dinsdag 16 augustus 2016

Pelgrimeren van La Caridad naar Ribadeo

Een plezierige ontmoeting met een oudere Spanjaard die aan de camino woont



















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van La Caridad naar Ribadeo
Woensdag 27 juli 2016 – 21,4 km.
Dag 31: 620,7 – 642,1 km


Van Barreiros via Ribadeo naar La Caridad
Op onze gebruikelijke tijden van 6.30 uur en van 7.45 uur staan we op en verlaten we de camping A Nosa Casa van Barreiros, om vandaag met de auto eerst naar het stadscentrum van Ribadeo te rijden. Dat is ongeveer 20 kilometer en via de autosnelweg, dus we staan al heel snel op het Plaza de España, waar we vanmiddag na onze pelgrimsetappe van 21,4 kilometer aan willen komen. Op de taxistandplaats staan geen taxi’s, dus we vragen een cafébaas om voor ons een taxi te bellen. Die arriveert zo’n 10 minuten later, en dan worden we van Ribadeo via de autosnelweg naar La Caridad terug gereden, naar het centrum bij de San Miguelkerk, waar we gistermiddag onze etappe beëindigden. Het is 8.45 uur als we op onze startplek klaar staan voor de volgende etappe naar Ribeadeo.

Bosbrandschade
Vlak buiten de bebouwde kom lopen we een bosperceel in, en gaan we via een dalend pad naar een bosbeekje, dat we via enkele grote stapstenen oversteken.
Daarna gaat het pad weer omhoog, en wandelen we door een bosachtig gebied verder. Aan beide zijden zien we nog de schade die hier lange tijd geleden is aangericht door bosbrand. Inmiddels herstelt de natuur zich hier wel weer met het jonge frisse groen, maar het zwartgeblakerde van de bomen rondom zetten nog wel de trieste toon van dit bosperceel.
Ook als we La Caridad al ver achter ons hebben gelaten, en inmiddels zijn gearriveerd in het plaatsje A Ronda, zien we nog eens weer een afgebrand bosperceel. Hier zijn bosarbeiders bezig om het verbrande hout te verwijderen. De bosbrand heeft een groot gat geslagen in het toch al niet zo grote bosperceel van A Ronda.

Via San Pelayo naar Valdepares
We passeren het dorpje San Pelayo.
Bij het begin van de bebouwde kom van Valdepares steken we de N-634 over, om daarna langs de Ermita de San Pelayo (kapel van deze martelaar) via een achteromweg achter het dorp langs te lopen, met links het dorp en rechts het open veld en een groot bouwterrein waar grote kavels te koop zijn, maar waar nog niet wordt gebouwd.
Vlak bij de kruising waar we de N-634 weer moeten oversteken, staat een café-bar. Daar gaan we na de eerste 3,6 kilometers naar binnen, omdat dit volgens onze wandelgids de enige plek is waar we op de hele route van 21,4 kilometer een horecagelegenheid voorbij zullen komen. We drinken hier koffie met Santiago-taart (een zoete koek), die ze hier ook serveren.

Splitsen voorbij Porcia
Na de koffie passeren we ruim een kilometer verderop het dorpje El Franco.
Daarna ontmoeten we al snel weer het Zuidhollandse pelgrimsduo dat we gisteren onderweg ook ontmoetten. Zij hadden nog net de laatste twee beschikbare slaapplaatsen op extra slaapmatjes in La Caridad toegewezen gekregen, dus ze hebben vannacht binnen kunnen overnachten. Ze hoeven pas vrijdag in Ribadeo aan te komen, waar een derde vriendin zich op die dag bij hen zal voegen voor de rest van de tocht naar Santiago de Compostela, dus ze hebben ervoor gekozen om de 6,6 kilometer langere variant van deze etappe te nemen, die straks afbuigt naar de kustplaats Tapia de Casariego. Dan overnachten ze daar, en lopen ze (over)morgen naar Ribadeo.
We lopen langs de rivier de Porcia naar de stenen rivierbrug, om die over te steken, om aan de overzijde Conceyo de Franco uit en Porcia binnen te wandelen.
Voorbij Porcia moeten we goed opletten, want daar is de onduidelijke splitsing waar de reguliere Sint-Jacobsroute en de langere variant van Tapia de Casariego uit elkaar gaan. Op dat splitspunt hebben vandalen de twee routetegels weggehaald, en heeft iemand met een gele caminopijl aangegeven dat je hier rechtsaf moet gaan. Voor de variant klopt dat wel, maar voor de standaardroute staat hier nu geen enkele aanduiding meer om duidelijk te maken dat je hier normaal gesproken linksaf verder moet. Als we hier even beter om ons heen kijken, zien we verderop aan de overzijde van de N-634 een gele caminopijl staan, ten teken dat dit inderdaad het splitspunt is. Wij gaan hier dus linksaf, de reguliere richting die ons rechtstreeks naar Ribadeo zal voeren.

Puente Romano
Een mooie route volgt, eerst over smalle asfaltweggetjes door landelijk gebied, en verderop steenachtige karrensporen door open veld en door bosperceel. In het bos passeren we bij een brede stenen brug over een bosbeek een bord op een paal waarop ‘Puente Romano’ staat. Als we hier even goed kijken, zien we inderdaad enkele meters verderop een compleet overwoekerde stenen Romeinse boogbrug, midden in het bos. Het parallelle pad daar naar dit eeuwenoude bruggetje gaat, is ook geheel overwoekerd, maar het is nog net begaanbaar, dus je kunt nog op de oude brug komen. Mooi dat dit informatiebordje de passanten toch nog wijst op dit eeuwenoude kunstwerk.
We gaan weer verder, en komen dan door een open landbouwgebied met veel graslanden en maïsvelden, met links van ons een hoog oprijzende lange heuvelrug.
De bewolking die gisteren nog tegen de heuveltoppen lag, ligt nu al weer veel hoger. Het was vanmorgen vroeg 18 graden Celsius, en die temperatuur stijgt vandaag slechts enkele graden. Het is een bewolkte dag, iets lichter dan gisteren, met af en toe zonnige perioden, en aanvankelijk bijna windstil, met een langzamerhand aantrekkende wind naarmate we later vandaag weer dichter bij de zee komen. Heel mooi en vriendelijk wandelweer vandaag.

Gezellig moment in Brul
We wandelen het dorpje Brul binnen.
Op de plek waar we Brul via een karrenspoor zullen verlaten, staat een huis op de hoek. Twee wijkverpleegsters stappen hier beiden uit hun auto’s en lopen samen met ons om de woning heen. Op het erf achter huis zien we twee mannen. De jongste is in een schuurtje aan het werk, en de oudste zit erbij te kijken en te praten.
Het is een prachtig tafereel, zo’n oude Spanjaard op pantoffels met zijn alpinopetje op. Hij groet ons als we langslopen, en de beide mannen vinden het goed dat ik van dit plaatje even een foto maak. Een vrolijk moment van de dag voor allen. We groeten elkaar als wij verder lopen. De jonge man gaat dan met de beide wijkverpleegsters naar binnen. Kennelijk is daar nog iemand die verpleging/verzorging van de dames nodig heeft.
Even later wandelen we ook al het volgende dorpje Barrionuevo uit.

Fotogeniek Tol
Dan wandelen we direct het dorpje Tol binnen. Het is klein, maar – voor wie het wil en kan zien - wel fotogeniek.
Tegen een boerderij is een oud afdak gebouwd, waaronder een bult koeienmest ligt, en waarin een oude boerenwagen, en nog veel andere oude rommel ligt opgeslagen.
Tegen dit boerenerf staat een huis langs de doorgaande weg, waar een steiger tegenaan is gebouwd. Twee werklui staan boven op de steiger, waar ze werkzaamheden aan de gevel verrichten.
Durkje loopt ondertussen alvast verder om bij de kerk een pauzeplek te zoeken.
Ondertussen kijk ik nog even bij de boerderij, waar naast een oude hooiwagen enkele kalveren liggen en lopen. De volwassen koeien lopen naast de stal in een klein stuk grasland.
Het ziet er allemaal wat rommelig uit, maar geeft wel een mooi beeld van de idylle van dit Asturische boerenland.
Durkje heeft inmiddels aan de achterzijde van de kerk een muurtje gevonden, waarop we onze etenspauze kunnen nemen. Vanaf deze plek hebben we een mooi uitzicht over de kerk, het kerkterrein en de bebouwing nabij deze kerk.
Na deze middagpauze wandelen we verder, eerst de rivier de Tol over, en dan ook direct al het dorpje Tol uit.

Rechtdoor naar Barres
Vlak buiten Tol moeten we wederom goed opletten. Aan de rand van de bebouwde kom moeten we namelijk weer een routevariantkeus maken. Er gaat vanaf een splitsing namelijk een variant verder naar ook Ribadeo via het plaatsje Vegadeo, en onze reguliere route gaat rechtdoor, rechtstreeks naar Ribadeo. Durkje en ik kozen voor de reguliere, beschreven en gedocumenteerde route, dus we gaan rechtdoor langs de AS-31 in de richting van het dorpje Barres. Omdat we tamelijk hoog lopen, zien we op een zeker moment aan onze rechterhand de Cantabrische Zee weer in de verte liggen.
Na enkele kilometers wandelen we het dorp Barres binnen.

De watertoren van Lois
In Barres kruisen we de N-640, waarna we al spoedig door het dorpje Lois komen.
In Lois verlaten we de doorgaande AS-31 die naar Figueras gaat, want we maken nu een achteromweg in de richting van Figueras langs de hoge en al vervallen oude watertoren van Lois.

Weer samen verder vanaf Figueras
Iets verderop voegt zich ook de variant van het pelgrimspad vanuit Tapia de Casariego bij onze standaardroute. Vanaf hier gaan beide routes samen naar Ribadeo. Een Spaanse pelgrim komt van rechts en zij loopt dan voor ons uit richting Figueras.

600 meter Puente de los Santos
Voorbij Figueras gaat het verder in de richting van de Río Eo. Daar op de oever van de Río Eo ligt de uitdaging om deze hele brede rivier over te steken. We zien de stad Ribadeo aan de overzijde van de rivier liggen.
De 600 meter lange en 35 meter hoge Puente de los Santos is vooral bedoeld als brug voor het drukke autoverkeer van de AP8, maar men heeft aan de zuidzijde een smal paadje vrijgehouden, waar voetgangers en fietsers tussen twee hekwerken links en rechts de brede rivier ook over kunnen steken. Je kunt elkaar hier net passeren, en vooral als er één of meer fietsers van voren of achteren komen, moet je passen en meten om elkaar voorzichtig te passeren. We steken via deze lange brug de Río Eo over naar Ribadeo.
Aan de overzijde moeten we driemaal rechts, om vervolgens onder deze hoge rivierbrug door naar de stad te lopen. Vanaf deze plek hebben we ook een mooi uitzicht over de grillige kust aan de noordoostelijke zijde van de lange rivierbrug.
Vervolgens lopen we eerst een eindje hoog parallel aan de rivier, waarbij we ook een kapel passeren.
Daarna gaat het stijgend verder in de richting van het stadscentrum. We lopen door de gezellig drukke winkelstraten van het centrum van Ribadeo.
Ons doel is  om weer uit te komen op het Plaza España, waarbij we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd.
We lopen direct door naar de oude stadskerk van Ribadeo, in de hoop dat we daar nog een stempel kunnen verkrijgen voor onze pelgrimspaspoorten. Dat is ijdele hoop, want het is net 14.00 uur geworden, en dan gaan behalve alle winkels en voorzieningen ook de kerkgebouwen dicht, om over twee uren, pas om 16.00 uur weer open te gaan. De kleine kapel naast de kerk is en blijft wel open. Daar hangt een bijzonder schilderij van overledenen in het vagevuur, die al dan niet door engelen worden gered. Het is ook nog een mooie verwijzing naar één van de gebruikelijk motieven voor de middeleeuwse pelgrim om naar het graf van Sint Jacobus te pelgrimeren, ten faveure van het zo felbegeerde zielenheil.

Geen stempel, wel thee
De kerk net dicht, het gemeentehuis net dicht, en ook de VVV net dicht, vandaag dus geen aankomststempel, want daar gaan we niet twee uren op zitten wachten.
We lopen nog even langs het meer dan honderd jaar oude en in desolate staat verkerende Jugendstilgebouw ‘Torre de los Moreno’, en dan gaan we een eindje verder door naar het café waar we vanmorgen een taxi hebben laten bellen. Hier drinken we op het terras een heerlijke kop thee, alvorens we met de auto weer terugrijden van Ribadeo naar onze camping in Barreiros.
We hebben de afgelopen acht pelgrimsdagen gelopen in Asturië, maar vandaag zijn we in Ribadeo gearriveerd in de Galicië. Dit is de streek waarin Santiago de Compostela als hoofdstad ligt, dus de komende dagen zullen we alleen in Galicië lopen. Vanuit Ribadeo laten we vanaf morgen de kust achter ons, om dan door het stille binnenland van Galicië door te pelgrimeren naar Santiago de Compostela. Nog ongeveer 200 kilometer Galicië te gaan.


Pelgrimeren van Luarca naar La Caridad

Zwaardkruisen wijzen de weg naar La Caridad



















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van Luarca naar La Caridad
Dinsdag 26 juli 2016 – 28,8 km.
Dag 30: 591,9 – 620,7 km


Van Barreiros via La Caridad naar Luarca
Gisteren hebben we tijdens onze rustdag de caravan verplaatst van Camping San Pedro de la Ribera naar Camping A Nosa Casa in Barreiros vlakbij Reinante, direct aan de kust van Playa de Reinante.
Vandaag beginnen Durkje en ik met de tweede serie wandeldagen op de Camino de la Costa. We vertrekken om 7.45 uur vanaf de camping in Barreiros en rijden we met de auto naar de plaats La Caridad. Van daaruit willen we om 8.50 uur met de bus vertrekken naar Luarca, maar omdat we een kwartier vóór de officiële poortopening al van de camping konden rijden, zijn we te vroeg in La Caridad, dus drinken we hier eerst een kop koffie in een café tegenover de bushalte. De bus vertrekt te laat, dus zo tegen 9.00 uur verlaten we La Caridad met de lijnbus.

Koninklijk Luarca uit
Zo’n kwartier later dan volgens de dienstregeling arriveren we om 9.45 uur in Luarca. We stappen in het centrum uit, en lopen dan direct naar de Calle de la Peña, die een flinke klim belooft.
Deze weg, die ons steil naar boven de stad uit voert, maakt deel uit van de koninklijke pelgrimsroute, hier in Spanje ook wel de ‘Camino Real de Santiago’ genoemd.
Aan het eind van deze klim komen we buiten de bebouwde kom langs de ruïne van de Santiagokerk, met daarbij het oude kerkhof.

Heuvelroute
Dan begint een asfalttraject over de heuvels, waarbij we voortdurend een mooi uitzicht hebben over de omgeving. We passeren onder andere het dorpje Otur.
Verderop komen we nog langs een kapel, die helaas gesloten is. Op een gegeven moment als we weer op behoorlijke hoogte zijn gekomen, lopen we zo ongeveer op de onderzijde van de laaghangende bewolking, die gedurende deze hele dag tegen en rond de hogere heuveltoppen en heuvelhellingen blijft hangen.
Vanaf het brede heuvelhellingpad waarop we lopen, krijgen we ook een mooi uitzicht over de links van ons veel lager gelegen drukke verkeersweg.
Je kunt linksboven en rechtsonder naast het pad zien dat men hier een enorme hap uit de helling van deze heuvel heeft gehaald, en dat men hier een breed pad heeft aangelegd waar zwaar verkeer over heen kan. Kennelijk hebben ze hier een deel van de steenachtige helling afgegraven om in het veel lager gelegen deel te gebruiken voor de basis van die verkeersweg.

Santiago Apostol in El Bao
We dalen de heuvel af en komen dan via de doorgaande asfaltweg aan in het dorpje El Bao. We lopen nu door de vallei, met links van ons het hoog opgaande viaduct dat de vallei overspant, dat we zojuist vanaf het hoge hellingpad nog van bovenaf zagen liggen.
Bij een woning met een blaffende herdershond komen we weer op een onverhard pad heuvelopwaarts. Bij deze woningen staan enkele merktekens die alle iets met de camino te maken hebben. Zo is er een monumentje voor Santiago Apostol, waarbij een beeldje van Sint Jacobus als Morendoder is geplaatst, en enkele meters verderop is een wegkruis (2010) opgericht, dat met name van hoefijzers is gemaakt.

Koffie met aardappeltaart in Villapedre
We wandelen door, want we zijn van plan om te gaan pauzeren in Villapedre. Als we daar zijn, hebben we al 12,6 kilometers van de 28,8 kilometers van vandaag achter de rug. Ter hoogte van de ommuurde begraafplaats wandelen we Villapedre binnen.
Aan de overkant van de verkeersweg staat een café-bar, waar we koffie drinken, met daarbij overigens ook een heerlijk stuk Spaanse aardappeltaart erbij, de voedzame, maar ook heerlijke hap die je in de meeste café-bars aan de camino op de bar in het assortiment ziet staan.
Er zijn meer pelgrims die hier pauzeren, en als Durkje en ik deze pauzeplek verlaten, komt er een grote groep jongens aan, die ook als pelgrim onderweg zijn. In die groep zit ook het Brits-Duitse pelgrimsechtpaar John & Cordula, dat we nu al enkele dagen aaneen hebben ontmoet onderweg. Wij hadden gisteren een verkas-rustdag, en zij zijn (eer)gisteren als intermezzo naar Santiago de Compostela geweest met hun auto, om daar het jaarlijkse Sint-Jacobsfeest van 24 en 25 juli mee te vieren met al die duizenden mensen die dan Santiago de Compostela bezoeken.
Aan de rand van Villapedre passeren we de Santiagokerk.
Die is helaas gesloten, dus we passeren deze bijzondere kerk (binnen schijnt een beeld van Sint Jacob te zijn) onder het alziend oog, dat boven de ingang/uitgang van de kerk zit.

Piñera
Daarna volgt weer een mooie route over de heuvels, over asfalt, over halfverharde karrensporen en over mooie veldpaden. We naderen over zo’n mooi veldpad de plaats Piñera.
In Piñera lopen we over een spoorviaduct en dan langs de dorpskerk.
Die is helaas ook gesloten, en ook het huis dat vóór de kerk staat, is al jaren niet meer bewoond, zo te zien. Piñera is niet zo groot, dus spoedig lopen we over een brede asfaltweg Piñera ook al weer uit.

Van La Venta via Villaoril naar La Colorada
Het volgende dorpje waar we doorheen komen, is La Venta.
Daarna volgt de plaats Villaoril.
In La Colorada lopen we langs de ommuurde begraafplaats. Een lange rij stenen kruisen steekt boven het afdakje van de begraafplaatsmuur uit.

Navia
Ruim zes kilometer na onze vorige pauzeplaats naderen we de stad Navia, gelegen aan de brede Río Navia, die iets verderop uitstroomt in de Cantabrische Zee. Vanaf behoorlijke hoogte zien we Navia beneden in de vallei aan de rivier en aan zee liggen.
We lopen naar beneden, de stad in. In één van de dalende straten gaan we een café-bar in, waar we nogmaals een kop koffie drinken en daarbij enkele Spaanse lekkernijen eten. Onze tweede pauze, nadat we vandaag totaal 19,1 kilometer hebben gelopen.
Na deze koffiepauze wandelen we verder door Navia, waarbij we ook enkele huizen van de in deze streek zo karakteristieke Indianos-architectuur zien staan.
We komen aan de rand van Navia, waar we via de brug de Río Navia gaan oversteken, de stad uit.

Van El Espin over het spoor naar Jarrio
Aan de overzijde van de brug over de Río Navia lopen we direct het plaatsje El Espin binnen.
Direct na de brug volgt een flinke, lange klim, eerst over asfalt, en verderop over smalle en bredere heuvelpaadjes. Midden in het veld moeten we de spoorlijn oversteken. Over dit spoor rijdt slechts tweemaal per dag een boemeltreintje van FEVE heen en terug, dus echt gevaarlijk is zo’n oversteek niet. Aan de overzijde van het spoor wandelen we het dorpje Jarrio binnen.

Torce en Cartavio
Verderop passeren we nog een pelgrimsbron, een droogstaand watertappunt, met daarbij een naambordje en een blauw-geel gekleurde Jacobsschelp.
Daarna komen we door het plaatsje Torce.
En dan komen we langs de plaats Cartavio, met een eindje van de route af de romaanse kerk, die is gewijd aan Maria.

Een frisse wandeldag
Nu waarschuwt de wandelgids ervoor dat we vandaag veel over asfalt lopen. Dat zegt nog niet veel over de route op zich. De veelal smalle asfaltweggetjes die we bewandelen, zijn doorgaans rustige binnenweggetjes met nauwelijks verkeer, door prachtige buurtschappen en dorpjes, en door een mooi glooiend landschap.
De temperatuur was vanmorgen 19 graden Celsius, en die loopt vandaag slechts enkele graden op, tot zo’n 23 graden Celsius. Het is de hele dag bewolkt, en we hebben vrijwel de hele dag een stevige frisse oostenwind in de rug. Kortom, het is een heerlijke koele wandeldag, waarbij we tijdens deze flinke dagafstand niet gehinderd worden door regen of felle zon. We blijven dus heerlijk koel en fit gedurende de hele wandeldag.
Hoe dichter we bij La Caridad komen, hoe vaker we zwaardkruisen langs de weg aantreffen, die ook worden gebruikt als wegwijzer.

Creatieve oplossingen gezocht en gevonden
De route die we lopen, zit knap in elkaar. Er is van alles aan gedaan met omweggetjes, tussendoortjes, doorsteekjes, en wat er nog meer mogelijk is, om je als pelgrim zoveel mogelijk uit de buurt te houden van de drukke verkeersweg tussen Luarca en La Caridad.
Via allerlei creatieve oplossingen komen we via een gevarieerd aantal aantrekkelijke paadjes aan in onze plaats van bestemming voor vandaag. De plaats La Caridad wandelen we binnen ter hoogte van de pelgrimsherberg, die - getuige het aantal wandelschoenen bij de entree - al behoorlijk vol zit. Van verschillende pelgrims – ook van twee Nederlandse jonge dames zojuist – hoorden we dat de route in dit hoogseizoen veel te weinig slaapplaatsen biedt voor al die pelgrims die momenteel onderweg zijn. Pelgrims voor wie geen plaats is in de herberg, slapen of in dure alternatieven of maar gewoon buiten in de open lucht. Men is hier in deze regio nog niet berekend op zoveel passerende pelgrims per dag.

La Caridad
In het centrum van La Caridad volgen we de Jacobsschelpen op stoeptegels in het trottoir.
We komen uit bij de San Miguelkerk van La Caridad, tegenover de bushalte, waar we vanmorgen met de bus vertrokken naar Luarca. Naast de kerk staat ook weer zo’n zwaardkruis, dat we hier in de buurt al veel vaker zagen.
De San Miguelkerk is eigenlijk twee kerken aaneen. De nieuwe kerkzaal is tegen en achter de oude kerk gebouwd. De oude kerk (18e eeuws volgens een gevelsteen) is gesloten, en gezien de staat van het exterieur al jaren niet meer in gebruik.
De deur van de nieuwe kerk staat wel open, dus we gaan naar binnen om het interieur te bezichtigen.
Prachtig zijn de moderne kerkramen van deze kerk. Bijvoorbeeld van de schepping.
En van de wonderbaarlijke visvangst.
Ook de twee kleine bij elkaar behorende ramen van brood en wijn zijn mooi van kleur en vorm.
Het grootste kerkraam naast het liturgisch centrum verbeeldt Jezus als de Goede Herder.
De schildering op de voorzijde onder het altaar is zo te zien van veel oudere datum.
De donkere kleuren vormen een contrast met de lichte presentatie op het altaar.
Het is nu rond 16.30 uur, en als we de kerk weer uit gaan, zien we dat we de dagtocht van 28,8 kilometer hebben afgelegd in 7 uren. Dat is een half uur korter dan we vanmorgen hadden ingeschat.
We halen nog boodschappen bij de supermarkt van La Caridad alvorens we weer terug rijden met onze auto van La Caridad naar Barreiros.


Pelgrimeren van Cadavedo naar Luarca

Bij aankomst een prachtig uitzicht over de Spaanse havenstad Luarca


















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van Cadavedo naar Luarca
Zondag 24 juli 2016 – 15,9 km.
Dag 29: 576 – 591,9 km


Cadavedo en Villademoros
Geheel onbewolkt is het als we vanmorgen om 6.30 uur opstaan. Dat belooft een mooie zonnige dag te worden, na de afgelopen dagen van overwegend bewolkt, en regenachtig weer zoals gisteren. Het is vanmorgen 16 graden Celsius en tijdens onze wandeldag loopt de temperatuur op tot 27 graden Celsius; kortom prima wandelweer langs de Noord-Spaanse kust op de Camino de la Costa.
Het is 7.45 uur als we Camping San Pedro de la Ribera verlaten. Ruim 20 minuten later staan we al bij het restaurant in Cadavedo, waar we gisteren onze wandeldag beëindigden. Het is dus net 8.00 uur geweest als we ons volgend wandeltraject beginnen. De vroege ochtendzon werpt onze schaduwen nog ver vooruit.
Omdat het restaurant aan de rand van het dorp ligt, wandelen we al heel snel het dorp Cadavedo uit.
Links zien we de pelgrimsherberg staan, slechts een klein eindje van de doorgaande weg af. Als je Cadavedo uit wandelt, loop je ook direct het dorpje Villademoros al binnen.
Over een nogal overwoekerd veldpaadje verlaten we de doorgaande verkeersweg om over dit begroeide pad het dorpje Villademoros in te lopen.

San Christóbal en Queruás
We lopen door de dorpjes San Christóbal en Queruás, waarbij we ook langs de plaatselijke kapel van Sint Anna langs komen.
Op de graslanden waar het zonlicht haar werk nog niet heeft gedaan, ligt nog de zilvergrijze dauw glimmend in het ochtendlicht.

Koffie bij de Esva
In Canero komen we na een korte maar steile klim over het plein van de plaatselijke kerk met het grote ommuurde kerkhof.
Dan gaat het verder over een mooi pad door een hellingbos. We komen dan uiteindelijk weer uit op een asfaltweg die de vallei in gaat, naar de plaats waar de wegen van verschillende kanten elkaar kruisen.
Beneden steken we via de brug de rivier Esva over, en dan volgen we een prachtig paadje langs deze rivier.
Dat oeverpad gaat over in een veldpad, dat verderop uitkomt achter een hotel-restaurant. Het is de eerste pleisterplaats die we op deze mooie zondagochtend passeren, dus we besluiten om het horecapand heen te lopen, om op het terras een kop koffie te drinken. Als we op het terras aankomen, zien we dat enkele andere pelgrims hier ook al zitten. We nemen plaats bij de lange tafel, waaraan ook het Brits-Duitse pelgrimsechtpaar John & Cordula zit. Met zijn vieren nemen we rustig de tijd om hier ons koffiemoment van de dag te beleven. We wisselen enkele pelgrimservaringen van de afgelopen dagen uit en horen van het stel dat zij vandaag met hun auto vanuit Luarca naar Santiago de Compostela doorreizen, om daar vanavond aanwezig te zijn bij het jaarlijkse vuurwerk dat de Sint-Jacobsdag van 25 juli zal inluiden. Morgen is het dan feest in Santiago de Compostela, en dat willen ze ook alvast meemaken. Durkje en ik zijn vandaag precies een jaar geleden via de Camino Primitivo gearriveerd in Santiago de Compostela en op de dag erna hebben we op 25 juli 2015 het Jacobusfeest in Santiago de Compostela met al die duizenden Spanjaarden, toeristen en pelgrims gevierd. Het pelgrimsechtpaar rijdt dan morgen weer terug naar Luarca, om overmorgen weer verder te gaan met hun pelgrimage.
Durkje en ik zijn van plan om morgen een rustdag te nemen na de eerste zes wandeldagen. We gaan dan de caravan een aantal dagetappes verderop brengen, zodat we die volgende kampeerplaats voor de dan komende dagen als uitvalsbasis kunnen gebruiken. Overmorgen gaan wij ook verder vanuit Luarca, dus het zou zomaar kunnen zijn dat we het Brits-Duitse pelgrimsstel vanaf overmorgen ergens op de route weer zullen ontmoeten.

Op heuvel, in bos en te velde
Na deze koffiestop gaan we direct al weer met een behoorlijke klim heuvelopwaarts verder. Een eind verderop steken we over een viaduct de N-632 over, om aan de overzijde eerst via een halfverhard karrenspoor, en daarna via een smal bospad verder te gaan.
Als we op een gegeven moment weer over een veldpad verder gaan door het open veld, krijgen we prachtige vergezichten over de Noord-Spaanse kust.

Kerk met Camino-raam in Caroyas
We wandelen het dorpje Caroyas binnen.
De kerk gaat net in als we het kerkplein op lopen.
Samen met de kerkgangers gaan we naar binnen, want deze kerkgang biedt ons de kans om in elk geval deze dorpskerk ook van binnen te bekijken. Aan het eind van het ingangsportaal staat een Mariabeeld in een nis in de dikke kerkmuur, en naast de ingang van dit portaal treffen we een stijlvol kerkraam aan.
Verrassend is het prachtige glas-in-lood-kerkraam tegenover de ingang van de kerkzaal. Dit raam heeft een Jacobsschelp in het centrum, met ook de bijbehorende tekst van de ‘Camino de Santiago’.
Wij blijven in het voorportaal. De kerkgangers lopen groetend door, de kerkzaal in. Met mooie tweestemmige samenzang begint dan de mis in deze kleine, maar goed gevulde kerkzaal.
Deze kerk heeft een schitterend interieur, dus het is voor ons een buitenkansje dat wij net deze mooie dorpskerk passeren op het moment dat de kerk open is voor de mis.

Schilderachtig Luarca
Daarna is het nog enkele kilometers naar Luarca. Door kleine dorpjes en buurtschappen en woonwijken wandelen we stevig door naar onze bestemming voor vandaag. We hebben voor deze zondag een korte route gekozen, om ook voldoende tijd te hebben om te genieten van die mooie havenplaats Luarca aan de Cantabrische Zee. Het is klokslag 12.00 uur als we op een hoog punt om een flatgebouw heen lopen, en tot onze grote verrassing zien we dan ineens dat prachtige Luarca ver beneden vóór ons liggen.
Vanaf hier heb je een schitterend uitzicht over dit schilderachtige zeehavenstadje.
Na er rustig de tijd voor te hebben genomen om te genieten van dit geweldige panoramische uitzicht, wandelen we naar beneden. We krijgen dan ook de noordoostelijke zijde van de bebouwing meer en beter in zicht. De hoog opgaande bebouwing van dit stadje ligt in een halfronde vorm om de binnenhaven heen, waarin veel vissersboten en plezierjachten liggen.
Dit is vast en zeker één van de mooiste havenplekken die je als pelgrim passeert op de Camino de la Costa.
We maken onze korte, maar mooie wandeltocht van 15.9 kilometer af door alsmaar door te lopen naar beneden, naar het centrum van dit havenstadje. In één van de doorgaande straten van de camino-route zien we in het voetpad een grote tegel liggen met het opschrift ‘Camino Real’, veelal gebruikt om aan te duiden dat je hier op deze camino op de goede weg bent.

Boemeltreintje terug
In het stadscentrum halen we bij de plaatselijke VVV een stempel voor onze pelgrimspaspoorten. We hoorden vanmorgen van het Brits-Duitse stel John & Cordula dat er tweemaal per dag een boemeltreintje rijdt tussen onder andere Luarca en Cadavedo. Er staan weliswaar twee taxi’s klaar op de taxistandplaats tegenover de VVV, maar voor de zekerheid vragen we de medewerker van de VVV hoe laat de trein naar Cadavedo vertrekt. Het is nu even na 12.00 uur en we horen dat dit treintje enkele minuten vóór 13.00 uur vertrekt. Hij legt ons uit hoe we vanuit het lage centrum naar het veel hoger gelegen treinstation kunnen lopen, en dan lopen we direct door naar dit FEVE-station.
Nadat ook de stationschef is gearriveerd, kopen we van hem twee treinbiljetten, en dan enkele minuten na 13.00 uur vertrekken we samen met enkele Spaanse wielrenners (met hun fiets) met dit treintje naar Cadavedo.
De trein gaat hoog over. Omdat je over de heuvelhellingen vooral door de heuvelbossen rijdt, en vaak ook nog door korte of lange tunnels gaat, hoef je je van enig uitzicht op deze route niet veel voor te stellen.
Maar af en toe kunnen we dan toch nog even iets van het omliggende landschap waarnemen, op de momenten dat we op flinke hoogte door een iets opener gebied rijden.
Opmerkelijk is trouwens dat op de grote beeldschermen in deze trein alle informatieve teksten op de kop worden geprojecteerd. Zouden de treinmedewerkers dat nu niet in de gaten hebben, of laten ze het maar zoals het nu is, ervan uitgaande dat wie kan lezen doorgaans tekst ook wel op de kop kan lezen?
Ruim twintig minuten later arriveren we in Cadavedo.

Weer terug in Cadavedo
Als we uitstappen op het treinstation van Cadavedo, zijn we de enigen op dit stille station, dat buiten de bebouwde kom ligt. Op één van de gevels van het stationsgebouw tref ik een tegeltableau aan van de Camino de la Costa, als onderdeel van de ‘Camino’s de Santiago’.
Helaas is dit tegeltableau in de loop van de tijd behoorlijk beschadigd, waardoor de tegels van de route voorbij Ribadeo helaas weg zijn.
Het tableau laat overigens zien op welke trajecten in dit gebied de treinen van de FEVE rijden, maar helaas ontbreekt van dit tegeltableau dus het traject tussen Ribadeo en Santiago de Compostela.

Nog eenmaal terug in San Pedro de la Ribera
Vanuit Cadavedo rijden we met onze auto weer terug naar de camping in San Pedro de la Ribera. We zijn van plan om morgen met onze caravan deze prima strandcamping te verlaten, om dan tijdens deze rustdag tientallen kilometers verderop een kampeerplek te zoeken op een camping die we dan vervolgens voor de komende pelgrimsdagen als thuisbasis kunnen gebruiken.
Omdat het prachtig zonnig weer is met een flinke bries, is er nog volop kans om de was te doen van de afgelopen wandeldagen. Het is nog maar 14.00 uur in de middag als we terug zijn op onze camping, en het duurt niet veel langer dan een uur of alle beide lange waslijnen hangen compleet vol met de schone was.
Aan het eind van de middag is alle was kurkdroog en kunnen we met alle schone was in de caravankast morgen vertrekken naar onze volgende uitvalsbasis.

Pelgrimeren van Soto de Luiña naar Cadavedo

Waar de Camino de la Costa ook echt een kustpad is



















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van Soto de Luiña naar Cadavedo
Zaterdag 23 juli 2016 – 23,3 km.
Dag 28: 552,7 – 576 km


Soto de Luiña
Vannacht heeft het enkele malen geregend. Dat was de eerste regen sinds we hier bijna een week geleden kwamen. Vanmorgen als we om 6.30 uur opstaan, is het behoorlijk bewolkt. De temperatuur is dan 16 graden Celsius, en die stijgt gedurende onze wandeldag tot net boven de 20 graden Celsius.
Om 7.45 uur rijden we vanaf Camping San Pedro de la Ribera naar het 2,5 kilometer verderop gelegen dorpje Soto de Luiña. Hier willen we vanmorgen onze vijfde pelgrimsdag van deze zomervakantie beginnen, en later op de dag hier weer terugkomen, om de boodschappen voor de komende dagen bij de plaatselijke supermarkt te halen.
In de afgelopen vier pelgrimsdagen zijn we steeds in de richting van onze camping gelopen, maar vandaag en morgen zullen we op deze pelgrimage de plaats Soto de Luiña achter ons laten.

Zeven heuvelen en een heleboel beken
Even voor 8.00 uur parkeren we onze auto tegenover de supermarkt van het dorp. We lopen langs de kerk naar beneden om dan via een achterweg door het dorp te lopen.
Aan het andere eind van deze achteromweg komen we uit op de hoofdweg door het dorp, op de plaats waar het restaurant Las Luiñas staat, waar Durkje en ik gisteravond hebben genoten van een voedzame driegangen-pelgrimsmaaltijd.
We weten dat we voorbij dit dorp gedurende de hele tocht van de 23,3 kilometers van Soto de Luiña naar Cadavedo een groot aantal beekjes zullen moeten oversteken. Die beken stromen vanuit de bergen van Asturië naar zee, en ze liggen tussen de bergplooien op de route van Soto de Luiña naar Cadavedo. Op de hoge punten van deze bergplooien liggen de kustdorpen, en wij zullen vandaag van dorp naar dorp lopen. Dan is het beeld van deze wandeldag al snel duidelijk. We zullen dus de hele dag voortdurend dalen en stijgen. Afdalen naar de beek, de beek oversteken, weer heuvelopwaarts naar de heuvelkam, daar door het kustdorpje boven op de heuvelrug, en dan begint het weer van voren af aan. Zo lopen we de hele dag. Heel toepasselijk is volgens onze wandelgids het thema van deze wandeldag dan ook: ‘Zeven heuvelen en een heleboel beken’.

Albuerne
Vlak buiten Soto de Luiña beginnen we al met een behoorlijke klim over een smal bospaadje. Weer terug gekomen op de doorgaande asfaltweg ontmoeten we het Brits-Duitse pelgrimsechtpaar John & Cordula, dat we gisteren ook ontmoetten. Ze staan bij een auto, met daarin de pelgrimsherbergier van Casa Carin uit Cadavedo, die zijn herberg ’s morgens onderweg aan passanten aanbeveelt aan pelgrims die naar Cadavedo op weg zijn. Toevalligerwijs ontmoetten wij dit pelgrimsechtpaar gisteren ook op het moment dat zij met dezelfde man in gesprek waren, één etappe eerder.
Het eerste dorpje dat we binnenwandelen, is Albuerne.
Daarna volgt een afdaling over een smal hellingbospad, naar een beekje dat we oversteken via de stapstenen die men in het waterstroompje heeft gelegd.
Daarna volgt weer een behoorlijke klim, heuvelopwaarts.

Novellana en Castañeras
Het tweede dorp dat we doorkomen, is Novellana.
Het dorpscafé is gesloten, en in het dorp zijn mannen bezig om een feestterrein schoon te maken. Kennelijk hebben ze hier het dorpsfeest achter te rug.
Wederom volgt zo’n afdaling naar een beekje dat we oversteken. En dan weer omhoog naar de volgende heuvelrug.
Daar komen we dan in het dorpje Castañeras, dat we doorlopen.

Koffie van Gayo in Santa Marina
Het is de hele dag dus een kwestie van klimmen en dalen, maar het is wel een prachtige route. Het is inmiddels al niet meer droog. Vanwege de motregen hebben we ervoor gekozen om met de paraplu verder te lopen. Deze lichte neerslag hindert ons niet erg. Tot onze verrassing zien we op een gegeven moment de zee weer.
We lopen de Camino de la Costa, en dan wil je toch ook regelmatig de kust met de zee zien. Welnu, dat begint hier weer, en ook op andere momenten vandaag zullen we de zee toch weer regelmatig zien.
We steken weer een beekje over, en klimmen dan heuvelopwaarts naar de plaats Santa Marina.
Nu hebben we 11,6 kilometer van de 23,3 kilometers gelopen, dus bijna de helft, en dit is dan ook bij uitstek een geschikt moment voor een eerste koffiepauze. Bij Bar Gayo drinken we een kop koffie.

Ballota
Als we weer buiten komen, motregent het nog licht, maar als we Santa Marina uitlopen en het veld weer in zullen gaan, begint het veel harder te regenen. De paraplu volstaat nu niet meer, dus we trekken onze regenponcho’s aan. Daar blijven we langdurig mee doorlopen, want het regent stevig en bijna onophoudelijk.
In een diep dal tussen twee heuvelruggen steken we weer een beekje over.
Het volgende dorpje dat we doorkruisen, is dan Ballota. We hebben nu 14,4 kilometer achter de rug, en nog 8.9 te gaan.

De regen stopt
Voorbij Ballota gaan we weer letterlijk door een diep dal. Nu steken we niet een beekje over, maar lopen we bijna door tot aan de kust, op een steenachtig strand. Een wegwijzer van de camino geeft duidelijk aan dat we hier vanuit het dal weer naar links door moeten lopen naar boven, maar een Spaanse pelgrim die haar gps-systeem op de telefoon gebruikt, is er nog niet van overtuigd dat wij de goede weg zullen inslaan. Willens en wetens gaat ze verder in de richting van de branding, en dan ziet ze toch ook op haar gps dat ze verkeerde kant op loopt. Ze keert weer om en neemt dan toch maar de route die de wegwijzer aangeeft.
Wij nemen vervolgens dezelfde route, wederom heuvelopwaarts. Maar eerst trekken we onze regenponcho’s uit, want het is inmiddels gestopt met regenen. De rest van de dag blijft het droog, en prima wandelweer.
We lopen nu door meer open terrein, met prachtige doorzichten naar de kust en de zee.
We passeren het dorpje Tablizo.

Kustroute
Na de meer donkere routes over de hellingpaden van heuvelbossen, wordt de variatie vanmiddag groter. Nu eens lopen we door een bosperceel, dan over een mooi veldpad met paarden in de naastgelegen wei.
We lopen nu ook hoog over de kust langs de zee, waardoor we schitterende uitzichten verkrijgen over rotsen, strand en zee.
Vooral de smalle kustpaadjes over de heuvels aan zee, verstrekken ons prachtige vergezichten over kust en zee.

Snel van Cadavedo naar Soto de Luiña
Dan komen we in het dorpje Ribón, een nederzetting van slechts enkele huizen. Tegen de heuvels achter het dorp ligt een zoom van laaghangende bewolking. Een schilderachtig gezicht.
We wandelen Ribón uit, en dan begint het laatste stukje voor vandaag, het traject naar Cadavedo.
We komen eerst langs de Camping La Regalina, en lopen dan door het langgerekte dorp.
Aan de verste zijde van Cadavedo staat een restaurant-bar, waar al enkele gasten buiten op het terras zitten, en er ondertussen steeds meer bij komen.
We vragen de barkeeper of hij voor ons een taxi wil bellen, die ons terug kan brengen naar Soto de Luiña. Hij belt direct, en nog geen vijf minuten later rijdt een taxi voor. De taxichauffeuse – die Engels studeerde in Groot-Brittannië – vertelt ons onderweg van Cadavedo naar Soto de Luiña van alles over onder andere de accommodaties voor pelgrims en voor toeristen in Cadavedo. Naast haar taxibedrijf runt ze ook nog een Bed & Breakfast.
Om 13.30 uur arriveren we met de taxi bij de kerk en de supermarkt van Soto de Luiña. We betalen de 18 euro’s die deze taxirit kost, halen boodschappen in de Dia-supermarkt van Soto de Luiña en rijden dan met onze eigen auto terug naar de Camping San Pedro de la Ribera, waar we onder andere alle natte spullen van de regen van vandaag in de wind kunnen drogen.

Pelgrimeren van Muros de Nalón naar Soto de Luiña

Gras maaien met de zeis bij Soto de Luiña















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van Muros de Nalón naar Soto de Luiña
Vrijdag 22 juli 2016 – 18,4 km.
Dag 27: 534,3 – 552,7 km


Met Taxi Benito naar Muros de Nalón
Gistermiddag hadden we de campingeigenaar al gevraagd of hij voor ons een taxi wilde reserveren voor vanmorgen om 8.00 uur bij de ingang van de camping. Keurig op tijd komt de chauffeur van Taxi Benito aanrijden, en daarna brengt hij ons vlot naar het dorpsplein bij de kerk van Muros de Nalón. Op het zijplein van dit dorpsplein ontmoeten we om 8.30 uur de pelgrim uit Den Helder, die hier op het terras nog een kop koffie zit te drinken bij de bar waar wij gisterochtend koffie hebben gedronken. Ze vertelt dat er nog een andere Nederlandse pelgrim onderweg is op ons dagtraject van vandaag. Langs de VVV, de ruïne van het voormalige paleis en langs het treinstation wandelen we Muros de Nalón uit.
We hebben vandaag maar een korte route, van 18,4 kilometer, omdat we willen lopen tot aan Soto de Luiña, waar we momenteel vlakbij kamperen op Camping San Pedro de la Ribera. Het is vanmorgen 19 graden Celsius, en de temperatuur stijgt vandaag slechts licht tot iets boven de 20 graden Celsius. Het is voornamelijk bewolkt, met af en toe een zonnige periode. Op de momenten dat het windstil is, is het tamelijk warm om te lopen, maar zodra het even begint te waaien, verkoelt het heerlijk tijdens de wandeling.

Hellingpaden
Vlak buiten Muros de Nalón komen we al op een mooi bospad. Dit bospad begint smal en donker.
Verderop wordt het bospad breder, en daar kun je ook zien dat we over hellingpaden lopen met aan beide zijden bos. Evenals gisteren is het hier – en ook voor de rest van de dag – een kwestie van voortdurend klimmen en dalen, maar nooit (te) steil.
We horen verderop in het bosperceel een treintje passeren, maar zien hem niet. Enkele minuten later lopen we door een kleine spoortunnel van het treinspoor dat hier dus ook door het bosperceel loopt.

El Pitu
Het eerste dorpje waar we in en door komen, is de plaats El Pitu. Dit zou waarschijnlijk een onbetekenend dorpje zijn gebleven als het niet materieel was gefaciliteerd door twee broers uit El Pitu, die in een ver verleden waren geëmigreerd naar Zuid-Amerika. Evenals veel meer in Zuid-Amerika rijk geworden Spanjaarden, hebben deze twee broers Ezequil en Fortunato Selgas het aanzien van hun geboortedorp flink willen vergroten, door hele grote gebouwen te laten bouwen en voorzieningen naar dit dorp te brengen. Eerst passeren we bijvoorbeeld ‘Escuelas Selgas’, een groot schoolgebouw dat de beide broers hun geboortedorp schonken met het oog op goed onderwijs voor de dorpsjeugd.
Daarnaast staat ‘Palacio Selgas’, het paleis dat de broeders Selgas hier lieten bouwen.
Dit paleis is omringd door een grote stijltuin, met daarin allerhande tuindecoraties, die de broers in Zuid-Amerika  hadden gestolen of gekocht.
Tegenover het paleis staat een hele grote kerk, de kerk van Jesús Nazareno, ook door de beide broers aan het dorp geschonken.
Vóór de kerk – langs de doorgaande dorpsweg – staat majestueus een lange rij enorme dikke en hoge eucalyptusbomen.

Koffie met Sint-Jacobskoekjes
Via een achterompad lijkt het erop dat we El Pitu verlaten zonder dat we hier een horecagelegenheid passeren. Toch staat er vlak voordat we El Pitu verlaten nog een houten bordje langs het pad, met daarop de mededeling dat er een restaurant rechts van het pad ligt op 100 meter afstand van de camino. De ervaring heeft ons geleerd dat het eerder meer dan minder dan 100 meter zal zijn, maar deze afstandsaanduiding nodigt nog wel uit om de camino even te verlaten voor een kop koffie. Er zijn geen gasten buiten en in het restaurant, en als ik even de keuken in loop, ontmoet ik daar twee dames die al druk in de weer zijn met het voorbereiden van de menu’s. We krijgen een prima kop koffie, met Galicische koekjes erbij, met op de verpakking – voor ons heel toepasselijk – Jacobsschelpen afgebeeld.
De koffie smaakt ook prima, en dan zijn we klaar voor de rest van de tocht tot aan Soto de Luiña, nog 13,3 kilometer zonder pauze te gaan.

Zeezicht voor caminantes bij El Rellayo
Als we nog maar net weer op het pelgrimspad lopen, ontmoeten we een Brits-Duits pelgrimsechtpaar (John & Cordula) uit Osnabrück, waarmee we enkele kilometers samen lopen. Het zijn ook ervaren ‘caminantes’, zoals de Spanjaarden ons noemen. We komen door en langs enkele buurtschappen en kleine dorpjes, zoals San Juan de Pinera en Cuesta del Cesto en dan moeten we enkele kilometers verderop tussen de enorm hoge pijlers onder de hoog boven ons liggende A8 door lopen.
We gaan nu in de richting van El Rellayo.
Heel even krijgen we een mooi uitzicht over de kust met het strand in de diepte vóór ons.

Een ware vierde dag
We dalen af en wandelen door de vallei, om aan de overzijde heuvelopwaarts weer een behoorlijke klim te maken. Het eerstvolgende dorpje dat we passeren, is Mumayor. Het ligt hoog tegen de heuvelhelling, dus vanaf hier hebben we ook een mooi uitzicht over het dal en op de hellingen van de heuvels verderop.
Het is vandaag onze vierde opeenvolgende wandeldag. We merken aan alles dat het de vierde dag is. Zo verdwijnen vandaag de ongemakjes van uiteenlopende spierpijn van de eerste drie dagen, zijn we al weer gewend geraakt aan het frequente dalen en stijgen, hebben we het ritme van de pelgrimsdagen al weer behoorlijk te pakken, en kennen we zo langzamerhand de meesten van de pelgrims die vlak vóór en achter ons lopen. Vanaf de vierde dag ben je zo ongeveer lid van die grote pelgrimsfamilie geworden. Men kent jou en jij kent hen. Samen trekken we verder.
Zo wordt het allemaal ook weer een gezellige bezigheid, en bovendien bewandelen we een mooie route door een prachtig glooiend en gevarieerd landschap.

Bos met mos
Voorbij Mumayor duiken we het bos weer in. Schitterende smalle bospaadjes, vaak steenachtig, maar gelukkig wel droog, en daarmee prima bewandelbaar. Het is een dichtbegroeid, tamelijk donker bos, en aan het vele diepgroene mos aan weerszijden van het pad kun je zien dat er voldoende vocht is voor deze rijke bosvegetatie.

De man met de zeis
Als we het bos uit komen en oversteken naar de overzijde van de asfaltweg, zien we verderop al het plaatsnaambord van Soto de Luiña staan. We zijn er dus al bijna.
Tot onze grote verrassing zien we in een stuk grasland langs de weg een (ons bekende) boer aan het werk. Met een zeis maait hij het lange gras, dat op een kar wordt geladen, die wordt voortgetrokken door een ezel. Verrassend, want deze man met zijn ezelskar hebben we vorig jaar hier gefotografeerd, toen we hier ook kampeerden tijdens onze tocht op de Camino Primitivo.
De ezel vóór de kar graast van het malse gras in het weiland, en staat onderwijl geduldig te wachten tot de boer klaar is met zijn werk. Een mooi tafereel van het Spaanse Asturië.
Ik wil graag een filmpje maken van deze grasmaaier met zijn zeis, en wacht even tot hij zijn zeis heeft geslepen. De boer vraagt of ik de ezel met zijn kar wil fotograferen, maar als ik hem duidelijk maak dat ik graag het maaien met de zeis wil filmen, wacht hij niet langer, en begint weer heel even te maaien, net genoeg tijd voor een mooie – zij het korte – filmshoot.

Soto de Luiña
Daarna lopen we de bebouwde kom van Soto de Luiña binnen. Aan het pleintje naast de markante dorpskerk is een restaurant met een terras. We nemen plaats op het terras en zien dat hier inmiddels ook enkele andere pelgrims vertoeven. Een Nederlandse pelgrim, van wie we eerder vanmorgen al hoorden dat hij ook onderweg is op dit traject, heeft zich zojuist al geïnstalleerd in de pelgrimsherberg in het oude schoolgebouw van dit dorp – vertelt hij - en nu is het hier tijd voor eten, drinken, lezen en rusten.
Een Duitse en een Franse pelgrim die samen optrekken, gaan weer verder. En onder de pelgrims die tijdens ons terrasverblijf arriveren, bevindt zich ook het Brits-Duitse pelgrimsechtpaar John & Cordula. Zo zal iedereen die vandaag onderweg is hier even komen of langslopen, op weg naar de plaatselijke pelgrimsherberg, of misschien nog wel verder gaan naar een volgend dorp.

Terug naar de camping
Als we om de kerk heen lopen, komt onze taxichauffeur van vanmorgen juist aanrijden. Hij parkeert zijn auto op de taxistandplaats, stapt uit om ons te begroeten, en vraagt of wij een goede wandeldag hebben gehad.
Even later nemen we afscheid van hem, en dan wandelen wij de laatste 2,5 kilometers (overigens niet op de camino) van Soto de Luiña naar onze strandcamping van San Pedro de al Ribera.
Om 13.30 uur arriveren we al weer bij onze camping.
Dat is voor ons een hele luxe, want dit betekent dat we nagenoeg de hele middag nog hebben om rustig te relaxen en te chillen bij onze caravan op deze aangename camping.
Vanavond gaan we terug naar Soto de Luiña om te bekijken of we daar een plaatselijke pelgrimsmaaltijd kunnen ‘scoren’. Meestal serveren de restaurants in dergelijke doorgangsplaatsen  heerlijke en voedzame maaltijden van de lokale of regionale keuken. We laten ons daar vanavond weer eens mee verrassen, en worden daarin niet teleurgesteld, zo blijkt tijdens ons avondmaal.

Pelgrimeren van Avilés naar Muros de Nalón

Uitzicht op de Spaanse kustplaats Salinas















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van Avilés naar Muros de Nalón
Donderdag 21 juli 2016 – 22,5 km.
Dag 26: 511,8 – 534,3 km


Taxi regelen in Muros de Nalón
Het is vanmorgen 7.45 uur als Durkje en ik de camping van San Pedro de la Ribera verlaten. Het is dan 16 graden Celsius en die temperatuur loopt vandaag op tot ongeveer 21 graden Celsius. Het is doorgaans bewolkt, maar af en toe breekt de zon toch even door het wolkendek. De heerlijk verkoelende westenwind uit zee maakt het plaatje van de weersomstandigheden van vandaag compleet, en tot aangenaam wandeldagweer.
We rijden naar het dorpje Muros de Nalón, dat voor onze derde wandeldag op de Camino de la Costa onze bestemming zal zijn.
Op het dorpsplein vragen we een politieagent of er in dit dorpje ook een taxi is. Dat is niet het geval, maar hij vertelt dat er wel een taxi kan komen uit een naburig dorp. We lopen daarom naar het dorpscafé iets verderop aan het dorpsplein en vragen de barkeepster of zij voor ons een taxi wil bellen. Ze doet dat direct, vertelt daarna dat we ongeveer twintig minuten moeten wachten, wat ons beiden in de gelegenheid stelt om dan bij haar eerst maar een kop koffie te drinken.

Kerkenpad door Avilés
Met de taxi rijden we naar Avilés. De chauffeur mag met zijn taxi het verkeersluwe deel van de oude binnenstad in, zodat hij ons af kan zetten tegenover het gemeentehuis op het Plaza España, waar wij gisteren onze tweede pelgrimsdag beëindigden.
We checken – evenals gisteren - aan de overzijde van het plein of de stadskerk open is, maar dat is helaas niet het geval. Daarom beginnen we op Plaza España direct aan onze derde wandeldag. Avilés kenmerkt zich door de prachtige gebouwen in de oude binnenstad.
De eerste open kerk die we passeren, is de romaanse, 13e eeuwse Iglesia de los Padres de Franciscanos. Het middenschip van deze kerk is het oudste gebouw van de stad Avilés. We bezichtigen het middenschip en de beide zijbeuken.
Daarna lopen we door naar de wijk Sabugo, de voormalige visserswijk, waar ook een mooie oude kerk aan het hoofd van een stadplein staat; op dit moment helaas gesloten voor het publiek.
Daarna verlaten we de stad Avilés, voortdurend klimmend, door te lopen naar San Christóbal, een woonwijk aan de rand van Avilés.

Koffiepauze in Salinas
Voorbij San Christóbal krijgen we een uitzichtpunt, waar we de zee weer eens kunnen zien.
We zien daar aan de kust ook de plaats Salinas liggen, waar we nu naar toe lopen.
Aan de rand van San Christóbal worden we in het ongewisse gelaten over de juiste weg. De gele caminopijlen wijzen naar links, maar daar staat toch duidelijk het woord ‘no’ op geschreven, en met een zwarte kleur is aangegeven dat de doorgaande camino-route richting Santiago de Compostela rechtsaf is. Twee pelgrims die vóór ons lopen, vragen een passerende Spanjaard wat nu te doen. Hij adviseert om toch rechtsaf te gaan naar Salinas. Wij volgen hen en dan lopen we met zijn vieren over de doorgaande asfaltweg naar beneden, naar de plaats Salinas.
In Salinas wijken Durkje en ik even van de route af, omdat we in deze toeristenplaats eerst nog een kop koffie willen drinken, voordat we de volgende bijna 13 kilometer horecavrije route zullen vervolgen. Ondertussen gaat de vrouw – een pelgrim uit Den Helder – naar het toilet van een benzinestation, om dan direct door te gaan, en later horen we dat de jongeman in Salines de weg kwijt is geraakt. Toch ontmoeten we elkaar enige tijd later allemaal weer op de goede route verderop.

Kerk open voor pelgrims in San Martín de Laspra
Na een kop koffie in de Ierse pub van Salinas gaan we weer verder.
Direct buiten Salinas wandelen we het volgende dorpje al binnen. Dat is San Martín de Laspra.
Het is een behoorlijke klim om bovenin dit dorpje te komen, en om de pelgrims niet over de doorgaande asfaltweg te laten lopen, wordt voor de camino gebruik gemaakt van een smal pad dat achter de bebouwing langs loopt.
We komen bovenin het dorp bij de kerk van San Martín de Laspra, en lopen om het woonhuis van de pastoor heen, dat aan de voorzijde tegen de kerk is gebouwd. Aan de torenzijde is de toegangsdeur gesloten. Twee mannen zijn met een hoogwerker bezig om de begroeiing tegen en op de toren te verwijderen. Een andere, oudere man komt naar ons toe, waarschijnlijk de pastoor. We vragen hem of de kerk ook is opengesteld, want we willen graag de kerk bekijken, die bekend staat om het mooie mozarabisch, preromaanse kerkraam. De man opent de zijingang van de kerk om ons binnen te laten. We bestuderen alle ramen, maar we treffen hier het bijzondere kerkraam helaas niet aan.
Daarna gaan we verder, en lopen we afdalend in een grote bocht om de kerk heen.

Heuvels met weiden en bos
Iets verderop ontmoeten we de pelgrim uit Den Helder weer. Zij heeft hier pas gepauzeerd op een bankje langs de weg. Ze vertelt dat ze drie jaar ernstig ziek is geweest, en nu weer zo goed is hersteld dat ze het aandurft om deze camino te lopen. Dat is ook een mooie testcase om te checken in hoeverre ze weer is hersteld. We lopen een eind met zijn drieën verder, en daarna nemen we afscheid om ons hogere wandeltempo weer aan te nemen. We genieten van de mooie route hier door het groene heuvelachtige landschap, waar veeteelt een belangrijke bron is van bestaan.
We komen door het dorpje El Cordel.
Daarna komen we door een bosperceel met eucalyptusbomen.
Tegen één van de hellingen is een grote partij eucalyptusbomen verwijderd. Een boswerker is er nu nog bezig om de achtergelaten takken met een machine samen te binnen tot dikke takkenbossen.

Santiago del Monte
We hebben vandaag een wandeldag met veel klimmen en dalen. Nooit erg steil en nooit heel hoog, maar wel regelmatig op en neer. Zo komen we op enig moment ter hoogte van La Campa vanaf een behoorlijke hoogte bij een vallei die we moeten oversteken. Verderop zien we het hoge viaduct van de A8 de afstand tussen de ene zijde en de andere zijde van de vallei overbruggen. Aan de overzijde van de vallei gaan we weer heuvelopwaarts.
We komen dan langs het dorpje Santiago del Monte, waar enkele mannen aan het werk zijn om het gras en de struiken langs de doorgaande weg respectievelijk te maaien en te snoeien.

Bosverkeer
Verderop, als we al weer op behoorlijke hoogte zijn, volgt een prachtige route door eucalyptusbos. Op een plek midden in het bos zien we langs het brede bospad op enig moment een aantal verkeersborden vlak achter elkaar staan. Eén verkeersbord wijst ons op de (auto)verlichting (dat men hier bij donkere tunnels gebruikt) en een ander bord meldt dat hier rechts een parkeerverbod geldt. Kennelijk hebben enkele wegwerkers na een klus enkele borden over gehad en wilden ze hier een grap mee uithalen, op een bospad waar dergelijke verkeersborden echt niet nodig zijn.
De ondergrond van de bospaden wisselt ook steeds. Soms lopen we over restanten van asfalt, dan weer is het pad steenachtig of rotsachtig, en soms gaan we over een steenachtig zandpad.
Hoezeer je in zo’n langgerekt bosgebied al snel je oriëntatie kwijtraakt, dat maakt hier niet uit, want bij alle splitsingen en kruisingen in het heuvelachtige bos staan de bekende bermpalen met camino-wegwijzers, aangevuld met hier en daar ook nog de gele caminopijlen. Verdwalen hoeft hier dus beslist niet.
We komen het bos uit vlak vóór de plaats El Castillo. In het bosperceel zagen we ook veel vlinders en bijen, die af en aan vliegen op de bloemen van de verschillende soorten planten langs het bospad.

Een kasteel boven de Nalón
Omdat we op behoorlijke hoogte het bosperceel verlaten, krijgen we vóór ons een mooi uitzicht over de ria van de Nalón, en hoog op de heuvel de kasteeltoren van het oorspronkelijke kasteel van de plaats El Castillo.
Ook de huizen van het dorpje El Castillo zien we dan tegen de heuvelhelling.
We wandelen El Castillo - heel toepasselijk - binnen op de Calle del Peregrino.
Tegen een zijgevel van een woning maken enkele geveltegels duidelijk dat we op de goede weg zijn van El Castillo naar Soto (del Barco).
We lopen op grote hoogte vóór de huizen van El Castillo langs en genieten van de prachtige vergezichten over de rivier, het kasteel en het landschap waarin dit alles ligt.
Het thema van deze route van vandaag (en morgen) luidt niet voor niets: ‘Een kasteel boven de Nalón’.

Pauze in Soto del Barco
We lopen nog bijna een kilometer door naar de plaats Soto del Barco. Daar willen we weer gaan pauzeren, want dan hebben we de eerste 18 kilometer achter de rug, waarvan bijna 15 kilometer na onze vorige pauze in Salinas. Tijd voor een stop dus.
Op het terras van de bar bij de ingang van het dorp nemen we plaats om hier tijdens ons rustmoment even wat lekkers te eten en te drinken. Er wordt een heerlijke pastasalade voor ons klaargemaakt, die we ons op het terras goed laten smaken.

Zicht op San Esteban
Na deze middagpauze hebben we nog 4,5 kilometer te gaan; ongeveer een uur gaans dus. We verlaten Soto del Barco en krijgen dan al snel weer even uitzicht op zee.
We komen door het dorpje La Magdalena.
Daarna volgen we de doorlopende asfaltweg, waarvan we op enig moment – getuige een verkeersbord in de berm – zien dat het een doodlopende weg is. Pas een heel eind verderop blijkt dat dit een voormalige brede doorgaande asfaltweg was, die aansloot op de lange brug over de rivier van San Esteban. Bij de brug is de doorgang afgesloten, en een andere weg die nu van rechts komt, heeft wel aansluiting op deze brug gekregen. We steken de lange rivierbrug over op een smalle doorgang aan de linkerzijde van de brug.
Op de andere oever volgt een smal stijgend bospaadje richting Muros de Nalón. Als we bovenaan de heuvel zijn gekomen, krijgen we wederom een prachtig uitzicht over de Ria de San Esteban met de plaats San Esteban langs de rivieroever. We vangen hier ook weer de heerlijk verkoelende wind uit zee, die een aangename verkoeling geeft na de toch al wel warme heuvelbeklimming van zojuist.

Bestemming Muros de Nalón
Als we weer een eindje verder zijn, zien we Muros de Nalón hoog vóór ons liggen, tegen en op een heuvel. Daar gaan we vandaag naar toe.
Door enkele smalle straatjes van het dorp worden we alsmaar klimmend naar het dorpsplein van Muros de Nalón geleid. Naast de kerk aan het dorpsplein zitten enkele gasten op het terras, waaronder ook twee pelgrims, die we nog niet eerder hebben ontmoet in de afgelopen drie pelgrimsdagen.
Het is nu 15.15 uur, dus we hebben de 22,5 kilometer lange route vandaag afgelegd in zes uren. Een mooie wandeldag, met aangenaam weer, veel afwisseling qua landschap en ondanks het vele stijgen en dalen toch zeker wel prima te doen.