woensdag 19 augustus 2026

Pelgrimeren van Gilonnay naar Pommier de Beaurepaire

Pelgrimsroute van Genève (Z) via Le Puy-en-Velay (F) naar Santiago de Compostela (S)
Via Gebennensis van Genève naar Le Puy-en-Velay
Pelgrimeren van Gilonnay naar Pommier de Beaurepaire
Vrijdag 31 juli 2026 – 17,1 km lopen & 15,7 km fietsen
Dag 11: 175,9 – 193,0 km
 
Pelgrimeren tussen graanstoppels en zonnebloemen

















Via Gebennensis
Tijdens onze eerste pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2005 tot en met 2012 van het Friese Sint-Jacobiparochie (NL) via het Franse Vézelay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Lemovicensis naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Tijdens onze tweede pelgrimage van Durkje en mij wandelden we van 2011 tot en met 2015 vanuit het Franse Le Puy-en-Velay over de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis wederom naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Vorig jaar (in 2025) liepen we de verbindingsroute voor pelgrims van de Via Lemovicensis naar de Via Podiensis, namelijk van Vézelay zuidwaarts naar Le Puy-en-Velay. 
Dit jaar (in 2026) lopen we de ruim 350 kilometer lange pelgrimsroute ‘Via Gebennensis’, van het Zwitserse Genève naar het Franse Le Puy-en-Velay. 
Dit is met name voor Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een aanlooproute naar Le Puy-en-Velay, waar ze dan doorstarten op de klassieke Franse pelgrimsroute van de Via Podiensis.
Bij het pelgrimeren op de Via Gebennensis maken we gebruik van drie pelgrimsgidsen, namelijk de Duitstalige van Renate Flori (in 18 etappes, versie 2023, Rother), de Duitstalige van Hartmut Engel (50 tracé’s, versie 2025, Conrad Stein Verlag) en de Frans-Duitstalige van Henri Jarnier (15 etappes, versie 2024, Association Rhône-Alpes des Amis de Saint-Jacques)). 
Wij zijn van plan deze verbindende aanloop-pelgrimsroute in 20 etappes te lopen.

Eerst van Pommier de Beaurepaire naar Gilonnay
Vandaag wandelen we van de Via Gebennensis de 11e etappe, van Gilonnay naar Pommier de Beaurepaire, over een etappe-afstand van 17,1 kilometer. We stijgen daarbij van ongeveer 440 meter naar 455 meter hoogte.
De wekker wekt ons om 5:30 uur in onze caravan op Camping Rural de Montchardon in Oyeu, onze uitvalsbasis voor deze derde serie van vier wandeldagen. Dan begint een feestelijke dag, want we vieren vandaag Durkje haar verjaardag.
Na het verjaardagsontbijt verlaten we de camping om 7:00 uur, en rijden we met de auto – met beide fietsen achterop het fietsenrek - vanaf de Camping Rural de Montchardon van Oyeu naar Pommier de Beaurepaire, waar we de auto stallen bij de kerk.
Vervolgens fietsen we van Pommier de Beaurepaire naar Gilonnay, want hier begint vandaag onze etappe.
Het is vanmorgen al 20 graden Celsius als we vertrekken. Het is half bewolkt met af en toe zonnige perioden. De temperatuur stijgt tijdens deze etappe vandaag naar 34 graden Celsius. Heel regelmatig voelen we een zacht verfrissend windje, dus al met al is het mooi – maar wel tamelijk warm - wandelweer tijdens deze etappe. Het is dus wederom een tropische dag.

Rond Gilonnay naar de Saint-Maurice-kerk
Nadat we in Gilonnay de fietsen op slot hebben gezet bij de Residence, en de rugzakken vertrekklaar hebben gemaakt, gaan we van start met onze volgende etappe. 
Vanuit Gilonnay moeten we eerst nog een eindje een hele steile klim met een helling van 20 procent maken naar Château Pontières, waar we de pelgrimsroute hervatten op de plek waar we die gisteren tijdelijk beëindigden.
Hoog langs Gilonnay lopen we in de richting van de Saint-Maurice-kerk, waar de bebouwde kom van Gilonnay begint.
We lopen naar boven om deze kerk zo mogelijk te gaan bezichtigen.
Rechts van de weg ligt het ommuurde kerkhof, zoals dat bij veel kerken in Frankrijk te doen gebruikelijk is.
Bij de ingang van de kerk staat een informatiepaneel, waarop wordt verwezen naar de van oorsprong Nederlandse schilder Johan Barthold Jongkind (1819-1891), die in deze regio heeft gewoond en geschilderd. Hij heeft schilders zoals Monet geïnspireerd om impressionistisch te gaan schilderen.
Direct bij binnenkomst in de kerk, zien we rechts om de hoek op een tafel een houten bord staan, waarop staat geschreven dat de pelgrims van harte welkom zijn in deze kerk.
We maken een rondgang door de kerk om één en ander van het interieur te bekijken.
Opvallend zijn de mooi gekleurde kerkramen van deze kerk.

Verjaardagsfeest met koffie en taart 
Als we weer buiten zijn, lopen we om het kerkhof heen. Dan komen we op de pelgrimsroute op een kunstroute. Het eerste beeld is een vervaarlijk uitziende draak, van cortex stalen elementen gemaakt, getiteld Volkane.
Verderop staat een reproductie van het schilderij van Johan Barthold Jongkind, die in 1882 een landschap schilderde met daarop ook de Saint-Maurice-kerk van Gilonnay. 
Ook verderop komen we nog langs enkele kunstwerken, dichtbij het pad, of iets verder er vanaf.
We vervolgen de pelgrimsroute over veldpaden door een glooiend landschap van akkers.
In een klim lopen we over een veldpad tussen links een graanstoppelakker, en rechts een akker met nog volop in bloei staande zonnebloemen.
Boven aan het pad komen we op een ander veldpad onder een boom door met uitbundig groen, met daar bovenuit de dode takken.
Om 10:10 uur wandelen we de bebouwde kom van La Côte-Saint-André binnen.
Over een smal paadje tussen links en rechts hoge tuinmuren lopen we in de richting van het centrum van de stad.
Daarna komen we langs het Château Louis XI.
Tegenover het château zetten we de afdaling in over een lange serie verschillende trappen in de richting van de oude binnenstad.
Op het moment dat we de eeuwenoude markthal (1309) binnen wandelen, begint het na een korte aanloop pijpenstelen te regenen, met op de achtergrond onweer.
We hebben geluk, want we hoeven maar een klein straatje over te steken vanuit de markthal om een aantrekkelijk koffiespecialiteitencafé binnen te stappen, waar we koffie bestellen, met daarbij twee stukken ‘home made’ blauwe bessentaart, die we ter gelegenheid van Durkje haar verjaardag heerlijk oppeuzelen. 

La Côte-Saint-André
Na deze uitgebreide koffiepauze lopen we door de oude markthal het centrum in.
Al snel komen we dan langs de Saint-André-kerk.
Als we daar naar binnen gaan, kunnen we direct een kerkstempel in onze pelgrimspaspoorten afdrukken. 
Mooi zijn ook de gedetaileerde kerkramen van deze kerk.
Dat dit een romaanse kerk is, is ook wel te zien aan hoe duister het in de kerk is op klaarlichte dag.
Maar je went snel aan het kerkelijk duister, en dan kun je toch alles in de kerk goed bekijken.
Als we deze kerk verlaten, lopen we in het vervolg van onze pelgrimsroute tussen een lange rij Sint-Jacobsschelpen door, die op het wegdek zijn aangebracht.
En voordat we La Côte-Saint-André verlaten, komen we ook nog langs Villa Jongkind, het huis waar de Nederlandse impressionistische schilder Jongkind vroeger heeft gewoond. Bij het huisje staat een mooi profiel-kunstwerk dat Jongkind voorstelt, maar het huisje erachter heeft niets van enige glorie.

Op weg naar en door Ornacieux-Balbins
Voorbij de stad komen we op een smal asfaltweggetje, waarop bij het begin een bord staat met de melding dat deze weg is afgesloten. Voor een wandelende pelgrim zal dat waarschijnlijk geen belemmering zijn, dus we gaan toch deze weg op. Even later blijkt dat de weg voor rijdend verkeer inderdaad volledig is afgesloten, omdat daar bij een woonhuis een grote hoogwerker staat, die het rijdende verkeer de doorgang absoluut belemmert. Een man is op het dak bezig om een lange gleuf in het houten dak te maken, waar een nieuwe balk doorheen moet. 
Wij kunnen over enkele houten dakbalken en ander materiaal heen stappen in de berm, en zo toch door.
Verderop gaan we over een hol pad klimmend omhoog. Omdat de temperatuur nogal hoog is, en de luchtvochtigheid hoog is, is zo’n klim de hele dag een kwestie van hard werken en zweten.
Om 12:15 uur komen we aan in de bebouwde kom van Ornacieux-Balbins.
We lopen in het dorpje naar de grote kerk om die te bezichtigen, maar deze kerk is helaas gesloten.
Wat hier opvalt bij de kerk is het monument voor de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog. Vaak zijn dat al oude monumenten in Frankrijk met bijvoorbeeld beelden van Franse soldaten, maar hier bestaat het nogal nieuwe monument uit een samenstel van dikke stenen platen, met daarop de namen vermeld van de gevallenen uit beide dorpen. Zo modern hebben we zo’n monument hier in Frankrijk nog niet eerder gezien, voor zover we ons dat kunnen herinneren.
Als we het dorp doorkruisen, zien we rechts van de weg een kleine oude houten kar bij een woonhuis staan.
Bij de openbare wasplaats is een groot stenen ornament geplaatst met daarop de afbeelding van een Sint-Jacobsschelp, en functioneel is het een watertappunt.
Vijf minuten later komen we langs een oude boerenhoeve, waarvan het woonhuis tip top is gerestaureerd, maar waarvan de grote boerenschuur erachter één en al ruïne is.

Via Moulin Pion Gaud Piongo en Chassagne door het open veld 
Ruim twintig minuten later komen we in een afdaling een bosperceel uit, als we aflopen op de oude watermolen Moulin Pion Gaud Piongo.
Onze route loopt tussen de beide moulin-gebouwen door, en dan kunnen we ook de achterzijde van de oude molen goed bekijken.
Wat bij goed kijken opvalt, is de pauw die in de vensterbank van één van de bovenramen van de moulin staat, ons aankijkend alsof het voor een pauw heel normaal is dat je in een vensterbank op zo grote hoogte gaat staan.
Wij gaan een mooi ruig veldpad op dat achter de moulin begint.
Om 13:00 uur passeren we het kleine buurtschap Chassagne.
De zon prikt met al haar kracht, dus Durkje besluit om op de lange hete trajecten door het open veld, richting Faramans, haar paraplu als zonnescherm te gebruiken tijdens het lopen. 
Nog voordat we Faramans bereiken, komen we langs een stroomversnelling in een klein beekje, waarbij we iets verderop nog een oude openbare wasplaats zien staan.
Langs een hoorbaar stromend beekje bereiken we Faramans.

Faramans
We komen over het sportterrein, en praten bij de kantine met een groep jongeren, die nu even pauze hebben, maar die hier zijn om een groot dorpsfeest te organiseren voor het komende weekend, waar mensen uit de hele omgeving op af zullen komen.
Dan lopen we recht af op het grote Etang le Marais, waar meerdere sportvissers zitten te vissen.
Door dit grote vrijetijdsgebied bij Faramans lopen we over bospaden, waarbij we af en toe middels een klein bruggetje een smalle beek moeten oversteken.
Dan wandelen we even later het dorpscentrum van Faramans binnen. We willen graag een koffie-/lunchpauze houden nabij de dorpskerk.
Ver vóór ons lopen twee medepelgrims, die we nog niet eerder hebben gezien. Met de telelens kan ik wel een foto van hen maken, maar inhalen zit er niet in, dus we ontmoeten elkaar niet.
Als we de rand van de bebouwde kom naderen, realiseren we ons dat de pelgrimsroute helemaal niet langs de dorpskerk komt. We besluiten voor onze pauze niet terug te lopen het dorp in, maar verder te gaan met onze etappe. Aan de rand van Faramans vinden we dan toch nog wel een mooie plek op een laag tuinmuurtje op het voor-erf van een boerenhoeve, waar we onze pauze houden, heerlijk in de schaduw, met tenminste een zacht koel briesje erbij.

Stevige en hete klim naar Pommier Beaurepaire 
Over de asfaltwegen voorbij Faramans gaat het door een vlak en kaal landschap van akkers. We worden ingehaald door een boer op een tractor, die ruige mest dumpt op een akker.
Om 14:45 uur, als we al een tijdje over een schaduwrijk bospad lopen, merken we dat we de klim hebben ingezet naar Pommier Beaurepaire.
Vanaf nu volgt een klim van zo’n twintig minuten over mooie smalle en brede paden heuvelopwaarts, totdat we enkele minuten na drie uur aankomen aan de rand van de bebouwde kom van dit bergdorpje.
Door de eerste bebouwing lopen we naar het dorpscentrum, naar de dorpskerk. 
Gelukkig is van deze kerk de kerkdeur wel open, dus we gaan naar binnen om deze prachtige, kleurrijke kerkzaal te bekijken.
Er ligt geen kerkstempel, maar we vinden er wel een vel met stickers, waarop de afbeelding van het kerkstempel staat. Daarvan nemen we er twee mee, om die in onze pelgrimspaspoorten te plakken.
Ook hier weer mooie kerkramen, waarvan er één de voorstelling is van Johannes de Doper die Jezus doopt in de Jordaan, waarbij hij doopt met het water dat uit een Sint-Jacobsschelp valt.
Bijzonder is het hele grote offerblok dat is gemaakt uit één enorm dikke boomstam. Het is hermetisch afgesloten met ijzeren platen en sloten.
Buiten stappen we in de auto, en rijden we terug naar Gilonnay. Daar halen we de fietsen af, om tot slot terug te rijden naar de camping in Oyeu. Als we op de camping arriveren, is het daar 35 graden Celsius.

Geen opmerkingen: