zaterdag 6 juni 2026

Pelgrimeren van Soldón naar A Ponte Barxa de Lor

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Soldón naar A Ponte Barxa de Lor
Zondag 10 mei 2026 – 22,9 km.
Dag 6: 90,5 – 113,4 km.
 
Over een rotsachtig hellingpad van Ponte Castelo naar Caspedro

Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrims-routes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 6e etappe, over een afstand van 22,9 kilometer, van Soldón naar A Ponte de Barxa de Lor. We stijgen daarbij van ongeveer 250 meter naar circa 300 meter hoogte, maar er zitten wel enkele klimmen in deze etappe tot zo’n 600 meter.

Vertrek uit Soldón
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 6:15 uur in het appartement O Muiño in Soldón. 
Durkje en ik ontbijten in de woonkamer van het appartement.
En voordat we vertrekken, hebben we nog iets belangrijks te doen, want onze jongste kleinzoon Simeon in Grou viert vandaag zijn eerste verjaardag. Daartoe maken we in ons appartement eerst een felicitatiefilmpje als pake & beppe, en dat gaat direct met gezwinde spoed via WhatsApp naar huize Koehoorn in Fryslân, waar de naaste familie vandaag bijeen is om die belangrijke eerste verjaardag luister bij te zetten. 
Om 7:35 uur verlaten we ons appartement en dan gaan we van start.
Het viaduct steekt ver boven het dorpje uit.  
We steken eerst via de lage brug de Río Soldón over.
Langs de rivier de Sil lopen we in de richting van Os Sequeiros, maar voordat we dat dorpje aan de rivier bereiken, gaan we onder de verkeersweg door om een klim te maken over een hellingpad in de richting van Os Novais. Al om 8:10 uur krijgen we vanaf de hoogte van het hellingpad het eerste zicht op de stad Quiroga, waar we straks willen pauzeren.

Os Novais
Maar eerst lopen we nog het dorpje Os Novais binnen.
Een groepje van vier katten, die dicht tegen elkaar aan liggen bij de ingang van het dorpje, ziet ons komen en passeren.
In een schuur in het dorpje zien we een oude houten kar, een oude fiets aan de muur, en brandhout.
Voorbij de eerste gebouwen lopen we door naar de oude burcht (Castillo) van Os Novais.
We doorkruisen het bergdorpje Castillo Novais.
Daarbij passeren we ook de kapel van Sint Rochus. In de kapel zien we twee beeldjes staan van deze heilige.
Hoog boven de woonstraat torent de ruïne van de oude burcht van Castillo Novais.
Een geel geschilderde caminopijl wijst ons de weg door de smalle straat.
Bij één van de huizen aan de route hebben de bewoners allerhande curiosa opgehangen die te maken hebben met de Camino de Invierno en met het pelgrimeren in het algemeen.
Er hangt bijvoorbeeld een etappekaart en een aantal Sint-Jacobsschelpen met daarop uiteenlopende teksten geschreven.
Ook hangen er diverse richtingwijzers, specifiek van de Camino de Invierno, en ook in meer algemene zin van de Camino de Santiago.
Als we naar de rand van het dorpje lopen, waar we een smal hellingpad naar beneden zullen nemen, zien we achter ons een contour van een pelgrim geschilderd op een stuk hout. Daar verlaten we het dorpje.
We lopen dan over een ruig hellingpad naar beneden.
Daar steken we een oude stenen boogbrug over. Een informatiepaneel bij deze oude brug meldt dat men vermoedt dat de Romeinen zo’n tweeduizend jaar geleden hier al een stenen boogbrug hebben gebouwd. Daar is in de Middeleeuwen een nieuwe brug voor in de plaats gekomen. Verder meldt dat informatiebord dat de Napoleontische troepen die indertijd optrokken naar Quiroga, hier over deze brug zijn getrokken, op weg naar Quiroga. Wij wandelen hier dus in hele oude voetsporen.
Voorbij deze oude stenen boogbrug gaan we bergopwaarts verder, en dan zien we nog één keer aan de overzijde van de kloof de burchtruïne van Castillo Novais in volle glorie.

Van Castillo Novais via Caspedro richting Quiroga
Het hellingpad waar we nu op voortgaan, is nogal ruig, met een ondergrond van rotsen en dikke stenen, en bovendien nogal nat, dus het is uitkijken geblazen dat we niet uitglijden en vallen.
En dan tot onze verrassing zien we de burcht van Castillo Novais nog eens achter ons.
We volgen de hellingpaden in de richting van Quiroga, en hebben vlak vóór negen uur al een heel duidelijk zicht op de stad waar we koffie willen drinken.
Maar nog voordat we de stad in gaan, komen we door het dorpje Caspedro.
Eén van de huizen in het dorp heeft het deurkozijn geheel gedecoreerd met witte Sint-Jacobsschelpen.
Aan het eind van de bebouwing van Caspedro zien we Quiroga weer in het dal.
In Os Escanos steken we via de brug een beekje over, dat verderop uitmondt in de rivier de Sil, en dan wandelen we de bebouwde kom binnen van Quiroga.

Koffie en inktvis in Quiroga
We volgen de lange hoofdstraat door de stad, en zien op verschillende plekken grote muurschilderingen.
Dan komen we langs de herberg van Quiroga. Vóór de herberg staat een cortex stalen beeld van een pelgrim.
Enkele jonge mensen staan bij de ingang van de herberg. We proberen binnen een herbergstempel te verkrijgen, maar dat lukt niet, want het kantoor van de herberg is gesloten.
Daarom lopen we verder door de hoofdstraat in de richting van het centrum. We passeren dan weer enkele muurschilderingen.
Rechts in een zijstraat zijn marktkooplui bezig de zondagse warenmarkt op te bouwen.
Op een hele grote kopgevel staat een enorme muurschildering van een vrouwelijke pelgrim, met eronder een grote witte Sint-Jacobsschelp geschilderd.
Hier steken we de hoofdstraat over, om bij het café A Bótica binnen te gaan, waar we koffie met tostada tomate bestellen, om hiermee onze koffiepauze op deze Moederdag te vieren. 
Daarna nóg maar een kop koffie, want straks volgt een lange beklimming. Van achter in het café hebben we het zicht op de kerk van Quiroga, die achter de gebouwen van de hoofdstraat is gebouwd.
Er tegenover zien we twee muurschilderingen. 
Als we het café uit komen, zien we dat drie marktkooplui op straat een hele grote ketel met water hebben opgestookt.
Ze koken hier een groot aantal hele grote inktvissen, wellicht om die straks te verkopen.
Als ik er een foto van maak, is één van de vrouwen zo vriendelijk om één van die grote inktvissen even uit de ketel te trekken, om die te laten zien.
Door de hoofdstraat verder lopend, zien we wederom zo’n grote muurschildering op een kopgevel.
Bij de VVV aangekomen, voelt Durkje aan de toegangsdeur, die gesloten blijkt te zijn. Maar de jongedame in de VVV doet de deur open, en dan gaan we naar binnen, om hier een stempel af te halen voor onze pelgrimspaspoorten.
Dan wandelen we naar het eind van de bebouwde kom van Quiroga.
Vlak vóór de lange rivierbrug zien we een tuin, waarin bijzondere objecten zijn geïnstalleerd, waaronder een klein model van een hórreo (graanschuurtje), die in Galicië veel voorkomen.

San Clodio
Dan steken we via de lange rivierbrug de Río Sil over.
We wandelen daar de plaats San Clodio binnen.
Hier en daar in de hoofdstraat van San Clodio zien we de welbekende Banco’s Peregrino staan.
We doorkruisen San Clodio, en komen daarbij langs het plaatselijke treinstation.
Aan het eind van het dorp, voorbij het laatste café steken we via de zogenoemde ‘ijzeren brug’ de rivier Sil weer over, en dan gaat het verder langs de N-120.
Maar voordat we verder gaan, zoeken we even een stille plek op waar we mim in Drachten bellen, want het is vandaag Moederdag, en dan willen we natuurlijk niet vergeten om daar ook de gewenste aandacht aan te besteden. We bellen mim om van beide zijden elkaar op de hoogte te brengen van elkaars wel en wee.

Espandariz en Nocedo
Om 11:05 uur wandelen we de bebouwde kom van Espandariz binnen, waarvan de eerste bebouwing een eindje verderop staat.
We volgen de wegwijzers van de Camino de Invierno en/met de gele caminopijlen.
Waar we op de LU-933 van de N-120 af draaien, komen we bij het dorpje Nocedo.
We hebben tot nu toe vandaag prima weer gehad, behoudens een heel klein beetje miezerachtige regen toen we Quiroga binnen wandelden, maar nu is de wolkenlucht dreigend, begint het harder te waaien, en krijgen we zowaar met regen te maken, en wel zoveel dat we daar niet zonder regenkleding doorheen zouden willen lopen.
Gelukkig staat er vlak vóór het kombord van Nocedo een abri, waarin we kunnen schuilen en onze regenkleding aan zouden kunnen trekken. 
Eerst kijken we nog wel even op de tamelijk betrouwbare buienradar van Weeronline, en wel op de gedetailleerde versie ervan voor wat betreft Nocedo. Die laat zien dat hier sprake is van een bui van ongeveer een kwartier, en daarop vertrouwend, besluiten we de regenkleding niet aan te trekken, maar die bui af te wachten. En zowaar, een kwartier later is het droog, en blijft het droog, precies zoals Weeronline had laten zien.

Een hoge en langdurige klimpartij bergop
We weten dat vanuit Nocedo een lange klimpartij zal volgen, want we moeten over een behoorlijk lange afstand in de bergen nu een klim van zo’n 300 hoogtemeters maken. Daartoe zetten we rustig de eerste klim in over de brede asfaltweg van de LU-933. Ik krijg onderweg last van een stekende pijn in mijn linkerknie, maar kan die verderop na de overgang op een ruig en ongelijk steenachtig bergpad in het volgende traject goed eruit lopen, dus het gaat pijnloos, maar wel nog voorzichtig en met aandacht verder, met goed resultaat. 
Nu volgt een ongeveer vijf kilometer lange klim, alsmaar hogerop, tussen heerlijk geurende geelbloeiende bremstruiken, en verderop door een kaal berglandschap, waarbij we - hoe verder we komen - enorme vergezichten krijgen in dit ruige berglandschap.
Iemand heeft onderweg van stenen een caminokruis geformeerd op het pad, wat ook een teken is dat andere pelgrims ons hier voorgingen. Dat is overigens het enige teken van pelgrimsleven dat we onderweg vandaag zien, want er is vandaag op en langs het pad geen gaande pelgrim te bekennen.
Iets hogerop komen we weer iets meer tussen bomen en struiken te lopen.
En dan rond 13:00 uur zien we boven in de verte de tamelijk grote kapel Capela dos Remedios op eenzame hoogte staan. 
Maar in de bergen kun je niet zomaar rechtdoor daar naar toe lopen, en we zien aan de bergformaties wel dat we nog met een hele grote boog rechtsom over een hellingpad langs de flanken van de bergen een fikse omweg moeten maken.
Daarbij horen we na die lange omweg linksonder ons tegen de berghelling het water snel stromend naar beneden gaan, hetgeen erop wijst dat we een binnenbocht naderen, om voorbij die scherpe bocht weer opwaarts verder te kunnen over het hellingpad.
En dan gaat het zo langzamerhand weer omhoog over het brede bergpad.
Om 13:40 uur bereiken we het hoogste punt, met wederom een enorm vergezicht over de bergen achter ons.

Lunchen op grote hoogte bij de Capela dos Remedios
We zijn nu gearriveerd bij de Capela dos Remedios. 
Helaas is de toegangsdeur van de kapel op slot, dus we kunnen er niet naar binnen.
Door de tralies zien we wel enkele banken langs de muren, en tegen de achterwand het altaar.
We kunnen dus helaas niet naar binnen, om uit de wind even op een bankje te gaan zitten. Ook buiten staat aan geen enkele zijde van de  kapel een bankje waarmee de passerende pelgrim blij gemaakt zou kunnen worden.
We hebben nu twee uren onafgebroken geklommen, en het is de hoogste tijd om onze lunchpauze te houden. We lossen dat op door uit de wind op enkele rotsstenen te gaan zitten tegen de muur van de kapel. Daar houden we onze lunchpauze, en ondertussen begint het even heel licht te regenen, maar gelukkig is het direct daarna al weer droog.

Bergafwaarts door Carbalo de Lor
Als we na deze lunchpauze weer verder gaan, is het einde van onze dagetappe figuurlijk, en zeker ook letterlijk in zicht, want vanaf de berg kunnen we linksvóór ons al ons eindpunt onder het hoge viaduct zien liggen, op grote afstand diep in het rivierdal. Dáár ligt A Ponte Barxa de Lor.
We zetten opgewekt de afdaling in. Het zonnetje schijnt inmiddels heerlijk, en het gaat niet steil naar beneden, dus we lopen heerlijk ontspannen bergafwaarts. 
Eerst komen we nog door het bergdorpje Carbalo de Lor. 
Ook hier zien we verlaten gebouwen, veelal gebouwd van ruig berggesteente.
Tegen een muur zien we een mooie afbeelding van een middeleeuwse pelgrim in traditionele kledij.
Om 14:20 uur lopen we Carbalo de Lor uit.

Over de middeleeuwse brug van A Ponte Barxa de Lor
Dan begint het toch nog weer te regenen. Niet hard genoeg om de regenkleding voor de laatste twee kilometers nog aan te trekken, en eigenlijk net iets te hard om zomaar door te lopen. We schuilen heel even en gelukkig lopen we door een hol bergpad, beschut tegen de aanrukkende wind van links, waardoor het nog wel gaat om zonder regenkleding verder te gaan.
Als we om 14:40 uur A Ponte Barxa binnen lopen, is het nagenoeg droog.
We komen bij de rivier de Lor, bij de hele oude stenen boogbrug.
Deze eeuwenoude brug steken we over om het dorp verder in te kunnen gaan.
Naast de brug staat een hoge ruïne aan de oever van de rivier.
Aan de overzijde van de boogbrug moeten we trouwens direct linksaf om af te dalen in de richting van onze overnachtingsaccommodatie.
Als we het eerste gebouw voorbij lopen, en achterom kijken, krijgen we een prachtig zicht op de hoge stenen boogbrug waar we zojuist over heen zijn gelopen.

Pensión Pacita diep in de vallei van de Río Lor
We hebben zojuist de doorgaande route van het pelgrimspad verlaten, omdat we langs de rivier naar Pensión Pacita moeten lopen, waar we vannacht zullen overnachten.
Het pension staat bijna onder het hele hoge viaduct dat hier over de vallei ligt. 
In de receptie van het pension worden we hartelijk ontvangen door de eigenaren van het pension, een vader en zijn zoon, die hier het pension exploiteren. Moeder is helaas al overleden, dus met zijn tweeën runnen ze nu het pension.
Ze zijn heel vriendelijk en gastvrij, en doen er alles aan om ons hartelijk te ontvangen.
We worden naar onze kamer begeleid, en als we vragen om een ruimte waar we aan een tafel kunnen zitten, blijkt dat ze tegenover onze kamer een ontbijtkamer hebben ingericht, waar van alles klaar staat voor ons verblijf vanmiddag en voor ons ontbijt van morgenochtend.
De verwarming gaat aan, en we hebben vanmiddag twee prachtige kamers waarin we genoeglijk kunnen verblijven.
Vanavond kookt de zoon voor ons, en eten we beneden in de receptie, waar we vriendelijk worden bediend door de zoon. De oude vader is er bij, en geniet er ook van. 
Na het hoofdgerecht krijgen we de vraag welk nagerecht we willen kiezen, waarbij de zoon nog even duidelijk maakt dat hij zelf cheese cake heeft gemaakt. Dan kunnen we dat natuurlijk niet weigeren, dus dat bestellen we, waarna we een buitengewoon heerlijk nagerecht krijgen geserveerd.
Na nog een tijdje met vader en zoon gesproken te hebben, betalen we voor de kamer, het diner en het ontbijt, en nemen we afscheid van de beide hartelijke heren, en vertellen we dat we morgenochtend zo ongeveer om acht uur zullen vertrekken richting Monforte de Lemos.
Maar nu is eerst een goede nachtrust gewenst in de stilte van dit kleine bergdorpje, diep verscholen in de vallei van de Río Lor. 

Geen opmerkingen: