maandag 15 juni 2026

Pelgrimeren van Vilaseco naar Rodeiro

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Vilaseco naar Rodeiro
Vrijdag 15 mei 2026 – 19,5 km.
Dag 10: 170,6 – 190,1 km.
 
In mist en regen klimmend de Monte Faro op



















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 10e etappe, over een afstand van 19,5 kilometer, van Vilaseco naar Rodeiro. We stijgen daarbij van ongeveer 625 meter naar circa 650 meter hoogte, maar er zit wel een fikse klim naar 1.100 meter hoogte in deze etappe, zijnde het hoogste punt van de Camino de Invierno.

Vertrek uit Vilaseco
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 7:00 uur in de pelgrimsherberg van Hotel Vilaseco in Vilaseco.
Durkje en ik ontbijten om 8:00 uur beneden in de eetzaal van het hotel, samen met de Franse pelgrim Thierry en de Amerikaanse pelgrims Cynthia (moeder) en Rachel (dochter) en de Canadese pelgrim Daphne, waarmee we gisteravond ook gezellig de paëllaschotel hebben gedeeld als pelgrimsmenu. De Sloveense pelgrim zien we vertrekken tijdens ons ontbijt. 
Om 8:35 uur verlaten we het hotel voor de klim over de berg Monte Faro. Nadien horen we dat wij beiden van zeven pelgrims de enigen zijn die de klim over de berg maken. De andere vijf blijken later allen de lagere route rondom de berg te hebben genomen vanwege de slechte weerberichten en (daardoor) het ontbreken van uitzicht. 
We verlaten het hotelterrein, en hervatten de route van de camino die boven langs het hotel gaat. 
Vlak vóór Vilaseco komen we langs een wegkruis, dat in de berm staat.
Dan wandelen we de bebouwde kom van het buurtschap Vilaseco binnen, dat overigens uit slechts enkele boerderijen bestaat.
Links van de weg staat een boom, waarvan de grote rode bloembladen rondom de boom op de grond liggen. 

Penasillás
We vervolgen de asfaltweg van Vilaseco in de richting van Penasilás.
Om 8:55 uur wandelen we de bebouwde kom van Penasillás binnen.
Nabij de dorpskerk van Penasillás staat een wegkruis.
Daarbij staat ook een gebeeldhouwde steen bovenop de afgesloten waterput van het dorp.
We wandelen de bar O Peto van het dorpje voorbij, die nu zelfs al open is, en checken dan eerst het weerbericht, alvorens we de klim bergopwaarts gaan maken. Dan wordt duidelijk dat er een behoorlijk regenfront aan zit te komen in het komende anderhalf uur, dus we trekken alvast de regenbroeken aan, en Durkje daarbij voor het eerst ook haar nieuwe wandelregenjas die we enkele dagen geleden in Monforte de Lemos hebben gekocht.

Monte Faro bergopwaarts in de wolken
Nu gaan we van start met de lange klim van ruim vijf kilometer de berg op, waarbij we steeds minder zicht rondom krijgen vanwege het dichte wolkendek dat de berg omgeeft.
Om tien voor tien worden we ingehaald door een medewandelaar, die met een dagrugzakje ons in hoger tempo voorbij loopt, ons een ‘Buen Camino’ wensend.
In de koude wind met laag over ons overwaaiende wolken klimmen we alsmaar door. In plaats van dat we meer zicht rondom krijgen, wordt het minder zicht om ons heen, maar het brede pad van af en toe steentjes en af en toe ruw beton of ruw asfalt is goed zichtbaar en prima begaanbaar.
Na een klim van twee uren vanuit het hotel bereiken we de top van deze etappe en ook van deze camino. Dat is op de plek waar een kruisweg bergop begint naar een kapel iets hogerop. 
Maar daar gaat de camino niet naar toe, en daarmee hebben we nu de top bereikt van onze camino-etappe. 

Afdaling langs veel windturbines
Dan beginnen we nu aan de afdaling, ook weer over een breed hellingpad, en nog steeds in een dichte mist van wolken.
Maar om 11:15 uur komt daar verandering in, want tijdens de afdaling zien we ineens de wolken optrekken uit het dal.
Prachtig dat we nu meer zicht over de vallei krijgen.
Zo’n vijf minuten later krijgen we zelfs voor het eerst zicht op de enorme windturbines, waarvan we onderweg in de mist steeds al enkele aan onze linkerhand hadden gehoord.
We dalen verder af, met nu wel steeds de windturbines vóór ons.
Zo langzamerhand vinden we het ook wel tijd worden voor een koffiepauze, maar een geschikte luwe plek hebben we nog niet gevonden. Totdat we dicht langs zo’n grote windturbine komen, waarvan we zien dat een stalen trap die toegang geeft tot een deur in de turbine aan de luwe kant van de turbine staat.  
We zetten de rugzakken tegen het hekwerk van de trap op het hoogste plateau, zodat we nog meer wind keren, en dan hebben we met de regencape weer aan een heerlijke plek voor onze koffiepauze gecreëerd. En de zon breekt nota bene ook nog heel even door, dus dat is dan ook al weer een kadootje op zo’n rustmoment.

Zorgzame Guardia Civil voor pelgrims in de regen
Meer realistisch dan optimistisch check ik voor de zekerheid de buienradar weer, want wellicht zouden we zonder regenkleding verder kunnen, en daar zag het vanmorgen vroeg wel naar uit. Echter, de actuele buienradar laat zien dat we de komende uren nog meer buien krijgen, soms licht, en soms wat harder, dus we houden onze regenkleding aan, en dat blijkt later een hele goede keus te zijn, want er komt in de rest van de etappe nog heel regelmatig regen over ons heen,
Om 12:10 uur zijn we bijna bij de verkeersweg aangekomen, waar de lage route en onze hoge bergroute bij elkaar komen. Ineens zien we de Franse pelgrim Thierry op ons af komen. Ik vraag hem wat hij hier doet, want hij loopt voor ons nu in tegengestelde richting. Hij vertelt dat hij de lage route rondom de berg heeft genomen, en dat hij nu nog even bij de kapel op de top wil kijken, in de veronderstelling dat dat dichtbij is. Ik vertel hem dat hij dan nog wel zeker een uur bergopwaarts moet, en dan over hetzelfde traject weer naar beneden. Daar kijkt hij van op, keert resoluut om, en loopt met ons mee naar de verkeersweg.
Daar aangekomen, zie ik rechts over die weg de twee Amerikaanse en de Canadese pelgrims op ons af komen, want ook zij hadden de lage route gekozen.
Wij draaien de asfaltweg op, waar een auto met twee agenten van de Guardia Civil erin staan te kijken welke pelgrims van de hoge en welke pelgrims van de lage route hier kruisen. We weten van voorheen dat de Guardia Civil het ook op zich neemt om op spannende momenten en plaatsen te checken of het onderweg goed gaat met de pelgrims. We groeten hen hartelijk, en zij idem naar ons.

Van Vilanova naar Vilanova de Camba
Aan de overzijde van de asfaltweg gaan we verder over halfverharde paden, en we weten dat we nu nog enkele buurtschappen door moeten om straks in Rodeiro aan te komen.
In optocht lopen we  verder, en ook nu weer langs windturbines, en ook nu steeds weer in de terugkerende regenbuien.
Het eerste gehucht waar we door komen, bereiken we ter hoogte van de openbare wasplaats van Vilanova.
Even later, lopend over een landweggetje, krijgen we Villanova de Camba in zicht. 
Als we het dorp in lopen, regent het behoorlijk, en worden we verwelkomd door een koe, die haar kop door een drinkgat in de muur van de schuur steekt; overigens een vermakelijk gezicht, zo’n nieuwsgierige koe.
Bij de kerk van Villanova de Camba, waar het fiks regent, staan we even onder een hele dikke boom, om daar een foto te maken van de dorpskerk.
Verderop in het veld achter de boerderij is een boer bezig om de mest van de mestbult op het weiland op een wagen te laden.
Wij gaan het buurtschap uit over een karrenspoor met diep ingesleten sporen, langzaam in de afdaling, en in de fikse regen.

Van de boer van Ermida naar inktvis in A Feira
Als we Ermida naderen, begint het zowaar enigszins op te klaren.
Dit buurtschap wandelen we binnen ter hoogte van de overnachtingsaccommodatie Casa do Cazador.
Over het erf van een boerderij lopen we het gehucht vervolgens uit.
Het volgende dorpje waar we doorheen komen, is A Feira. Enkele koeien en een gans staan in een armetierig modderig veldje bij een boerderijschuur.
Langs een Panaderia wandelen we het dorpje binnen.
Aan het dorpsplein hangt een waslijn vol was hopeloos te drogen. 
Ervóór staat een hele grote en oude openbare wasplaats. We gaan de straat in langs de wasstraat, die al lang niet meer in gebruik is.
Rechts van de straat staat een stenen schuur, die bestaat uit een dikke muur in het midden, met aan beide zijden een afdak. Waar dit toe dient of toe heeft gediend, is zo niet te zien.
Als we langs bar O Reicanto lopen, zien we vóór de bar twee dames aan het werk, die hier inktvissen staan te koken in een grote ketel. Eén van de vrouwen is bezig de tentakels van de inktvis in stukken te knippen. 
De ander biedt ons hun product aan met een houten etensbord, en de knippende vrouw vraagt ons of we inktvis van hen willen kopen. We bedanken vriendelijk voor het aanbod, vooral ook omdat we door de regen nu graag onze etappe vlot af willen maken.

Rodeiro
Dat vlot afmaken, vraagt nog wel enig geduld en voorzichtigheid, want we lopen A Feira uit over een smal hol pad, dat welbeschouwd eigenlijk niet meer is dan een rommelige en steenachtige waterloop. 
Maar verderop gaat het lopen over dit pad al veel comfortabeler.
En dan om 13:45 uur krijgen we voor het eerst zicht op Rodeiro.
Langs de brede asfaltweg wandelen we tien minuten later de bebouwde kom van Rodeiro binnen.
Op de rotonde in het dorp oriënteren we ons op de route naar de herberg Carpinteiras, waar we vannacht willen overnachten.
Bij de herberg aangekomen, ontmoeten we de Sloveense pelgrim, die ook al enkele dagen met ons op loopt, maar die zich tot nu toe wat afzijdig heeft gehouden. Ook hij heeft evenals de andere vier pelgrims de lage route rondom de berg genomen, en arriveert nu tegelijk met ons. Gedrieën gaan we naar binnen, waar we vlot kunnen inchecken en een slaapzaal en een stapelbed kunnen kiezen.
Later vanmiddag blijkt dat we hier vannacht in elk geval met tien pelgrims overnachten, namelijk de negen met wie we afgelopen nacht hebben overnacht in Vilaseco, waaronder ook twee Spaanse pelgrims die hun bagage van herberg naar herberg laten vervoeren, en verder is vóór ons al een andere Spaanse pelgrim gearriveerd, die eerder al eens kennis had gemaakt met de Franse pelgrim Thierry. 
Aan het begin van de avond halen we boodschappen in de supermarkt van Rodeiro, en dan eten we van een kant-en-klare maaltijd die we in de supermarkt hebben gehaald
De herberg waar we vannacht in verblijven, is nieuw, heel ruim, van alle gemakken voorzien, waarbij we heel graag ook gebruik maken van de wasmachine en de wasdroger, die overigens de hele middag staat te draaien voor al die inkomende natte pelgrims van vandaag.

Geen opmerkingen: