Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Diomondi naar Vilaseco
Donderdag 14 mei 2026 – 15,2 km.
Dag 9: 155,4 – 170,6 km.
Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 9e etappe, over een afstand van 15,2 kilometer, van Diomondi naar Vilaseco. We dalen daarbij van ongeveer 630 meter naar circa 625 meter hoogte, maar er zit ook een daling naar 250 en een klim naar 550 meter in deze etappe.
Vertrek uit Diomondi
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 7:00 uur in de parochiale pelgrimsherberg van Diomondi, maar omdat de Franse pelgrim al een half uur eerder begint te scharrelen, zijn wij eerder wakker, en staan we om 6:50 uur op. De Sloveense pelgrim is al wel wakker, maar blijft op bed, in elk geval totdat wij weg zijn. De twee Amerikaanse en de Canadese pelgrims die in de slaapzaal boven sliepen, zijn ook wakker, want we horen hen daar praten en rondlopen.
Durkje en ik ontbijten beneden in de grote eetzaal van de herberg.
Om 8:05 uur verlaten we de pelgrimsherberg.
We lopen nog eens vóór de kerk met het dieren-timpaan langs.
Dan gaan we door het gehucht A Portela van start met deze etappe.
Afdaling van Diomondi naar Belesar
We weten maar al te goed dat het eerste deel van deze etappe getekend zal zijn door de afdaling naar de rivier Río Miñho, en vervolgens een steile klim het rivierdal weer uit.
Maar eerst dus de afdaling vanuit Diomondi over een prachtig bergpad door de beboste berghelling. Dit rotsachtig pad is van oorsprong een onderdeel van de Romeinse weg, genaamd de Via Romana XVIII.
Onderweg gaat het bergpad over in een waar hellingpad met ook een haarspeldbocht.
Na een voorzichtige afdaling van ongeveer een half uur, krijgen we tussen de bomen door voor het eerst het zicht op de Río Miñho.
En vijf minuten later komen we op een open hellingpad, waardoor we een prachtig uitzicht krijgen over de riviervallei rechtsachter ons en rechtsvóór ons.
Hoe verder we naar beneden lopen over het hellingpad, hoe beter zicht we krijgen op het plaatsje Belesar aan de rivier.
De berghellingen aan de overzijde van de rivier, en ook aan onze zijde van de rivier zijn begroeid met wijngaarden. Vlak vóór het binnenwandelen van Belesar zien we dat de wijnboeren vanaf het hellingpad met platte stenen trappen hebben gemaakt tegen de berghelling, waarmee ze vanaf het hellingpad omhoog kunnen lopen naar de wijngaard boven het hellingpad.
In een schuur bij één van de eerste huizen van Belesar zie ik een partij brandhout liggen, wat ook voor houtovens gebruikt zou kunnen worden.
In Belasar de Río Miñho over
Onderaan het hellingpad in het dorpje eindigt de afdaling bij de openbare wasplaats.
Hier steken we de doorgaande weg langs de rivier over, om via de rivierbrug de Río Miñho over te steken.
Halverwege de brug heeft iemand een paars-geel figuur aan de brugleuning bevestigd, met daarbij een informatieblad in verschillende talen. Gemeld wordt daarop dat er in de regio van Chantada veel mensen lijden aan dementie, maar dat daarop nog een taboe heerst. De initiatiefnemer vraagt derhalve aan alle passerende pelgrims om een foto van zichzelf te maken en die te publiceren op de Facebook-pagina die hiertoe is aangemaakt, om zo zoveel mogelijk aandacht te genereren voor de problematiek van dementie.
Om 9:05 uur staan we aan de overzijde van de rivier. De klok van de kerk heeft zojuist geluid voor het negende uur.
Als we willen beginnen aan de klim vanuit Belesar en nog even achterom kijken naar waar we zojuist de afdaling hebben gehad, zien we dat de Canadese pelgrim Daphne en de twee Amerikaanse pelgrims (moeder Cynthia & dochter Rachel) net op dat moment zichtbaar worden op het hellingpad aan de overzijde, waar je het volle overzicht krijgt over de riviervallei.
Steile klim bergopwaarts
Vergeleken met de afdaling die we zojuist hadden, volgt nu een hele steile klim bergopwaarts.
Bij het eerste huis aan de voet van de berghelling worden we toegeblaft door een grote hond van achter een toegangshek.
We zetten de steile klim in op een rotsachtig pad.
Het steile bergpad kruist hier en daar de asfaltweg, die met haarspeldbochten bergop gaat. Soms moeten we een eindje over zo’n asfaltweg lopen, bijvoorbeeld waar we het bergdorpje A Ermida binnen wandelen.
Hier is ook het wijnhuis van de Bodegas Via Romana, waar we aan voorbijgaan.
Van Ponte Ermida naar de top in San Pedro de Lincora
Na het eerste deel van deze klim moeten we ineens een eind bij een hellingpad naar beneden. Dat voelt vreemd bij een klim, maar het klopt wel.
We dalen af naar de ruïne van de voormalige watermolen aan een bergriviertje. Daar moeten we het snel stromende water oversteken via enkele stapstenen, om droge voeten te houden.
Daarna gaat het direct weer bergopwaarts, langs een huis, waar een bang-achtige kettinghond ons vervaarlijk toeblaft.
Aan het eind van de bebouwde kom staan we weer op de doorgaande asfaltweg.
We volgen de asfaltweg, en het eerste bergdorpje waar we dan doorheen komen, is Os Queixeiros.
Daarna volgt weer een hele steile klim over rotsblokken, met ertussen de vochtige aarde die door wilde zwijnen geheel overhoop is gehaald, omdat ze hier op zoek waren naar tamme kastanjes die hier rijkelijk op het pad liggen.
Bij Rubias ter hoogte van een boerderij eindigt de steile klim.
Dan is het nog maar een klein eindje naar San Pedro de Lincora.
Bij het ommuurde kerkhof met daarop ook de San Pedro-dorpskerk lopen we de bebouwde kom van San Pedro de Lincora binnen.
Zoals dat in Spanje heel gebruikelijk is, zijn ook hier veel graven rijkelijk versierd met bloemstukken, natuurlijke en van kunststof gemaakt.
Door A Ponte naar Chantada
Voorbij de San Pedro-kerk volgen we voortdurend de asfaltwegen richting Chantada. Zo’n 25 minuten later naderen we O Ponte.
Even later wandelen we de bebouwde kom in van O Ponte.
Bij het begin van de bebouwde kom, gaan we een brug op.
Deze brug overspant hier de Río Asma.
Een man zit aan de overzijde van de brug op een muurtje verzonken in zijn smartphone.
Wij lopen langs een parkje naar de binnenstad van Chantada.
Voorbij het politieburo wandelen we onder een arcade door naar de binnenstad.
Daarbij passeren we de oude kerk van Chantada.
Daar zien we – als we omkijken – de VVV van Chantada, waar we naar binnen gaan. In de ontvangstruimte staat een houten model van een 100-kilometerpaal van de Camino de Invierno.
Hier kun je ook pelgrimspaspoorten kopen, want als je in Chantada begint en de pelgrimstocht volbracht met tenminste twee stempels per dag in je pelgrimspoort, dan kun je bij aankomst in Santiago de Compostela een getuigschrift krijgen, waarmee de bisschop verklaart dat je de Camino naar Santiago de Compostela reglementair hebt volbracht.
We krijgen van de VVV-medewerkster de gevraagde stempels in onze pelgrimspaspoorten.
Dan verlaten we de VVV, waar momenteel overigens ook een expositie is te zien van uiteenlopende schilderijen.
Chantada
Als we de kerk passeren, zien we dat de kerkdeur open staat. Dat is niet zo vaak het geval als wij langs een kerk komen, maar nu dus wel, en daar gaan we ook gebruik van maken.
We maken een rondje door de kerkzaal, om de kerk te bezichtigen.
Op een kruispunt van wegen kijken we wat we nu eerst gaan doen. We vragen een vrouw op straat waar hier in de buurt een supermarkt is, want we moeten voor vandaag en voor morgen boodschappen halen, omdat Vilaseco – waar we nu naar toe gaan – geen levensmiddelenwinkel(s) heeft. De vrouw wijst ons de route, en dan lopen we naar de Eroski-supermarkt, waar we alles kunnen kopen wat we voor vandaag en morgen nodig hebben.
Met de boodschappen in de rugzakken en in de hand lopen we een eindje terug, naar een café, waar we onze inmiddels welverdiende koffiepauze zullen hebben. Ieder twee koppen koffie met cake en met een kolossale croissant erbij, en dan zijn wij weer voldoende gevoed voor de tweede helft van onze etappe van vandaag.
Door gezellige straten en door het voetgangersgebied en over een plein doorkruisen we de rest van Chantada.
Dan volgt een klim de stad uit, onder andere langs een schoolpleinmuur, waarop veel muurschilderingen van allerlei aard en kunstzinnigheid staan.
Over een lange en alsmaar stijgende brede straat lopen we Chantada uit.
Van Centulle via Casasoa naar San Xurxos
Net buiten Chantada komen we eerst door het buurtschap Centulle.
Duidelijk is te zien dat dit een agrarisch gehucht is.
Datzelfde geldt voor het plaatsje Casasoa, waar in het begin van het buurtschap een prominent hórreo staat.
En ook als we het buurtschap San Xurxos voorbijgaan, kun je wel zien dat dat overwegend agrarisch van aard is.
Nog 99,678 kilometer te gaan
Voorbij San Xurxos steken we de drukke verkeersweg over, om aan de andere zijde over een smal paadje langs de CG-2-1 te lopen, daarbij gadegeslagen door twee paarden in de wei langs de weg.
Iets verderop draait de route een eindje van de drukke weg af, en gaat de route verder over een halfverhard karrenspoor, parallel aan de CG-2.1.
De Camino-wegwijzerpalen langs de route tellen de kilometers in nota bene drie cijfers achter de komma af, en we zijn ons ervan bewust dat we straks de (nog) 100-kilometerpaal zullen passeren. Maar de exact honderdkilometerpaal staat niet langs het pad, zoals dat wel het geval is bij de Camino Franchés.
Om 13:04 uur namelijk komen we langs kilometerpaal 99,678, waarmee duidelijk wordt dat het vanaf hier geen honderd kilometer gaans meer is tot in Santiago de Compostela.
Halte Vilaseco
Nu komt overigens ook het einde van onze etappe van vandaag in zicht, want even later wandelen we door het buurtschap Boán.
En dan nog een klein eindje, en we staan op het kruispunt bij het plaatsje A Lucenza.
Hier verlaten we tot nader order de reguliere camino-route, omdat we nu over een alternatief traject eerst naar Hotel Vilaseco wandelen.
Dat luxe hotel heeft op uitzonderlijke wijze op zolder drie grote slaapzalen ingericht, waar pelgrims kunnen overnachten op individuele bedden op rij.
Om 13:35 uur gaan we Hotel Vilaseco binnen.
Overnachten in de pelgrimsherberg van Hotel Vilaseco
We worden binnen ontvangen door een werkneemster, die ons na enig overleg meeneemt naar de bovenverdieping. Ze toont ons daar de sanitaire ruimtes en laat ons kiezen in welke van de slaapzalen we ons willen installeren.
Later vanmiddag zal de baas komen, vertelt ze, die ons officieel zal registeren/inchecken.
We kiezen slaapzaal twee, en installeren ons daar.
Na het douchen, beginnen we in de ruime huiskamer van het hotel met onze verslaglegging van onze belevenissen van vandaag. Durkje heeft de schone was dan al over haar wandelstokken buiten hangen op het balkon.
Dan arriveert ook de Franse pelgrim Thierry, die wordt ingecheckt door de hoteleigenaar, waarna wij ons ook direct maar registreren als gast.
Later vanmiddag komen de twee Amerikaanse en de Canadese dames er ook nog bij, maar deze drie pelgrims hebben samen één hotelkamer gekozen, en komen dus vannacht niet in één van de slaapzalen.
Nog weer later arriveert ook de Sloveense pelgrim, die zich installeert bij de Franse pelgrim in de slaapzaal naast die van ons.
De hoteleigenaar vertelt dat we vanavond om 20:30 uur worden verwacht in het restaurant voor ons pelgrimsmenu van soep en paëlla, en dat we morgenochtend om 8:00 uur worden verwacht voor het ontbijt.
Ondertussen komen er ook nog enkele andere hotelgasten in het hotel, van wie de rugzakken en een koffer vooraf al zijn bezorgd in de hotelreceptie. Dat blijken twee Spaanse pelgrims te zijn, die een hotelkamer hebben geboekt.
Vanavond sluiten we deze pelgrimsdag dus af in het restaurant van Hotel Vilaseco met een gezamenlijke pelgrims-maaltijd met acht pelgrims, en dan hebben we al weer een dag op de camino beleefd, en nu geen honderd kilometer meer te gaan naar Santiago de Compostela.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten