien we beneden in het dorp auto’s en motoren rijden, alsof de Tour de France passeert. Nu wordt ons duidelijk dat vanmorgen natuurlijk de hoofdstraat werd afgesloten om hier straks een wielerronde te kunnen laten passeren.

De 13e eeuwse kerk van Saint-Pierre-de-Fursac staat uitnodigend open. Een kort bezoek leert ons dat deze kerk in abominabele staat verkeert, althans voor wat betreft het interieur. We lopen om de kerk heen en dalen af naar de hoofdstraat. Zojuist is hier de 10e wielerronde van Parijs naar Corrèze gepasseerd, blijkt ons nu. Alles wordt weer opgeruimd en de toeschouwers verdwijnen weer snel uit het straatbeeld. Het wordt weer rustig in het dorp. We wandelen door de hoofdstraat naar het dubbele gemeentehuis. De twee gemeentehuizen van de tweelingdorpen Saint-Pierre-de-Fursac en Saint-Etienne-de-Fursac delen hier samen één gebouw aan de hoofdstraat, maar aan de buitenzijde is met belettering duidelijk aangegeven voor welk dorp elk afzonderlijk deel van de dubbel-Mairie is bestemd. Een buitengewone situatie.

Als we bij de 11e-15e eeuwse Saint-Etienne-kerk arriveren, bezichtigen we die ook nog even, alvorens we naar de auto gaan op het kerkplein naast de kerk. Deze kerk heeft behoorlijk last van vocht, kun je zo zien. In de hoek bij de vooringang heeft men een verzameling beelden ogenschijnlijk achteloos bij elkaar gezet als een soort beeldenopslag. Daar staat onder andere een beeld van een doopceremonieel. Mij valt op dat in dit beeld wordt gedoopt met water uit een Jacobsschelp. Bij het voetstuk van dit doopbeeld staan nog drie andere beelden, die twee vrouwen en drie kinderen uitbeelden. Ze staan met de gezichten naar elkaar en vormen samen een bijzondere gelegenheidsformatie.

Als we de kerk uit lopen en bij onze auto arriveren, komen een Nederlandse man en vrouw op ons af lopen. Ze vragen of wij op pelgrimstocht zijn, want ook zij zijn hier dit jaar naar toe gekomen om vanaf morgen weer een aantal weken te gaan pelgrimeren in de richting van Santiago de Compostela. Zij zijn enkele jaren geleden gestart in Amsterdam en zetten dus vanaf morgen hun pelgrimage vanaf deze plek voort. Even na 16.00 uur rijden we terug naar onze camping in Crozant. We rijden nu echter via Saint-Agnant-de-Versillat om daar onze fietsen onderweg nog af te halen. Op het moment dat we wegrijden uit Saint-Etienne-de-Fursac begint het eerst te motregenen en al spoedig regent het behoorlijk. We zijn dus precies vóór de bui op onze bestemming gearriveerd. En ook niet te vroeg, want als we veel eerder waren gearriveerd, hadden we waarschijnlijk niet kunnen vertrekken vanwege de wielerronde die eerst door het dorp langs het kerkplein moest. Onze terugkomst was dus “just in time”. We hebben overigens vandaag 25 kilometer gelopen.

Pelgrimeren van Crozant naar Saint-Agnant-de-Versillat

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Crozant naar Saint-Agnant-de-Versillat
Dinsdag 3 augustus 2010 – 23,5 km.
Dag 81: 1690 – 1713,5 km.

Na het ontbijt rijden Durkje en ik om 7.30 uur vanaf de camping in Crozant met de auto en de beide fietsen naar Saint-Agnant-de-Versillat. Het is halfbewolkt en vanmorgen vroeg 13 graden Celsius. Later op de dag loopt die temperatuur op tot 23 graden Celsius. De auto parkeren we op het kerkplein naast de kerk van Saint-Agnant-de-Versillat. Daarna fietsen we hier vandaan naar onze camping in Crozant. Daar drinken we eerst een kop koffie, alvorens we de wandeltocht van vandaag aanvangen. Tegen 10.00 uur wandelen we naar het centrum van Crozant. Op de hoofdstraat staan een aantal marktkramen, die we passeren.

We beginnen vooraan in Crozant, op de plaats waar we gisteren de route beëindigden. De richtingverandering is hier niet goed met routetekens aangegeven, dus het is even zoeken om het goede pad te vinden dat ons achter de huizen van Crozant langs voert, langs de rivier de Sédelle. Deze route loopt ook langs onze camping. Voorbij de camping gaat het heuvelafwaarts naar de oever van de Sédelle. Eerst passeren we twee woningen, die aan de overzijde van de Sédelle staan, aan de voet van de heuvel waartegen onze camping is gesitueerd. We passeren ook Moulin La Folie.

We lopen dan langs de stevig stromende Sédelle en passeren op een breder terrein naast de rivier een picknickplaats. Hier is een groep jongeren neergestreken in een vrachtwagen en een bus, die beide zijn omgebouwd tot kampeerwagen. Op de tweede verdieping van de laadbak van de vrachtwagen ligt nog een jongen op bed, hoog tegen het dak van de vrachtbak. Andere jongeren lopen rond tussen een aantal tentjes die nabij de rivieroever staan. We passeren hier ook twee Franse dames, die gezien hun uitdossing met de Jacobsschelp evenals wij ook pelgrimeren naar Santiago de Compostela. Bij de parkeerplaats aan de D913 is het even de weg zoeken, want de pijlen wijzen naar de brug van Charreau rechts, terwijl we eigenlijk links moeten. We gaan links en zien daar ook weer de routemarkering. De steile onverharde weg kruist boven een asfaltweg. Vervolgens nemen we de asfaltweg naar het gehucht Maisons.

Dan komen we er achter dat de routebeschrijving en onze routekaart fundamenteel afwijken van de routemarkeringen. Volgens de wandelgids zouden we via de asfaltweg naar Villejoint moeten lopen. Maar de bewegwijzering voert ons over onverharde paden en wegen. We volgen de aantrekkelijke route van de routemarkering en komen zo op een gegeven moment over een schitterend oud hol wandelpad tussen oude muurtjes door. Volgens de wandelgids zouden we Villejoint moeten doorkruisen, maar de landelijke route die wij volgen, brengt ons op een gegeven moment in het gehucht Le Perthuis, en dat is toch behoorlijk naast de wandelgidsroute. Maar het hindert niet, want deze route door de velden is prachtig en aan de zonnestand kunnen we redelijk goed inschatten dat we uiteindelijk wel weer bij de route van de wandelgids zullen uitkomen. Pas als we La Bussiére binnenwandelen, weten we zeker dat we weer op de gidsroute zijn teruggekomen.

We volgen vanuit La Bussière de asfaltweg omlaag en steken op een gegeven moment de rivier Brézentine over. Daarna volgt een onverharde weg. In het struikgewas vinden we bijna rijpe bramen, die al wel goed eetbaar zijn. We steken een riviertje over en gaan daarna over een asfaltweg door het gehucht Les Genêts. Aan de achterzijde van dit gehucht nemen we een begroeide weg, die afdaalt naar de oever van de rivier de Sédelle. Eerst lopen we parallel aan de rivier, horen we het stromende water, maar kunnen hem door de dichte begroeiing niet zien; even later zien we de rivier tussen de struiken door wel stromen. Bij Le Moulin du Pin steken we via een betonnen brug de Sédelle over.

Via twee verschillende asfaltwegen komen we uit in het gehucht Villemoneix. In het midden van dit gehucht is een grote open ruimte, waar onder een flinke boom een wit bankje staat. Twee mannen staan verderop met elkaar te praten. De ene geeft aan dat we wel op het bankje plaats mogen nemen. Een mooi moment om na onze eerste 11 kilometer de eerste rustpauze van deze dag in te lassen. In de schaduw kunnen we aangenaam zitten om wat te eten en te drinken. De eerste 2,5 uur zit erop. Over asfalt gaat het daarna weer verder naar het gehucht Le Chiron.

Twee asfaltwegen verder komen we aan in het gehucht Bordessoule. Buiten Bordessoule gaan we via asfalt langs een akker met graanstoppels. De zon schijnt er even niet over vanwege de bewolking, waardoor het stoppelveld ons een prachtige goudgele glans toont. Na de splitsing volgt een asfaltweg en verderop een veldweg naar de D72, die we zo’n 200 meter volgen. Op de volgende splitsing gaan we linksaf naar het gehucht Lourioux. Hier staat een oorlogsmonument met betrekking tot parachutisten van de Tweede Wereldoorlog. Vervolgens wandelen we Lourioux binnen. Volgens de wandelgids zouden we hier wijngaarden aantreffen, maar die zien we letterlijk en figuurlijk in de verste verte niet. We verlaten Lourioux en steken na een afdaling de beek Le Gast over. Het is op dit moment slechts een gering waterstroompje. Via een asfaltweg, een brede landweg en een andere asfaltweg komen we aan in het gehucht La Maisonbraud.

Voorbij La Maisonbraud passeren we de vijver, de wasplaats en de drinkbak van Champville. De picknickbank in de voormalige wasplaats wordt op dit moment gebruikt door de twee Franse pelgrimerende dames, die we gisteren bij de stuwdam van Eguzon hebben ontmoet en gesproken. Wij gaan door naar het 12-16e eeuwse kasteel van Saint-Germain-Beaupré. We lopen langs het ommuurde kasteelterrein de plaats Saint-Germain-Beaupré binnen. Op het kerkplein vinden we een aantal bankjes in de schaduw van bomen. Daar rusten we enige tijd. Een oude vrouw in een woning aan het plein kijkt naar ons door een klein raampje van haar woonkamer. We zwaaien naar haar en ze zwaait hartelijk terug. Na deze pauze lopen we het dorp uit en gaan we via de D15 en een kleinere asfaltweg naar het gehucht Le Boucheron.

Een kwart kilometer voorbij Le Boucheron vervolgen we ons laatste deel van vandaag over een prachtige holle veldweg, tussen de velden door. Eerst heel smal en aan beide zijden dicht begroeid, later breder en opener en hier en daar ook alleen aan één zijde begroeid. We krijgen mooie uitzichten over de glooiende velden om ons heen en over de hoge heuvelrug vóór ons.

Vlak voordat we het gehucht Puyrolland bereiken, vinden we in de linker boomwal een houten bakje aan een boom bevestigd, met daarop de pelgrimsgroet “Ultreia” en daaronder een Jacobsschelp. In het bakje vinden we het pelgrimsregister van 2009 en van 2010, en daarbij nog een mapje met overige informatie voor pelgrims. De initiatiefnemer hiervan is Bernard Barreau uit het naburige Saint-Agnant-de-Versillat. Hij verwelkomt ons als pelgrims en biedt de gelegenheid aan voorbijwandelende pelgrims om iets in zijn pelgrimsregister te schrijven als ware het een soort gastenboek. Uit een toegevoegd overzicht blijkt dat jaarlijks zo’n 1700-1900 voorbijtrekkende pelgrims hier iets in deze registers schrijven. Het boek snel doorbladerend zien we bijvoorbeeld dat ook pelgrim Astrid van Dorp (die wij vorig jaar enige malen onderweg hebben ontmoet) hier op 20 juli 2010 met haar hondje Foxy is gepasseerd. Zo hebben veel pelgrims uit verschillende landen hun boodschap voor de volgenden achtergelaten. Ook wij gaan in op de uitnodiging van Bernard Barreau om iets bij te schrijven in dit veldregister van pelgrims. Daarna gaat alles weer terug in het plastic in het houten bakje tegen de boom.

Vrij snel daarna wandelen we door Le Puyrolland. Daarna volgt nog het gehucht La Brande du Pont. Tenslotte wandelen we via de asfaltweg en de D71 onze dagbestemming binnen: Saint-Agnant-de-Versillat. Om 15.30 uur wandelen we bij de Romaanse kerk het kerkplein op, waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd. Daarna rijden we terug naar onze camping in Crozant. We hebben vandaag - evenals gisteren - 23,5 kilometer gelopen, vandaag niet in 7 uren zoals gisteren, maar in 5,5 uur.

Pelgrimeren van Le Cerisier naar Crozant

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Le Cerisier naar Crozant
Maandag 2 augustus 2010 – 23,5 km.
Dag 80: 1666,5 – 1690 km.

Om 6.30 uur gaat de wekker. Opstaan, wassen, aankleden en ontbijten. Daarna fietsen Durkje en ik vanaf de camping in Crozant in 100 minuten naar Le Cerisier. Het is weer mooi weer, halfbewolkt en vanmorgen vroeg al 14 graden Celsius. Later werd dat in elk geval nog 25 graden Celsius. De fietsen stallen we in het centrum van het gehucht bij een bankje. Om 9.30 uur verlaten we wandelend Le Cerisier. We nemen de asfaltweg in de richting van Les Chérons, maar al vrij snel verlaten we die om af te dalen naar de rivier de Creuse. Omdat het bijna niet waait, ligt de Creuse er zo glad als een spiegel bij. Een schilderachtig tafereel is het vanaf deze hoogte.

We lopen over een pad langs de rivier, passeren daarbij een picknickplaats en ontmoeten daar een sportvisser. Dan nemen we het smalle visserspad langs de rivier en na enige tijd klimmen we de rivierhelling op om vervolgens over een asfaltweg naar het plaatsje Les Chérons te wandelen. Voorbij Les Chérons nemen we een sterk dalende onverharde weg, die als bospad verder afdaalt naar de Creuse. Daarna volgen we het smalle pad langs de rivier. Als we een tijdje geklommen hebben, komen we op een fantastisch uitzichtpunt, waarbij we een panoramisch uitzicht verkrijgen over de Creuse achter ons en voor ons.

We gaan verder over een stijgend en dalend bospad langs schitterende rotspartijen. Verderop steken we via een loopbrug Le Casse-Cou over: een zijbeek van de Creuse. Daarna passeren we de molen van Châteaubrun. Na een karrenspoor steken we een beek over en dan wandelen we langs de Creuse naar de verkeersbrug over de Creuse, de zogenoemde Pont des Piles. Bij en op de brug staan twee Franse jongedames die ook pelgrimeren. Even later, als wij iets verderop pauzeren, komen ze even bij ons om een praatje te maken. Ze waren gisteren verdwaald en zijn vandaag van plan om evenals wij ook naar Crozant te lopen. We wandelen daarna door naar de stuwdam van Eguzon.

Bouwvakkers zijn met een hijskraan aan het werk bij de stuwdam. Deze stuwdam is gebouwd om de spoorlijn van Parijs naar Toulouse van stroom te voorzien. De stuwdam is in 1926 in gebruik genomen en sluit het dal van de Creuse af, waardoor het grootste stuwmeer van deze regio Centre ontstond. We maken een flinke klim om naast de stuwdam de heuvelhelling op te gaan. Voorbij de stuwdam komen we bij een parkeerplaats nogmaals op een uitzichtpunt, waarbij we de stuwdam van de andere zijde kunnen bekijken. We ontmoeten hier boven ook een andere Franse pelgrim. Hij komt uit Parijs en wandelt elk jaar twee vakantieweken in de richting van Santiago de Compostela. Hij is eveneens van plan om vandaag naar Crozant te lopen. Een eindje verderop passeren we weer een stuwdam in de Creuse.

We verlaten nu de oever van de rivier en gaan via een asfaltweg en een onverharde weg het bos in. Onderweg vinden we op een grotendeels verrotte boomstam opvallende gele zwammen. Een mooi gezicht is het om deze felgele zwammen als het ware te zien oplichten, ofwel afsteken in het donkere bos. Als we bij de oever van het stuwmeer van Eguzon komen, wandelen we naar het strand van Bonnu: Plage de Bonnu. Hier kunnen we naar het openbaar toilet en even pas op de plaats maken. Aan de overzijde van het meer zien we een jachthaven met allemaal soorten bootjes aangemeerd. Bij dit strand kunnen we niet verder langs de oever van het meer, dus we moeten een klim maken over de asfaltweg naar Bonnu. In Bonnu wandelen we onder andere langs het kasteel van Bonnu.

Buiten Bonnu nemen de D40A in de richting van Fougères. Via een onverharde weg dalen we af naar de oever van het stuwmeer. We komen nu aan bij het strand van Fougères: Plage de Fougères. Tegelijk met de Parijse pelgrim komen we aan op deze toeristische plek. We pauzeren op een bankje in de schaduw aan de oever van het stuwmeer. Enkele jongelui zijn hier aan het zwemmen, en midden op het stuwmeer varen twee snelle boten met waterskiërs achter de boot. Het is overduidelijk dat watersporttoerisme hier een belangrijke bron van inkomsten is. We lunchen hier.

Daarna wandelen we langs de camping van Fougères en komen we even later aan bij een trimparcours met vanaf hier een prachtig uitzicht over het meer. Vanaf deze plek gaan we de laatste 7,5 kilometer verder over een buitengewoon schilderachtig traject van de route van vandaag. In de afdaling naar het meer, gaat het eerst tussen veel heide en varens door. We lopen om een baai heen, gaan over een duiker van een beekje, steken een ander smal beekje over met behulp van kleine rotsblokken die hier ter plekke in het beekje liggen en alsmaar gaat het nu eens hoog en dan eens laag verder langs de oever van het meer. Daarna volgt een route met veel klimmen en dalen door het bos en na een steile afdaling kunnen we via een loopbrug weer een beek oversteken.

Daarna volgt een klein zandstrandje. Over smalle hellingpaden gaat het vervolgens tamelijk hoog om rotspartijen heen. En dan na een tijdrovend traject komen we hoog op de helling aan op de plek waar we een formidabel uitzicht krijgen over Crozant in het algemeen en over de ruïne van het kasteel van Crozant in het bijzonder. We staan hier tamelijk hoog, dus we hebben een prachtig uitzicht over de Creuse en over de hele omgeving van beide rivieroevers. We pauzeren hierboven op een bankje, waarbij we elke minuut genieten van dit weergaloos panorama. En dan gaan we door het bos verder in de richting van het plaatsje Le Montet. Daarbij wandelen we over een nu eens breed en dan eens smal pad dat ligt tussen twee oude, lage muren. De stenen zijn begroeid met mossen, klimop en andere planten, hetgeen een pittoreske uitstraling geeft.

Na veel klimmen en dalen krijgen we nogmaals een prachtig panoramisch uitzicht; nu vooral over de brug van Crozant over de Creuse. Daar moeten wij straks ook over heen.

We lopen daarna de helling af van het “Sentier des Arts”, een sterk uitgesleten weg met hier en daar gebeeldhouwde kunstwerken langs het wandelpad. Beneden bij de rivier komen we aan in het gehucht Le Goutatin. We steken de brug van Crozant over en wandelen even later Crozant binnen. Rechts van ons zien we al lopend steeds vanuit een ander perspectief de ruïne van het kasteel van Crozant. Dit kasteel is al in de 6e eeuw gebouwd en was in de Middeleeuwen één van de grootste forten van Frankrijk. Uiteindelijk is het later door Richelieu ontmanteld. Nu rest niet meer dan enkele delen van dit ooit zo bijzondere kasteel, gelegen hoog boven de Creuse.

Na nota bene 7 uren wandelen, om 16.30 uur, arriveren we na 23,5 kilometer pelgrimeren op onze dagbestemming: Crozant. Door het bijzonder groot aantal beklimmingen en afdalingen is ons wandeltempo vandaag bijzonder laag geweest. Maar daar staat tegenover dat we een wel heel bijzonder traject hebben gelopen, met uitzonderlijk mooie vergezichten en met sprookjesachtige plaatsen, waar we hebben gelopen, stilgestaan, gezeten en bewonderd.

Vanuit het centrum van Crozant wandelen we naar onze camping in Crozant. Daar aangekomen stappen we in de auto om onze fietsen weer uit Le Cerisier te halen.

Pelgrimeren van Cluis naar Le Cerisier

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Cluis naar Le Cerisier
Zondag 1 augustus 2010 – 21,5 km.
Dag 79: 1645 – 1666,5 km.

Bij een aanvangstemperatuur van 14 graden Celsius brengen Durkje en ik de fietsen met de auto eerst naar Le Cerisier. Vervolgens fietsen we in 75 minuten daar vandaan naar Cluis. In Cluis is het zondagochtendmarkt. We drinken eerst een kop koffie op het smalle terras van het café, dat uitzicht heeft op de markt op het plein vóór de kerk.

Tegenover ons op de markt zien we ook drie meisjes taarten verkopen. Ze zitten met z’n drieën geduldig te wachten op klandizie, maar dat schiet niet op. Na het koffiedrinken gaan we kijken wat ze verkopen. Hen in het Engels aanspreken blijkt voor de dames een brug te ver; daar schrikken ze voor terug. Maar onze vragen in het Frans worden zonder aarzeling beantwoord. Het blijkt dat ze eigengebakken taarten verkopen en dat de opbrengst is bestemd voor hun basketballclub. Wij kopen twee stukken kersentaart van de dames en eten de stukken achter hun kraam op. Dan zien we dat ook andere marktbezoekers beginnen te kopen. Even later komt een vrouw aanlopen met nog twee taarten, dus koopwaar hebben ze wel genoeg. Nu de verkoop nog. Na deze lekkernij nemen we afscheid van deze gelegenheidsverkoopsters en gaan we op stap. We steken bij de kerk de D990 over, lopen langs de fontein en de VVV en lopen om de 17e eeuwse markthal heen.

Dan volgen we de richtingsborden van het Viaduct. Het blijkt een oud spoorviaduct te zijn, dat nu alleen nog te voet toegankelijk is. Het viaduct gaat over het hele dal van de Auzon heen. Het viaduct is 42 meter hoog, dus als je er overheen loopt, heb je een fantastisch uitzicht over het dal en over de rest van het bossage-landschap. Over het grind van dit viaduct wandelen we naar de overzijde. Daarbij passeren we ook de plaats die af en toe wordt gebruikt voor bungee jumping vanaf deze brug.

Aan de overzijde van het viaduct wijken we tijdelijk van de spoordijk af om via een holle weg langs een bosrand verder te lopen. Verderop volgen we een asfaltweg tot in het gehucht Pouzet, waar we een opmerkelijke boerderij passeren met twee hoge ingangen van de schuur. Volle hooiwagens konden en kunnen hierdoor zo naar binnen rijden om binnen te worden gelost. We verlaten Pouzet via een asfaltweg en lopen dan onder een deels afgebroken spoorviaduct door. Daarna volgen we het oude tracé van deze spoorlijn wederom, die vanaf hier nu als brede onverharde weg door het landschap slingert. We wijken verderop van de oude spoorlijn af door een karrenspoor te volgen. Het pad gaat langs een bosrand en brengt ons met een wijde boog om het landgoed heen van het kasteel van Charon.

Voorbij dit kasteel passeren we over de D21 een groot veld met bloeiende zonnebloemen. We wandelen dan naar de boerderij van Le Petit-Fresne en gaan daar over een brede veldweg met een grote boog rechts omheen. Verderop klimmen we over die veldweg naar het gehucht Villeginais-Bas. Daar komen we over het erf van een boerderijtje, dat serieus wordt bewaakt door twee grote ganzen. Als we rechtsom willen, komen ze met hun fladderende vleugels op ons af en als we linksom het erf over willen, blokkeren ze aan die zijde de weg, ondertussen gakkend en briesend. Om het feest nog groter te maken, komt er vanuit de woning ook nog een blaffende hond bij, gevolgd door de bewoonster van het huis, die de drie dieren evenwel tot rust maant en ons vrije doorgang verschaft, ondertussen zich vriendelijk excuserend voor de drie wakende druktemakers op haar erf. Via de D45 bereiken we spoedig daarna het zustergehucht Villeginais.
Via de D38 passeren we de watertoren. Iets verderop pauzeren we, zittend op een omgekeerde voedertrog. Via een onverharde weg en de D30 door een dal komen we daarna aan in het dorpje Villeserin. Via de uitvalsweg en een stukje D148 komen we aan bij de toegangsweg naar het kasteel Le Châtelier. We lopen om het kasteelterrein heen en krijgen zo een goed beeld van het kasteel en het landgoed. Er loopt een brede, met kort gemaaid gras begroeide, slotgracht om het kasteel, tussen twee dikke en hoge muren door. Via een karrenspoor wandelen we langs de boerderij Le Bois. Daarna volgt een asfaltweg door het bos en een karrenspoor langs de bosrand. Vervolgens gaan we via een begroeide weg een dal in, waar we bij een doorwaadbare plek via een loopbrug een beekje over steken.

Daarna volgt een bijzonder steile klim over een begroeide weg, het bos uit, het dal uit, naar een veel hoger gelegen veldpad. Het is al behoorlijk warm geworden, dus het is niet alleen een zware klim, maar voor ons ook een heet karwei om boven te komen. Dit brede pad is aan beide zijden met prachtige planten - zoals grote varens - begroeid. Het pad voert ons naar het dorp Dampierre. We lopen langs de dorpskerk. De voordeur staat uitnodigend open. We gaan naar binnen en treffen daar een eenvoudig interieur aan, dat hoognodig restauratie behoeft. Op kleine, eenvoudige panelen is de kruisstatie van Jezus geschilderd. Sierstuk van deze kerk is het mooie glas-in-lood-raam van de gekruisigde Jezus Christus in het koor van de kerk.

Tegenover het dorpscafé pauzeren we op een picknickbankje. Tegenover ons is een man in de tuin aan het frituren. Hij zwaait naar ons en gebaart dat hij het er maar druk mee heeft. In de tuin aan de andere zijde van het huis zitten veel gasten. Aan de overzijde van de D91 lopen we heuvelafwaarts over een asfaltweg naar een doorwaadbare plek van een beekje. Via diezelfde D91 lopen we langs het gehucht Malicorne. Voorbij Malicorne gaan we het bos van Gargilesse-Dampierre in. We wandelen over een holle weg door een ravijn.

Dan volgt een behoorlijke klim om het ravijn weer uit te komen. Op een gegeven moment zien we in de verte al het volgende dorp liggen: Gargilesse. Buiten de bebouwde kom steken we de rivier La Gargilesse over en verderop zien we veel auto’s geparkeerd staan. Veel mensen lopen heen en weer. Het is wel duidelijk dat daar in Gargilesse wat te beleven is. Even later wandelen we Gargilesse binnen. Bij een café kopen we drie soorten pelgrimskaarten met daarop de Jacobsschelp, routekaartjes en foto’s van bezienswaardigheden in plaatsen die we onderweg bezoeken. We krijgen hier ook een mooi uitzicht over het stadje met haar oude gebouwen. Op het plein vóór het kasteel is een rommelmarkt met een groot aanbod van oude Franse boeken, tijdschriften en ansichtkaarten.

Het is er gezellig druk bij een gemoedelijke sfeer. We wandelen door de hoofdstaat van het dorp, langs het kasteel, de kerk, de kasteelboerderij en de begraafplaats. Gargilesse staat op de lijst van de mooiste plaatsen van Frankijk, hetgeen terecht is, want het is een prachtige plek om enige tijd te vertoeven. Via de D39 wandelen we Gargilesse uit en dan komen we aan in het gehucht Le Confluent. Op deze plaats komen de rivieren de Gargilesse en de Creuze bij elkaar. Iets hoger op de oever zitten veel Franse families te picknicken.

Wij vervolgen onze route langs het water. Daarbij passeren we ook het vakantiepark en de camping van La Chaumerette. Kinderen spelen op de rotsen in de brede rivier, die hier een lage waterstand heeft. Die waterstand wordt onder andere gereguleerd door de iets verderop gelegen stuwdam van La Roche-aux-Moines. Links van deze stuwdam beklimmen we een smal, steil pad. Ter hoogte van de stuwdam kunnen we de hoge waterstand aan de andere zijde van de stuwdam zien.

Wij vervolgen de steile klim, eerst over het smalle pad door het bos en daarna over het bredere veldpad tussen de akkers door, totdat we bovenop de hooggelegen heuvelkam arriveren. Ook hier weer genieten we van het prachtige uitzicht. Het is bewolkt en iets koeler geworden en we genieten ook van de koelte hier boven op de heuvelrug. Ter hoogte van Bourny nemen we een scherpe bocht naar rechts en dan gaan we verder door een heel smal en hol veldpad tussen de velden door, aan beide zijden en boven ons veelal dicht begroeid, dus het is alsof je hier heel hoog door een veldtunnel van bomen, struiken en kruiden wandelt. Het is een fantastisch mooi pad met af en toe schitterende uitzichten over de omgeving links en rechts van je.

Het pad wordt op een gegeven moment breder en komt dan uit bij een boerderij in Le Cerisier. Een grote hond blaft ons welkom op de doorgang tussen de boerderij en de andere gebouwen. Als we bij hem zijn, stopt zijn geblaf en kijkt hij ons na. De boer kijkt van achter een tractor nog even of de hond ons met rust laat en hij groet ons in het voorbijgaan.

Tenslotte wandelen we om 16.00 uur door het dorpje. In het centrum staat een picknickbankje nabij onze auto, waar we nog even gaan zitten om wat te eten, te drinken en af te koelen van de warmte. Het is nu 22 graden Celsius. We halen met de auto onze fietsen weer op uit Cluis en rijden terug naar de camping in Crozant. We hebben vandaag weer 21,5 gevarieerde kilometers aan onze langeafstandswandeling toegevoegd.

Pelgrimeren van Vignonnet naar Cluis

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Vignonnet naar Cluis
Vrijdag 30 juli 2010 – 19 km.
Dag 78: 1626 – 1645 km.

De temperatuur van 12 graden Celsius begint vandaag lager dan de afgelopen dagen, maar komt met zijn 23 graden Celsius als hoogst gemeten waarde één graad hoger uit dan gisteren. Het is nagenoeg onbewolkt als vanmorgen om 6.30 uur de wekker gaat. Na het ontbijt brengen Durkje en ik de fietsen met de auto eerst naar Cluis. Dan fietsen we in een klein uurtje terug van Cluis naar Vignonnet. Om 9.15 uur begint onze wandeltocht hier in Vignonnet vandaag.

Via de D51a en een klein asfaltweggetje stijgen we in de richting van een hoger gelegen boerderijtje met een aangebouwde donjon. Buiten Vignonnet nemen we een graspad omhoog om daarna via twee asfaltwegen te arriveren in het gehucht Bellevue; eigenlijk niet meer dan twee boerderijen, tegenover elkaar, elk aan een kant van de weg. Via een volgende onverharde weg en een asfaltweg komen we op de D19, waarover we door het gehucht Montabin lopen.

Voorbij Montabin verlaten we een andere asfaltweg, om via een onverharde weg af te dalen naar de grote abdij van Varennes. Deze abdij is al in het midden van de 12e eeuw gesticht door de Cisterciënzer kloosterorde. De abdij was onder de bescherming geplaatst van Hendrik II van Plantagenet, de toenmalige koning van Engeland, die toen tot aan deze regio de baas was. We lopen om de abdij heen en zien aan de voorzijde dat het momenteel een hotel is. Tegenover de hoogbouw aan de voorzijde van de abdij steken we de rivier de Gourdon over via een brug, om aan de overzijde rechtsaf evenwijdig aan de rivier en het rivierdal verder te lopen. Bij een modern ogende “gite rural” gaan we scherp linksaf en dan omhoog, naar een onverharde veldweg tussen akkers en weilanden door. Op een graanveld staat een momenteel niet in gebruik zijnde combine.

Daarna passeren we de boerderij Le Sachet en lopen we over een stenige weg tussen de velden door naar een spoorviaduct van de voormalige spoorlijn van La Châtre naar Argenton. Dit spoorviaduct gaat over een beekje heen, evenals een oude, gammele loopbrug, die wij passeren om deze smalle beek hier over te steken. We lopen op enige afstand langs het gehucht Les Entes. Dan verlaten we de asfaltweg om over een veldweg verder te gaan. Dit pad kruist de oorspronkelijke spoorweg, die geheel overwoekerd tussen rijen bomen nog verlaten in dit landschap ligt. We gaan linksaf de D51 op. In een weiland links van de weg loopt een klein aantal koeien. Eén daarvan heeft verkoeling gezocht in de meters brede waterpoel onder een boom. De koe staat bijna tot aan de onderbuik toe in het grotendeels met eendenkroos bedekte water. Als we passeren, kijkt ze achterom naar ons, maar blijft rustig in het water staan.

Even later komen we aan in Neuvy-Saint-Sépulcre. Als we langs de D38 naar het centrum van deze stad lopen, passeren we op het voetpad tweemaal een op het voetpad bevestigde metalen Jacobsschelp, zoals we die ook in andere steden eerder zagen. Dit is een teken dat we op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela lopen.

Op het kruispunt in het centrum van het stadje aangekomen, zien we vlak naast het kruispunt de grote basiliek Saint Jacques. Deze basiliek is door de Heer van Déols hier gebouwd, nadat hij terugkeerde uit het Heilige Land (Israël). De basiliek heeft hij laten bouwen naar het voorbeeld van de Heilige Grafkerk in Jeruzalem. Eerst bekijken we deze indrukwekkende basiliek. In de kerk is een speciale kapel gewijd aan enkele relieken. Als we deze unieke kerk binnen hebben bezichtigd, maken we ook nog een rondje om de kerk.

Nadat we de kerk hebben bezichtigd, drinken we een kop koffie op het terras van het café hier op dit centrumkruispunt. Een bont gezelschap van voertuigen en mensen trekt aan ons voorbij. Op een gegeven moment komt een oudere man van zo’n 60 jaar met ontbloot bovenlijf voorbijlopen. Hij steekt de weg over en ontmoet daar een oudere vrouw met een wandelstok. Zij spreekt de man stevig aan op zijn ontbloot bovenlijf. De man reageert uitermate verontwaardigd op dit aanspreken en loopt zichtbaar geagiteerd verder zoals hij kwam. Wij gaan weer verder over de D38. Vlak voorbij de basiliek vinden we een kunstig mozaïek op een buitenmuur, waarop de basiliek op een formaat van ongeveer 3 bij 5 meter is afgebeeld.

Buiten Neuvy-Saint-Sépulcre steken we een beekje over en komen we bij een vijverdam van een grote vijver. We lopen rechts om de vijver heen. Bij een horecagelegenheid met minigolfterrein ligt een brug over het aanvoerkanaal van de vijver. Daar zit een man te vissen. Rechts van ons komen drie begeleiders met ongeveer 15 kleine kinderen. Petjes op, rugzakjes op de rug of met schoudertas of plastic zak en in tweetallen hand in hand in ganzenpas in de richting van de brug. Eén van de jongetjes heeft een buitenproportioneel grote Spiderman-rugzak op zijn rug. De onderzijde van de rugzak hangt ter hoogte van zijn knieholte. Het is duidelijk: zij zijn voor ons bekijks, maar wij zijn voor deze kinderen ook bekijks. Na veel vrolijke groeten over en weer lopen wij de kinderschare voorbij aan de overzijde van de brug.

Na een asfaltweg en brug zijn we van plan conform de routebeschrijving een onverharde weg rechts omhoog te nemen. Maar op dat punt wijst de routemarkering ons niet rechtsaf, maar linksaf. We bestuderen de kaart dus maar even. Een Citroën komt van rechts ons tegemoet. De bestuurder wijst dat we rechts moeten. Als we niet onmiddellijk doorlopen, stopt hij en stappen de man en een vrouw uit. Als zij ook zien dat de routebeschrijving afwijkt van de routemarkering, weten ze het ook niet meer, maar ze blijven volhouden dat de pelgrimsroute toch echt rechtsaf gaat. Tegen de bewegwijzering in volgen we toch de routebeschrijving en al na enkele meters zien we bij de loopbrug over de rivier de Bouzanne weer de aloude rood-witte wegwijzers. We zitten dus toch goed. Een asfaltweg voert ons langs de helling van het links van ons liggende dal, tot aan het gehucht Les Tilets.

In Les Tilets dalen we links af naar de Bouzanne, laag in het dal gelegen. Via een loopbrug steken we de rivier over en daarna lopen we over een breed graspad tussen twee akkers door naar de bovenzijde van de heuvelrug aan de andere zijde van de vallei van de Bouzanne. Over het pad op de heuvelkam gaan we rechtsaf verder. Op een oude boom zien we een routeplaatje dat wijst naar Santiago de Compostela. Het hangt op de kop, maar geeft wel de goede richting aan. Verderop passeren we weer zo’n oude boom. Het is - zoals zoveel andere bomen hier in de buurt - een holle boom. De boomholte van deze enorme boom is zo groot dat ik er met rugzak en al ruim rechtop in kan staan. Op veel plaatsen waar vroeger takken hebben gezeten, kun je nu zo van binnenuit naar buiten kijken.

Via een asfaltweg komen we al snel bij de eerste boerderij van Vineuil. We lopen helemaal door dit karakteristieke gehucht heen, dat hier en daar bijzondere boerenhoeven heeft. Dan volgen we een lang stenig pad, parallel boven langs een dal. In het verlengde van dit pad gaan we parallel aan dit dal verder over twee asfaltwegen. Links in het dal zien we het dorpje Mouhers liggen, met haar opvallend ranke, hoge kerktorenspits.

Dan gaan we rechtsaf het rechts van ons liggende Bouzanne-dal in. In de verte zien we het veel lager gelegen gehucht Chanrot liggen. We wandelen het dal in tot aan de brug over de Bouzanne. Daar pauzeren we zittend op de brugleuning om weer even wat te eten en te drinken. Voorbij de Bouzanne gaan we weer het dal uit naar Chanrot. Daar gaan we linksaf over een asfaltweg in de richting van Cluis. We komen op een gegeven moment langs de ruïne van een oude smidse. Ook aan de overzijde van de Bouzanne zien we een ruïne, waarschijnlijk van een boerderij. De voormalige smederij ligt hier echter aan de asfaltweg die wij bewandelen.

Bij de binnenkomst in het dorpje Cluis-Dessous zien we ver vóór ons de ruïne van het 12e eeuwse kasteel van dit dorp. De ruïne ligt op een grillige helling, boven de Bouzanne gelegen. We steken de D38 over en lopen rechts om de ruïne heen door de voormalige slotgracht van het kasteel. De toegang tot de ruïne is verboden. Hier en daar zien we affiches voor het theaterfestival “Dracula”, dat hier van 22 juli tot en met 2 augustus 2010 wordt gehouden op het binnenterrein van deze kasteelruïne.

Ter hoogte van de voormalige ophaalbrug staan opvallende evenemententoiletten. Voor het handenwassen na afloop van het toiletbezoek is een ingenieus systeem bedacht. Je draait de kraan open die op een houten krat is bevestigd. Het water stroomt in een melkkan. Het water stroomt dan onder uit de melkkan door een tuitje. Uit de zeepdispenser haal je zeep en dan was je je handen onder die melkkantuit. Het water valt dan onder in een ouderwetse, geëmailleerde wasbak en het afvalwater wordt dan door de gootsteen keurig afgevoerd met een tuinslang die afwatert in ….. het gras verderop.

Als we onder om de donjon van het kasteel heen lopen, zien we een kerkje achter de donjon op een verhoging staan. Vóór de kerk staat ook een informatiepaneel van het kasteel, waarop je middels een tekening kunt zien hoe het kasteel er vroeger uit heeft gezien met alle vestingwerken zoals donjon, torens, ophaalbrug en de rondgang van de kasteelmuren. We wandelen nu door naar Cluis en passeren ondertussen aan onze linkerzijde een nog in gebruik zijnde steenmijn, waar uit de rotsen puinsteen wordt gewonnen.

Even later wandelen we Cluis binnen. Voorbij het gemeentehuis komen we achter de kerk Saint-Paxent. Achter de kerk staan enkele bijzondere huisjes. Aan de overzijde van het kerkplein achter de kerk is een refugio. Wie er gebruik van wil maken, kan zich op het aangegeven adres elders in Cluis melden. Aan de andere zijde is een hotel, waar pelgrims ook kunnen overnachten.

De kerk is gelukkig open, dus die gaan we eerst bezichtigen. Tot onze verrassing ligt er midden in de kerk voor pelgrims ook een pelgrimsstempel van deze kerk voor ons klaar met een bijbehorend stempelkussen. Op het stempel staat behalve de naam van de kerk ook een Jacobsschelp. We zetten nu een stempel in onze pelgrimspaspoorten.

Als we buiten zijn gekomen, gaan we op zoek naar het beeld van Sint Jacobus, want die schijnt zich hier in de gevel te bevinden van de pastorie. Bij onze eerste rondgang vonden we hem niet, maar bij de tweede rondgang zien we toch nog een beeldje boven een tuinmuur uitsteken. Op die tuinmuur staat een kruis. Dat zou dus de pastorie kunnen zijn. Het beeldje staat in een nis in de gevel en lijkt in het geheel niet op de gebruikelijke voorstellingen van Sint Jacobus. Als we voorzichtig de tuindeur openen, beginnen in de tuin twee honden te blaffen. Als we de tuindeur weer dicht doen en even wachten, komt een vrouw bij de tuindeur. We vertellen haar waar we naar op zoek zijn, maar zij kan ons niet bevestigen of dit het beeld van Sint Jacobus is in de gevel van deze woning. Als ik dan vraag of dit de pastorie (presbytère) is , bevestigt ze dat dit de voormalige pastoriewoning is. Op ons verzoek mogen we in de binnentuin om een foto te maken van dit beeldje in de gevelnis.

Tenslotte wandelen we om 14.40 uur om de kerk heen, waar onze auto op het kerkplein vóór de kerk staat. We halen onze fietsen weer op uit Vignonnet en rijden terug naar de camping in Montgivrant. We hebben vandaag weer 19 mooie kilometers aan ons pelgrimspad toegevoegd.

Pelgrimeren van Briantes naar Vignonnet

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Briantes naar Vignonnet
Donderdag 29 juli 2010 – 20,5 km.
Dag 77: 1605,5 – 1626 km.

Om 7.45 uur brengen Durkje en ik de beide fietsen met de auto naar Vignonnet. Dan fietsen we van Vignonnet via La Châtre naar Briantes, ons beginpunt van vandaag. Om 9.15 uur begint onze wandeltocht. Het is dan zo’n 16 graden Celsius en de zon schijnt al behoorlijk. De temperatuur loopt vandaag op tot 22 graden Celsius, maar er waait de hele dag een frisse wind, dus het is buitengewoon aangenaam, fris wandelweer. We starten bij Le Grand Moulin, nabij Briantes. Eerst lopen we naar de rand van de bebouwde kom van Briantes.

Vlak voor Briantes nemen we de D83 linksaf. Bij de Indre steken we de rivier over via de brug van de D83. Als we een eindje verder bij het kruis de asfaltweg rechtsaf zullen nemen, komt een groep van zo’n 8 oudere Franse wandelaars in onze richting. Ze groeten ons en hebben al snel in de gaten dat we onderweg zijn naar Santiago de Compostela, hetgeen de laatste dame ook nadrukkelijk memoreert tijdens haar groet. Wij gaan over een veldpad en lopen om een klein bos heen. Na een stuk asfaltweg gaan we net voorbij een woning weer een veldpad op. In de tuin van de woning zet een vrouw in nachtjapon een parasol op. Het is ons opgevallen dat veel vrouwen in deze streek ’s morgens nog lang in de nachtjapon blijven rondlopen, óók buiten op het erf èn in de tuin. Zo ook hier en nu. Met een loopbrug steken we weer de Indre over.

We volgen nu in noordelijke richting de oostoever van de Indre, met aan onze rechterzijde een hoogopgaande heuvelwand. Voor het eerst zien we in deze regio rotsen in de heuvelwand. We passeren ook de hoger gelegen camping van Roche, die we echter door de hoge heuvelhelling en de begroeiïng niet kunnen zien. Via een karrenspoor dalen we later af tot aan de oever van de Indre. Dan volgt een schitterend smal wandelpad langs de rivieroever. Het is tevens een trimpad en gaat helemaal langs de Indre naar La Châtre. We passeren daarbij enkele overlopen van de rivier, gaan over enkele bruggetjes en passeren ook drie andere wandelaars èn een sportvisser met twee honden. Dit mooie wandelpaadje langs de Indre voert ons uiteindelijk naar de rand van de bebouwde kom van La Châtre, waar we om 10.20 uur arriveren.

We komen de stad binnen bij de jeugdherberg, waar drie personenbusjes vol worden geladen met jeugd en hun bagage. Dan volgt de voormalige leerlooierswijk van La Châtre, aan de rivier gelegen. Via de stadswijk Le Petit-Mur en de slottoren klimmen we naar het oude stadscentrum van La Châtre. We passeren de oude stadskerk, die we binnengaan. Hier staat een behoorlijk groot beeld van Sint Jacobus in vol ornaat: met hoed, pelgrimsmantel, Jacobsschelp, pelgrimsstaf met kalebas en een hondje bij zich met een stuk brood in de bek.

Vanuit de kerk lopen we naar de hoofdwinkelstraat van het centrum. La Châtre is een oude stad met nog veel 15e-16e eeuwse huizen. Aan de hoofdstraat staat nog een prachtig exemplaar van een vakwerkhuis, waarin momenteel een drogisterij is gehuisvest. We wandelen naar het stadsplein, waar momenteel de markt is. In een zonnige hoek van het marktplein drinken we een kop koffie op het goed gevulde terras van een hotel-restaurant, met uitzicht op de marktkramen. In de viskraam tegenover onze terrastafel wordt prima verkocht. Voortdurend staan er Fransen in de rij om hier verse vis te kopen.

Na de koffiepauze verlaten we La Châtre, daarbij de rood-witte richtingwijzers in de stad opvolgend, want de routebeschrijving die we bij ons hebben, noemt helaas de straten die we door moeten niet. Al vrij snel zijn we de stad uit en als we boven op een heuvelrug aankomen, constateren we dat we een aantal objecten die we volgens de routebeschrijving ondertussen toch al gepasseerd hadden moeten hebben niet hebben gezien. Met de detailkaart erbij komen we erachter dat we de stad hoogstwaarschijnlijk uit zijn gelopen via de GR46 in plaats van de GR654. De richting is nagenoeg gelijk, maar de route verschilt deels. Vanaf de hoge heuvelkam waar we nu op staan, zien we dat het eerstvolgende dorp dat wij via de GR654 moeten passeren (Montgivray) rechts van ons in het dal ligt. Dus besluiten we daar over de heuvelkam naar af te dalen, om daar de Grand Randonnee 654 weer verder te volgen. Daarbij passeren we het buurtschap Les Conges, waar we een Britse familie ontmoeten, die ons bevestigt dat we inderdaad weer in de goede richting van het volgende dorp Montgivray lopen. Om 11.45 uur arriveren we via een stukje D49 in Montgivray. We hebben hier onze lunchpauze in het park van het kasteel van Montgivray.

De camping waar we onze caravan hebben staan, ligt achter deze kasteeltuin. We kunnen tijdens deze lunchpauze dus ook mooi even gebruik maken van de campingtoiletten. Na deze pauze passeren we de hoofdingang van het voormalige kasteel, momenteel in gebruik als Mairie (gemeentehuis).

Voorbij de ommuurde begraafplaats verlaten we via een onverharde weg Montgivray. Spoedig lopen we weer langs de rivier de Indre, die we oversteken bij de molen van Fontpisse. Dit is een schilderachtige plek; de oude woning met het draaiende waterrad, gelegen in een mooie tuin. Over twee loopbruggetjes komen we aan de overzijde van de Indre. Hier volgen we een pas geëgaliseerde, brede onverharde weg met links de hoogopgaande heuvelhelling en rechts van ons de licht stromende rivier. Na dit lange rivierpad komen we op een asfaltweg, waarmee we linksaf onder een viaduct lopen van een voormalige spoorlijn.

Over een asfaltweg en een grindweg wandelen we door het gehucht Vieilleville en daarna volgen we een hooggelegen veldpad naar Laloeuf, waarbij we ook de versterkte boerderij van Laloeuf passeren. De zeer oude boerderij heeft dikke muren, ligt rond een grote open binnenplaats en heeft tegen het hoofdgebouw een donjon, oorspronkelijk onder andere bedoeld als vluchtplaats bij onraad. In Laloeuf steken we de D49 over en dan gaan we via een veldpad en een onverharde boerenweg in de richting van Preugnarrault. Waar we afbuigen van Preugnarrault staan een aantal koeien vóór een enorme bult koeienmest in het weiland dat langs de boerderij ligt. Daarna arriveren we via een dalende, stenige weg in het gehucht Chavigner, waar we een korte pauze houden.

Buiten Chavigner gaat het met een asfaltweg omhoog naar een heuvelrug. We lopen over de heuvelkam en dalen verderop af naar het gehucht Chenil, waar we via een paadje tussen twee huizen door en een loopbruggetje de rivier de Couarde over steken. Als we na Chenil een bosperceel aan onze linkerzijde voorbij zijn gelopen, zien we links van ons in de verte het kasteel van Sarzay al liggen.

Hoe dichter we bij Sarzay komen, hoe beter we de ware afmetingen van dit opvallende kasteel kunnen zien. We wandelen langs een dikke, liggende stier, die langzaam opstaat als wij voorbijkomen. Iets verderop, aan de voet van de kasteelmuur, grazen de koeien en hun kalveren. Tegenover het kasteel staat een voormalig woonhuis met bedrijfspand dat inmiddels geheel is verbouwd tot café-restaurant. De gevel van deze horecagelegenheid is met een dikke klimop begroeid.

Het imposante Middeleeuwse kasteel heeft een massieve donjon en is omgeven door vier hoektorens met schietgaten. De vier hoge hoektorens zijn verbonden door een wachtrondweg met kantelen. Vroeger had dit kasteel zelfs 38 torens en 3 ophaalbruggen. Het moet dus indertijd al een bijzonder indrukwekkend kasteel zijn geweest. Het kasteel is opengesteld voor betalende bezoekers. Bij de kasteelpoort ontmoeten we een Nederlands gezin met drie kleine kinderen. Op ons verzoek maakt de vrouw een foto van ons beiden met het kasteel op de achtergrond.

Tegen 14.30 uur verlaten we het kasteel. Enkele honderden meters verderop moeten we onze weg vervolgen over een lang graspad over een heuvelkam. Bij het begin van dit graspad staat een groot paneel met daarop de tekst: “Saint Jacques de Compostelle”. Twee Jacobsschelpen zijn aan het paneel bevestigd. Een mooi signaal om te laten zien dat dit kasteel aan de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela ligt. Het tweede, bovenstaande bordje geeft erbij aan dat het hier gaat om de wandelroute. Een man op een grasmaaier zorgt er op dit moment voor dat het omliggende grasveldje er straks weer piekfijn, kortgemaaid bij ligt. Op het graspadenkruispunt van Montgarny gaan wij rechtsaf om langzaam af te dalen in het dal van de rivier de Gourdon. Vlak voordat we Vignonnet binnenwandelen, pauzeren we nog enige tijd op een picknickbank bij het bruggetje over de Gourdon.

Na hier iets gegeten en gedronken te hebben, steken we de Gourdon over en komen we om 15.00 uur aan bij onze auto. We hebben vandaag een route van 20,5 kilometer gelopen. Daarna rijden we via La Châtre naar Briantes om daar onze fietsen weer af te halen. Het was een heerlijke frisse wandeldag. ’s Morgens bijna onbewolkt, later iets zwaarder bewolkt, maar met volop zonnige perioden en halverwege de wandeling enkele donkere, dreigende regenwolken. Toch heeft het niet geregend en kreeg de zon steeds weer de overhand. Prachtig weer en een hele mooie route met bovendien veel en mooie bezienswaardigheden.

Pelgrimeren van La Bidoire naar Briantes

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van La Bidoire naar Briantes
Woensdag 28 juli 2010 – 22 km.
Dag 76: 1583,5 – 1605,5 km.


Met de auto brengen Durkje en ik de fietsen naar Briantes. Dan fietsen we van Briantes naar ons beginpunt van vandaag: La Bidoire. Om 9.30 uur begint onze wandeltocht vandaag. Het is dan zo’n 16 graden Celsius en de lucht vertoont sluierbewolking, die later op de dag over gaat in halfbewolkt met af en toe zonnige perioden. De temperatuur loopt vandaag op tot 26 graden Celsius, dus vooral de stukken die we bij een matige wind in de volle zon over asfalt lopen, zijn buitengewoon warm. Vlakbij het kruis van La Bidoire stallen we de fietsen in de berm bij een woning met een prachtige tuin, waar een oudere man en vrouw druk in de weer zijn om die tuin te onderhouden. Een dompelpomp in een wasmachinetrommel ligt in het beekje naast de tuin. De vrouw geeft de planten water aan het andere eind van de waterslang. Ze geeft aan dat we onze fietsen hier wel mogen stallen.

Over de grensweg tussen de departementen Cher en Indre wandelen we La Bidoire uit. Het asfaltweggetje gaat bij de laatste woning over in een begroeid onverhard pad. We volgen deze ingesleten weg tussen de hoogopgaande heggen door. Daarna volgt een kilometer asfaltweg naar Le Plaix. Dan volgt weer een holle weg, nu door het dal van de rivier de Sinaise, die we hier ook oversteken. Via een asfaltweg komen we aan in La Bergère de Loutre. Na een onverharde weg en een asfaltweg volgt dan het volgende gehucht: Le Magnout. Omdat de gemeente hier kennelijk geen plaatsnaambordje plaatste, lijkt het erop dat de bewoners dat zelf hebben gefabriceerd en geplaatst.

Nu volgt een stukje D54e, een stenige weg en vervolgens een asfaltweg waarmee we onder een oude spoorwegtunnel door wandelen. Voorbij de D71 komen we in het gehucht La Bierge. Een knus buurtschap langs een bochtig stukje doorgaande weg. Dan volgen gevarieerde tracé’s met asfaltwegen en een stenige weg langs akkers, waarna we aankomen bij de boerderij La Ranche.

Daar gaat het verder over asfalt, steken we de D26 over en gaan we via een karrenweg door naar de D26a, die we volgen om in het dorp Champillet te komen. Tegenover de dorpsvijver staat de oude dorpskerk van Champillet. We mogen niet naar binnen, maar van achter een laag hek in de twee geopende deuropeningen, kunnen we wel het interieur van de beide kapellen bekijken. Aan de voorzijde van de romaanse kerk is de geopende Mairie en aan de achterzijde het gemeentelijk publiek toilet, waar we dankbaar gebruik van maken. Daarna pauzeren we op grote stenen, die in de voortuin van de kerk als bankjes zijn geplaatst. We hebben vanaf hier een mooi uitzicht over de voormalige wasplaats van het dorp, waar momenteel een speelparkje met zitbanken is. Vervolgens lopen we om een oud dorpslogement heen. Op de gevel lezen we in het Frans de tekst: “Hier logeert men te voet en te paard”. Het gebouw ziet er verlaten en leegstaand uit. We lopen door naar het gehucht La Croix Jolie.

Een volgende asfaltweg voert ons naar La Motte-Feuilly. We lopen langs het gemeentehuis (Mairie) van deze kleinste gemeente van het departement Indre, met haar ongeveer 43 inwoners. Aan de overzijde van de D36 gaan we richting Feusines, maar uiteindelijk buigen we eerder af naar een begroeide weg langs een bosrand. Vervolgens steken we de D84 over en lopen langs de inmiddels drooggevallen vijver van Rongères. Mooie paarse bloemen staan in het meest drassige deel dat eens de grote vijver was. We komen dan bij de D917 en moeten nu ongeveer een kilometer lang langs deze drukke weg in de berm wandelen in de richting van het Bois de St.-Sévère. Bij de kruising van deze weg met de D36 in het bos is een picknickplaats. Hier rusten we even op een picknickbank. Daarna gaan we door een mooie boslaan door dit bos. Het is hier schaduwrijk en heerlijk koel. Heel anders dan de warmte waarin we komen als we voorbij het bos onze weg over asfalt vervolgen. We steken de D84 over en volgen een karrenspoor.

Via een asfaltweg wandelen we dan naar La Côte-Perdrix. In de bocht van de weg door dit gehucht staat een bijzondere, oude schuur. Voorbij de schuur daalt de weg naar de watermolen van La Côte-Perdrix. Hier ligt een oude, niet meer in gebruik zijnde loopbrug naast een veel lager gelegen betonnen brug over het riviertje. Je kunt zien dat deze nieuwe brug op de plaats ligt waar vroeger de doorwaadbare plaats in de rivier was.

We lopen door en gaan dan op de kruising van Les Sablons verder over een breed graspad door het dal. We laten het gehucht La Preugne links liggen, en gaan ter hoogte van dit gehucht verder over een smaller graspad. Daarna volgt weer een asfaltweg en al ver voorbij La Preugne nogmaals een goed begaanbaar stijgend graspad in de richting van Le Virolan. Van Le Virolan lopen we naar L’Arpijeau. Daarna volgen een aantal onverharde wegen. Het laatste pad voor vandaag daalt naar de rivier de Indre. Bij de waadplek in de Indre ligt een veel hoger gelegen loopbrug, die wij gebruiken om de Indre hier over te steken.

Tenslotte stijgen we vanaf de Indre naar de D84, die we bij Le Grand Moulin bereiken. Hier staat onze auto, in het zicht van Briantes waar we nu bijna zijn. Om 14.15 uur arriveren we na 4 uur en 3 kwartier en 22 kilometers verder bij onze auto bij Briantes. We halen de fietsen weer op uit La Bidoire om tenslotte via een supermarkt in La Châtre naar onze camping in Montgivray terug te keren.