Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Montamarta naar Granja de Moreruela
Dinsdag 28 april 2026 – 22,5 km.
Dag 29: 594,8 – 617,3 km.
Vertrek uit Montamarta
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 29e etappe, over een afstand van 22,5 kilometer, van Montamarta naar Granja de Moreruela. We stijgen daarbij van 689 naar 701 meter hoogte.
De wekker wekt ons om 7:00 uur vanmorgen. We ontbijten in de kleine woonkamer van onze herberg ‘Albergue El Tio Bartolo’ in het centrum van Montamarta.
Als Durkje en ik klaar zijn met het ontbijt, en gereed zijn voor vertrek, gaan we weg.
We verlaten de herberg om 8:05 uur, gooien de kamersleutel in de brievenbus, en wandelen naar de straat waar onze route voortgaat.
Door Montamarta loopt een rambla, waardoor alle overtollige hemelwater kan worden afgevoerd door een betonnen kanaalbak.
Dan komen we in het dorp langs de kerk.
Op de kerktoren zien we enkele nesten van ooievaars, zoals je die hier in Spanje vaak ziet op kerktorens.
Op het hoogste nest staat een ooievaar.
Als je het dorp verlaat, zou je door een uitloper van het stuwmeer ‘Embalse de Ricobayo’ het dorp kunnen verlaten, maar dat is momenteel geen optie vanwege de hoge waterstand in het stuwmeer.
Langs de Ermita de la Virgen del Castillo
Aan de overzijde van het stuwmeer zien we de Ermita de la Virgen del Castillo.
Omdat we niet recht door het water willen waden, draaien we om een breder deel van de uitloper van het stuwmeer heen, om dan via de brug die uitloper over te steken. Zo verlaten we Montamarta.
Dan lopen we een eindje langs de asfaltweg, totdat we ter hoogte van de Iglesia de la Virgen del Castilo een veldweg op kunnen gaan.
Verderop passeren we ook de Ierse pelgrim weer, die zijn tempo gaat aanpassen. Hij heeft er namelijk voor gekozen om voortaan elk uur een korte pauze te nemen, om te drinken, en uit te rusten voordat hij voortgaat.
Als we op die veldweg lopen, krijg je van bovenaf nog een mooie terugblik op Montamarta.
Als we op de brede roodgekleurde veldweg voort gaan, zien we op een gegeven moment de Australische pelgrims vóór ons lopen.
Omdat zij niet zo snel lopen als wij, halen we hen op een gegeven moment in, praten we een tijdje met elkaar tijdens het met elkaar lopen, en daarna laten we hen achter ons, omdat ons tempo beduidend hoger ligt dan dat van hen. Wellicht zien we ze later vandaag of morgenochtend nog, want dan gaan zij de Camino Sanabrés op, en wij vervolgen onze route op de Vía de la Plata.
Langs de ruïne van de vesting Castrotorafe van de Orde van Santiago
We lopen nu hoog langs een snelweg, waar links van ons druk wordt gewerkt aan het frezen van het oude wegdek, en het asfalteren van het nieuwe wegdek.
En rechts van ons zijn mannen en vrouwen aan het werk om alle eucalyptusbomen te verwijderen in een bosperceel van steeneiken.
Om 9:40 uur zien we een eerste deel van het enorme Embalse de Ricobayo, dat hier in de vallei links van ons ligt.
Als we even later een uitloper van dat stuwmeer moeten oversteken, doen we dat via een hoge brug over het water, vanwaar we een groot deel van het stuwmeer ook kunnen overzien.
Een kwartier later verandert het landschap van tamelijk kaal naar meer begroeid. Ineens lopen we door een heuvelachtig landschap waarin veel steeneiken groeien.
Slechts een klein eindje verder volgt de volgende verrassing, als we linksvóór ons de ruïne van Castrotorafe tegen en op een heuvel zien.
Dit zijn de restanten van een vesting, die in de Middeleeuwen de hoofdzetel was van de Orde van Santiago.
Dit was vroeger nota bene één van de belangrijkste steden van deze regio.
Maar met de verwoesting ervan begon de neergang van deze imposante vesting, die in de 18e eeuw uiteindelijk werd opgegeven.
De Chinese pelgrim heeft zich even de moeite getroost om de vestingruïne te bezoeken. Hij gaat vlak vóór ons voort op de veldweg.
We laten de ruïne achter ons, en gaan weer heuvelopwaarts, een volgende heuvelkam over.
Er lopen vandaag opvallend veel pelgrims vóór en achter ons.
Koffiepauze in Fontanillas de Castro
Om 10:45 uur naderen we het dorpje Fontanillas de Castro.
Rechts van het pad ligt een fors complex van een groentetuin, waar een vrouw en een oude man aan het werk zijn. De man loopt vorsend langs de gewassen, en trekt hier en daar wat onkruid tussen de gewassen vandaan.
Vanaf het eerste kruispunt van het dorp ziet Durkje rechts in de verte een prachtige picknickplek bij enkele fitnesstoestellen, waar twee grote houten banken staan. We zouden nog een uur door kunnen lopen naar het volgende dorp, waar volgens de routegids een bar zou zijn, maar we hebben nu al ruim 2,5 uur onafgebroken gelopen, en vinden het wel tijd voor onze koffiepauze. Daarom gaan we zitten op één van die banken, en genieten van onze koffie- met broodjespauze.
Het is lekker fris weer, met een zwakke wind vanuit het noorden – dus van voren – en af en toe breekt de zon heel zuinig even door de wolken. Prachtig weer voor de wandelende pelgrims is dit.
Na deze koffiepauze lopen we langs de dorpskerk.
Onder de dakrand van de kerk is het een lawaaierig komen en gaan van zwaluwen, die over de volle lengte van de kerk hun nesten hebben gebouwd. De zwaluwen vliegen af en aan.
Bij de medische post in het centrum kunnen we even naar de wc, ook al weer zo’n hulpvaardige faciliteit voor de passerende pelgrim. Overigens ontmoeten we daar ook de Nederlandse pelgrim, die hier waarschijnlijk heeft gepauzeerd op het bankje bij de medische post.
Op een braakliggend terrein staan twee autowrakken, waarvan er twee op elkaar zijn gestapeld.
Langs de uitvalsweg van het dorp staan enkele muren die lang geleden zijn opgetrokken van steen en leem. Op twee plekken zijn die muren in de loop van de tijd zo zwak geworden, dat er forse gaten zijn gevallen in de muren.
Riego del Camino
Buiten het dorp komen we op een hele brede veldweg, als ware het een snelweg voor rappe pelgrims. Het enige verkeer dat we hier vóór ons zien, is de rustig wandelende Nederlandse pelgrim ver vóór ons.
Zo’n drie kwartier later komen we aan bij het volgende dorpje, waar links van de weg de ruïne staat van een boerenhok, dat ook is gebouwd van leem en steen, en dat grandioos in verval is geraakt.
Het dorpje dat we naderen, is Riego del Camino. Rechts van de weg is een plek gecreëerd waar men vee bij een helling op kan drijven om ze een veewagen in de loodsen.
Om 11:50 uur wandelen we de bebouwde kom van Riego del Camino binnen.
Dan zien we dat de bar voorin het dorp – die in onze routegids werd aangekondigd – gesloten is, dus daar kan niemand van de passerende pelgrims gebruik van maken.
We verlaten Riego del Camino, en gaan het open heuvelachtige veld weer in.
He is hier tamelijk kaal, maar op een heuvel links in de verte zien we een klein bosperceel bovenop die heuvel. Zoiets valt echt op in dit open landschap.
In Granja de Moreruela moet je als pelgrim je route kiezen
Langs het pad staan veel bermplanten prachtig in bloei.
Om 12:45 uur zien we Granja de Moreruela al duidelijk vóór ons liggen.
Een recht en steenachtig veldpad leidt ons naar het eerste gebouw van het dorp, een koeienstal.
Om 13:05 uur wandelen we de bebouwde kom binnen van Granja de Moreruela.
Rechts staat een lange muur, met daarop een muur-schildering van allerlei voorstellingen die iets te maken hebben met pelgrimeren. Een mooie entree voor ons.
Aan het eind van de muur wordt met een mooi rond logo ons een ‘Buen Camino’ gewenst.
Recht vóór ons staan boven elkaar de twee wegwijzers, die duidelijk maken dat hier de splitsing is voor de pelgrims die linksaf de Vía de la Plata verlaten, om over de Camino Sanabrés naar Santiago de Compostela te gaan, en rechtsaf vervolgen de pelgrims hun route op de Vía de la Plata naar uiteindelijk Astorga.
Dat is de route die wij morgen vervolgen.
Als we de bocht om gaan, zien we dat ook daar de muur is versierd met een muurschildering, en in dit geval met afbeeldingen die regionaal geörienteerd zijn.
Het is 13:15 uur als we bij het kleine dorpswinkeltje (tienda) langs lopen.
Deze winkel, en ook de andere verderop zijn vanmorgen tot 14:00 uur open, en pas daarna vanmiddag weer vanaf 17:00 uur.
Tegenover deze ‘tienda’ staat wederom een wegwijzer, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat je hier in Granja de Moreruela toch echt moet kiezen om de Sanabrés op te gaan, of de Plata te vervolgen.
Geluk voor pelgrims in Casa Rural Donde Victor Luna
We lopen om de kerk heen, en zien tegen de kerkmuur een paneel met informatie over de Vía de la Plata.
Ook vóór de kerk staat een informatiepaneel, waarop één en ander duidelijk wordt gemaakt over de belangrijke pelgrimsroute van de Vía de la Plata.
Tegenover de kerk gaan we het gemeentehuis in, klimmen naar de bovenverdieping, en vragen en krijgen daar het gemeentestempel in onze pelgrimspaspoorten.
We laten de kerk achter ons en gaan over een smal voetpaadje tussen de huizen en de rambla door naar de kruidenierswinkel verderop, die vlakbij onze overnachtingsplek staat.
In een deuropening staat een vrouw die ons vraagt of we bij haar overnachten. We zeggen dat dat niet hoeft, dat we doorlopen naar de levensmiddelenwinkel verderop.
In die Alimentación kopen we wat we voor vandaag en voor morgen allemaal nodig hebben, en dan lopen we om de winkel heen naar het adres dat wij hadden gekregen van Casa Rural Donde Victor Luna, waar we een kamer voor de komende nacht hebben gereserveerd.
Als we daar binnenkomen aan de andere zijde, blijkt de vrouw die ons zojuist aansprak de herbergier te zijn, die ons hartelijk ontvangt.
We hoeven nog niet in te checken, want dat gaat haar zoon rond het avonduur wel doen, dus ze laat haar gastenverblijven zien, en wijst ons onze kamer boven.
Dan hebben we nog alle tijd om ons te installeren, te douchen, om een komende overnachting te reserveren, en onze foto’s en verslagen gereed te maken.
De herbergier is vanaf de tweede helft van de middag al druk in de weer met het avondeten, want ze moet koken voor ongeveer 13 gasten, die uit ons gastenverblijf komen, maar ook verblijven in het andere gastenverblijf dat zij hier in het dorp hebben.
We gaan dus vanavond met zo’n 13 gasten gezamenlijk aan tafel, en hebben daarmee ook ons avondeten in het dorp - waar geen restaurant is - geregeld.
De zoon van de herbergier vertelt ons bij het inchecken dat doorgaans ook de pelgrims van de pelgrimsherberg hier bij hen komen eten, maar omdat ze nu zelf al 13 gasten hebben, en de pelgrimsherberg vol zit met 16 pelgrims, kunnen die er vanavond niet meer bij. Kortom, wij zitten goed op deze plek, want wij worden vanavond gelukkig verwend met een warme maaltijd. Soms valt het op het pelgrimspad allemaal mee, en dit is dan zo’n dag.













