Posts tonen met het label state. Alle posts tonen
Posts tonen met het label state. Alle posts tonen

zondag 17 juni 2012

Slachtemarathon 2012

Zaterdag 16 juni 2012
Over de Slachtetille naar Getswerdersyl



















Weer of geen weer
In de stromende regen rijden Durkje en ik om 9.30 uur vanmorgen Stiens uit. We hebben een late startkaart voor de Slachtemarathon; kunnen pas om 10.45 uur starten in Raerd. Daarmee zijn we de voorlaatste groep van de 13.000 wandelaars die vandaag vanuit Raerd de 42 kilometer langeafstandwandeling naar Easterbierrum aanvangen. Het Friese 10.00 uur-nieuws op de autoradio meldt dat zojuist de 10.000e wandelaar van start is gegaan. Weerman Piet Paulusma meldt dat de buien in noordelijke richting onze provincie verlaten en hij voorspelt dat het hoogstwaarschijnlijk de rest van de dag droog zal blijven met een zuidwestelijk wind. Zijn voorspelling wordt vandaag werkelijkheid.

Vierde editie van 42 kilometer Friese cultuur
We bewandelen vandaag de eeuwenoude - inmiddels inlandige - zeedijk, genaamd 'De Slachtedyk'. Het is de bijzondere combinatie van deze historische zeedijk met de cultuur van al die omwonenden en wandelaars van verleden en heden die deze dijkwandeling zo uniek maakt. Meer dan 20 aanliggende Friese dorpen en honderden creatieve dorpelingen, kunstenaars, artiesten, dansers en muzikanten verzorgen op artistieke wijze de iets meer dan 42 kilometer lange wandeling met een breed aanbod aan beeldende kunst, muziek, dans en theater. Vanaf het jaar 2000 is de Slachtemarathon elke vier jaar georganiseerd, vandaag is het dus de vierde editie. Durkje liep al mee in 2004 en in 2008 en ik heb met Durkje de wandeling voor het eerst in 2008 gelopen.

Fase 1: Lit ús mar út ein sette
De 42.195 meter lange wandeltocht is door de organisatie verdeeld in vijf fasen, die alle een Friese fase-titel kregen. Het thema van de eerste fase is het Onzekere, spannende begin.
We verlaten ons startvak om exact 10.45 uur in het oude terpdorp Raerd, liggend aan de oever van de voormalige Middelzee. Door een haag van aanmoedigende toeschouwers lopen we door de dorpskern en verlaten we Raerd bij de oude stinspoort van de voormalige Jongema State (1525) in het Raerder Bos. Met trompetgeschal, dansende nimfen en een processie met boot en vaandeldragers worden we uitgezwaaid. Een mooi begin van de lange tocht. Bij Raerd lopen we ook even over een stukje Jabikspaad, het Fries-Overijsselse pelgrimspad. Daarna gaan we verder langs Dillesyl richting Easterwierrum.
Einde van de fase 'Laat ons maar uit eind zetten'.

Fase 2: It giet dat it slydjaget
Het thema van de tweede fase verwijst naar de Feestfase.
Zoals in zoveel andere Friese dorpen heeft ook Easterwierrum de Friese vlag in top boven op de kerktoren. Het thema van Easterwierrum is: 'Libje foar en mei elkoar'. Bij het begin van de dorpskom staat een meisje op een versmalling in de weg om met zichtbaar plezier iedereen een 'high five' te geven en succes te wensen. Het zijn ook deze kleine - niet georganiseerde - elementen die de Slachtemarathon zo groot(s) maken.
Voorbij de eerste sticker(stempel)post verlaten we Easterwierrum door een hoge feestpoort, gemaakt van wilgentenen. Iets verderop staat het eerste van de 15 'Rabobankjes' in de berm: de banken van de kringloopwinkels Estafette, waarvan op creatieve wijze kunst is gemaakt. Ter hoogte van Boazum verlaten we de verharde weg om over de Griene Dyk (een grasdijk) verder te gaan. De dijk is er nog wel, maar het gras is weg. Door de felle regen eerder vanmorgen en de meer dan tienduizend wandelaars die hier al over de grasdijk zijn gegaan, is deze 'gêrsdyk' verandert in een glibberige modderdijk. Voorbij Boazumersyl verlaat iedereen dit gehavende dijkvak met blubber aan de schoenen en modderspetters tot hoog op de wandelbroek en op de blote kuiten.
De fasetitel 'slydjaget' doet zijn naam hier eer aan, want je zou hier met een slee over heen kunnen gaan en een 'sliding' is hier ook zo gemaakt. Niemand hoor ik klagen; hier moeten we gewoon even over en doorheen. De muziek van het door Boazumers ingezongen estafette-canonlied klinkt na tientallen meters steeds uit de in de berm geplaatste luidsprekers. De muziek gaat zo met ons mee.

Geestdrift
Voorbij Boazumersyl komen we weer op de verharde weg. We steken de spoorlijn over. Twee van de vele vrijwilligers staan hier om de veiligheid van de oversteek voor alle wandelaars te waarborgen. Zonder al die vrijwillgers is zo'n mega-evenement niet mogelijk. Grote dank zijn we verschuldigd aan al die vrijwilligers die dit evenement mogelijk hebben gemaakt! Hulde!
We komen langs Lytsewierrum en door Greate Wierrum. Het korps van de Christelijke Muziek Vereniging Hosannah uit Wons speelt op een driesprong in Friese vlag-kledij de sterren van de hemel. Onder aan de vrachtwagen-oplegger waarin ze zitten, staat onder andere geschreven: 'Hosanna Wuns spylet hjir mei nocht'.
Met twee poort-pijlers worden we 'Wolkom' geheten in het dorp Reahûs. Na de eerste 12 kilometers wordt dit onze eerste rustplaats, zittend tegenover het musicerende korps in een oplegger, onderwijl kijkend naar de op het oog oneindig lint voorbijtrekkende Slachtewandelaars. Een grote groep jongeheren brult steeds hoog achter ons vanaf een getimmerde tribune als een groep wandelaars voorbijtrekt, docht net iets luider en geestdriftiger als het een groepje mooie jongedames betreft. Zij belonen dat enthousiasme met een vrolijke glimlach en lopen opgewekt door.
Tussen de met vele rode vlaggen versierde brug van Sânleastersyl verlaten we na onze etenspauze Reahûs. Dan volgt een lange, rechte weg. Voor ons nadert een helicopter. Een cameraman filmt onze lange rij wandelaars vanuit de lucht. Het resultaat is een ('wave' in english) golvend wandelend lint ('weach' yn't Frysk) van naar de helicopter zwaaiende wandelaars.
Bij De Kliuw is het ook feest. Een grote feesttent kreeg hier een houten gevel van een woonhuis; alsof hier een woning midden in een weiland staat. Twee 'living statues' staan roerloos op het veld. Voorbij De Kliuw lopen we door Hidaardersyl en langs Hidaard richting Wommels.
Einde van de fase 'Het gaat dat het sleejaagt'.

Fase 3: It falt wol in bytsje ôf
Het thema van de derde fase verwijst naar de Irritatiefase.
Ter hoogte van Wommels steken we bij Kromsyl de autoweg N359 over via de eerste van de twee Slachte-bruggen, genaamd: Nije Kromme. Aan de overzijde van de weg staat een grote vrachtwagen van Poeisz Supermarkten. Daar krijgen alle wandelaars een gratis banaan aangeboden van Poeisz, waar door de voorbijwandelaars dankbaar gebruik van wordt gemaakt. Bij en voorbij dit uitdeelpunt staat een lange haag van bananendozen en immense plastic zakken in rolcontainers, waar iedereen zij/haar bananenschillen wandelend in kan gooien. Zo blijven weg en berm verschoond van schillen. Dank aan Poeisz voor dit gewaardeerde aanbod.
Verderop passeren we Swarte Beien en Tolsumersyl. Na de brug van Payesyl arriveren we in het dorp Achlum. Het dorp is prachtig versierd. Veel toeschouwers zijn hier gekomen om de wandelaars aan te moedigen. In het dorp lopen enkele voor kinderen angstaanjagend grote dinosaurus-monsters op hoge stelten. Een klein meisje zwaait voorzichtig en met groot respect naar een langs haar lopend metershoog monster. De zon schijnt aangenaam in Achlum en het is hier voor iedereen aangenaam vertoeven.
Einde van de fase 'Het valt wel een beetje af'.

Fase 4: Neffens my ha'k it wat te bot dien
Het thema van de vierde fase verwijst naar de Stiltefase.
Nabij Sopsum lopen we tussen in beide bermen liggende beeldende kunst. Bij Sopsum is een groot rustpunt ingericht. Aan de overzijde van de spoorlijn gaan we richting Kiestersyl, waar we het Van Harinxmakanaal oversteken. Aan de overzijde van het kanaal worden de wandelaars en toeschouwers vermaakt door het dames-smartlappenkoor Leed-Vermaak. Enkele meters verder is een groot Slachte Blaren (veld) Hospital ingericht. Blarenpatiënten worden in deze theater-act door 'verpleegsters' verzorgd. Ze doen dat kennelijk volgens een alternatieve geneeswijze, want de blarenpatiënten hoeven hun wandelschoenen tijdens de behandeling niet uit te trekken.
Verderop volgt een grasdijk richting A31. De A31 moeten we oversteken via de Slachtetille. De wandelaars die met moeite deze hoge brug over kunnen komen, worden daarbij geholpen door een grote groep ondersteuning biedende vrijwilligers. Zo komt iedereen over deze uitdagend steile brug. Aan de andere zijde van deze tweede Slachtebrug krijgen we een armbandje uitgereikt met daarop de tekst: 'Ik heb de Slachtetille overbrugd 16-06-'12'.
Aan de overzijde van de A31 arriveren we in Getswerdersyl. Hier nemen we een korte rustpauze, onze derde en laatste vandaag. We zitten aan de voet van de Slachtedyk en zien al die wandelaars voorbij wandelen.
Einde van de fase 'Neffens mij heb ik het wat te bot gedaan.

Fase 5: Ik bin skjin oan ein

Het thema van de laatste fase verwijst naar het Bloed, het zweet en de tranen.
Op het enkele kilometers lange eindtraject dat dan nog volgt, worden de wandelaars verrast op een gezamenlijke theater-act van inwoners van Winaam, Tsjummearum en Easterbierrum. Mannen in witte pakken en met gasmaskers op waarschuwen ons voor de gevarenzône die we gaan betreden met als waarschuwing dat ons einde spoedig zal naderen. In figuurlijk opzicht klinkt dat onheilspellend, maar in letterlijk opzicht is dat een zegen voor alle vermoeide wandelaars. De zuidwestenwind wordt steeds steviger, dus we lopen nu eens met een harde zijwind en dan eens met een krachtige wind in de rug. De zon schijnt nog altijd vrolijk en Durkje en ik hebben vandaag geen druppel regen gehad onderweg.
Verderop komen we terecht in een langgerekte straat-act van een moordzaak. 'Dêr leit in lyk op'e dyk', zo wordt ons aangekondigd door een acteur. Voorbij het 'lijk op de dijk' worden we ondervraagd door acteurs, die ons op indringende wijze vragen of wij wellicht getuige zijn geweest van de moord of er wellicht tips ter opsporing van de dader over kunnen geven.
De sneldraaiende windmolens hier in het veld zijn met een baan omkleed door schilderijen van verschillende kunstschilders. Vlak vóór de finish-plaats Easterbierrum wandelen we tussen twee grote poorten door, waarop de Friese gelukwens 'Lokwinsk' staat. Tussen de vlaggen met daarop aren door wandelen we naar de finish-plaats op het grote evenemententerrein dat is ingericht in de nabijheid van de Waddenzeedijk. Bij dit eindpunt staan camera's en reporters van Omrôp Fryslân. Later op de avond zien we ons beiden in beeld in het televisieprogramma van Omrôp Fryslân tijdens de finish in Easterbierrum.
Einde van de fase 'Ik ben schoon aan eind'.

Fryslân op zijn best
Het is 18.45 uur. We hebben de 42 kilometers van de Slachtemarathon volbracht in exact 8 uren wandelen, stilstaan en rusten. Gemiddeld dus ruim 5 kilometer per uur, wat voor ons een prima gemiddelde snelheid is. Om 15.45 uur passeerden we het kilometerbord 21,1 km, precies op de helft. Dat betekent dat we zowel de eerste helft als ook de tweede helft van de 42 kilometer in precies vier uren hebben gelopen.
Het was vandaag Fryslân op zijn best. Een divers gezelschap van overwegend Friezen aangevuld met niet-Friezen en een aantal buitenlandse wandelaars wandelt vandaag over een oeroude Friese slaperdijk, waarvan de oudste datering al terug gaat naar ruim vóór het jaar 1000. Zoveel wandelliefhebbers vóór en achter je. De hele dag geen gezeur over recessie, Europa, voetbal, werk, politiek en verkeer. Alle aandacht gaat vandaag uit naar de weg die je gaat, luisterend naar je lichaam dat zich inspant, pratend over hoe het met jou en met je medewandelaar gaat, over waar je kunt rusten, eten en drinken, hoever je al bent en hoever de finish nog is. Vóór ons loopt een groepje 'Fryske fammen', tijdens het lopen druk pratend en af en toe samen een vrolijk lied zingend. Tijdens het naast elkaar lopen en tijdens het elkaar inhalen de korte gesprekjes, ruimte gevend en van de geboden gelegenheid dankbaar gebruik makend.
De hele dag wandelplezier, van de eerste tot en met de laatste kilometer. Kortom Fryslân en de Friezen op zijn best. Met grote dank aan al die honderden vrijwilligers van de Slachtemarathon en haar partners, die deze schitterende dag - samen met alle wandelaars en toeschouwers - mogelijk hebben gemaakt!

zondag 27 mei 2012

Lanterfanten over Route 3.7 van Sneek naar Easterlittens

Zondag 27 mei 2012 - Eerste Pinksterdag
De Friese Greidhoek is in mei schilderachtig mooi



















Duitse detailhandelaren in het oude Fryslân
"Hannekemaaiers trekken diepe sporen in de Friese Greiden'. Dat is de titel die wandelgidsauteur Fokko Bosker als titel gaf aan de zevende wandeling in het derde deel van zijn vierdelige wandelgidsenserie 'Friesland voor Lanterfanters".
De titel van dit wandeltraject verwijst enerzijds naar de Hannekemaaiers en de Kiepkerels, die al vanaf de 18e eeuw jaarlijks vanuit het Duitse grensgebied en vanuit het Duitse Westfalen het Friese platteland 'overstroomden', op zoek naar werk bij de boeren en op zoek naar klanten voor hun handel. In plaatsen zoals Bolsward en Sneek vestigden zich indertijd de inmiddels bekend geworden detailhandelsfamilies Voss, Lampe, C&A Brenninkmeijer, Peek en Cloppenburg en Vroom & Dreesmann.

De Fryske Greidhoeke
Anderzijds verwijst de titel van dit wandeltraject naar de Friese Greidhoek, het schitterende weidegebied in onze provincie Fryslân. Durkje en ik lopen vandaag vanuit Sneek, via Bolsward naar Easterlittens, over een afstand van 28 kilometer. Kilometer na kilometer in de Fryske Greidhoeke is genieten van elke stap. Bijzondere paden en wegen door bontgekleurde velden en altijd en overal de Friese weidevogels nadrukkelijk in vogelvlucht en in vogelgeluiden om je heen. In de maand mei is de Greidhoek één van de parels van Fryslân.

Van Sneek, via Ysbrechtum naar Tirns
Onderweg naar Sneek laten we een auto achter in Easterlittens. In Sneek parkeren we bij het treinstation nabij het stadscentrum. We wandelen even vóór 8.00 uur langs de stadsgrachten eerst naar de Sneker Waterpoort en daarna weer terug om ten noordoosten van het station het spoor over te steken in noordwestelijke richting. In Ysbrechtum passeren we 17e eeuwse Epema State met haar voorliggende poortgebouw. Over de Thabortille en langs de locatie van de vroegere Thaborklooster gaan we naar Tirns.

Ter Bede en over de Slachte
Vanuit Tirns nemen we een doodlopende landbouwweg het veld in, richting Annebuorren, een buurtschap met in de velden verspreid liggende huizen en boerderijen. Voorbij Annebuorren gaan we dan over één van de oudste paden van Fryslân. Dit smalle kerkenpad 'Ter Bede' is tegenwoordig een bijna niet meer te zien graspaadje door het veld. Over grotere afstand kun je aan de kleurverschillen in het grasland nog zien waar dit oude graspad richting Reahûs loopt. Dit veldpad brengt ons naar de middeleeuwse zeedijk, de 'Slachte'. Met Reahûs achter ons lopen we over de Slachtedyk langs Hidaardersyl naar Hartwerd. Voorbij Hartwerd gaan we over een smal geasfalteerd pad tussen de weilanden door naar Bolsward. Bij een nieuwe boerderij staat een houten hokje met geopende deur. In dat hokje is een keukentje getimmerd, met daarin allerlei benodigdheden om bijvoorbeeld zelf koffie te zetten. Zonnepanelen op het dak zorgen voor elektriciteit. Het is een kwestie van zelfbediening en men vertrouwt op eerlijke betaling in het geldkistje. Enkele weken geleden las ik over dit initiatief van deze boer, die dit liet ontwikkelen en maken als praktijkopdracht voor vier scholieren. Een prima initatief!

Boalsert
In Bolsward lopen we naar het stadscentrum. Hier kun je zien dat men zich voorbereidt op de finish vandaag van de Elfstedentocht op de step, en op de Elfstedentocht op de fiets, die morgenochtend van start gaat. Veel winkels gaan open en de horeca is nagenoeg klaar voor de duizenden mensen die vandaag en morgen Bolsward bezoeken. Het bedienend personeel van Grand-Café het Praethuys is nog niet aanwezig, maar de eigenaar biedt ons alvast een kopje koffie aan. Op het terras ontmoeten we twee Zeeuwse fietsers die in 2007 met drie anderen naar Santiago de Compostela zijn gefietst. Vandaag gaan ze even op de fiets naar Sneek en morgen zullen ze voor de vijfde maal de Elfstedenfietstocht rijden.

Klederdracht bij de watermolen
Over het geasfalteerde wandel-/fietspad gaan we langs de Bolswardertrekvaart naar Burgwerd. Voorbij Burgwerd gaat het pad over in een onverhard voetpad langs de oever van de Boalserter Feart. Vlak vóór Krommesyl passeren we de oorspronkelijk 17e eeuwse watermolen. Daar ontmoeten we twee jongedames en een jongeman. Eén van de dames draagt kitscherige klederdracht. Ze is van buitenlandse afkomst, maar kan ons desgevraagd in goed verstaanbaar Nederlands duidelijk maken dat ze bezig zijn om een fotosessie te maken met haar 'Nederlandse klederdracht' vóór deze prachtige watermolen. Ze hebben samen veel plezier tijdens het fotograferen van alle poses.

Krommesyl en Wommels
Bij Krommesyl passeren we de 'Nije Kromme', de metalen boogbrug over de N359, die hier zorg draagt voor een veilige oversteek voor het verkeer op de Slachtedyk. In het zuiveldorp Wommels passeren we eerst het museum 'De striid tsjin het wetter' in het voormalige kaaspakhuis en dan vinden we een mooi plekje in de schaduw op een bankje bij het kaatsveld in het dorpscentrum. Het is een warme dag, dus we drinken veel onderweg en genieten van deze schaduwrijke en koele pauzeplek.

Pinksterfeest 2012 in Skrok
Voorbij Wommels volgt een waarlijk schitterend weidegebied in het natuurreservaat Skrok. We lopen over het Swynzerpaad  langs de vogelkijkhut 'Spiker' en komen dan ter hoogte van de boerderij Sate Britsaerd over een smal paadje door dit natuurreservaat. Geuren en kleuren, een schilderachtig bont palet van één groot, uitgestrekt veldboeket. Een blauwe lucht en zonovergoten, het zijn de succesfactoren van het sprookjesachtige weidegebied in de Friese Greidhoek. Als je ter gelegenheid van het Pinksterfeest in een feestelijke stemming wilt komen, moet je vooral hier in het veld gaan zitten. Dan word je vanzelf vrolijk.
Vlak vóór het buurtschap Skrok steken we de Sebearefeart over in de Stittenserhem polder. We lopen door het meest noordelijke puntje van de bebouwde kom van Easterein.

Itens, Hinnaard en Spyktille
Langs de doorgaande weg gaan we richting Itens. Vlak vóór het kaatsveld van Itens gaan we linksaf richting Britswerd, maar als vrij spoedig verlaten we deze weg om in noordelijke richting naar het dorpje Hinnaard te lopen. We nemen een korte fruitpauze bij het Klokhuis van Hinnaard. En dan lopen we naar Spyktille, waar we de doorgaande weg richting Spannum verlaten, om dan over het geasfalteerde fiets-/wandelpad langs de Boalserterfeart naar Easterlittens te lopen. In Easterlittens is het op de camping en bij de hoge voetgangersbrug over de Frentsjerter Feart gezellig druk.

Ook niet als ie ijskoud is
Het is 15.45 uur. Het terras aan de Frentsjerter Feart zit nagenoeg vol en bij de hoge voetgangsbrug ligt een geheel blauw geschilderd kruisertje. Ruim tien jongens en meisjes zitten en liggen op deze feestboot. Fryslân kent veel zuipketen en oude (sta)caravans waar de jongeren in vriendengroepen hun vrije tijd samen doorbrengen. Deze groep Friese jongelui heeft geen zuipkeet of -caravan, maar gaat varen in hun felblauwe zuipschuit. We blijven even bij ze staan voor een praatje. Ze vragen of we trainen voor de Slachtemarathon en bieden ons een blikje bier aan. Als we bedanken voor hun vriendelijke aanbod - omdat we beiden nog moeten autorijden - moeten we vooral even voelen hoe ijskoud hun pilsjes in de boot zijn, want dan weten we in elk geval welk geweldig koele aanbod we afslaan.

Acht uren onderweg; elke minuut Pinksterfeest
Aan de overzijde van de Frentsjerterfeart gaan we naar de auto die we hier vanmorgen vroeg bij het Wapen van Friesland in het dorpscentrum parkeerden. Dan rijden we naar Sneek om daar de andere auto te halen. Vanuit Sneek rijden we dan weer terug naar huis. Op de autoradio horen we dat de steppers van de Elfstedentocht inmiddels zijn gefinisht in Bolsward en dat het al behoorlijk druk wordt in Bolsward en omgeving vanwege alle fietsers die hier in deze buurt een slaapplaats hebben gevonden om morgenochtend vroeg langs de elf Friese steden te gaan fietsen.
Wij hebben de 28 kilometer vandaag afgelegd in acht schitterende uren. We hebben het qua lopen en pauzeren rustig aan gedaan vanwege de warmte (in Easterlittens is het bij aankomst 28 graden Celsius) en we hebben meer dan gemiddeld lang - al dan niet fotograferend - stilgestaan op al die schitterende plaatsen in de Fryske Greidhoeke. 

dinsdag 27 maart 2012

Juckemaleane in Stiens

Dinsdag 27 maart 2012
Juckemaleane in Stiens met zicht op Skilhiem en Sint-Vituskerk















Westelijke toegangsweg
Wie ter hoogte van de nieuwe rotonde op de kruising van de N393 vanuit Sint-Annaparochie en de N357 vanuit Hallum of vanuit Leeuwarden Stiens binnenrijdt, betreedt ons dorp via de Juckemaleane. Vanaf de genoemde provinciale wegen en vanaf de Bûtenskilwei en de Moundyk kun je aan de westzijde in Stiens arriveren. Aan de rechterzijde zie je dan het verzorgingstehuis Skilhiem en op de achtergrond steekt de kerktoren van de Sint-Vituskerk hoog boven de voorliggende bebouwing uit.

Juckema's terp
De huidige Juckemaleane doorsnijdt het voormalige grondgebied van de vroegere Juckemastate. De Juckemaleane is dan ook genoemd naar de Stienser familie Juckema, die vroeger Juckemastate bewoonde. In het jaar 1472 werd Juckemastate bewoond door Werp Juckema, een beroemde Schieringer. Daarna woonde Ritske Juckema in deze Stienser state. Ritske Juckema stierf in het jaar 1510 en hij werd begraven in de Stienser Sint-Vituskerk.
Juckemastate werd afgebroken in het jaar 1750. Deze state was gebouwd op een terp. Deze terp is bijna 150 jaar later - in 1899 - afgegraven. De huidige Juckemaleane is de toegangsweg van Stiens, die vlak langs de voormalige terp loopt.

De nieuwe poort
Als je over de Juckemaleane rijdt, passeer je al vrij snel de afsplitsing in noordelijke richting naar de Venusskulp, één van de woonstraten van de Stienser woonwijk It Skil. Aan de noordzijde van de Juckemaleane loopt een parallel fietspad en aan de zuidzijde ligt het grote wooncomplex van het Skilhiem met haar aanleunwoningen voor senioren. De Juckemaleane gaat al na enkele honderden meters in een flauwe bocht in de weg over in de Nije Poarte, de doorgaande weg richting Stienser dorpscentrum. Als over enige jaren het zogenoemde 'Noordwesttangent' (de gebiedsontsluitingsweg naar o.a. de 'Haak om Leeuwarden') gereed is, zal deze Juckemaleane een belangrijker, drukkere uitvalsweg en toegangsweg worden van Stiens.

donderdag 3 maart 2011

Winterakonieten in bloei op Stienser kerkterp

Donderdag 3 maart 2011

In het nog vroege voorjaar is het lust voor het oog om vanuit het winkelcentrum Langebuorren in Stiens naar de Sint-Vituskerk te rijden. Hoog op de dorpsterp staat deze kerk. Op het omliggende kerkhof en op de aarden wal rondom de dubbele lindenlaan rond de kerk bloeien inmiddels de eerste lentebodes. Hier en daar bloeit het Sneeuwklokje en binnenkort zullen ook de Krokussen hier gaan bloeien.

Maar er bloeit meer. Heel bijzonder zijn de grote aantallen Winterakonieten die we hier op het kerkhof en op de rondgang om de kerk aantreffen. Vandaag schijnt de vrolijke lentezon op de schitterend geelgekleurde Winterakonieten.

De Winterakoniet (Eranthis hyemalis) behoort tot de zogenoemde Ranonkel-familie. Het is een stinsenplant, die in het vroege voorjaar bloeit; doorgaans in de maanden januari, februari en maart. In Nederland is deze plant zeldzaam. Ze komt vooral voor op en in de buurt van oude landgoederen; in Fryslân veelal op terreinen van oude states en stinsen. De Winterakoniet wordt in Fryslân het ‘Ayttablomke’ genoemd.

Dat we de Winterakoniet rond de Stienser terpkerk hebben staan, is de verdienste van de koster van de Sint-Vituskerk: Cees Buisman. Hij zorgt ervoor dat het behoud en de verspreiding van deze zeldzame lentebode is gegarandeerd. Vanmiddag sprak ik Cees Buisman hierover bij de Sint-Vituskerk. Hij vertelde me dat hij elk jaar ervoor zorgt dat de plant steeds verder rondom de kerkterp wordt verspreid. Daartoe moeten bijvoorbeeld de (wortel)knolletjes verder rond de terp worden geplant.

Belangrijk is ook dat Buisman elk jaar met onze gemeente Leeuwarderadeel regelt dat de eerste maaibeurt rond de terp zo lang mogelijk wordt uitgesteld, zodat alle planten na de bloeiperiode voldoende reserves kunnen opbouwen om volgend jaar weer behoorlijk tot bloei te komen. We nemen in Stiens dan graag voor lief dat de terp er na de bloei gedurende enkele weken wat minder mooi bij staat, omdat we weten dat dit van belang is voor de verspreiding en de bloei van volgend jaar.

Koster Cees Buisman vertelde me dat we nog even moeten wachten, want binnenkort zal ook de Holwortel op de kerkterp in bloei komen te staan. Laten we hopen dat het beheer nog vele jaren door Cees zo zorgvuldig gedaan kan worden, want als hij zijn bijzondere werk in dezen voort kan zetten, zullen we in de komende jaren een nog verder uitgebreide krans van bijzonder planten rond de Sint-Vituskerk aantreffen. Zo is niet alleen de kerk, maar wordt ook de flora op het kerkhof en op de rondgang rond de dorpsterp een steeds waardevoller sieraad voor het dorp.

dinsdag 12 mei 2009

Martenastate: een State met een Stinzentuin

Dinsdag 12 mei 2009

Het landgoed Martenastate in Cornjum is een 4,5 hectare groot park rondom Martenastate (zie mijn weblogbericht van 11 mei 2009). Het is één van de rijkste Stinzentuinen van Fryslân. Sinds 2001 wordt het parkbeheer in opdracht van Stichting Martenastate uitgevoerd door It Fryske Gea

Een Stinzenplant is een plant die in bepaalde gebieden in Nederland alleen voorkomt op bijvoorbeeld oude landgoederen, boerenhoven, pastorietuinen en voormalige stadswallen. Het zijn in de regel planten met opvallende bloemen en voorjaarsbloeiers. Deze planten zijn in het verleden van elders aangevoerd en aangeplant om te verwilderen. Sommige soorten - zoals de Vingerhelmbloem - komen van nature wel in Nederland voor. Andere Stinzenplanten - zoals de Holwortel - komen van nature niet in Nederland voor, maar eenmaal aangeplant, verwilderen ze gemakkelijk in het Stinzenmilieu. De laatste categorie zijn de exotische Stinzenplanten, die oorspronkelijk uit Azië komen en die zich wel in het stinzenmilieu handhaven, maar zich daarbuiten niet verder verspreiden.

Het woord "Stinzenplant", komt van het Friese woord "Stins" (steenhuis), dat slaat op een versterkt en met stenen gebouwd huis. Dit waren de woningen van adellijke of anderszins aanzienlijke heren, die dikwijls landgoederen bezaten.

De eerste Stinzenplanten werden al vanaf de late Middeleeuwen gekweekt. Het aanplanten van Stinzenplanten kreeg een grote impuls aan het einde van de 18e eeuw door de opkomst van de Engelse landschapsstijl. Het ideaal van deze tuinarchitectuur was de natuur en men wilde haar verder perfectioneren. Daarom werden er planten uitgezet ter verwildering. Deze werden vaak uit Midden- en Zuid-Europa gehaald. Om de planten te laten aanslaan voegde, men veel kalkrijk puin toe.

Het park van Martenastate wordt omlijst en doorsneden door een aantal lanen met ten dele zeer oude bomen. Onder de oude lanen - zoals bijvoorbeeld die van de Kastanjelaan aan de zuidoostzijde van het park - vormt zich vroeg in het voorjaar een tapijt van duizenden bol- en knolgewassen. In totaal worden er op Martenastate twaalf verschillende soorten stinzenflora aangetroffen. Naast de hierboven genoemde zijn dat ook het Haarlems klokkenspel, de Bostulp, Daslook, Gele anemoon, Adderwortel en de Boerenkrokus.