dinsdag 18 augustus 2026

Pelgrimeren van Grésin naar Les Abrets

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Grésin naar Les Abrets
Maandag 27 juli 2026 – 18,3 km lopen & 14,4 km fietsen
Dag 8: 119,3 – 137,6 km
 
Op een veldpad tussen Romagnieu en Bénie



















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Les Abrets naar Grésin
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 8e etappe, van Grésin naar Les Abrets, over een etappe-afstand van 18,3 kilometer. We beginnen en eindigen daarbij op een hoogte van 400 meter hoogte, maar we dalen onderweg ook een keer naar 213 meter hoogte.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Kanoti in Yenne, onze uitvalsbasis voor deze tweede serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:45 uur, en rijden we met de auto – met beide fietsen achterop het fietsenrek - vanaf de Camping Kanoti van Yenne naar Les Abrets, waarin we de auto stallen bij de Carrefour-supermarkt.
Vervolgens fietsen we naar Grésin, want hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen 17 graden Celsius als we vertrekken. Het is eerst nog bewolkt en later op de dag half bewolkt met flinke zonnige perioden. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 29 graden Celsius. Heel regelmatig voelen we een zacht verfrissend windje, dus al met al is het heel mooi wandelweer tijdens deze etappe.

Van Grésin via Bordet naar Côte Envers
Na dat we in Grésin de fietsen op slot hebben gezet bij de Mairie van Grésin, en de rugzakken vertrekklaar hebben gemaakt, lopen we om de dorpskerk heen, en begint hier onze volgende etappe.
We beginnen vandaag met een fikse afdaling de vallei in.  
Daarbij komen we langs een woonhuis met een schuur aan de overzijde van de weg. In de opening van de schuur staat een gedekte tafel met een mooi aanbod van eten en drinken voor de voorbijtrekkende pelgrim. Koffie, gekoelde dranken, zakken walnoten, dus volop keus.
Er staat ook een stempel op tafel, die we gebruiken om een stempel in onze pelgrimspaspoorten af te drukken.
Het eerste buurtschap dat we vandaag doorkruisen, is Bordet.
In Bordet slaan we rechtsaf, om dan verder af te dalen naar de beek van Côte Envers, waarbij we langs een bonenakker komen, waarop de bonen al flink aan het rijpen zijn.
Voordat we bij de beek arriveren in het beekdal, komen we ook nog langs een graanstoppelakker.
Nadat we uit het beekdal zijn geklommen, komen we langs een Chambre d’Hôtes-overnachtingsaccommodatie.
Verderop zijn twee bouwlieden bezit met een dakreparatie.
Daarna komen we langs een bijzonder huis, dat dicht aan de weg staat.
Op de gevel en ook op de zijmuur en op de achtermuur staan allerhande muurschilderingen.
Omdat we al weer behoorlijk hebben geklommen over de berghelling links van de vallei, krijgen we een mooi uitzicht over de gebouwen van woonhuizen, boerderijen en bedrijfsgebouwen diep in het dal rechts van ons.

Door bos en open veld naar Pigneux 
Op een gegeven moment maakt een wegwijzer duidelijk dat we de comfortabele asfaltweg dienen te verlaten, om die te verruilen voor een behoorlijke klim over een bospad. Her en der zijn bomen omgevallen in het bos, en die liggen soms op het pad.
Dan moeten we er even over heen stappen, en in andere gevallen kunnen we er bijvoorbeeld heel goed rechtop onderdoor lopen.
Dit mooie pad eindigt waar we het open veld weer in gaan. Daar draaien we direct al om een huis heen, waar men momenteel bezig is met een uitgebreide verbouwing. Het erf ligt vol met allerhande bouwmateriaal, en aan het huis te zien, gaat het ook nog geruime tijd duren voordat alles gereed is.
Aan het eind van dit stijgende veldpad komen we uit bij een huis op een doodlopende asfaltweg. Die weg gaan we op, en daar krijgen we dan van grote hoogte het eerste zicht op de plaats Saint-
Genix-sur-Guiers, waar we nu naar op weg zijn.
Rechts bij dat eerste huis staat een schuur met daarin en erbij een ratjetoe aan oude gebruiksvoorwerpen en andere zaken.
Voordat we aankomen in Saint-Genix-sur-Guiers komen we nog door Pigneux. Daar staat de grote kapel Notre-Dame de Pigneux langs de pelgrimsroute.
De kapeldeur staat open, dus we gaan naar binnen, waar we enkele vrijwilligers ontmoeten, die druk bezig zijn met de grote interieurschoonmaak van de kerk. 
Ze maken duidelijk dat we er prima tussendoor kunnen lopen om de kapel te bezichtigen.
De kapel heeft een kleurrijk interieur, waaronder ook het koor.
Maar ook de fresco’s van de muren en de kapelramen zijn prachtig.
Als we buiten komen, zien we de prachtige gevel.
En boven in de gevel zien we nota bene drie grote Jacobsschelpen.
Op deze plek stond al vanaf de 8e eeuw een gebedshuis, dus in de afgelopen eeuwen zullen heel veel pelgrims hier langs zijn gekomen om te bidden of - net als wij - de kapel te bezoeken.

Grensplaats Saint-Genis-sur-Guiers
Om 9:50 uur wandelen we de bebouwde kom van Saint-Genis-sur-Guiers binnen.
Links van de weg loopt de helling van een grasland steil naar beneden. Enkele koeien staan ons gade te slaan bij ons voorbijgaan.
Door een kleine oude stadspoort lopen we even later de oude binnenstad in. 
In het stadhuis – ofwel Hotel de Ville – krijgen we op ons verzoek direct en op vriendelijke wijze ieder een gemeentestempel in onze pelgrimspaspoorten.
De pelgrimsgids volgend, zouden we nu direct de stad al moeten verlaten, maar dat doen we niet. We gaan namelijk eerst de binnenstad verder in, op zoek naar een postkantoor (is nog gesloten) en een café voor onze koffiepauze.
Maar eerst brengen we een bezoek aan de stadskerk in het centrum, naast het café.
Het is een forse kerk, met twee extra zijbeuken en tevens een schitterend roosvenster.
Weer buiten gekomen, worden we aangesproken door een Franse jongeman, die ons vraagt waar hij wellicht werk zal kunnen vinden. Hij verblijft sinds kort bij zijn vriendin, die nu bij hem is, en die verderop werk heeft. Tijdens zijn verblijf hier wil hij graag een baantje voor drie of vier uren per dag, maar hij weet niet waar hij moet beginnen te zoeken in deze ook voor hem vreemde stad. We verwijzen hem naar het stadhuis, want wellicht dat één van die vriendelijke dames van de receptie hem verder op weg kan helpen. Dat gaat hij doen.
Als tegenprestatie voor dit advies belt hij voor ons een camping zo’n 70 kilometer verderop om te vragen of wij daar vanaf morgen vijf nachten kunnen overnachten. Dat regelt hij in een ommezien, dus zo hebben we elkaar mooi kunnen helpen.
Nu gaan we koffiedrinken in het Cafés des Sports naast de kerk.
Om 10:45 uur verlaten we Saint-Genix-sur-Guiers als we via de rivierbrug de rivier de Guiers oversteken.

Loslopende schapen op asfalt is Normal
Deze rivier de Guiers is de grensrivier tussen de departementen Savoie en Isère.
Dus we wandelen nu een volgend departement in als we aan de overzijde van de rivier het plaatsje Gare de l’Est (Isère) binnenwandelen
Aan de overzijde van de rivier gaan we direct linksaf, om dan een heel lang traject parallel aan de meanderende Guiers te lopen. 
Daarbij passeren we een eind verderop ook het Lac de Romagnieu, dat momenteel – duidelijk zichtbaar - in gebruik is als recreatiemeer.
Voorbij dit meertje nemen we een veldpad tussen akkers door, waar een boer zijn akker ploegt.
Als we op een asfaltweggetje in de richting van de A43 lopen, zien we twee schapen op de weg lopen bij een woonhuis met een groot erf.
Als we het huis passeren, de hond begint te blaffen, en de eigenaar om de hoek kijkt wat er loos is, attendeer ik de man op de twee loslopende schapen. Hij bedankt voor de tip, en roept hartelijk terug dat dat hier bij hem ‘normal’ is.
Enkele minuten later steken we via een viaduct de autosnelweg A43 over.

Het chateau en de gakkende ganzen van Romagnieu
Aan het eind van het viaduct moeten we direct linksaf, en dan lopen we door Romagnieu langs het oude chateau van het dorp.
Als we voorbij het dorp vanaf de asfaltweg over een erf een veldpad op moeten gaan, beginnen twee waakganzen op het erf luidruchtig te gakken.
We zijn hier toch wel op het juiste pad, want een houten richtingbordje wijst ons de weg richting St.-Jacques de Compostelle.
Wij lopen langs de gakkende ganzen als de eigenaar even lachend om de hoek komt kijken wat er op zijn erf aan de hand is.
We gaan een schitterend veldpad op, tussen allerlei akkers door.
Langzaam klimmen we omhoog naar een asfaltweg, als we verderop een ree vanuit het veld die asfaltweg zien oversteken, om dan te verdwijnen achter een groep bomen.
Wij steken die asfaltweg ook over, en gaan voorbij een aantal huizen wederom een karrenspoor op, om hogerop het bos Bois de Fayet in te lopen.

Bénie 
Het volgende dorpje dat we doorkruisen, is Bénie. In het centrum passeren we het houten Croix de Bénie.
Daar is ook en rustplek voor pelgrims bij ingericht. Een naambord erbij maakt dat duidelijk.
We willen een eindje verderop pauzeren, dus we lopen verder door het dorpje.
Voorbij Bénie maken we de afdaling naar de openbare wasplaats, die daar op een beekje is gebouwd. Daar ligt een dikke kei bij, waarop we gaan zitten voor onze tweede koffiepauze van vandaag, nu inclusief broodjes.
Verder lopend, komen we langs een schuur langs de weg, die volgestouwd ligt met strorollen.
Bij die schuur staat een oude, roestige machine, waarvan ik vermoed dat het een oude betonmixer is.

La Bruyère in en uit en in en uit
Rond één uur zijn we in het dorpje La Bruyère aangekomen.
Op een laag punt in La Bruyère komen we langs de openbare wasplaats.
Maar deze keer is het een bijzondere wasplaats, want op de kopgevel ervan zijn enkele schilderingen aangebracht.
Dat zijn alle schilderingen die te maken hebben met het hele wasproces van kleding.
Als we ogenschijnlijk het dorpje verlaten, doen we dat over een erf waarop van alles is te zien.
En ook de inhoud van de schuur op het erf zou de nodige tijd gaan kosten om dat allemaal te gaan bekijken.
We maken voorbij het erf een klim en komen bovenaan dat veldpad uit bij een kombord van La Bruyère, dus we zijn het dorp nog niet uit, want hier begint ook een deel van de dorpskom.
Als we La Bruyère dan toch wèl uit zijn, gaan we weer een mooi veldpad op, ook weer klimmend.

Fraai boszoompad voorbij Vérou 
Bovenaan het pad – als we weer op een asfaltweg uitkomen - staat in het weiland rechts van ons een aantal koeien met grote horens bij een voederbak.
Het laatste plaatsje waar we nog doorheen komen voordat we ons eindpunt bereiken, is Vérou.
Verderop maken we over een halfrond lopend boszoompad tijdens een afdaling een buitengewoon royale bocht om een aantal akkers heen. Links in de berm zien we een uitgebrande motor liggen, die ziende op de staat ervan hier misschien al wel jaren ligt.
Fraai is de graanstoppelakker met erop een aantal strorollen. De zon schijn schitterend over de akker, waardoor de graanstoppels heel mooi goudgeel kleuren.
Rechts van het pad, verscholen in de bomen en door planten overwoekerd, staat een ruïne van wat ooit een deel van een huis is geweest nog hoog en fier overeind.
Waar dit lange halfronde boszoompad bovenaan de akkers op een kruispunt van wegen eindigt, staan drie afgedankte stoelen, waarop Durkje even plaatsneemt voor een hele korte rustpauze, alvorens we de laatste paar kilometers nog lopen.

Internationale postzegels als uitdaging in Les Abrets
Nadat we een stukje over asfalt hebben gelopen, worden we weer een halfverhard pad op gestuurd. Het lijkt er wel op dat dit een spoorpad is op een voormalig treintracé, maar zekerheid daarover krijgen we niet.
Wel steken we bovenaan dit pad linksaf op fikse hoogte een dubbele spoorlijn over via een spoorviaduct.
En dan om 14:15 uur lopen we een buitenwijk van Les Abrets binnen.
Door brede straten lopen we naar het oude centrum van de stad. Vlak voordat we het centrum bereiken, zien we op de onderzijde van een muur een muurschildering van een breiende haas. 
De geschilderde breidraad loopt over de muur naar de grond, gaat dan verder over de stoep, en komt uit bij een ronde steen, die is beschilderd als een kluwen breiwol. Heel leuk om te zien, en origineel qua concept.
Rechts ervan staat het stadhuis, waar we een stadsstempel halen voor onze pelgrimspaspoorten. 
Een eindje verder van de route af kopen we postzegels in het plaatselijke postkantoor, wat qua aantal, qua prijsstelling en afrekenen voor de postkantoorbeamte – met hulp van een collega - alleszins nog een uitdaging blijkt te zijn. Maar het komt goed, en wij verlaten het postkantoor met de betaalde internationale postzegels.
Daarna lopen we door het centrum langs de grote kerk van Les Abrets.
Daar buigen we af naar rechts om verder te gaan in de richting van de begraafplaats, waar de route de stad uit zal gaan.
Wij slaan echter niet af naar de begraafplaats, maar lopen rechtdoor naar de Carrefour-supermarkt, waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd.
In de auto rijden we terug naar Grésin, waar we onze fietsen afhalen, waarna we terug rijden naar de camping in Yenne.
Met deze etappe van vandaag sluiten we ons tweede blokje van vier wandeldagen op de Via Gebennensis af. Morgen verplaatsen we onze caravan, en dan gaan we verder met het derde van de vijf etappeblokken.

Geen opmerkingen: