dinsdag 16 augustus 2016

Pelgrimeren van Baamonde naar Miraz

Steenhouwer Francisco Javier Lopez plaatst het tempelierszegel in onze pelgrimspaspoorten



















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van Baamonde naar Miraz
Dinsdag 2 augustus 2016 – 15,2 km.
Dag 36: 735,1 – 750,3 km


Taxi op afroep
Gisteravond heeft Durkje aan de dochter van de campingeigenaar in Méson da Cabra (bij Guitiriz) gevraagd of Carla voor ons de taxichauffeuse van vanmorgen wil bellen om haar te vragen of zij morgenochtend om 8.00 uur in Miraz kan staan om ons beiden dan naar Baamonde te brengen. Dat komt klaar, zo werd gezegd. Daarom rijden we vanmorgen om 7.30 uur van onze camping in Guitiriz naar de bar van het dorpje Miraz. We zijn van plan om vandaag de korte pelgrimsetappe van Baamonde naar Miraze te lopen, over een afstand van 15,2 kilometer. Om 7.45 uur arriveren Durkje en ik met onze auto bij de bar van Miraz. We zijn ruim op tijd, dus we drinken nog een kop koffie in de bar. Ongeveer vijf minuten later arriveert onze taxichauffeuse al, dus we kunnen nog ruim voor 8.00 uur al vertrekken naar Baamonde. Vlak vóór Baamonde zien we de Nederlandse pelgrims Paul & Monique langs de weg lopen, dus die zullen we vandaag vast nog wel ontmoeten.

Baamonde
Om 8.15 uur vertrekken we bij de taxistandplaats bij de rotonde van Baamonde.
Even later passeren we in het dorp de romaanse kerk van Calvario. Een fietsende pelgrim roept dat we vooral even moeten komen kijken bij de holle boom naast de kerk.
In de holle boom heeft kunstenaar Victor Corral een houtsnijwerk gemaakt van Maria met Jezus, waarmee hij deze monumentale holle kastanje van de kap heeft gered.
Vóór deze 12e en 13e eeuwse dorpskerk zijn in de 18e eeuw nog drie kruisbeelden bijgeplaatst.
De eeuwenoude kerk met de hele oude kastanje hebben een prominente hoge plaats in het dorp.
Na dit kleine uitstapje gaan we op de camino verder op onze route, Baamonde uit, om dan ongeveer drie kilometer langs de N-VI te blijven lopen.

Puente de San Alberte
Bij de 100-kilometer-bermpaal (nog 100 kilometer te gaan naar Santiago de Compostela) verlaten we de brede asfaltweg.
We lopen dan in de richting van de oude stenen brug over de rivier de Parga.
Vanaf deze Puente de San Alberte krijg je een mooi uitzicht over de tamelijk brede rivier de Parga.
Dan lopen we het bos in, aan de andere zijde van de rivier.

Kapel met kruisbeeld van San Alberte
Het pad gaat omhoog in de richting van de kapel van San Alberte.
Langs de camino staat naast de kapel een oud kruisbeeld. Dergelijke vierkante kruisbeelden hebben doorgaans twee hoofdzijden. Op de voorzijde is de gekruisigde Jezus afgebeeld, en aan de achterzijde vind je dan het beeld van zijn moeder Maria, vaak ook met het kindje Jezus.
In dit geval zijn op alle vier zijden van het kruisbeeld onder de beelden een figuur van de Jacobsschelp afgebeeld.
We lopen vervolgens door een prachtig bosgebied, met prima bewandelbare bospaden, die af en toe even door een stukje open bos gaan.
In de bermen van de bospaden zien we in het hoge bermgras de grote spinnenwebben, die in prachtige bosdecoraties zijn getransformeerd door de dauw, die is neergeslagen op deze brede spinnenwebben. We kennen deze sierlijke natuurbeelden ook van voorgaande jaren, op de ochtenden dat we al vroeg het pelgrimspad op zijn gegaan. Niet alleen vanwege de ochtendnevel en de dauw, maar ook vanwege de buitengewoon mooie ochtendkleuren en –geuren is een vroege aanvang van zo’n pelgrimsdag een absolute aanrader.

Wandelen met koeien
We komen door Bandoncel. Ook hier in dit gebied vind je bij nagenoeg elke boerderij een oude hórreo.
Voor ons zien we langs de weg een boer lopen met zijn hond en twee koeien. We halen deze bijzondere combinatie al spoedig in, en maken even een praatje met deze boer.
Verderop heeft een boer een met dekzeil overdekt klein schapenverblijf gemaakt bij een oude waterput. De schapen maken er zo te zien dankbaar gebruik van, want alle schapen liggen onder en bij dit eenvoudige afdak.
Op een open plek in het bos passeren we een kleine bosvlakte met jonge aanplant van eucalyptusbomen. De zilverkleurige boombladeren met op de achtergrond de ochtendnevel in en boven het bos zorgen voor een mystieke sfeer hier in het stille bos.

Digañe
Daarna volgt Digañe/Santa Leocadia. Door een vervaarlijke erfhond aan een ketting achter een hoog ijzeren toegangshek worden we op niet mis te verstane wijze uitdrukkelijk ‘welkom’ geheten.
De interieurs van boerenschuren in deze streken zijn ook plaatjes op zich. Veel hout, hooiopslag, oude inventaris en houten boerenkarren, zijn de ingrediënten van wat je daarin zoal aantreft.
Boerderijen zijn veelal nog in gebruik, maar andere boerderijen of oude huizen en schuren van in gebruik zijnde boerderijen zijn vaak bouwvallen, en dienen doorgaans nog tot louter opslag van de meest uiteenlopende zaken, ook al staan ze soms op instorten.
Op de splitsing aan de uiterste rand van Digañe gaan we linksaf, het bos weer in.

Waterputten in Galicië
Iets verderop komen we langs een alleenstaande boerderij. Naast de boerenschuur staat een hele oude waterput. In deze regio zijn waterputten complete bouwwerken, met aan de ene zijde vaak lange waterbassins en aan de andere zijde stenen bakken met aflopende delen, die vroeger als wasplaats gebruikt werden. Om te voorkomen dat kinderen en dieren in diepe waterput zouden vallen, zijn de voorzijden van de naar boven opgemetselde waterputten met houten openslaande deurtjes afgesloten.
Een loslopende boerderijhond verroert zich niet al we langs hem lopen. Als we de waterput fotograferen, wordt vlak bij ons een deur van een schuur geopend, en komt de boer even naar buiten om poolshoogte te nemen. Hij vindt het prima dat we zijn niet meer in gebruik zijnde waterput fotograferen.

Witericus
Volgens onze routegids zouden we het vandaag moeten stellen zonder horecavoorziening op de route van Baamonde naar Miraz. Tot onze vreugde echter passeren we een wegwijzer waarop wordt aangekondigd dat er over 400 meter toch wel een horecapunt voor pelgrims is.
Een eindje verder staat weer een bord langs de weg, waarop staat dat we hier 156 meter moeten afwijken van de doorgaande camino-route om bij deze bar-herberg te komen. We nemen de afslag en wandelen naar deze in het bos gelegen oase.
We bestellen koffie en Santiago-cake en nemen plaats op het terras bij deze drie Nederlandse pelgrims. Een  gezellige koffiebijeenkomst volgt daarop.
We zijn hier bij café-herberg Witericus, genoemd naar de oud-Galicische naam van de stad Guitiriz. De bijzondere boom die Witericus in haar pelgrimsstempel heeft staan, staat een eindje verderop in het bos, zo wordt mij verteld door de café-eigenaresse. Het café is hier al enkele jaren, maar de herberg is pas van vorig jaar, vandaar dat de gidsen deze nog niet vermelden. Er zijn negen slaapplaatsen op deze hele stille plek midden in het bosgebied. Het is een goede zaak dat er hier op de route steeds meer pelgrimsherbergen komen, want de huidige accommodaties kunnen de grote stoet pelgrims soms nauwelijks tot niet herbergen.

Houwen, stempelen en zegelen
Op het moment dat we alle vijf zullen vertrekken, arriveert een Duits pelgrimsechtpaar, Bernd & Simone uit Berlijn, bekend bij Paul & Monique. Zij blijven nog even achter, en de andere Nederlandse pelgrim, een student van de Vrije Universiteit van Amsterdam, loopt met ons mee.
We gaan nu met zijn drieën naar het dorpje Xeixón. Als we in het dorp zijn, lopen we langs het atelier van een beeldhouwer. Hij werkt op een steiger aan een grote steen en nodigt ons uit om even in zijn ateliertuin te komen.
Hier zien we het een en ander van zijn steenhouwwerk, waaronder driedimensionele vormen, maar ook graveringen in stenen platen.
Hij vraagt of we ook een stempel in onze pelgrimspaspoorten willen hebben, want dan moeten we even meelopen naar zijn atelier.
Daar drukt steenhouwer Francisco Javier Lopez zijn stempel in onze pelgrimspaspoorten, en dan steekt hij zijn gasbrander aan en zien we tot onze verrassing dat hij gesmolten was in onze pelgrimspaspoorten laat druppelen, waarna bij een prachtig tempelierszegel daarin drukt.
Dit tijdrovende proces doorloopt hij driemaal, voor al onze drie pelgrimspassen. 
Verguld met zo’n mooi zegel willen we hem bedanken en afscheid nemen, maar dan neemt hij ons nog mee naar binnen, naar zijn expositieruimte.
Hier staan en liggen grotere en kleine beeldhouwwerken van steen, door hem gemaakt. Hij gaat buiten weer aan het werk, en wij mogen wel rustig even rondkijken.
Weer buiten gekomen, wil ik hem als dank een flesje van onze meegenomen frisdrankvoorraad aanbieden, maar dat weigert hij beslist te accepteren. Hij vertelt dat hij buikpijn krijgt van alle frisdranken, en dat alleen wijn goed voor hem is, dus hij drinkt alleen wijn. We bedanken Francisco Javier Lopez hartelijk voor zijn gastvrijheid en voor zijn mooie stempel en voor het bijzondere tempelierszegel in onze pelgrimspaspoorten.

Beelden van pelgrims toen en nu
Een bijzondere ervaring rijker lopen we verder. We komen door het dorpje Seixon de Arriba.
Onmiddellijk daarna wandelen we Subcampo al binnen.
Ondertussen lopen we weer met zijn tweeën, want door de vele foto’s die wij onderweg maken, zouden we onze Nederlandse medepelgrim maar ophouden.
Het volgende dorpje waarin we arriveren, is Laguna.
Voorbij de bocht komen we langs een in aanbouw zijnde nieuwe pelgrimsherberg. Op het terrein staan al twee prachtige grote beelden van pelgrims.
Het ene beeld is van een staande klassieke pelgrim, zoals die eeuwen geleden door Europa trokken op weg naar Santiago de Compostela.
Het andere beeld is van een zittende moderne pelgrim, zoals je die vandaag de dag op de camino aantreft, compleet met rugzak en slaapmatje.
Beiden dragen ze wel één of meer Jacobsschelpen op hun pelgrimstenue.

Jong verkeersslachtoffer
Voorbij de grote kippenboerderij van Laguna gaan we voort over het smalle asfaltweggetje in de richting van Miraz. Vlak voordat we deze asfaltweg verlaten, vinden we het kadaver van een vannacht of vanmorgen aangereden jonge vos. De nog jonge maar dode vos ligt op de rand van asfalt en berm.

Miraz
Vrij snel daarna moeten we de asfaltweg verlaten, om dan over een veldpad aan de achterzijde het dorp Miraz binnen te lopen.
Dat is op zich een goede keus, want het loopt veel aangenamer op zo’n mooi graspad, en we komen daardoor het dorpje van onze bestemming voor vandaag binnen op de plaats waar de grote vierkante burchttoren van Miraz staat, deel uitmakend van een groot boerenbedrijf.
Een tractor met een wagen vol grote balen hooi staat voor de ingang van de boerderijtuin.
Iets dichter bij het centrum passeren we een oude boerenschuur, waarin een houten kar staat, die is volgeladen met takkenbossen, bedoeld voor het stoken in de haard.
Tussen twee oude gebouwen door krijgen we een doorkijkje naar de oude dorpskerk met het omliggende kerkhof.
Dan moeten we aan de kant, want de tractor met de hooiwagen van zojuist komt eraan.
We zijn nu op de splitsing in het dorp, waar je kunt kiezen om naar de dorpsherberg en het dorpscafé te gaan, of om door te lopen op de doorgaande route.
Wij lopen het dorp verder in, naar het dorpscentrum waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd.
Daar ontmoeten we ook de drie Spaanse pubermeisjes weer, die vanmorgen tegelijk met ons Baamonde uit liepen. Ze vullen hier hun watervoorraad bij aan het watertappunt en gaan dan verder. Durkje en ik gaan de picknickplaats in het dorpscentrum op om te lunchen.
Daarna rijden we met onze auto van Miraz naar Guitiriz om daar boodschappen voor de komende wandeldagen te halen, en daarna gaan we terug naar de camping.

Van 11 via 24 naar 30plus
We zijn vanmorgen begonnen met wandelen bij een temperatuur van 11 graden Celsius, en als we in Miraz aankomen, is de temperatuur al opgelopen tot 24 graden Celsius. Later op de middag is de temperatuur nog verder opgelopen tot boven de 30 graden Celsius. Omdat we al om 12.15 uur arriveerden in Miraz hebben we onderweg vanwege onze vroege start en de kleine afstand dus in het geheel geen last gehad van de hoge temperatuur van vandaag.  


Pelgrimeren van Vilalba naar Baamonde

De camino loopt ook over het erf van oude Galicische boerderijen



















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van Vilalba naar Baamonde
Maandag 1 augustus 2016 – 19,1 km.
Dag 35: 716 – 735,1 km


Galicië is een feest
Nadat we gisteren de caravan hebben verplaatst van de camping in Barreiros naar Camping El Mesón in Méson da Cabra, nabij Guitiriz, en we daarvan ook een rustdag hebben gemaakt, waarop we overigens op heel bijzondere wijze bij en op de camping El Mesón de verjaardag van Durkje tot laat in de avond met campinggasten en campingpersoneel hebben gevierd, begint vandaag weer het serieuze werk van de voortzetting van onze pelgrimstocht over de Camino de la Costa naar Santiago de Compostela. De lucht was in de afgelopen avond en nacht wisselend helder en bewolkt, en als we vanmorgen om 6.45 uur opstaan, is het nauwelijks bewolkt, en ziet het er wel naar uit dat het een volop zonnige dag gaat worden. Als we tegen 8.00 uur met de auto de camping verlaten, is het overigens nog wel veel kouder dan in de afgelopen twee weken. We beginnen vandaag te wandelen bij een temperatuur van 11 graden Celsius, maar die loopt gedurende onze wandeletappe nog wel op tot 23 graden Celsius, bij een prachtig zonnig zomers weerbeeld. Wandelen is onder deze weersomstandigheden een feest op zich, en ook al zou dat niet zo zijn geweest, dan zou de omgeving er wel een feest van hebben gemaakt, want het gebied waar we vandaag door heen wandelen, laat Galicië authentiek en op zijn mooist zien.

Baamonde – Vilalba - Baamonde
We rijden van de camping naar Baamonde, slechts enkele kilometers vanaf de camping. Daar parkeren we de auto en vragen we bij het rotondecafé om een taxi. De barkeepster geeft ons het telefoonnummer van het plaatselijke taxibedrijf. Tijdens het telefoongesprek horen we dat ze ervoor zullen zorgen dat een collega met de taxi naar ons café komt.
Naast de ingang van het café hangt een bord van de ‘Associación de Amig@s Camiño Norte’, en op het menubord van het café eronder staat een illustratie van een pelgrim, met daaronder de vermelding dat het café al om 6.30 uur open is, wat voor de vroege pelgrim de kans biedt om hier dan al te ontbijten, alvorens de dagetappe aanvangt.
Het wachten op onze taxi duurt nog geen tien minuten, en dan vertrekken we al om van Baamonde naar Vilalba te worden vervoerd.
Om 8.45 uur staan we klaar in Vilalba voor onze volgende pelgrimsetappe van Vilalba naar Baamonde, over een afstand van 19,1 kilometer.

Traditioneel boerenwerk
Via smalle straten en paadjes wandelen we Vilalba uit, waarbij we onderweg ook een rivier oversteken. Vóór ons zien we drie pelgrims op alweer de volgende rivieroever hun kampement opbreken.
Ze hebben hier vannacht in twee tentjes overnacht naast de Puente Rodríguez, een oude houten brug op stenen pijlers.
We komen dan spoedig door een verlaten buurtschap, over een pad dat het boerderijerf van een geheel vervallen boerderij doorsnijdt.
Even later komen we weer bij zo’n oude Galicische boerderij, maar hier is te zien dat die toch nog in bedrijf is. Op het boerderijerf waar we over heen moeten, staat een oude boerenkar met daarop tamelijk vers gemaaid gras, en de deur van de donkere stal staat open.
Een oude boerin loopt met emmers over het erf, van de stal naar het huis, en van het huis weer naar de stal. Je waant je hier in een entourage van een boerenbedrijfje van tientallen jaren geleden, maar dit is hier in Galicië toch helemaal en heel bijzonder 2016.
Aan de andere kant van het boerderijerf ligt een uitgestrekte houtopslag om ook in de komende winter(s) nog te kunnen stoken, maar je vraagt je als passant af of de oude boerin en dit traditionele boerenbedrijfje nog de tijd zal zijn gegund om al dat hout op te stoken.
Wat we hier vanmorgen zien, is waarschijnlijk nog een laatste illustratie van hoe hier vele tientallen jaren geleden al werd en nog steeds wordt gewerkt.
Hier in Galicië wordt doorgaans op heel kleine schaal in de boerensector gewerkt. We zien hier nauwelijks een tractor of tekens van mechanisatie, en als er al een tractor in een schuur staat, is het een kleine en een heel oud exemplaar van al enkele tientallen jaren oud. Je mag het als een voorrecht beschouwen dat je hier als pelgrim (vreemdeling) door dit (hun) land van boeren loopt, alsof je tientallen jaren terug bent gezet in de tijd. Een heel bijzondere ervaring is dat.
Over oude boerenpaden gaan we voort, en als we in een iets opener landschap komen, zien we links achter ons nog heel even de stad Vilalba hoog op en tegen de heuvel liggen.
Je ervaart het grote contrast tussen de moderne stad en het traditionele platteland van Galicië.
En dan gaan we weer verder over oude boerenpaden, die oude boerenbedrijven en minieme buurtschappen aan elkaar verbinden. We lopen over een boerenerf, waar een oude houten boerenkar in een traditioneel gebouwd schuurtje staat.
Daarnaast staat een hele oude stenen waterput met een wasplaats.
De binnenwanden van de diepe waterpunt zijn begroeid met mos en varens.
Iets hogerop, aan een kruisend asfaltweggetje, komen we langs een oude open wasplaats.
Daarna komen we langs een boerderij. Enkele kippen scharrelen over het erf; de boerin groet ons. We gaan voort over schilderachtige oude boerenpaden.

Alba
Als we vlak vóór het dorpje Alba middels een viaduct over de A8 lopen, staan we ineens weer in een heel andere wereld, die van modern 2016. Achter ons zien we nog eens de stad Vilalba op de heuvel liggen, en rechts vóór ons zien we veraf boven op een bergrug een rij moderne windmolens staan, hoog boven de bomen op de berg en contrasterend afstekend tegen de bewolkte blauwe lucht.
Bij Alba steken we ook de N-634 over.
We lopen dan naar de Iglesia de San Xoan de Alba, met daar pal naast het opvallende neogotische kerkhof.
De torentjes met daarop de kruisen van de graven steken scherp af tegen de blauwe lucht en de witte wolken.

Een hondenleven
Voorbij Alba duiken we het agrarische land weer in van de oude boerenpaden langs vervallen boerderijen.
Op één van die oude paden loopt een oude boer voor ons uit, een witte hoed op en steunend op zijn stok. We groeten elkaar vriendelijk en gaan in eigen tempo voort.
Verderop komen we langs een boerderij, waar een mestkar staat, die hoog is opgeladen met koeienmest.
Het boerenerf enkele meters verderop van deze boerderij is ronduit een zootje, maar dat wordt dan wel weer goed bewaakt door twee kettinghonden, die luidruchtig aanslaan als we het erf passeren.
De meeste – veelal vervaarlijk uitziende – grote erfhonden liggen hier overigens aan zware kettingen of zijn opgesloten in zwaar uitgevoerde kennels. Ze hebben letterlijk een hondenleven, en zijn voor alle passerende pelgrims lawaaierige blafmachines, die de stilte van het Galicische platteland elke keer ruw verstoren. Als er dagelijks 50 pelgrims langskomen, blaffen de honden ook 50 keer, dus zeker zo’n tien keer per uur, dus gemiddeld elke dag om de zes minuten. Wat zouden de hondeneigenaren daar nu zelf van vinden?

Café Americano voor pelgrims
Ter hoogte van de plaatsjes Saá en Insúa komen we weer bij de N-634. Waar het wandelpad deze doorgaande weg kruist, staat een café. We hebben nu 10,1 kilometer zonder rustpunt gelopen, dus we vinden dat we hier onze koffiepauze dubbel en dwars hebben verdiend. Binnen drinken we de gebruikelijke koppen Café Americano, grote koppen zwarte koffie, geen melk, geen suiker, alleen stevige koffie voor de pelgrims. Binnen en buiten bevinden zich meer pelgrims, waaronder een groep van vier Franstalige pelgrims, en een groep van zo’n zes Engelssprekende pelgrims. De wereld komt hier bijeen op enkele vierkante meters.

Ponte de Saá over de Río Labrada
Na deze koffiepauze lopen Durkje en ik aan de overzijde van de N-634 naar de Ponte de Saá, een lange stenen boogbrug over de Río Labrada, die getuige het nevenstaande informatiebord enkele jaren geleden is gerestaureerd als werkgelegenheidsproject.
Aan de overzijde van het riviertjes staan in het veld enkele grote feesttenten, en het ziet ernaar uit dat hier wellicht in het afgelopen weekend een soort dorpsfeest is georganiseerd. De tenten moeten nog worden afgebroken en weggehaald.

Penas en Pigara
Al spoedig gaan we weer onder de N-634 door, om dan verder te gaan in de richting van Penas. Op deze asfaltweg komen we langs een ouder, traditioneel gebouwd huis, dat momenteel van binnen en van buiten wordt gerestaureerd. Enkele werklui zijn op het grote nieuwe dak bezig om houten platen op het geïsoleerde dak te leggen, waarop later waarschijnlijk dakpannen of hoogstwaarschijnlijk traditionele leien zullen worden gelegd.
Van Penas lopen we door naar Pigara. Vlak vóór het oude dorpskerkje van Pigara, gaan we bij het oude wegkruis midden op de weg rechtsaf, om daarna wederom de N-634 en de A8 te kruisen.

Langs Santiago in Baamonde
We lopen nu ten westen van de N-634 in zuidelijke richting naar Baamonde. We komen weer terug bij de N-634 om dan een behoorlijk eind over de vluchtstrook van deze brede, maar niet al te drukke weg te lopen. Dit is het minst aantrekkelijke deel van onze etappe van vandaag, maar ook aan dit stuk komt wel een eind, als we vlak voor het drukke verkeersknooppunt (N-634 en A6 en A8) iets verder van de weg af onze route kunnen vervolgen. Met enige bochtenwerk kruisen wij zo ook dit luidruchtige verkeersknooppunt, om vervolgens de bebouwde kom van Baamonde binnen te lopen. Daar komen we al vrij spoedig langs een tuin waarin een waarschijnlijk moderne uitvoering van een wegkruis staat, waarbij op de halve hoogte van het wegkruis een mooi beeld van Sint Jacob (Santiago) is verwerkt.

Aankomst in Baamonde

In de verte zien we vóór ons vier pelgrims lopen. Al snel zien we dat de Nederlandse pelgrims Paul & Monique daar ook bij zijn; het Enschedese pelgrimsechtpaar dat we in de afgelopen dagen onderweg al eerder hebben ontmoet. We spreken hen nog vlak vóór de grote pelgrimsherberg van Baamonde. Zij zijn om 7.30 uur uit Vilalba vertrokken, en hadden twee dagen geleden al vernomen dat deze grote herberg met 92 bedden de komende nacht niet beschikbaar is voor pelgrims. Ze hebben veiligheidshalve vooraf dan ook al elders in Baamonde een slaapplaats gereserveerd, dus zij zijn in elk geval zeker van een bed voor de komende nacht. Morgen lopen ze evenals wij naar Miraz. Zij gaan op zoek naar hun overnachtingsadres, en wij lopen door naar de auto in het centrum van Baamonde, om dan om 13.00 uur in Baamonde nog enkele boodschappen in de supermarkt te halen, alvorens we terugrijden naar onze camping in Mesón da Cabra, nabij Guitiriz.

Lang zal ze leven in Méson da Cabra

Zondag 31 juli 2016
Verrassende ontvangst met verjaardagsmuziek en een dronk met Orujo















57
Op deze feestelijke dag van de 57e verjaardag van Durkje slapen we lekker lang uit, tot nota bene 10.15 uur. Het motregent vanmorgen en het is zwaarbewolkt. Pieter is vanmorgen de eerste die vanuit Nederland belt voor Durkje haar verjaardag. Na het ‘verjaardag met kado-ontbijt’ maken we in en rond de caravan alles klaar voor vertrek, en om 11.45 uur verlaten we de camping van Barreiros. We rijden dan via Mondoñedo en Vilalba naar het verkeersknooppunt van Baamonde, om daar af te buigen richting  O Coruña, om dan al vrij snel de snelweg te verlaten bij de afslag Guitiriz. Ondertussen belt Baukje mede namens Rauke (samen net weer terug van hun Afrikaanse huwelijksreis) om Durkje te feliciteren.
Vanuit de motregen rijden we vanaf de kust zo alsmaar stijgend naar de hoogvlakte van de Spaanse provincie Lugo, waarmee we weer in de gebruikelijk hardnekkige laaghangende bewolking en regen van de heuvels/bergen nabij Mondoñedo terechtkomen. De temperatuur zakt dan onderweg van 19 naar 16 graden Celsius.

Guitiriz
We rijden door de stad Guitiriz en zien op een campingwegwijzer dat we via de N VI iets terug moeten rijden richting Baamonde, waar we ter hoogte van de plaats Parga dan op de camping van Méson da Cabra arriveren, zo’n vier kilometer ten oosten van Guitiriz. We worden hier bijzonder hartelijk – ook Engelstalig – ontvangen, en krijgen alle hulp bij het vinden van een mooie kampeerplek op deze rustige, aangename camping, waar nog veel plaatsen vrij zijn. Nadat we alles hebben geïnstalleerd, krijgen we (van Durkje) een feestlunch met pannenkoeken, ter gelegenheid van de verjaardag van Durkje.
Hier in Méson da Cabra is het halfbewolkt met af en toe zonnige perioden. De temperatuur loopt weer op naar 19 à 20 graden Celsius en hoger, en als de zon dan schijnt, is het buiten heerlijk op de camping. De campingbeheerder gaf ons de tip om vanavond als campinggast naar het restaurant naast de camping te gaan, omdat we daar vanavond dan heerlijk zouden kunnen dineren voor een speciaal campingtarief van zo’n tien euro per persoon. We maken graag gebruik van dit goedbedoelde advies, en worden daarin vanavond beslist niet teleurgesteld.

Welgevoed
De grote zaal van het restaurant zit nagenoeg vol met de plaatselijke kaartclub, dus om 20.00 uur – dan gaat de keuken hier open – nemen we plaats in het café-restaurantdeel. Een vriendelijk ober komt met een heel klein handmatig geschreven briefje met daarop kort twee gangen van elk drie keuzegerechten, en met alles wat hij kan bedenken (in benamingen en met dierengeluiden) maakt hij duidelijk wat de hoofdbestanddelen van de gerechten zijn. We krijgen een buitengewoon smakelijk voorgerecht van zeevruchten en een al evenzo lekker Galicisch hoofdgerecht met schapenbout. En na een fris nagerecht, en koffie met Galicische destillaat (Orujo, 40-60% alcohol) zullen we dit verjaardagsdiner afsluiten, ware het niet dat de campingeigenaar nog even langskomt en ons voor zijn rekening nog een tweede kop koffie met nog een extra Orujo erbij laat bezorgen door de ober. Weldoorvoed en welverzorgd wandelen we terug naar de camping om de nacht in de gaan voor onze volgende wandeldag. Dachten we althans……

Het feest gaat door
We wandelen om het entreegebouw van de camping heen, en tot onze grote verrassing zit en staat alle campingpersoneel met enkele campinggasten op het terras bij de receptie ons op te wachten. En daar klinkt dan direct uit de laptop van campingeigenaarsdochter Carla het o zo Nederlandse verjaardagslied ‘O wat zijn wij heden blij’, en ‘Lang zal ze leven’, wat Carla heeft opgezocht en klaargezet in YouTube. Campingeigenaresse Yolanda gaat rond met borrelglaasjes door schoonvader 35 jaar geleden gedestilleerde Orujo en campingeigenaar Antonio komt naar buiten met een Galicische tulbandcake. 
Durkje krijgt Galicische cake van Antonio
Hij houdt de cake hoog voor Durkje met daarbij een vuuraansteker, en dan moet Durkje dit gelegenheidskaarsje uitblazen. Dan krijgt iedereen verjaardagscake en toosten we met zijn allen op de verjaardag van Durkje.
Naarmate de tijd verstrijkt, komen er meer campinggasten naar voren bij de receptie, waaronder ook enkele Vlaamse stellen. Het wordt laat, maar het is en blijft bijzonder gezellig, en iedereen geniet zo ook van de gezelligheid die de campingeigenaarsfamilie op deze wijze voor haar gasten, en in het bijzonder voor Durkje, schept. Tegen middernacht hakken we zelf de knoop toch maar door, bedanken we de campingeigenaarsfamilie en ander aanwezigen hartelijk voor hun gezelligheid en gaan we toch maar naar bed in de caravan, want morgenochtend klinkt daar in alle vroegte de pelgrimswekker, omdat de volgende wandeletappe voor ons dan in de planning staat. Maar wat kunnen wij terugzien op een prachtige verjaardagsrust- en -feestdag voor Durkje hier in het o zo hartelijk-gastvrije Spaanse Galicië.

Pelgrimeren van Abadín naar Vilalba

Bij het neogotische kerkhof van Goiriz 



















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van Abadín naar Vilalba
Zaterdag 30 juli 2016 – 20,4 km.
Dag 34: 695,6 - 716 km


Wolken, regen en mist
Als we om 6.45 uur opstaan en buiten de caravan komen, merken we dat het zwaar bewolkt is en dat het aanhoudend heel zacht regent. Dat belooft nog niet zoveel goeds qua weer van deze volgende pelgrimsdag, maar niets is zo veranderlijk als het weer, dus we bereiden ons voor om uiteindelijk om 7.50 uur de camping in Barreiros te verlaten, om met onze auto naar Abadín te rijden, waar we gisteren onze pelgrimsetappe beëindigden.
Onderweg komen we door het naar boven oplopende gebied waar we gisteren doorheen liepen, of eigenlijk klommen. Nu pas realiseren we ons hoeveel we gisteren hebben geklommen, want kilometers lang rijden we over de autoweg alsmaar omhoog. Het begint iets harder te regenen en naarmate we hogerop komen, komen we steeds meer in de mistige bewolking terecht. Abadín is één van de plaatsen op de hoogvlakte (meseta) van de provincie Lugo, waar we de komende dagen over heen zullen lopen.

Abadín
In Abadín parkeren we de auto op het centrumplein en dan nemen we onze rugzakken mee onder het afdak van een groot gebouw aan het plein. Onder dat afdak – waar het droog is - maken we alles gereed voor de komende etappe, en als we de regenponcho’s hebben aangetrokken, zijn we om 8.30 uur klaar voor de start.
We lopen vandaag het traject van 20,4 kilometer van Abadín naar de stad Vilalba. We beginnen met zachte motregen, bij een temperatuur van zo’n 19 graden, en in dit gebied zal die temperatuur nauwelijks stijgen vandaag. De regenwolken blijven op en tegen de hoge heuvels van dit gebied hangen, dus ook het weertype verandert hier nauwelijks vandaag.
We wandelen Abadín uit, achter drie jonge Spaanse pelgrims aan, een jongen en twee meisjes, ook alle drie diep weggedoken in hun regenponcho, maar gelukkig wel in een opperbeste stemming, zo te horen. We lopen even later over prachtige onverharde paden tussen de weilanden.

Galicische corredoiras
Een uur later ziet het weer er al een stuk beter uit. De zachte regen is gestopt, het wordt lichter, en er is nauwelijks wind, dus de regenponcho’s kunnen wel uit. We kunnen weer gewoon in een wandelshirt onze weg vervolgen. We lopen over prachtige paden door dit gebied, waaronder de corredoiras, de prachtige soms eeuwenoude holle wegen onder een dicht bladerdek van veelal oude bomen.
Het thema van deze wandeldag is ‘Terra Chá’ (vlakke land), ontleend aan deze hoogvlakte-regio in het noorden van de Galicische provincie Lugo.

Eerste koffiestop in Martiñan
De eerste koffiestop nemen we na 6,6 kilometer in een café te Martiñan. In de keuken zie ik een hele nieuwe aardappeltaart staan, dus daar bestel ik een stuk van bij de koffie. Het wordt ons warm geserveerd met geroosterd stokbrood, en het mag gezegd dat de cafébaas van café Guillermo er alles aan doet om ons een aangename koffiepauze te bezorgen. Hulde voor zo’n goede gastheer. En hij zet ook nog een stempel in je pelgrimspaspoort, dus deze man weet precies wat een passerende pelgrim nodig heeft en waardeert.
Vlak voorbij dit café komen we langs een tuin waar de huiseigenaar twee camino-decoraties heeft geschilderd op een tuinhek en op een tuinmuurtje. Het is dan wel geen Rubens, maar de bedoeling is goed.

Ponte Vella de Martiñan
Nog geen drie kilometer na Martiñan komen we bij de rivier de Batán. Die steken we over via de Ponte Vella de Martiñan, een 17e eeuwse granieten boogbrug met drie bogen, die deel uitmaakt van de Camino Real, de koninklijke weg van Mondoñedo naar Vilalba.
Op de picknickplaats bij deze boogbrug zit ook het Spaanse pelgrimsduo dat we eerder vanmorgen al inhaalden. Ze gaan verder op het moment dat wij nog foto’s maken van deze schilderachtige plaats.
We worden vlakbij het oude granieten kruisbeeld langs het pelgrimspad ingehaald door twee mountainbikende Duitse dames, die we even later inhalen op de plaats waar zij bij een particuliere aanbieder van appels, meloen, kersen en pruimen, een groot stuk meloen hebben gekocht om dat ter plekke op te eten. Even later halen ze ons weer in op het prachtige bospad.

Boerenwerk in Goiriz
We komen bij de plaats Goiriz.
Op een stukje land aan de rand van de bebouwde kom is een man gras aan het maaien.
Uit tegenovergestelde richting komt een tractor aanrijden die een aanhangwagen trekt met daarop vijf grote rollen hooi.
Op het boerderijerf dat wij passeren, stopt de tractor, waarna de chauffeuse overlegt met een andere vrouw die vanuit de boerderij naar buiten komt.

Kerk en kerkhof van Goiriz
Met een boog lopen we naar de 16e/17e eeuwse kerk van Santiago, met daarnaast het bijzondere neogotische kerkhof van Goiriz.
De kerk kunnen we niet bezichtigen, want die is gesloten, zoals zoveel kerken hier in deze regio, maar het kerkhof is wel open, en omdat dit zo’n bijzonder kerkhof is, gaan we die wel nader bekijken.
Zo’n kerkhof als deze mag dan wel karakteristiek zijn voor deze streek, maar toch is het grote aantal siertorentjes van dit neogotische kerkhof bijzonder. Heel bijzonder om zoveel gelijke en verschillende torentjes zo dicht op elkaar te zien, en dan ook nog helemaal rondom dit kerkhof.
Vanaf de begraafplaats lopen we naar het café dat diagonaal tegenover de kerk en het kerkhof staat. Daar nemen we plaats op het caféterras voor onze lunchpauze.
Na deze pauze wandelen we Goiriz direct al uit, om iets verderop over een graspad achter enkele woningen het veld in te lopen.

Land van boeren
We lopen over prachtige oude paden door dit land van boeren. Links van ons zien we een boer in het veld onkruid wieden.
Verderop lopen kleine kuddes koeien rustig grazend in het veld.
Uit tegenovergestelde richting komt een oude man ons tegemoet met drie honden. De grootste komt op ons af en geeft met een steen in zijn bek te kennen dat hij graag wil dat we een steen voor hem weggooien, die hij dan enthousiast achterna rent.
We lopen over een boerderijerf, waar een grote haan met een aantal kippen en een behoorlijk aantal kuikens rondloopt.
En zo gaat het alsmaar verder over prachtige paden, meestal onverhard, maar af en toe even een asfaltweggetje om deze mooie boerenpaden met elkaar te verbinden. De paden gaan af en toe iets omhoog of omlaag, maar nooit te steil en nooit te lang, dus het is buitengewoon aangenaam om hier te wandelen. Daar komt nog bij dat de zon al is doorgebroken en dat we inmiddels in een prachtig zomers weertype ons pelgrimspad vervolgen.

Vilalba
Over een in onbruik geraakte asfaltweg lopen we het bedrijventerrein van Vilalba op. Daar passeren we de moderne pelgrimsherberg. Die is waarschijnlijk nog gesloten, want er zit een groot aantal jongelui met hun rugzakken buiten in de voortuin van de herberg. Durkje en ik lopen door naar de bebouwde kom van Vilalba.
Bij de VVV die is gehuisvest in het plaatselijke museum voor prehistorie & archeologie halen we ons aankomststempel voor onze pelgrimspaspoorten. Daarna lopen we verder de stad in, waarbij we de Jacobsschelpen op het wegdek volgen naar het oude stadsplein.
Als we het Plaza de Santa María op lopen, zien we links van ons de immense stadstoren van de Torre de los Andrade, de 15e eeuwse toren (tegenwoordig parador) die nog bewaard is gebleven van het vroegere kasteel van de leenheren.

Igrexa Santa María
En rechts van het plein staat de kerk van Santa María.
Die is open, en daar gaan we naar binnen.
Het bijzondere van deze kerk is een in de kerkmuur gemetselde rotswand, waarin een Maria-beeld staat. En in een zijkapel staat een donkerbruin altaar met daar bovenin een beeld dat een opvallend helder lichtblauw gewaad draagt.

Eerste 250 kilometers volbracht
Na dit kerkbezoek gaan we met de stadsplattegrond van de VVV op zoek naar de taxistandplaats. Er staat een taxi klaar, waarmee we direct terug worden gebracht van Vilalba naar Abadín. Vanuit Abadín rijden we dan met onze eigen auto naar Barreiros, naar de caravan. Op de camping is het 21 graden Celsius, maar af en toe motregent het. Langdurig buiten zitten, is dus geen optie vanmiddag en vanavond.
We hebben nu in de afgelopen elf dagen ruim 250 kilometer gepelgrimeerd. Morgen is het de verjaardag van Durkje. Die dag gaan we als rustdag vieren, waarop we de caravan ook zullen verplaatsen naar een zuidelijker gelegen camping, die we dan volgende week als uitvalsbasis zullen gebruiken voor de volgende pelgrimsetappes richting Santiago de Compostela.
Tot nu toe verloopt alles heel voorspoedig, dus we hebben goede hoop dat we in de komende dagen – misschien eind volgende week al - het Spaanse bedevaartsoord wederom binnen zullen wandelen. De tijd zal het ons leren.


Pelgrimeren van Lourenzá naar Abadín

Een bijzondere rondleiding langs de schilderijen van Rubens in Mondoñedo



















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van Lourenzá naar Abadín
Vrijdag 29 juli 2016 – 24,5 km.
Dag 33: 671,1 – 695,6 km


Door de bergen van Lugo
Het thema van vandaag is volgens onze wandelgids: ‘Door de bergen van Lugo’. We hebben gisteren de Cantabrische zeekust al ver achter ons gelaten, en we zijn op weg naar de grote meseta van de hoogvlakte van de provincie Lugo. Maar om op die hoogvlakte te komen, moeten Durkje en ik vandaag behoorlijk klimmen. Eigenlijk staat de hele dag over de volle afstand van 24,5 kilometer in het teken van klimmen. Het hoogteprofiel in onze routegids spreekt daarover boekdelen.
We vertrekken vandaag weer ongeveer om 7.45 uur, en rijden vanaf de camping in Barreiros naar de stad Lourenzá, waar we onze auto weer parkeren achter het grote kloostercomplex. Om 8.15 uur beginnen we onze etappe op het kerkplein vóór de kloosterkerk.
We zijn van plan om naar Gontán te lopen, maar als het qua terugreis beter uitkomt om een taxi te regelen in Abadín lopen we nog een halve kilometer verder. Vanmiddag zien we wel wat we gaan doen.

De eerste zeven kilometers van de dag
Als we de plaats Lourenzá uit wandelen, ontmoeten we het Brits-Duitse pelgrimsechtpaar John & Cordula, met wie we ruim een kilometer samen de uitdaging van de flinke klim aangaan. Het eerste dorpje waar we door heen komen, is Arroxo.
En het tweede dorpje dat we naderen, is Grove.
In Grove lopen we via het dorpspaadje onder een hórreo door.
Daarna gaat het verder naar de plaats San Pedro, die we binnenwandelen ter hoogte van de kapel.
Voorbij Grove is het nog bijna 4,5 kilometer te gaan naar de stad Mondoñedo. Om 9.45 uur krijgen we vanaf een prachtig heuvelhellingpad door een bosperceel vanaf behoorlijke hoogte al een mooi uitzicht over de stad Mondoñedo.
Tijdens onze afdaling naar de stad komen we nog over een boerderijerf.
We lopen onder een hórreo door en moeten dan even aan de kant omdat de boer met een kleine tractor met aanhanger van de andere zijde ook onder de hórreo door moet.
Als we over het erf lopen, zien we dat aan de andere zijde van de boerderij ook nog een oude hórreo staat.
Onderaan het toegangsweggetje van de boerderij komen we uit op de brede doorgaande weg, die Mondeñedo in gaat.
Bij het begin van de bebouwde kom is in een open container een informatiepunt voor pelgrims geplaatst.

De kathedraal van Mondoñedo
Via de oostelijke ringweg wandelen we Mondoñedo binnen, in een directe route naar de kathedraal. We wandelen het grote kerkplein op aan de voorzijde van de kathedraal van Santa María.
De deur van de kathedraal staat open, dus we gaan eerst maar naar binnen, voordat ze de deur sluiten voor een middagpauze.
Het is stil en donker in de grote kerk. We lopen door de rondgang en vinden voorin de kathedraal een beeld van Sint Jacob als pelgrim.
Daar komen we ook langs het museum dat in de kathedraal is gevestigd. Bij de entree zit een Italiaanse mevrouw die ervoor zorgt dat we twee verschillende stempels in onze pelgrimspaspoorten krijgen. Van de eerste vertelt ze dat dit een tweehonderd jaar oud stempel is van de kathedraal.
Het tweede stempel is van meer recente datum, en daarvan vertelt ze dat zij zelf het ontwerp van dit stempel heeft gemaakt.

Museo Diocesano Y Catedralicio ‘Santos Sancristobal’
We kopen van haar ook twee toegangskaartjes voor het museum van de kathedraal en van het bisdom, omdat we ook de collectie van gewijde kunst willen bekijken. Eén van de prachtwerken van deze museumcollectie is een tamelijk grote zilveren Jacobsschelp, gedateerd op 1907.

Rondleiding langs Rubens
Als we na dit museumbezoek de rondgang verder doen, komen we langs een nogal donkere ruimte in de zijbeuk van de kerk. Als we naar binnen lopen, vraagt een man vanuit het duister aan de andere zijde van de diagonaal of we Spaans zijn. Als we onze nationaliteit noemen, komt de man – een oude priester - op ons af en spreekt ons in het Duits aan.
Als we vragen of we hier rond mogen kijken, zegt hij dat het akkoord is, en doet hij de verlichting van de grote kroonluchter aan.
En dan begint er een verrassende privé-rondleiding, want hij vertelt dat deze kathedraal eeuwen geleden schilderijen van de Nederlandse schilder Rubens heeft gekocht, en dat die hier in deze ruimte hangen. Vervolgens gaat hij samen met ons bij alle hier aanwezige werken van Rubens langs, onderwijl vertellend welke bijbelse voorstellingen deze schilderijen tonen. Ik krijg ook toestemming om alle acht schilderijen te fotograferen, mits er niet wordt geflitst.
De priester vertelt ook over de periode dat hij in het Duitse Beieren werkte, over het feit dat het ook in Spanje al een probleem is om voldoende personele bezetting in kerkelijke functies te krijgen, en hij vraagt naar onze pelgrimstocht.
Na deze bijzondere ontmoeting bedanken we hem hartelijk. Hij haalt uit een lade een grote ijzeren sleutel, die in een dik lederen etui wordt bewaard, en als we samen met hem de grote zaal uit lopen, sluit hij deze ruimte af. Een bijzondere ervaring rijker gaan we verder met onze bezichtiging van deze kathedraal. Onze aandacht wordt in het bijzonder ook getrokken door het grote gotische roosvenster dat in de gevel van de kathedraal zit.
Daarna verlaten we met nog een blik op het hoofdaltaar deze kathedraal van Santa María.

Koffie met
We steken het kerkplein over om aan de overzijde in een café een kop koffie te drinken. Als we daar binnen komen, zit het Brits-Duitse pelgrimsechtpaar John & Cordula daar ook. We nemen hier ook even rustig de tijd om van onze welverdiende kop koffie met iets lekkers erbij te genieten.
Na deze koffiepauze lopen we over het stadsplein naar de oude waterbron, de Fuente Vieja.
En dan lopen we de stad uit, en kunnen we na een eerste deel van de klim achter ons in het dal nog de stad zien liggen, met de hoge torens van de kathedraal uitstekend boven de stedelijke bebouwing.
We komen vervolgens door een behoorlijk aantal buurtschappen, dat allemaal wel een eigen plaatsnaambordje heeft, zoals bijvoorbeeld Barbeitas.

Klimmen in de mist
De rest van de dag bestaat voornamelijk uit klimmen. En als we voor een stukje toch weer even dalen, wordt dat direct weer gecompenseerd door een stijgend volgend stuk. De temperatuur hierboven in de heuvels blijft vandaag hangen op zo’n 18 à 19 graden Celsius. Rondom en boven de heuvels hangt de hele dag een dichte mist. We lopen dan ook het grootste deel van deze dag in de mist, waarbij we nagenoeg voortdurend worden bevochtigd door een nevelachtige dunne neerslag, een soort hele lichte motregen. Door de frisse wind die af en toe opsteekt, is het vochtig koud onderweg. En van een mooi uitzicht vanaf deze grote hoogte is al helemaal geen sprake. Hier boven is het stil, nat en fris.

Vergane glorie van industrieel erfgoed bij Lousada
We waren van plan om na 8,3 kilometer in het dorpje Lousada een pauzeplek te zoeken om het meegenomen brood te eten. Dat hier geen horeca is, wisten we al. Maar deze heuvelnederzetting is heel klein en biedt op geen enkele manier de gelegenheid voor passerende pelgrims om even plaats te nemen voor een rustpauze, dus we gaan door, op zoek naar een betere rustplek.
De sterkste klim van de dag volgt nu na Lousada. Op het hellingpad passeren we in een bocht de verlaten oude kalkoven; een immens complex, tegen de heuvelhelling gebouwd, en inmiddels voor een groot deel overwoekerd door de natuur.
Iets verderop komen we langs de ruïne van wat vroeger ooit een marmerfabriek is geweest. Ook hier is de natuur weer de baas geworden.

Jacobsschelpen in beton gegoten
Een hele lange en steile klim vraagt het nodige van ons doorzettingsvermogen. Maar we komen boven, en dan staan we voor de betrekkelijk nieuwe pijlers van de A8.
In het betonwerk aan de zijkant van dit viaduct heeft men betonelementen ingebouwd, waarin hele grote Jacobsschelpen zijn afgebeeld. Dit is een prachtige plek voor pelgrims om zo langs de Jacobsschelpen verder te lopen. Ze geven bovendien ook nog de goede richting aan.

Heen en weer-geit
Via parallelle paden gaat de route nu verder langs deze autosnelweg. We komen op een asfaltweg langs een weiland waarin koeien en geiten staan. Als we voorbij wandelen, krijgen twee koeien een dolle bui en drijven ze twee geiten in onze richting, naar de prikkeldraadafscheiding. Beide geiten proberen door de prikkeldraadafrastering te springen. De ene geit wordt door het prikkeldraad tegengehouden, maar de andere geit komt met de nodige draaien zo terecht dat hij zich toch door het prikkeldraad heen wurmt. Resultaat is dat hij vlak vóór ons op de asfaltweg staat en niet weet wat nu te doen.
Als we door willen lopen, loopt de geit weer terug naar het prikkeldraad en krijgt hij het in een tweede poging ook nog voor elkaar om tussen de prikkeldraden vrij eenvoudig weer in het weiland bij de andere geiten en de koeien te komen. Eind goed, al goed. Wij lopen dan weer verder.

Gontán
Het eind van onze etappe van vandaag komt in zicht. We passeren nog een waterbron langs de asfaltweg en overwegen om hier toch nog even te pauzeren om een broodje te eten. We hebben vanaf Mondoñedo nog niet weer gerust, dus als we nu doorlopen naar Gontán – wat niet zover meer is – hebben we zonder rustpauze 17 kilometer aaneen gelopen. We besluiten nu dan toch maar door te lopen, want die laatste twee kilometers kunnen er ook nog wel bij. Zo lopen we al spoedig daarna het dorpje Gontán binnen.
Hier zijn enkele café’s en een pelgrimsherberg, maar we treffen hier geen taxi aan. Daarom lopen we nog een halve kilometer door naar het volgende dorp, Abadín, waar getuige onze wandelgids meer voorzieningen zijn dan hier in Gontán. De route van Gontán naar Abadín wordt keurig bewegwijzerd met grote Jacobsschelpen, die zijn bevestigd op de weg.
En zo arriveren we al spoedig in Abadín, na een wandeling van 24,5 kilometer.
Op het moderne dorpsplein vinden we geen taxi, dus we vragen een barkeeper om een taxi te bellen. We moeten dan zo’n twintig minuten wachten, wat ons de gelegenheid geeft om in dit café een kop koffie te drinken.
Daar raken we in gesprek met twee jonge Duitse dames uit Keulen, die vanaf Bilbao tot hier hebben gepelgrimeerd. Omdat ze morgen al met het vliegtuig vanuit Santiago de Compostela terug moeten naar Frankfurt, nemen ze vanuit Abadín straks de bus naar Santiago de Compostela. Ze zitten hier nu al drie uren te wachten op de bus, die straks komt volgens de barkeeper.
Onze taxi arriveert iets later dan aangekondigd, en dan brengt de taxichauffeuse ons van Abadín terug naar Lourenzá. Ze vertelt tot onze verrassing dat het vandaag de hele dag in Vilalba – waar zij vandaan komt – warm is geweest, met een temperatuur van toch zeker wel 25 graden Celsius. Kortom, heel ander weer dan het vochtig koele weertype waar wij de hele heuvelroute vandaag in hebben gelopen.
Nadat de taxichauffeuse ons heeft afgezet bij het kloostercomplex van Lourenzá, halen we daar nog boodschappen voor de komende dagen, en rijden we met onze auto weer terug naar onze strandcamping in Barreiros. Daar is het prachtig weer, met een temperatuur van rond de 21 graden Celsius, dus ook mooier dan hoog in de ‘bergen’ van Lugo.


Pelgrimeren van Ribadeo naar Lourenzá

Samen wandelen met de Enschedese pelgrims Paul & Monique
















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van Ribadeo naar Lourenzá
Donderdag 28 juli 2016 – 29 km.
Dag 32: 642,1 – 671,1 km


Cafébaas ook taxichauffeur
Om 7.45 uur verlaten Durkje en ik de strandcamping van Barreiros om met de auto naar Lourenzá te rijden. We parkeren de auto daar achter de kloosterkerk van het Monasterio de San Salvador.
Aan de zijde van het kloosterkerkplein staat een taxi op de taxistandplaats, maar een taxichauffeur zien we nergens. Wellicht in het café er tegenover? De cafébaas zegt dat ik naar een ander café iets verderop moet gaan, want daar zal ik de taxichauffeur vinden. In het café tref ik alleen de cafébaas aan. Als ik hem naar de taxichauffeur vraag, vertelt hij dat hij dat zelf is. Als ik hem vraag of hij ons naar Ribadeo kan vervoeren, verzoekt hij ons nog tien minuten te wachten, want dan belt hij zijn vrouw, die dan de honneurs in het café waarneemt. Nog geen tien minuten later arriveert hij al bij de taxi, en brengt hij ons van Lourenzá via de autosnelweg naar het centrum van de stad Ribadeo.

Spoorzoeken in Ribadeo
We lopen naar Plaza de España, waar we vandaag beginnen aan de langste dagtocht van deze camino van dit jaar, namelijk 29 kilometer, van Ribadeo naar Lourenzá.
Het is vanmorgen nog licht bewolkt, maar langzamerhand trekt de bewolking weg en schijnt aan het eind van onze dagtocht de zon volop. De temperatuur komt vandaag uit op zo’n 25 graden Celsius, en de windvlagen maken het tot aangenaam wandelweer vandaag.
Maar dan de uitdaging van de dag: hoe kom je hier de stad uit? De routegids geeft al aan dat er in de stad geen camino-wegwijzers zijn. Wel geeft de gids een aantal straten waar je doorheen moet lopen, maar hier en elders heeft men de gewoonte om alleen maar aan het begin van (ook lange) straten straatnaamborden op te hangen. We weten ook dat aan de rand van de stad, voorbij het voetbalstadion, weer een eerste wegwijzer zal staan, maar hoe kom je daar? We beginnen maar gewoon op het grote stadsplein, en vragen op elke hoek en in lange straten of men weet hoe en waar de camino ons de stad uit loodst.
Onderweg passeren we ook de overdekte markthal, waar we doorheen wandelen. Aan de ene zijde wordt verse vis aangevoerd, en aan de andere zijde van de hoofdingang staat een vleesauto, waarin de grote bouten vlees hangen, waarmee een slager in deze markthal wordt bevoorraad.

Padvinden door Ribadeo
Met de weinige route-informatie die we tot onze beschikking hebben, gaat het wonder boven wonder goed, want het is met hulp van toevallige Spaanse passanten net genoeg om ons keurig de stad uit te loodsen tot aan het voetbalstadion aan de rand van de stad. En zowaar, daar staat het eerste bermpaaltje met de welbekende camino-wegwijzer. We zijn vanmorgen als spoorzoekers begonnen, en wandelen als padvinders de stad uit. Vanaf hier is de route weer prima aangegeven. We wandelen door het plaatsje Ove.
Met een lange klim wandelen we de stad uit, en op een gegeven moment kunnen we vanaf grote hoogte nog eenmaal achteromkijken, alvorens we een bosperceel in lopen. Achter ons zien we in de diepte de stad Ribadeo liggen, met aan de andere zijde van de rivier de Eo ook plaatsen zoals Figueras (daar waren we gisteren nog) en Castropol.

Koffie met aardappeltaart in Vilela
Over asfaltweggetjes, halfverharde brede en smalle paden gaan we verder. We komen door het plaatsje Parroquia de Cubelos.
We weten dat we onderweg maar een enkele horecagelegenheid zullen zien, waarvan de eerste zou moeten zijn in het dorpje Vilela, zo’n 7 kilometer gaans vanuit Ribadeo. Daar willen we onze koffiepauze houden. Bij de entree van Vilela staat een kapel langs de brede doorgaande weg.
De plaatsnaam van Vilela is met sierlijke letters in een hoog opgaande berm vermeld. Hier verlaten we de doorgaande asfaltweg, om via een smal asfaltweggetje het dorp in te gaan.
We moeten nog behoorlijk klimmend doorlopen, want het café-restaurant bevindt zich boven aan de heuvel, aan het eind van het heuveldorpje. Hier drinken we koffie en nemen we een flink stuk aardappeltaart met stokbrood erbij, omdat we na deze stop volgens het routeboekje pas weer in een café komen na 17 kilometer. Na deze koffiepauze gaan we weldoorvoed nog verder omhoog.

Het serieuze klimmen begint
Door een eucalyptusbos lopen we naar Celeiros.
Omdat we vrijwel voortdurend op grote hoogte lopen, genieten we onderweg van de prachtige vergezichten over het heuvelachtige Galicische landschap. Dit is niet bepaald een gebied waar intensieve veeteelt wordt bedreven. Veel meer zijn het kleine boerenbedrijfjes, waarvan veel ook nog met tamelijk vervallen boerderijen.
We lopen door het dorp Esfolado.
Zodra we dit dorp uit zijn, wandelen we het iets lager liggende kerkdorpje A Fonte in, door en uit. We passeren dit A Ponte de Arante met in het dorp het witte Igrexa da Nosa Señora das Virtudes-kerkje.
Dan volgt een stevige en lang klim, onder andere langs mooi begroeide, kleurrijke hoog opgaande bermen.

Nog een Nederlands pelgrimsechtpaar
Tijdens dit deel van de etappe ontmoeten we in het bos een pelgrimsechtpaar. Ze herkennen onze Friese vlag. Het blijkt een pelgrimsechtpaar uit Enschede te zijn, dat hun pelgrimage is begonnen in Bilbao, en nu ook via de Camino de la Costa naar Santiago onderweg is. We lopen enkele kilometers met Paul & Monique mee, onderwijl de nodige pelgrimage-ervaringen met elkaar uitwisselend. Zij hadden van de pelgrim uit Den Helder (die wij enkele dagen geleden reeds ontmoetten) gehoord dat er ook nog een echtpaar uit Fryslân ‘en route’ is.
Voorbij Villamartín Pequeño komen we in Villamartin Grande. In tegenstelling tot wat in onze pelgrimsgids staat, is hier bij de entree van het dorp wèl een horecagelegenheid. Er zit ook al een andere Spaanse pelgrim te pauzeren. Met zijn vieren nemen we plaats op het terras, om hier enige tijd te pauzeren, om wat te drinken en te eten.

Beperkt bereik met onbeperkt uitzicht
Vlak buiten Villamartín Grande lopen we langs een boerderijtje met een kleine donkere stal. Binnen staat één koe te loeien en onrustig heen en weer te bewegen als we langslopen.
Voorbij de boerderij staan enkele koeien in het weiland. Het valt ons op dat de koeien aan de voorpoten zijn geboeid, en dat ze aan een ijzeren ketting zijn gekluisterd, en dus maar een beperkt bereik hebben in het weiland.
Omdat we hier ook weer zo hoog lopen, hebben we een fantastische uitzicht over het Galicische heuvelland.

Gondán
We komen in het dorpje Gondán aan.
Van de andere zijde komt een tractor aanrijden. De twee mannen in de tractor hebben een koe op sleeptouw.
In Gondán komen we langs de gemeentelijke pelgrimsherberg, waarvan we weten dat die pas open gaat als de herberg ruim twee kilometer verderop vol zit.

San Xusto
Ruim twee kilometer verderop ligt het plaatsje San Xusto. We komen van bovenaf het dorp binnen bij een vervallen boerderij met een hórreo.
Daarna volgt het plaatsnaambord van San Xusto.
In San Xusto lopen we langs de pelgrimsherberg. De deur staat open en we zien in elk geval één pelgrim de trap op lopen. De Nederlandse pelgrims Paul & Monique hadden gepland om hier te overnachten. Voorbij de herberg is nog een café-restaurant, waar de pelgrims uit de herberg vanavond kunnen dineren. Achter het restaurant ligt een langwerpige boerenhoeve, waarvan de hoger langs de weg gelegen bedrijfsgebouwen naar beneden zijn uitgebouwd in de lengterichting.

Omhoog naar de kerk van San Xurxu de Cabarcos
Vanuit San Xusto gaan we weer omhoog in de richting van de veel hoger op de heuvel gelegen kerk van San Xurxu de Cabarcos. Een boer met zijn tractor passeert ons, en maakt verderop in een weiland zijn landbouwwerktuig gereed voor gebruik.
Bij de kerk buigen we af naar een nog hoger gelegen heuvelbos.
Op deze T-splitsing staat een ijzeren wegkruis op een betonnen pijler.
Het uitzicht over de vallei en naar de heuvels verderop is hier ook weer fenomenaal mooi.

Moge de apostel jullie leiden
Via een smal onverhard pad gaat het alsmaar verder omhoog, de heuvel op. We komen in een bosperceel, waarin we lang moeten klimmen om de heuveltop te bereiken. Bovenaan staat een informatiebord waaruit blijkt dat we nu de gemeente Barreiros gaan verlaten. Als pelgrims krijgen we nog een goedbedoelde spreuk mee: “Moge de apostel jullie leiden”.
Welnu, de apostel Jacobus heeft ons tot hiertoe al gezond en wel tot grote hoogte gebracht, dus het zal de afdaling hierna ook wel goed komen. We zetten de afdaling in over het onverharde bospad, de helling af naar beneden. Zodra we het bosperceel uit komen, hebben we direct uitzicht over de stad Lourenzá, die ver beneden ons in de vallei ligt.
Voordat we de rechtstreekse afdaling naar Lourenzá inzetten, komen we nog langs de kapel van Santa Cruz.

Klooster en kerk van Lourenzá
Even later lopen we de stad Lourenzá in.
Via een oude stenen boogbrug komen we in het centrum van Lourenzá.
Door een smal straatje gaan we in de richting van het eeuwenoude Benedictijnenklooster. Daarbij passeren we het café van de taxichauffeur van vanmorgen. Hij komt zojuist weer aanrijden, en we spreken nog even met elkaar als hij zijn taxi uitstapt. We noteren zijn telefoonnummer, want als we hem met zijn taxi morgen nog nodig hebben, kunnen we hem zo bellen. Daarna lopen we door naar het kerkplein bij het klooster van San Salvador. Aan het eind van dit kerkplein staat de prachtig barokke gevel van de kloosterkerk, van de Iglesia de Santa Mariá.

Camping life @ Barreiros
Hier eindigt onze 29 kilometer lange pelgrimsetappe van vandaag na zeven uren wandelen om 16.00 uur. We wandelen terug naar onze auto, die aan de andere zijde van het klooster staat, en dan rijden we vanuit Lourenzá terug naar onze camping in Barreiros. Naarmate de tijd voortschrijdt vandaag, wordt het steeds zonniger. Tot in elk geval 21.30 uur staat onze caravan nog in het volle zonlicht, en zien we de zon langzamerhand onder gaan boven de wolken en de heuvels achter het mooie zeestrand bij onze camping. Een oudere Spaanse campinggast tegenover ons heeft zijn gitaar mee naar buiten genomen, en zit tijdens onze avondmaaltijd en nog lang daarna met een andere campinggast gitaar te spelen en te zingen. De kinderen spelen nog lang op de campingpaden en op de lege kampeerplekken, en zo glijdt ook deze dag langzaam via de avond in de nacht.