Zaterdagmiddag 10 oktober 2026
Inspiratielezing door Ineke Albers
Vandaag organiseert Museum Krona te Uden in samenwerking met de Camino Academie een inspiratiemiddag in de Kroonzaal van het museum.
Spreekster is Ineke Albers, lid van de stuurgroep van de Camino Academie, die ons in haar lezing meeneemt in de eeuwenoude en tot op heden voortdurende spanning tussen de pelgrimstraditie en haar critici — van vroegchristelijke kerkvaders tot de moderne, kerkloze Camino-loper.
Een traditie vol tegenspraak
Vrijwel vanaf het ontstaan van het christendom is de pelgrimage een strijdpunt geweest — wat meteen zegt hoe oud die traditie al is.
De eerste heiligdommen die pelgrims trokken, waren de graven van martelaren, die voor hun geloof gestorven waren.
Al vroeg klonk er kritiek van kerkvaders: God is alomtegenwoordig, redeneerden zij, dus waarom een gevaarlijke reis ondernemen om aan een graf te bidden, als je dat net zo goed thuis kunt doen?
De christenen bleven echter pelgrimeren, en dat debat is door de eeuwen heen, tot op de dag van vandaag, in steeds nieuwe gedaanten blijven voortleven.
Maar sinds enkele decennia zijn er pelgrims die wél gebruikmaken van de christelijke religieuze infrastructuur, maar zich op geen enkele manier meer verbonden voelen met de kerk. Ook zij krijgen kritiek; en niet alleen van kerkelijke zijde.
Tegelijkertijd plaatsen zij met hun 'wilde' pelgrimages onbewust kritische kanttekeningen bij het geïnstitutionaliseerde christendom.
Motto: wie veel te bedevaart gaat, wordt zelden heilig
Pelgrimages bestonden al voordat het christendom is ontstaan, en zelfs als het christendom verdwijnt, zal het pelgrimeren vast en zeker wel blijven bestaan.
Deze lezing in Museum Krona gaat vandaag over de kerkelijke worsteling omtrent de pelgrimage.
Ineke Albers bespreekt vanmiddag eerst het Historisch perspectief en gaat daarna in op het Inhoudelijk perspectief van het pelgrimeren.
Historisch perspectief
- Christenen die als martelaar stierven in de tijd van de Romeinen kregen vaak een bijzonder graf, met soms een gebouwtje erop, met soms ook een altaar, en op diens sterfdag werd dan het leven van de betreffende martelaar gevierd. Het martelaarsgraf werd zo een heiligdom, en daarmee ook een plek voor pelgrimage.
- Soms werden de stoffelijke resten van die martelaren opgegraven, vervolgens opgedeeld in stukken, die tot reliek werden verheven, en dan werden die lichaamsdelen verspreid in de wijde omgeving. Die relieken werden bewaard onderin de altaren van kerken, waardoor dergelijke relieken geografisch werden verspreid, ze gemakkelijk konden worden bezocht, en tot plek van pelgrimages werden aangewezen.
- Van die vroege pelgrimages werden indertijd al verslagen geschreven, bijvoorbeeld over de bedevaart naar Palestina, en verder ook in de wijde omtrek van het Romeinse rijk.
- In het begin was er nog geen sprake van de aan een bedevaart verbonden genezing of van de vergeving van zonden, op grond van deze vroegste pelgrimages.
- Ondertussen ontstond ook de kritiek op dergelijke pelgrimages, want immers: ook Jezus had de mensen daar in het geheel niet toe opgeroepen. De Geest van Jezus zou immers overal wel aanwezig zijn, en God komt voorzeker wel naar jóu toe als je je hart daarvoor openstelt, dus daartoe zou je niet hoeven te pelgrimeren, aldus onder andere Gregorius in de 4e eeuw.
- Later werd er wel genezing afgeroepen, gekoppeld aan het pelgrimeren.
- Boetedoening werd pas veel later aan het pelgrimeren gekoppeld; niet alleen door kerkelijke rechters, maar ook door wereldlijke rechters, want door een misdadiger op het pelgrimspad te sturen, was die dader tenminste immers een tijdje buiten beeld in de gemeenschap waar hij zijn misdaad had gepleegd.
- De kerkelijke organisatie ondersteunde de reliekenverering op drie gronden, namelijk: 1. Wij eren de overblijfselen van de martelaren om hen te eren; 2. Het dode lichaam wordt geëerd om de ziel van de dode eraan te verbinden; 2. God eert zelf de overblijfselen om er wonderen mee te verrichten.
- De zogenaamde ‘wilde’ pelgrimages vielen niet onder de regie van de kerk, waar de kerk overigens dan toch wel een graantje van mee wilde pikken.
- Ook waar de pelgrimsoorden door de kerk werden verboden, bleven de pelgrims toch komen. Ze zijn een duidelijk teken van de discrepantie tussen de kerkelijke hiërarchie en de wereldse machten.
- Er heerste in kerkelijke kringen een principieel bezwaar tegen het pelgrimeren door vrouwen, want - volgens Bonifatius in één van zijn brieven - zij verworden onderweg allemaal als prostituee.
- Het volk mocht overigens wel zijn gang gaan, als de positie van de kerk maar niet gevaar liep.
- Nederlandse kritiek op het pelgrimeren kwam vanuit de beweging van de Moderne Devotie. God is in de ogen van haar aanhangers immers alom aanwezig, en daarvoor hoef je dus niet te pelgrimeren.
- Ook Luther keerde zich tegen het pelgrimeren: ieder moest volgens hem in zijn eigen parochie blijven, want daar vind je alles wat je geestelijk nodig hebt. De duivel zou in zijn ogen hierin de hand hebben, en de heiligen waren minder belangrijk dan het geestelijk leven in je eigen parochie. Het verlossingswerk van Christus is immers eenmaal en voor altijd al door Hem voor jou gedaan, dus daarvoor hoefde je niet te pelgrimeren.
- Protestanten bleven desondanks wel pelgrimeren naar de heiligdommen.
- De Jezuïeten hervormden de pelgrimages, door onderscheid te maken tussen echte en twijfelachtige relieken. Verder plaatsten zij Maria in het centrum van devotie. En ze ontwierpen een nieuwe vorm van pelgrimage, namelijk die van de processie in het bijzijn van de plaatselijke geestelijke(n).
- Broederschappen namen de organisatie op zich van de pelgrimages vanaf de tijd van de Barok, overigens geheel anders dan in de Middeleeuwen. Pelgrimages werden toen gespiritualiseerd. Ondanks het verbod op pelgrimeren, bleven ook de katholieken in protestants Nederlands pelgrimeren, zoals bijvoorbeeld naar het Duitse Kevelaer.
- In de 18e eeuw werden in heel West-Europa bisschoppelijke verordeningen tegen pelgrimages uitgevaardigd. De gelovigen pasten zich aan aan dergelijke kerkelijke verordeningen, maar pasten daarentegen ook hun pelgrimages daarop aan, en gingen er met die nodige aanpassingen toch wel mee door.
- Men dacht dat het pelgrimeren vanzelf wel zou verdwijnen, maar dat bleek nadien een misrekening.
- In de 19e eeuw waren er meerdere (verhalen over) verschijningen van Maria, wat op zich weer nieuwe bedevaarten teweeg brachten. Lourdes werd zo - en is nog steeds - één van de grootste heiligdommen ter wereld. Op dergelijke Maria-verschijningsplekken waren echter geen relieken, maar daarentegen wel getuigenissen van visoenen van veelal kinderen die Maria hadden gezien, vaak bij een rots, en Maria (moeder van Jezus) dan als tiener zonder kind.
- Er ontstonden georganiseerde treinpelgrimages voor ook zieken, door de opkomst van beter vervoer, en zo werd Lourdes overstelpt met pelgrims uit allerlei landstreken.
- Uiteindelijk verdween de pelgrimage op den duur uit het blikveld van het volk. De opgestane Heer kwam in het centrum van de theologie te staan.
- Eind jaren 70, begin jaren 80 van de vorige eeuw, kwam de pelgrimage weer in beeld. Santiago bleek volop in de belangstelling te zijn, om er bijvoorbeeld naar toe te lopen of te fietsen. Maar ook hier en nu rees weer veel kritiek op het – nu moderne - pelgrimeren.
- Nu veel kerken aan de ene kant leeglopen, is Gods volk daarentegen toch weer op weg als pelgrim.
Inhoudelijk perspectief
- Dat de alomtegenwoordige God de mensen in de weg stond om als pelgrim te gaan pelgrimeren, komt ook in andere godsdiensten wel voor. Toch bleek dat geen probleem te zijn voor veel pelgrims. De leus ‘Buiten de Kerk geen heil’, bleek namelijk niet bestand tegen de pelgrimages van gelovigen.
- Ritueel zijn voor pelgrimages van belang: A. het heiligdom en B. de weg er naar toe.
- Over beweging gesproken: het lopen is heilzaam, wellicht een prima antidepressiva, en wellicht gold dat ook al in de Middeleeuwen. Dergelijke uitspraken doen vermoeden dat het lopen positieve effecten heeft op de mens.
- Lopen heeft voor de mens een positieve uitwerking op de cognitie en op de stemming. Al lopend kun je zomaar God ontmoeten.
- Geen wonder dat er zoveel nieuwe pelgrimswegen ontstaan, ondanks het feit dat er geen nieuwe heiligdommen meer zijn ontstaan. Die nieuwe, meer eigentijdse zogenoemde pelgrimswegen zijn overigens geen echte pelgrimspaden, want die zijn niet gekoppeld aan een wonder, een verschijning of een heiligdom. En zomaar van een kerk naar een kerk lopen, is géén pelgrimage.
- Ruimtelijke concepten spelen een belangrijke rol bij het lopen. Ruimte en een heilige plaats zijn een belangrijk concept in ons denken. Ze zijn aantrekkelijk voor de mens.
- Een alomtegenwoordige God past niet meer in ons huidige denkkader, want alles heeft in ons denken zijn eigen plaats gekregen, en God woont buiten ons zicht in de hemel. Die hemel is fysiek onbereikbaar. Een heilige plek (bijvoorbeeld onze kerk) op aarde heb je tegenwoordig wel nodig, conform de menselijke geest.
- Weg en plaats zijn beide krachtig, en kunnen ook prima los van elkaar haar kracht tonen. Zo vindt de één dat pelgrimeren op weg is naar een heiligdom, en vinden anderen dat lang onderweg zijn ook volstaat als pelgrimeren.
- De miljoenen pelgrims die alsmaar onderweg zijn, weerleggen alle kritiek van de kerken op het pelgrimeren.
- Het is trouwens onwaarschijnlijk dat het pelgrimeren als religieuze ervaring uit beeld zal verdwijnen. Mensen zullen altijd blijven pelgrimeren.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten