woensdag 17 augustus 2016

Pelgrimeren van O Pedrouzo naar Santiago de Compostela (3e pelgrimage)

Aankomst bij de kathedraal van Santiago de Compostela

























Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van O Pedrouzo naar Santiago de Compostela
Zaterdag 6 augustus 2016 – 20,1 km.
Dag 40: 827,9 – 848 km


Einde bedevaart in zicht
Voor een pelgrim is de dag van de aankomst in Santiago de Compostela een heel bijzondere dag. Je sluit een voor jou belangrijke periode vol van bijzondere ervaringen af; je realiseert je dat hier in dit bedevaartsoord je pelgrimage eindigt, en moet dan de knop omzetten naar wat daarop volgt. Alternatieven zijn er dan genoeg, en je zult hoe dan ook een keus moeten maken, want voor de meeste pelgrims is er ook een leven na de bedevaart.
Voor Durkje en voor mij is het vandaag zo’n bijzondere dag. We weten dat we – als alles goed gaat – vandaag Santiago de Compostela binnen zullen wandelen als pelgrims. Maar daarvoor moeten we vandaag eerst nog de 20,1 kilometer lopen van O Pedrouzo naar de kathedraal van Santiago de Compostela.

O Pedrouzo
In ons inmiddels gebruikelijke ochtendritme verlaten we vanmorgen om 7.20 uur onze camping in Méson da Cabra, en rijden we in onze auto naar O Pedrouzo. We beginnen vandaag aan de rand van de bebouwde kom van O Pedrouzo.
Het is 8.20 uur als we O Pedrouzo over de hoofdstraat binnenlopen. Onder een wolkenloze, blauwe lucht lopen we door dit doorgangsdorp bij een ochtendtemperatuur van 13 graden Celsius. Het belooft vandaag een warme tot hete dag te worden. Later op de dag blijkt dat het in Santiago de Compostela al 32 graden Celsius is tijdens onze aankomst, en als we aan het eind van de dag weer terug zijn bij de auto in O Pedrouzo is het daar nota bene 37 graden Celsius.
Onderweg hebben we overigens niet veel last van die warmte, want de temperatuur loopt langzaam op, we lopen vandaag veel door dichte en dus schaduwrijke eucalyptusbossen en waar we op de iets hoger gelegen delen meer in open veld lopen, worden we enigszins gekoeld door een zacht-koele bries. En omdat we ook wel zijn gewend aan lange dagen lopen bij hoge temperaturen, weten we uit ervaring hoe we daar qua tempo, rusten, eten en drinken mee om moeten gaan, dus deze laatste pelgrimsdag valt ons niet zwaar, integendeel, het wordt een hele mooie dag.

Donkere paden door eucalyptusbossen
Vlak buiten O Pedrouzo komen we na een donker bospad in San Antón. Door een gevarieerd coulissenlandschap lopen we door naar Amenal. Voorbij Amenal begint een eerste serieuze klim over één van de vele schilderachtige holle bospaden, die de camino rijk is hier in Galicië, een zogenoemd corredoire.
Op een splitsing van bospaden komen we langs een marktkraampje van twee jonge Spanjaarden, die met een pelgrimsstempel de pelgrims naar hun verkooptafel lonken, om vooral nog een souvenir van de camino te kopen. Vooral de camino-polsbandjes in allerlei uitvoeringen verkopen goed, zien we.

Santiago Airport zonder kruis
Waar we het bos uit komen, is de aansluiting van de uitvalsweg van Santiago de Compostela naar de nieuwe snelweg richting Lugo. Daar staat een grote gebeeldhouwde steen met daarop de stadsnaam Santiago, een plek die altijd geliefd is voor een mooie foto. Ook deze plek is inmiddels door een Spanjaard ‘bezet’ om er iets aan te verdienen. Hij heeft traditionele pelgrimskledij en –attributen bij zich, waarmee je jezelf kunt laten fotograferen door hem met je eigen fotocamera of telefooncamera. En of je dan natuurlijk ook even een kleine vergoeding daarvoor wilt betalen, want daar gaat het hem natuurlijk om.
Verderop komen we langs het vliegveld, ook op het eind/begin van de start- en landingsbaan. Helaas maken we het deze keer niet mee dat er een vliegtuig vlak boven ons de startbaan verlaat.
Tijdens onze twee voorgaande passages hier op deze plek in 2012 en in 2015 was het hek rond het vliegveld gedecoreerd met een grote variëteit aan kruisen, gevlochten met stokjes, linten, kledingstukken, en overige materialen, door het gaas van dit hekwerk. Ons valt nu op dat er dit jaar geen enkel kruis in het hekwerk is gevlochten. Kennelijk haalt het vliegveldpersoneel misschien wel elke dag het vlechtwerk uit het hek, wat de pelgrim die hier voor het eerst voorbij komt niet op de gedachte brengt om tijdens de passage hier een kruisje te vlechten.

Koffiepauze voor zes pelgrims in San Paio
Het verschil in drukte tussen onze Camino de la Costa en de Camino Franchés wordt vandaag ook maar weer duidelijk. Nu ook deze twee (of eigenlijk nog veel meer) camino’s samen verder gaan, hebben we bijna ieder moment van de dag één of meer pelgrims in het zicht vóór of achter ons lopen, zo druk is het hier op deze laatste etappe. Pelgrims die ervan houden om in stilte te wandelen, ergeren zich hieraan, maar je kunt het ook van de andere kant, die van de gezelligheid, bekijken. Velen zijn vandaag in een opperbeste stemming, want na al die kilometers lopen, is het eind in zicht, wat de meeste pelgrims vrolijk stemt. Het is dus vooral ook de etappe met onderweg veel vrolijke noten, kwinkslagen, en gezellige momenten tussendoor.
Omdat Durkje en ik de rustige Camino del Norte hebben gelopen, zien we bijna geen bekende pelgrims onderweg. Maar als we het dorpje San Paio binnenwandelen, zien we de Nederlandse pelgrim Paul op een terras staan. Daar blijkt dat het pelgrimsechtpaar Paul & Monique (uit Enschede) hier zojuist zijn gearriveerd met het Duitse pelgrimsechtpaar Bernd & Simone (uit Berlijn). Nadat we even hebben gewacht, is er een plek vrij op het terras, en drinken we met zijn zessen koffie, om op deze laatste pelgrimsdag nog even na te praten over onze ervaringen en over wat ons verder aan lief en leed vandaag de dag ook nog bezig houdt.
Voordat we San Paio verlaten, lopen we nog de plaatselijke dorpskerk binnen om daar een doortochtstempel in onze pelgrimspaspoorten te zetten.

A  Lavacolla
Het volgende dorpje waar we dan doorheen komen, is A Lavacolla.
Een dorpje met een hooggeplaatste kerk, waar prachtige bloemstukken naar binnen worden gedragen voor waarschijnlijk een huwelijksviering later op deze dag. We ontmoeten hier ook een pelgrimsduo, waarvan de man een soort bolderkar voorttrekt aan een om zijn middel gebonden riem. In het verleden hebben we wel eens pelgrims gezien met de eenwielige pelgrimsbagagekarren, maar een pelgrim die op deze route een bolderkar met bagage meeneemt, is voor ons een unicum. Niet erg handig op de soms slecht toegankelijke delen van het pelgrimspad, maar ja, je hoeft je bagage dan niet te dragen, wat voor sommige pelgrims fysiek wel de beste oplossing is.
Voordat we A Lavacolla verlaten, komen we nog over het bruggetje over de beek waarin de welriekende middeleeuwse pelgrims zich vroeger nog even wasten, alvorens ze het graf van de apostel Jacobus in Santiago de Compostela enkele kilometers verderop bezochten.

Behoeftige pelgrim voor één dag
Voorbij A Lavacolla begint een lange en tamelijk stevige klim over asfalt richting Villamaior. Uit tegenovergestelde richting passeert ons de bereden politie, een agent en agente te paard. Verderop komt ons nog een keer een politieauto tegemoet, en nog iets verder een emergentia-auto met EHBO-ers, dus er wordt goed toegezien op het welbevinden van de pelgrims op dit traject.
Op de hoogvlakte komen we eerst langs de zendmasten en de televisiestudio’s van TV Galicia en TV España.
Vlak hiervoor tijdens de klim haalde ons een tourbus in, waar tientallen toeristen uitstapten, die met zijn allen enkele kilometers camino gaan lopen. We lopen hier dus even in een combi-groep van pelgrims en toeristen, wat ook wel weer een bijzondere sfeer oproept.
Een oudere Spaanse dame is nog maar net uit de bus, of ze duikt al de bosjes in, broek naar beneden voor de hoognodige plas, en dan weer verder, dus die gelegenheidspelgrim voor één dag past zich zo direct al aan aan de nodige pelgrimsgebruiken op de camino. Welkom op de camino.

Hout en handel
Nabij San Marcos passeren we een grote houtfabriek. Ons valt op dat deze fabriek nu een plaquette aan de fabrieksmuur heeft gehangen, in mooi houtsnijwerk, waarin alle passerende pelgrims in diverse talen welkom worden geheten, en waar op staat vermeld dat het nog 7 kilometer is naar de kathedraal van Santiago de Compostela.
We passeren dan ook de camping van San Marcos, waar het in de bar en op het terras en bij de verschillende marktkramen overdag een drukte van belang is.
Hier kun je vlak voor binnenkomst van Santiago nog de nodige souvenirs kopen, zoals Jacobsschelpen, kalebassen, polsbandjes, ansichtkaarten, shirts, en nog veel meer.
In de afgelopen jaren, en ook dit jaar weer, valt ons op dat er zo weinig kampeergasten zijn op deze toch wel forse camping. Als deze campingeigenaar zijn terrein beter zou verzorgen, en er meer promotie voor zou maken, dan zouden er toch veel meer campinggasten kunnen komen, zoals passerende pelgrims en toeristen, die Santiago de Compostela willen bezoeken.

Monte do Gozo
En dan komen we op de Monte do Gozo, de berg van de vreugde. Bij de ingang van de kapel zetten we ons laatste doorgangsstempel in onze pelgrimspaspoorten, en binnen bezoeken we het beeld van Sint Jacob.
Dit is een plek waar ook aandacht wordt gegeven aan bijzondere mensen. Zo staat er bijvoorbeeld een herdenkingsmonument voor een pelgrim-priester.
Verderop, op een fikse verhoging, staat het forse gedenkteken, dat herinnert aan het bezoek van wijlen paus Johannes Paulus II in 1989 aan Santiago de Compostela.
We lopen het monument voorbij en zien dan rechts van ons in het dal de bedevaartsstad Santiago de Compostela liggen.
We wijken hier even van de doorgaande route af, omdat we ook de grote pelgrimsbeelden verderop willen bezoeken, alvorens we de stad in lopen.
Boven de bebouwing van de stad zien we ondertussen de hoge kerktorens van de kathedraal van Santiago de Compostela, waarvan een deel in de steigers staat.

De twee pelgrimsbeelden
Opmerkelijk is dat ondanks alle drukte op de camino wij de enigen zijn die op dit moment de twee grote pelgrimsbeelden bezoeken.
Het geeft ons de gelegenheid om ongestoord deze beelden van verschillende zijden te fotograferen.
De prachtige helderblauwe lucht maakt dat de twee beelden mooi contrasteren.
Even later komen er vier Spaanse toeristen aanlopen, en maken we van die gelegenheid gebruik om elkaar in groepjes te fotograferen op deze bijzondere plek.
Pas als we weg gaan, komen er drie fietsers naar boven. Het is jammer dat op Monte do Gozo nergens wordt bewegwijzerd dat en hoe je bij deze twee metershoge beelden kunt komen. Daarom weten velen niet dat ze iets verderop staan, en missen veel pelgrims de kans om er te gaan kijken, waarbij ze dan ook voor het eerst de stad en de kathedraal zien liggen en staan.

Santiago de Compostela
Vanaf deze pelgrimsbeelden lopen we via de parkeerplaats naar beneden, waarbij we iets verder over het uitgestrekte recreatieterrein van Monte do Gozo teruglopen naar de doorgaande camino. Op de splitsing waar we weer op de camino komen, lopen we langs een beeldentuin van een beeldhouwer, waarin enkele beelden staan met verwijzingen naar de camino.
Voorbij de beeldentuin zetten we de afdaling naar de stad verder in.
Als we over de brug met het ruwe houten wegdek de stad in zijn gelopen, komen we al spoedig langs het grote hekwerk waarop met grote rode letters de stadsnaam Santiago de Compostela staat geschreven.
We laten ons bij dit markante punt fotograferen door een in Amerika wonende Spanjaard, die vandaag ook met zijn twee zonen - vanuit Sarria komend - de stad binnenwandelt als pelgrim.
Dan volgt nog een lange tocht door de buitenwijken van Santiago de Compostela. Onderweg pauzeren we op een terras om daar nog iets te eten en te drinken alvorens we de binnenstad in gaan voor de komende uren. Daar ontmoeten we een Nederlandse universiteitsstudente uit Leiden, die met twee Duitse jongens als pelgrim vanuit Léon naar Santiago de Compostela is gelopen.
Na de lange tocht door de brede straten komen we in de oude binnenstad, en dan komt voor het eerste in de stad de kathedraal in zicht, aan het einde van de straat.

Aankomst bij de kathedraal van Santiago de Compostela
De gele caminoborden en de Jacobsschelpen op het wegdek volgend arriveren we aan de achterzijde van de kathedraal.
In tegenstelling tot de voorzijde van de kathedraal, wordt het plein aan de achterzijde opgefleurd door een mooie stadstuin met in vrolijke kleuren bloeiende planten. Aan deze zijde kun je als pelgrim de kathedraal binnenwandelen, maar dat is sinds enkele jaren voor de pelgrim moeilijk gemaakt, omdat je uit veiligheidsoverwegingen niet meer met je rugzak de kathedraal in mag. De terroristische aanslagen met bommen in rugzaken wereldwijd hebben het voor de pelgrim dus onmogelijk gemaakt om met je rugzak direct bij aankomst naar binnen te wandelen. Tijdens onze eerste aankomst in 2012 mocht dat nog wel, maar nu word je door de bewaker de toegang geweigerd als bepakte pelgrim. Voor pelgrims die dat nog niet wisten, is dat een teleurstellende constatering.

Plaza del Obradoiro
Durkje en ik wandelen om de kathedraal heen, en dan komen we door de poort – waar bijna altijd muzikanten musiceren – op het Plaza del Obradoiro, het immense stadsplein aan de voorzijde van de kathedraal.
Dit is de plek waar de aangekomen pelgrims zich altijd uitgebreid laten fotograferen, om een belangrijke foto mee naar huis te nemen en/of via social media aan familie en vrienden te sturen, waaruit blijkt dat je je pelgrimstocht na al die kilometers hebt volbracht. Er is altijd iemand bereid om je als pelgrim met de kathedraal op de achtergrond te fotograferen. Wij vragen een Spaanse fietspelgrim om enkele foto’s van ons beiden te maken. Hij doet dat graag voor ons en vertelt even later dat hij zojuist al zijn zesde pelgrimstocht op de mountainbike heeft voltooid, deze keer samen met zijn vriendin, vanuit Madrid.
Honderden mensen lopen hier op het plein, velen zijn pas gearriveerde pelgrim. Er zijn pelgrims bij die hier in stilte en inkeer alleen zijn gekomen, maar we zien bijvoorbeeld ook grote groepen jongeren die zich bij aankomst met veel gejuich en gezang als groep laten fotograferen. Wandelstokken, rugzakken, vlaggen, hoeden en wat men allemaal aan identiteitselementen heeft meegenomen komt nu triomfantelijk erbij op de foto. Maar aan de randen van het plein, en soms ook op het plein, zitten daar ook de enkelingen die als pelgrim in zichzelf gekeerd in stilte hun pelgrimage en/of hun aankomst gedenken. Iedere pelgrim had zo zijn eigen motieven, iedere pelgrim kreeg gaandeweg zijn eigen pelgrimage, en iedere pelgrim komt ook op eigen wijze, met diens eigen impressies, gevoelens en ervaringen aan. Dit hier is het plein waar bij aankomst de uitingen van emoties tussen vreugde en verdriet, tussen extravert en introvert gedrag samenkomen. Een heel bijzondere plek.

Pelgrims in de wacht
En dan is het moment gekomen dat je als pelgrim van het plein doorloopt naar het Pelgrimsbureau van de bisschop, om daar je pelgrimage te registreren en in ruil daarvoor je Compostela in ontvangst te nemen. Vorig jaar nog was het Pelgrimsbureau gevestigd in de Rúa do Vilar, maar tegenwoordig vind je het bureau aan de Rúa das Carretas, ook in de buurt van de kathedraal. Als we daar binnen stappen, mogen we pas doorlopen op vertoon van onze pelgrimspaspoorten. We komen op de binnenplaats en moeten dan aansluiten in de lange rij, die vanaf de binnenplaats naar de gekoelde binnen-rondgang rond de binnenplaats gaat. Het is 14.30 uur als we buiten aansluiten in die lange rij. Een kwartiertje later staan we al binnen in de rondgang.
Hier is het een kwestie van geduld oefenen, want iedere pelgrim wordt individueel in de gelegenheid gesteld de bewijzen van zijn of haar pelgrimage te tonen. Hier in deze binnen-omgang komen alle op voortbeweging ingestelde pelgrim van over de hele wereld tot stilstand in één lange rij.
Als we in de rondgang de laatste bocht om gaan, kunnen we zien hoeveel pelgrims ons nog voor zullen gaan, en daar krijgen we ook zicht op het beeldscherm waarop regelmatig zichtbaar wordt gemaakt welke van de 13 balies vrij is voor de volgende pelgrim.

Compostela en Afstandscertificaat
Na een uur wachten zijn Durkje en ik aan de beurt. Samen gaan we naar de vrijgekomen balie, waar we worden ontvangen door een medewerker van het Pelgrimsbureau.
Hij controleert onze pelgrimspaspoorten op geldigheid en op de vereiste pelgrimsstempels van onderweg.
Dan moeten we onze persoonlijke gegevens en pelgrimagemotieven noteren op een formulier van het pelgrimsregister.
Ondertussen maakt de bureaumedewerkers onze Compostela’s gereed, en vult hij voor ons beiden ook het Afstandscertificaat in, waarop hij onder andere schrijft welke camino we hebben gelopen (Camino del Norte/Camino de la Costa), waar we die camino aanvingen (Grases) en hoeveel kilometer we daartoe hebben gelopen (383 kilometer). Onze beide pelgrimspaspoorten worden afgestempeld en dan krijgen we de Compostela’s en de Afstandscertificaten mee in een kartonnen koker.

De Huiskamer van de Lage Landen
Durkje en ik zijn ook verenigingslid van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob, het pelgrimsgenootschap dat de belangen behartigt van Nederlandse pelgrims. Ons genootschap heeft naast het Pelgrimsbureau een ontvangstruimte, de zogenaamde ‘Huiskamer van de Lage Landen’.
Wij lopen door naar die Huiskamer en worden daar hartelijk ontvangen door de genootschapsvrijwilligers Thea en Henk, die in deze periode als gastvrouw en gastheer optreden om alle gearriveerde pelgrims te verwelkomen.
We worden verwend met koffie en een koekje, en zitten enige tijd gezellig met zijn vieren op het terras van de Huiskamer te praten over onze wederzijdse pelgrimservaringen, want ook Thea en Henk hebben pelgrimservaring.
Op de stamtafel in de Huiskamer ligt ook het register van de dit jaar binnengekomen Nederlandse pelgrims. Daar registreren wij ons ook in als dit jaar gearriveerde verenigingsleden.
Even later komt er nog een verdwaald Amerikaans pelgrimsstel aanlopen, dat op zoek is naar de uitgang van het Pelgrimsbureau. Zij krijgen ook drinken aangeboden, waar ze graag gebruik van maken, en ze komen er even gezellig bij zitten. Daarna komt nog een Nederlandse pelgrim uit Utrecht aan, die gisteren (vanuit Porto via de Camino Portugués) in Santiago de Compostela is gearriveerd en die zich hier nu ook meldt. En zo zitten we in elk geval nog tot na 17.00 uur gezellig bij elkaar, en beantwoordt de Nederlandse Huiskamer van ons genootschap door de gastvrijheid van de hospitalero’s Henk en Theo aan haar doel.

Weerzien met pelgrims in de stad
Nu waren Durkje en ik van plan om de rugzakken even in bewaring te geven in de Huiskamer, om dan nog de kathedraal te bezoeken, maar omdat we zo lang en gezellig zijn blijven zitten in de Huiskamer en we toch ook nog weer terug moeten naar onze camping, slaan we dat vandaag over en gaan we dat morgen nog wel doen, omdat we morgen weer terug komen hier in Santiago om meer uitgebreid te tijd te nemen voor een bezoek aan de kathedraal in/en aan deze bedevaartsstad.
Maar ja, het leven van een pelgrims is ook onvoorspelbaar, dus als we door de Rúa do Vilar lopen om verderop bij het stadspark een taxi te zoeken, ontmoeten we op het terras van één van de restaurants het Duits-Britse pelgrimsechtpaar Cordula & John, dat we in de afgelopen pelgrimstocht enkele malen hebben ontmoet. Zij zijn gisteren in Santiago de Compostela gearriveerd en zullen morgen de stad weer verlaten. We nemen plaats bij hen op het terras en zitten zo nog weer gezellig ruim een uur met hen na te praten over onze pelgrimstocht van de afgelopen weken. De camino en de stad blijven toch beide heel bijzonder, mede vanwege de bijzondere en vaak ook repeterende toevallige ontmoetingen die je onderweg op de camino en in deze inspirerende pelgrimsstad hebt. De camino en de stad zullen ons altijd bijblijven als waarde(n)volle plaatsen van zich veelvuldig herhalende (en) fijne ontmoetingen.

Terug naar O Pedrouzo
Maar dan is het toch echt tijd om afscheid te nemen van dit ervaren pelgrimsduo. Daarna lopen we door naar een bij het stadspark gereedstaande taxi. De perfect Engelssprekende taxichauffeur – zoon van een Britse moeder en een Spaanse vader – vertelt ons onderweg over zijn internationale werkervaring in Hilton-hotels in diverse continenten en over zijn Spaanse familie, waaronder zijn beide ouders die al bijna honderd jaar oud zijn. De taxirit terug van Santiago de Compostela naar O Pedrouzo is voor je gevoel dan ook in een ommezien om, en dan staan we al weer bij onze auto in O Pedrouzo, waar we vanmorgen onze etappe aanvingen. We rijden met de auto terug van O Pedrouzo naar onze camping in Méson da Cabra, terugkijkend op alweer zo’n buitengewoon bijzondere aankomstdag in Santiago de Compostela.

Terugblik op deze pelgrimstocht
Hiermee sluiten we onze pelgrimstocht af. Een tocht die in de zomer van 2013 begon in de Franse pelgrimsplaats Le Puy-en-Velay, die eerst over de Via Podiensis liep naar Saint-Jean-Pied-de-Port.
Vanuit dit Zuid-Franse pelgrimsstadje aan de voet van de Pyreneeën liepen we in het voorjaar van 2014 aan de noordzijde van de Pyreneeën via Hendaye (Frankrijk) over de grens naar Irún (Spanje) en toen nog een dag door naar San Sebastián.
In de zomer van 2014 vervolgden we die tocht via de Camino del Norte van San Sebastián naar de kathedraal van Oviedo.
In de zomer van 2015 hebben we vanuit Oviedo via Grases de Camino Primitivo gelopen naar Santiago de Compostela. Die Camino Primitivo is de ene variant van de Camino del Norte, die door het bergachtige, onherbergzame binnenland van Noord-Spanje gaat.
Omdat we toch ook nog de andere variant wilden bewandelen, hebben we deze zomer de Camino de la Costa gelopen vanuit Grases (de splitsing van beide varianten) naar Santiago de Compostela, die eerst nog enkele dagen de Noord-Spaanse kust volgt, om dan vanaf Ribadeo in zuidwestelijke richting door het binnenland van Galicië af te buigen naar Santiago de Compostela.
Deze Camino de la Costa hebben we vanaf 19 juli 2016 in de afgelopen weken in 17 dagen gelopen, over een afstand van 383 kilometers.
De Camino Primitivo liepen we in 15 dagen over een afstand van 353 kilometer.
Daarmee duurde de hele Camino del Norte via de Camino Primitivo 38 dagen over 817 kilometer en de Camino del Norte via de Camino de la Coste 40 dagen over 848 kilometer.
De hele route over de Via Podiensis en de Camino del Norte samen duurden voor ons daarmee respectievelijk 73 (Primitivo) en 75 (Costa) dagen, over een afstand van 1637 (Primitivo) en 1668 (Costa) kilometer.
Daarbij constateerden we dat dit traject dan wel de Costa-route wordt genoemd, maar dat je op het reguliere tracé betrekkelijk weinig kilometers dicht op de kust loopt. Op het eerste deel van de Camino del Norte is dat beduidend meer. Maar als je dan vanaf Ribadeo de kust echt achter je laat, kom je in en door een wel heel bijzonder stuk Galicië, waar het op veel delen van de route lijkt alsof de tijd daar tientallen jaren heeft stilgestaan. Dit is een streek van doorgaans kleinschalige veehouderij en akkerbouw, waar nog nauwelijks met moderne machinerie wordt gewerkt. De eenzame Galicische wandelpaden van de Camino de la Costa brengen je een aantal malen op tamelijk geïsoleerde plekken – bij boerderijen en in buurtschappen – waar de vriendelijke en behulpzame bevolking op eigen traditionele wijze woont en werkt, af en toe geconfronteerd met de vreemdeling – peregrino/pelgrim – die langzaam langs en over deze (hun) verstilde boerenerven voortgaat over soms nog middeleeuwse paden in de eeuwenoude voetsporen van al die pelgrims die je voorgingen naar het graf van de heilige Jacobus de Meerdere; de pelgrim voor pelgrims, en/of de morendoder voor de Spanjaarden, en/of de apostel voor wie gelooft.


Pelgrimeren van Boimorto naar O Pedrouzo

Op de camino in gesprek met jongeren van het internationale evangelisatieteam 



















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van Boimorto naar O Pedrouzo
Vrijdag 5 augustus 2016 – 24 km.
Dag 39: 803,9 – 827,9 km


Vroege ochtendrituelen
De wekker wekt ons op de gebruikelijke tijd om 6.20 uur en om 6.30 uur staan Durkje en ik dan op. Eerst naar de sanitairruimte van onze camping in Mesón da Cabra, waar dan het gebruikelijke korte ochtendpraatje met de campingeigenaar Antonio wordt gehouden, die zelf ook van dit waslokaal gebruik maakt. Elke ochtend staan we hier samen, wastafel aan wastafel. Verder slaapt iedereen op de camping nog. Antonio doet elke ochtend om 7.00 uur het campinghek open. Na het ontbijt verlaten Durkje en ik vanmorgen om 7.20 uur de camping om met de auto naar Boimorto te rijden, waar onze etappe van vandaag op de Camino de la Costa begint. We lopen vandaag de 24 kilometers van Boimorto naar O Pedrouzo, vanwaar het (morgen) nog één dag gaans is naar Santiago de Compostela.

Vandaag de variant via O Pino
Gisteren schreef ik al dat je als pelgrim bij het verlaten van Boimorto moet kiezen welke vervolgroute je neemt. De gebruikelijke – en meest gekozen - etappe van de Camino de la Costa gaat bij het gezondheidscentrum linksaf in de richting van en naar Arzúa, en de route-‘Variant via O Pino’ gaat op dit punt rechtdoor in de richting van O Pedrouzo. Beide bestemmingen liggen op de pelgrimsroute richting Santiago de Compostela. In plaatsen zoals Melide, Arzúa en Loureiros (vlak vóór O Pedrouzo) komen verschillende camino’s bij elkaar, om van daaruit samen verder te gaan naar Santiago de Compostela.
Tijdens onze eerste pelgrimage hebben Durkje en ik de Camino Franchés al geheel gelopen, die via Melide, Arzúa en O Pedrouzo naar Santiago de Compostela gaat. Tijdens onze tweede pelgrimage hebben we de Camino del Norte in combinatie met de Camino Primitivo gelopen, die zich in Melide samenvoegt met de Camino Franchés. Vorig jaar hebben we dus al voor de tweede maal het traject van Melide via Arzúa en O Pedrouzo naar Santiago de Compostela gelopen.
Dit jaar gaan we het anders doen. Gisteren liepen we al van Boimorto de standaardroute van de Camino de la Costa naar Arzúa. Om nu te voorkomen dat we dit jaar voor de derde maal de etappe van Arzúa naar O Pedrouzo lopen, gaan we vandaag terug op de route naar Boimorto, om dan vanuit Boimorto naar O Pedrouzo te lopen via de ‘Variant via O Pino’ van de Camino de la Costa. Vandaag gaan we dus nu rechtdoor over de variant-route richting O Pedrouzo, en daarmee maken we dan de alternatieve aansluiting op de Camino Franchés bij het gehucht Loureiros.

Boimorto
Onze auto parkeren we in Boimorto bij de dorpssupermarkt tegenover het gezondheidscentrum, waar de beide routes uiteen gaan. Twee oude mannen met een oude vrouw komen vanuit het dorp aanlopen, die gedrieën in de nog vroege ochtend een ochtendwandeling gaan maken. Nu is het daarvoor nog heerlijk ochtendfris met de 10 graden Celsius waarmee onze etappe vandaag begint. Eén van de mannen wijst met zijn wandelstok ons de richting aan: rechtdoor is naar O Pedrouzo, “Buen Camiño”, en zij gaan alvast voorop.
Wij maken ons bij de auto gereed voor vertrek.
Dan lopen we naar de splitsing bij het gezondheidscentrum, waar we gisteren in de regen en vanmorgen in de ochtendkou bij de richtingwijzer uitvoering geven aan de richtingkeuze van de dag. 
We volgen de drie oudere wandelaars de eerste honderd meter, waar zij een zijweggetje in gaan, en wij de doorgaande route over de CP-0603 volgen. De routebeschrijving van de variant is al even duidelijk als de route: gewoon 10 kilometer lang deze CP-0603 blijven volgen, daarbij alle zijwegen en zijpaden negerend.
Als we het dorp Boimorto uit wandelen, komt juist de opgaande zon achter ons in beeld, en werpt de zon haar lange schaduwen van ons ver vóór ons uit over de asfaltweg. Al snel kun je zien aan het korter worden van deze schaduw dat de zon achter ons snel en ver boven de horizon uit klimt.

Van 1 tot 10
De variantroute die we lopen, wordt niet of nauwelijks bewegwijzerd met gele pijlen of anderszins, maar de routebeschrijving in onze routegids is voldoende duidelijk. Daar komt bij dat we na elke kilometer een bermbordje in de berm zien staan, waarop staat hoeveel kilometer we van Boimorte zijn verwijderd. Het eerste bordje hebben we al snel buiten Boimorto gepasseerd, en we weten dat we tot het tien-kilometerbordje deze weg moeten blijven volgen.
We lopen ten opzichte van de hoofdroute van gisteren veel hoger, dus we hebben regelmatig ook prachtige vergezichten in beide richtingen. Links naar het oosten kunnen we heel ver het diepe dal in zien, met de bergen daarachter op de horizon.
En rechts genieten we ook van de prachtige wegbermen, met haar mooie plantenkleuren in het prille en schilderachtige ochtendlicht.

Alternatieve koffie
De CP-0603 is een hele stille asfaltweg, golvend op en neer, door bossen met naaldhout en veel eucalyptus, en tussen open velden, die vaak ook het resultaat zijn van houtkap in deze productiebossen. We passeren een kaalgekapt perceel, dat geheel gereed is voor nieuwe bomenaanplant. Daarachter staat al een rij nieuwe eucalyptusbomen met een hoogte van zo’n drie meter, en daarachter is de dichte boszoom met de veel oudere en veel hogere eucalyptusbomen.
Onze routegids meldt overigens dat we op deze routevariant maar één horecagelegenheid zullen passeren, en dat dit zal zijn na 4,25 kilometer voorbij Boimorto. Dat is mooi, want dan kunnen we daar na ons eerste uur wandelen een kop koffie drinken, alvorens we verder trekken. En ja hoor, na die 4,25 kilometer staan we vóór de bewuste bar Requero. Tafels en stoelen staan keurig opgesteld op het terras, dus dat komt wel goed. Niet dus, want de deur is dicht, en rondom het hele gebouw is niemand te bekennen.
Niets aan te doen, geen koffie dus vanmorgen. Maar geen nood, want ze hebben hier in Spanje koffiesnoepjes, en daar hebben we een doosje van in onze rugzak, voor het geval een kop koffie geen haalbare kaart is. We krijgen elk een dergelijk snoepje met koffiesmaak, en gaan dan toch met de smaak van koffie moedig verder.

Asfalteren bij de kapel
De zevende kilometerpaal staat bij de kapel van A Mota.
Wegwerkzaamhedenbordjes staan er langs de weg, maar die deren ons niet. Wij steken diagonaal door de berm over naar de kapel van A Mota. Die is zoals zoveel kapellen en kerken langs deze route gesloten, dus daar zijn we zo langzamerhand wel aan gewend.
We gaan weer terug naar de doorgaande weg, en dan zien we waarom onze weg is afgesloten voor alle verkeer. Verderop wordt geasfalteerd, maar dat hoeft voor ons als wandelaars toch geen belemmering te zijn. Wij gaan gewoon rechtdoor verder, en lopen ter hoogte van de asfalteringswerkzaamheden door de smalle wegberm. Omdat er net teer op het wegdek is gespoten en het wegbermgras hier en daar ook enig teer heeft opgevangen, krijgen wij op dit traject wel enige teerdruppels op onze wandelbroeken en wandelschoenen, maar dat is niet erg (daar kunnen de meningen uiteraard over verschillen), en als we die zwarte vlekjes in de komende tijd terugzien, zullen we ze zeker herinneren als tekens van de camino. Als we bij een wegwerker langs lopen, groet hij ons en vertellen we hem dat we als pelgrims onderweg zijn naar Santiago de Compostela. ‘This is the right way to Santiago’, is zijn reactie; voor ons niet nieuw, maar wel goed nieuws.

Tot Alto de Goimil
Na ongeveer negen kilometer komen we door het plaatsje As Calles, nabij Goimil.
Verderop passeren we een vrachtwagen volgeladen met boomstammen. Er staat een servicewagen bij. Als we dichterbij komen, zien we dat de chauffeur en de servicemonteur net een wiel hebben vervangen. Kennelijk een lekke band. Ze zijn bezig de dikke wielmoeren weer aan te draaien om het reservewiel vast te zetten.
Nabij het tienkilometerbordje arriveren we in Alto de Goimil. 
Hier eindigt voor ons het traject van de CP-0603. Op het kruispunt in het dorp gaan we linksaf verder over een asfaltweg. Die hoeven we maar 420 meter te volgen, want dan moeten we al weer rechtsaf op een splitsing waar een bordje verwijst naar de parochie van Oins.

Tweelingdorpen Ferradal en Oins
Weer volgt een lange asfaltweg, ook nu weer door een golvend landschap, maar een veel opener landschap met meer open velden tussen de bospercelen. Vlak vóór het plaatsje Ferradal halen we een man en een vrouw in, die met een hondje aan de wandel zijn. Veiligheidshalve houdt de man het hondje even vast als we hen passeren, waarbij het hondje met serieus gegrom toch wel even wil laten merken dat hij protesteert tegen onze passage.
We lopen Ferradal binnen.
Eerder spraken we al af dat we bij de parochiekerk van het buurdorpje Oins een rust- en etenspauze zullen houden, want daar zal vast wel een gelegenheid zijn om even te zitten.
We lopen Oins in als we Ferradal uitlopen, en dan zijn we ook direct al bij de kerk. Hier staat een wegwijzer in de berm die aangeeft dat Santiago de Compostela rechtdoor is.
De kerktoren steekt mooi af tegen de helderblauwe lucht.
Het is ondertussen al warm geworden. De temperatuur loopt tijdens onze dagetappe op tot 24 graden Celsius. We vinden tegenover de kerk een goede plek om te zitten in de bushalte. Daar rusten, eten en drinken we.

Hondenbrokken voor het schaap
Naast de kerk staat een huis met eronder een grote garage, waarvan de deur open staat. Naast de ingang staat dat hier ook een wc is. Als ik naar de wc ga, zie ik aan één kant van de garage allemaal rommel staan: grote papieren zakken, dozen met oud papier, stapels boeken, en nog veel meer. Als ik even later weer uit de wc kom, hoor ik om de hoek iemand in die rommel scharrelen. Als ik de hoek om loop, zie ik dat het een groot schaap is. Madam staat met de voorpoten op de houten bank, en met de kop in een van de papieren zakken. De kop komt uit de zak en dan zie ik dat ze eet. Dat tafereel van kop in de zak, uit de zak en dan knabbelend kauwen, mij even aankijken, en dan de kop weer in de zak, herhaalt zich enkele malen, en ik maak van deze gelegenheid gebruik om daar met mijn fotocamera een mooi filmpje te maken. Ze kijkt me steeds aan met een blik van: “als jij hier niet over praat tegen anderen, doe ik het ook niet”. Omdat dit niet oneindig door kan gaan, omdat Durkje en ik weer verder moeten, jaag ik het schaap naar buiten en doe de grote garagedeur dicht. Dan blijft het schaap met veel beweging en kabaal duidelijk maken dat ze de wei weer in wil tussen de kerk en de garage, maar het hek zit dicht en de muur waar ze zojuist vanaf is gesprongen, blijkt proefondervindelijk te hoog te zijn om op en over heen te springen. Of ik het hek even open wil doen; daar gaat ze staan wachten, mij aankijkend. Ik kan het hek inderdaad met een metalen schuif openen, en dan stapt mevrouw dankbaar door het hek weer in de wei en voegt zich bij de andere schapen. Eind goed al goed, en beiden wel gevoed.

Over de nieuwe autosnelweg
Durkje en ik gaan weer verder. We lopen Oins uit en direct Beis al in.
Verderop komen we door het plaatsje Os Campos.
Een hele stevige en lange klim volgt over asfalt. Als we boven komen, zijn we verrast, want we staan ineens op een locatie waar een autosnelweg wordt aangelegd. Links en rechts van ons zien we twee nieuwgebouwde viaducten die nog niet in gebruik zijn.
Daar onderdoor zien we tot zover we kunnen zien aan beide zijden de basis van wat ooit eens de nieuwe autosnelweg van Santiago de Compostela naar Lugo zal zijn. De basis doorsnijdt het landschap, maar geasfalteerd is het nog niet.
Van beide zijden rijden grote vrachtwagens heen en weer.
De ene kant op zijn ze leeg, de andere kant op zit de laadbak vol grond. Steeds moeten ze onze doorgaande asfaltweg oversteken.
Over enkele jaren zal dit (camino-)asfaltweggetje hier ter plekke niet meer bestaan, en zal de camino waarschijnlijk over het dichtstbijzijnde viaduct gaan.

Mee in de lange stoet pelgrims
Nog een eindje verder en dan staan we voor de N-547. Dit is de weg tussen Arzúa en O Pedrouzo.
We steken deze drukke verkeersweg over en wandelen dan het plaatsje Loureiros binnen. Vóór ons zien we al de eerste pelgrims deze asfaltweg oversteken. Dit zijn de pelgrims die vandaag doorgaans op de samengevoegde camino onderweg zijn van Arzúa naar O Pedrouzo.
Op de plaats waar onze variant van de Camino de la Costa zich samenvoegt met onder andere de Camino Primitivo en de Camino Franchés kijken we even naar links, vanwaar de pelgrims komen. Wat we al dachten, en eigenlijk ook uit ervaring al wisten, wordt dit pelgrimspad druk bewandeld, hetgeen ons direct opvalt als we al die pelgrims zien die van links komen, hier oversteken en naar rechts verder gaan richting O Pedrouzo.
Wij voegen ons in deze bonte stoet pelgrims en gaan met hen mee naar het westen.
Ons vallen de bermpalen op langs de route. We hebben de indruk dat dit nieuwe bermpalen zijn, die hier zijn geplaatst nadat wij hier vorig jaar langs zijn gelopen. Deze (nieuwe) bermpalen geven (nu) ook aan hoeveel kilometer het nog is tot aan de kathedraal van Santiago de Compostela.
We volgen nu de camino-route, die op dit stuk nogal dicht langs de lawaaierige N-547 gaat. Af en toe moeten we onder deze weg door, of deze verkeersweg oversteken.

Jesus died for a reason
Nadat we de N-547 weer eens zijn overgestoken, komen we over een picknickplaats. Daar heeft een Spaanse evangelische geloofsgroep een evangelisatiestand ingericht.
Alle pelgrims worden met een gospellied met gitaarbegeleiding ontvangen, worden vriendelijk aangesproken, kunnen een folder ‘Jesus died for a reason’ mee krijgen, mogen een portie paëlla mee-eten en krijgen allemaal een beker bronwater aangeboden. We raken met enkelen van deze evangelisatiegroep aan de praat.
Dit gaat uit van een Spaanse organisatie, die werkt met jongeren die vanuit allerlei landen naar Santiago de Compostela komen, om hier op de camino te evangeliseren. Zo spreken we met jongeren uit Bulgarije, Slowakije, Spanje en Kroatië. Het werkt goed op deze plek.
Gegeten wordt er nauwelijks, gedronken wordt er veel, en veel pelgrims gaan toch even in gesprek met deze jonge evangelisten.
Verderop zien we nog veel pelgrims met het foldertje lopen: ‘Jesus died for a reason … You are that reason! Good News: If the Son makes you free, you shall be free indeed’.

Halen we Santiago?
We lopen over een breed en heerlijk geurend bospad door een eucalyptusbos. In 2012 kwamen we hier al langs een plek waar een Ierse familie een eenvoudig herdenkingsmonumentje had opgericht om te gedenken dat hun dierbaar familielid als pas gearriveerd pelgrim in haar slaap in Santiago de Compostela overleed. Vorig jaar was dat punt nog duidelijk herkenbaar als herdenkingsplek. Als we er vandaag weer – nu dus al voor de derde keer – bij langs lopen, zien we dat er van deze plek eigenlijk niet veel meer rest dan een rommelige hoop steentjes, met hier en daar nog een klein gedenk-briefje ertussen. De meeste pelgrims zullen waarschijnlijk niet eens meer in de gaten hebben dat ze hier een dergelijke herdenkingsplek passeren.

O Pedrouzo
Als we dan nu alle ons bekende plaatsen zoals O Brea, O Empalme, Santa Irene en tenslotte A Rúa zijn gepasseerd, komen we het bos uit en zien we links vóór ons de plaats O Pedrouzo liggen.
Er zijn dan twee opties: òf je steekt de weg over en gaat over een breed bospad door een eucalyptusbos hoog achter de bebouwde kom langs, òf je loopt door de berm rechtstreeks naar het centrum van O Pedrouzo. Die laatste optie is met name de beste voor wie vooraan in O Pedrouzo een slaapplaats zoekt. Verderop staat namelijk een grote refugio direct vooraan in de bebouwde kom. Als we daar om 14.00 uur langs lopen, zien we een behoorlijke rij wachtenden voor de ingang van de pelgrimsherberg staan om zich in te schrijven voor de overnachting van de komende nacht.

Uitersten op de Camino’s de Santiago
Vlak voorbij die refugio zie ik bij een café een taxi staan, zonder chauffeur. Aan de bar in het café ontmoet ik de taxichauffeur, met wie ik afspreek dat hij ons voor 20 euro terugrijdt naar Boimorto. Eerst via de N-547 en vanaf Loureiros exact over de asfaltwegen waarop we vandaag liepen, rijdt hij ons met hoge snelheid in zijn Mercedes terug naar Boimorto. Deze terugreis wordt voor ons zo als het terugdraaien van de film van nagenoeg de hele pelgrimsetappe van vandaag. In Boimorte stappen we uit de taxi bij onze auto, en dan rijden we met onze auto vanuit Boimorto weer terug naar de camping in Mesón da Cabra.
De afstand van de 24 kilometers van vandaag hebben we in bijna zes uren afgelegd. De temperatuur liep op van 10 naar 24 graden Celsius, en vanwege de helderblauwe lucht was het vandaag een stralende zomerdag op de camino. De enige pelgrim die we op de variant-route van vandaag ontmoetten, was een fietspelgrim. Op deze voorlaatste pelgrimsdag hebben we van Boimorto tot aan Loureiros in een opvallend stille omgeving gelopen, die in groot contrast staat met de grote drukte op de camino tussen Loureiros en O Pedrouzo. Tussen deze twee uitersten gaat de pelgrim voort, want het is allemaal – waar je ook gaat – een ‘Camino de Santiago’.

Pelgrimeren van Sobrado dos Monxes naar Arzúa

Met tegenwind en regen stevig doorlopen op het hooggelegen veldpad 



















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van Sobrado dos Monxes naar Arzúa
Donderdag 4 augustus 2016 – 27,7 km.
Dag 38: 776,2 – 803,9 km


Warme start
Gisteren een koude start met 9 graden Celsius, maar vandaag hebben we een warme start met 19 graden Celsius. Die temperatuur meten we al rond 7.20 uur als we in de auto stappen om van onze camping in Mesón da Cabra naar Sobrado dos Monxes te rijden. Tien graden warmer dus dan gisteren, maar nu wel met een zwaarbewolkte lucht, die ons vanmorgen vroeg alleen maar regen bracht en brengt. Het motregent als we de camping af rijden. Onderweg naar Sobrado dos Monxes begint het alsmaar harder te regenen, dus als we de auto parkeren op het parkeerplein vóór het voormalige bezoekershuis van het klooster van Sobrado dos Monxes, besluiten we om direct maar zowel de regenponcho als ook de regenbroek aan te doen. Onder een boom met een dicht bladerdek kunnen we ons zo droog voorbereiden op de natte dagetappe van vandaag.

Sobrado dos Monxes
Durkje en ik lopen vandaag over de Camino de la Costa de afstand van 27,7 kilometer van Sobrado dos Monxes naar Arzúa, vanwaar de Camino Franchés en de Camino del Norte/Camino de la Costa samen verder gaan richting Santiago de Compostela.
Om 8.00 uur staan we klaar voor de start van deze etappe. Als we het plein verlaten, ontmoeten we de Nederlandse pelgrims Paul & Monique, die vandaag met het Duitse pelgrimsduo Bernd & Simone aan de wandel gaan. Ze hebben hier net ontbeten, en maken zich gereed om in de regen te vertrekken. Wij wandelen alvast Sobrado dos Monxes uit.

Veldpad van Vilarchao naar Campelos
Voorbij Vilarchao in de richting van Campelos komen we op een breed halfverhard veldpad, waarop we af en toe klimmen en dalen. Vooral op de hogere delen van het veldpad waar we de wind vol vangen, is het even stevig doorlopen tegen de wind en regen in, maar koud worden we in het geheel niet in onze regenkleding. Het is op zo’n regenachtige dag allemaal niet zo fotogeniek, maar hier midden in het veld is het toch ook wel prachtig met die mooi gekleurde bermen met grassen, varens en bloeiende heide.

Corredoiras
Door het bos en over asfalt lopen we naar en door gehuchten zoals Seixo, Froxo en Madelos. Door een eucalyptusbos lopen we naar de AC-934, die we volgen tot op het kruispunt in Corredoiras.
Op deze kruising van wegen zijn een bakker en enkele horecagelegenheden, waar we een kop koffie zouden kunnen drinken, maar voor de verdeling van de kilometers en de pauzes over de hele dag past het ons beter om nog even door te lopen naar Boimorto, waar onze pauze dan na de eerste 12 kilometer van vandaag zal zijn.

Meelifthonden
Aan de overzijde van de kruising hangt een verzoek van een organisatie die zich bezig houdt met de belangen van de dieren langs de camino. Men vraagt de pelgrims om loslopende honden niet toe te staan om met jou als pelgrim mee te lopen. Deze honden hebben doorgaans plaatselijk wel hun thuisbasis, en zij zouden dakloos worden als ze zoek raken op de camino.  Wij hebben er dit jaar nog geen last van gehad, maar uit eigen ervaring weten we dat sommige honden hardnekkig zijn als meelifthond in de slipstream van pelgrims.

Boimil
Bij het gehucht Boimil verlaten we even de doorgaande verkeersweg om over de oude doorgaande asfaltweg door dit buurtschap te lopen. We passeren daarbij de plaatselijke kerk met kerkhof en wegkruis.

Boimorto
We komen weer terug langs de doorgaande weg richting Boimorto. Bij het gehucht Vilanova is ook Boimorto al in zicht.
Van Vilanova loop je namelijk direct ook Boimorto binnen.
Dit lintdorp komen we binnen ter hoogte van het gemeentehuis. We gaan daar even naar binnen om een stempel van Boimorto te halen voor onze pelgrimspaspoorten. In een kantoorvertrek, waar drie dames en een heer werken, vraag ik om een stempel, en dan schiet er direct één van de dames overeind om een mooi gemeentestempel in onze pelgrimspaspoorten te zetten. Een vrouw uit de kamer ernaast, die merkt dat er een pelgrim binnen is, komt toch ook even kijken wie deze vreemdeling is. Zo te zien vinden ze het allen wel een prettige onderbreking van hun werk als er even een pelgrim langskomt. In de hal van dit gemeentehuis hangt overigens een heel groot kunstwerk; een plaquette die prachtig uitbeeldt dat we hier in een gemeente zijn met een overwegend agrarisch karakter.
Daarna wandelen we Boimorte verder in, om in het centrum koffie te drinken in een plaatselijk café. Als we ons even later weer gereed maken om verder te gaan, komen Paul & Monique met de twee Duitse pelgrims Simone & Bernd naar binnen, en blijven wij nog enige tijd om met elkaar te praten. Daarna gaan wij verder, en genieten zij nog van hun koffiepauze in dit genoeglijke moderne dorpscafé.

Variant? of hoofdroute!
Als pelgrim moet je bij de uitgang van Boimorto een keus maken qua vervolgroute. De reguliere route van de Camino de la Costa gaat bij het gezondheidscentrum linksaf naar Arzúa, en de routevariant gaat op deze splitsing rechtdoor in de richting van O Pedrouzo. Beide plaatsen liggen op de pelgrimsroute richting Santiago de Compostela. In plaatsen zoals Melide, Arzúa en Santa Irene (bij O Pedrouzo) komen verschillende camino’s bij elkaar, om van daaruit samen verder te gaan naar Santiago de Compostela.
Tijdens onze eerste pelgrimage hebben we de Camino Franchés geheel gelopen, die via Melide, Arzúa en O Pedrouzo naar Santiago de Compostela voert. Tijdens onze tweede pelgrimage hebben we de Camino del Norte in combinatie met de Camino Primitivo gelopen, die zich in Melide samenvoegt met de Camino Franchés. Vorig jaar hebben we dus voor de tweede maal het traject van Melide via Arzúa en O Pedrouzo naar Santiago de Compostela gelopen.
Dit jaar gaan we het anders doen. Vandaag lopen we van Boimorto eerst de reguliere route van de Camino de la Costa naar Arzúa. Om nu te voorkomen dat we dit jaar voor de derde maal de etappe van Arzúa naar O Pedrouzo lopen, gaan we morgen van Boimorto naar O Pedrouzo lopen via de variant van de Camino de la Costa. Vandaag gaan we dus nu eerst linksaf over de hoofdroute richting Arzúa, want daarmee maken we de normale aansluiting op de Camino Franchés.

Symbolen bij de kerk van Igrexa/Piñeiro
Het eerste dorpje waar we doorheen komen, is Igrexa/Piñeiro.
Onder een afdakje van de plaatselijke kerk staat een houten kruis, dat is gedecoreerd met verschillende gebruiksvoorwerpen, die je ook weer terug ziet komen op verschillende grafstenen op het kerkhof, bijvoorbeeld: een ladder, een knijptang en een hamer.
Aan de voorzijde van de kerk, buiten het ommuurde kerkhof, staat een natuurstenen waterbron. De voorzijde van dit natuurstenen watertappunt is versierd met een gebeeldhouwde Jacobsschelp.

O Castro en Casaldoeiro
Als we verder lopen, steken we ter hoogte van O Castro de drukke verkeersweg over, die de plaatsen Boimorto en Arzúa met elkaar verbindt.
We volgen de smalle kruisende asfaltweg, die ons door het plaatsje Casaldoeiro voert.
De hele dag bleef het motregenen, maar nu komt er dan toch eindelijk verbetering in het weer. Achter ons zien we al de eerste opklaringen. De bewolking breekt, het wordt lichter, het begint minder hard te waaien, en de motregen stopt langzamerhand. Dat is dan ook de aanleiding om direct de regenkleding uit te trekken, om zonder regenkleding onze route te vervolgen. De temperatuur is vandaag opgelopen van 19 naar 21 graden Celsius, dus het is alleszins heerlijk weer voor deze langeafstandswandeling. Met een opgelucht gevoel gaan we verder richting Arzúa.

Druk Arzúa
Via verschillende asfaltwegen lopen we naar Arzúa, dat we van de noordzijde binnenwandelen. In het centrum van Arzúa ontmoet de Camino de la Costa de Camino Franchés, ter hoogte van de VVV van Arzúa. Daar vragen en krijgen we een aankomststempel van Arzúa in onze pelgrimspaspoorten.
Via de gezamenlijke camino-route lopen we vervolgens achter de hoofdstraat langs naar de grote centrumkerk. We komen dan ook langs de gemeentelijke pelgrimsherberg, waar al een lange rij pelgrims wacht om daarin te worden toegelaten voor de komende nacht.
Nu meerdere camino’s volgens dezelfde route verder gaan, wordt het niet alleen drukker op de route richting Santiago de Compostela, maar is ook de vraag naar overnachtingsaccommodatie veel groter. Gelukkig is het aantal accommodaties en het aantal bedden in de refugio’s berekend op deze toenemende drukte, en vindt doorgaans iedereen wel een slaapplaats voor de nacht, maar omdat de pelgrimsherbergen pas om bijvoorbeeld 14.00 uur open gaan en de eerste pelgrims al rond het middaguur arriveren, groeien de rijen wachtenden voor de ingang van de refugio’s snel.
Overigens kun je in de pelgrimsgidsen en/of bij de herbergen lezen hoeveel bedden een refugio heeft, dus als je dan het aantal wachtende pelgrims, en in sommige gevallen (ook) het aantal rugzakken telt, kun je ruim op tijd inschatten of het effectief is om achter aan te sluiten in de rij, of om nog even door te gaan naar een volgende herberg, waar je dan wellicht wel de zekerheid hebt om een bed voor de komende nacht te verwerven.

16 kilometers zonder pauze
Wij lopen door naar de kerk van Arzúa, eten nog even iets in het parkje bij de kerk, en gaan daarna naar één van de drie klaarstaande taxi’s. Met de taxi worden we dan terug gereden van Arzúa naar Sobrado dos Monxes.
Het was nog maar bijna 13.00 uur toen we in Arzúa arriveerden, dus de 27,7 kilometers hebben we vandaag vlot gelopen in bijna vijf uren. Dat dit redelijk vlot verliep, heeft ook te maken met het feit dat we maar eenmaal een pauze hebben ingelast, na de eerste 12 kilometer in Boimorto, en dat we de 16 kilometers van het tweede deel van deze etappe zonder pauzes aaneensluitend hebben gelopen.
Als we met de taxi naar Sobrado dos Monxos rijden, en daarna met onze eigen auto weer naar de camping, knapt het weer zienderogen op, en schijnt de zon al volop op het moment dat we weer terug zijn op de camping in Mesón da Cabra. De rest van de middag blijft het aangenaam weer om buiten te zitten. Vanavond gaan we naar het restaurant naast onze camping om daar te genieten van een dagmenu voor pelgrims en voor andere (camping)gasten.


Pelgrimeren van Miraz naar Sobrado dos Monxes

Ontvangst en stempelen in het cisterciënzer klooster van Sobrado dos Monxes



















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van Miraz naar Sobrado dos Monxes
Woensdag 3 augustus 2016 – 25,9 km.
Dag 37: 750,3 – 776,2 km


Koude start in Miraz
Vandaag hebben Durkje en ik weer een behoorlijk lange wandeletappe voor de boeg op de Camino de la Costa. We willen de 25,9 kilometers overbruggen van Miraz naar Sobrado dos Monxes. Om 6.20 uur gaat de wekker en om 6.30 uur staan we op. Om 7.30 uur verlaten we onze caravan en de camping in Mesón da Cabra nabij Guitiriz, om dan met de auto naar Miraz te rijden, waar we gisteren onze voorgaande etappe beëindigden. Om 7.45 uur is het nog stil in dit kleine Galicische dorpje.
Verderop hoor ik enkele koeien loeien in de stal van een boerderij aan de rand van het dorp. Enkele koeien liggen buiten naast die boerderij.
Het is nu om 7.45 uur nog maar 9 graden Celsius, dus behoorlijke fris tijdens deze vroege start. Een enkele pelgrim heeft de ene herberg van Miraz verlaten, om ook te beginnen aan het volgende dagtraject.
Verderop in Miraz passeren we de andere, nieuwe pelgrimsherberg. Aan de voorzijde is een café-bar, waar de pelgrims die in Miraz hebben overnacht kunnen ontbijten alvorens ze het dorpje verlaten.
Op het erf van een boerderij zie ik enkele hokken en een rond gebouwtje.
Dat ronde gebouw blijkt een ronde hórreo te zijn. In deze vorm - en van gevlochten takken - hebben we een hórreo nog niet gezien.
We lopen Miraz uit, en Laxes in, maar ook direct al weer uit.

Nevel en schaduw op het bergmassief
Buiten Miraz ontmoeten we de Duitse pelgrim (van tussen Aken en Keulen), die we enkele dagen geleden ook al eens ontmoetten. Bijzonder is dat je buiten Laxes direct in een heel ander landschap komt. Het coulissenlandschap van Miraz en Laxes verandert geheel als we het bergmassief buiten Laxes op lopen.
De ondergrond is rotsachtig, maar de route is hier over de uitstekende rotsdelen en de paden daar tussendoor prima bewegwijzerd. We lopen nog in de koude schaduw, maar een heel eind verderop zien we dat de zon al schijnt op de windmolens kilometers verderop boven op een bergrug.
Links van ons zien we in de verte de ochtendnevel nog zwaar op en rond de bergruggen liggen.
Nadat we al een behoorlijk eind hebben gelopen, zien we ineens onze schaduwen op de begroeiing van de berm aan de rechterzijde van ons bergpad. We lopen nu voor het eerst volop in de prille ochtendzon.
Op een hooggelegen plek heeft iemand een monumentje van stenen gemaakt ter nagedachtenis aan een geliefde overledene. Een houten kruisje staat boven op de bult rotsstenen. Anderen hebben inmiddels ook beschreven briefjes daaraan toegevoegd, onder de stenen op deze bult.
We lopen hier overigens door een prachtig natuurgebied, waarin de heide ook volop in bloei staat. Het pad komt uit bij een alleenstaand huis in Braña.
Daar stappen wij over van het bergpad op de doorgaande asfaltweg.
Even later lopen we Braña uit.

Toch koffie in Roxica
Verderop gaan we op een andere asfaltweg rechtsaf, en als we in het verlengde van die eerste asfaltweg de bergen in de verte zien, dan valt op dat de dikke ochtendnevel nog zwaar op en tussen de bergruggen verderop liggen.
De lucht in de richting van ons volgend asfaltweggetje laat al veel meer blauw zien.
We weten van onze routegids dat we vandaag pas na 20,1 kilometer een horecagelegenheid zullen passeren, maar op de kaart zien we dat we na 12,7 kilometer het dorp Marcela zullen passeren. Wellicht dat daar inmiddels toch iets van een koffiestop is gecreëerd? Van de buurtschappen die voor en na Marcela liggen, hoeven we waarschijnlijk niets te verwachten, maar je weet het maar nooit.
En laat nu direct al in het gehucht Roxica, vlak vóór Marcela, een nieuwe herberg zijn geopend, waar je ook koffie kunt drinken. Daar gaan we dan direct koffie drinken, want er is geen enkele zekerheid dat het tot aan Mesón elders wel gaat lukken. Twee Duitse pelgrims uit Paderborn – een vader met zijn zoon - gaan net weg, een Duits meisje die we al eerder als pelgrim hebben ontmoet, blijft hier nog even bij ons zitten, en twee andere Duitse pelgrim-dames komen hier ook voor een rustpauze. We raken in gesprek met het Duitse meisje, dat vertelt dat ze deze pelgrimage doet in de weken tussen haar Bachelor-studie in Zuid-Duitsland, gevolgd door een jaar werken in Londen, en de aanvang van haar Master-studie in Wenen. Ze is met een vriendin in San Sebastián begonnen, maar in Grases zijn ze tijdelijk uiteengegaan – de ander loopt de Camino Primitivo en zij loopt de Camino de la Costa – om elkaar weer te ontmoeten in Arzúa, waar beide routes weer samen komen, om daarna met zijn tweeën naar Santiago de Compostela door te lopen. Samen uit, gescheiden verder en toch weer samen thuis. Op de camino ontdek je nieuwe dingen van jezelf en van de ander, en daar moet je dan ook mee dealen, wat zij beiden op deze elegante manier hebben opgelost.

Leer het goede leven op de camino
Na deze koffiepauze lopen we naar en door Cabana.
Daarna volgt Travesa.
En dan komen we in Marcela.
Nu blijkt dat het maar goed is dat we een koffiepauze hebben genomen in Roxica, want in Marcela is geen enkele gelegenheid daartoe. Als pelgrim leer je onderweg wel om direct de kansen te benutten, want je weet nooit of je later nog zo’n kans krijgt. Koop je boodschappen waar dat kan, drink en eet voordat je dorst en honger krijgt, vraag direct de weg als je even twijfelt, drink je koffie waar ze dat schenken, en maak die mooie foto nu je hier bent. Zo leert de pelgrim het goede leven van de camino.
We lopen verderop over het erf van een boerderij. Daar zien we een oude houtoven, die wordt gestookt met takken.
In het stookvak ligt een bult as, en veel asdeeltjes dwarrelen omhoog, dus de oven is zojuist nog in gebruik geweest, wellicht voor het bakken van het dagelijks vers brood.
Als we doorlopen, ontmoeten we voorbij de boerderij de boerin. We groeten elkaar vriendelijk.

Op het dak van de Camino de la Costa
Voorbij Corteporcos moeten we een vele kilometers lang traject langs de brede LU-233/AC-934 lopen. Daarbij passeren we ook de provinciegrens van Lugo naar A Coruña.
Naast deze asfaltweg is een breed steenachtig pad waarover alle pelgrims veilig voortgaan. Op dit lange rechte stuk zien we dat er enkele andere pelgrims voor en achter ons lopen. De meesten kennen we zo langzamerhand wel. Het pad klimt aldoor en uiteindelijk komen we langs deze weg aan in het dorpje Marco das Pias, waarin we op 710 meter hoogte het hoogste punt van de Camino de la Costa bereiken.

Zon en pauze in Mesón
Nu komt onze beoogde pauzeplek in zicht, want we arriveren in Vilariño.
Deze plaats loopt naadloos over in de plaats Mesón, waar we de lunchpauze willen nemen.
In de bebouwde kom lopen we langs een hoger gelegen tuin, die is omgeven door een betonnen hekwerk met witte stijlen. Twee honden lopen tussen de heg en het hekwerk en blijven ons voortdurend volgen. Af en toe steekt één van beide honden zijn kop tussen de stijlen door op de hoogte van waar wij lopen, om ons vooral goed in de gaten te kunnen houden. Als ik vooruit loop, gaat hij mee, en steekt zijn kop door de spijlen; als ik achteruit loop, gaat hij ook mee, en daar komt zijn kop ook weer tussen de stijlen naar buiten. Een mooi spel voor mens en hond, en veel gezelliger dan alleen maar agressief blaffende honden aan kettingen of achter ijzeren hekwerken.
We gaan het eerste café van Mesón voorbij en lopen iets voorbij de afslag van de route door naar het andere café, waar we heerlijk in de zon op het terras kunnen zitten. Hier eten we en drinken we koffie, in het bijzijn van een jonge Hongaarse vrouw, die hier ook als pelgrim is. De temperatuur is vanaf vanmorgen vroeg van 9 graden al opgelopen naar 25 graden Celsius. Op deze behoorlijke hoogte waait het wel aangenaam fris, dus het is hier op deze hoogte en op deze warme dag prima wandelen en anderszins vertoeven.

Op en neer
Vanuit Mesón lopen we door A Esgueva en door Muradelo. Twee mannen zijn bij een tractor een fikse partij hout aan het kloven voor de haard.
We komen buiten het dorp op een schilderachtig mooi hol heuvelpad dat we naar boven volgen.
Achter ons struikelt één van de Spaanse pelgrims waarschijnlijk over een uitstekende boomwortel, want hij gaat achter ons met een schreeuw languit over het pad. Hij vertelt dat zijn rugzak naar boven en naar voren schoot, waardoor hij hard voorover viel, maar gelukkig heeft hij geen verwondingen, en kan hij weer prima voorwaarts.
Vanaf behoorlijke hoogte op dit heuvelpad krijgen we tussen de bomen door een schitterend uitzicht over het berglandschap rechts van ons.

Boeren in Galicië
Als we verderop over een veldpad lopen, komen we langs een akker met aardappelen, waar een oudere boerin en boer voorover staan gebogen om het lange onkruid tussen de aardappelrijen weg te trekken, om het met een kruiwagen af te voeren van de akker.
Een eind verder lopen we over een doorgaand pad tussen twee boerderijen door. Op het ene erf zien we een boer op een bankje onder een boom.
Een mooi verstild beeld van zo’n slapende oudere boer in de schaduw op het erf, waar ook een oude hórreo staat.
Bij de tweede boerderij staat een kleine oude stal, open aan de voorzijde. De hokken zijn leeg, dus kennelijk loopt alle vee buiten in het veld. Naast deze houten stal staat weer zo’n prachtige oude hórreo, zo karakteristiek voor Galicië.
We lopen wederom over prachtige oude smalle karrensporen en lokale voetpaden naar een doorgaande asfaltweg. Via die asfaltweg lopen we naar het dorpje Guitiza.

Monnikenwerk
Nu weten we van onze routegids dat we voorbij Guitiza langs een meertje zullen komen, alvorens we arriveren in Sobrado dos Monxes. Vanaf een vrij hooggelegen bospad zien we ineens verderop beneden ons dat meer, het Lagoa de Sobrado.
Het veldpad daalt, en zo komen we bij het meer, waarin grote aantallen waterlelies groeien en bloeien.
Behalve een andere pelgrim ontmoeten we hier een tiental toeristen, die deze plek ook als mooi natuurpunt hebben gevonden.
Op een houten steigertje zit een man met een meisje. Ze zit voorovergebogen naar het ondiepe water, met een stok in haar hand.
Met die stok tikt ze zachtjes op en in het water, en steeds komt er dan een groene kikker naar boven, die hapt naar het uiteinde van haar stok.
Over een lange vlakke stenen brug verlaten we dit meertje, dat overigens in de jaren 1500 tot 1530 is gegraven door de monniken van het klooster van Sobrado dos Monxes. Dit meertje had toen als doel om te dienen als waterreservoir.

Sobrado dos Monxes
En dan wandelen we ook al vrij spoedig het stadje Sobrado dos Monxes binnen.
Dit is onze bestemming voor vandaag, en het is op dit moment nog maar 13.15 uur, dus de bijna 26 kilometers hebben we vandaag afgelegd in bijna zes uren, een prima tijd voor zo’n afstand.

Monasterio de Santa María de Sobrado
Nu willen we nog even door naar het klooster, dat we al beneden in het stadje zien staan,
We wandelen naar beneden, en komen dan uit op het plein tegenover het Casa de Audiencias, het vroegere bezoekershuis.
Door de toegangspoort van dit bezoekershuis gaan we naar de binnenplaats waaraan het meer dan duizend jaar oude grote klooster staat.
We wandelen snel door naar de ingang van het pelgrimsbureau, want we willen voorkomen dat het straks om 14.00 uur is gesloten en wij achter het net vissen bij het verkrijgen van ons pelgrimsstempel van dit klooster in onze pelgrimspaspoorten. We lopen onder het grote bord ‘PAX’ het bureau binnen.
Twee andere pelgrims worden op dat moment ingeschreven voor het verblijf van de komende nacht in het klooster, en daarna zijn wij aan de beurt.
We vertellen dat we hier niet overnachten, maar wel graag het kloosterstempel willen hebben. De dienstdoende monnik – van origine uit Londen – wijst ons op het kloosterstempel, en vertelt dat je als pelgrim hier het voorrecht hebt om het stempel zelf in je pelgrimspaspoort te zetten.
Dat doen we graag, en daarna raken we nog een tijdje met de monnik in gesprek over het een en ander. Hij vertelt dat we ook nog maar net op tijd zijn, want niet om 14.00 uur, maar al om 13.30 uur sluit het klooster haar deuren, om pas om 16.30 uur weer open te gaan voor de inschrijving van de nog komende pelgrims. Wij waren dus ‘just in time’, en zijn een heel mooi stempel rijker in onze pelgrimspaspoorten.

Veel pelgrims onderweg
Als we naar buiten wandelen, sluit een andere monnik de grote deur van het klooster. Als we over de binnenplaats lopen, ontmoeten we nog enkele andere pelgrims die achter ons aan kwamen, en vertellen we hen – tot hun teleurstelling – dat ze net te laat zijn om zich hier te registreren en te installeren. Ze moeten wachten. Enkele andere pelgrims hadden dat ook al ontdekt, en hadden al plaatsgenomen op de binnenplaats.
Wij lopen het kloostercomplex uit, en zien dan op het stadsplein een taxi staan. Er is geen chauffeur te zien, maar een oudere Spanjaard zegt ons hier even te blijven staan, want hij weet wel waar hij de chauffeur kan vinden. Van het ene café (geen chauffeur) loopt hij naar het tweede, en dan komt de chauffeuse van deze taxi naar buiten. Ze brengt ons dan van Sobrado dos Monxes naar Miraz. Omdat onze terugreis voor een groot deel onze camino van vanmorgen volgt, zien we hoeveel pelgrims er nog achter ons aan komen. Verrassend is het om te zien dat er veel meer pelgrims nog onderweg zijn dan we hadden verwacht. Tientallen pelgrims zijn individueel, in tweetallen of in groepjes nog op weg naar Sobrado dos Monxes, en verder terug nog naar Roxica. Ook als we vanuit Miraz al weer terug rijden naar de camping en we nog enkele kilometers van gisteren volgen, zien we nog meer pelgrims, onderweg naar Miraz, of wellicht nog naar Roxica. Overduidelijk is dat het ook op deze camino betrekkelijk druk is, alhoewel je daar zelf als pelgrim om je heen niet eens zoveel van ziet tijdens de uren die je zelf het pelgrimspad bewandelt.