donderdag 20 augustus 2026

Pelgrimeren van Les Sétoux naar Montfaucon-en-Velay

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Les Sétoux naar Montfaucon-en-Velay
Zaterdag 8 augustus 2026 – 17,0 km lopen & 17,8 km fietsen
Dag 17: 281,4 – 298,4 km
 
Door veld en bos van Coirolles naar Etiennefy



















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Montfaucon-en-Velay naar Les Sétoux
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 17e etappe, van Les Sétoux naar Montfaucon-en-Velay, over een etappe-afstand van 17,0 kilometer.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy, onze uitvalsbasis voor deze vijfde (en daarmee laatste) serie van vier wandeldagen.
Na het ontbijt verlaten we de camping om 6:40 uur, en rijden we met de auto – met de fietsen achter op het fietsenrek - vanaf Camping Municipal Surnette in Le Mazet-Saint-Voy naar Montfaucon-en-Velay, waar we de auto parkeren op een parkeerterrein aan de voet van de Eglise Saint-Pierre. Dan fietsen we van Montfaucon-en-Velay naar Les Sétoux, want daar begint straks onze etappe.
Het is vanmorgen nog maar 7 graden Celsius als we vanuit Le Mazet-Saint-Voy vertrekken. En als we vanuit Montfaucon-en-Velay op de fiets vertrekken, is het daar maar 12 graden Celsius. Vooral tijdens het afdalen met snelheden van zo’n 40 kilometer per uur voelt het in de schaduw nogal koud, en zou je bijna handschoenen aan doen. Gelukkig hebben we warme jassen bij ons, waarmee we ons prima warm fietsen. Het is onbewolkt, en reeds vroeg in de ochtend hebben we derhalve volop zon. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 30 graden Celsius. Voor een wandeldag door de beboste bergen en over de hellingen en door de dalen hebben we vandaag heerlijk zomerweer. En ook vandaag is het toch ook wel weer een tropische dag.
We dalen vandaag van 1.142 meter naar 915 meter hoogte, waarbij we volgens de wandelgids 420 meters klimmen en 650 meters afdalen. 

Van Jacobusbeeld naar Jacobusbeeld in Les Sétoux
Nadat we op de fiets na een fikse klim zijn gearriveerd bij het kerkje van Les Sétoux, stallen we de fietsen vóór de kerk bij het oorlogsmonument, waar we eergisteren de auto ook hadden staan.
We vervolgen de pelgrimsroute waar we die eergisteren beëindigden. Maar als pelgrims beginnen we deze etappe in de kerk van Les Sétoux. 
Als we de kerk binnen gaan, begint zacht de kerkmuziek van vrouwenstemmen, en vóórin de kerk zien we de eerste kaarsjes al branden, aan de voet van het beeldje van Sint-Jacobus.
We steken om 8:40 uur de weg over, en lopen tussen de huizen door naar de rand van de bebouwde kom. Daarbij passeren we een erf waarop men een bonte verzameling oude tractoren heeft geplaatst.
En aan de rand van het dorpje, bij de gîte, verlaten we het dorp ter hoogte van het stenen Sint-Jacobsbeeld.
Dit beeld heeft aan de onderzijde een betonplateau waarin enkele woorden, pelgrims en figuren zijn te zien. 
Daarin zie ik pelgrims vanuit allerlei richtingen in de zon over de weg van de sterren en door de bergen opgaan naar de kathedraal van Santiago de Compostela.

Felle keffers tot aan je broekspijpen
Als we op de brede steentjesweg Les Sétoux achter ons hebben gelaten, krijgen we een schitterend uitzicht over het vulkanenlandschap dat we in gaan.
Links van het pad bevindt zich een soort vrijplaats, waar auto’s, een camper en caravans staan, hetgeen waarschijnlijk een buiten de reguliere orde-woonplek van iemand is. 
Zojuist kwam daar een auto vandaag met daarin een man en een vrouw. Als we op die woonplek aankomen, schieten van allerlei kanten fel keffende hondjes ons tegemoet. Zolang we langs de  woonplek lopen, blijven ze achter het gaas, maar zodra we het terrein verlaten, rennen ze agressief blaffend van het terrein achter ons aan. Durkje gaat voorop, en ik loop achteruit achter haar aan, daarbij die acht felle hondjes – die me zo’n beetje tot op de broekspijpen naderen – goed in het oog houdend. Na zo’n honderd meter vinden ze kennelijk dat het genoeg is geweest, want dan blijven ze staan blaffen, en draaien zich om. Die zijn we kwijt, en onze broekspijpen zijn nog heel.

Verkeer regelen in het bos
In het bos worden we ingehaald door een tractor met een grote aanhanger. In de tractorcabine zitten een man en drie jongetjes. Vóór ons zien we even later dat de tractor achteruit gaat rijden. Even later zien we dat er verderop een auto op het bospad staat. De tractorbestuurder heeft plaatsgemaakt voor de auto om in een inham van het bospad te gaan staan, opdat de tractor door kan rijden, en daarna kan de auto ook verder. De boer wenkt de automobilist, maar de auto komt niet in beweging. Ik loop op de auto af, en gebaar dat de chauffeuse kan oprijden naar die inham, hetgeen ze dan doet, en zo kunnen ze elkaar toch nog goed passeren op dit smalle bospad.
 
L’Hermet, en wat daar op volgt
We naderen een buurtschap, L’Hermet genaamd.
Het is maar klein; met overigens wel een grote boerenhoeve. We draaien linksaf om de openbare wasplaats heen, en dan hebben we het al heel snel weer verlaten.
We moeten na een afdaling het beekje de Clavarine oversteken. Eerst steken we een eigentijdse stenen boogbrug over, en daarna een stenen boogbrug van veel ouder datum.
Dan klimmen we het beekdal weer uit over een mooi bospad.
Van het bospad stappen we over op een asfaltweg, en als we dan het bosgebied uit lopen, krijgen we weer zo’n prachtig uitzicht over de schilderachtige omgeving.
Ook vandaag doet het ons goed dat de pelgrimsroute zo goed bewegwijzerd is. Op veel keuzelocaties staan Jacobsschelpen en/of de rood-witte markering van de GR65, die we vandaag op een enkele uitzondering na ook volgen.
We gaan weer bergopwaarts en komen dan voorbij een bosperceel in een open berglandschap van weiden en akkers. We gaan voort over een prachtig hellingpad, dat bijna een kampad is. Als we dan achteromkijken, zien we het gehucht L’Hermet ver achter ons, daar waar we zojuist het buurtschap doorkruisten.
Op een T-kruising van veldpaden staat weer zo’n karakteristieke houten paal, met daarop een Jacobsschelp en er boven de wit-rode strepen die de richting aanduiden.

Coirolles, en wat daar op volgt
Het volgende buurtschap dat we bereiken, is Coirolles.
Ook hier weer een aantal verspreid staande huizen.
In de plaats zien we aan de muur een houten kastje hangen, met daarop een Jacobsschelp. Dat zou kunnen duiden op een stempel voor pelgrims. Als we het kastje openen, blijkt er alleen een gastenboek in de liggen. Helaas, geen stempel van Coirolles in onze pelgrimspaspoorten.
Het is wel het buurtschap waarin we onze koffiepauze willen houden, want we hebben zo onderhand bijna twee uren onafgebroken gelopen. Een geschikte koffieplek vinden we op een fundament-muurtje onderaan een schuur, heerlijk in de schaduw, en naast de openbare wasplaats.
De boer tegenover de wasplaats krijgt bezoek van twee mannen, die koffie bij hem komen drinken. De boer tapt een grote maatbeker water uit het bassin van de lavoir, en gaat ermee naar binnen om koffie te zetten. Even later zie ik dat hij hier ook een sixpack bierflesjes en nog enkele losse flesjes bier in die waterbak heeft staan en liggen, waar hij bij gelegenheid een koud pilsje uit kan ‘tappen’.
Bovenaan een helling van het lavoir staan drie dikke stapels brandhout, rond als een iglo gestapeld, zoals men dat in Frankrijk wel meer doet. 
Als we naast de boerderij een beekdal in gaan, worden we daarbij gadegeslagen door de groepjes koeien die in de wei bij de boerenhoeve lopen.
Vanuit het beekdal gaat het weer bergop.
Als we weer over een top gaan, ligt er weer zo’n prachtig bergpad vóór ons.
Vanuit het open veld gaan we om 10:50 uur het bos in.
Dan volgt weer een behoorlijk traject over mooie bospaden.
We hebben vandaag geluk dat we veel klimtrajecten hebben in bospercelen, hetgeen op deze warme dag heerlijk koel is, en daarmee het klimmen vergemakkelijkt.

Etiennefy, en wat daar op volgt
Als we vanuit het dichte bos over een minder beboste helling lopen, zien we rechts vóór ons een alleenstaande boerenhoeve. Dat is de  hoeve Etiennefy. We moeten nog een royale bocht linksom de helling volgen, en dan komen we vlak langs de boerenhoeve weer op een asfaltweg.
Verderop gaat de route verder door het bos. We passeren in het bos een zogenoemd steenmannetje, in dit geval op een afgezaagde boomstam opgestapelde steentjes, vaak door passerende pelgrims zo geconstrueerd.
Bij Souvignet komen we op een asfaltweg. We zijn nu op een hoogte gekomen van 979 meter.
In het grasland graast een kudde koeien. 
Op de gele wegwijzer op deze plek zien we dat onze pelgrimsroute en de GR65 vanaf nu een eind samen op gaan met een andere GR-route. We moeten dus goed opletten, waar die routes weer uiteen gaan, om niet op een verkeerd pad te komen.
Vanaf de asfaltweg gaan we weer een bosgebied in. Hier volgt een uitdagende afdaling over een steenachtig smal bergpad. Onder ons in het dal horen we crossmotoren. Als we onderaan bij weer een asfaltweg komen, zien we dat aan de overzijde van de weg in een bergkom een langgerekt motorcrosscircuit ligt, waar op dit moment kinderen les krijgen in het motorcrossen.
Als we er langs lopen, is de les kennelijk afgelopen, want ze verzamelen zich bij de auto’s, stappen van de motor, en de helmen komen af.

Van de Ruisseau Saint-Julien naar Les Chomats
In het volgende bosgebied moeten we een snelstromende beek oversteken. Dat is de Ruisseau Saint-Julien. 
Er ligt wel een oude platte brug over de beek, maar de waterloop is hier zo breed, dat er ook stapstenen nodig zijn om over te steken, of via enkele stapstenen de oversteek te maken naar de platte brug over het tweede deel van deze waterloop.
Enkele minuten later gaat het dan voort door het bergbos, over een lastig steenachtig bospad. 
Bij een oud stenen wegkruis verlaten we het bos, en komen we weer in het open veld.
Tien minuten later is het eind van deze etappe in zicht, want we krijgen voor het eerst zicht op Montfaucon-en-Velay.
Er liggen geen bergen meer tussen ons en de stad, dus we hoeven vast niet veel meer te klimmen; het zal voornamelijk afdalen worden. Daarbij komen we langs een grote houtopslag.
Om 13:15 uur wandelen we het buurtschap Les Chomats binnen, ter hoogte van een oude boerenhoeve, waarbij nog een stuk oude muur staat, met daarin een stenen boog als toegangspoort van de binnenplaats van deze boerderij.

De Tour door Montfaucon-en-Velay
We hebben nog een warm stukje te gaan, over een nieuw geasfalteerd weggetje langs een graanstoppelakker.
Bij een rotonde bereiken we Montfaucon-en-Velay.
Als we om de rotonde heen lopen, zien we tot onze verrassing bij twee versierde fietsen een grote banier op de rotonde staan, waarop melding wordt gemaakt van de Tour de France Femmes in deze plaats. 
Hier en verderop is de route versierd met allerhande zaken, dus het lijkt erop dat de Tour voor de vrouwen hier net is geweest of op heel korte termijn zal komen.
We lopen door naar het centrum van de stad.
Bij de VVV aangekomen, vragen en krijgen we daar een stempel in onze pelgrimspaspoorten. Bij navraag bij de VVV-medewerkster blijkt ons dat de Tour de France Femmes eergisteren door Montfaucon-en-Velay is gekomen. Vandaar dus al die decoraties nog in de straten.
Bij het stadhuis staat ook de Eglise Saint-Pierre. We gaan er naar binnen om de kerk te bezichtigen. Maar bij binnenkomst blijkt dat men hier de voorbereidingen treft voor een uitvaartmis, dus een rondgang door deze kerk maken we niet.
Wel lopen we door het stadje nog even door naar de Chapelle Notre-Dame, de tweede grote kerk van Montfaucon-en-Velay. 
Daar kunnen we wel naar binnen, om onder andere langs de twaalf schilderijen te gaan van de kunstenaar Abel Grimmer (1570-119), die deze serie van twaalf schilderijen – voor elke maand één – heeft gemaakt om de ontwikkeling van de natuur van maand tot maand op doek vast te leggen.
De lichten bij de schilderijen gaan aan als we de kerkzaal in lopen, dus ze worden goed belicht. 
Verder valt het vele wit van de bouwstenen op, waarvan de kerkzaal is gebouwd. 
Het koor van deze kerk is rijkelijk versierd.
Na dit kerkbezoek lopen we naar onze auto, waarmee we terug rijden naar Les Sétoux om onze fietsen daar af te halen. Tot slot rijden we dan van Les Sétoux terug naar onze camping in Le Mazet-Saint-Foy.

Geen opmerkingen: