maandag 3 augustus 2015

Pelgrimeren van Oviedo naar Grado

Uitzicht vanaf de bergpas naar Escamplero



















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino Primitivo > Irún – Santiago de Compostela
Camino Primitivo van Oviedo naar Grado
Dinsdag 7 juli 2015 – 26,5 km.
Dag 25: 506,3 – 532,8 km

Pelgrimeren in de voetsporen van koning Alfonso II de Kuise
Na een jaar wachten, en de drie reisdagen van afgelopen vrijdag, zaterdag en zondag, met aansluitend nog de rustdag van gisteren, is het dan eindelijk weer zover dat we onze tweede pelgrimage naar Santiago de Compostela kunnen vervolgen. We hebben een prachtige kampeerplaats gevonden in de Noord-Spaanse kustplaats San Pedro de la Ribera, en die camping willen we voor de eerstvolgende wandeldagen gebruiken als uitvalsbasis.
Vorig jaar hebben we de Camino del Norte gelopen van Irún naar Oviedo. Vandaag gaan we in Oviedo starten met de Camino Primitivo. Dat is het klassieke pelgrimspad van Oviedo naar Santiago de Compostela, en feitelijk de allereerste pelgrimsroute naar Santiago de Compostela, die door Alfonso II de Kuise, de koning van Asturië, in de 9e eeuw voor het eerst werd ondernomen, ook van Oviedo, en naar Santiago de Compostela, waar deze koning van Asturië het in het jaar 820 door de Galicische priester Pelayo ontdekte graf van de apostel Jacobus wilde bezoeken. Met deze tocht van Alfonso II de Kuise was de eerste Spaanse pelgrimstocht (de Camino Primitivo) geboren.
Nu, in 2015 – eeuwen later – gaan Durkje en ik in de voetsporen van koning Alfonso II volgens dezelfde route van Oviedo via A Fonsagrada en Lugo door de binnenlanden van Asturië en Galicië ook op bedevaart naar het graf van Sint Jacobus, in de kathedraal van Santiago de Compostela.

Buen Camino Peregrino
Om 6.45 uur gaat de wekker, want we willen vanmorgen om 8.00 uur klaar staan om op het moment dat de campingpoort open gaat, vanuit San Pedro de la Ribera naar Grado te rijden. Om 9.00 uur nemen we een in Grado gereedstaande taxi, die ons in een half uurtje naar treinstation Noord in Oviedo brengt. Hier begint om 9.30 uur het vervolg van onze pelgrimage, op de plek waar we vorig jaar de tocht van Irún naar Oviedo beëindigden.
In de buurt van het station drinken we in een café eerst een kop koffie, en dan wandelen we - na enig padzoeken en padvinden - de stad Oviedo uit. Bij de rand van de bebouwde kom passeren we een standbeeld van Sint Jacobus, dat hier in 2009 is geplaatst door de Spaanse ‘Vrienden van de Camino van Santiago’. Onze Spaanse pelgrimsvrienden groeten ons op de plaquette met de Spaanse pelgrimsgroet ‘Buen Camino Peregrino’.

Begin van onze pelgrimage 2015
Aan de overzijde van de weg komen we in het ‘Park van de Camino van Santiago’, waar een informatiepaneel en een wegwijzer ons de weg wijzen, de stad Oviedo uit.
We zijn weer op pad. Onze pelgrimage in 2015 op deze Spaanse camino is nu begonnen. Op naar Santiago de Compostela; maar vandaag eerst naar de stad Grado, dat op een afstand van 26,5 kilometer van Oviedo ligt.
De dag begint met mooi zomers weer, bij een temperatuur van 21 graden Celsius. De maximumtemperatuur ligt deze pelgrimsdag zo ongeveer tussen de 25 en 30 graden, met bijna de hele wandeldag volop zon, en aan het eind van de middag een opkomende bewolking, die vanavond voor enige motregen zorgt, maar daar hebben wij vandaag tijdens onze wandeldag geen last van. Wij krijgen vandaag een warme dag, waarop we regelmatig de vele meters schaduwrijk pad met grote dank aanvaarden.

Van San Lazáro de Paniceres via Las Campas naar Llampaxuga
Het eerste dorpje waar we doorheen komen, is San Lazáro de Paniceres, waarvan de naam verwijst naar het ziekenhuis voor melaatsen dat hier al in het jaar 1331 bestond. Bij de entree van het dorp staat een hórreos, een oude graanopslagplaats, zoals die hier in deze Spaanse streek vroeger in allerlei maten en uitvoering is gebouwd en gebruikt.
Verderop komen we door het dorpje Las Campas.
Binnen de kortste keren zijn Durkje en ik weer helemaal gewend aan alle vormen van bewegwijzering, die hier langs de camino zijn geplaatst om de pelgrims goed de weg te wijzen. Vanaf de hoog gelegen paden over de flank van de berg Naranco krijgen we prachtige vergezichten over het bergachtige landschap van Asturië.
Vlak vóór het dorpje Llampaxuga komen we langs de kapel van El Carmen.
Er is een kastje waarin we het kapelstempel zouden moeten vinden, om onze pelgrimspassen daarmee te stempelen, maar het kastje is leeg, en ernaast hangt een mededeling dat dit stempel van El Carmen door een of andere vandaal is gestolen, zodat wij nu geen stempel in ons pelgrimspaspoort kunnen plaatsen. Op de witte muren van het voorportaal van de kapel staat het stempel veelvuldig afgedrukt, dus we kunnen in elk geval even bekijken hoe het pelgrimsstempel van El Carmen er uitziet.

Loriana
Achter de kapel van El Carmen gaat het pelgrimspad verder. We dalen een korte, steile helling af. Daar passeren we een plek, waar een bermbrand heeft gewoed. Hier en daar zie je dat de afgebrande boomstronken van Eucalyptusbomen toch al weer voor nieuwe uitlopers hebben gezorgd.
Vlak vóór Loriana passeren we de traditionele wasplaats.
In Loriana komen we langs de Santa María-kerk.
Naast deze kerk is een waterbron, waar voortdurend koel stromend water uit komt. Een mooie plek om je even op te frissen tijdens deze toch wel behoorlijk warme dag.

De gele camino-hand van de pelgrims Simon & Ytje gevonden
En nu moeten we opletten, want van onze Friese pelgrimsvrienden Simon & Ytje weten we dat zij op hun doortocht door het dorpje La Bolguina een klein pelgrimshandje-sleutelhanger voor ons hebben achtergelaten tussen enkele grote stenen, die zijn opgemetseld in een muur aan de dorpsgrens van La Bolguina.
We passeren eerst het informatiebord, waarop staat dat het vanaf hier nog 296 kilometer is naar Santiago de Compostela. We weten dat we nu op de plaats waar het halfverharde pad bij de doorgaande asfaltweg komt, moeten opletten om het gele caminohandje te vinden.
Met de hulp van de beschrijving van Simon & Ytje hebben we het caminohandje snel gevonden. Tot onze verrassing ligt het nog op de plaats waar zij het indertijd voor ons als pelgrimsgroet hebben achtergelaten.
Na deze korte zoek- en vind-actie wandelen we La Bolguina binnen, om aan de rand van de bebouwde kom een lunchpauze te nemen op het terras van het plaatselijke dorpscafé. Een heerlijke kop hete thee erbij doet ons goed.

Fabarin en Gallegos
Na deze pauze lopen we door het dorpje Fabarin.
Het pad voert ons verderop naar de middeleeuwse brug van Gallegos.  
Het autoverkeer steekt de rivier de Nora over via een nieuwe brug, maar wij mogen als wandelaars de rivier oversteken over de parallelle oude stenen boogbrug. Al in de 13e eeuw was dit de oversteekplek over de rivier, vanuit Oviedo naar de Spaanse provincie Galicië.
Aan de overzijde van de Nora lopen we het dorpje Gallegos binnen.

De bergpas van Escamplero
Dan ligt de eerste bergpas van de Camino Primitivo vóór ons. Voorbij Gallegos nemen we eerst enkele meters een aanloop over de doorgaande asfaltweg, maar al spoedig verlaten we de asfaltweg om over de flank van de berg steeds hoger en hoger te klimmen. Het eerste deel gaat over een bergpad over de beboste berghelling. Een prachtig pad om te bewandelen.
Hoe hoger we komen, hoe mooier ook de vergezichten over bergen en dalen worden vanaf de bergflank.
De bergpas voert ons naar Escamplero. In een woonwijk staat grof vuil langs de weg, om op afzienbare termijn te worden afgevoerd. Daar ligt ook een hele grote spiegel bij, die schuin tegen een stenen muurtje staat. Die spiegel biedt ons een gelegenheid bij uitstek om een mooi fotoportret van ons samen te maken, met op de achtergrond de lichtbewolkte, helderblauwe zomerlucht.
De woonstraat komt uit op de brede doorgaande verkeersweg. Een stop-signaal op het wegdek maant ook ons als wandelende pelgrims om eerst halt te houden, goed uit te kijken, om dan veilig de weg over te steken.
We lopen dan Escamplero binnen.
Boven op de bergpas van Escamplero staat een café-restaurant, waar we een pelgrimsstempel in onze pelgrimspaspoorten krijgen, en waar we onszelf verwennen met een fles ijskoud sprankelend bronwater. Op zo’n warme zomerse dag is dat een ware traktatie, waarvan we vinden dat we die bij zo’n hoge temperatuur en bij deze fysiek inspannende bergwandeling ook ten volle verdienen.

Schilderachtig Asturië
Na deze koele drinkpauze passeren we verderop de kapel van Fátima. In de kapel staat een beeldje van de heilige Fátima.
Daarna gaan we verder over goed bewegwijzerde asfaltweggetjes door agrarisch gebied. Langs de weg groeien veel prachtig roodbloeiende klaprozen, en we passeren zowaar ook een kleine kudde zwartbonte koeien.
Daarna volgt een heel mooi traject over een middeleeuws karrenspoor, tussen met dik mos begroeide muurtjes, door een schitterend bosachtig bergterrein. Dit pad biedt alle gelegenheid om te genieten van het prachtige Spaanse landschap van Asturië.
We lopen ook door een rotsachtig bergweidegebied. De met gras begroeide berghellingen liggen bezaaid met dikke rotsblokken, stenen en uit de grond oprijzende rotspartijen. Een schilderachtig gezicht met veel wit van de rotsen en groen van het gras.

Allerlei Asturische dorpjes
Vervolgens doorkruisen we een aantal kleine dorpjes. Eerst komen we door Premoño.
Daarna door La Fuente.
In La Fuente passeren we een hele oude Asturische boerderij, gebouwd van grote rotsstenen, die waarschijnlijk afkomstig zijn uit deze streek.
Het volgende dorpje dat we doorkruisen, is Paladin.
En dan komen we in en door Puerma.
Over een brede doorgaande verkeersweg passeren we het dorpje L’Arache.

Peñaflor
Als we Peñaflor in wandelen, is het inmiddels 16.15 uur.
We zijn dan al ruim zes uren onderweg, en we merken dat we ook weer even iets moeten eten en drinken. Daarom nemen we een behoorlijke rustpauze op het terras van een café-restaurant bij de brug over de rivier de Nalón.
Na deze pauze steken we via de imposante stenen boogbrug de rivier de Nalón over.
Aan de overzijde van de rivier gaan we door een achterafgelegen woonstraat door de oudere wijk van Peñaflor, langs de spoorlijn in de richting van Grado.

Grado
Buiten Peñaflor volgt dan een lang slingerend grindpad richting Grado. Verderop zien we al de bebouwde kom van Grado. We lopen in de richting van een bontgekleurd fabriekscomplex.
Inmiddels hebben we ook al enkele andere pelgrims ontmoet, die in tweetallen of solo dezelfde pelgrimsroute volgen. Vóór ons lopen twee mannen met zware bepakking, die zich met zichtbare moeite nog voortbewegen in de richting van Grado.
Vlak vóór Grado halen we hen in, en dan wandelen we ter hoogte van het treinstation van Grado deze plaats van bestemming binnen.
Door de hoofdstraat van Grado lopen we naar het stadscentrum, waar we vanmorgen onze auto hebben geparkeerd. Daar arriveren we om ongeveer 17.15 uur, dus we hebben de eerste 26,5 kilometers van deze zomerpelgrimage afgelegd in ongeveer zeven uren.
We zien terug op een schitterende wandeldag, met prachtig weer, met een gevarieerde route, en door een schilderachtig mooi landschap. Als dit het beeld wordt voor de komende pelgrimsdagen op de Camino Primitivo, gaan we een hele mooie zomerpelgrimage tegemoet.
Met onze auto rijden we terug naar onze caravan op de camping van San Pedro de la Ribera. Onderweg begint de motregen, die de rest van de middag en avond regelmatig terugkomt.

woensdag 1 juli 2015

Jij die mij ik maakt

Woensdag 1 juli 2015 
Cover van 'Jij die mij ik maakt'

Mijn betere ik
In de maand november van het jaar 2008 organiseerden Uitgeverij Ten Have, het dagblad Trouw en de KRO voor de tweede keer de zogenoemde 'Maand van de Spiritualiteit'. Het thema van deze tweede editie was ‘Mijn betere ik'.
Deze initiatiefnemers hebben gekozen voor het thema ‘Mijn betere ik', omdat het aansluit bij de individuele mens en bij de individuele zoektocht van mensen in spiritualiteit en religie. 
Net als de eerste keer - in het voorgaande jaar - werd er voor 2008 een essay geschreven, dat tijdens de novembermaand verkrijgbaar was tegen de geringe prijs van € 2,50. 

Beschouwingen om de liefde te verwerven
De Nederlandse theoloog-dichter Huub Oosterhuis schreef deze speciale uitgave voor de Maand van de Spiritualiteit van het jaar 2008. Dit boek kreeg als titel 'Jij die mij ik maakt'. 
In dertig korte teksten - voor elke dag van november één artikel - laat Oosterhuis zien hoe jij en ik elkaar kunnen inspireren om de wereld een beetje beter te maken. De bundel spreekt dan ook over dertig 'Beschouwingen om de liefde te verwerven'. 
De 30 bijdragen in dit essay zijn geen vrijblijvende reflecties. Oosterhuis heeft namelijk een concrete wens: hij streeft naar tien plaatsen in Nederland waar zonder gêne naar de zin van het leven kan worden gevraagd. Hij is op zoek naar huizen voor een 'bezield verband', waar de Bijbel zó wordt gelezen en uitgelegd dat hij als groot zingevingsverhaal kan worden doorverteld.

Vertrouwen vandaag de dag
De bundel begint met de volgende dichtregels, die Huub Oosterhuis indertijd schreef toen zijn dochter Trijntje werd geboren:
Ken je mij? Wie ken je dan? 
Weet je mij beter dan ik? 
Ken je mij? Wie ben ik dan? 
Weet je mij beter dan?
In zijn bundel laat Oosterhuis een persoonlijke kant van zichzelf zien. Zijn vragen 'Hoe sta ik in de wereld' en 'Waarom ben ik hier' en Wat wordt er van mij verwacht?' zijn enkele existentiële vragen die hij zichzelf stelt. En wat is de rol van een god daarin? Door de teksten heen klinkt zijn vaste vertrouwen, gesteund door de Bijbel, met name het Oude Testament. Immers, in het Oude Testament staat de bijbelse boodschap voor de nu levenden, voor jou en mij, voor hier en nu.

In de aanvaarding van de ander wórd ik mijzelf,
en wordt de ander 'jij die mij ik maakt'.

Huub Oosterhuis:
  • Je hoopt dat er ooit iemand zal zijn die voor je gaat zoals je bent.
  • De één is beter voor dit leven toegerust dan de ander.
  • Gelukkig ben je als je een beetje met alle tegenstellingen in jezelf kunt leven, en vooral als er een paar mensen zijn die je goed vinden, zoals je bent.
  • Vandaag is voor velen het zicht op de eigen context en geschiedenis verdwenen.
  • Als iedereen voor zichzelf opkomt, wie komt er dan voor ons allen op?
  • Als ik vanavond dood ga, waar ben ik dan morgenochtend?
  • Mijn ziel, dat is waarmee ik kijk en zing en begrijp en twijfel en niet weet en toch.
  • Andere, eerdere mensen maken je 'ik', door je aan te kijken, aan te raken, aan te spreken.
  • Oneindig veel varianten van communicatie vormen tezamen het proces van menswording.
  • Taal maakt ons ik en jij - wij mensen. Taal is 'bezield verband'.
  • Ik heb geleerd het bijbelse scheppingsverhaal te lezen als een hymnisch lied waarin de bestemming van de mens op deze wereld wordt bezongen.
  • Wij zijn allen elkaars ongelijke gelijken, dat willen we bevestigd zien en horen.
  • De psalmen - die oerteksten van alle joodse en christelijke liturgie - moeten steeds opnieuw ontdekt worden.
  • God zal er zijn voor jou, als jij er bent voor een ander mens.
  • Oorlog is chaos.
  • Psalm 8 bezingt de gelukservaring (godservaring) van het huiverend weten dat er een onbegrijpelijk groot 'bezield verband' is waarin je bent opgenomen en waarin je wordt gekend.
  • De kern van het christelijk geloof: reikhalzend uitzien naar de volheid van het eeuwige leven.
  • Vrijwel overal in het Oude Testament stoot ik op iets dat geldt voor mijzelf (Elia Canetti).
  • Rechtvaardig betekent: gericht op de lotsverbetering van de armsten in de wereld.
  • Er zijn er die zich hebben losgemaakt uit de eeuwenlang gegroeide kerkelijkheid, juist om dichter te komen bij de bron van hun traditie: het grote bijbelse verhaal.
  • Het moet mogelijk zijn voor mensen die zich niet meer thuis voelen in kerken, om buitenkerkelijke plaatsen te maken waar de Bijbel wordt gelezen en uitgelegd, zó dat hij zijn eigen levensleer en oproep tot individuele en sociale vernieuwing kan voortzetten.
  • De aanklager van het cynische systeem en de advocaat van de slachtoffers in de Bijbel is God Zelf.
  • De Bijbel is ook een leerschool voor utopische verbeelding.
  • Ik heb met mezelf afgesproken te vertrouwen op het goede dat overal gedaan wordt.
  • Kerken zijn van oudsher de plaatsen waar het Bijbelse Grote Verhaal in een onverstaanbare taal gezegd en gezongen werd, omspeeld door plechtig verslavend ritueel en orgelklank.
  • De kerken als bolwerken van georganiseerde religie zijn doorgaans autoritair en ongenuanceerd en laten weinig ruimte aan individuele beleving en de verwoording daarvan.
  • Velen zijn spiritueel armlastig opgegroeid, atheïstisch bijvoorbeeld. Nu zoeken zij 'events', aanrakingen, en ontdekken verlangens en ontroeringen die ze nooit in hun ziel hebben vermoed.
  • Geloven betekent oorspronkelijk: vertrouwen schenken, krediet geven en goede hoop hebben.
  • Alles kan; niets valt buiten de grote liefde die volbracht moet worden, niets is onmogelijk voor wie gelooft.
  • Ik wil het Nieuwe Liefde Netwerk in heel Europa zien bloeien.
Omdat God 'Ik' zegt,
kun je Hem roepen: 'Jij die mij kent' 
en 'Jij die mij ik maakt.

dinsdag 30 juni 2015

Wie is wie in het marketingland van Stenden?

Dinsdag 30 juni 2015
De cover van de Marketing-publicatie van Stenden Hogeschool















Expertise, Services & Research
Eén van de dienstverlenende clusters binnen Stenden Hogeschool is het cluster 'Expertise, Services & Research (ESR).
Eén van de units binnen dit cluster ESR is de afdeling 'Marketing'.
Onze hogeschoolafdeling Marketing houdt zich bezig met het werven van nieuwe studenten uit het binnen- en buitenland. Ze coördineren de voorlichtings- en wervingsactiviteiten, zowel binnen de Stenden Hogeschoolvestigingen, als ook daar buiten.
Deze afdeling Marketing is tevens verantwoordelijk voor de website van Stenden, en ze verzorgt de marketingcommunicatie rondom diverse evenementen binnen en buiten de hogeschool.

Marketing
Deze afdeling Marketing bestaat uit ongeveer 15-20 medewerkers, verdeeld over vier teams,
ESR-Marketing heeft het vriendelijke initiatief genomen om aan de hogeschool te laten zien wie er allemaal binnen deze afdeling werken, in welke teams deze medewerkers werkzaam zijn, en met welke werkzaamheden deze teams en collega's zich hoofdzakelijk bezig houden. Een mooie publicatie in twee talen is daartoe onlangs uitgegeven.
Daarin maken we - behalve met alle Marketing-medewerkers (met foto en korte toelichting) ook - kennis met de Manager Marketing, die met de nodige managementondersteuning leiding geeft aan de volgende vier Marketing-teams:

  1. Marketingcommunicatie & Events: gericht op de coördinatie en organisatie van alle Stenden-brede wervingsactiviteiten binnen Nederland, zoals Open dagen en Proefstudeerdagen. Dit team zorgt onder andere ook voor advertenties, social media en brochures. Zeven teamleden vertellen in deze Marketing-publicatie over wat zij binnen dit team doen.
  2. Direct Marketing & Marketing Intelligence: In deze Marketing-publicatie vertelt de Marketing Intelligence Specialist over het beheer van de database. waarin de gegevens worden verzameld over iedereen die informatie vraagt en krijgt over Stenden, en over al deze studenten in spe, die zich vervolgens bij Stenden Hogeschool aanmelden en inschrijven. Met dit gegevensbestand kunnen we onze toekomstige studenten optimaal op de hoogte houden van alles wat te maken heeft met voorlichten, werven, aanmelden en inschrijven.
  3. Traffic: adviseert over en is verantwoordelijk voor de productie en coördinatie van de communicatiemiddelen van Stenden Hogeschool, als merk en met betrekking tot onze huisstijl. Resultaten van deze afdeling zijn bijvoorbeeld grafische, ruimtelijk en digitale producten. De beide collega's van dit team geven in deze Stenden-publicatie voorbeelden van Traffic Management binnen Stenden.
  4. Sales: is verantwoordelijk voor de internationale werving van buitenlandse studenten voor Stenden Hogeschool. Ze onderhouden intensieve contacten met bijvoorbeeld scholen, studenten en marketing-agenten in een groot aantal toeleverende landen, 'all over the world'. In deze Stenden-publicatie geven de vijf collega's informatie over bijvoorbeeld de social media-strategie voor Duitsland, marketing & recruitment in China, over studentenwerving in de Baltische staten, verkorte opleidingstrajecten voor studenten uit midden-Europese landen en over trainingen voor Duitse promoteamleden.

Wie deze informatie in de persoonlijk getinte Marketing-publicatie leest, krijgt in kort bestek een goed beeld van de vele en uitdagende marketingactiviteiten binnen, vanuit en buiten Stenden Hogeschool, die voorwaarde zijn om toekomstige studenten van hun eerste contact tot aan hun inschrijving een betrouwbaar antwoord te geven op de vraag of - en zo ja waarom en hoe - je er als student goed aan doet om je in te schrijven als student van Stenden Hogeschool.

zondag 28 juni 2015

Eelke 60 jaar

Zaterdag 27 juni 2015 
Ike & Eelke de Jong















Volop aandacht

Vandaag gaat onze dagreis naar Nijmegen en Malden. Dit is de dag waarop we als gezin De Jong de 60e verjaardag van Eelke gaan vieren.
Nu heeft mijn zwager Eelke, die ook hoogleraar Internationale Economie is aan de Nijmeegse Radboud Universiteit, vanwege de Griekse kredietcrisis momenteel in het geheel niet te klagen over de veelvuldige media-aandacht voor zijn visie op de actuele Griekenland-crisis; de aandacht die deze familieman pur sang vandaag krijgt, is van een geheel andere orde. Het bereiken van zijn 60e verjaardag wil Eelke graag samen met zijn gezinsleden en met zijn naaste familie uitgesproken vieren, dus wij zijn allen uitgenodigd voor een feestelijke dag in zijn werkplaats Nijmegen en in hun woonplaats Malden.

Riviervaart op de Waal
Aan het begin van de middag schepen we met zijn allen in op de Pannenkoekenboot, die ligt afgemeerd langs de Nijmeegse Waalkade. Het is een zonovergoten dag, dus de ruim twee uren durende bootreis op de Waal heeft vooral het karakter van een vroege vakantie-activiteit.
De rondvaartboot vaart eerst in oostelijke richting de Waal op, en onderweg passeren we onder andere de Ooijpolder met daarin onder andere de Bizonbaai. Bij de Bizonbaai staat een kolossale oeros roerloos in het rivierwater, en verderop zien we een kudde Konikspaarden op de hoger gelegen rivieroever.
Dan keert de boot en varen we eerst terug naar Nijmegen, om dan door te varen in westelijke richting tot voorbij de super-lange nieuwe Waalbrug die momenteel ten westen van Nijmegen wordt gebouwd, om hier ook de nieuwe, bijna gereedzijnde Maasgeul van Lent letterlijk te overbruggen. Als we langs de kolencentrale van Nijmegen varen, wijst de kapitein ons erop dat deze kolencentrale op afzienbare termijn zal worden gesloten, om te worden vervangen door milieuvriendelijker energiebronnen. Vanaf de Waal varen we het Maas-Waalkanaal in tot aan het sluiscomplex Weurt; en daarna begint de terugreis over de Waal naar het eindpunt aan de Waalkade van Nijmegen.

Kort maar krachtig gesproken
Na aankomst in Nijmegen vertrekken we naar Malden, waar we bij Eelke & Ike thuis in de tuin dit verjaardagsfeest tot in de avond voortzetten. Zo'n zaterdag vlak voordat iedereen op zomervakantie gaat, is een mooi moment om elkaar op de zomer-valreep nog even te ontmoeten, alvorens iedereen vanaf vandaag de vakantierust in de diverse regio's van Europa zal gaan vieren.
Het initiatief van Ike om een laudatio voor de jarige te schrijven en voor te dragen, vindt navolging, want rond het avonduur worden ook door broers en zussen en kinderen en kleinkinderen van Eelke diverse lofredes uitgesproken en gezongen. Als aan het eind van de gezongen lofzang van Eelkes kleinzoon Noud door Ike aan Noud tot slot wordt gevraagd of er nog iets is wat Noud tegen Eelke wil zeggen, blijft het heel even stil, en dan klinkt uit de grond van zijn hart zijn hartenkreet; "Ik ben bang dat ik Eelke kwijt raak." Weer is het even stil, door deze indrukwekkende welgemeende woorden van de pas vijfjarige Noud. Gelukkig is er van elkaar kwijtraken nu in het geheel geen sprake, maar onmiskenbaar was het Noud die - zonder dat we dat hadden afgesproken - namens ons allen sprak op deze feestelijke 60e verjaardag van Eelke.

NBG-bestuursvergadering aan de Zijlweg in Haarlem

Vrijdag 26 juni 2015 
Bij de entree van het NBG-hoofdkantoor in Haarlem 

Vergaderen in de zomer

Ook voor het bestuur van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) komt vlak voorafgaande aan de naderende zomervakantie weer een eind aan ons vergaderseizoen. Vandaag komen we als verenigingsbestuur van het NBG bijeen in het hoofdkantoor aan de Zijlweg te Haarlem.
We hebben niet een hele lange agenda, maar er zijn wel een aantal bestuurszaken die in dit stadium behandeling vergen.

Bestuursagenda
Na de bespreking en de vaststelling van het verslag en de actie-/voortgangslijst van onze vorige bestuursvergadering passeert een aantal schriftelijke en mondelinge mededelingen, een rapportage van de interne organisatiezaken en van de externe contacten van bestuur en management van de afgelopen weken en maanden.
De belangrijkste items die vandaag op de agenda staan, gaan onder andere over (Bijbel-)uitgeefzaken, de samenwerking met een collega-bijbelgenootschap, en de resultaten van de evaluatie aangaande de aansturingsstructuur van het NBG als werkorganisatie, ook in relatie tot voor het NBG belangrijke items als Vertalen, Bijbelgebruik, Marketing, Communicatie, Fondsenwerving, Buitenlandwerk, Uitgeven en alle ondersteunende taken die dit bijbelwerk van het NBG zo goed mogelijk faciliteren en ondersteunen. Daarbij wordt uiteraard ook rekening gehouden met de rol die alle vrijwilligers van het NBG internationaal, landelijk, regionaal en lokaal spelen.

Terugblik en vooruitblik
We blikken tenslotte met tevredenheid terug op de goede Ledenraadsvergadering die onlangs in mei in Haarlem werd gehouden, en dan is het na drie uren vergadertijd al weer tijd om deze bijeenkomst te beëindigen.
Deze bestuursvergadering sluit ik af met een zomers tintje, met 'Het verhaal van het potlood', geschreven door de Braziliaanse auteur Paulo Coelho, die ons met zijn metaforisch verhaal in ons terugblikken en vooruitblikken onze eigen daden van verleden, heden en toekomst als een dank-wijzer doet relativeren en onderstrepen, als hij schrijft:
Je zult misschien grootse daden verrichten,
maar je mag nooit vergeten dat er een hand is die jou leidt.
Deze hand noemen we God ....

Kwaliteit van onderwijs

Donderdag 25 juni 2015 
Felix Rottenberg interviewt Roel in 't Veld over het onderwijs















Brede doelgroep

Iedereen vindt de kwaliteit van onderwijs wel belangrijk. Bijna vier miljoen jongeren (van peuter tot student) en honderdduizenden docenten hebben er dagelijks mee te maken.
  • Maar, weten we ook waarover we het hebben als wij spreken over onderwijskwaliteit? 
  • Of geeft iedere betrokkene een eigen betekenis aan kwaliteit van onderwijs? 
Hoog tijd voor een fundamenteel debat.
Daarom organiseert het KennisCentrum Examinering (KCE) vandaag het congres 'Kwaliteit van onderwijs' in het NBC Congrescentrum te Nieuwegein. Evenals enkele andere medewerkers van Stenden Hogeschool woon ik vandaag dit congres bij. Zo'n 500 docenten, bestuurders, studenten, wetenschappers, onderwijsdienstverleners, ouders, politici en opiniemakers die bereid zijn vooral ook vandaag hun creativiteit in te zetten voor de kwaliteit van onderwijs wonen dit activerende congres bij.

Activerende werkvormen
De opbouw van het congres is bijzonder. Voorafgaand aan het congres vond namelijk reeds de argumentatie plaats in de vorm van de digitale essaybundel en in de flankerende digitale dialoog tussen essayisten, schaduwraad en deelnemers.
De ochtend van het congres is gericht op verdieping en aanscherping in themabijeenkomsten. Gedurende het middagprogramma van het congres richten we ons op het gezamenlijk ontwerpen van toekomsten met betrekking tot school, curriculum en methoden. Daarnaast stellen we gezamenlijk een manifest op. Naast de ontwerpsessies vindt er een ideeënmarkt plaats. Deze opbouw van het congres vraagt om gewaagde werkvormen waarin vandaag met name actieve deelname van de aanwezigen centraal staat.

Intro van Wim Deetman
Dagvoorzitter van dit congres is Wim Deetman, in onze kring vooral ook bekend als de voormalige staatssecretaris en ook minister van Onderwijs en Wetenschappen. Deetman geeft aan dat in de afgelopen 200 jaren van het Koninkrijk der Nederlanden de vraag niet is gesteld hoe de 'aanhoudende zorg' voor het onderwijs plaatsvond, wat daaraan ten grondslag heeft gelegen en wat de resultaten daarvan zijn.
Met een korte doch flitsende film wordt het dagthema en het komende interview geïntroduceerd. De film vertelt dat ons onderwijs ontstond in een participatiemaatschappij. dat ons onderwijs kwalificeert en socialiseert. Onderwijskwaliteit is waardering, is relationeel en is waardengedreven door de overheid, door onderwijsdeelnemers en door de scholen; er zijn (dus) ook verschillende kwaliteitsbegrippen in omloop.
We maken ons in Nederland zorgen over het feit dat het aanvankelijke succes van de doorgaande leerweg van MBO naar HBO daalt, en dat ongeveer 15% van de jongeren hun onderwijsloopbaan niet met het gewenste succes afsluit. Er is dus nog wel een wereld te winnen in het onderwijs.

Felix Rottenberg interviewt Roel in 't Veld 
Na deze film volgt op het podium een interview, waarin Felix Rottenberg de congres-initiator Roel in 't Veld kritisch bevraagt in een zogenoemd 'bedachtzaam gesprek'.
Op de vraag van Rottenberg waarheen Roel in 't Veld hem mee zou nemen in het onderwijs om hem de kracht van het onderwijs te tonen, antwoordt Roel dat hij Felix dan mee zou nemen naar een ROC (MBO), omdat het daar moeilijk doceren is, en omdat in het MBO momenteel de toekomst van Nederland gestalte krijgt.
Op de stelling van Rottenberg dat de klassieke MO-A- en MO-B-docenten altijd de beste docenten van Nederland waren, en dat je die kwaliteit momenteel te weinig aantreft onder de MBO-docenten, reageert In 't Veld met zijn bewering dat je in het MBO wèl de mateloze toewijding aan de MBO-studenten waarneemt, en dat dat toch wel de kern van het docentschap is.
Roel in 't Veld is ook wel geschrokken van de lage doorstroomcijfers van het MBO naar en in het HBO, en van de hoge uitvalcijfers van jongeren, vooral onder de allochtonen. Dat baart hem zorgen, want daardoor raakt zomaar een hele generatie jonge mensen in het ongerede. Voordat je het weet, ontstaat er een kloof tussen de laagopgeleiden en hoogopgeleide bevolking.

Regeldruk versus autonomie in het onderwijs
In het HBO heeft men in de afgelopen jaren steeds meer last gekregen van de verhoogde beleidsregeldruk van de zijde van parlement en inspectie. Roel in 't Veld geeft daarbij aan dat de docenten in het HBO bij het herontwerpen van hun hoger beroepsonderwijs inmiddels al op voorhand bang geworden zijn van wat onderwijsinspecteurs mogelijk van hun onderwijs zullen gaan vinden. Zo is angst een belemmering voor innovatie in het HBO geworden, aldus In 't Veld, die ook jarenlang Directeur-Generaal was bij het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Hij reflecteert nu jaren later ook heel lenig op zijn eigen aandeel in die regeldruk, en wijst op de huidige bemoeienis van de overheid met het onderwijs, erop wijzend dat die huidige bemoeienis gericht op prestatie-afspraken eigenlijk zou moeten zorgen voor autonomievergroting in het HBO en in de rest van het onderwijs, maar dat de politiek daarmee nu juist het tegenovergestelde heeft gecreëerd.
Roel in 't Veld:
  • Je kunt in het onderwijs eigenlijk alleen iets veranderen, als dat van binnenuit gebeurt.
  • Qua kwaliteit van het onderwijs is de belangrijkste waarde waar we trots op zouden moeten zijn, het feit dat we met elkaar in gesprek zijn over de waarden van en in het onderwijs.
  • Laten we maar loslaten dat de toekomst (ook van het onderwijs) voorspelbaar is.
  • Mijn wens is dat de samenleving leeft met waarden, en dat wij de waarden van de ander gelijkwaardig achten aan die van onszelf.
  • En het is mijn verlangen dat ik ooit nog eens goed zal begrijpen in welke wereld mijn kleinkinderen leven.
Aan het eind van dit podium-interview verdient en krijgt Roel in 't Veld een groot applaus van de mensen in de zaal, voor met name zijn grandioze betrokkenheid, wijsheid en inzet voor het onderwijs.

Creating & re-creating Tango's 
Het programma gaat verder met een korte film, waarin professor Frans de Ruiter van de Leidse universiteit de Argentijnse pianiste Barbara Varassi Pega introduceert, die vervolgens samen met de Argentijnse bandoleon-speler Santiago Cimadevilla met kunstig samenspel een muzikaal intermezzo verzorgt. Daarna volgt een korte presentatie van Barbara, waarin ze vertelt over haar met succes afgerond promotietraject in Leiden, waarin ze promoveerde tot doctor op haar proefschrift over 'Creating & re-creating Tango's.
Daarna kondigt Wim Deetman aan dat we ons kunnen verspreiden over de verschillende Verdiepingssessies:
  1. Hoe moet het bestel veranderen?
  2. Hoe tegenstrijdige waarden voor onderwijs te verzoenen?
  3. Hoe moeten scholen en leerlingen/studenten met elkaar omgaan?
  4. Wat zijn toekomstgerichte curricula?
  5. Bepalen docenten de kwaliteit of voeren zij een opdracht uit?
  6. Is afstemming van onderwijs op toekomstige arbeidsmarkten dwaas of wijs?
  7. Draagt toezicht per saldo bij aan kwaliteit?
Verdiepingssessie over Toezicht en Kwaliteit
De zorg voor de kwaliteit van het onderwijs heeft veel gedaanten aangenomen: overheden hebben tal van voorwaarden aangaande kwaliteitszorg verbonden aan hun bereidheid tot bekostiging, en toezichthouders zijn massief aanwezig.
  • Maar dragen deze voorzieningen wel bij aan kwaliteit? 
  • En wie bepaalt wat kwaliteit is? 
  • Is het onderwijs in voldoende mate een lerend systeem? 
  • Zou het toezicht in de samenleving van morgen niet anders vorm moeten krijgen?
Met dergelijke vragen gaan we vanmorgen in deze Verdiepingssessie aan de slag, onder leiding van Anne Flierman, de voorzitter van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Flierman: "Kwaliteitskaders zijn onvermijdelijk, en enig toezicht is wel nodig."
De inleiding van deze Verdiepingssessie wordt verzorgd door professor Frans Leeuw, van de universiteit van Maastricht. Leeuw vertelt dat het vroeger nog tamelijk onbetekenende overheidstoezicht op het onderwijs inmiddels is opgerukt naar de voorste linies van overheidsinterventies in het onderwijs, en dat er momenteel veel(soortige) kritiek is op dit toezicht op het onderwijs. We realiseren ons terdege dat het ontbreken van toezicht niet zal werken, en volgens Frans Leeuw moet het roer nu om.

Reviewen en beoordelen met social media
Volgens Leeuw moet je veel meer mensen (alle stakeholders) betrekken bij het gesprek over de kwaliteit van het onderwijs. Zo zou je bijvoorbeeld mensen moeten uitdagen om nog veel meer dan nu te rapporteren over (de kwaliteit) van het onderwijs, zoals dat momenteel al plaatsvindt in bijvoorbeeld weblogs, Facebook, en in allerlei andere vormen van social media. We zouden al die inzichten, feiten, bevindingen, verklaringen en modellen moeten faciliteren, en als alle belanghebbenden van het onderwijs zich daarin dan uitspreken over het huidige onderwijs, zou je de input van al die reviewers kunnen gebruiken bij het overheidstoezicht op het onderwijs. Daarbij zou de overheid zich verre moeten houden van de classificatie van onderwijsinstellingen en van haar opleidingen.
Vanuit de zaal krijgt hij wel bijval: laat instellingen zelf hun kwaliteit maar publiekelijk verantwoorden, en ga dat dan maar beoordelen. Instellingen en hun docenten moeten zich zelf eigenaar voelen van hun eigen onderwijs.

Conclusies van de Verdiepingssessie
Een greep uit de resultaten en conclusies van deze Verdiepingssessie, nadat er ook aan diverse sta-tafels in subgroepen in kleiner comité is doorgesproken over dit verdiepingsthema:
  1. Kwaliteitszorg is meer dan toezicht.
  2. Ga je eigen kwaliteitskader bepalen.
  3. Kwaliteit gaat veel verder dan kwaliteitscriteria.
  4. De kaders voor kwaliteitsbewaking en - toezicht zijn knellend geworden; instellingen vragen meer ruimte en vrijheden.
  5. Bij kwaliteitsoordelen volstaat een tweepuntsschaal van Onvoldoende en Voldoende.
  6. We moeten overstappen van (ver)oordelen naar verbeteren.
  7. Verken en gebruik de ruimte die er is tussen de grenzen van de kaders.
  8. Studenten zijn zelf ook (mede-)verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun onderwijs (zoals een patiënt ook verantwoordelijk is voor diens eigen gezondheid).
Anne Flierman:
  1. Je moet die ruimte ook nemen, want er kan doorgaans veel meer dan dat we denken; er kan meer dat wat we aan elkaar (veelal ook uit angst) opleggen.
  2. We moeten het externe toezicht meer op het nivo van de instelling brengen.
  3. Verantwoording afleggen zal altijd blijven bestaan, en dat moet ook.
  4. Extern toezicht hoeft alleen op de basiskwaliteit van het onderwijs.
Ontwerpsessie Leren
Na de lunch gaan we over naar de Ontwerpfase van deze congresdag. In het middagprogramma richten we ons op het gezamenlijk ontwerpen van toekomsten van: leren, curriculum, tools en onderwijsmethoden. Daarnaast stellen we gezamenlijk een manifest op.
We kunnen kiezen uit de volgende Ontwerpsessies:
Ideeënboulevard
Leren
Curriculum, tools en methode
Manifest.
De Ontwerpsessie 'Leren' die ik bijwoon, staat onder leiding van het team van Albert Jan Kruiter, Renée Frissen, Aik van Eemeren, Vincent van Aggelen en Jaap Pasmans.
We gaan vrijelijk de toekomst van het leren in het onderwijs ontwerpen, ons daarbij realiserend dat de toekomst voor ons eigenlijk 'onkenbaar' is. We gaan daarbij op zoek naar de kritische onzekerheden en naar het antwoord op de vraag of de voorspelde toekomst een hoge of een lage impact zal hebben op het onderwijs van de toekomst.
In deze exercitie - eerst plenair, dan in subgroepen, en daarna weer plenair - komen zaken aan de orde zoals: de school al dan niet als fysieke ruimte, ICT & digitalisering, standaardisering & individualisering, internationalisering, migratie(stromen), minder content maar met meer leerervaring, ontmoeting & zingeving, onzekerheden, rollen van docent, leerling, management & bestuur, (nieuwe?) ambachten?, en met of zonder een diploma de school verlaten als afstudeerder. Hoe gaan we voor de leerling/student van de toekomst het leren organiseren.
Is 'leren leren' belangrijker dan leren?

De Ontknoping
Dan volgt tenslotte de Ontknoping, wederom onder leiding van Wim Deetman.
Inmiddels is ook Frans de Ruiter in de congreszaal gearriveerd, om een volgend muzikaal intermezzo van de inmiddels ook gepromoveerde Falk Hübner, die tot doctor promoveerde op reductie in de muzikale uitvoering. In zijn presentatie 'Shifting Identities' vertelt hij hoe hij is gekomen tot het concept van 'muzikale choreografie', en daarna vindt daarvan een muzikale choreografie-uitvoering plaats door Maarten Zaagman.
Daarna volgt de plenaire aanbieding van de resultaten van de Ontwerpsessies van vanmiddag. De resultaten van 'Curriculum, tools en methode' worden aangeboden aan professor Geert ten Dam, voorzitter van de Onderwijsraad. De resultaten van het 'Manifest' worden aangeboden aan Jan van Zijl, voorzitter van de MBO-raad. En dan volgt tenslotte de aanbieding aan een 14-jarige leerlinge uit het voortgezet onderwijs, die de resultaten van de door ons geschetste toekomst van het 'Leren' krijgt aangeboden. Alle drie reageren inhoudelijk kort op de resultaten van deze ontwerpsessies, en daarbij past het om de VO-scholiere groots te complimenteren met haar ongelooflijk goede inhoudelijke reactie op de grote hoeveelheid en uiteenlopende resultaten van onze ontwerpsessie over Leren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zij een staand applaus verdient en krijgt nadat zij haar indrukwekkend uitgebreide en goed geformuleerde reactie vrijmoedig op het podium heeft gepresenteerd. Als zij mag worden beschouwd als het prototype van de leerling van de nabije toekomst, heeft het onderwijs nog wel enkele slagen te maken om dergelijke getalenteerde leerlingen qua onderwijs en vorming uitdagend te faciliteren.

Slot vóór de borrel
Dagvoorzitter Wim Deetman sluit af met enkele observaties van deze congresdag:

  • Geef ons in het onderwijs de ruimte om te doen wat nodig is voor de rol en voor de toekomst van het onderwijs.
  • Wees ervoor op je hoede dat er geen regels komen waar het onderwijs zich aan moet houden, en vraag als onderwijs zelf vooral niet om die regels, want 'dan is de beer los'.
  • Houd je ruimte; eis die ruimte!

En dan sluit de dichteres Dominique Engers onder begeleiding van de gitarist Eelco Mankveld deze congresdag af met een fantastisch treffend en humoristisch resumé in dichtvorm.
Alle congresdeelnemers gaan naar huis met een waardevolle in boekvorm uitgegeven congresbundel, waarin bijna twintig essays zijn opgenomen van toonaangevende auteurs op het gebied van onderwijskwaliteit.

woensdag 24 juni 2015

Een nieuw leerbedrijf voor Stenden Hogeschool in Emmen

Woensdag 24 juni 2015 
De nieuwbouw voor de hotelschool van Stenden Hogeschool in Emmen



















Doorstarten en opstarten van accreditatieprojecten in Emmen
Vandaag ben ik aan het werk in onze Drentse vestiging van Stenden Hogeschool in Emmen. Op het dagprogramma staat vandaag het tweewekelijkse Voortgangsconsult voor de HBO-bachelor-opleiding International Business and Languages, en een belangrijk deel van deze dag wordt ingevuld met het uitgebreide Accreditatiestartgesprek voor onze HBO-bachelor-opleidingen 'Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek' en 'Chemie'.
Voor, tussen en na deze bijeenkomsten is er nog tijd beschikbaar voor enkele andere zaken die vandaag moeten worden gedaan.

Nieuw leerbedrijf voor de hotelschool
Daarnaast neem ik de gelegenheid te baat om ook even kennis te nemen van de voortgang van de verbouw en nieuwbouw in deze Emmer hogeschoolvestiging ten behoeve van onze Associate degree-opleiding Hoger Hotelonderwijs, die over enige tijd zal doorstarten met de prachtige nieuwe horeca-faciliteiten, waaronder een grote keuken met restaurant en studentencafé, dat in de komende jaren voor MBO- en HBO-studenten zal gaan dienen als leerbedrijf in het kader van het onderwijs van onze hotelschoolvestiging in Emmen. De lang gekoesterde wens van een eigen leerbedrijf in onze hogeschoolvestiging gaat daarmee in vervulling.
Niet alleen binnen is al de prachtige inrichting van dit leerbedrijf zichtbaar; ook aan de buitenkant van dit leerbedrijf van de hotelschool van Stenden Hogeschool in Emmen zijn al de prachtige contouren van deze mooie horeca-faciliteit in aanbouw zichtbaar.

dinsdag 23 juni 2015

Gais

Dinsdag 23 juni 2015 
Cover van de biografie over Gais

Ontmoetingen met Gais in Jorwert
Gais Meinsma-Greydanus (1926) woont in het Friese Jorwert. Zoals de Sint-Radboudkerk hoort bij Jorwert, hoort ook Gais Meinsma bij Jorwert, en ook bij de Sint-Radboudkerk.
Toen Durkje en ik op 27 augustus 2006 over het Jabikspaad van Tzum naar Jorwert wandelden, eindigde deze wandeling op dit Friese pelgrimspad in de Sint-Radboudkerk van Jorwert. De beide kerkdeuren stonden open, dus we wandelden de kerk binnen om deze eeuwenoude kerk te bezichtigen. In de kerk ontmoetten we Gais Meinsma, die ons toen rondleidde door de kerk en ons van alles vertelde over de geschiedenis van deze kerk en van het dorp.
Gais woont nog steeds in Jorwert, en we ontmoeten haar regelmatig tijdens onze activiteiten van Nijkleaster, die veelal plaatsvinden in de Sint-Radboudkerk, die door Nijkleaster als locatie voor haar activiteiten wordt gebruikt. Een bezoek aan Nijkleaster betekent ook vaak een altijd weer verrassende ontmoeting met deze bijzondere vrouw.

Levensverhaal over een bijzondere vrouw
Gais Meinsma is een bijzondere vrouw, een ware verteller, die je in haar boeiende verhalen in een ommezien mee terugneemt naar tijden uit je jeugd, en zelfs nog ver daarvóór. Over deze beroemde inwoonster van Jorwert heeft Dick Witte (1951) een buitengewoon boeiende biografie geschreven. Het boek kreeg als titel 'Gais', en als subtitel: 'Over het leven van Gais Meinsma-Greydanus uit Jorwert'. Het verhaalt over het boeiende levensverhaal van deze energieke vrouw vol veerkracht en Friese nuchterheid en met spirituele wijsheid. 
Gais is een vrouw die het leven als een cadeau ervaart, hoewel dat leven voor haar vaak niet gemakkelijk is geweest. Het boek vertelt over haar jonge jaren, in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Over de ambivalente relatie met haar vader, en over de oorlog die haar vader naar de Duitse werkkampen stuurde, en over haar vriendinnetje Erna, die werd afgevoerd naar de gaskamer.
Het boek vertelt over haar fietstochten met wapens en munitie, en over haar zwangerschap tijdens het laatste oorlogsjaar. Het ongehuwde moederschap, haar huwelijk met dorpsschilder Hendrik Meinsma, betaalde arbeid buitenshuis in een tijd dat dit voor gehuwde vrouwen nog niet gebruikelijk was èn haar grote rol bij de organisatie van het zogenoemde 'Iepenloftspul', het jaarlijks terugkerend Openluchtspel van Jorwert, komen allemaal uitgebreid aan de orde.
Deze biografie 'Gais' vertelt over de naoorlogse herrijzenis van een plattelandsgemeenschap en over toenemende welvaart, maar ook over de grote eenzaamheid en het intens persoonlijk verdriet van Gais. Kortom, een bijzonder boek over een bijzondere vrouw. 

Over haar woonplaats Jorwert
Jorwert is een vreedzaam dorp, waar iedereen al eeuwen in goede harmonie met elkaar leeft.
Voor de meeste kinderen is het (in 1930) heel vreemd dat er op school Nederlands gesproken moet worden.
De kerkklokken bepalen het ritme van het dorpsleven.
Cees Greydanus (de vader van Gais) trakteert zichzelf op de zesde telefoon van het dorp.
Er zal voor Ceesje (zoontje van Gais) een andere naam (Cor) moeten worden bedacht, want juf moet de kinderen uit elkaar kunnen houden. 
Bij een geboorte in het dorp mag de kersverse vader zelf de kerkklok luiden; de grote klok als het een zoon is, en de kleine klok als het een dochter is.
Geert Mak: "De Jorwerters zijn open en emotioneel; het zijn echter vertellers."

Anderen vertellen over Gais
Auteur Dick Witte:

  • Gais is een ware verhalenverteller, ze vertelt graag en vlot.
  • De ziekte van Alzheimer heeft bij haar aangeklopt, maar we doen ons best (tijdens het schrijven van dit levensverhaal) om dat vergeten voor te blijven. 
  • De oma van Gais zorgde ervoor dat het geloof van Gais een sterk humanistische inslag kreeg.
  • De gekrulde vlecht om het hoofd wordt Gais' kenmerk.
  • Gais liet zien dat je je als vrouw los kunt maken van traditionele patronen en een eigen carrière kunt volgen.
  • Het is Gais ten voeten uit om de aandacht niet te richten op wat er verkeerd is gegaan, maar samen te kijken hoe dat op te lossen.
  • Op enige vorm van structuur valt Gais niet te betrappen.
  • Gais gaat de wereld buiten Jorwert ook wat meer verkennen: Indonesië, Israël, Aruba, Venezuela, Noorwegen, Ierland.
  • Voor Gais is de kern van het geloof: je kwetsbaar maken om kracht te vinden er voor anderen te zijn; een spiritualiteit die sterk verbonden is met de natuur.
  • Gais is een vrouw van de ware ontmoeting van mens tot mens.
  • Gais is dienstbaar en ondersteunend.
  • Weinig woorden maken (in het gebed) meer indruk dan hele verhalen. 
  • Ze heeft zich heel haar leven dienstbaar opgesteld in een wereld die voor het grootste deel door mannen werd beheerd.
  • Ze kiest voor de ontmoeting en laat zichzelf zien op de momenten die ertoe doen.
  • Gais is de uitvinder van het donzen verzet.
  • Voor haar is het belangrijk dat verhalen worden doorgegeven, ze zijn deel van de (Friese) cultuur.
  • Geert MakGais is mijn Jorwerter Almanak
  • Een Belgische krant: De ijzersterke en moedige vrouw Gais is één van de mooiste figuren uit het boek (Hoe God verdween uit Jorwerd, van Geert Mak).
  • Cor (haar zoon): Ze zoekt de troost liever in stilte bij zichzelf. Ze is een oprechte vrouw die een geweldig evenwicht heeft gevonden in het leven.
  • Douwe de Bildt (een vriend uit Jorwert): Dat onverbeterlijke optimisme, dat is haar levensdraad. Wat ik het meest bewonder is dat ze niet verbitterd of cynisch is geworden, maar open is blijven staan voor het leven en voor de ontmoetingen met mensen.
  • Nynke Laverman: Ze is het oerbeeld van een oude vrouw, die heel veel meemaakte, maar zich na iedere tegenslag weer oprichtte.

Gais aan het woord

  • Nadat mijn Joodse vriendin Erna door de Duitsers werd afgevoerd, ben ik nooit meer naar school teruggegaan. Ik kon niet meer in de bankjes gaan zitten, terwijl er onschuldige mensen werden vermoord.
  • Toen ik bij de ondergrondse raakte, ben ik koerierstertje gaan spelen.
  • Je moet vasthoudend zijn in het leven, het niet door je vingers laten glippen. Daarover gaat het leven, er zit in een mens meer kracht dan je van tevoren dacht.
  • Mensen horen over hun eigen leven te beschikken, zowel mannen als vrouwen.
  • Vaak was er in de gezinshulp naast de gevraagde hulp een verborgen hulpvraag aanwezig.
  • Bij boeren was er sprake van een enorme onhandigheid bij zelfstandige vrouwen.
  • Ik leerde in de kerkenraad om eerst een eindje met de mannen mee te gaan, om daarna, als ik het vertrouwen had gewonnen, voorzichtig wat wijzigingsvoorstellen te doen. 
  • Het zoeken naar een uitweg is zo belangrijk in het leven; er zijn momenten dat je het zelf moet uitvinden hoe de dingen in elkaar steken en wat je er mee aan moet. Je kunt elkaar niet constant bij de hand houden. Je hebt die eenzaamheid nodig om dingen voor jezelf op een rij te krijgen. Daarna heb je de ander weer hard nodig om de verbinding met het leven te herstellen.
  • De kerk is de plek waar mensen elkaar opzoeken en gemeenschapszin ervaren. De kerk behoort een open podium te zijn waar maatschappelijke ontwikkelingen besproken worden.
  • Het hoeft voor mij niet allemaal anders, maar het moet wel anders kunnen.
  • Ik wilde meer van de Bijbel weten, wilde die kennis met anderen delen, er ook meer naar gaan leven, er zijn voor mensen die angst hebben en de weg kwijt zijn; het gaat er dan niet om wat ik zoek, maar wat anderen vinden.
  • Horen, zien en zwijgen; dat verwachten mensen als ze zich in hun kwetsbaarheid aan je laten zien.
  • Gais over Jorwert: 'Meneer (Geert) Mak, u heeft uw dorp gevonden".
  • Hendrik (haar echtgenoot) en Jan (haar zoon) kozen beiden voor een heftige dood als alternatief voor een knellend leven.
  • De paradox is dat ik me juist verbonden voel in eenzaamheid.
  • Als een ander naar me toekomt en vraagt hoe het met me gaat, dan maakt me dat inwendig blij. Dan raakt die mens mijn kern en is dan heel welkom.
  • Dat je je kinderen overleeft, is haast niet te accepteren.
  • Wat ik mijn kleinkinderen vertel is voor hen geschiedenis, maar voor mij is het belevenis. 
  • Ouders moeten niet te dicht op hun kinderen zitten. Ze hebben ruimte nodig om zich te ontwikkelen.
  • Ik kan goed alleen zijn en stap als het nodig is makkelijk op anderen af. Als je dat niet hebt, kun je je eenzaam gaan voelen.
  • Dat is het mooie van oud worden, je ziet steeds jezelf terug in je kinderen en kleinkinderen.
  • Iedere dag is een nieuwe dag met nieuwe mogelijkheden. Dat heb ik vaak tegen mijn kinderen gezegd. Ik heb geprobeerd om er elke dag nieuw leven bij ze in te blazen als ze somber waren. Klagen heeft nooit geholpen, praten wel, over hoe we verder gaan en waar we energie kunnen halen en openingen kunnen maken voor de weg die we samen moeten gaan. 

En voorts

  • Het regelmatig (op Âlde Maaie) verhuizen van boerenarbeiders maakt het moeilijk om aansluiting te vinden bij de dorpsgemeenschap.
  • De naoorlogse Friese economie moet het toch vooral van de boeren hebben. Als het de boeren goed gaat, gaat het de anderen ook voor de wind.
  • In 1935 werd een wet aangenomen die vrouwelijke rijksambtenaren verbiedt door te werken na hun trouwen. Een zwangere juffrouw voor de klas werd als onzedelijk beschouwd.
  • Het (handmatig) melken is een intiem moment tussen mens en dier.
  • We blijken (mei 1940) een ordelijk volk dat zich snel voegt naar het nieuwe (Duitse) gezag.
  • Friezen zijn bescheiden en vragen niet vaak door.
  • Wat was de vrede mooi toen het nog oorlog was.
  • In de oorlog zijn veel waarden onder druk komen staan.
  • De jeugd van de jaren vijftig is een stille generatie, hardwerkend en leergierig.
  • Huisvrouwen hebben de taak om met weinig geld en middelen het huishouden draaiend te houden. Het is (vlak na de oorlog) de uitdaging van iedere huisvrouw om toch zoveel mogelijk variatie aan te brengen in eten en kleding. Wettelijk gezien heeft de vrouw weinig bevoegdheden over de gezinsfinanciën. Pas in 1957 wordt de handelingsonbekwaamheid van getrouwde vrouwen opgeheven.
  • Een blad als Libelle heeft een grote invloed op het gedrag van (huis)vrouwen. In het begin van de jaren 60 schrijft het 'damesblad' nog steeds voor waar een vrouw aan moet voldoen.
  • Terwijl Gais zich verder ontwikkelt, via studie en werk, begint het leven voor (haar echtgenoot) Hendrik te stollen.
  • De tijd is veranderd, het kan niet meer zoals het vroeger ging.
  • Vrouwen hebben doorgaans een beter netwerk om zich heen, dat ze beschermt voor de totale ontsporing.
  • Er zouden meer mannen moeten komen in de zorg en in de hulpverlening.
  • In een dorp is de ruimte klein, daar weet je van jezelf wat ook de mensen ongeveer wel van je weten. Deel je dat niet, dan val je erbuiten.
  • Over het aanbouwen van een handjevol huizen in een (Fries) dorp kan soms jaren worden gepraat zonder dat er een besluit valt. Friezen snappen dat als je bouwt in het dorp, je tegelijkertijd iets afbreekt.
  • Ruimte is belangrijk voor Friezen; niet te snel invullen en oordelen, geef de vraag de kans zijn eigen antwoord te vinden.
  • Een mens is uniek en als hij sterft dan laat hij een leegte achter en soms ook vragen, veel vragen.
  • Dat mensen van hun pad zijn geraakt, kan nooit een reden zijn om de verbinding te verbreken.

maandag 22 juni 2015

Interactief naar een verbeterd accreditatiestelsel

Maandag 22 juni 2015
De eerste parallelsessie over opleidingsaccreditatie en instellingstoets















Accreditatie op maat
Op 1 juni 2015 heeft minister Jet Bussemaker van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCenW) haar plannen gepresenteerd voor verbeteringen van het accreditatiestelsel in het hoger onderwijs. In haar brief aan de Tweede Kamer met als titel ‘Accreditatie op maat’ geeft ze aan stevig in te zetten op een stimulerende kwaliteitscultuur in het hoger onderwijs, en dat ze het huidige accreditatiesysteem stevig wil herzien met het oog op het verlagen van de door velen als hoog ervaren administratieve lasten van het huidige accreditatiestelsel, en dat ze het vertrouwen dat hoger onderwijsinstellingen en opleidingen in het hoger onderwijs hebben verdiend, nu ook echt wil belonen.
Bussemaker: “De docent moet eigenaar zijn van het onderwijs, waarin de student centraal staat”.

Expertmeeting van OCenW
Op uitnodiging van de Directie Hoger Onderwijs van het Ministerie van OCenW ben ik vandaag aanwezig bij één van de twee Expertmeetings die het ministerie organiseert, waarin vertegenwoordigers van allerlei partijen uit het hoger onderwijs met de leden van het projectteam van het ministerie meedenken over de mogelijke nieuwe vormen en inhouden van het nieuwe accreditatiestelsel 3.0.
Deze bijeenkomst vindt plaats in het Nationaal Archief in Den Haag, en wordt vandaag bijgewoond door ongeveer 50 vertegenwoordigers van hogescholen en universiteiten, van visiterende en beoordelende instanties, van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie en het ministerie, en van enkele koepelorganisaties uit het hoger onderwijs.

Interactief proces
Tijdens deze Expertmeeting gaan we als (ervarings)deskundigen met elkaar in gesprek over hoe de plannen van onze onderwijsminister het beste kunnen worden omgezet in concrete verbeteringen:
  • Hoe zou accreditatie er vanaf 2017 uit moeten zien, gegeven de contouren van het accreditatiestelsel, zoals de minister in haar plannen beschrijft?
  • Wat werkt wel/niet, en wat is er nodig?

Een divers gezelschap van docenten, studenten, kwaliteitszorgmedewerkers en andere deskundigen gaan daarover vandaag met elkaar in gesprek. Het doel van deze bijeenkomst is om in een interactief proces tot goede ideeën te komen voor de concrete en praktische inrichting van het nieuwe accreditatiestelsel 3.0, als advies aan de minister.

Advies aan minister Bussemaker
OCenW-projectleider Sarah Morassi heet vanmorgen alle aanwezigen hartelijk welkom, geeft een overzicht van het programma van deze dag en geeft daarna het woord aan Irma van den Tillaart, de voorzitter van de betreffende projectgroep van het ministerie van OCenW.
Zij vertelt dat ze nog nooit eerder een project binnen OCenW heeft meegemaakt dat al in zo’n vroeg stadium al zo interactief wordt ingestoken. Dat is overigens een benadering die door de vertegenwoordigers uit het hoger onderwijs ook bijzonder wordt gewaardeerd, zo blijkt ook later vandaag uit de reacties van de deelnemers van deze Expertmeeting.
We zullen vandaag binnen de door de minister geschetste contouren in gesprek gaan over een drietal thema’s, waarvan de opbrengsten zullen worden meegenomen in het advies aan minister Bussemaker, die uiteindelijk haar wetsontwerp inzake het nieuwe accreditatiestelsel naar verwachting komend najaar zal inbrengen in de Tweede Kamer. Zodra dan dat wetsontwerp online staat, kan iedereen daar ook nog online op reageren.
Na deze korte openingsspeech gaan we in drie subgroepen uiteen, om voor en na de lunch tweemaal in parallelsessie met elkaar in gesprek te gaan over de drie subthema’s van deze dag.

Verbeteren van opleidingsaccreditatie en Instellingstoets Kwaliteitszorg
De eerste parallelsessie waaraan ik deelneem, gaat over het verbeteren van opleidingsaccreditaties en van de Instellingstoets Kwaliteitszorg.
De minister wil graag het proces bij de Beperkte en de Uitgebreide Opleidingsaccreditatie evenals bij de Instellingstoets Kwaliteitszorg beter inrichten, zodat er meer ruimte ontstaat voor het gesprek over verbetering van de onderwijskwaliteit. Ook wil zij de huidige kwaliteitscriteria tegen het licht houden, binnen het kader van wat er op Europees niveau is afgesproken.
Kan het een tandje minder?
Waar is sprake van overlap?
En wat is er nodig voor het goede gesprek tussen de zogenoemde ‘peers’?
De kernvragen waarover wij in dit kader voornamelijk spreken, zijn:
1. Wat is minimaal nodig om de kwaliteit te borgen bij opleidingsaccreditaties?
2. Hoe kun je de verantwoordings- en de verbeterfunctie beter scheiden? Wat is er nodig voor een goed open gesprek?

Verantwoorden & Verbeteren
Hoger onderwijsinstelling staan achter het tweeledige stelsel van Verantwoorden & Verbeteren. Wat in een tot nu toe gebruikelijk visitatieproces echter geen haalbare kaart bleek te zijn, is het combineren van die beide elementen in één panelgesprek en/of in één visitatiedag. Daarom pleit ik er vandaag voor dat er vanwege het verdiende vertrouwen tijdens een visitatie een knip wordt gezet tussen enerzijds het eerste deel van de visitatie, waarin de Verantwoording centraal staat, en anderzijds een tweede deel van de visitatie, waarin de Doorontwikkeling/verbetering van de opleiding centraal staat. Als het visitatiepanel aan de hand van een beperkt aantal kwaliteitsindicatoren eerst de beoordeling op het Verantwoordingsdeel met een goedkeurend oordeel afrondt, kan daarna het gesprek worden gevoerd over wat een opleiding zoal zou kunnen verbeteren, (door)ontwikkelen en/of innoveren om de opleiding nog beter en nog mooier te maken. Opleidingsmedewerkers (waaronder vooral docenten) zullen dan meer dan voorheen met belangstelling voor elkaars ideeën met de aanwezige ‘peers’ naar alle waarschijnlijkheid graag in open gesprek gaan om met elkaar uit te wisselen hoe je met je opleiding de volgende stap in het optimaliseren van kwaliteit kunt zetten.

Interne kwaliteitszorg bij instellingsaccreditatie
De tweede parallelsessie gaat over de interne kwaliteitszorg bij instellingsaccreditatie.
De minister is van plan om te starten met een beperkte pilot voor instellingsaccreditatie. Dit betekent dat niet de opleiding, maar de instelling als geheel door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) wordt geaccrediteerd, en dat de instelling voor hoger onderwijs daarbij zelf de kwaliteit van haar opleidingen waarborgt. De vraag is welke criteria dan binnen de gestelde kaders nodig zijn om als instelling aan te kunnen tonen dat je de instellingsaccreditatie verdient.
De kernvragen daarbij zijn vandaag:
1. Wat zou de NVAO minimaal moeten weten om erop te kunnen vertrouwen dat de interne kwaliteitszorg goed geregeld is, en dat de kwaliteit binnen het kader van die instellingsaccreditatie goed is geborgd.
2. Hoe dienen de door de OCenW-stuurgroep geformuleerde criteria (voor wat betreft de instelling, inhoudelijk en qua governance) geoperationaliseerd te worden?

Verdiend vertrouwen
Wellicht is het een goed idee dat hogescholen zelf verantwoordelijk worden gesteld om de kwaliteit van hun eigen opleidingen – inclusief verbeterplannen en accreditaties – op hun eigen website te publiceren. Maak ze daar zelf maar verantwoordelijk voor.
De huidige Instellingstoets Kwaliteitszorg was al een aardige stap in de goede richting. Als je vertrouwen wilt hebben als instelling, moet je ook vertrouwen geven en vertrouwen verdienen. Hogescholen durven de uitdaging wel aan om de keuringsinstanties uit te nodigen of uit te dagen om op zeer korte termijn langs te komen voor een steekproef(onderzoek) op de kwaliteit van het onderwijs. Daarentegen zouden de hoger onderwijsinstellingen het op prijs stellen dat het ophoudt met het door een zekere achterdocht in de kramp schieten van politiek en ministerie zodra er zich ergens in een hoger onderwijsinstelling een incident voordoet. Elk incident hoef je niet breed uit te meten en vervolgens te laten opvolgen door weer een overheidsmaatregel waar alle onderwijsinstellingen dan weer (te) veel administratieve lasten door ervaren.

Meer evenwicht in ervaren lasten en baten rondom accreditatie
De laatste parallelsessie die ik vanmiddag bijwoon, gaat over het verkrijgen van meer evenwicht tussen enerzijds de ervaren administratieve lasten en anderzijds de ervaren baten rondom accreditatie.
De minister heeft de ambitie om het papierwerk bij accreditatie te halveren. Ze wil meer evenwicht brengen in wat het voor docenten kost om verantwoording af te leggen over de kwaliteit van het onderwijs, en wat het bijvoorbeeld oplevert door goede adviezen en een meedenkende visitatiecommissie.
Hoe kunnen we de ervaren lasten terugdringen?
En wat hebben instellingen nodig om niet meer energie te steken in de voorbereiding op accreditatie, dan echt noodzakelijk is?
De kernvragen waarover wij nu spreken, zijn:
1. Hoe kunnen we die halvering van het papierwerk realiseren?
2. Wat heeft een hoger onderwijsinstelling of één van haar opleidingen er voor nodig om slechts het ‘minimale’ aan te ‘durven’ leveren?

Naar lagere lasten en hogere baten
We constateren vooreerst dat we blij zijn met de toon van de brief van onze minister. Ze geeft aan dat ze uit wil gaan van vertrouwen, en dat dat vertrouwen er wat haar betreft nu ook is.
  • De instellingen zouden graag meer speelruimte zien binnen de instellingen. Zo zou de minister bijvoorbeeld wèl kunnen aangeven dat bepaalde functies binnen een hogeschool aanwezig zouden moeten zijn, maar zou ze de hogescholen vrij kunnen laten in de wijze waarop de instellingen daar vorm en inhoud aan zouden kunnen geven. Geef bijvoorbeeld minder formats en meer voorbeelden, of nodig de instellingen uit om zelf met passende inrichtingsvoorstellen te komen.
  • Uiteindelijk zal de nadruk minder op Verantwoorden en meer op Doorontwikkelen/verbeteren moeten komen te liggen.
  • Bij het beoordelen van opleidingen is het niet nodig om in paneloordelen (met Goed en Excellent) vergaand te differentiëren; alleen Onvoldoende of Voldoende volstaat.
Andere ideeën en suggesties die worden genoemd, zijn bijvoorbeeld:
  • Stop maar helemaal met de verplichting dat elke opleiding voorafgaand aan de visitatie een zogenoemde Kritische Reflectie zou moeten schrijven. Beter is het om als opleiding met (de secretaris en/of de voorzitter van) het visitatiepanel vooraf in gesprek te gaan en af te stemmen welke reeds bestaande opleidingsdocumenten een visitatiepanel wil zien, waarbij de opleiding voor het gemak dan nog een beknopte leeswijzer van één of twee pagina’s bij die documenten zou kunnen leveren.
  • Bij de herbeoordeling van een opleiding na afloop van een verbetertraject zou je kunnen volstaan met het herbeoordelen van alleen dat kwaliteitsitem dat in de eerste ronde naar het inzicht van het visitatiepanel nog niet geheel aan de maat was. Het is niet nodig om bij zo’n herbeoordeling de hele kwaliteitsstandaard (waar dat ene kwaliteitsitem deel van uitmaakt) in zijn geheel her te beoordelen.  
  • Met zijn allen zouden we ervoor moeten zorgen dat bij alle vertegenwoordigers van alle participerende partijen de onwetendheid, de onzekerheid en de angst afwezig is en blijft. Dat schept rust in een toch al spannend traject van zelfevalueren, visiteren en accrediteren.
  • Visitatiepanels zouden voortaan moeten stoppen met het last minute (in de laatste vier weken voorafgaand aan de visitatiedag(en)) nog opvragen van allerlei (vaak ook nog hard copy) toe te zenden extra documenten. We pleiten voor het zes weken van tevoren klaarzetten en beschikbaar stellen van alle voor de visitatie benodigde digitale documenten, en dan kan en gaat het visitatiepanel in die laatste vier weken aan de slag met het voorbereiden van de verifiërende verantwoordingsgesprekken op de visitatiedag. 
  • Hoger onderwijsinstellingen en opleidingen vragen om meer vrijheden binnen ruimere contouren en kaders. Daarbinnen zou elke opleiding en elke instelling een maximum aan ruimte moeten hebben en benutten om haar werk zo goed mogelijk te kunnen doen, met zo weinig mogelijk administratieve lasten.

Ook tijdens het plenair resumeren van de opbrengsten van deze dag wordt door de rapporteurs nogmaals en nadrukkelijk gepleit voor het tijdens de visitatie(dag(en)) duidelijk scheiden van de visitatie-elementen ‘Verantwoorden’ en ‘Doorontwikkelen/verbeteren’.