zondag 8 mei 2016

Pelgrimeren van Azambuja naar Santarém

Donderdag 28 april 2016
Pauzeren bij de Belgische pelgrims in Porto de Muge



















Caminho Portugués de Santiago van Azambuja naar Santarém
Donderdag 28 april 2016 – 32,3 km.
Dag 5: 58,1 – 90,4 km

Zo geheel anders
Als er op de wereld een plaats is waar je leert dat het in het leven niet gaat zoals je dat vooraf had gedacht, dan is dat wel op de caminho.
We dachten dat we gisteravond in het hotel aan de stadsrand van Azambuja zouden gaan dineren, maar toen we nog maar net buiten stonden, nodigde de hoteleigenares ons uit om mee te komen naar een klein restaurant in de buurt, waar ze voor pelgrims een prima maaltijd serveren.
We dachten dat we gisteravond daar met zijn tweeën aan tafel zouden zitten, maar feitelijk zat de zoon van de pas met dit restaurant gestarte moeder nagenoeg de halve avond bij ons aan tafel voor wat later een buitengewoon gewaardeerd bedrijfsadviesgesprek voor een startende ondernemer werd; en de andere helft van de avond schoven twee Belgische pelgrims uit Lier bij ons aan, met wie we onze wederzijdse pelgrimservaringen deelden.
Ondertussen kregen we via de telefoon nog bericht uit Wit-Rusland dat ons Witrussische gastkind Oxcana en haar echtenoot Pasja vandaag een baby kregen, de tweede, een zoon, Aleksandr is zijn naam. Na de koffie dronken we nog een Portugese likeur, hartverwarmend kwam alles zo samen op één avond.
En vandaag? We dachten dat we vandaag zo’n 16 kilometer zouden lopen, maar ook dat plan bleek vandaag geen werkelijkheid te worden. Mooie plannen, maar het gaat dus vaak allemaal geheel anders. Daarvan getuigt ook deze nieuwe dag.

Wandelen of met de bus naar Fátima?
Om 7.00 uur gaat de wekker weer, en als een geoliede machine maken we ons vanmorgen in hotel Flor da Primavera klaar voor vertrek. Ruim binnen de gebruikelijke drie kwartier staan we al buiten het hotel, klaar voor het ontbijt. We ontbijten vandaag in een pastelaria in de hoofdstraat van Azambuja. Als we naar die gelegenheid lopen, komen ons grote groepen wandelaars tegemoet met gele veiligheidshesjes, waarop staat dat ze deelnemen aan de pelgrimage naar Fátima. Durkje en ik vermoeden dat we hen op onze route vandaag nog wel eens weer zullen zien, maar dat blijkt in het geheel niet het geval te zijn. We hebben ze de hele dag niet weer gezien, dus welke route zij hebben gelopen? Wij weten het niet, maar in elk geval vanuit Azambuja niet de Caminho de Fátima. Wellicht zijn ze verderop in een touringcar gestapt, en gaan ze met de bus naar het bedevaartsoord Fátima?

Wandelen tussen akkers
Na het stevige ontbijt en het kopen van heerlijk verse broodjes voor onderweg wandelen we via de hoofdstraat en langs ons hotel naar het treinstation van Azambuja. Daar steken we via de voetgangersbrug de treinsporen over, om aan de overzijde via een asfaltweg langs een brede vaart Azambuja uit te lopen langs de N 3-1.
Na bijna twee kilometer steken we een brug over, om dan direct linksaf te slaan, om langs een kanaal voort te gaan over een onverhard pad. Bij een kruising van twee wateren slaan we af in oostelijke richting, om via halfverharde landwegen naar het regionale vliegveld te lopen. Daar komen we weer uit op de voortzetting van de N 3-1, waarop we eerder al liepen.
Het is een uitermate vlak landschap, met alleen op de achtergrond een niet al te hoge heuvelrug. De ruige velden links van ons staan vol met bloeiende, geurende kamille.
Verderop zijn boeren bezig om jonge aanplant van nieuwe gewassen op de pas geploegde en geëgaliseerde akkers te planten.

Geen sporen, maar dijken
Bij de boerderij Quinta do Alquedão kruisen we een hoger liggend dijkje, waarvan we aanvankelijk denken dat het een voormalig spoortracé is. Zo hebben we ze tijdens vorige wandeldagen wel veel meer gezien. Verderop echter, als we het dorpje Reguengo naderen, zien we weer zo’n dijkje. Nu realiseren we ons dat dit rivierdijkjes zijn die bij de verhoogde waterstanden het wassende rivierwater van de parallel lopende Taag moeten keren.
Quinta do Alquedão is zo’n typisch boerenbedrijf van deze regio. Ze liggen meestal een eindje landinwaarts, hebben lange oprijlanen, met aan weerszijden bij de weg betonnen palen en muurtjes, waarop de naam van de boerderij pronkt.
Overal in deze streek zien we ook grote hoeveelheden prachtig bloeiende rode klaprozen, zo ook hier.
Klaprozen bij Quinta do Alquedão
Reguengo
Het dorpje Reguengo wandelen we binnen aan de voet van de rivierdijk.
In het dorpje wijzen de wegwijzers ons op het vervolg van de route boven op de rivierdijk. Zo wandelen we Reguengo door; links aan de voet van de dijk de huisjes en rechts van de dijk het lage land in de richting van de Taag.
We hebben nu ruim tien van de geplande 16 kilometer gelopen, en omdat er in Reguengo een dorpscafé is, houden we hier halt, om in het café wat te eten en een kop koffie te drinken. De barkeepster is bij de ingang van het café bezig om bij een oude vrouw bloed te prikken. Zo te zien is het de eerste keer, want even later is er ook nog een andere dorpsbewoner bij gekomen, en zijn ze met de gebruiksaanwijzing erbij bezig om te onderzoeken hoe ze dit moeten aanpakken. Ondertussen krijgen wij de bestelde koffie aangereikt.

Valada aan de Taag
Voorbij Reguengo gaat de route verder aan de voet van de rivierdijk. Links van ons zien we dan de eerste wijnvelden.
Enkele kilometers verderop wandelen we het volgende dorpje binnen: Valada.
Ook hier weer dezelfde rivierdijk door het dorp, en ook hier lopen we door het dorp over de rivierdijk. Eerst passeren we de oude waterpomp van het dorp, die bovenop de rivierdijk staat.
Daarna komen we langs de dorpskerk, die tegen de rivierdijk staat.
Over de rivierdijk lopen we Valada weer uit. Naast ons zien we de Taag achter de rivierdijk stromen.

Zoeken en niet vinden
En dan gaan we verder naar Porto de Muge, dat we als onze bestemming voor vandaag op het oog hebben. De hoteleigenares van gisteren heeft voor ons gebeld naar de nieuwe pelgrimsaccommodatie van het dorp. Eergisteren in Vilafranca de Xira hadden we van de pensionhouder gehoord dat het voormalige pelgrimsonderkomen in Port de Muge inmiddels is gesloten, en dat er wel een nieuwe mogelijkheid zou zijn. We kregen de naam van de boerderij mee waar we vannacht kunnen overnachten, dus dat zou dan toch wel goed moeten komen. Als we echter in Porto de Muge arriveren, is de bewuste boerderij daar in geen velden of wegen te zien. We vragen een inwoner van het dorp. Hij verwijst ons naar een plek een kilometer verder op onze route. Daar zou het moeten zijn. We lopen vol goede moed verder door Porto de Muge, en ontmoeten daar op het terras van het dorpscafé de twee Belgische pelgrims, die we gisteren ontmoetten tijdens ons avondeten in het restaurant van Azambuja. Zij gaan vandaag door naar Santarém.
Buiten Porto de Muge loop ik een boerenerf op om te vragen waar we de gezochte boerderij kunnen vinden. De boer vertelt dat we door moeten lopen naar de derde of de vierde boerderij, maar aan zijn non-verbale communicatie is ook te merken dat hij het eigenlijk niet weet. Wij lopen door, maar al wat we verderop passeren, in elk geval niet de boerderij die we zoeken.

Plan A bijgesteld
Nu inmiddels al zo’n drie kilometer voorbij Porto de Muge weer terugwandelen is ook geen optie, dus we stellen ons plan bij, en besluiten niet in Porto de Muge te overnachten, maar om nog door te lopen naar Santarém. We lopen dan vandaag niet 16,4 kilometer, maar 32,3 kilometer, tot aan Santarém, een vrij grote stad, waar ruim voldoende overnachtingsaccommodaties zijn.
We hebben ruim voldoende eten en drinken bij ons voor een verlengde tocht, dus dat hoeft ons er niet van de weerhouden om de lengte van onze route van vandaag bijna te verdubbelen.
Voorts is het prachtig zonnig weer, met een aangenaam briesje erbij, en de temperatuur loopt vandaag op tot zo’n 25 à 30 graden Celsius. We lopen er dus warmpjes bij vandaag.

16 extra kilometers naar Santarém
Voorbij Porto de Muge volgt dan een ongeveer 10 kilometer lang halfverhard, steenachtig pad, breed en vol op de zon. Links uitzicht over de velden, en rechts de tamelijk hoge rivierdijk. Af en toe passeren we één of twee andere pelgrims, of worden we door hen weer ingehaald op het moment dat we even halt houden om wat te drinken, te eten en te rusten.
Vanaf de plaats waar het brede pad afbuigt naar links, wandelen we voornamelijk tussen wijnvelden en pas ingezaaide akkers. Daar krijgen we ook onze bestemming, de stad Santarém steeds beter in zicht; een oude stad die hoog op een heuvelrug is gebouwd.
Onderweg komt ons een man in een auto tegemoet. Hij stapt uit en nodigt ons uit om in zijn pelgrimsherberg te overnachten, die iets terzijde van de route aan de rand van Santarém staat.

Overnachtingsplek zoeken in Santarém
Omdat Durkje en ik graag in het gezellige stadscentrum van Santarém willen overnachten, gaan we niet in op zijn aanbod.
Dan volgt vanuit het nabuurdorpje Omnias eerst nog een voorzichtige en later toch een iets steviger klim naar de hoger liggende stad Santarém. Bij deze hoge temperatuur en aan het eind van deze flinke afstand is dat nog wel een kleine uitdaging, die wij overigens prima doorstaan.
Bij binnenkomst in Santarém vragen we bij de grote stadsrotonde aan twee agenten vóór het politiebureau hoe we het beste bij twee van de in onze routegids genoemde pelgrimsaccommodaties kunnen komen. Ze wijzen ons de weg, dus we gaan met die aanwijzingen de stad in.
Vlak bij een pension waar we naar op zoek zijn, worden we aangesproken door een vrouw die hier ook op straat loopt. Ze vertelt dat ze de eigenares is van dat pension, en dat die vannacht geheel is volgeboekt met artiesten, die vanavond in Santarém optreden.
We vragen haar of ze ook weet waar we dan de pelgrimsherberg Santarém Hostel kunnen vinden. Ze vertelt dat zij ook de eigenares is van dat hostel, en na dan even met haar echtgenoot te hebben gebeld, horen we dat er voor ons voor de komende nacht nog plaats is in de herberg. Ze loopt met ons mee naar die pelgrimsherberg, waar ze ons een mooie overnachtingsplek toekent, ons rondleidt door de grote pelgrimsaccommodatie (met een heel groot dakterras), en ons daarna naar haar echtgenote brengt, bij wie we ons kunnen inschrijven, en die ook voor onze was zorg zal dragen.
We hebben een prachtige overnachtingsplek gevonden is deze mooie stad, maar wel op een plek die zo geheel anders is dan we aanvankelijk hadden gepland. Dat hoort allemaal bij de caminho, en dat maakt het pelgrimeren ook zo verrassend en mooi.

Pelgrimeren van Vilafranca de Xira naar Azambuja

Woensdag 27 april 2016
Naar de kerk in Vila Nova de Rainha



















Caminho Portugués de Santiago van Vilafranca de Xira naar Azambuja
Woensdag 27 april 2016 – 18,5 km.
Dag 4: 39,6 – 58,1 km

Bom Caminho
Toen we gisteravond terugkwamen uit de stad van het avondeten, vertelde de pensionhouder van Vilafranca de Xira ons dat hij ervoor zou zorgen dat onze was van gisteren vanmorgen vroeg in een plastic zak aan onze kamerdeur zou hangen, zodat wij zouden kunnen vertrekken zodra wij klaar voor de start zijn. En inderdaad, vroeg in de ochtend hangt daar keurig die waszak, met daarop een print van de kamerfactuur, waarop hij voor ons nog als vriendelijke pelgrimsgroet heeft geschreven: ‘Bom Caminho’.
Om 7.00 uur staan we op, en om 7.45 uur staan we met volle bepakking buiten het pension, om aan het ontbijt te gaan in het pastelaria dat de pensionhouder ons gisteren heeft aanbevolen. Daar eten we verse broodjes met twee koppen koffie erbij, en dan zijn we om 8.15 uur klaar voor vertrek.
We steken het stationsplein over, gaan dan via de voetgangersbrug over de treinsporen, en dan wandelen we via het stadpark aan de Taag onze pleisterplaats Vilafranca de Xira uit.

Van Vilafranca de Xira naar Castanheira do Ribatejo
Over een asfaltweg door ruig terrein laten we Vilafranca de Xira achter ons. Voorbij de fabriek Simtejo verlaten we de asfaltweg om over een veldpad verder noordwaarts te lopen. Op een brede asfaltweg verderop krijgen we twee andere pelgrims in zicht. Ze lopen langzamer dan wij, dus we halen ze al spoedig in. Het blijkt een pelgrimerend stel te zijn uit Frankrijk, ook ware pelgrims. Ze zijn beiden al 78 jaar en lopen nu ook de Caminho Portugués. Ze hebben voorheen - net als wij - ook de ‘Camino Franchés’ gelopen, evenals wij ook het pelgrimspad ‘Via Podiensis’ vanuit Le Puy-en-Velay via de ‘Camino del Norte’ en de ‘Camino Primitivo’ naar Santiago de Compostela, en hun vorige pelgrimsroute was de ‘Via de la Plata’, van Sevilla naar Santiago de Compostela.
Bij een kippenhok waarin een citroenenboom vol citroenen staat, wandelen we het bedrijventerrein van Castanheira do Ribatejo op.

Carregado
We doorkruisen Castanheira do Ribatejo en gaan dan over een asfaltweg naar Carregado. Ook hier komen we bij een bedrijventerrein het dorp binnen.
We passeren eveneens het treinstation Carregado Alenquer.

Vila Nova da Rainha
Voorbij Carregado gaat het voort naar Vila Nova da Rainha over een asfaltweggetje tussen akkers en weiden door.
Het dorpscafé dat in onze routegids wordt vermeld, lopen we eerst nog voorbij, omdat we bij de hoger gelegen kerk graag eerst een stempel willen halen voor ons pelgrimspaspoort. De kerk is echter helaas gesloten.
Onder het kerkplein is een kelderruimte, waarvan de toegangsdeur open staat. Wellicht dat we daar het gewenste kerkstempel kunnen verkrijgen. Een oudere vrouw staat daar in de keuken, en ze maakt ons duidelijk dat we terug moeten lopen naar het dorpscafé, om daar een stempel te verkrijgen. We lopen - zoals gepland – een eindje terug naar het café, bestellen daar koffie, en krijgen daar een caféstempel in onze credencials.

Wegomlegging 1
Nu geeft onze pelgrimsgids aan dat er een zes kilometer lang traject volgt, waarbij we langs de drukke N-3 zouden moeten lopen; geen aantrekkelijk vooruitzicht dus. Maar tot onze verrassing worden we door de bewegwijzering niet langs de N-3 geleid, maar moeten we de drukke weg oversteken, om een eind verderop bij het treinstation van Vila Nova da Rainha de rails over te steken.
Via twee hekken komen we dan op een heel breed, half verhard pad, dat kilometers lang parallel aan de spoorlijn loopt. De wegwijzers geven aan dat we dit pad moeten volgen. We lopen om een afgesloten ijzeren toegangshek heen, en dan ligt daar vóór ons een ware snelweg voor wandelaars: recht, lang, breed, droog en half verhard. We lopen hier vol op de aangename zon en met een koele bries in de rug kilometers lang langs het spoor. Regelmatig passeert een trein uit beide richtingen. Eenmaal komt ons een auto tegemoet. Verder is het hier helemaal stil.

Wegomlegging 2
Dit lange rechte eind wordt enigszins onderbroken door het treinstation Espadanal da Azambuja. Vanaf hier blijft het pad parallel aan de spoorlijn voortgaan, maar het pad is vanaf nu wel veel smaller, nog hooguit ter breedte van een fiks wagenspoor. Aan weerszijde van het pad is veel meer begroeiing, dus het wordt gaandeweg aantrekkelijker om hier te lopen.
We passeren twee andere pelgrims, die foto’s maken van een ooievaar, die aan de overzijde van het spoor een hoog nest heeft gebouwd op grote hoogte, boven op de enige oude stenen fabrieksschoorsteen op dit fabrieksterrein.
Ze halen ons even later in en lopen voor ons uit.
Rechts van ons zien we twee kuddes stieren lopen. Onze routegids waarschuwt de wandelaars ervoor om daar niet tussendoor te gaan lopen, omdat deze stieren worden gebruikt bij de stierenrun in het centrum van Azambuja en ook in de stierengevechtarena van Azambuja. 
Aan het eind van dit pad, voorbij enkele waterreservoirs staat een betonauto en enkele andere auto’s van werklui. Eén van de werkmannen legt ons uit dat we hier nu niet via het spoorviaduct onder de spoorlijnen door kunnen gaan, omdat ze in de spoortunnel bezig zijn om met pas gestort beton een nieuw voetpad aan te leggen. De caminho is voor vandaag omgelegd, en hij maakt ons met dubbele verontschuldigingen duidelijk dat wij hier over een hekwerk moeten klimmen, om bij de spoorbaan omhoog te gaan, en om dan vervolgens voorzichtig de vier sporen over te steken.
We komen veilig en wel aan de overzijde van de sporen aan.
Daar komt dan de volgende uitdaging, om vanaf de hoge spoorbaan door dicht struikgewas voorzichtig af te dalen naar het veel lager liggende voortgaande pad.
Van de spoorbaan naar het voetpad
Beneden loop ik nog even naar de andere zijde van het spoorviaduct, waar je kunt zien dat de werklui bezig zijn om een mooi vlak betonpad door de spoortunnel aan te leggen. Hier wordt dus goed voor pelgrims gezorgd, maar het is nog niet klaar.

Azambuja
Door een ruig gebied - waarin overigens veelvuldig caminhowegwijzers staan – lopen we van het spoor af in de richting van Azambuja. Aan de begroeiing kun je zien dat de wegomlegging van de N-3 via het parallelle spoorpad nog niet eens zo oud is. Dat zal ook de reden zijn dat men nu nog het betonpaadje door het spoorviaduct aanlegt voor de passerende pelgrims.
Ter hoogte van het Ouro Hotel wandelen we Azambuja binnen. We zouden hier kunnen overnachten aan de rand van het stadje, maar we gokken erop dat we ook in het stadje nog wel een slaapplaats kunnen vinden. Zo druk is het nu immers op de caminho niet.
In het gemeentehuis in het centrum van Azambuja vragen we de receptioniste naar het andere hotel dat in onze routegids staat. Ze wijst ons buiten de weg, en dan bellen we iets verderop aan bij hotel Flor da Primavera. We worden direct binnengelaten en hartelijk verwelkomd, krijgen een prachtige kamer, en gaan eerst even lekker douchen. De administratie en de betaling volgen later dan nog wel. Vriendelijk van onze gastvrouw. Zo rond 13.00 uur hebben we dus al een prachtige overnachtingsplek in het gezellige centrum van Azambuja gekregen. Nu rest er nog voldoende tijd om ook het stadje verder te bezichtigen, alvorens we ergens in een restaurant aanschuiven voor een voedzame pelgrimsmaaltijd.

Pelgrimeren van Alverca do Ribatejo naar Vilafranca de Xira

Dinsdag 26 april 2016
Bij de pelgrim in graffity aan de Caminho Pedonal Ribeirinho



















Caminho Portugués de Santiago van Alverca do Ribatejo naar Vilafranca de Xira
Dinsdag 26 april 2016 – 10,1 km.
Dag 3: 29,5 – 39,6 km

Pelgrimeren is geen presteren
De eerstvolgende plaatsen waar we overnachtingsadressen kunnen vinden op het komende traject liggen 6,2 of 10,1 of 28,6 kilometer verwijderd vanaf Alverca do Ribatejo. Omdat we vannacht hebben overnacht in het Alfa 10-hotel in de plaats Verdelha de Baixo – dat op anderhalve kilometer verwijderd ligt van Alverca aan de Taag – kunnen we vandaag kiezen uit een dagtraject van 7,2 of 11,6 of 30,1 kilometer. Als we het ons vandaag heel gemakkelijk zouden maken, zouden we niet verder gaan dan Alhandra en als we er een meer prestatiegerichte dag van zouden maken door de langste afstand te gaan lopen met onze volledige bepakking, zouden we doorlopen tot aan Azambuja. Maar omdat pelgrimeren geen kwestie is van presteren, maar vooral ook van aandacht hebben voor de weg, de omgeving en voor de mensen onderweg, kozen we er gisteravond voor om vandaag de 11,6 kilometer te lopen tot aan Vilafranca de Xira. De Portugese mountainbikende vader (met dochtertje) vertelde ons gisteren dat Vilafranca een prachtige halteplaats is aan de rivier de Taag, dus reden te meer om vandaag daar halt te houden.

Hongaarse pelgrim zonder routegids
Omdat we vandaag geen grote afstand hoeven te overbruggen, slapen we vanmorgen lekker uit tot 8.00 uur en om 8.45 uur verlaten we onze hotelkamer.
Als we het hotel zo’n vijftig meter achter ons hebben gelaten, komt een zwarte Mercedes ons tegemoet. De chauffeur claxonneert al van verre, en als we gewaar kunnen worden wie in de auto zit, zien we dat het de hoteleigenaar is. Hij zwaait voorbijrijdend enthousiast en met een handgebaar maakt hij duidelijk dat hij ons een goede voortzetting van onze pelgrimage wenst.
Deze hoteleigenaar heeft hart voor de zaak en voor zijn gasten. Gisteravond schoof een Hongaarse pelgrim bij ons aan tafel in het restaurant. We aten gedrieën een stevige driegangenmaaltijd voor – let wel – 7 euro per persoon (soep, hoofdgerecht, karaf wijn, dessert en koffie). Hij vertelde dat hij gisteren van de caminho was afgehaald door dezelfde hoteleigenaar, die hem gratis naar het hotel had gehaald. Toen had hij daarbij helaas zijn Hongaarstalige routeboekje verloren. We gaven de Hongaar het telefoonnummer van de hoteleigenaar, en nadat hij afscheid van ons had genomen, kwam de Hongaar even later weer bij ons terug in het restaurant om ons dankbaar te laten zien dat hij via de hoteleigenaar zijn caminogids weer terug had gekregen. Sint Jacob zorgt goed voor zijn pelgrims. Deze bezorgde Hongaarse pelgrims kon gerustgesteld gaan slapen.

Laat ontbijt in Alverca aan de Taag
Maar goed, Durkje en ik zijn nu eerst nog op weg van Verdelha de Baixo naar Alverca do Ribatejo. Na die anderhalve kilometer zijn we in het dorpscentrum, waar we eerst boodschappen halen in de supermarkt, en daarna gaan ontbijten in een klein café in het centrum. Na een goed ontbijt met twee koppen koffie erbij verlaten we om 9.45 uur het café. De caféhouder wenst ons ‘bonne voyage’ (hij spreekt geen Engels, maar wel een heel klein beetje Frans) en dan wandelen we naar de dorpsrand, waar we bij een naar de lucht starende duivenmelker de bebouwde kom van Alverca do Ribatejo verlaten.
Voor pelgrims is dit een betrekkelijk late start van de pelgrimsdag, maar wij genieten van deze ‘slow start’, mede in de wetenschap dat we vandaag niet ver hoeven te lopen. Bovendien is het ook onze vakantie, dus het mag dan ook best wel eens ‘easy’ zijn. Pelgrimeren betekent ook dat je dingen durft los te laten, en ook het loslaten van tijd, van moeten en van haast horen daarbij.

Bedrijvigheid alom
Het eerste deel van dit traject gaat door een ruig terrein, verderop tussen enkele akkers door. Het pad brengt ons verderop via een asfaltweggetje naar een bedrijventerrein, waar enkele chauffeurs in of bij hun vrachtauto’s bij een enorm pakhuis wachten om te laden of te lossen.
We lopen over dit bedrijventerrein naar de drukke verkeersweg van de N-10.
De caminho loopt nu eens links, dan eens rechts over en langs deze drukke verkeersweg. Af en toe moeten we de drukke N-10 oversteken, om steeds weer over de beste zijde via een smalle vluchtstrook of over een smal bermpaadje zo veilig als mogelijk langs deze bedrijvige verkeersweg voort te kunnen gaan.
We lopen stevig door en komen al snel door het plaatsje Sobralinho.
Op het moment dat we Sobralinha uit lopen, zien we verderop al het bord van de volgende plaats.
We arriveren dan in Alhandra.

Alhandra
We volgen wijselijk de bewegwijzering die de plaatselijke gemeente hier langs de weg heeft geplaatst. Voorbij een fabriekscomplex met overslagterrein passeren we de kazerne van de vrijwillige brandweer (Bombeiros). Als we vandaag niet verder dan hier zouden lopen, zouden we als pelgrims mogen overnachten in deze brandweerkazerne, want de slaapzaal van deze brandweerkazerne staat – zoals in zoveel plaatsen – open voor passerende pelgrims.
Verderop komen we weer langs de oever van de rivier de Taag.
We lopen langs de oever in de richting van de haven. Onderweg zien we nog de tekenen van de voormalige visserij op deze rivier. Een oud houten vissersbootje ligt hier decoratief op het droge, en hoog daarboven, ver achter in het dorp zien we de hoog boven alle bebouwing uit torenende witte dorpskerk met haar rode daken.
Nabij de haven passeren we een uitgestrekt terrein, dat door riviervissers nog wordt gebruikt voor opslag en voor het drogen en repareren van visnetten.
Een ander klein, oud vissersbootje ligt tegen de oever van de Taag, een idyllische aanblik van wat ooit waarschijnlijk het trotse bezit van een riviervisser is geweest.
Oud riviervissersbootje langs de oever van de Taag in Alhandra 
Vlak voordat we langs het zwembad lopen, passeren we de jachthaven, waar ook pleziervaartuigjes op het droge liggen, in de verkoop en ook voor onderhoud. Hier en daar wordt aan de scheepjes op deze werf gewerkt.

Recreatieve graffity-kunst op 
Voorbij het zwembad van Alhandre volgen we een prachtig rood geasfalteerd fiets-wandelpad langs de Taag. Opvallend zijn de vele graffity-kunstwerken, die aan onze linkerzijde zijn geplaatst. Elke keer heeft zo’n graffity-kunstwerk een eigen thema, geheel passend bij dit mooie recreatiepad langs de rivier. Zo passeren we voorstellingen van wandelaars, fietsers, skaters, een oudere op een scootmobiel, een kunstschilder, een verliefd stel bij zonsondergang, twee kinderen op driewielers, een natuurfotograaf, en … tot onze verrassing ook een pelgrim, onmiskenbaar herkenbaar aan diens pelgrimssymbolen, zoals de staf met kalebas en de Jacobsschelp.
Deze kans laten we ons niet voorbij gaan, dus we vragen een passerend fietsend stel of ze ons samen even willen fotograferen bij deze voor ons zo kenmerkende pelgrimsvoorstelling.

Langs de Taag
Onze route gaat voort langs de Taag. Af en toe genieten we speciaal van de prachtige vergezichten over de Taag en haar rivieroevers.
We naderen onze plaats van bestemming. Eerst lopen we onder een voetgangerspassage door, waarmee je het treinspoor over zou kunnen steken.
Dan komen we langs de stierenvechtersarena.
Daarnaast ligt een omvangrijk kerkhof tegen de heuvel, nabij twee kerkgebouwen.

Een hartelijk welkom in Vilafranca de Xira
We komen de plaats Vilafranca de Xira binnen bij de jachthaven.
Verder wandelend langs de Taag komen we eerst door een langgerekt stadspark.
En dan arriveren we bij het markante treinstation van Vilafranca de Xira. De trein staat gereed voor vertrek en vertrekt als we het station passeren.
Het grote stationsgebouw is schitterend gedecoreerd met allerlei blauwe tegeltableau’s tegen een witte gevel.
Via een hoog overgaande spoorbrug voor voetgangers steken we de sporen over, om dan aan de overzijde uit te komen aan de voorzijde van het station.
In het café naast het station vragen we naar een onderkomen voor de nacht. Dat blijkt aan de andere zijde van dit gebouw te zijn. Als we daar naar binnen gaan, blijkt dat we de verkeerde ingang hebben gekozen, maar een Portugese jongeman loopt even met ons mee om ons naar de goede ingang te begeleiden. Hij vertelt onderweg enthousiast over zijn plan om in de komende zomervakantie de oude 200 kilometer lange Portugese vissersroute te gaan bewandelen vanuit Lissabon naar de Algarve in zuidwest-Portugal. Hij heeft er nu al zin in.
De pensionhouder bij wie we vannacht overnachten, stelt ons een mooie kamer ter beschikking, waar afgelopen nacht een andere pelgrim overnachtte. Hij moet de kamer nog even gastenklaar maken, en dat komt ons goed uit, want wij willen nog wel even aan de overzijde van het spoor gaan lunchen. We laten onze rugzakken achter in de hotelkamer; hij maakt onze kamer gereed, en ondertussen lopen wij weer terug naar de Taag om daar te lunchen in het stadspark.
Aansluitend maken we een wandeling door het gezellige dorpscentrum van Vilafranca de Xira. We halen het een en ander aan boodschappen en gaan dan weer terug naar onze kamer in het pension. Daar is alles dan voor ons gereed. We kunnen ons nu gaan douchen en de pensioneigenaar biedt ons aan dat wij alle was aan hem kunnen geven; dan zorgt hij ervoor dat alles wordt gewassen; dat is all in de prijs van de kamer (€ 25,-).

Caminho Portugués in oorspronkelijke stijl
De pensionhouder vertelt dat wij op een goed moment deze caminho nog lopen, want – zo vertelt hij – deze caminho neemt aan belangstelling toe, dus het zal er in de komende jaren veel drukker worden volgens hem. Nu is alles onderweg nog vrij veel in originele staat, dus dit is volgens hem de periode bij uitstek om deze caminho nog in ‘oude stijl’ te lopen.
Omdat er onderweg nog maar weinig overnachtingsplekken zijn voor pelgrims, vooral op dit eerste traject tussen Lissabon en Porto, inventariseert hij met hulp van ervaren pelgrims, waar je momenteel goed kunt overnachten als pelgrim. Zo geeft hij ons alvast enkele tips voor een prima overnachting op de eerstkomende dagetappes.

Pelgrimeren van Torre Vasco da Gama naar Alverca do Ribatejo

Maandag 25 april 2016
Smal oeverpad langs de Rio Trancão voorbij de rivierbrug van Sacavém



















Caminho Portugués de Santiago van Torre Vasco da Gama naar Alverca do Ribatejo
Maandag 25 april 2016 – 20,3 km.
Dag 2: 9,2 – 29,5 km

Vroeg ontbijt aan de Taag
Het voor een pelgrim eigenlijk te luxe hotel waarin we vannacht overnachtten, hebben we gisteravond op passende wijze geneutraliseerd met een eenvoudige doch voedzame maaltijd in het restaurant van het hotel, en vanmorgen vroeg zetten we die versobering voort met een ontbijt voor pelgrims, in de buitenlucht.
Om 7.45 uur checken we al uit bij de hotelbalie, en dan kopen we aan de overzijde van de brede straat bij een bakkerswinkeltje een aantal verschillende broodjes. Daarmee wandelen we naar de oever van de Taag, waar we op de boulevard langs deze brede rivier een bankje zoeken, waarop we genieten van een heerlijk ontbijt in de buitenlucht. Het is onbewolkt, dus we zitten lekker in de zon, met een prachtig uitzicht over de Taag.
Ontbijten aan de Taag in Torre Vasco da Gama
Om 8.25 uur zijn we klaar met het ontbijt en vertrekken we voor onze tweede pelgrimsdag, op dezelfde plaats waar we gisteren onze eerste dag eindigden.

Theedrinken met Catharina van Braganza
We lopen in noordelijke richting langs de oever van de Taag. Langs deze rivier is een prachtig wandelpad aangelegd, dat ons eerst in de richting van de Ponte Vasco da Gama voert, de 17 kilometer lange brug die de beide oevers van de Taag verbindt.
Voordat we onder deze hoge brug door gaan, passeren we eerst nog een replica van het standbeeld van Catharina van Braganza, die in 1662 trouwde met Charles II, en die waarschijnlijk thee en theetijd introduceerde aan het Britse hof.

Langs de Rio Trancão voorbij Sacavém
Voorbij de Ponte Vasco da Gama komen we uit op de plaats waar de Rio Trancão uitmondt in de Rio Tejo (Taag).
Hier buigen we naar het westen af, om over de zuidoever van de Rio Trancão in de richting van Sacavém te lopen.
In Sacavém steken we via een brug de Rio Trancão over, en dan volgen we direct aan de overzijde van de rivier de andere zijde van de rivieroever.
Nu volgt een smal pad over de hoge oever, door de vallei van de Rio Trancão.
Onderweg passeren we het eerste betonnen wegwijzerpaaltje van de Caminho de Fátima, waarop kleine steentjes liggen, op de wijze zoals je dat ook ziet op de Spaanse camino’s. Het zijn deze kleine steentjes, die passerende pelgrims op dergelijke plekken deponeren als een vorm van denken aan iets wat hen zorgen baart, of verdriet, of wellicht ook verheugt en/of wat tot dankbaarheid stemt.

Wandelaars en mountain bikers door de riviervallei
Wat nu volgt, is een mooie route door de prachtige riviervallei. We weten inmiddels dat een Brits wandelend stel een eind achter ons loopt, maar later vandaag zien we hen niet weer.
Enkele mountain bikers passeren ons vanuit tegengestelde richting. Een vader met zijn dochter – ieder ook op een mountain bike - willen Durkje passeren op het smalle pad, maar het kleine meisje komt daarbij ten val en belandt onderaan in een greppel. Gelukkig valt het mee, en kan ze er zelf ook nog om lachen. Ze gaan even later weer vrolijk verder, en passeren ons een eindje verderop.

Een stoere tocht door een schilderachtig landschap
We genieten van de schilderachtige bloemenpracht van alle soorten bloeiende planten aan weerszijden van het pad, en ook verderop in de groene vallei. Dit deel van de route is trouwens het eerste off road-pad dat we voorbij Lissabon bewandelen.
Verderop, op een breed landbouwpad, komt een boer met een tractor ons tegemoet.
In een bijna droge rivierbedding staat een groep aronskelken majestueus prachtig in bloei.
Bij een oude fabrieksruïne ontmoeten we de terreinfietsende vader met zijn dochter weer. Hij vertelt dat ze zojuist even hebben gepauzeerd, want ze moeten ook regelmatig iets eten en drinken onderweg. De man vertelt dat hij met zijn dochter een lange mountain bike-tocht maakt, en dat zijn echtgenote hen straks weer met de auto terughaalt naar huis. Mooi dat er ook in Portugal vaders zijn die met hun jonge dochters al zulke stoere fietstochten maken.

Van Granja via Casal do Freixo naar Alpriata
Even later passeren we de plaats Granja. We zien zo langzamerhand wel uit naar een aangename koffiepauze, en we weten dat er in het volgende dorpje een dorpscafé is waar we onze koffiestop kunnen hebben.
Met een lichte klim van zo’n 50 meter lopen we van Granja naar Casal do Freixo.
Dat is eigenlijk een soort buurtschap, dat als tweelingdorp nagenoeg één geheel vormt met het dorpje Alpriata, dat we dan ook direct al binnenwandelen. Aan de rand van het dorpspleintje staat een oude barbecue, waarop enkele vissen worden gegrild. Niemand die erbij staat.
Hier in Alpriata verlaten we voor heel even de doorgaande caminho-route, omdat iets van de route af aan de doorgaande weg van het dorp een bar is. Daar is het gezellig druk, met een aantal mannen die elkaar binnen en buiten het café ontmoeten. Er wordt samen koffie of iets sterkers gedronken, ze kijken samen voetbal op tv, en een aantal zijn druk met elkaar in gesprek op het smalle terras aan de straatzijde.
Binnen kopen we enkele koppen koffie, we vullen hier onze voorraad drinkflesjes weer bij, en we kopen een stuk kaas, zodat we onderweg ook weer nieuw beleg hebben. Zo vervult dit dorpscafé de functie van café en enige detailhandel.

Bamboebosje in een vallei
Na deze gezellige terraspauze waarin we flink eten en drinken, kunnen we weer gesterkt verder. We wandelen Alpriata uit, en buigen dan een eind verder af over een veldpad. We lopen hier door een dal in een mooi heuvelachtig landschap. In deze vallei gaan we door een enigszins moerasachtig bamboebosje, waar een drassig pad doorheen loopt.
Het veldpad brengt ons in de richting van de snelweg A1, die we verderop parallel volgen over een smal pad aan de voet van deze hooggelegen autosnelweg.

Póvoa de Santa Iria
We gaan onder de A1 door en komen dan al weer in een uitgestrekt stedelijk gebied. We wandelen de plaats Póvoa de Santa Iria binnen.
De route gaat verder in de richting van de Taag. We volgen een steenachtig pad, en verderop een betonnen voet- en fietspad. De route van de beide caminho’s wordt hier overigens door de burgerlijke gemeente perfect bewegwijzerd, onder andere met hun eigen duidelijke routebordjes waarop beide caminho’s steeds weer worden vermeld.
Op de plaats waar het pad uitkomt bij de rivieroever van de Taag, is een gezellig recreatiegebied met een klein paviljoen, waar je het een en ander aan eten en drinken kunt kopen. We zoeken een schaduwrijke plek op het terras. Bij de bar bestel ik in het Engels twee koppen thee. Toch niet de moeilijkste bestelling, zou je denken. De jongeman die achter de bar staat, wordt deze bestelling echter nu al te moeilijk, dus hij roept zijn baas en bazin erbij, omdat deze Engelstalige bestelling voor hem toch echt een stap te ver is. De beide horecaondernemers spreken echter prima Engels, dus die thee, dat komt wel goed. Ze vertellen dat ze vorig jaar in mei in Amsterdam op vakantie waren, en dat ze toen ook zo hebben genoten van de Keukenhof.

Zuidafrikanen en flamingo’s in de uiterwaarden
Na deze theestop gaan we verder met het laatste deel van de route van vandaag. Nu volgt een vrij nieuw vlonderpad, dat over een grote afstand door de natte uiterwaarden van de Taag gaat, die geheel vol staat met prachtig bloeiende planten. Aan de zijde van de Taag zien we ook nog groepen flamingo’s fourageren. Kortom, een prachtig natuurgebied om doorheen te gaan.
We ontmoeten halverwege een echtpaar dat hier in de buurt woont. Hij komt van origine uit deze regio, heeft enkele jaren in Zuid-Afrika gewerkt, ontmoette daar deze Zuidafrikaanse vrouw, met wie hij trouwde, en inmiddels wonen ze hier weer in de buurt. Hij werkt bij de vliegmaatschappij TAP Portugal.
Ze geven ons allerlei tips ter bezichtiging, waaronder het luchtvaartmuseum verderop, en ze leggen ook uit hoe we straks het beste een overnachtingsaccommodatie kunnen vinden voorbij Alverca de Ribatejo, in Verdelha de Baixo.
Daarna wandelen we verder door dit uitgestrekte natuurgebied, en verderop komen we dan bij het spoor, dat we via de parallelle weg volgen tot aan de rand van de bebouwde kom van Alverca de Ribatejo.

Alverca de Ribatejo
Bij het treinstation van Alverca de Ribatejo lopen we langs het luchtvaartmuseum. We gaan via de stationstrappen door het stationsgebouw over de sporen heen, om aan de overzijde de plaats Alverca de Ribatejo in te lopen.
Eerst volgen we nog een eindje de camino-borden, en dan buigen we aan de rand van het dorp af naar het dorpscentrum, waar we in een supermarkt onze boodschappen voor morgen halen.
Daarna lopen we verder van de caminho-route af, om anderhalve kilometer verderop te arriveren in het nabijgelegen dorp Verdelha de Baixo.
Opmerkelijk is dat een grote plaats als Alverca de Ribatejo geen enkel hotel heeft, en dat we in Verdelha de Baixo nota bene direct al vier overnachtingsaccommodaties op rij vinden in één straat.

Een ware gastheer voor pelgrims in Verdelha de Baixo
Bij het eerste adres krijgen we geen gehoor als we aanbellen, maar iets verderop is het Alfa 10-hospedaria-hotelcomplex, waar we direct en vriendelijk aan een hotelkamer worden geholpen. Het tariefbord geeft een kamerprijs aan van 37 euro, maar de hoteleigenaar vraagt ons maar 30 euro voor de kamer. Hij is goed op de hoogte van pelgrimeren, blijkend uit het feit dat hij direct ook aanbiedt om zijn hospedaria-stempel in onze pelgrimspaspoorten te zetten, en als hij ons buitenom naar de hotelkamer brengt, wijst hij ons ook direct hoe en waar we onze was kunnen doen, en waar we de was kunnen ophangen om te drogen. En hij geeft ons ook nog een plattegrond, waarop hij heeft aangetekend hoe wij morgen vanuit zijn hotel het beste weer op de camino kunnen opstappen. Kijk, dat is nog eens gastvrij meedenken met de pelgrim. Al met al is dit dus een prima onderkomen voor de komende nacht.
We hebben de tweede pelgrimsdag er al weer op zitten, met prachtig zomers weer. Een hele dag volop zonneschijn met een temperatuur die zeker tot boven de 25 graden Celsius opliep.

Pelgrimeren van Lissabon naar Torre Vasco da Gama

Zondag 24 april 2016
Het stempel van de Igreja de Santiago in onze credencials



















Caminho Portugués de Santiago van Lissabon naar Torre Vasco da Gama
Zondag 24 april 2016 – 9,2 km.
Dag 1: 0 – 9,2 km

Derde pelgrimsroute
Durkje en ik zijn weer toe aan een nieuwe pelgrimage. Na onze eerste pelgrimage van Sint-Jacobiparochie (2005) naar Santiago de Compostela (2012) en onze tweede pelgrimage van Le Puy-en-Velay (2013) naar Santiago de Compostela (2015) hebben we respectievelijk een noord-zuid-pelgrimage en ook een oost-west-pelgrimage achter de rug.
Onze derde pelgrimage gaat over de ‘Camino Portugués de Santiago’, en dus wordt het een zuid-noord-pelgrimage van 614,1 kilometer, vanuit het Portugese Lissabon naar het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostela.
Gisteren zijn we vanuit Stiens naar het Brusselse vliegveld Zaventem gereden, vanwaar we met een vliegtuig naar de luchthaven van Lissabon vlogen.

Start vanuit Lissabon
Omdat we vandaag tijdens onze eerste pelgrimsdag maar een kleine afstand van 9,2 kilometer gaan lopen, slapen we vanmorgen tot 8.00 uur uit in ons Beimar Hostel te Lissabon. Rond 9.00 uur schuiven we bij enkele andere hotelgasten aan aan de ontbijttafel. Daar is ook een stel bij uit Overijssel. Zij blijven eerst nog enkele dagen in Lissabon om de stad te bekijken, en daarna gaan ze een aantal dagen vanuit Lissabon wandelen in zuidelijke richting, over een oud visserspad.
Als we na het ontbijt uitchecken en aan de nog jonge receptioniste vragen hoe we het beste vanuit het hotel straks naar het beginpunt van de Camino Portugués kunnen lopen, vertelt ze – zichtbaar verrast door onze vraag - dat zij zelf komende zomer ook van plan is om deze Camino Portugués te gaan bewandelen. Ze loopt de route dan geheel alleen, want – zo vertelt ze – “ik denk dat dat beter is voor mij”. Ze legt ons uit hoe wij het beste bij het beginpunt kunnen komen.

Op bezoek bij de patroonheilige van Lissabon
We verlaten het hotel en lopen op haar aanwijzing eerst in de richting van de kathedraal van Lissabon. Op grond van een tip van de jonge receptioniste gaan we vlak vóór de kathedraal ook nog even binnen in de kerk van San Antonio, want – zo vertelde ze – dat is de patroonheilige van Lissabon, en daar moet je ook eerst op bezoek zijn geweest. Als we daar naar binnen wandelen, begint om 9.30 uur zojuist de mis.

Igreja de Santiago
Na dit kerkbezoek lopen we eerst de kathedraal voorbij, om door te lopen naar de Sint-Jacobskerk van Lissabon.
Deze kerk staat aan het begin van de Rua Santiago.
Aan de ene kant van de ingang van deze ‘Igreja de Santiago’ hangt de mededeling dat hier de route van de Camino Portugués de Santiago begint.
Aan de andere kant van de ingang hangt ook een plaquette, die je erop wijst dat dit het begin is van de Camino Portugués.
We gaan deze Sint-Jacobskerk binnen om de kerk te bekijken, en ook om hier het eerste stempel te vragen dat in onze pelgrimspaspoorten (Credencial de Peregrino) komt te staan. Een vriendelijke oude vrouw wenkt me om met haar mee te gaan naar de sacristie van de kerk. Daar ligt het kerkstempel van Santiago op tafel, en het duurt maar even of ze heeft het mooie Santiago-stempel in onze pelgrimspaspoorten gestempeld. We bedanken haar hartelijk voor haar goede zorgen, en dan zijn we klaar om onze nieuwe pelgrimage aan te vangen.
Ze wijst ons trouwens er ook nog op dat we in het koor van de kerk vooral ook nog moeten kijken naar het beeld van Sint Jacob, hun Santiago, de patroonheilige van deze kerk.
Aan de voet van de stenen trappen bij de hoofdingang van de kerk, vinden we de eerste gele caminopijl van de Camino Portugués. Hier begint onze nieuwe pelgrimstocht.

Heuvelafwaarts naar de kathedraal
We steken de weg over om eerst ook nog even te kijken in de tuin van de naastgelegen kerk van Santa Lucia. Vanaf dit hooggelegen punt – met allemaal blauwe historische tegeltableau’s rondom - hebben we een prachtig uitzicht over de stad Lissabon en over het hier zo brede water van de rivier, de Rio Tejo (Tagus, of Taag).
Vlakbij dit drukke panoramapunt staat op de stoep een hele oude boom, bovenop een immens bovengronds boomwortelstelsel.
Ondertussen rijden de van Lissabon zo welbekende kleine trams af en aan, heuvelopwaarts naar het kasteel ‘Castelo São Jorge’ en heuvelafwaarts naar de kathedraal.

Pelgrimeren naar Fátima of naar Santiago
Als we bij de kathedraal arriveren, is het daar al erg druk. Bussen vol toeristen worden hier gebracht om een bezoek te brengen aan deze kathedraal. Ook het drukke verkeer van auto’s, trams en tuktuks zorgen voor een drukte van belang.
Als we de kathedraal binnenwandelen, luisteren we naar de klanken van het kerkorgel.
De deur van de sacristie staat open, dus ik ga naar binnen om een kerkstempel van de kathedraal te vragen voor onze pelgrimspaspoorten. Een vrouw komt op ons af en verzoekt ons om bij de ingang van de sacristie te wachten. Even later komt ze met een man terug, die onze pelgrimspaspoorten inneemt. Daar komt ook nog een andere jongeman aanlopen, met een wandelstok. Hij overhandigt de man ook zijn pelgrimspaspoort. Als we wachten tot de man terugkomt met onze gestempelde ‘credencials’ vertelt de Portugese jongeman dat hij hier vandaag ook aan een pelgrimage begint. Hij woont in Lissabon en gaat vandaag van start met de Camino Fátima, de pelgrimsroute van Lissabon naar het nabijgelegen Portugese bedevaartsoord Fátima. Even later komt ook zijn echtgenote erbij staan, die vertelt dat zij haar man vandaag nog zal vergezellen, waarna hij vanaf morgen alleen verder gaat. Hij zal een alternatieve route volgen; eerst via de Camino Portugués tot aan Tomar, waarna hij afbuigt in westelijke richting naar Fátima. Het zou dus best zo kunnen zijn dat we hem de komende dagen onderweg nogmaals ontmoeten. We wensen elkaar bij het afscheid een ‘bom caminho’.

Schilderachtig Alfama
Naast de kathedraal staan op de achterkant van een verkeersbord allerlei vormen van bewegwijzering van de beide camino’s, dus we kunnen hier direct al goed van start met duidelijke richtingwijzers. De ‘Caminho Fátima’ wordt aangegeven met een blauwe pijl, en de ‘Caminho Portugués’ met de internationaal gebruikelijke gele caminopijl. Tot Santarém volgen beide camino’s nog dezelfde route, dus tot aan Santarém kunnen we altijd de blauwe pijl ook blijven volgen.
Door de smalle straatjes van de schilderachtige wijk Alfama wandelen we in noordelijke richting door Lissabon.
Links en rechts passeren we allerlei kleine winkeltjes, waarvan er ook op deze zondag veel open zijn. We vullen onze watervoorraad aan in één van die kleine winkeltjes. De Portugese winkelier – die aan ons hoort dat we uit Nederland komen – spreekt ons in goed Nederlands aan. Hij vertelt dat hij vijf jaar in Rotterdam heeft gewoond.
Tegenover het Fado-museum drinken we een kop koffie, alvorens we verder gaan.
Verderop kopen we bij een klein kruidenierswinkeltje een paar bananen, die we ons goed laten smaken. En dan zijn we goed gevoed om Lissabon te verlaten, in alsmaar noordelijke richting.

Brandweer en evangelisatie in Beato
Als we een dorpje binnenwandelen, vragen we een voorbijgangster waar we nu zijn. Ze vertelt dat we al in Beato zijn. Verderop in Beato passeren we de brandweerkazerne. Aan beide kanten van de dorpsstraat staat een groot aantal brandweerwagens in allerlei soorten en maten. Alle brandweerauto’s staan hier dus gewoon buiten op straat.
Uit één van de panden naast de brandweerkazerne komen geluiden van een bevlogen toespraak. Zou hier een bijeenkomst zijn van de brandweer? Als we door één van de wijd openstaande deuren naar binnen kijken, zien we dat hier een kerkdienst wordt gehouden, met slechts een enkele kerkganger, en een expressieve evangelist die met de nodige stemverheffing en gebaren zijn verkondiging verzorgt.
Langs oude bedrijfspanden met hier en daar enige tekenen van roestig industrieel erfgoed wandelen we Beato door en uit.
Een auto haalt ons in. De jonge chauffeur remt af, doet het raampje open, en vraagt ons of we de camino lopen. Als we bevestigend antwoorden, wenst hij ons een goede camino toe. Vriendelijke mensen zijn het, die Portugezen.

De oase van Praca David Leandro da Silva
Het volgende dorpje waar we doorheen komen, is als een ware oase. Het is Praca David Leandro da Silva. Tegenover een prachtig oud en gedecoreerd pand en naast een vervallen gebouw dat ook ooit een schitterend gebouw is geweest, ligt een smal dorpsparkje, met enkele bankjes. We nemen plaats op een banksetje onder een afdak, om af te koelen van de warme zon.
We zitten hier naast een taxistandplaats en iets verderop staat een openbaar toilet, die we in het buitenland nog wel regelmatig, maar in Nederland bijna nooit meer zien.
Het is vandaag nagenoeg onbewolkt, en de zon schijnt dus heerlijk, waardoor de temperatuur vandaag oploopt tot zo’n 24 graden Celsius. Een mooie Hollandse zomerdag dus in de Portugese lente. 
Praca David Leandro da Silva
Drie mannen zitten naast ons te kaarten, een tetrapak met rode wijn op tafel, en ondertussen druk met elkaar in gesprek. Ze groeten ons hartelijk. Op zo’n dag word je vanzelf vrolijk, met dat mooie weer, met die gezellige eerste route, en met al die vriendelijke Portugezen erbij. Je hoeft op straat ook maar heel even stil te gaan staan, zoekend om je heen te kijken, of er is direct al een Portugees op straat die je wel even wijst welke kant je op moet. Het heeft dus ook wel degelijk zin om er onderweg op het pelgrimspad duidelijk als pelgrim uit te zien, want men helpt je dan goed en graag.
Iets minder vriendelijk ogen de twee honden, die wild blaffend over een erf lopen, en beide hun koppen vervaarlijk door de openingen in het ijzeren tuinhek steken, om ons toe te blaffen. Als ik even blijf staan om dit tafereel vast te leggen met de fotocamera gaat het geblaf over van overenthousiast naar agressief. Stilstaan en dichterbij komen, wordt dus kennelijk niet gewaardeerd. We respecteren die gewenste afstand en lopen door.

De Expo 98 van Torre Vasco da Gama
Op ongeveer een uur wandelen voorbij Beato komen we in de plaats van onze bestemming voor vandaag, in Torre Vasco da Gama.
Vanuit de enigszins grauwe, verouderd bebouwde doorgaande dorpsstraten komen we dan in een uitermate modern ogend gebied. Deze plek is een ware toeristische trekpleister, getuige de vele Portugezen, dagjesmensen en toeristen, die hier flaneren langs de oever van de Taag (Tejo). We zijn nu in het Parque das Nacões, een imposant overblijfsel van de Expo van 1998. Je kijkt je ogen uit naar al die variaties aan architectuur, allemaal even groot en even mooi, en dat allemaal langs de boulevard aan de Taag.  
We lopen langs het Atlantisch Paviljoen, langs het Oceanário (één van de grootste aquaria ter wereld), zien de hoge uitkijktoren en houden dan halt bij het immense viersterrenhotel op een uitstekende punt in de Taag. Een stel op een bankje in het park vragen we naar een hotel hier in het dorp. Ze vertellen dat ze ons de weg niet kunnen wijzen, omdat ze uit Brazilië afkomstig zijn. Ze spreken prima Duits, omdat hun beider grootouders zijn geboren en getogen in Duitsland, in Stuttgart en Bremen. Zij zijn gisteren ook in Lissabon gearriveerd en reizen nog door naar Porto, vanwaar ze over de tweede helft van de Caminho Portugués naar Santiago de Compostela pelgrimeren. Enkele jaren geleden pelgrimeerden ze al eens van Saint-Jean-Pied-de-Port over de ‘Camino Franchés’ naar Santiago de Compostela.

Luxe voor de pelgrim
Verderop vragen we een taxichauffeur naar een hotel. Hij wijst de weg naar het Ibis Hotel, waar we inchecken, en waar de hotelreceptioniste ons een kamer op de hoogste (7e) verdieping toekent, met uitzicht over het Expo-terrein en met de Taag op de achtergrond. Dit mag dan wel niet bepaald een pelgrimsaccommodatie zijn, maar we kunnen wel met volle teugen genieten van een mooie hotelkamer met een prachtig uitzicht over een zomers Portugal, als ware beloning voor deze eerste pelgrimsdag op de Caminho Portugués.

zaterdag 7 mei 2016

Van Stiens via Zaventem naar Lissabon

Zaterdag 23 april 2016
Aankomst op Praca do Comércio aan de Taag in Lissabon



















Van Fries Stiens naar Brussels Zaventem
Om 6.00 uur worden we wakker van de wekker, en om 7.00 uur vertrekken we uit Stiens. Via Breda en Antwerpen rijden we naar het vliegveld Zaventem bij Brussel.
Vanwege de recente bomaanslag op Zaventem is het de afgelopen weken nog ongewis geweest of onze vlucht vanaf Zaventem door zou kunnen gaan. Het gaat enkele maanden duren alvorens de situatie weer normaal zal zijn. Vanwege de bomaanslag moet de vertrekhal worden gerenoveerd, en tot overmaat van ramp staakte de Belgische luchtverkeersleiding deze week ook nog, om zich afkeurend uit te spreken over het feit dat de luchtverkeersleiders - net als veel anderen - voortaan ook langer zouden moeten doorwerken alvorens men de pensioengerechtigde leeftijd zou bereiken.
Enkele dagen geleden kregen we van het reisbureau het bericht dat we de boarding passes alvast zouden kunnen aanvragen, en verder bleef elke berichtgeving over gewijzigde vluchttijden of over een overplaatsing van de vlucht naar een ander vliegveld uit. Gisteravond zagen we op de internetsite van Zaventem dat onze vlucht van Brussel naar Lissabon nog steeds op de reguliere tijd in de planning staat, dus we reizen vanmorgen vroeg af naar Brussel om op vakantie te gaan naar Portugal. Wel werden passagiers er via de media op gewezen dat de doorlooptijd op het vliegveld aanmerkelijk langer is dan normaal, dus om die reden gaan we eerder dan te doen gebruikelijk op weg naar het vliegveld.

Onafzienbare wachtrij op Zaventem
Zonder oponthoud arriveren we om 10.00 uur op de parkeerplaats van vliegveld Zaventem. De vliegveld shuttle brengt ons vlot naar de terminal. Als we uitstappen nabij de tijdelijke vertrekhal worden we direct met de neus op de feiten gedrukt. Vóór ons zien we een lange wachtrij staan met alle passagiers die in afwachting zijn van hun vlucht. Er is veel politie op de been, en de ook aanwezige militairen zijn zichtbaar zwaar bewapend. Achter aansluiten is het devies, dus we gaan rechtsaf naar het achtereind van de onafzienbare lange rij wachtenden. Via allerlei bochten door diverse vertrekken van de begane grond - onder de gebouwen door - lopen we naar het achtereind van de rij. Op de plek waar de passagiers van verschillende kanten komen, sluiten de nieuwkomers aan in de rij, en wij ook. Maar vanaf deze plek is zelfs het eind van de lange wachtrij nog niet te zien. Het ziet er naar uit dat we heel lang zullen moeten wachten alvorens we via de tijdelijke vertrekhal bij de gates zullen arriveren. Het is nu 10.30 uur. Gelukkig zijn Durkje en ik ruim op tijd, maar of deze extra tijd voldoende is, zullen we pas veel later weten.

Wachtrijen bij en in de tijdelijke vertrekhal
Al snel merken we dat het met deze superlange wachtrij wel wat meevalt. De rij is bijna voortdurend in beweging, dus we schuiven redelijk vlot op in de richting van de tijdelijke vertrekhal. Hier en daar passeren we de militairen die hier toezicht houden op een goed verloop van het wachtproces. De wachtenden zijn opvallend rustig. Iedereen weet wel dat hier ieders geduld op de proef wordt gesteld, en men weet ook wel dat het geen zin heeft om hier stampij te maken over de lange wachttijd.
Vlakbij de tijdelijke vertrekhal wordt de bewaking van de militairen overgenomen door de politie. We komen via een controlepost voor paspoort en boarding pass in een grote evenemententent, waarin we in parallelle rijen worden opgesteld voor een eerste screening van onze bagage, en voor de eerste passage door een detectiepoort, met steekproefsgewijs een fouilleersessie.
Door een volgende tent lopen we naar de plaats waar de volgende wachtrijen staan, in afwachting van het inchecken van de meegenomen ruimbagage. Aan ons wordt meegedeeld dat we nog niet in de wachtrij moeten gaan staan, maar even terzijde moeten plaatsnemen, omdat onze wachtrij voor de vlucht van TAP Portugal naar Lissabon zich pas over een half uur mag gaan opstellen.

Detail van Brussels Tribute
Brussels Tribute
Voldoende tijd dus om even wat te eten en te drinken van wat we meenamen. In de tijdelijke vertrekhal-tenten is trouwens niets te koop, dus je bent aangewezen op wat je zelf meenam. We kunnen nu ook alvast onze rugzakken inpakken in de vluchtzakken, waarmee de beide rugzakken straks het ruim van het vliegtuig in gaan.
Achter ons zie ik tegen de wand van de evenemententent een groot bord hangen, met daarop ‘Brussels Tribute’. Het is een gedenkbord voor alle slachtoffers van de recente bomaanslag. Velen hebben daar een korte tekst op geschreven, zoals bijvoorbeeld: ‘Pray for Bruxelles’ en ‘We won’t give up’. Het zijn de zichtbare tekens en verwoorde emoties na een dramatische gebeurtenis.

Wachtrijen voor de ruimbagage
Op de gestelde tijd sluiten we aan bij de wachtende van de TAP-vlucht naar Portugal, en dan mogen we al snel door naar een volgende ruimte, waar we weer in drie lange rijen worden opgesteld voor het inchecken van onze ruimbagage.
Omdat we in drie rijen staan, duurt het niet al te lang voordat we onze ruimbagage kunnen inchecken. Het incheckpersoneel kan de ruimbagage nu niet – zoals dat gebruikelijk is - direct op de lopende band zetten. Alles wordt achter de tijdelijke incheckbalie gezet, en ander personeel zorgt er dan voor dat het iets verder naar achteren op een tijdelijke loopband wordt gezet.
Wij mogen nu ook door, namelijk naar de wachtrij voor het checken van onze boarding passes. Gelukkig gaat dat vrij snel.

Wachtrijen in de vertrekterminal
Voorbij dit checkpunt moeten we via een aantal trappen in een betonnen trappenhuis naar enkele verdiepingen hoger, waar we dan in de permanente vertrekterminal komen.
Ook hier worden we weer in lange wachtrijen gezet, die ons langzaam voortlopend voorbij al weer een checkpunt voor paspoort en boarding pass bij de checkpunten brengen waar onze handbagage wordt gescand, en waar we wederom door beveilingspoortjes gaan, waar af en toe iemand uitgebreid wordt gefouilleerd.
En dan – als dat alles achter de rug is – komen we in de terminal waar we voor het eerst sinds onze aankomst op het vliegveld een kopje koffie kunnen kopen. Nu zouden we kunnen doorlopen naar de gates, maar op de beeldschermen worden we erop gewezen wanneer bekend zal worden gemaakt vanaf welke gate onze vlucht zal gaan vertrekken. We wachten nog steeds geduldig op dat uitsluitsel.

Wachten bij de gate
Om 13.35 uur wordt bekend gemaakt naar welke gate we dienen te gaan voor het boarden. Als we bij de gate komen, is ons vliegtuig daar nog niet gearriveerd. Met enige vertraging  komt die binnen, en nadat de inkomende passagiers zijn uitgestapt, mogen wij ons als vertrekkende passagiers wederom opstellen in wachtrijen om voor deze vlucht te boarden.
Drie kwartier later dan gepland, vertrekken met ons vliegtuig van Zaventem, op weg naar Lissabon. Zoveel vertraging valt toch eigenlijk nog wel mee, als je nagaat welke ingrepen er allemaal nodig zijn geweest om het vliegverkeer weer op gang te brengen en op gang te houden, na die vreselijke bomaanslag van enkele weken geleden.

Aankomst in Lissabon
Na een goede vlucht vanuit België komen we enigszins verlaat aan op het vliegveld van Lissabon. Daar nemen we de airport shuttle vanaf het vliegveld richting treinstation in het centrum van Lissabon.
Bij Praca do Comércio stappen we uit, en dan lopen we langs de Taag (Tejo) naar ons hostel in Lissabon, ongeveer een kwartiertje gaans. Onderweg zien we links van ons op grotere hoogte in één van de oudere stadsdelen de hoog boven de bebouwing uit torenende kerktorens van de kathedraal van Lissabon. Daar gaan we morgen beginnen met onze volgende pelgrimstocht, de Caminho Portugués de Santiago, van Portugees Lissabon naar Spaans Santiago de Compostela.
We checken in in ons hostel, en nadat we een en ander gereed hebben gemaakt voor de nacht en voor ons vertrek van morgen, gaan we het stadscentrum van Lissabon weer in voor een goede avondmaaltijd. In één van de restaurants in het centrum genieten we van een heerlijk Portugees menu, en daarna wandelen we via een korte omweg over het fraai verlichte Praca do Comércio weer terug naar ons hostel voor de overnachting aldaar.
Praca do Comércio 's avonds verlicht

Klaar voor de start
Morgen gaan we in Lissabon beginnen met de Caminho Portugués de Santiago. De meivakantie van dit jaar zullen we gaan gebruiken om ruim tien dagen in noordelijke richting te wandelen op dit Portugese pelgrimspad.