Posts tonen met het label Yonne. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Yonne. Alle posts tonen

zaterdag 8 augustus 2009

Pelgrimeren van Saint-Père naar Tannay

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Saint-Père naar Tannay
Zaterdag 25 juli 2009 – 24 km.
Dag 64: 1323,5 – 1347,5 km.


Het is maar 13 graden Celsius als Durkje en ik vanmorgen even na 8.00 uur de camping van Varzy verlaten. Eerst hebben we nog afscheid genomen van de Nederlandse pelgrim Astrid met haar hondje Foxy, die gisteren toch weer onverwacht bij ons op de camping in Varzy arriveerden en die gisteravond met ons aten en de avond gezellig doorbracht in onze tent. Astrid en Foxy sliepen vannacht met een andere pelgrim in de refugio, die onze camping ook heeft.

We parkeren de auto bij de SuperU van Tannay en dan fietsen we door naar St.-Père. Daar drinken we eerst een kop koffie, alvorens we onze wandeldag aanvangen.
We verlaten St.-Père via de wasplaats even vóór 11.00 uur. We nemen de keitjesweg omhoog en gaan daarna over een veldweg langzaam stijgend in de richting van de Mont Liboeuf. Als we al aardig op hoogte zijn, zien we rechts in de verte Vézelay liggen. Als we in zuidelijke richting de Mont Liboeuf bestijgen, laten we Vézelay letterlijk achter ons. Aan de overzijde van de heuvel dalen we langs de wijngaarden tot een T-kruising. De eerste 1,5 kilometer hebben we nu gehad.
We gaan in zuidwestelijke richting over de flank van de heuvel en lopen verderop over een asfaltweg langs het Bos van Brosse Dart. Daarna lopen we over een begroeide veldweg tussen de akkers door, die liggen tussen het Bos van Châtenay en het Bos van Mont Foyé. We komen uit bij een asfaltweg bij de Mont Lignon, vanwaar we een mooi uitzicht hebben over de Avallonnais en de Morvan. We lopen daarna boven het bosgebied van de Mont Bottrey langs en komen dan in open veld.

Als we over een heuveltje gaan, zien we voor ons een ongelooflijk mooie vallei liggen, die nagenoeg geheel is begroeid met akkers met alleen maar zonnebloemen. De akkers met zonnebloemen worden omgord door de donkergroene boszomen. Het is een sprookjesachtig tafereel, vooral omdat de zon er heerlijk over schijnt. Het is een lust voor het oog om door deze unieke vallei heen te wandelen.
Tussen de veldweg en de akkers met zonnebloemen bloeien ook nog eens prachtige planten, in wit, maar ook de mooie blauwe korenbloemen, die je hier veelvuldig ziet in deze streek.

Daarna gaan we het Bos van de Provenche in. Het is hier aangenaam koel en het bospad is nogal vochtig. Evenals de vorige dagen, zien we ook hier in het bos weer de grote hoeveelheid oranjegekleurde slakken over het bospad kruipen. Een vrolijk gezicht zo op het donkere bospad. Vooral als ze even - tussen de bomen door - door de zon worden beschenen, zijn het de fel-oranje sieraden van het bospad.
In de Grand Molay passeren we volgens de wandelkaart het kleine bosmeertje Le Lac Blanc, maar die kunnen we helaas door de bomen heen niet zien. Een eindje voorbij Le Lac Blanc staat een hele duidelijke wegwijzer naar een enigszins verscholen, begroeide smalle boslaan, die we in gaan. We dalen hier via een diep uitgehold en modderig bospad de helling van Châtillon af. Aan de overzijde van een asfaltweg gaan we het bosgebied van Buisson Boudard in. We klimmen tussen de boszoom van het Bos van de Brosses en de graanvelden door naar de boerderij van La Forêt.

Het is hoog tijd voor een etenspauze, want we hebben al meer dan twee uren aangesloten gelopen. Op het boerderijerf pauzeren we op een gedumpte laadbak van een oude vrachtwagen, temidden van oude voertuigen en naast een klein vijvertje, waarin kleine karpers onrustig tussen de oeverbegroeiing door spartelen.

Ten westen van het bosgebied steken we de D42 over om de lange asfaltweg in de richting van Metz-le-Comte te nemen. De 12e eeuwse Romaanse kerk van Metz-le-Comte, die boven op de 291 meter hoge heuvel van La Montagne staat, is al van veraf duidelijk te zien.
We passeren eerst Moulin Morizot en daarna het gehucht Les Crépillons. Uiteindelijk komen we aan in Metz-le-Comte.
We zijn nu weer 13 kilometer verder en hiermee hebben we vandaag inmiddels 14,5 kilometer afgelegd.
Naast het gemeentehuis zien we een pelgrim rusten. We lopen om het centraal gelegen dorpsveld heen en volgen daarbij de beschrijving van onze wandelgids om via het kalkstenen kruis van Ragon (Anno 1672) het bospad te nemen, dat rondom de heuvel van La Montagne loopt. Dat valt echter niet mee, want men heeft hier de wit-rode markering verwijderd, door die met grijze verf over te schilderen. Met het nodige zoekwerk vinden we uiteindelijk toch de door begroeiing verscholen smalle bosweg, die rondom deze dorpsheuvel gaat. Het is bijna niet te doen, maar er komt ons op dit aan alle kanten zwaar begroeide pad zelfs nog een auto tegemoet, met daarin twee lachende mannen. Ze krijgen het werkelijk nog voor elkaar ook om met hun auto over dit bospad te crossen. Rondom de heuvel vinden we hier en daar weggeschilderde markeringen en af en toe een waarschijnlijk niet ontdekte markering. We slagen erin het pad toch geheel uit te lopen en we komen ter hoogte van een rotsachtige helling weer in het veld aan de westzijde van Metz-le-Comte.

We lopen op een gegeven moment in de richting van de boerderij van Vauprevoir, die we in de verte zien staan. Bij deze boerderij lag vroeger een leproserie, die van de 14e tot de 17e eeuw ook druk werd bezocht door de pelgrims, die onderweg waren naar Santiago de Compostela.

Wij steken de D985 over en steken dan bij Le Moulin d'Asnois een smalle zijtak van de rivier de Yonne over. Verder stroomopwaarts zien we een kleine stuw met wateroverloop. Een klein eindje verder gaan we over een grotere brug, over de vrij snel stromende rivier de Yonne. Tussen de zijtak en de rivier en tussen de rivier en het nu volgende kanaal is veel openbaar groen, dat zichtbaar regelmatig voor recreatieve doeleinden wordt gebruikt.
We steken vervolgens ook de hoge brug over het Kanaal van Nivernais over. Een klein fietspaadje gaat onder deze brug door en verbindt zo de jaagpaden aan beide kanten van de brug langs het kanaal. Hoog op de heuvel vóór ons ligt het Château d’Asnois.

Langs de lokale picknickplaats lopen we via de hoofdstraat omhoog naar het dorpje Asnois. We gaan door het hooggelegen dorpje heen naar de buiten de dorpskom liggende kerk Saint-Loup. Deze kerk met een smalle toren heeft drie schepen en een bijzondere waterspuwer op de kerkgevel in de vorm van een wolvenkop.
We dalen over het pad langs het kerkhof en nemen een zwaar begroeid veldpad tussen twee dichtbegroeide en hoog opgaande wallen door, dat afbuigt en afdaalt naar het kanaal.

Bij een rode ophaalbrug komen we bij het Kanaal van Nivernais. Aan de overzijde van het kanaal staat een mooi bankje voor onze nodige rust, maar het is inmiddels zo warm geworden, dat het daar in de volle zon op een bankje zitten, voor ons teveel van het goede is. We wandelen dus maar door over het jaagpad langs het kanaal, in de richting van de verderop liggende sluis, in de hoop dat we daar wel ergens in de schaduw kunnen rusten, eten en drinken.
Bij deze sluis is het een drukte van belang. Op dit moment wordt een huurboot met een aantal Britse opvarenden geschut. Deze sluis is overigens een dubbele sluis; zeg maar: één met twee verdiepingen. Je wordt eerst van een laag naar een midden-niveau geschut en daarna van het midden- naar een hoog niveau geschut.
We rusten op het muurtje voor het sluiswachtershuisje. De studente die hier het schutten deels met afstandsbediening en deels nog handmatig verricht, heeft het er maar druk mee, maar ondertussen neemt ze toch ook nog de nodige tijd om even met ons te praten. Met een “bon courage”-wens voor ons als pelgrims nemen we afscheid van haar.

Via de D165 steken we het spoor over en daarna gaan we over een oude, onverharde veldweg parallel aan de D165 omhoog naar Tannay. Het is een stevige klim over een waarschijnlijk heel oud karrenspoor, dat ons ter hoogte van de voormalige en inmiddels vervallen wasplaats in de bebouwde kom brengt. Tannay staat bekend om haar vroegere leerlooierijen.
In het dorpscentrum passeren we de voormalige kapittelkerk Saint-Léger, een 13e-14e-15e eeuwse kerk met een reliëf over de legende van Sint Hubertus. We vervolgen de hoofdstraat in westelijke richting en komen dan iets na 17.00 uur aan de rand van de dorpskom bij de SuperU, waar we vanmorgen onze auto parkeerden en waar we nu nog even onze weekendboodschappen voor deze zaterdag en voor morgen halen.
Daarna halen we de fietsen op uit St.-Père en rijden we weer terug naar onze camping in Varzy.
We hebben vandaag 24 kilometer gelopen. Eerst bij een lage temperatuur, maar gaandeweg de dag werd het weer steeds mooier en klom de temperatuur op tot zo' n 20-22 graden Celsius. Mooi wandelweer en overigens een buitengewoon gevarieerde route, met een zeer groot aantal landschapstypen. En dat allemaal op één dag. Heel bijzonder dus.
Je kunt overigens ook duidelijk merken dat je het wijnbouwgebied hebt verlaten en dat je weer deels tussen graanvelden en weilanden loopt. Het gebied waar we vandaag eindigen, heeft een landschap met kleine stukken grasland, hier en daar omzoomd met boomwallen, struiken, en kleine bospercelen.

Pelgrimeren van Auxerre naar Accolay

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Auxerre naar Accolay
Maandag 20 juli 2009 – 24,5 km.
Dag 61: 1266,7 – 1291,7 km.

Durkje en ik vertrekken vanmorgen om 9.30 uur wandelend vanaf de camping in Auxerre. We lopen naar de voetgangersbrug vlakbij de camping, waar we gisteren onze wandeltocht beëindigden. Op de hoger gelegen promenade gaan we in zuidwestelijke richting tot aan het informatiepaneel, waar informatie wordt gegeven over de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. Volgens dit bord is het nog 2054 kilometer tot aan onze Spaanse bestemming.

Hier gaan we door een nieuwe woonwijk van Auxerre verder, een eindje over de oude Romeinse weg, die nu de D239 is. We lopen dan om de nieuwbouwwijk van Auxerre heen en verlaten na 2,5 kilometer de bebouwde kom bij een speelterrein ten zuiden van Auxerre.
Op de splitsing enkele honderden meters verder waar we het veld in gaan, staat een richtingwijzer met daarop enkele wandelafstanden in tijden genoemd van de plaatsen die we na Auxerre zullen bezoeken.

Tussen de akkers en wijngaarden door stijgen we eerst en daarna gaan we sterk dalend naar het dorpje Vaux, dat vóór ons in de vallei van de rivier de Yonne ligt. In Vaux passeren we na 2,5 kilometer de Saint-Loup kerk, met haar bijzondere, 12e eeuwse Romaanse, open voorportaal met zuilen.
Bij het gemeentehuis willen we linksaf via de brug de Yonne oversteken, maar borden geven aan dat de brug is afgesloten wegens werkzaamheden. Tòch even doorlopend zien we dat men met een kraanwagen bezig is met het werk aan de onderzijde van de brug. Wij kunnen gemakkelijk tussen de brugleuning en de kraanwagen door, dus dat doen we ook. Vanaf de brug hebben we een mooi uitzicht over de Yonne en haar rivieroevers.

Aan het eind van de brug ligt het dorpje Champs-sur-Yonne. Hier ontbreekt enige markering van de doorgaande wandelroute. Als we de wandelgids bestuderen komt een Fransman vanaf zijn grasmaaier naar ons toe en vertelt ons dat het pelgrimspad tussen de bomen door verder gaat langs de oever van de Yonne, in zuidelijke richting. Wij gaan verder over deze voormalige vissersweg langs de rivier.

Als we verderop, voorbij het gehucht Toussac, na 3 kilometer de dorpskern van Champs-sur-Yonne in gaan, komen we langs een perifeer gelegen dubbel winkelcentrum. We treffen hier helaas geen café aan om er een kop koffie te drinken, dus we gaan verder naar het dorpsplein, waar we wel een café aantreffen.
Het is een nieuw café met een kelder onder het café met daarin de toiletten, die geheel in oude bouwstijl zijn gebouwd. Je waant je er in een echte oude kelder. Het is hier op deze warme dag in elk geval lekker koel en boven smaakt de koffie in het goed bezochte café met terras prima.
We verlaten Champs-sur-Yonne over de spoorweg en over de N6.

We gaan klimmend door de velden van Les Vaux Marquis. We steken de asfaltweg naar St.-Bris-le-Vineux over en vervolgen onze weg tussen wijngaarden en kersenboomgaarden door. De kersen zijn rijp. Sommige zijn dat stadium al lang voorbij en daar resteert aan de boom niet meer van dan alleen een soort zwarte krent. Lang niet alle kersenbomen worden hier (dus) geoogst.
We lopen boven om de 238 meter hoge heuvel Le Gaudier heen en steken de asfaltweg tussen Bailly en St.-Bris-le-Vineux over. En dan gaan we over landbouwwegen weer omhoog, om hóóg over de 254 meter hoge heuvel te lopen waarop het gehucht Couzein ligt. Vanaf de Col de Cremant dalen we naar een veelsprong van asfaltwegen. In de Vallée de Chanoy houden we bij een veelsprong onze eerste etenspauze.

Daarna gaan we nogmaals omhoog tussen de wijngaarden door, nu over de flank van de 277 meter hoge Vaupiarry. We hebben elke keer vanaf de flank van de gepasseerde heuvels een prachtig uitzicht over het omliggende landschap. Door de Vallei van de Paradis dalen we tussen de wijngaarden door tot in het dorp Irancy, dat 9 kilometer voorbij Champs-sur-Yonne ligt.
Bij de plaats waar we via de Promenade van Irancy het dorp weer uit zullen wandelen, zit de Nederlandse pelgrim Astrid met haar hondje Foxy, die wij gisteren tussen Chablis en Milly ontmoetten. We wisselen nog even ervaringen uit over de tocht van gisteren en vandaag. Astrid vertelt dat ze de Golden Retriever gisteren ook had zien lopen en dat de Herdershond haar en haar hondje ook kilometers had gevolgd. Ze had de Herdershond opgesloten achter een hek op het plein van een gemeentehuis, zodat ze niet langer door deze zwerfhond gevolgd zou worden. Ze vraagt of we nog een Belgische pelgrim hebben ontmoet, want die zou ook ergens in deze buurt moeten rondlopen, omdat ze haar eerder vandaag ontmoette. Wij hebben haar niet gezien. Astrid blijft nog even met haar hond in de schaduw en wij gaan door.

Vlak buiten Irancy zit een vrouwelijke pelgrim hoog boven de weg onder een boom aan de rand van het veld. Waarschijnljk is dit de Belgische pelgrim. We groeten elkaar, maar zijn te ver van elkaar af om elkaar te spreken. Als we een eindje verder de heuvel op zijn gegaan, zien we haar in onze richting komen.
Na een stevige klim komen we bij de rand van het hooggelegen plateau La Belle Vue, dat de vorm heeft van een halve ellips. Vanaf hier is het “vue” inderdaad ook “belle”. Het rondtrekkende plateaupad is smal en bestaat op veel plaatsen uit een dikke laag witte steentjes. Het panoramisch uitzicht dat wij wandelend verkrijgen, is voortdurend schitterend om te zien vanaf dit unieke wandelpad.
Nu zetten we een lange en steile afdaling in tussen de wijngaarden door, totdat we een asfaltweg bereiken. Die asfaltweg brengt ons in de richting van het dorp Cravant.

Na zo'n 2 kilometer asfaltweg komen we – 3 kilometer voorbij Irancy - voorin het dorp Cravant. We lopen door het mooie oude dorpscentrum en komen bij een klein plein, waaraan het – helaas - gesloten café ligt. Bij de fontein van dit dorpspleintje nemen we een etenspauze. Even later passeert de vrouwelijke pelgrim, die ons vanaf Irancy volgde.
Verderop in Cravant lopen we langs de oude stadsmuren en de imposante forttoren. We nemen ook even een kijkje in de oude wasplaats van Cravant. Dan laten we deze voormalig versterkte plaats met zijn vestingwerken achter ons.

Buiten Cravant gaan we over een smal bospad stevig klimmend de heuvel op over de dicht beboste helling. Als we boven zijn, gaan we langs de bosrand verder. Beneden het bos gaan we verder tussen de akkers door, totdat we bij de N6 komen, die we oversteken.

Dan arriveren we in het dorp Accolay, onze bestemming voor vandaag. In Accolay steken we eerst de rivier La Cure over. Direct daarna steken we het parallel gelegen kanaal over. We gaan verder over het pad langs het kanaal en komen langs een Brits schip. We spreken even met de man en de vrouw die op het schip de Firefly zitten. Ze hebben deze bijzondere boot vorig jaar op een trailer met de boot vanuit hun thuisland Groot-Brittannië naar Terneuzen laten brengen en zijn vanaf daar het Europese continent in gevaren. Afgelopen winter brachten ze door in Brussel en inmiddels zijn ze dus varend tot in midden-Frankrijk doorgedrongen.

Wij lopen door het dorp naar het treinstation van Accolay. We hebben eergisteren in Auxerre gehoord dat we vanuit Accolay om 17.31 uur met de trein naar Auxerre kunnen reizen. Tickets hebben toen alvast gekocht. We zijn hier nu ruim op tijd, want we moeten nog een uurtje wachten totdat de trein arriveert. We rusten en wachten in de schaduw op een bankje in het parkje naast het station. Achter het station zijn mannen bezig met grondwerk ten behoeve van het leggen van kabels. Een puberjongen met enkele diabolo’s zit en ligt verveeld in het wachthokje naast ons. Naast ons bankje staat een pruimenboom vol met rijpe pruimen.

De trein arriveert precies op tijd. Even na 18.00 uur arriveren we op het treinstation van Auxerre, vanwaar we via de supermarkt - voor onze dagelijkse boodschappen - weer terugwandelen naar onze camping in Auxerre.
We hebben vandaag een behoorlijke afstand van 25 kilometer gewandeld. Het maakt qua fysieke inspanning wel degelijk verschil dat je 's morgens - voordat je gaat wandelen - niet eerst het traject in omgekeerde volgorde hoeft te fietsen, zoals we dat gisteren en vandaag bij uitzondering eens niet hoefden te doen.

Pelgrimeren van Chablis naar Auxerre

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Chablis naar Auxerre
Zondag 19 juli 2009 – 22 km.
Dag 60: 1244,7 – 1266,7 km.

Op deze zondagmorgen arriveren Durkje en ik met de auto vanuit Auxerre om ongeveer 8.45 uur in Chablis. We zullen vandaag wandelen van Chablis naar onze camping in Auxerre. De auto parkeren we aan de oever van de rivier de Serein.
We lopen langs de Serein naar de brug over de Serein. We steken deze brug over in de richting van het centrum van Chablis en direct daarna ook de tweede brug. In de hoofdstraat van Chablis is de zondagochtend-warenmarkt. Die bezoeken we niet.

Wel gaan we aan de kop van de hoofdstraat in café Chablis eerst een kop koffie drinken. We nemen plaats in het goed gevulde café. Naast ons zit een man te ontbijten. Hij groet ons en vraagt ons of wij vandaag óók gaan wandelen. De man is een Belgische pelgrim, die vannacht heeft overnacht op de camping van Chablis. Hij loopt vandaag óók naar Auxerre, om daar waarschijnlijk te overnachten in La Maison de la Randonnée, een onderkomen voor de nacht voor passerende pelgrims. Als wij de koffie op hebben, is hij nog niet klaar met ontbijten, dus wij nemen afscheid van deze Belgische pelgrim.

Wij lopen eerst langs de oude wasplaats aan de Quai Voltaire. Een eindje verderop passeren we bij Place Lafayette de oude Porte Noël met haar twee burchttorens. Aan de rand van de bebouwde kom gaat bij het bureau van de Gendarmerie de weg over in een onverharde veldweg. We lopen in de richting van het dorp Milly.

Dan zien we een eind vóór ons een vrouwelijke pelgrim lopen met een klein hondje. Inschattend dat het een Nederlandse vrouw is, groeten we haar in het Nederlands. Ze is zichtbaar blij verrast hier en nu ook Nederlandse pelgrims te ontmoeten en we lopen een eind met haar mee. Het is Astrid van Dort uit Amsterdam. Het blijkt dat we elkaar al eens op grote afstand hebben gezien. Dat was op 15 juli 2009 toen zij in Avirey-Lingey de verkeerde weg had genomen en weer terug liep naar het punt waar wij wel goed de weg overstaken om de bebouwde kom te verlaten via een asfaltweg en veldpad. Wij hadden haar in de verte gezien. Zij ons óók, maar ze dacht op die afstand gezien te hebben dat wij de twee Britse pelgrims waren, die zij eerder al had ontmoet.
Astrid loopt net als wij óók elk jaar een stuk pelgrimspad en is onlangs begonnen in Reims, waar ze vorig jaar stopte. Ze is alléén op pad met haar hond Foxy en slaapt onderweg op campings, in refugio’s of kampeert bij nood vrij in de natuur. Vandaag gaat ze óók naar Auxerre. Wij bevelen haar onze camping in Auxerre aan, die nagenoeg aan de pelgrimsroute ligt.

We wandelen samen naar, door èn voorbij het 2,5 kilometer verder liggende dorpje Milly. Dan volgt een zware klim over een veldpad tussen de wijngaarden door.
Ons wandeltempo is vanwege onze minder zware bepakking veel hoger, dus we nemen hier afscheid.

We gaan boven op de heuvel langs èn door het Bos van Lechet. Als we aan de andere zijde dalen, zien we in het dal vóór ons de Vijver van Beine al liggen.
Aan de voet van de heuvel van Vaucharmot steken we de D965 over en lopen we om de Vijver van Beine heen. Deze vijver is aangelegd om de wijngaarden van Beine in de winter te besproeien, zodat de zich dan vormende ijsdruppels de knoppen van de druivenranken beschermen.
Donkere wolken schuiven voor de zon en het wordt kouder, zodat we de trui weer aan moeten doen. Aan de oevers van deze vijver zit een aantal mannen te vissen.

Als we Beine in wandelen, wijken we even van de route af om de bijzondere toegangspoort/-kapel van de begraafplaats van Beine beter te kunnen bekijken. Daarna wandelen we over de bovenste hoofdstraat door Beine. In het geopende kruidenierswinkeltje proberen we bij de broodafdeling nog een croissant te kopen, maar die zijn helaas al uitverkocht. We pauzeren aan de westzijde van het dorp. Via een steentjesweg lopen we het dorp uit en de wijngaarden in. Ook hier hangen al veel druiventrossen aan de ranken.

Iets voorbij een wateropvangbekken voegen zich ineens twee grote honden bij ons. Een Golden Retriever en een Herdershond komen tussen de druivenranken vandaan en lopen vanaf nu voortdurend met ons mee. Aan de verzorging te zien, zijn het zwervershonden. Agressief zijn ze beslist niet, maar we raken ze voorlopig niet kwijt.

Bij Matte (op 216 meter hoogte) steken we de D524 over. We passeren Le Vau Brou aan de noordzijde. Dan gaan we langs de bosrand van het Bos van Bel-Air en komen we bij Friches de Montpierreux.
De beide honden blijven ons getrouw vergezellen, maar vlak voordat we bij de D965 komen, verdwijnt de Golden Retriever na zo'n 4 kilometer in een graanveld. Die zijn we in elk geval kwijt. De grote zwarte herdershond wordt er wel wat zenuwachtig van, kijkt vaak achterom waar de andere hond blijft, maar hij blijft met ons meelopen.

We lopen ongeveer 2 kilometer parallel aan de D965 en passeren een eind verder de afslag naar het 18e eeuwse kasteel – en nu ook logiesverblijf - van Sint Anne. Dan moet je onwillekeurig toch ook even denken aan het nabij ons Stiens gelegen Sint Annaparochie, dat we in de volksmond ook Sint Anne noemen.
Dan komen we bij de entree van het dorp Hautes Soleines, dat we niet binnengaan, maar rechts laten liggen.
We nemen nu de begroeide weg omlaag en steken de beek van Sinotte over via een smalle betonnen plaat. De herdershond twijfelt zichtbaar even, maar volgt ons toch.
Als we weer op een asfaltweg komen, passeren we een Franse pelgrim met een zware bepakking en wandelstokken. We leggen hem het dilemma van de volgzame herdershond uit en passeren hem dan in de hoop dat de herdershond bij hem zal blijven. Dat gebeurt zo ook. Even verder jaagt de Franse pelgrim de herdershond weg met de wandelstokken en na tweemaal enig protesterend geblaf, verdwijnt de herdershond. Die zijn we nu ook kwijt.

Voorbij het gehucht Gimois nemen we een sterk stijgend veldpad naar het dorp Venoy. We komen Venoy binnen aan de kant waar de kerk en de school bij elkaar staan. Zojuist sluit hier ook de baguette-kiosk aan de rand van het dorp.
We gaan naar het bovendeel van Venoy en steken daar de autosnelweg A6 over.

We lopen over een aantal hooggelegen veldwegen en zien in de verte in het dal vóór ons de stad Auxerre al liggen.
In het gehucht Egriselles pauzeren we. Bij de bushalte is echter geen bankje, dus we nemen achter de bushalte plaats op een betonnen richel en hebben vanaf daar mooi zicht op het doorgaande verkeer op de centrale kruising van dit dorpje.
Daarna lopen we buiten Egriselles voorbij een groot electriciteitsstation.

Als we de D124 bij Pied de Bouquin zijn overgestoken, gaan we over een brede verharde veldweg dalend verder in de richting van Auxerre. We gaan onder de N6 door.
Dan lopen we het bedrijventerrein aan de oostzijde van Auxerre binnen. Op dat moment belt onze dochter Baukje ons over haar vakantiebelevenissen.

Voorbij een silo en langs de spoorlijn arriveren we aan de achterzijde van het treinstation van Auxerre. Het is behoorlijk zonnig geworden en de temperatuur is behoorlijk gestegen, dus de trui kan weer uit om in een wandelshirt verder te lopen. Via een hoge loopbrug gaan we over de sporen heen.
Aan de overzijde wandelen we over een pad langs het oude spoor van Auxerre naar Gien, dat nu een wandelpad is geworden. Het verlengde van dit pad gaat op behoorlijke hoogte door de stad heen. Eerst gaan we over de rivier de Yonne. Daarbij krijgen we een mooi uitzicht over beide zijden van Auxerre langs de Yonne. Daarna steken we het kanaal over.

En hoog boven de stad vervolgen we ons voetgangerspad, ook langs het festivalterrein in het stadspark waar afgelopen vrijdag, zaterdag en vandaag het meerdaagse muziek-Festival des Zarb (Les Arbres) wordt georganiseerd. Vlakbij de camping verlaten we dit hooggelegen voetpad via een trap naar de doorgaande weg naar onze Municipal Camping in Auxerre.

We hebben vandaag 22 kilometer gelopen bij mooi wandelweer. Mooi is ook dat we precies bij de camping uit komen.
Nu wil het toeval dat mijn zuster Rennie met haar man Anne gistermiddag als verrassing op de terugweg vanuit de Provence naar Nederland bij ons op de camping zijn gekomen voor een tweedaagse tussenstop. In meerdere opzichten is dat aangenaam zo halverwege onze pelgrimstocht van dit jaar. Daarmee hebben we nu ook even twee auto's ter beschikking, waardoor Durkje en ik vanochtend eerst niet hoefden te fietsen vanuit Auxerre naar Chablis. Met de auto van Anne en Rennie halen we aan het eind van de middag onze auto weer op uit Chablis. Dat scheelde ons vanmorgen mooi zo'n 24 kilometer fietsen. Zo'n luxe is een aangename onderbreking van onze pelgrimage.

Pelgrimeren van Etourvy naar Epineuil

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Etourvy naar Epineuil
Donderdag 16 juli 2009 – 18,5 km.
Dag 58: 1203,7 – 1222,2 km.

Een stralende dag. Bijna geen wolkje aan de lucht te zien. Het is duidelijk dat het vandaag warm gaat worden.
Met de auto rijden Durkje en ik in de richting van Tonnerre. Omdat we weten dat de Tour de France vandaag Tonnerre passeert, gaan we via binnenwegen naar Epineuil, dat achter Tonnerre ligt. Welwillende Fransen en Franse agenten geven ons aanwijzingen en toegang door de wegversperringen heen, zodat we uiteindelijk rond 9.30 uur met de auto en de fietsen in Epineuil arriveren.

We fietsen dan van Epineuil naar Etourvy, waar we vandaag om 11.00 uur starten op het dorpsplein. We gaan over de brug van de beek de Landion en komen dan al snel in het arboretum van Etourvy. Een door kinderen gemaakt bord maakt duidelijk dat we het – nog schaars beplante en helaas armetierig groeiende - arboretum binnenwandelen.
We lopen eerst langs de Landion en gaan daarna klimmend over een steile veldweg een heuvel op, de velden in.

Als we links de flank van de Vallei Mallade aanhouden, passeren we een combine die hier koolzaad oogst. Dat wordt in deze regio momenteel volop gedaan. Verderop volgen we de D82 een eindje linksaf tot aan een bocht, waar een wegwerkersschuilhutje staat. Hier gaan we het veld weer in, in de Vallei van de Melonnière. Ook hier wordt koolzaad geoogst met combines. Lange stoppels van zo'n 40 centimeter blijven staan als de combine voorbij is.

Na enkele bochten tussen verschillende velden door gaan we verder over de weg van de herbebossing, die hier de grens vormt tussen de departementen Aube en Yonne. Dan volgt een bijna 2 kilometer lange landbouwweg door een golvend landschap. Na een afslag en een haakse bocht in de volgende veldweg dalen we langzaam door de Vallei van Perret, tussen twee bospercelen van het Bos van La Chapelle door.

Het veldpad komt uit op de D202, die we volgen totdat we na 8,5 kilometer arriveren bij het dorp Mélisey. Tussen de bomen door zien we de hooggelegen Sint Aventin-kerk staan; een prachtig gezicht.
Vrij snel daarna lopen we de bebouwde kom van Mélisey in. We klimmen flink naar het dorpsplein vóór de kerk. Daar is een klein parkje, waarin we in de schaduw van een boom op een stenen picknickbank een etenspauze houden. Heerlijk om hier even in de schaduw te kunnen zitten, want is het warm vandaag: 32 graden Celcius, de warmste dag tot nu toe.

Na de rustpauze lopen we langs het met bloemstukken gedecoreerde oorlogsmonument op het dorpsplein en dan gaan we over de smalle Rue du Pâtis verder, rekening houdend met de agrarische colonne die ons in dit smalle straatje met signaalauto, tractor met combine-deel en tenslotte een grote combine tegemoet komt. We gaan weer stevig klimmend het dorp uit over een begroeide weg.

Tussen akkers door en langs een klein bosperceel komen we uit in het gehucht Chamelard. Over een boven het dorp liggend bospad verlaten we Chamelard al spoedig.
We slaan daarna linksaf om in zuidwestelijke richting door het langwerpige Bos van Chamelard stevig over een brede bosweg te klimmen naar de veel hoger gelegen boerderij van Casse-Bouteilles. Op deze bosweg passeert ons een jongen in een fourwheeldrive, die wij bij de boerderij weer ontmoeten, waar hij een grote brede eg achter een tractor plaatst. Daarna passeert hij ons op het boerderij-erf met deze combinatie.
Een jongetje speelt op het erf met een speelgoed-combine; zo te zien een echte boerenzoon en boer in dop.

Wij steken verderop een asfaltweg over en gaan via de daarop haaks staande asfaltweg verder, waarbij we de struisvogelboerderij en wijnkelder van Le Petit-Virey passeren.
Verderop nemen we een zandweg, waarmee we dalen door het Bos van Boutot. Na een klein stukje D944 gaan we door het bos van Les Fauconniers. Dit brede bospad eindigt op de plaats waar wijngaarden beginnen. We hebben hier over de wijngaarden heen een prachtig zicht over het vóór ons liggende dal en de daarachter liggende heuvelrug, waartegen Epineuil en Tonnerre zijn gebouwd.
Bij de D944 zien we een zogenoemde “caillebotte”, een klein schuurtje dat door wijnboeren wordt gemaakt van de stenen die ze uit de wijngaarden halen.

Aan de overzijde van de D944 vervolgen we onze weg over een betonweg tussen de wijngaarden door. Aan het eind van de betonweg gaan we - na 10 kilometer in zuidwestelijke richting - dalend naar de bovenweg van Epineuil, waar onze auto staat.
We halen de fietsen weer uit Etourvy en kunnen terugzien op een hele mooie wandeldag van 18,5 kilometer.

Pelgrimeren van Avirey-Lingey naar Etourvy

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Avirey-Lingey naar Etourvy
Woensdag 15 juli 2009 – 24,5 km.
Dag 57: 1179,2 – 1203,7 km.


Met de auto brengen Durkje en ik de fietsen naar Etourvy. Daarna fietsen we van Etourvy naar Avirey-Lingey. Een hele zware fietstocht is dat, vanwege het vele klimmen.
Het is de derde dag nadat Durkje zo akelig is gevallen in het bos, vlak voordat we Avirey-Lingey bereikten. Omdat het voor Durkje weer mogelijk is om te fietsen en te wandelen, gaan we verder op de plaats waar we afgelopen zondag voortijdig eindigden.

Rond 11.30 uur verlaten we Lingey en lopen dan enige minuten later het tweelingdorp Avirey-Lingey binnen. Ten zuidwesten van Avirey-Lingey nemen we de sterk klimmende asfaltweg tussen de wijngaarden van de Vallei van Moucheron door.
Op grote afstand zien we op de D32 links van ons iemand met een rugzak en een hondje lopen. Waarschijnlijk is dat een mede-pelgrim, die de weg even kwijt was, want hij/zij loopt nu in de richting van het pad dat wij volgen. Wij lopen door. Al snel ligt Avirey-Lingey ver beneden achter ons in het dal.

De weg buigt naar rechts en wij lopen langs de voet van een electriciteitsmast. Vervolgens gaan we verder over het plateau van La Bochaille. Daarna dalen we weer tussen de wijngaarden door, waarbij we Bagneux-la-Fosse al in het dal zien liggen. Via de D32 en de hoofdstraat komen we langs de kerk op het dorpsplein van Bagneux-la-Fosse. De eerste 4 kilometers hebben we nu gehad. We verlaten Bagneux-la-Fosse ook weer via de D32, maar nu aan de zuidkant van het dorp.

Over een onverharde weg klimmen we naar 273 meter hoogte, tot op de plaats van La Chapelle, waar vroeger een feodaal kasteel stond, dat in 1414 door de Hertog van Bourgondië werd verwoest. Alleen de grachten resteren nog van dit kasteel. Wij klimmen dan door naar 313 meter hoogte, waar we een reservoir passeren. Als we afdalen, vinden we de eerste rijpe bramen van dit jaar.

Dalend door Les Grandes Vignes (de grote wijngaarden) komen we bij een smalle asfaltweg, die ons 3,5 kilometer verder naar het dorp Bragelogne leidt. Voorbij het gemeentehuis (Mairie) pauzeren we in de schaduw van een grote boom op een blok beton langs een onverharde weg aan de rand van de bebouwde kom.
Het is lekker warm weer, lichtbewolkt met een temperatuur van 25 graden Celcius.

Na de etenspauze klimmen we over een veldpad naar het bos van Le Grand Mont. Het bos waar we nu doorheen lopen, heeft voor een groot deel een extreem zwaar bemoste bodem. Voorbij het bos gaan we verder langs wijngaarden. Er wordt hier op Châtre (333 meter hoogte) druk gewerkt door wijnboeren en hun personeel. De bekende witte bestelbusjes staan her en der tussen de percelen en hier en daar wordt ook bespoten. We hebben hier boven een mooi uitzicht over het dorp Channes en de omliggende wijngaarden.
We volgen de onverharde weg over Le Grant Mont tot we voorbij Châtre op een splitsing komen waar vroeger de molen van Montgeal stond.

Vanaf hier dalen we over een brede veldweg naar de oude boerderij van Carron. Een aantal honden op het boerderijerf verwelkomt ons enthousiast. We volgen nu de D82, deels over het parallelle veldpad gaand, totdat we na 9 kilometer arriveren in het dorp Villiers-le-Bois. We pauzeren op het dorpsplein.

Buiten Villiers-le-Bois gaan we verder in zuidelijke richting tussen de akkers door. Het graan en stro heeft in de zon een schitterend gouden glans. Een eindje verder gaan we rechtsaf anderhalve kilometer over een veldweg door het Bos van Quincerot heen, totdat we arriveren bij de eerste woning van het dorpje Quincerot.

We laten het dorpje links liggen en gaan over een driehoek van wegen een onverhard veldpad op, dat ons in noordelijke richting stijgend tot in het Bos van Quincerot brengt. Zodra we het bos in komen, klimt het bospad behoorlijk steil. In het bos gaan we over het toppad dat ons dalend naar een kruisende dalweg brengt, die wij oversteken.
We gaan wéér stevig verder klimmend omhoog. Daarbij passeren we een tweetal betonnen grenspalen op de plaats van een hol bospad, dat hier de grens vormt van de Franse departementen Yonne en Aube.

Ten noorden van het bos volgen we eerst een tijdje een asfaltweg over het plateau, totdat we over een bospad dalend linksaf gaan. Dit bospad versmalt zich op een gegeven moment, waarbij het boven de D27 langs loopt, totdat we bij de eerste huizen van Etourvy komen. We volgen hier een woonstraat en gaan Etourvy in.
Daarbij komen we langs de bron van de rivier de Landion. Langs de rivier verder gaand, komen we uiteindelijk na 5 kilometer uit op het dorpsplein van Etourvy, waar onze auto staat.

We hebben vandaag 24,5 kilometer gelopen met tot nu toe het mooiste weer van de zeven wandeldagen die we deze zomervakantie achter de rug hebben.