vrijdag 5 juni 2026

Pelgrimeren van Puente de Domingo Flórez naar O Barco de Valdeorras

Pelgrimsroute van Ponferrada (S) naar Santiago de Compostela (S)
Camino de Invierno van Ponferrada naar Santiago de Compostela
Van Puente de Domingo Flórez naar O Barco de Valdeorras
Donderdag 7 mei 2026 – 18,7 km.
Dag 3: 37,0 – 55,7 km.
 
Afdaling naar de oever van stuwmeer 'Embalse de Erós'


















Spaanse Camino de Invierno
Vanuit verschillende windstreken van Spanje lopen allerlei Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela.
Durkje en ik hebben ervoor gekozen om dit jaar - in 2026 - de gehele Camino de Invierno te lopen tot in Santiago de Compostela.
Deze ‘Camino de Invierno’ is de ongeveer 270 kilometer lange pelgrimstocht van Ponferrada naar Santiago de Compostela.
Vandaag lopen we van deze Camino de Invierno onze 3e etappe, over een afstand van 18,7 kilometer, van Puente de Domingo Flórez naar O Barco de Valdeorras. We dalen daarbij van ongeveer 425 meter naar circa 330 meter hoogte.

Vertrek uit Puente de Domingo Flórez
Onze wekker hadden we voor vanmorgen gezet op 6:45 uur in de gemeentelijke pelgrimsherberg van Puente de Domingo Flórez waar we vannacht in de slaapzaal hebben overnacht met de Spaanse pelgrim uit Vigo, de Nieuw-Zeelandse pelgrim van het Zuider Eiland en de Noorse pelgrim uit de regio van Oslo. Als ik opsta, is de Spaanse pelgrim al weg, en even later vertrekt ook de Nieuw-Zeelandse, en als Durkje en ik met het klaarmaken van ons ontbijt en lunch beginnen, vertrekt ook de Noorse pelgrim.
Durkje en ik ontbijten staande aan het aanrecht in de keuken van de pelgrimsherberg, want een tafel met stoelen heeft deze – overigens echt helemaal gratis - herberg niet, en als we dat klaar hebben, maken we ons gereed voor vertrek.
Om 7:45 uur sluiten we de pelgrimsherbergslaapzaal af en verlaten we onze pelgrimsherberg.
Dan lopen we door het dorp naar de rivierbrug, waarmee we de Río Sil oversteken.

Quereño
Direct buiten Puente de Domingo Flórez wandelen we de bebouwde kom van het naburige dorpje Quereño binnen.
Dan maakt een groot informatiebord ons duidelijk dat we hier de provincie Galicië binnenwandelen. Ook Santiago de Compostela ligt in deze provincie Galicië.

Embalse de Eirós
Aan de dorpsrand van Quereño moeten we om de hoog opgaande damwand van het stuwmeer, de Embalse de Eirós heen lopen.
Voorbij die stuwdam zetten we de klim in over een steenachtig pad.
Na enige tijd zien we van bovenaf heel duidelijk de stuwdam van dit grote stuwmeer. 
We moeten even behoorlijk klimmen, en als we even later over een hoog punt heen zijn gekomen, krijgen we een prachtig uitzicht over het berglandschap dat we vandaag zullen doorkruisen.
We komen op een uitzichtpunt, vanwaar we een schitterend vergezicht krijgen over het stuwmeer.
Vanaf dat moment zetten we de afdaling in langs dit stuwmeer.
Op het steenachtige pad zien we een dode hazelworm liggen.
We gaan door een klein spoorviaduct, om daarna het pad parallel aan dit spoor en het stuwmeer te volgen.
Rechts van het pad zie ik een nog kleine boomstronk met witte zwammen op het dode hout.

Pumares
Bij het dorpje Pumares worden we welkom geheten door een vrolijke afbeelding van een wandelende pelgrim.
Daarmee worden we begroet met de pelgrimsgroet ‘Buen Camino’.
We lopen door de smalle straten van dit kleine bergdorpje.
Rechts bij een woning heeft men een plantenrek opgesteld, waarop ook de pelgrimsgroet ‘Buen Camino’ is geschilderd.
Waar we in het dorp rechtsaf moeten, wijst een informatiebord ons erop dat we iets verder een stempelpost zullen vinden.
En ja hoor, slechts enkele meters verderop bij een huis heeft men een buitenstempelpost ingericht.
Een bonte verzameling van allerlei zaken die te maken hebben met het pelgrimeren, heeft men hier tegen de gevel van het huis tentoongesteld. 
Daarmee kom je als pelgrim heerlijk in de sfeer om een afdruk van dit hier beschikbare stempel in de beide pelgrims-paspoorten te zetten, hetgeen we graag doen.
Er staat een kluisje bij waarin op voorhand bedankt wordt voor een donativo (vrijwillige gift), waar we uiteraard een passende beloning voor de initiatiefnemer in doen. Fijn dat er mensen zijn langs de route die zo zorgvuldig bieden waar de pelgrim vrolijk van wordt.
Voordat we Pumares verlaten, wandelen we nog langs een eenvoudige muurschildering op een kopgevel. 
Daarna zetten we de klim weer in, en laten we Pumares in de diepte achter ons.

De buitenkapel van Nogueiras
Om 9:35 uur bereiken we de ruïnes van Nogueiras. 
Direct bij aankomst zien we bovenaan een met leisteen geplaveid pad een buitenkapel.
We lopen het opgaande pad op, en zien dan een met allerhande versieringen gedecoreerde stenen zuil met daarop Maria boven een groot kruis.
Als we om de ruïne heen draaien, komen we langs het model van een hele oude stenen houtoven, waarmee men in vervlogen tijden bijvoorbeeld brood bakte.
Daarna passeren we in de berm van het bergpad een caminozuil van de provincie Galicië, waarop met een wel al te nauwkeurige aanduiding staat aangegeven dat het vanaf hier nog  222,591 kilometer gaans is naar Santiago de Compostela.

Koffie in Sobradelo
Iets na tien uur zien we in de verte de plaats Sobradelo liggen.
We moeten nog behoorlijk ver voordat we daar zijn, en gaan verder over het prachtige hellingpad dat we vandaag kilometers lang over de flanken van de enorme bergen lopen.
Hier en daar horen we waterstroompjes van boven uit de bergen naar beneden stromen, naar de Rió Sil, links van ons in de diepte van de riviervallei. Eén van die stromen is volgens een naambord erbij de waterval van Milagrosa. Als we de bergwand naar boven bekijken, zien we het water in elk geval op drie plekken in de vorm van een kleine waterval naar beneden vallen.
Twintig minuten later lopen we over de geplaveide weg de plaats Sobradelo binnen.
Rechts van de weg groeit een grote cactus.
Links in de diepte van de riviervallei zien we een kerk van Sobradelo.
Nog iets verder van ons verwijderd, en nog dieper in de vallei zien we de 17e eeuwse boogbrug over de Río Sil, die rust op de fundamenten die hier door de Romeinen zo’n tweeduizend jaar geleden zijn gelegd.
De grote gele pijl wijst ons de weg door het dorp.
Dan zien we recht vóór ons de Bar Mar, met op de muur een enorme gele caminopijl. En ook een zwaardkruis door een Sint-Jacobsschelp met erboven de caminonaam ‘Camino de Invierno’.
Bij de eigenaar Manuel – met een lange grijze baard – bestellen we Café  Americano met toastbrood met tomatenpulp, en dan genieten we op het terras van Bar Mar heerlijk van onze koffiepauze, nu we de eerste tien kilometers van onze dagetappe hebben volbracht.
Vlak voordat we vertrekken, voegt ook de Noorse pelgrim zich bij ons aan tafel, die hier ook zijn koffiepauze houdt.
Manuel wijst ons erop dat zijn hele grote caminopijl op de gevel waarlijk aangeeft dat we naast zijn bar een steegje in moeten, waarin we recht op een metalen gestileerde gele caminopijl aanlopen, die ons duidelijk maakt dat we linksaf moeten gaan.
Om 11:20 uur wandelen we de plaats Sobradelo uit.

Over de Ponte Roma door Entoma
We hebben vandaag prachtig zonnig weer, met volop zon en een bijna helderblauwe lucht. Voorbij Sobradela moeten we langs de drukke autoweg in de richting van Entoma lopen.
Vóór ons zien we dan een aantal grote wijngaarden tegen de hoog opgaande bergwanden.
Ruim een kwartier nadat we Sobradela verlieten, wandelen we al de bebouwde kom van Entoma binnen.
Vanaf de brede asfaltweg gaan we heuvelafwaarts naar het centrum van dit dorpje.
Links van ons groeit en bloeit een grote variatie aan planten tegen de hoge rots- en steenwand langs de straat. 
Rechts komen we langs een metalen hek waarin een groot aantal caminogele pelgrims-symbolen zijn verwerkt, zoals een caminopijl en vooral veel Sint-Jacobsschelpen.
Door de smalle dorpsstraat dalen we af naar de rivier die het dorp doorsnijdt.
De rivier moeten we oversteken via de zogenoemde Ponte Romana, ofwel een romaanse boogbrug die hier over de rivier de Galir is gebouwd.
Aan de overzijde van de rivier zijn enkele mensfiguren opgesteld, waarvan er één een pelgrim is.
Diep onder deze 17e eeuwse rivierbrug stroomt snel de rivier de Galir.
Ook dit dorp is qua straatbeeld weer even schilderachtig als die van de voorgaande dorpen die we doorkruisten.
Door een smal straatje rechts van de dorpsstraat zie ik de kerk staan.
De gevel is op heel traditionele wijze met grote keien opgemetseld, wat een bijzonder decoratief geheel laat zien.
In het dorpscentrum laat een wegwijzer ons zien dat we rechtsaf verder moeten lopen.
Daar staat overigens een al lang leegstaand huis met ook wel weer een heel bijzonder vervallen gevel.
Vlak voordat we het dorp verlaten, ontmoeten we een vrouw, die verderop een groot aantal kruiden heeft geplukt. Het ziet er naar uit dat ze die heeft geplukt om bijvoorbeeld de kippen te voeren. Volgens mij maakt ze ons duidelijk dat we beter over de drukke asfaltweg naar O Barco de Valdeorreas kunnen lopen, dan het zware bergtraject dat volgens de caminoroute nu nog vóór ons ligt. Desalniettemin blijven wij de aangegeven camino-route volgen.

Steil omhoog en omlaag
We gaan al weer zo’n prachtig hellingpad op, in de vorm van een steenachtig karrenspoor, over de flanken van de bergen.
Zo laten we Entoma achter ons.
Als we een fikse klim hebben gemaakt, en op een tussentijds hoogste punt komen, blikken we terug en zien we Entoma nog in de diepte van de vallei en tegen de bergwand liggen.
En tegelijk zien we vóór ons alvast de eerste gebouwen van O Barco de Valdeorras.
Over dit mooie hellingpad krijgen we onze bestemming van vandaag steeds beter in zicht. 
Langs het hellingpad groeien een aantal hele grote cactussen.
We gaan door een klein spoorviaduct waarin een man bezig is om op electronische wijze de hoogte van de boog te meten.
Omdat we al zo lang en al zo steil de daling hebben ingezet, vermoeden we dat we aan de andere zijde van het spoor verder af zullen dalen naar de Rió Sil. Maar dat is ijdele hoop, want we moeten nog een enorm steile klim maken over een nieuw verharde weg, die zo steil is zoals we die vandaag en ook in de afgelopen dagen niet hebben gezien. Even heel hard werken dus om boven te komen.

O Barco de Valdeorras
Uiteindelijk komen we dan toch in de bebouwde kom van O Barco de Valdeorras. Aan de muur van een café dat we passeren, hangt een paneel met daarop de naam van onze camino, de Camino de Invierno.
We lopen tussen allerlei hoogbouw van slechts enkele verdiepingen hoog. Tegen sommige gevels hangt was te drogen in de uitbundige zon.
Elke keer verbazen we ons ook weer in Spanje over de wijze waarop de electriciteitsdraden in dorpen en steden gewoon in het zicht in dikke kluwens aan de buitenmuren worden bevestigd. Zoiets zien we in Nederland toch zeker niet.
Vóór ons zien we tegen een kopgevel een grote muurschildering.
Rechts van ons dendert een hele lange goederentrein tussen de woongebouwen door.
Bij het stadscentrum aangekomen, zien we een informatiepaneel waarop de pelgrims worden geattendeerd op de twee varianten van de camino-routes die je door de stad kunt volgen, een nieuwe en aanbevolen route laag langs de rivier, of hogerop als eventueel tweede, vroegere optie.

Naar Pensión A Barca in O Barco de Valdeorras 
Bij de lange brug over de Río Sil aangekomen, steken we de rivier over.
We kunnen voor de komende overnachting niet terecht in de door ons beoogde accommodatie in het centrum van  de stad, maar vonden nog wel een plek aan de andere zijde van de rivier, in de plaats Viloira, zoals O Barco de Valdeorras aan de overzijde van de Sil wordt genoemd.
Vierhonderd meter verderop komen we om 13:00 uur aan bij ons Pensión A Barca. 
Na aanbellen en WhatsAppen komen we erachter dat we niet vervroegd kunnen inchecken, want we moeten tot de reguliere inchecktijd van 14:00 uur wachten, omdat – zo krijgen we via WhatsApp te lezen – de kamer nog niet klaar is.
Daarom lopen we zo’n vijftig meter terug, en drinken wat in het café op de hoek.
Als het twee uur is, gaan we terug naar het pension, want we hebben bericht gekregen dat we wel om 14:00 uur kunnen inchecken. Dat blijkt dan Spaanse tijd te zijn, want we moeten ook dan nog na enig heen en weer appen nog zo’n twee minuten wachten, wat in werkelijkheid wel een kwartier wordt.
Maar, geen probleem, want mevrouw wordt door meneer met de auto bij het pension afgezet, en daar worden we met zo weinig mogelijk bewoordingen ingecheckt. Stempel in onze pelgrimspaspoorten kunnen we zelf zetten, we betalen de afgesproken 35 euro, en dan kunnen we ons installeren in een klassiek Spaanse hostalkamer, waar we tot onze verrassing behalve de standaard inventaris nota bene ook nog een koelkast en een magnetron zien staan. Heel mooi en welkom.
We douchen, maken al onze foto’s en verslagen in gereedheid, en gaan tegen 19:00 uur om boodschappen bij de Cóviran-supermarkt om de hoek, en daarna uit eten in de stad in een pizzeria, waar dan een Pizza Grande wel een immens grande pizza blijkt te zijn.
We zijn weer een dag verder op de Camino de Invierno, de derde – en ook vandaag weer hele mooie - dag.

Geen opmerkingen: