zondag 13 maart 2016

Groningen loopt (West 5) De Dwarsdieproute

Zondag 13 maart 2016 
Over het smalle voetpad van de Oude Weg van Marum naar Nuis




















Groningen Loopt
Van Sinterklaas kreeg ik op Pakjesavond van 5 december 2015 de wandelgids 'Langs dorpen rondom de stad Groningen'. Deze verzamelbundel bevat 7 wandelroutes, waarmee je Groningen in al zijn veelzijdigheid kunt ontdekken. Zo'n verzamelbundel biedt derhalve een goed vertrekpunt om te genieten van hetgeen deze provincie heeft te bieden.
De 7 routes variëren in lengte van 17 tot 30 kilometer. Helaas zijn de routes niet bewegwijzerd, maar met de routebeschrijving en de ingetekende route op de streekkaart kom je letterlijk en figuurlijk een heel eind. Voor wie meer informatie over de routes wenst, bestaat de mogelijkheid om de bijbehorende website te raadplegen.
Deze routes van 'Groningen loopt' zijn het resultaat van een samenwerkingsproject van de Vereniging Groninger Dorpen met dorpen en ondernemers.

Route West 5: De Dwarsdieproute
Vandaag wandelen Durkje en ik 'De Dwarsdieproute', de vijfde West-route van deze wandelgids, over een afstand van circa 30 kilometer.
Een deel van de route wandel je langs en door het beekdallandschap van het Dwarsdiep. Dit beekdal vormt onderdeel van de ecologische hoofdstructuur. In dat kader wordt er hier gewerkt aan de realisatie van nieuwe natuur en kleinschalige waterberging.
Deze route door het verrassende Westerkwartier loopt door beekdalen, langs borgterreinen en door natuurgebieden. Het Oude Diep (inclusief het Dwarsdiep) ligt in het laagveengebied tussen de zandruggen Langewold (in het noorden) en Vredewold (in het zuiden) van het Westerkwartier. Op deze zandruggen staan de lintdorpen waar we vandaag doorheen en langs wandelen.

Boerakker en Lucaswolde
We vertrekken iets na 8.00 uur uit Stiens en staan dan om 9.00 uur bij het luiden van de kerkklok aan de voet van de kerktoren van Boerakker, Dit is het start- en eindpunt van deze route.
We verlaten het dorp Boerakker in westelijke richting en lopen dan al spoedig door het buurtschap Lucaswolde. Vanuit Lucaswolde lopen we over het Kloosterpad naar de Polderweg. Langs dit Kloosterpad staat een lange rij sneeuwklokjes.
De temperatuur loopt vandaag op naar zo'n 8 graden Celsius, en met uitzondering van een korte bewolkte periode hebben we de hele dag prachtig zonnig weer, met een licht-frisse wind. Met dit weertype is het aangenaam wandelen.
Via de Leidijk en de Verkavelingsweg komen we uit op de Hooiweg. Die moeten we al heel snel weer verlaten, omdat we dan ongeveer driekwart kilometer door de weilanden moeten oversteken naar de Beldam. Omdat de route niet is bewegwijzerd, is het even goed zoeken en inschatten waar we het weiland in moeten lopen, om in een nagenoeg rechte lijn naar de Beldam te kunnen lopen. Dat gaat trouwens in één keer goed, dus we hebben het begin van dit veldpad goed ingeschat.

Dwarsdiep
De Beldam moeten we voor enige tijd verlaten, want de route buigt weer af het veld in, in de richting van het Dwarsdiep. Een smal veldpaadje langs een boomsingel voert ons diep het veld in, om ons naar deze oude beek te brengen, die hier breed slingerend door het beekdal stroomt.
We vinden een houten bankje op de oever van het Dwarsdiep, waar we een korte rustpauze nemen om in de heerlijke voorjaarszon een broodje te eten.
Het Dwarsdiep is het deel van het Oude Diep vanaf de Noorderweg (ten noorden van Marum) tot aan de splitsing met het Wolddiep en de Matsloot. De oorsprong van deze oude beek ligt op de grens van Fryslân en Groningen.

Noordwijk
We lopen vanuit het beekdal weer naar boven, naar de Beldam. Die volgen we naar de Noorderweg. Aan de overzijde van de Noorderweg volgen we een rechthoekig stukje Oudeweg, die ons weer terug brengt naar de Noorderweg. Dan lopen we het dorpje Noordwijk binnen.
In Noordwijk buigen we ter hoogte van de 14e eeuwse kerk af in westelijke richting. Na de Westerweg en Blaasaf komen we dan op het smalle voet-/fietspad van de Leidijk, die we geruime tijd volgen, tot aan het eind van Jilt Dijksheide.
Op de zuidwestelijke punt van de Jilt Dijksheide nemen we weer een korte pauze op een houten bankje. Twee jonge dames uit Noordwijk komen te paard voorbij. Ze vragen waar we vandaan komen. Als we hen vertellen dat we vanuit Boerakker komen en straks via Marum weer terug wandelen naar Boerakker, verwonderen ze zich over het feit dat we lopend zo'n grote afstand afleggen.

Marum
Over het voormalige spoortracé van Drachten via Marum naar Groningen wandelen we dan naar Marum. Als we onder de A7 door zijn gelopen, wandelen we door Marum naar restaurant Heerlijkheid (tegenover De Kruisweg), waar we uit de wind en vol in de warme zon plaats nemen op het terras voor een kop koffie en een bord heerlijke soep.
Na deze pauze verlaten we Marum via het Malijksepad, dat langs de rand van een nieuwbouwwijk van Marum loopt.

Nuis
Dan volgt een waarlijk prachtig deel van deze route. We volgen namelijk het smalle fiets-/voetpad van de Oude Weg, die enkele honderden meters parallel aan de veel drukkere doorgaande weg door een schitterend coulissenlandschap voert.
Regelmatig steken we de haaks op de Oude Weg liggende zandpaden over, die de verbinding vormen tussen de doorgaande weg links en rechts de soms diep in het achterland liggende oude en nieuwe huizen en boerderijen. Een prachtig wandelgebied is dit.
Ten zuiden van het dorpje Nuis passeren we via de Oude Weg op zeker moment het borgterrein met de oude Coendersborg (1813). Zoals op heel veel plaatsen die we vandaag passeren, staat het hier vol van bloeiende krokussen en sneeuwklokjes.

Niebert
Tussen Nuis en Niebert gaat de Oude Weg over in 't Pad. De padnaam verandert, maar het blijft een schitterend wandelpad. Onze wandelgids geeft aan dat deze Oude Weg en 't Pad het oudste voetpad is van Nederland.
Ten zuiden van Niebert passeren we het Iwema Steenhuis, Dit is het enige oorspronkelijke 'steenhuis' in de provincie Groningen, dat nog dateert van rond het jaar 1400. De schuur van dit steenhuis is ingericht als ambachtelijk streekmuseum.
Links van het pad zien we in Niebert de molen Niebert staan, uit het jaar 1899.

Tolbert en Boerakker
Voorbij Niebert is het moment gekomen om 't Pad te verlaten, om dan verder te lopen langs de doorgaande weg van Niebert naar Tolbert.
Aan de rand van Tolbert nemen we even plaats op een stenen muurtje om nog een broodje te eten, alvorens we de laatste kilometers aanvangen richting onze bestemming in Boerakker.
Aan de noordzijde van de A7 gaan we over het Schilligepad richting Boerakker. 'Schillige' betekent 'schuin over', en dit is van oorsprong het oude kerkpad van Tolbert naar Boerakker.
Om 15.30 uur arriveren we bij het kerkje van Boerakker, waar we vanmorgen onze auto parkeerden. We hebben de 30 kilometers dus afgelegd in 6,5 uur. Nog steeds schijnt de zon volop, dus we hebben mogen genieten van een heerlijke voorjaarsdag in het Groninger Westerkwartier.

zaterdag 12 maart 2016

Vrolijke paasgroeten van Christelijke Scoutinggroep Burmania van Leeuwarden

Zaterdag 12 maart 2016
Christelijke Scouting 'Burmania' wenst je een Vrolijk Pasen!

















Vrolijk Pasen
De deurbel klinkt. In de hal zie ik door het bovenste raam niemand staan, maar door het benedenraam zie ik twee kinderen staan. Kleine kinderen, iets langer dan een halve deurlengte. Een jongetje en een meisje, waarschijnlijk broertje zusje.
Maar ze staan welzeker hun mannetje, want al direct nadat we elkaar hebben begroet, steken ze in duidelijke taal van wal. Ze verkopen zakjes paaseitjes. Beiden steken ze demonstratief een vrolijk versierd zakje paaseitjes omhoog in mijn richting.

Of ik ook paaseitjes wil kopen. De opbrengst is bedoeld voor hun christelijke Scoutinggroep 'Burmania' in Leeuwarden.
Ze hebben een duidelijk verhaal. Ze hebben een goed verhaal. En ze hebben een verkoopartikel dat perfect past bij deze periode. Paaseitjes voor de naderende Paasdagen.

Wat kost zo'n zakje paaseitjes?
> Twee vijftig.
Maar jullie zijn met z'n tweeën, en als ik er nu twee koop, wat kost dat dan?
> Het dubbele.
Hoeveel is het dubbele?
> Vijf euro.
Okay, dan wil ik graag twee zakjes paaseitjes kopen; mag dat?
> Jawel.

Paaseihandel
En als ik ze dan een biljet van vijf euro heb gegeven, wordt eerst even goed gecheckt of dit het juiste bedrag is, en dan draagt de oudste zijn zakje paaseitjes aan me over, waarop het nog kleinere meisje haar collega-verkoper dat nadoet.
Het geld wordt diep weggestopt in de jas, en dan concluderen ze dat ze nog één paaseizakje over hebben.

En als je die ook hebt verkocht, ben je dan klaar?
> Ja, en dan krijgen we van de scouting een 'insigne'.
Dat is mooi, dan moet je ook dat laatste zakje paaseitjes hier in de buurt maar snel verkopen, 
dan is dat ook weer geregeld.
> Ja - en ze draaien zich om en groeten - Daa-aag!

donderdag 10 maart 2016

Effe Dimme!!

Donderdag 10 maart 2016 
De cover van de CD-rom Effe Dimme!! over Tieners & Geweld














Jij staat er midden in
Jong en wild in een woelige wereld.
Als tiener ga je dagelijks de confrontatie aan met de buitenwereld; op school, op straat, op het sportveld, thuis of in de kroeg.
Overal kun je met allerlei vormen van geweld te maken krijgen.
Pesten, schelden, negeren, roddelen, onsportief gedrag, groepsdruk, jaloezie ....
Al die dingen gebeuren, en jij staat er midden in.

Dim effe
In het jaar 2001 gaf het Samen op Weg-Jeugdwerk vanuit het Landelijk Dienstencentrum voor de Samen op Weg-kerken voor het onderwijs en voor het jeugdwerk een CD-rom uit met de titel 'Effe Dimme!!"
Deze interactieve CD-rom is bestemd voor jongeren van 13-17 jaar, handelend over geweld in het dagelijkse leven en hoe daarmee om te gaan. Met behulp van deze CD-rom kunnen spelers langs verschillende scènes en keuzemomenten hoppen. Een andere mogelijkheid is om een bepaald thema vanuit het inhoudsoverzicht te bereiken en de discussie daarmee tot één thema te bereiken. Thema's zijn jaloezie, roddelen, pesten, schelden, seksuele intimidatie, negeren, uitlokken, sport en geweld, ruzie en groepsdruk. De CD-rom bevat ook achtergrondinformatie en een starterspakket voor een eigen anti-geweldscode.

Zes jongeren uit Stiens werkten mee
In samenwerking met het Brabants Steunpunt Jeugdwelzijn en Arp Audiovisuele Projecten kwam dit jeugdwerkmateriaal tot stand. Gedurende de drie jaren die vooraf gingen aan de publicatie van dit jeugdwerkmateriaal ben ik als begeleider van zes jongeren uit Stiens enkele malen in een conferentieoord in het midden van het land aan het werk geweest om voldoende filmmateriaal te leveren voor de productie van dit audiovisuele jeugdwerkmateriaal.
Totaal hebben ongeveer 50 jongeren uit onder andere Den Haag, Cuijk, Nijmegen en Stiens een positieve bijdrage geleverd aan dit materiaal, waarin zij met elkaar en voor andere jongeren alternatieven bedachten en aanreikten om te werken aan een vreedzame manier van samen leven en samen werken op school, thuis, in de kerk, op straat en in de discotheek.
De jongeren leverden in deze productiefase ideeën, legden diepte-interviews af, bedachten film scripts en speelden zelf ook een aantal scènes, die op de CD-rom staan.
Deze deelnemende Stienser jongeren waren naar dit mediaproductieproject afgevaardigd door de Federatie Christelijk Jeugdwerk Fryslân, waarvan ik in die jaren provinciaal bestuursvoorzitter was.

Anti-geweld
Op deze CD-rom worden filmpjes afgewisseld met interactieve vragen en achtergrondinformatie. Jongeren kunnen hier zelfstandig mee werken op de computer. In de bijbehorende handleiding staan suggesties en werkvormen om in een groep of met een klas in gesprek te gaan over (het voorkómen van) geweld. Na het samen nadenken over onder meer respect en grenzen, normen en waarden en het omgaan met conflicten kan er samen gewerkt worden aan een anti-geweldscode (een gedragscode). Ook hier zijn tips en suggesties voor uitgewerkt.

Scenario-leren
Op de CD-rom spelen de jongeren geweldssituaties na. De gebruikers van de CD-rom moeten steeds op een bepaald moment kiezen hoe zij zouden reageren in die specifieke situatie. De geweldssituatie wordt aan de hand van de gemaakte keuzes verder gespeeld, zodat de gebruikers kunnen zien wat de gevolgen van hun keuze zijn.
Daarnaast biedt de CD-rom allerlei mogelijkheden om zich verder te verdiepen in allerlei onderwerpen die met geweld te maken hebben.
De achtergrondinformatie op de CD-rom biedt ook materiaal voor bijvoorbeeld spreekbeurten en werkstukken. Ook koppelt de CD-rom automatisch door naar allerlei websites op internet. Met deze CD-rom ging vijftien jaar geleden dus al een virtuele wereld voor je open.

Passend reageren op groot en klein geweld
Ter gelegenheid van de publicatie van deze CD-rom zijn we in 2001 nog eenmaal met elkaar op reis gegaan, van Stiens naar de Markiezenhof in Bergen op Zoom, waar twee van deze zes Stienser jongeren het eerste exemplaar van 'hun' mooie CD-rom officieel hebben aangeboden aan het College van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom.
In hun aanbiedingstoespraak ten overstaan van de burgemeester van Bergen op Zoom en van de overige 150 genodigden hebben deze twee Stienser jongeren benadrukt dat het nog steeds hard nodig is dat jongeren leren om op een passende manier te reageren op het grote en het kleine geweld, waarmee jong en oud in onze samenleving te maken krijgen. Hun toespraak sloten ze af met de veelzeggende woorden: 'Heb je naaste lief als jezelf'.

woensdag 9 maart 2016

Dank voor het leren onderwijzen

Woensdag 9 maart 2016
Detail van de dank je wel-collage van afgestudeerden van Stenden-Emmen


















Rondje langs de velden
Halverwege de ochtend rijd ik vanuit Stenden-Leeuwarden naar onze Stenden Hogeschool-vestiging in Emmen, om daar met onze collega's van de Accreditatievoorbereidingsgroep in gesprek te gaan in het periodieke Voortgangsconsult ter voorbereiding op de komende visitatie van onze HBO-Bachelor-opleidingen Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek en Chemie.
Omdat ik ruim op tijd bij Stenden Emmen arriveer, maak ik na aankomst nog even het gebruikelijke 'rondje langs de velden' (Schools) om ook 'by walking around' een aantal lopende zaken af te stemmen.

Beginnen met aandacht, interesse en spontaniteit
Tijdens die rondgang door het hogeschoolgebouw te Emmen valt mijn oog op een grote collage in de gang van onze Opleiding tot leraar Basisonderwijs (OLB), in de volksmond ook wel de Pabo genoemd.
Deze prachtig gedecoreerde wandplaat is gemaakt door een groep afgestudeerden van deze opleiding.
Te midden van alle decoraties en een groepsfoto van dit cohort zijn op artistieke wijze enkele reflectieteksten aangebracht, waarin de afgestudeerden kort terugblikken op hun opleidingsjaren binnen de OLB van Stenden Hogeschool. Zo beschrijven ze zichzelf als een groep jonge mensen, die bij aanvang van hun studie eigenlijk nog niet precies weten wat hen allen te wachten staat, en dat ze vol interesse, aandacht en spontaniteit hun studie indertijd aanvingen.

Vragen werden antwoorden
Daarna schrijven ze dat dit docententeam hen de ogen en oren heeft doen openen met een combinatie van onder andere colleges en met vooral ook stapels te bestuderen leerstof. Duidelijk is wel dat dit docententeam zich heeft ingespannen om hen als studenten zoveel mogelijk mee te geven gedurende hun opleiding @ Stenden.
Wat niet duidelijk was, werd rustig nog eens uitgelegd, en voor wie het nut van al die leerstof aanvankelijk nog een vraag was, veranderden die vragen in antwoorden op de momenten dat de leerstof werd getoetst.

Klaagzangen veranderden in waardering
En dan komt eigenlijk wel een heel mooi deel van deze collage, op het moment dat de afgestudeerden melden dat wat zij met elkaar deden in hun ogen ook best wel eens voor verbetering vatbaar was. De alumni melden dat zij - bescheiden als ze zijn - wel eens dachten dat al hun klaagzangen, opbouwende kritiek, en tactvol gebrachte terechtwijzingen hun docenten wellicht zouden storen in hun dagelijkse werkzaamheden.
Maar nu, na afstuderen, geven de afgestudeerden aan dat ze toch vooral ook hun waardering voor dit docententeam willen laten blijken.
Collectief bedanken deze beginnende basisschoolleerkrachten hun docenten voor de leerzame, mooie studiejaren binnen Stenden Hogeschool, en voegen daar als gerichte noot nog aan toe dat ze vinden dat hun leermeesters van deze Pabo van Stenden voor hen goede, prettige docenten zijn geweest.

Meten en weten
Binnen Stenden Hogeschool kennen we een gevarieerd set tevredenheidsmetingen, waarbij onder andere studenten, medewerkers, afgestudeerden en werkveldvertegenwoordigers periodiek worden geënqueteerd over hun mate van tevredenheid met betrekking tot bijvoorbeeld het verzorgde onderwijs en over de gerealiseerde onderwijsresultaten van de afzonderlijke opleidingen.
En als je dan bovenop dit stelsel van schriftelijke, mondelinge en digitale kwaliteitsevaluaties zomaar ergens in de gang van onze hogeschool dan ook nog zo'n waarderingscollage aantreft, dan mag je gerust stellen dat zo'n 'certificaat van tevredenheid' een waardevolle aanvulling vormt op alle formele evaluatietechniek, die er mag zijn, en die ook zeker gezien mag worden.

dinsdag 8 maart 2016

Interactieve workshops van de NVAO over het Accreditatiestelsel 3.0

Dinsdag 8 maart 2016
De inleiding wordt verzorgd door projectleider Lisette Meijer (NVAO)


















Accreditatie op maat in het hoger onderwijs
Minister Jet Bussemaker van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op 18 februari 2016 de brief 'Accreditatie op maat III' over de Hoger Onderwijs-pilot met betrekking tot de Instellingsaccreditatie met lichte opleidingsaccreditatie naar de Tweede Kamer gestuurd in het kader van haar wetsvoorstel ‘Accreditatie op maat’.
Gepland is dat dit wetsvoorstel (spoor 1) vóór de zomer van 2016 in de publieke 'internetconsultatie' van het ministerie gaat. Daarnaast wordt bovengenoemde pilot voorbereid (spoor 2). Deze pilot wordt met een experimenteer-AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) geregeld, die naar verwachting gedurende het najaar van 2016 bij de Eerste en de Tweede Kamer wordt voorgehangen.

Interactieve workshops
De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) organiseert deze maand maart 2016 drie interactieve workshops voor vertegenwoordigers van onder andere universiteiten, hogescholen en evaluatiebureaus, met in elk geval docenten, studenten, bestuurders en kwaliteitszorgmedewerkers, om gezamenlijk verder te werken aan de ontwikkeling en de verdergaande optimalisatie van het accreditatiestelsel en van de genoemde pilot in het kader van het nieuwe 'Accreditatiestelsel 3.0', als input voor de formulering van de kaders daartoe.
Vorige week was de eerste bijeenkomst in Den Bosch. Morgen is de derde sessie in Zwolle, en vandaag woon ik de tweede NVAO-bijeenkomst bij in het Utrechts Centrum voor de Kunsten aan het Domplein te Utrecht. Ruim 75 belangstellende hebben vandaag gehoor gegeven aan de oproep van de NVAO om actief deel te nemen aan deze interactieve workshopbijeenkomst.

Paul Zevenbergen: hoe meer en beter, hoe liever
Deze bijeenkomst van vandaag wordt geopend door NVAO-bestuurder Paul Zevenbergen. Hij geeft aan dat het de bedoeling is ook vandaag input te verkrijgen op de nu voorliggende plannen inzake het nieuwe Accreditatiestelsel 3.0 - "Hoe meer en hoe beter, hoe liever" - om die feedback van vorige week, vandaag en morgen te laten landen in het komende besluitvormingscircuit aangaande dit nieuwe stelsel. De 'krijtlijnen' liggen er nu, en het ministerie en de NVAO hebben ermee gewerkt. Vandaag kijken we naar de tussenresultaten en genereren we zoveel mogelijk goede ideeën om daarna te bekijken hoe die mee kunnen worden genomen in het vervolg van dit ontwikkelproces.
In de ronde van de besluitvorming zullen allerlei belangenorganisaties nog naar de plannen kijken, en ook de politiek zal daar iets van vinden, om tenslotte de nodige besluiten te nemen.
Paul Zevenbergen nodigt alle instellingen voor hoger onderwijs uit om mee te doen met de pilots die te zijner tijd met dit nieuwe accreditatiestelsel zullen gaan lopen. Voordat hij zijn woorden van welkom en introductie afsluit, stelt hij nog alle leden van de projectgroep van de NVAO aan ons voor, die momenteel werken aan dit project.

Lisette Meijer: rust is ook lastenverlichting
Daarna verzorgt NVAO-projectleider Lisette Meijer een inleiding over het project en over de inhoud van het programma van vandaag hier in Utrecht.
We richten ons vandaag op twee sporen, te weten: de Pilot en het Stelsel. De Pilot Instellingsaccreditatie met lichte Opleidingsbeoordeling richt zich op de NVAO-standaarden 'Beoogde leerresultaten' en 'Gerealiseerde leerresultaten', en de bijbehorende 'Peer review' heeft de Onderwijsleeromgeving en de Toetsing als object. Bij deze Peer review wordt zoveel mogelijk ruimte voor de hoger onderwijsinstelling gecreëerd; zij mogen zelf vorm en inhoud geven aan deze audit.
Bij het nieuwe Stelsel 3.0 'Accreditatie op maat' wordt geprobeerd om meer vrijheden voor de instellingen in te bouwen, waarbij we inmiddels hebben gemerkt dat 'meer vrijheden' ook wel weer haaks kan komen te staan op een gevoel van 'veiligheid' met behulp van meer duidelijkheid en regels.
Met dit nieuwe stelsel willen we allen graag werken aan lastenverlichting, en voor 'Rust' - zo zegt Lisette Meijer - kiezen we ook, want rust beschouwen we óók als een vorm van lastenverlichting.
Het streven van alle partijen is om vooral dichter bij de te beoordelen opleidingen te gaan staan, vooral door ook meer uit te gaan van wat een opleiding al tot stand heeft gebracht.

Pilot instellingsaccreditatie met lichte opleidingsaccreditatie
In 2017 gaat de 'Pilot instellingsaccreditatie met lichte opleidingsaccreditatie' van start. Drie universiteiten en drie hogescholen mogen van de minister deelnemen, na een selectieproces door de minister, gebaseerd op een deelname-advies van de NVAO.
Belangrijke kenmerken van deze pilot zijn de beperking van de accreditatiestandaarden tot 'beoogde en gerealiseerde leerresultaten', en de vrijheid van de instelling om de 'peer review' over de onderwerpen 'Onderwijsleeromgeving' en 'Toetsing' naar eigen inzicht vorm te geven. Deze twee kenmerken van de pilot worden in één van de drie Breakout-sessies vanmiddag besproken.
Deze workshop wordt verzorgd door Mark Frederiks en Pieter Caris, beiden werkzaam bij de NVAO.
Het is de bedoeling dat deze pilot ook gaat bijdragen aan de zo gewenst accreditatie-lastenverlichting.
Geopperd wordt dat je de nu beoogde 'peer review'-standaarden ook heel goed mee zou kunnen nemen in de zogenoemde 'midterm audit', die veel instellingen al drie jaar na de vorige instellingsvisitatie organiseren.
In deze pilot krijgen instellingen de kans om zelf eens te experimenteren, om te bekijken hoe zij zelf deze vorm van visitatie willen aanpakken.


Drie Breakout-sessies in twee rondes

Optimalisatie opleidingsbeoordeling
De eerste Breakout-ronde die ik bijwoon, gaat over de optimalisatie van de opleidingsbeoordeling.
Deze workshop wordt verzorgd door Anne Smit-Klijnstra en Liza Kozlowska, beiden ook werkzaam bij de NVAO.
Tijdens deze breakout richten wij ons op de te ontwikkelen werkafspraken, passend bij de voorgestelde veranderingen in het accreditatiekader 3.0. Met elkaar bekijken wij centraal en in subgroepen aan de hand van enkele thema's hoe de wijzigingen optimaal vorm en inhoud kunnen krijgen in de werkafspraken.

  • Het is de bedoeling dat het nieuwe accreditatiekader 'lean & mean' word opgesteld, en dat de werkafspraken met allerlei toelichtingen, voorbeelden, uitwerkingen, varianten in plaats van met allerlei losse bijlagen, voortaan worden gehecht aan de kaders als leidraad, handreiking en toelichting.
  • Het nieuwe stelsel moet iets worden van ons allemaal. Daarom maken we het nu ook zoveel mogelijk in gedeelde verantwoordelijkheid, en zien we ook dat zowel het ministerie als de NVAO kiezen voor een interactief ontwerp- en ontwikkelproces, zie ook deze bijeenkomst van vandaag.
  • De hoger onderwijsinstelling en de opleiding moeten nog meer centraal komen te staan, opdat alle betrokkenen het gevoel krijgen dat het over mijn instelling, mijn opleiding en over mij gaat.
  • De NVAO-standaarden blijven zo mogelijk gelijk.
  • De rol van de Visiterende en Beoordelende Instantie hoeft in principe niet te veranderen.
  • We zouden nog nader onderzoek kunnen doen naar wat we met kleine aanpassingen nog verder kunnen verbeteren aan het huidige stelsel, om het verder te optimaliseren.
  • Ook zou er nog eens kritisch moeten worden gekeken naar de samenstelling van de visitatiepanels. Wat vragen we van de panelleden, en overvragen we hen individueel en overvragen we het panel als geheel niet?

We onderzoeken welke uitdagingen en kansen we in het nieuwe stelsel nog zien, ter optimalisatie ervan. En welke werkafspraken zijn daartoe nodig? We doen dat procesgericht, vanuit 'zorgpunten' (uitdaging) via oorzaak en oplossing naar aanbeveling/werkafspraak (als prachtpunt).

  • De deelnemers vragen vanmiddag om eenduidigheid van de beslisregels bij het eindoordeel van bijvoorbeeld een beperkte opleidingsbeoordeling. Betekent een onvoldoende op één van de vier NVAO-standaarden voortaan altijd een onvoldoende opleidingsbeoordeling? Jazeker, alle standaarden moeten voortaan met tenminste een 'voldoende' worden beoordeeld.
  • We vragen ons af wat wijs is: volstaat het bijvoorbeeld dat een panellid voortaan alleen recente ervaring heeft als onderwijskundige of met toetsing, of moet een panellid bijvoorbeeld ook een toetsdeskundige zijn? Als je dat open laat, krijg je immers ongelijkheid van panels, en kies je dan als opleiding voor een operationeel ervaringsdeskundige of voor een hooggekwalificeerde expert? We zijn het er in elk geval over eens dat de panelleden moeten passen bij het onderwijs van de te beoordelen opleiding.
  • In het nieuwe stelsel, waar onderscheid wordt gemaakt tussen beoordelen en verbeteren, krijgt de NVAO wel het beoordelingsrapport onder ogen, maar wordt het niet te doen gebruikelijk dat de NVAO ook het peer review-verslag van de verbetersessie krijgt te zien.
  • De NVAO geeft vanmiddag aan dat zij ook van harte bereid is om met bijvoorbeeld opleidingen in het Landelijk Opleidingsoverleg in gesprek te gaan over de werkafspraken die in dat groepsverband mogelijk worden gemaakt ten behoeve van de komende visitatie. Aanwezigen in de zaal vrezen voor al te veel bemoeienis van de NVAO op dat proces, maar de NVAO ziet dit vooral als een dienst, een service aan geïnteresseerde opleidingen die zulks wensen. Iedereen vindt elkaar wel weer bij de stelling van: leg en houd de verantwoordelijkheid vooral waar die behoort te liggen. 

Optimalisatie instellingsbeoordeling
De tweede Breakout-ronde die ik bijwoon, gaat over de optimalisatie van de instellingsbeoordeling.
Deze workshop wordt verzorgd door Frank Wamelink en Özlem Uzun, beiden eveneens werkzaam bij de NVAO.
In deze breakout bespreken wij de Instellingstoets Kwaliteitszorg, en zoeken we gezamenlijk naar mogelijkheden voor optimalisatie in de werkafspraken die we naast het vernieuwde accreditatiekader zullen maken. Na een korte plenaire brainstorm, waarin wij 'prachtpunten' en 'zorgpunten' aandragen, formuleren we in subgroepen concrete mogelijkheden voor verbetering. Vervolgens bespreken we kort de uitkomsten plenair.

  • Al heel snel komt ter tafel dat het bij visitaties en accreditaties niet aan de NVAO is om de visie van een hogeschool/universiteit en/of van een opleiding te beoordelen. Dat is iets van de instellingen/opleidingen zelf.
  • Op mijn vraag of het ministerie en de NVAO bij het ontwerp en bij de ontwikkeling van dit nieuwe stelsel al rekening hebben gehouden met de nu nog beoogde Algemene Maatregel van Bestuur inzake Transnationaal hoger Onderwijs antwoordt de NVAO dat dit aspect inderdaad nog meegenomen zou moeten worden door het ministerie en door de NVAO in de verdere ontwikkeling van het stelsel en van de kaders.
  • Het verzoek wordt ingebracht om ervoor te zorgen dat in het nieuwe stelsel de eigenheid van de instelling voldoende ruimte krijgt en houdt, waarbij je bijvoorbeeld zou kunnen denken aan de centrale instellingsvisie, de gedifferentieerde visies decentraal en aan overige beoogde differentiaties daarin.
  • Centraal moet de vraag blijven staan of de PDCA-cyclus van de instelling naar behoren werkt. Is de onderwijsinstelling 'in control'? Is er daadwerkelijk en aantoonbaar sprake van een kwaliteitscultuur, gericht op duurzame verbetering van je onderwijs.
  • Laten we vooral onderscheid blijven maken tussen waar je op beoordeelt, en wat je nog kunt verbeteren. De aspecten 'verantwoorden' en 'verbeteren' moet je uit elkaar houden.
  • En we zouden ook eens heel kritisch tegen het licht moeten houden of we elementen als de beoordeling van 'Bijzondere kenmerken' nog wel langer op het bordje van de NVAO willen houden. Als de NVAO zich voortaan nu alleen eens gaat richten op de vraag of de kwaliteit van de instelling en van de opleiding aan de minimumvereisten voldoet, dan hebben instellingen en opleidingen de NVAO niet meer nodig voor allerlei toegevoegde zaken zoals bijzondere kenmerken. De beoordeling daarvan zouden instellingen en opleidingen ook best of misschien nog wel beter over kunnen laten aan daarin gespecialiseerde organisaties, nationaal en/of internationaal. Kortom, maak het systeem 'kaal', dus zonder alle 'toeters en bellen'.
  • En ook als er overall straks niet veel veranderd, dan is het toch wel goed om heel concreet te gaan benoemen dat er wel degelijk veel meer ruimte is en komt voor allerlei vormen van differentiaties naar vorm en inhoud in het nieuwe stelsel.

Plenaire terugkoppeling en follow up
Na de workshoprondes komen we nogmaals bijeen in de Marnixzaal, waar een korte rapportage op het beamerscherm met mondelinge toelichting van NVAO-zijde volgt op de resultaten van de sessies.
Voordat bestuurder Paul Zevenbergen iedereen bedankt voor diens aandeel in het welslagen van deze bijeenkomst, vertelt hij dat de NVAO de resultaten van deze drie bijeenkomsten nog gaat terugkoppelen naar de instellingen, en dat de instellingen nog een brief krijgen over de Instellingstoets Kwaliteitszorg.
In april/mei van 2016 volgt het juridische traject van de te ontwikkelen wetgeving, en dan vindt ook de internetconsultatie van het ministerie plaats.
Ook de koepelorganisaties en de Evaluatieburo's worden in het proces nog meegenomen, en in het najaar zal dan de Algemene Maatregel van Bestuur verschijnen.
En tenslotte zal in het jaar 2017 dan het wetgevingstraject worden doorlopen, hetgeen qua termijn en tempo uiteraard ook mede afhankelijk zal zijn van de voortgang in de Eerste en in de Tweede Kamer.

vrijdag 4 maart 2016

Visitation International Teacher Education for Primary Schools @ Stenden Meppel

Vrijdag 4 maart 2016
Het internationale visitatieteam van de NVAO voor de nieuwe opleiding ITEPS







Internationale pabo
Na een jarenlange voorbereiding zijn we zover bij Stenden Hogeschool dat we de nieuwe HBO-Bachelor-opleiding International Teacher Education for Primary Schools (ITEPS) van start kunnen laten gaan. In de volksmond wordt deze opleiding ook al wel 'de internationale pabo' (pedagogische academie voor basisonderwijs) genoemd. De nieuwe internationale opleiding leidt HBO-studenten bij onder andere Stenden Hogeschool vanuit haar vestiging in Meppel op om leerkracht te worden op een internationale basisschool, waar ook ter wereld. Tientallen toekomstige studenten van een groot aantal verschillende nationaliteiten hebben zich in de afgelopen maanden al aangemeld om met ingang van komend hogeschooljaar van start te gaan bij deze nieuwe internationale opleiding voor leerkrachten in het internationaal basisonderwijs.

Our world has no borders
Doelmatigheid en kwaliteit
Minister Jet Bussemaker van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft onlangs besloten dat de overheid deze nieuwe opleiding van Stenden Hogeschool wenst op te nemen in het bekostigde Hoger Onderwijsbestel, onder voorwaarde dat de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) haar keurmerk verleent ten teken dat deze nieuwe opleiding voldoet aan alle kwaliteitsstandaarden waaraan opleidingen in het hoger onderwijs dienen te voldoen.

De documentenkamer van ITEPS in Meppel
Keurmerk
Nadat Stenden Hogeschool haar aanvraag bij de NVAO heeft ingediend ten behoeve van de vereiste kwaliteitscontrole, heeft de NVAO een internationaal samengesteld visitatiepanel benoemd, met commissieleden uit Nederland, Noorwegen, Denemarken en België, dat gisteren en vandaag deze nieuwe opleiding ging auditen, teneinde zich ervan te vergewissen dat deze nieuwe opleiding van Stenden Hogeschool het benodigde kwaliteitskeurmerk van de NVAO verdient.

Debriefing van studenten ook via Skype
Briefings en debriefings
De leden van het auditpanel bestuderen daartoe allerlei documenten van de nieuwe opleiding, om daarna verificatiegesprekken te voeren met een groot aantal betrokkenen van deze opleiding.
Vandaag ben ik de hele dag werkzaam tijdens deze visitatiedag in Meppel om - samen met andere collega's - alle betrokkenen van deze visitatie in briefingsessies voor te bereiden, en om na de panelgesprekken met alle deelnemers groepsgewijs in gesprek te gaan over de resultaten van de auditgesprekken. Omdat niet alle betrokkenen van de opleiding vandaag in Meppel kunnen zijn omdat ze vandaag werkzaam zijn in het buitenland, wordt in de gesprekssessies gelijktijdig ook gebruik gemaakt van de conferentiefaciliteiten via Skype. Zowel in onze (de)briefingskamer als in de visitatiekamer wordt in nagenoeg alle auditgesprekken met deze gecombineerde gesprekstechniek gewerkt.

Afkomstig uit diverse landen
Deze nieuwe lerarenopleiding voor het internationale basisonderwijs op 'international schools' gaat uit van een samenwerkingsconsortium van hoger onderwijsinstellingen uit Nederland, Denemarken en Noorwegen. Stenden Hogeschool is verantwoordelijk voor het programmamanagement van deze internationale opleiding, vandaar dat de visitatie vandaag bij Stenden Nederland plaatsvindt.
De visitatiecommissie spreekt vandaag achtereenvolgens met het college van bestuur, de directeuren, het consortium-management, met docenten, studenten, en met werkveldvertegenwoordigers van 'international schools'. De deelnemers van deze opleidingsvisitatie verblijven vandaag in, of zijn gekomen vanuit de Verenigde Arabische Emiraten (Dubai), Noorwegen, Nederland, Denemarken, Slovenië, Duitsland en Groot-Brittannië.

Plenaire terugkoppeling van de auditbevindingen
Terugkoppeling van voorlopige bevindingen
Als het visitatiepanel alle documenten heeft bestudeerd, met alle deelnemersgroepen van deze visitatie heeft gesproken, en in haar intern beraad de opleiding heeft beoordeeld, worden alle deelnemers van deze visitatie door het auditteam uitgenodigd in de visitatiekamer, waar dan de Deense voorzitter van het visitatiepanel een plenaire terugkoppeling verzorgt over de voorlopige bevindingen van de visitatie van deze nieuwe opleiding. Het panel geeft vervolgens aan dat we het concept-visitatierapport over enkele weken krijgen toegezonden om de tekst ervan nog even te checken op feitelijke onjuistheden. Daarna zal het visitatiepanel haar visitatierapport vaststellen, en kunnen we bij een positieve uitslag de accreditatie bij de NVAO aanvragen. Wij zien nu graag en met belangstelling uit naar het visitatierapport van deze boeiende visitatiedag.

donderdag 3 maart 2016

De architectuur van het klooster

Woensdag 2 maart 2016 
Lezing van Kees van der Ploeg over kloosterarchitectuurgeschiedenis
















Van betekenis voor de pelgrim
Kloosters en broederschappen waren voor de pelgrim in vroegere tijden van grote betekenis: ze fungeerden onder andere als opvangvoorziening, als plek om op verhaal te komen, en als oord van zorg. Heden ten dage is hun aantal ver in de minderheid, vergeleken met de veel andere opvang- en overnachtingsmogelijkheden.
Zichtbaarheid en invloed van kloosterordes en broederschappen – in Spanje zijn ze er nog – zijn ontegenzeglijk minder geworden. Niettemin blijft hun aantrekkingskracht groot, vanwege hun historische betekenis, hun soms imposante gebouwen, en ook vanwege hun hedendaagse vormen van bezinning en spiritualiteit, in veel gevallen gebaseerd op een moderne interpretatie van de 'Regel van Benedictus'.

Kloosters, broederschappen en gastvrijheid in 5 lezingen
De 'Werkgroep Geschiedenis en Cultuur' van ons Nederlands (pelgrims)Genootschap van Sint Jacob organiseert in het eerste kwartaal van dit kalenderjaar een vijftal lezingen, waarin eminente sprekers hun licht laten schijnen over de betekenis van kloosters, van broederschappen en over het thema gastvrijheid, zowel in vroegere als in huidige tijden.
Het thema van deze lezingenserie is 'Kloosters, broederschappen en gastvrijheid', met als subthema 'Hun betekenis voor de pelgrim'. Deze lezingen worden aangeboden bij Institutio Cervantes te Utrecht.

Lezing 4 van architectuurhistoricus Kees van der Ploeg
Vanavond wonen Henk Kroes en ik uit hoofde van onze bestuursfunctie van Stifting Nijkleaster te Jorwert de vierde lezing bij, verzorgd door de historicus Kees van der Ploeg.
Kees van der Ploeg is als universitair docent Architectuurgeschiedenis verbonden aan de universiteiten van Groningen en Nijmegen. Zijn wetenschappelijk onderzoek richt zich op de kunst en architectuur van de Middeleeuwen. Hij is één van de auteurs van het boek 'De middeleeuwse kloostergeschiedenis van de Nederlanden'.
De titel van zijn avondlezing is: 'De architectuur van het klooster'.
Veel van de aanwezigen - leden van het pelgrimsgenootschap van Sint Jacob - hebben al pelgrim de focus vooral (gehad) op de kloosters langs de pelgrimsroute van Nederland naar het Spaanse Santiago de Compostela. Tevergeefs wachten we de hele avond op de illustraties van kerken en kloosters langs het pelgrimspad naar en door Spanje. Daarentegen worden we getrakteerd op veel afbeeldingen van Italiaanse kerken en kloosters, waarmee óók het verhaal van de (veranderende) kloosterarchitectuur kan worden geïllustreerd.

Diversiteit in kloosterarchitectuur
Kees van der Ploeg gaat vanavond in op de architectuur van het klooster. Vóór de pauze behandelt hij vooral de oudere kloosterordes, en na de pauze staan kloosterordes van meer recente eeuwen centraal.
Naar gelang de religieuze en spirituele opvatting van de kloosterorde zijn er verschillen en overeenkomsten in de kloosterarchitectuur aan te wijzen.
In de twaalfde eeuw ontwikkelen de Cisterciënzers een eigen variant van het klooster, vaak direct herkenbaar aan de bijna mathematische aanleg.
De kloostercomplexen van de bedelorden zijn meestal compacter van opzet, omdat ze gewoonlijk in dicht bebouwde steden stonden/staan.
In de Renaissance mag vervolgens de uiterlijke vorm sterk veranderen; de opzet van het klooster blijft zoals voorheen. Zelfs in overdadig gedecoreerde kloosters uit de periode van de Barok - de periode waarin de abten soms een bijna vorstelijke levenswijze aannamen - blijft de oorspronkelijke kern van de kloosterarchitectuur altijd zichtbaar.

Oorsprong van het klooster
De oorsprong van het kloosterleven ligt in de christelijke Oudheid, maar we mogen niet stellen dat het kloosterleven van meet af aan een christelijk verschijnsel is. Kluizenaars trokken zich terug uit de samenleving om zich af te zonderen buiten de gemeenschap. Aanvankelijk waren het alleen de mannen, maar vanaf het jaar 700 na Christus zie je dat ook vrouwen een dergelijk kluizenaarsbestaan verkiezen.
Nu mag het dan zo zijn dat men zich als kluizenaar individueel, en later ook in groepen terugtrok uit de samenleving, dat betekende niet dat deze kloosterlingen zich geheel konden onttrekken aan de samenleving, want de wereld wist het klooster wel degelijk te vinden, en zocht de daar afgezonderden op.

Opkomst van de kloosterarchitectuur
In de gemeenschap van monniken streefde men een zo groot mogelijke zelfstandigheid na. De gemeenschap probeerde zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn. Rondom een vaste kern van kerk, kloostergang, kapittelzaal, refter en dormitorium wordt een wisselende reeks nutsvoorzieningen ingericht, zoals boerderijen en werkplaatsen.
Toen het kloosterleven een eigen gezicht kreeg, vond ook de architectonische formulering van het kloosterbestaan plaats. Dat kreeg pas duidelijk vorm in de Middeleeuwen.
De afzondering van de wereld door de toenmalige monniken moet niet zozeer worden beschouwd als een vorm van religieuze zelfverheffing, maar veel meer als een bijzondere vorm van dienstbaarheid aan de mens in de wereld, in de vorm van lofprijzing en gebed. De kloosteractiviteiten werden door het ommuren van die kloosterbezigheden beveiligd. Het klooster kreeg vorm in hout en steen. Het begin en de doorstart van de kloosterarchitectuur wordt daarin zichtbaar.

Karolingische kloosterarchitectuur van de Benedictijnen
Het was met name Benedictus van Nursia die de basis legde voor het kloosterleven in de Latijnse wereld. In de naar hem genoemde Benedictijnse kloosterorde staan bidden en werken (ora et labora) centraal. Dat betekende natuurlijk ook iets voor de vormgeving van de kloosters. Met alle voorzieningen van kloosters vormden vooral de grotere kloosters bijna een stad in het klein.
De kloosters waren in die tijd ook al de centrumplaatsen van cultuur. Kloosters waren de enige plaatsen van wetenschap en onderwijs, maar uiteindelijk bleef het gebed en ascese (de sobere, strenge levenshouding) primair.
Kloosterkerken kenden meerdere altaren, enerzijds om alle priesters in de gelegenheid te kunnen stellen om dagelijks de mis te lezen, en anderzijds om het uitdijende aantal relieken in de kloosterkerk een eigen plaats te geven.
De oudere monumentale sculpturen in kerken waren niet van steen, maar van gips gemaakt. Deze gipsbeelden waren nogal kwetsbaar, met als gevolg dat er van die gipsbeelden niet veel resteren.
In de Karolingische kloosterarchitectuur zie je nog dat de Germanen hun eigen kloosterarchitectuur combineerden met de architectuur-elementen van de Romeinen.
In Fryslân kennen we onder andere de Benedictijner kloosters Foswert in Ferwert en Smelna in Smalle Ee.

Cisterciënzer kloosterarchitectuur
Vervolgens bespreekt Kees van der Ploeg de klooster-architectuur van de Cisterciënzers, een kloosterorde die mede ontstond als een reactie op de Benedictijner kloosters, met Bernard van Clairvaux als één van de toonaangevende geestelijken. In deze kloosters vind je niet het aanvankelijk gebruikelijke pleisterwerk, maar toch zijn de kloosters technisch goed verzorgd, met hun herkenbaar mathematische patronen.
In deze kloosters maakte men onderscheid tussen monniken met of zonder priesterwijding, dus enerzijds de priesters, en anderzijds de lekenbroeders en de kerkgangers. In hun kloosterkerken tref je het doksaal aan, de afscheiding dwars door de kerk, waarmee de lekenbroeders werden afgescheiden van de priesters. Niet alleen in de kloosterkerk, maar ook in de eetzaal (de refter) werd die scheiding aangehouden. In de kloosterarchitectuur van de Benedictijner kloosters is die scheiding van priesters en lekenbroeders duidelijk zichtbaar. Ook in de aankleding was die scheiding zichtbaar, want de ongeletterde lekenbroeders en de andere kerkgangers werden getrakteerd op afbeeldingen (van heiligen en bijbeltaferelen), maar in het deel waar de priesters verbleven, ontbraken die beelden, want - zo werd gedacht - de priesters kunnen immers wel (bijbel)lezen.
In Fryslân kennen we onder andere de Cisterciënzer kloosters Klaarkamp bij Rinsumageest (gesticht vanuit Clairvaux) en Bloemkamp in Hartwert.

De Norbertijnen
Een andere kloosterorde is die van de Norbertijnen, die vooral werden aangetroffen in de noordelijke kustgebieden van Duitsland en Nederland.
In Fryslân kennen we onder andere de Norbertijner kloosters Mariëngaarde bij Hallum, Bartlehiem aan de Dokkumer Ee en Westerwird tussen Bears en Jorwert.
De Norbertijnen hielden zich vooral ook bezig met het opwerpen van dijken, de drooglegging met kanalen en sluizen, en met de ontginning van het land. De toenmalige vorsten schonken grote gebieden land aan deze kloosters, in de wetenschap dat zij zich dan wel bezig zouden houden met bovenstaande landwerkzaamheden, en deze vorsten bedongen als tegenprestatie voor hun schenking dan dat zij - eenmaal gestorven - zouden worden begraven in hun kloosterkerken.

Bedelordes
Later gaan de leken een steeds belangrijker functie vervullen in het kloosterleven, vooral in de stedelijke kloosters.
De zogenoemde bedelordes vormden de disciplinering van de toen heersende ordes. Bedelordes mochten officieel geen bezit hebben. Zo zie je bijvoorbeeld in Italië dat de bedelordekerken doorgaans eigendom zijn van de stad. De bedelordes legden zich toe op de leken; zij bedienden hen dan ook. In hun kerken zie je veelal aan de ene kant van de kerk een beeld van Maria, en aan de andere kant een beeld van Franciscus van Assisi, Voor de leken, kerkgangers die de kerk bezochten, was de boodschap daarmee duidelijk: hier gaat het om, lieve mensen: wijs op Jezus, genade, dienstbaarheid, armoede, geweldloosheid en vrede,
Naast de Dominicanen kennen we ook de kloosters van de Franciscanen. De Franciscanen stonden ten dienste van de lokale gemeenschap. Zielszorg was voor hen één van de belangrijkste taken.
In Fryslân kenden we kloosters van de Franciscanen (de Minderbroeders) in Bolsward en in Leeuwarden.

woensdag 2 maart 2016

Zuiderzeepad van Huinen naar Leuvenum

Dinsdag 1 maart 2016
Over het zandpad langs een bosbeek op Landgoed Staverden



















Rond het Gouden Hart van Nederland
In juli 2013 kreeg Durkje bij haar afscheid van de ROC-unit MBO-Zakelijke Dienstverlening onder andere de Lange Afstandswandelgids 'Zuiderzeepad' van haar collega's kado. De subtitel van deze wandelgids is 'Wandelen rond het Gouden Hart van Nederland', waarbij met het gouden hart de voormalige Zuiderzee, en nu het huidige IJsselmeer wordt bedoeld. Deze routegids beschrijft de lange afstandswandeling rondom de voormalige Zuiderzee, te beginnen in Enkhuizen, om dan onder andere via Amsterdam, over de Veluwe en via Kampen naar Stavoren te lopen, over een afstand van ongeveer 400 kilometer.
Vandaag wandelen Durkje en ik ons negende traject van het Zuiderzeepad, van Huinen naar Leuvenum, over een afstand van 21,4 kilometer. Het thema van dit traject is‘Veluwe (Verwaaide Zandbergen)’.

Huinen
Om 8.00 uur vertrekken we vanuit hotel-gasterij De Roode Schuur in Nijkerk om met de auto naar Huinen te rijden. Onze vierde dag van deze wandelvierdaagse over het Zuiderzeepad begint om 8.30 uur in de dorpskom van Huinen. We parkeren op dat moment de auto bij de kerk van Huinen en steken de Voorthuizerweg over om via de Schoonhoverweg Huinen ook direct al weer te verlaten. Via het brede zandpad van een voormalige schapendrift wandelen we het bosgebied van het Huinerveld in.

Kolthoorn, Koudhoorn, Koehoorn
Ter hoogte van de grafheuvels in het Huinerveld gaan we in noordelijke richting verder. We kruisen de Kolthoornse Weg.
Bij Klein Spriel in de Poolsche Driesen lopen we tussen twee weilanden door. Hier zijn de weilanden en het graspad ertussen op de vroege ochtend nog mooi gedecoreerd met een winters witte laag rijp op het gras.
Ruim een kilometer verderop arriveren we in het buurtschap Koudhoorn. Deze Gelderse plaatsnaam is verwant aan mijn Friese familienaam. De Friese naam ‘Koehoorn’ betekent namelijk ‘koude (= koe) hoek (= hoorn)’. Zojuist kruisten we de Kolthoornse weg, die naar Koudhoorn loopt. Het woord ‘Kolt’ betekent ook ‘koud’. De plaatsnaam ‘Koudhoorn’ verwijst dus naar een koude hoek, en de Kolthoornse weg is dus de weg naar die koude hoek. Zo zijn de namen Kolthoorn, Koudhoorn en Koehoorn etymologisch (qua woorden-herkomst) dus aan elkaar verwant.

Drie
Vanuit Koudhoorn volgt een kilometers lang traject door het Prielderbosch en het Speulderbos. Via de boswegen Peppelse Weg, Solsche Passage en de Nieuwe Prinsenweg naderen we het buurtschap Drie. Op dit deel van het traject merk je aan den lijven dat we over de hoogten en door de laagten moeten lopen, die als gevolg van eeuwen zandverstuivingen hier zijn ontstaan. We klimmen en dalen herhaaldelijk licht, en voortdurende zien we het bospad golvend vóór ons liggen.
In het bos nabij Drie komen we langs een hoge boom met een hooggeplaatst houtsnijwerk. In de stam is een hele grote kever uitgesneden, die van boven naar beneden kruipt.
In Drie arriveren we bij Het Boshuis, een voormalige boerderij uit 1765, momenteel een café-restaurant. Het is nu vijf over half elf, en om half elf is Het Boshuis open gegaan, getuige het bordje met de vermelde openingstijden. En zowaar, we kunnen naar binnen, en kunnen daar genieten van ‘Drie’ koffie, met iets lekker erbij. Het is de laatste van deze vier wandeldagen, dus een traktatie bij de koffie hebben we op de laatste dag van deze vierdelige wandeldagenserie wel verdiend, toch?
Na deze warme koffiepauze gaan we weer verder. De temperatuur is inmiddels wel van onder het vriespunt nu boven het vriespunt gekomen, maar het is en blijft vandaag een bewolkte dag. De zon zien we in het geheel niet vandaag. In Fryslân noemen we een dergelijke dag ook wel ‘in wetterkâlde dei’.

Speuld en Speulderveld
Nadat we het buurtschap Drie door zijn gelopen, gaat de route verder door het Speulderbos. Bij een boerderij aan de rand van het dorpje Speuld komen we het bos weer uit. Een grote tractor met een enorme giertank met bemester komt ons tegemoet op het boerenpad.
Door een mooi coulissenlandschap wandelen we naar het Speulderveld, een uitgestrekt heideveld, dat wordt doorsneden door een bijkans kaarsrecht zandpad, de Koningsweg.

Staverden, kleinste stad van Nederland
We gaan nu verder richting Staverden. Tussen de plaatsnaamborden van de gehuchten De Beek en Staverden staat een picknickbank langs de doorgaande weg. Hierop nemen we plaats, want we merken dat het de hoogste tijd is dat we weer eens iets eten. Onze lunch laten we niet al te lang duren, want enerzijds is het hier en nu te koud om buiten stil te zitten, en we weten van het weerbericht dat de kans op regen vandaag toeneemt naarmate de tijd verstrijkt.
Over een mooi bospad langs een bosbeekje lopen we daarna door naar het kasteel van Staverden. Het plaatsnaambord ‘Staverden’ vermeldt als ondertitel ‘de kleinste stad van Nederland’, verwijzend naar Graaf Reinald I, die in 1291 van de keizer de vergunning kreeg om hier op de ‘Velua’ (Veluwe) een nieuwe stad te stichten. Een stad werd het nooit, want het bleef hier beperkt tot een hof.
In het kasteelpark passeren we eerst de vijverpartij, dan de ijskelder (vleermuizenverblijf), het halfopen prieel, en tenslotte lopen we aan de buitenzijde van de slotgracht om het kasteel Staverden heen.

Landgoed Leuvenum
Het Landgoed Staverden en het Landgoed Leuvenum lopen in elkaar over, dus door het bos, langs bosbeekjes en langs akkers en weiden lopen we van landgoed naar landgoed.
Het is nog lang goed gegaan met de winterse neerslag, maar als we nog in het Landgoed Staverden lopen, begint het al zachtjes te hagelen. Het geeft een licht tikkend geluid om je heen als de hagel zachtjes op de uitgedroogde bladeren van de eiken aan weerszijden van het bospad neerkomt.
Hoe dichter we bij het statige Huis te Leuvenum komen, hoe prominenter de hagel over gaat in zachte regen.
Spoedig arriveren we bij hotel-restaurant De Zwarte Beer, maar wij moeten nog een klein eindje doorlopen over de asfaltweg richting Ermelo, omdat we gisteren onze auto voor de nacht op het erf mochten parkeren van één van de bewoners van Leuvenum die hier langs de doorgaande weg woont.
Het is nog maar 13.30 uur als we bij de man op het erf arriveren, en hem bedanken voor zijn parkeer-gastvrijheid. We hebben de 21,4 kilometers vandaag dus in vijf uren gewandeld, gemiddeld ruim vier kilometer per uur, wat een prima wandeltempo is.

Regen tot slot
We hadden trouwens ook niet veel later moeten arriveren, want het begint steeds harder te regenen. Als we met de auto van Leuvenum naar Huinen rijden om onze andere auto daar af te halen, regent het al onophoudelijk, en het houdt gedurende onze hele terugreis van Huinen tot aan Stiens niet op met regenen.
Terugblikkend op de vier afgelopen wandeldagen hebben we dus perfect wandelweer gehad. Aanvankelijk zouden we pas in de tweede helft van deze week gaan wandelen, maar toen het weerbericht vorige week donderdag zonnige dagen liet zien voor zaterdag tot en met gisteren, met voor vandaag een overgangsdag naar regenachtig weer, hebben we gelukkig besloten om onze vier wandeldagen naar voren te verplaatsen, met als gevolg dat we nu terug kunnen blikken op vier schitterende wandeldagen met lekker fris en zonnig winterweer.

Vier dagen Nederland
In de afgelopen vier dagen hebben we de 21,5 + 18,9 + 27 + 21,4 = 88,8 kilometers afgelegd op het Zuiderzeepad van Muiderberg (zaterdag) via Blaricum (zaterdag/zondag), Spakenburg (zondag/maandag) en Huinen (maandag/dinsdag) naar Leuvenum (dinsdag). Daarmee wandelden we door de Vecht, Gooi & Eemland, de Gelderse Vallei tot op de Veluwe. Kortom een hele aantrekkelijke manier om ons eigen land nog beter te leren kennen.


Zuiderzeepad van Spakenburg naar Huinen

Maandag 29 februari 2016 - Schrikkeldag
Wandelen in het veenheidegebied van de Kruishaarsche Heide bij Deuverden



















Rond het Gouden Hart van Nederland
In juli 2013 kreeg Durkje bij haar afscheid van de ROC-unit MBO-Zakelijke Dienstverlening onder andere de Lange Afstandswandelgids 'Zuiderzeepad' van haar collega's kado. De subtitel van deze wandelgids is 'Wandelen rond het Gouden Hart van Nederland', waarbij met het gouden hart de voormalige Zuiderzee, en nu het huidige IJsselmeer wordt bedoeld. Deze routegids beschrijft de lange afstandswandeling rondom de voormalige Zuiderzee, te beginnen in Enkhuizen, om dan onder andere via Amsterdam, over de Veluwe en via Kampen naar Stavoren te lopen, over een afstand van ongeveer 400 kilometer.
Vandaag wandelen Durkje en ik ons achtste traject van het Zuiderzeepad, van Spakenburg naar Huinen, over een afstand van 27 kilometer. Het thema van dit traject is‘Gelderse Vallei (In het effen spoor van gerechtigheid)’.

Spakenburg
Om 8.00 uur vertrekken we vanuit hotel-gasterij De Roode Schuur in Nijkerk om met de auto naar Spakenburg te rijden. Onze derde dag van deze wandelvierdaagse over het Zuiderzeepad begint om 8.30 uur in de haven van Spakenburg. We parkeren de auto in Spakenburg en gaan eerst naar de binnenhaven. Vanaf het kopse eind van deze voormalige Zuiderzeehaven hebben we een prachtig en zonovergoten uitzicht over het groot aantal gerestaureerde botters en op de scheepswerf met bovenaan de scheepshelling de gerestaureerde rode schuur van deze Spakenburgse scheepswerf.
We praten hier even met een medewerker van de gemeente, die bij de oude sluiskolk de rotzooi met een lange stok met ijzeren haak uit het water vist. Een passerende vrouw geeft ons iets verderop met waardering te kennen dat we al behoorlijk vroeg op pad zijn op deze winterochtend.
De temperatuur ligt iets onder het vriespunt, en als we de Oostdijk voorbij Spakenburg op gaan, is dat nogal fris, maar omdat de zon heerlijk schijnt, is het prachtig weer voor een ochtendwandeling. Langzamerhand stijgt de temperatuur naar zo’n 6 graden Celsius, en de zon blijft er de hele dag bij, bij een wisselende windkracht, nu eens luw, dan weer iets krachtiger.

Oostdijk met Hertog Reijnout
Als we over de Oostdijk lopen, ligt rechts van ons het lage veenpolderlandschap, met daarin een groot aantal verschillende weidevogels, waaronder ook de kievit. Links van ons ligt het Nijkerkernauw, het water van de voormalige Zuiderzee, maar nu het zoete water tussen het vasteland en Flevoland. Daarin zwemt een groot aantal watervogels, waaronder veel ganzen en eendensoorten.
Na ongeveer 4,5 kilometer Ijsselmeerdijk passeren we het stoomgemaal-museum ‘Hertog Reijnout’, dat een eindje landinwaarts in de lage polder ligt. Het bordje bij het begin van de toegangsweg vermeldt dat het oude stoomgemaal op dit moment gesloten is.   
Binnendijks liggen enkele doorbraakkolken, en buitendijks ontstaat hier en daar met de nodige kunstwerken enig buitendijks land, dat nu al een mooie verblijfplaats voor de vele watervogels is.
We lopen nog twee kilometer verder over de voormalige Zuiderzeedijk naar de Arkersluis. Vanaf hier gaan we landinwaarts en zullen we pas weer bij het IJsselmeer komen als we van Doornspijk naar Elburg lopen, maar zover is het nog lang niet.

Nijkerk
Langs de Arkervaart lopen we richting Nijkerk. Zodra we onder de A28 door zijn gelopen, wandelen we het bedrijventerrein van Nijkerk op. In de bocht ligt een klein stukje grond met daarop enkele schamele onderkomens van. Er brandt een partij hout, en het ziet er naar uit dat hier buiten iemand woont, ver buiten de huizen in de bebouwde kom. De man scharrelt wat rond tussen alle bouwwerkjes en de rommel dat her en der verspreid op dit terrein ligt.
Volgens de routebeschrijving lopen we langs een autodepot naar een boerderij, waar we omheen zouden moeten lopen. Maar op de aangegeven plek is geen boerderij (meer) te zien, maar wel een McDonalds-restaurant. We nemen binnen een pauze, om hier een kop koffie te drinken. Het is er nog rustig.

Salentein en Diermen
Na deze koffiepauze lopen we over de Hardenbergerweg naar het gerenommeerde restaurant Salentein, voorheen een boerenhoeve. Tegenover Salentein staat in het weiland een hoge duiventoren, één van de 42 soortgelijke duiventillen die Nederland nog rijk is.
Tegenover Salentein buigen we af in noordelijke richting, om dan op de grens van het lege polderlandschap van de polder Arkenheem links en het veel meer besloten hoevenlandschap met haar dekzandruggen rechts naar, door en voorbij het buurtschap Diermen te lopen. De boerderijen zijn hier gebouwd op pollen, die wij in Fryslân terpen noemen.

Oldenaller
Tegenover de gerestaureerde schaapskooi van Oudenaller, wandelen we over een kronkelig klinkerpaadje van een klein formaat klinkers over het landgoed Oudenaller naar het grote landhuis Oldenaller. In dit goed bewaard gebleven landhuis met koetshuis en oranjerie wonen momenteel ouderen (Allen Older).
Over de brede, lange oprijlaan lopen we naar de Nijkerkerstraat, die we oversteken, om aan de overzijde van deze doorgaande verkeersweg het overige deel van dit grote beboste landgoed Oldenaller te doorkruisen.  Aan de rand van het landgoed nemen we plaats op een picknickbank voor onze lunchpauze.

Kruishaarsche Heide
Daarna steken we de spoorlijn over, om aan de overzijde over het brede zandpad van de Tintelersteeg verder te gaan.
Door een prachtig landschap lopen we naar het buurtschap Deuverden, waar een grote manege is, en iets verderop een oude schaapskooi, die wandelaars en fietsers als rustpunt kunnen gebruiken, en waarin enkele paarden op stal staan. Drie jonge dames onder begeleiding van een moeder doen verwoede pogingen om de meisjes alle drie te paard door een waterpoel te laten lopen. Maar de paarden weigeren subiet, ondanks alle mogelijk aansporingen van de jonge ruiters.
Dan gaan we de Kruishaarsche Heide op. Een prachtig heideveld, maar op onverklaarbare wijze missen we het naar rechts afslaande heidepad, waardoor we nietsvermoedend het heidegebied over een smal spoor rechtdoor blijven oversteken. Vlak vóór een uitgestrekt ondiep heideven, waar we eigenlijk niet verder kunnen, springen twee reeën vóór ons op, om met grote sprongen voorwaarts het hazenpad te kiezen over dit drassige heidegebied.
We lopen met een boog weer terug naar waar het afgebogen heidepad verderop zou moeten zijn, en vanaf daar vervolgen we de aangegeven route.

De Gelderse Vallei
Aan het eind van het Nieuwe Beekpad buigen we af naar het oosten, waarna we een lang traject krijgen tussen weiden, akkers, bos en heide.
Bij Gerven staat een picknickbank voor ons uitnodigend in de berm; voor ons op een uitgelezen moment om hier een laatste rustpauze te houden. Na wat gegeten en gedronken te hebben, vervolgens we onze weg voor het laatste deel van onze wandeling van vandaag. Over zandwegen, verharde weggetjes en tenslotte een graspad wandelen we naar Huinen, waar we iets na 15.00 uur arriveren.
We stappen in onze auto, die we gisteren parkeerden naast de kerk van Huinen, en daarna rijden we terug naar Spakenburg om onze andere auto af te halen. Dan rijden we naar Leuvenum, waar we onze auto voor de komende nacht mogen parkeren op het erf van een bewoner, die hier midden in het dunbevolkte bosgebied tussen Elspeet en Ermelo woont.
Op de terugweg naar ons hotel in Nijkerk eten we onderweg nog iets, waarna we rond 19.00 uur arriveren in hotel-gasterij De Roode Schuur, waar we vannacht voor de derde maal op rij overnachten.
De 27 kilometers die we vandaag hebben gelopen, waren stuk voor stuk aantrekkelijk. De afwisseling van het landschap, het schitterende weer en de wijze waarop dit tamelijk stille gebied in de loop der eeuwen met zekere terughoudendheid in cultuur is gebracht, spreken ons bijzonder aan. Voor ons is dit een prachtig en afwisselend wandelgebied.

Vandaag door de Gelderse Vallei, morgen de Veluwe op.