Dinsdag 29 september 2026
Hoe we kunnen leren om in dialoog te komen met elkaar
De gesprekken die we voeren over alledaagse, sociale, politieke en religieuze onderwerpen bestaan steeds vaker uit het uitwisselen van meningen. Kijk bijvoorbeeld naar de interactie in de Tweede Kamer, op sociale media, op de televisie en op straat.
De ene mening lokt een volgende, meestal tegenovergestelde, mening uit.
Er worden weinig vragen gesteld, twijfels geuit of meningen bijgesteld.
Uit het onderzoek van Joke van Balen blijkt dat zulke patronen ook zichtbaar zijn in de gesprekken die in de klas worden gevoerd op het voortgezet onderwijs.
Dit roept de volgende dringende vraag op: Als kinderen niet op school leren hoe je een ‘echte dialoog’ voert, waar leren ze dat dan?
In haar lezing van Studium Generale Leeuwarden bespreekt Joke van Balen vanavond in de Beurs te Leeuwarden wat ervoor nodig is om leerlingen te leren om dialogen te voeren. Dat is een vaardigheid die trouwens voor iedereen van wezenlijk belang is.
Spreekster Joke van Balen in Studium Generale Leeuwarden
Joke van Balen (1976) promoveerde vorig jaar op haar onderzoek naar klasseninteractie in een context waarin de leraar aandacht besteedt aan persoonsvorming, zijnde één van de drie domeinen van ons onderwijs (nl. kwalificatie, socialisatie en subjectificatie (Gert Biesta, 2012)).
Van Balen is naast onderzoekster bij het lectoraat Meertaligheid en Geletterdheid van de Academie Educatie van NHL Stenden Hogeschool werkzaam als programmamanager Onderwijsregio VO Friesland en Noordelijk Flevoland.
Echte dialoog
Een dialoog is een gelijkwaardige uitwisseling van gedachten. Dat betekent luisteren, zonder te oordelen, en zonder de ander te overtuigen.
- Als we niet gevraagd worden om ergens en mening over te geven, geven we die toch gemakkelijk zelf wel, maar ja, dat leidt meestal niet tot een dialoog.
- Uit onderzoek blijkt dat de verscheidenheid van meningen ons niet zozeer verrijkt, want we hebben de neiging alleen goed kennis te nemen van de mening van gelijkgestemden.
- We verleren de kunst van het diepe gesprek, zeker als we elkaar niet meer ontmoeten.
- Dialogen voeren in het onderwijs is waardevol. Het blijkt een effectieve manier te zijn om te leren, voor het construeren van kennis en het kweken van begrip. Het nodigt je uit om een zelfstandige denker te worden. En het draagt bij aan de volgende drie doeldomeinen: 1. socialisatie, 2. kwalificatie en 3. subjectificatie (conform Gert Biesta). Er is lang een beweging geweest in het onderwijs om meer/teveel aandacht te schenken aan kwalificatie, hetgeen ten koste ging van de andere twee doeldomeinen.
- Dialogen passen heel goed in het doel van subjectificatie. Breng leerlingen in relatie met de vrijheid die ze hebben als mens.
- Volgens Biesta moeten we leerlingen stimuleren om zich op volwassen, verantwoordelijke wijze te verhouden tot deze vrijheid van jezelf, en ook die van de ander. De dialoog is daar een hele goede werkvorm voor.
- Subjectificatie vraagt om ontmoetingen, vraagt om ruimte om te spreken en te luisteren.
- Binnen klasseninteractie in het voortgezet onderwijs is de leraar hoofdzakelijk aan het woord, de leraar bepaalt ook wie iets mag zeggen, en de leraar stelt doorgaans vragen waarop hij zelf het antwoord al weet. Daardoor geven leerlingen korte antwoorden, en is er meestal geen sprake van interactie. De leerling blijft daardoor passief.
Maar hóe krijg je dan de dialoog met leerlingen?
- Stel vragen waarop je het antwoord zelf niet hoeft te weten, zoveel mogelijk open vragen.
- Laat in het gesprek als docent de evaluatie/beoordeling van wat leerlingen zeggen achterwege.
- Maak de leerstof betekenisvol en herkenbaar.
- Probeer leerlingen aan te moedigen om op elkaar te reageren.
- Leerlingen geven wel een mening als daarnaar wordt gevraagd. Maar dan heb je nog geen dialoog.
- Leraren reageerden in het onderzoek van Van Balen niet op een mening van de leerling, maar gingen erop in met een vervolgvraag, soms wel en soms ook niet in relatie tot het gegeven antwoord.
- Bij een door een leerling ingebrachte mening vraagt de docent waarom de leerling dat zo vindt. Leraren kunnen ook een doorvraag stellen, maar ook door bovenstaande ontstaat nog geen gelijkwaardige dialoog, en dan ontstaat er ook minder snel aanleiding tot reflectie.
- Als een leraar diens leerlingen vraagt om nog even over een ingebracht vraagstuk na te denken, nodigt dat wel uit tot reflectie, maar leidt dat niet per definitie tot een dialoog.
- Je ziet in de praktijk dat leerlingen doorgaans nauwelijks reageren op elkaars antwoord. Ze volstaan veelal met het geven van hun eigen mening.
Wanneer reageren leerlingen wel op elkaar?
- Dat gebeurt als leerlingen ongevraagd (door de docent) de beurt van een andere leerling overnemen. Die reagerende leerling voelt zich dan kennelijk aangesproken. We noemen dat verschijnsel leerling-initiatieven. Die werden door Joke van Balen in het kader van haar onderzoek geordend in drie vormen, te weten: 1. een vraag, 2. een bevestiging of 3. een mening in de vorm van een tegenwerping. Dat laatste is wat het meeste gebeurde.
- Kinderen stellen bijzonder weinig bevestigingsvragen.
- Als een leerling-initiatief ontstaat, zie je dat dat een reactie van andere leerlingen ontlokt. Zij reageren daar dan op.
- Als leerlingen op elkaar reageren, kiezen ze vaak een eigen standpunt en komen ze daar meestal niet van terug.
- Leraren moeten dus alert zijn op leerling-initiatieven, want dan en daarin ontstaat er ruimte om met elkaar de dialoog te voeren. Er ontstaat dan wel enige chaos in de klas, en ondertussen ontstaan er op verschillende plekken in de klas verschillende gesprekken. Is dat nu erg? Of mag je blij zijn dat de leerlingen met elkaar in gesprek raken? Leraren proberen dan in zo'n geval vaak het gesprek weer centraal te halen, om zelf de regie weer in handen te krijgen.
- Klassegesprekken leiden niet vanzelf tot een dialoog.
Wat zou een leraar vaker kunnen doen?
- Stel open vragen.
- Vraag naar meningen en ervaringen.
- Laat leerlingen daarop reageren.
- Wacht als docent langer met reageren op wat leerlingen inbrengen.
- Laat leerlingen vragen stellen aan elkaar
- Stop niet alle decentraal ontstane gesprekjes in je klas; laat dat maar gebeuren.
- Leraren zouden als mens, heel persoonlijk en nabij moeten reageren (dus niet professioneel en niet afstandelijk). Je mag als docent zelf ook zeggen wat je ervan vindt. Daarmee geef je dan tegelijk ook het goede voorbeeld aan de leerlingen.
- Reageer als docent op een antwoord met een specifieke follow up, en doe zelf mee aan de dialoog.
- Geef leerlingen gerichte luister-spreek opdrachten.
- Bespreek met de klas hoe je het gesprek met elkaar voert.
- Maak leerstof betekenisvol
- Zet leerlingen in groepjes, of in de kring.
- Maak hulpkaartjes waarop je uitgestelde vragen kunt stellen.
Wat kunnen we hiermee in onze dagelijkse gesprekken?
- Wees je bewust dat het geven van een mening ook een mening van de ander uitlokt.
- Stel vragen aan de ander en aan jezelf.
- Geef mensen in de dialoog de ruimte, en toon oprechte interesse
- Verwerk nieuwe informatie in het (her)vormen van je mening.
- Om je eigen gedachten te verrijken, heb je de ideeën van anderen nodig.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten