donderdag 17 september 2026

De "Friese Spoorweg-Quaestie”

Donderdag 17 september 2026
 
Ilja Nieuwland vertelt over de Friese Spoorweg Quaestie

Eerste Nederlandse spoorlijnen
Na het openen van de eerste twee Nederlandse spoorlijnen rond 1840 schoot het met het nationale spoorwegnet niet zo op. Het initiatief werd overgelaten aan privé-partijen, en die bleken vaak terug te schrikken voor de financiële en bestuurlijke risico’s. Pas in 1860 nam de overheid een groter aandeel en werd besloten een tiental staatslijnen aan te leggen. 
Eén van de belangrijkste daarvan was een verbinding van Harlingen naar Duitsland via Leeuwarden en Groningen (Lijn B). De enige open zeehaven van Nederland - in Harlingen - moest zo een belangrijk element worden in de nationale handel. Maar de verbinding met het Pruisische Rijnland, het machtige industriële centrum van Duitsland, was nog altijd omslachtig.
Al vanaf de jaren vijftig werden plannen gecirculeerd om een directe verbinding aan te leggen van Harlingen naar Salzbergen, maar het duurde tot 1865 voordat verschillende Friese notabelen het initiatief namen om die ambities verder uit te werken. Het project van de Noorder-Spoorweg-Maatschappij werd groots aangepakt. In de archieven van Tresoar liggen nog altijd de getuigenissen: bijna honderd monumentale platen en tien dikke mappen vol plannen. Elk detail werd doordacht, zoals stations in neogotische stijl, locomotieven en wagons, spoorstaven, wissels en bruggen; zelfs de hekken langs het traject werden in tekeningen uitgewerkt. Landmeters trokken door Fryslân en stelden kadastrale kaarten samen; juristen werkten aan onteigeningsplannen en ingenieurs berekenden hellingen en bochten. 
 
Waarom rijden we dan niet dagelijks met de trein van Harlingen naar Bolsward? 
De precieze reden van bovenstaand vraagstuk is gehuld in een mist van bureaucratie en mislukte financiering. Misschien waren de kosten toch te hoog, speelden politieke belangen en verloren investeerders daarom hun vertrouwen. Hoe dan ook, de plannen vervaagden, de mappen werden dichtgeslagen, de tekeningen opgeborgen. Uiteindelijk kwam er een toch wat armzalig substituut: tussen 1882 en 1947 exploiteerde de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) een aantal tramdiensten tussen Harlingen en Heerenveen. 
Harlingen, toch ooit gedacht als een belangrijke poort naar Europa, bleef een havenstad met onvervulde dromen, en in het gebied er achter veranderde er vooralsnog ook weinig.

Lunchlezing van Ilja Nieuwland over de Noorder-Spoorweg-Maatschappij
Over deze spoor-perikelen verzorgt Ilja Nieuwland vandaag de Lunchlezing in Tresoar te Leeuwarden. De titel van zijn lezing luidt: 'De Friese Spoorweg-Quaestie - Het spoor van belofte - Hoe een spoorlijn Fryslân had kunnen veranderen, of niet?'
In deze lezing vertelt Nieuwland het verhaal van de Noorder-Spoorweg-Maatschappij, haar ambities en uiteindelijk falen. En Ilja staat ook stil bij het Fryslân dat er had kúnnen zijn en dat er heel anders uit zou zien dan wat we uiteindelijk kregen.
Ilja Nieuwland (1970) is historicus en werkt bij het Huygens Instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Hij heeft gepubliceerd over de geschiedenis van paleontologie, die van architectuur, en over andere historische thema’s. Recent verscheen van hem ‘The Lost Termini of Berlin. A History of the Railway Stations that shaped the German Capital’.

Ilja Nieuwland over de Friese Spoorweg-Quaestie
In 1930 werden in de Kanselarij te Leeuwarden de plannen voor een mogelijk nieuwe spoorlijn gevonden, met daarin 10 platen en honderd boeken, met daarop een complete spoorlijn van het hele tracé, tot op detailnivo al uitgewerkt, met daarbij bijvoorbeeld ook alle stations gedetailleerd getekend. Alles bij elkaar omvatte dat een compleet plan uit 1863. We zien tijdens deze lezing de tekening van het geplande station van Harlingen aan het havenfront van de stad.
Deze plannen komen uit de zogenoemde IJzeren Eeuw, waarin spoorplannen lang symbool stond voor moderniteit. Treinen zouden de diligence en de trekschuit moeten vervangen. De nieuwe treinwagons zouden de klassen in de maatschappij gescheiden kunnen laten reizen. Klassenbesef zat en zit heel diep in de spoororganisatie verankerd.
Na 1860 begon het aanleggen van meer, nieuwe spoorlijnen stil te liggen. Dat zat de gegoede burger-heren dwars, en mede daardoor kwamen er plannen voor óók het noorden in Nederland.
In 1854 komt het plan op voor de lijn van Harlingen - Leeuwarden – Duitsland, afkomstig van Cornelis Sixma van Heemstra. Harlingen zou daarbij exporthaven worden als enige ijsvrije haven, waar ook grotere schepen binnen konden lopen. Vanuit Amsterdam en Rotterdam kwam gaandeweg tegenwerking op dit spoorplan in noord-Nederland. Fryslân beseft zich dan steeds meer dat ze achter gaat lopen in haar ontwikkeling. 
In 1857 kwam er een nationaal spoorplan, dat al heel sterk lijkt op het huidige spoorplan.

De Friesche Spoorweg-Maatschappij
De Friesche Spoorweg-Maatschappij werd opgericht in 1858.
De overheid was terughoudend qua financiering van spoorlijnen, en wilde het investeren grotendeels overlaten aan particuliere partijen.
In deze periode was er sprake van geheel nieuwe kennis voor wat betreft het ontwerpen en ontwikkelen van spoorlijnen. Een zekere Alexander Kistel was toen daarentegen al specialist op dit gebied. 
Ene Elias Jan Hendrik Dull had in die tijd al veel spoorweg-initiatieven rond Almelo ontwikkeld. Dull tekende eerst voor de spoorlijn van Harlingen naar Heerenveen, toen van Heerenveen naar  Meppel, daarna van Meppel naar Almelo, en tot slot van Almelo naar Rheine, met aansluiting op het Pruisische deel. 
Het treinspoorplan van Harlingen naar Heerenveen werd geschrapt, maar er kwam wel een geheel ander plan, namelijk via Hoogeveen en Coevorden, waarin Harlingen en Heerenveen toch weer terug kwamen in de planvorming. 
In 1879 speelt het initiatief van de zogenoemde Lijn der Toekomst, van Harlingen via Bolsward en Sneek naar Heerenveen. Iedereen verwacht dat die lijn er toch wel zal komen, en daarom stappen de particulieren er niet in qua particuliere financiering. Het gaat onverhoopt echter toch niet door, maar een tram komt er daarentegen wel van de Nederlandse Tramweg Maatschappij, die een zeer uitgebreid spoorwegnetwerk opbouwde in Fryslân. Maar ook dit had een eindig karakter en bestaat nu al niet meer.

De Nederlandse Spoorwegmaatschappij 
De Nederlandse Spoorweg-maatschappij wilde het spoor door Fryslân beginnen in de zeehaven van Harlingen, namelijk bij een te bouwen immens groot station aan de havenzijde van Harlingen, zoals hier op de foto als impressie afgebeeld.
Daarna zouden dan achtereenvolgens stations komen in Kimswerd, Arum, Wytmarsum, Bolsward, Nijlân, Ysbrechtum, Sneek, Joure en Heerenveen.

De verloren gegane belofte
Iedereen nam aan dat deze spoorlijn wel door zou gaan, en daarom zetten velen er financieel niet op in, met als gevolg dat het nooit iets is geworden met deze lijn.
  • Kleine plaatsen blijven aan een spoorlijn doorgaans ook kleine plaatsen.
  • Steden die al behoorlijk in ontwikkeling zijn en dan een spoorlijn krijgen, varen veelal wel bij een spoorlijn.
Sneek en Bolsward zijn de grootste verliezers van het niet doorgaan van de plannen inzake deze spoorlijn. Het onwelwillende Sneek had daar trouwens zelf de hand in, maar Bolsward - die wel graag wilde meewerken - heeft uiteindelijk nooit een spoorlijn gekregen
Nieuwland hoopt over deze spoor-perikelen binnenkort een boek te publiceren. 

Geen opmerkingen: