dinsdag 28 augustus 2012

Pelgrimeren van Burgos naar Hornillos del Camino

Wiep met de Nederlandse pelgrims Jaap en Myrthe in Tardajos
















Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela 

Camino Santiago > Roncesvalles – Santiago de Compostela
Van Burgos naar Hornillos del Camino 
Zaterdag 28 juli 2012 – 20 km. 
Dag 131: 2783 – 2803 km

Rio Arlazón
Om 7.45 uur staan we op de oude stadsbrug over de rivier de Rio Arlanzón, die door Burgos stroomt. Vandaag gaan we onze 131e pelgrimsdag beginnen bij de kathedraal van Burgos. We gaan 20 kilometer wandelen van Burgos naar Hornillos del Camino. Het thema van deze wandeldag is volgens onze routegids: ‘Akkers, dorpjes en calzadas’. Van de akkers en dorpen is nu nog niets te bekennen (dat komt nog wel vandaag), maar de calzadas (geplaveide wegen) zijn hier in de stad ruimschoots aanwezig. Als we de brug over lopen, zien we vóór ons de hoog boven de stadsmuur uitstekende torens van de kathedraal.
 
Kathedraal van Burgos
Aan de overzijde van de rivierbrug lopen we door de stadspoort van de eeuwenoude stadsmuur. De prachtige kathedraal kunnen we dan in haar volle glorie aanschouwen in het nog vroege ochtendlicht. Het is halfbewolkt bij een temperatuur van 18 graden Celsius, dus prima wandelweer.
Het is nog stil op het kerkplein vóór èn naast de kathedraal. Slechts een enkele pelgrim wandelt hier rond. Rechts van ons zien we een bronzen beeld van een zittende pelgrim op een bankje. De pelgrim houdt een pelgrimsstaf met kalebas in zijn linkerhand.
Volgens het bord met daarop de openingstijden zou de kathedraal nu gesloten zijn. Maar als we langs de gevel lopen, zie ik een kleine deur van de kathedraal open staan. Durkje en ik gaan naar binnen. In de grote kapel links van het schip van de kerk is de ochtendmis. Bij de ingang staat een bordje met het verzoek tijdens de mis deze kerkzaal niet binnen te wandelen, hetgeen we uiteraard respecteren.

San Esteban en San Martín
Weer buiten gekomen, gaan we via de hoge trappen vóór de kathedraal naar boven. We wandelen in westelijke richting weg van de kathedraal, daarbij enthousiast uitgezwaaid door een man en een vrouw die achter het raam van de eetzaal van het hotel tegenover de kathedraal zitten te ontbijten. Het hartelijk begroeten van pelgrims onderweg is hier in Spanje meer regel dan uitzondering; zo ook hier.
Voorbij de kerk San Esteban wandelen we door de Calle Doña Jimena naar de westelijke stadspoort van Burgos: San Martín. Door deze poort verlaten we de oude binnenstad.

N120
Via de brug ‘Puente de los Malatos’ steken we de rivier Rio Arlanzón weer over. Daarna lopen we langs de N120 de stad uit. Daarbij passeren we ondertussen een groot standbeeld van een zittende pelgrim, compleet met wandelstaf en Jacobsschelp.

Villabilla de Burgos
We verlaten de N120 bij La Milanesa. Verderop gaat na de laatste bewoonde bebouwing de asfaltweg over in een onverhard, steenachtig breed pad. Dat pad leidt ons naar het dorpje Villabilla de Burgos. We passeren onderweg enkele pelgrims. Als we langs de noordrand om Villabilla de Burgos heen zijn gelopen, halen we weer een pelgrimsstel in. We horen dat ze Nederlands tegen elkaar spreken. Het zijn Jaap & Myrthe uit Amersfoort, die een week geleden in Saint-Jean-Pied-de-Port hun pelgrimstocht richting Santiago de Compostela zijn begonnen. Ze hebben gestudeerd aan de Universiteit van Maastricht en werken nu respectievelijk bij de HAN en bij Achmea. Er is meer dan voldoende stof om al wandelend met elkaar in gesprek te gaan, dus voordat we het weten zijn we met zijn vieren na ruim een uur vanaf Villabilla de Burgos al gearriveerd in het dorp Tardajos.

Tardajos
We drinken met zijn vieren een kop koffie op het terras van de plaatselijke tienda. Bijna alle pelgrims die hier passeren, komen wel even langs om hier iets te kopen en te eten en te drinken, dus het is hier een gezellige boel binnen en op het terras.
De gecombineerde dorpswinkel/dorpscafé is heel klein, maar iedereen kan met enig geduld hier kopen wat hij wenst voor de komende kilometers. Om in het toilet van deze tienda te komen, moet je als gast door het keukentje achter deze Spaanse pappa- en mamma-winkel, via een vaste trap naar boven. Het keukentje is net zo goed georganiseerd als de winkel vóór in de tienda.
Na de koffie wandelen Durkje en ik weer verder. Jaap & Myrthe blijven nog even op het terras. We zullen hen vandaag of morgen of later vast nog wel eens ontmoeten, zo is onze ervaring. We lopen het dorp Tardajos uit. Vóór en achter ons lopen pelgrims, alleen en in duo’s.

Rabé de las Calzadas
Al na een halfuurtje wandelen we het volgende dorp binnen: Rabé de las Calzadas.
Net voorbij de kerk zien we dat de herbergier van de plaatselijke refugio voor een drietal Spaanse tieners een pelgrimsstempel zet in hun pelgrimspassen. Wij sluiten aan in de rij en krijgen van de stempelaar ook een mooi stempel in onze pelgrimspassen. Als snel wandelen we Rabé de las Calzadas uit. Langs de uitvalsweg is met graffiti de tekst ‘Camino de Santiago’ gespoten, met de laatste ‘o’ in de vorm van een Jacobsschelp. Een gele en een blauwe pijl erbij geven de wandelrichting van de camino aan.

Golvend pad tussen de akkers
Buiten het dorp gaat het brede pad glooiend omhoog, tussen de akkers door. Links en rechts staan mooie planten en bloeiende bloemen. We hebben de zon in de rug. Het is nog wel behoorlijk bewolkt en de lucht ziet er trouwens nog wel wat dreigend uit, dus het zou ook zo maar kunnen gaan regenen.
Toch blijf het droog en wandelen we vandaag bij een heerlijke temperatuur van zo’n 18 tot 24 graden Celsius. Een verkoelende wind en een verwarmende zon in de rug, dus helemaal goed zo.
Bij een rustplaats – waar enkele pelgrims bij elkaar zitten onder een afdakje – staat een houten wegwijzer met daarop de tekst: ‘camino de santiago’; een Jacobsschelp er tussenin.

Heuvelplateau
Nadat we een eind over het veelal stijgende pad de heuvels op zijn gelopen, komen we op een uitgestrekt plateau. We hebben hier rondom een prachtig uitzicht over de omgeving. Hier ergens op dit plateau moet in de Middeleeuwen het hospitium ‘Santa María de los Torres’ hebben gestaan.
Als we aan het eind van het plateau zijn gekomen, zien we het dorpje Hornillos del Camino liggen.

Dal en hoogvlakte
Als we over de rand van het plateau de steile afdaling hebben ingezet, krijgen we een mooi uitzicht over de volle breedte van het dal, waarin de plaats Hornillos del Camino ligt. Wij lopen hier boven in de schaduw van dikke wolken, maar de zon schijnt wel volop op het dal. Een sprookjesachtig gezicht is het schilderachtige resultaat van dit zonovergoten dal. Aan de overzijde van het dal zien we de volgende hoogvlakte.

Camino-fietsers
We gaan verder naar beneden. Ondertussen passeren ons ook weer een aantal groepjes camino-fietsers. Je hoort ze meestal wel op tijd aankomen, als de dikke fietsbanden van hun mountain bikes knarsend hun weg zoeken tussen de kleine en iets grotere stenen van het wegdek van het veldpad hier door de heuvels.
Na de afdaling gaat het onverharde pad verder naar een doorgaande asfaltweg. Als we die zijn overgestoken, wandelen we de plaats van onze bestemming voor vandaag binnen: Hornillos del Camino.

Honillos del Camino
Het is nu precies 12.02 uur. Dan hebben we er – inclusief onze koffiepauze – exact vier uren over gedaan om vanuit de kathedraal van Burgos de 20 kilometer naar de dorpsrand van Honillos del Camino te lopen.
Hornillos heeft een heel herkenbare straatbeeld. Links en rechts staan hier vóór in het dorp lange rijen huizen. Qua vorm en steenkleur lijken de huizen allemaal op elkaar. Opvallend is dat een aantal woningen aan onze linkerzijde op de eerste verdieping een met zware houten balken ondersteunde korte uitbouw naar voren heeft, over het trottoir heen.

Theepauze
In het midden van het dorp is een klein pleintje met daaraan de dorpskerk en de gemeentelijke refugio. Beide zijn (nog) gesloten. Een grote groep pelgrims zit of ligt op de trappen en in het portaal van de oude dorpskerk. Ze wachten tot de refugio de deur opent, om zich dan in te kunnen schrijven voor de komende nacht. We kijken nog even rond in het dorp.
Op het terras drinken we tenslotte een kop thee bij de nog resterende meegenomen broodjes. Omdat we maar 20 kilometer hebben gelopen, volstond één rustpauze, dus voordat we hier in de huurauto stappen, nemen we eerst een korte theepauze.

Nieuwe wandelschoenen
Als we op het terras zitten, arriveert ook het Nederlandse pelgrimsduo Jaap & Myrthe. Ook zij pauzeren hier op het terras. Zij gaan straks nog verder naar een volgende dorp. Wij nemen afscheid van hen en rijden met de huurauto vanuit Hornillos del Camino naar Burgos om daar onze auto af te halen.
In Burgos kopen we in een filiaal van Decathlon voor Durkje nog een nieuw paar wandelschoenen en enkele andere wandelkledij, waarna we de huurauto naar Castrojeriz rijden, waar we morgen naar toe zullen lopen. Tenslotte rijden we met onze auto weer terug naar onze caravan op camping Fuentes Blancas in Burgos. Naarmate de middag vordert, wordt het steeds warmer. De temperatuur loopt op tot zo’n 26 graden Celsius en het blijft droog, wat een zegen is voor elke pelgrim.

Pelgrimeren van San Juan de Ortega naar Burgos

Bij de kathedraal van Burgos























Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Camino Santiago > Roncesvalles – Santiago de Compostela

Van San Juan de Ortega naar Burgos
Vrijdag 27 juli 2012 – 26,5 km.
Dag 130: 2756,5 – 2783 km


San Juan de Ortega
Het is 8.00 uur als we vanmorgen met onze auto arriveren in San Juan de Ortega. Na het zware onweer en de flinke regenbuien van gisteravond is het buiten lekker fris. Het is bewolkt, bij een temperatuur van 15 graden Celsius. Een heerlijke temperatuur om vanmorgen hier vanuit San Juan de Ortega te vertrekken voor een wandeling van 26,5 kilometer naar de Spaanse stad Burgos. Het is stil bij de refugio, want de wandelaars zijn nagenoeg allemaal al vertrokken voor hun dagtocht van vandaag. Nog enkele camino-fietsers maken zich klaar voor vertrek. Enkele minuten na 8.00 uur gaan Durkje en ik van start.

Bos en plateau
Na een stukje asfaltweg gaan we verder over een breed bospad. Dit pad door het naaldbos loopt vrijwel zonder stijgen of dalen in westelijke richting. Na ongeveer een half uur gaan we door een smal dal tussen de beide heuvelruggen. Het bospad is vroeger tussen die twee heuvelruggen opgehoogd, waardoor we zonder afdaling en klim zo van de ene heuvelrug naar de andere heuvelrug kunnen lopen.
Als we het bos uit zijn, komen we op een hooggelegen plateau, met onder andere enkele oude eiken langs het pad.
We passeren een picknickplaats en een houten kruis en krijgen dan op de rand van dit plateau een mooi uitzicht over het dal vóór ons. In het dal zien we het dorpje Agés liggen, waar we nu naar toe wandelen.

Nederlandse pelgrims in Agés
Als we Agés binnenwandelen, komt een Spaanse vrouw ons wandelend tegemoet. Verderop zien we iemand op het terras zitten van de plaatselijke refugio bij de entree van Agés.
Als we bij de refugio komen, zien we dat het de Sneker pelgrim Marloes de Jong is, die hier op het terras een sigaret zit te roken. Gisteren onmoetten we deze Friese pelgrim in Villafranca Montes de Oca en vergezelden we elkaar tijdens de beklimming van de Montes de Oca. Marloes vertelt dat ze wacht op het ontbijt, dat binnen in de refugio voor haar en voor haar wandelgenote wordt klaargemaakt.
Binnen maken we kennis met de Doetinchemse pelgrim Helena van Os, die nu al twee weken samen met Marloes pelgrimeert in de richting van Santiago de Compostela. Helena is haar pelgrimage gestart in het Franse Saint-Jean-Pied-de-Port.
In Agés staat bij een andere refugio een bord met daarop de aanduiding dat het vanaf hier nog 518 kilometer is naar Santiago de Compostela. Als we deze refugio passeren, komen twee dames in witte wandelkleding naar buiten. Het is vrijwel zeker een ééneïge tweeling, want de dames lijken op elkaar als twee druppels water.
Voorbij Agés steken we een riviertje over. Er liggen twee bruggen over de rivier. We nemen de smalle, de oudste, die alleen toegankelijk is voor wandelaars en fietsers. Deze oude brug zou volgens onze wandelgids nog kunnen zijn gebouwd in opdracht van San Juan de Ortega.

Atapuerca
We wandelen verder in de richting van de plaats Atapuerca. We gaan weer even van de weg af om in het veld te kijken bij een aantal menhirs die hier zijn opgericht. Deze stenen zijn in het veld geplaatst ter herinnering aan de veldslag die hier in het jaar 1053 is geleverd. Twee Spaanse broers bestreden elkaar hier toen om de macht over Noord-Spanje.
Vlak voordat we Atapuerca binnen wandelen, passeren we een bord waarop staat dat de Unesco deze plaats in het jaar 2000 heeft uitgeroepen tot Werelderfgoed. Hier op deze locatie heeft men namelijk in het gesteente van de Sierra de Atapuerca de beenderresten gevonden van een prehistorische mens, die van de wetenschappers de naam ‘Homo antecessor’ heeft gekregen. De resten zijn zo’n 800.000 jaar oud en daarmee zijn het de oudste mensenresten die ooit in Europa zijn gevonden.
Aan de oostzijde van Atapuerca is een nieuw archeologisch park gebouwd om de mensen een beeld te geven van de prehistorie.
We wandelen het dorp Atapuerca binnen.
In het dorpscentrum lopen we een oudere vrouw met een wandelstok voorbij. Ze heeft onmiskenbaar o-benen, maar loopt met haar stok nog kwiek, in een lichtgekleurde zomerjurk en - zoals zoveel oudere vrouwen hier in de regio – op pantoffels. Ze wenst ons een goede pelgrimstocht.
Bij een combinatie van dorpshuis, dorpswinkel en dorpscafé in Atapuerca bestellen we een kop koffie. Op het terras rusten we en eten we een broodje bij de koffie.
Daarna verlaten we het dorp bij een klein standbeeld van een prehistorische mens, waarschijnlijk een model van de Homo antecessor.

Rennende patrijs
We lopen het dorp uit over een onverharde weg. Op zeker moment schiet een patrijs vlak vóór ons uit de bermbegroeiïng en dan rent de patrijs enkele honderden meters vóór ons uit, voortdurend op een afstand van ons van zo’n 20 meter. Waar wij op een splitsing van veldpaden rechtsaf slaan, rent de patrijs rechtdoor het andere pad op.
Wij beginnen dan aan de beklimming van de Matagrande.

Matagrande
Het pad gaat steil de heuvel op, dus al vrij spoedig hebben we een schitterend uitzicht over het dal achter ons, met het dorpje Atapuerca aan de voet van deze heuvel.
Links en rechts van het heuvelpad, en in het veld rechts van ons, liggen kleine en grote brokken verweerde kalksteen. Het heuvelpad loopt langs een zware, oude prikkeldraadversperring, omdat links van ons vroeger een militair oefenterrein was gevestigd op de heuvel van de Matagrande. Hoe hoger we komen, hoe groter de rotsstenen worden waarover we moeten lopen.
Als we bijna boven op de Matagrande zijn, is het steenachtige pad helemaal veranderd in een rotspad.

Plateau van de Matagrande
Als we boven op de Matagrande komen, zien we aan het begin van het grote heuvelplateau een groot houten kruis staan. Zes vrouwelijke pelgrims zitten en staan gezamenlijk bij het kruis. Het zijn drie pelgrimduo’s die we af en toe ontmoet(t)en.
We lopen over het uitgestrekte heuvelplateau van de Matagrande. Op de grond van het plateau is ooit iemand begonnen om een steeds groter wordende cirkel te vormen van stenen en steentjes. Velen die hier ook voorbijgetrokken zijn, hebben aan deze stenenfiguur letterlijk een steentje bijgedragen, waardoor de cirkel steeds verder is uitgedijd. Je kunt tussen de rijen steentjes rondlopen om uiteindelijk in het midden van de cirkel uit te komen.
Als we bijna aan de rand van het plateau zijn, komen we langs een rechtopstaande betonnen ronde pijler, waar allemaal grote stenen op elkaar gestapeld omheen liggen. Of dit ook enige betekenis heeft, is en blijft ons onduidelijk.
Als we op de rand van het heuvelplateau staan, hebben we een wijds uitzicht over het dal aan de westzijde. In de verte zien we Burgos liggen in het dal.
Rechts van ons zien we de grote steengroeve in een bergwand van de Sierra. Een aantal zendmasten staat boven op de bergen van de Sierra.

Villalval
We dalen via een steenachtig pad de Matagrande af. Verderop buigen we af naar links en dan komen we na enkele kilometers langs het dorpje Villalval.

Cardeñuela Río Pico & Orbaneja Ríopico
Vanaf nu lopen we vele kilometers over asfalt. We volgen de doorgaande asfaltweg naar beneden en komen dan in het dorpje Cardeñuela Río Pico, waar we op een klein terras van het dorpscafé een kop thee drinken bij een meegenomen boterham.
Het volgende dorpje dat we passeren, is de plaats Orbaneja Ríopico. Hier passeren we enkele pelgrims die in dit gehucht gezellig met elkaar op het terras zitten. Zo langzamerhand herkennen we de meeste pelgrims die we onderweg ontmoeten.

Asfalt
Dan volgt een lang, saai stuk asfaltweg, waar ook nauwelijks verkeer passeert. Eerst steken we via een viaduct de autosnelweg A1 over.
Dan moeten we hele grote boog maken rond het vliegveld van Burgos. Vlak voordat we het dorp Villafría de Burgos binnen wandelen, moeten we eerst nog via een spoorbrug de spoorlijn over steken.

Villafría de Burgos
We lopen dan door deze ‘voorstad’ van Burgos. Inmiddels is de temperatuur al opgelopen tot boven de 25 graden Celsius. Tussen de bebouwing waait het nauwelijks, dus het wordt al behoorlijk warm om te lopen.
We komen dan op een heel lang recht traject, waarbij we langs de rechte doorgaande weg tussen de bedrijventerreinen van Villafría de Burgos en Burgos lopen. We doen bijna anderhalf uur over dit ellenlange, warme en verkeerslawaaierige traject.
Na die anderhalf uur arriveren we eindelijk bij de eerste bewoonde gebouwen van Burgos. Het is dan bijna 13.00 uur.

Nieuw Burgos
Vanaf het grote plein van de Glorieta de Logroño lopen we rechtdoor de stad Burgos in. Overal veel verkeer, veel winkels, veel mensen, veel lawaai en warm. De gele camino-pijlen wijzen ons perfect de weg door de stad, dus we hoeven niet steeds de routeaanwijzingen in onze wandelgids er op na te slaan.
We komen langs veel oude gebouwen, maar hier en daar heeft men tussen de oude bebouwing ook qua vorm en kleur mooie nieuwe woonunits gebouwd.
Bij een kinderspeelplaats rusten we even om nog wat te eten en te drinken, alvorens we de binnenstad van Burgos betreden. Na ongeveer een uur vanaf de rand van de bewoonde bebouwing bereiken we de oorspronkelijke stadsmuur van de oude binnenstad van Burgos.

Oude binnenstad van Burgos
Vanaf hier wordt het lopen door de binnenstad al een stuk interessanter vanwege de mooie oude gebouwen, de smalle en gezellige winkelstraten en de rust in de stad, omdat hier nauwelijks nog auto’s de stad doorkruisen.
Bij een textielwinkel kopen we enkele textielemblemen van de Spaanse pelgrimssteden Burgos en Léon.
Bij de gemeentelijke refugio kopen we enkele pelgrimsansichtkaarten. In de wachtruimte van de receptie staat een standbeeldje van Sint Jacobus.

Kathedraal gesloten
Dan staan we aan de achterzijde van de immense kathedraal van Burgos. Daar ontmoeten we drie pelgrims, die we in de afgelopen dagen voortdurend hebben ontmoet. Daarbij is ook de lange Italiaan, die gisteren misselijk terugkeerde vanaf de Montes de Oca naar Villafranca Montes de Oca. Het gaat al weer beter met hem. Eén van de andere mannen zet Durkje en mij op de foto, met de kathedraal op de achtergrond. Ondertussen vraagt hij ons of wij de kathedraal ook op de achtergrond op de foto willen hebben. “Yes, Please!
Daarna lopen Durkje en ik door naar de voorzijde van de kathedraal.
Aan het kerkplein vóór de kathedraal is een souvenirwinkel, waar we nog enkele ansichtkaarten en textielemblemen voor pelgrims kopen.
Dan willen we graag in de kathedraal, maar die blijkt tot 17.00 uur gesloten te zijn. Omdat we daarop niet willen wachten – het is nu 14.15 uur – en de kathedraal morgen pas weer open gaat op het moment dat wij al weer aan de wandel zijn, vragen we aan de zijkant bij het museum van de kathedraal of we de kerk nu nog in kunnen. Dat kan niet. Wel krijgen we nog een stempel van de kathedraal in onze pelgrimspassen.

Basiskamp Burgos
Hier stopt onze wandeling van vandaag. We lopen via de brug over de rivier de Rio Arlanzón, die door Burgos stroomt, en gaan aan de overzijde naar de huurauto, die aan de overzijde van de rivier staat geparkeerd. Met de huurauto halen we onze eigen auto weer op uit San Juan de Ortega en dan brengen we de huurauto voor morgen alvast naar Hornillos de Camino, waar we morgen naar toe willen lopen. Met onze eigen auto gaan we dan tenslotte terug naar de camping in Burgos.
De 26,5 kilometer lange route van vandaag hebben we in 6 uur en een kwartier gelopen. Het eerste deel van deze dagtocht was schitterend en het laatste deel – met uitzondering van de binnenstad van Burgos – was veel minder aantrekkelijk. Maar al met al was het toch weer een mooie en geslaagde pelgrimsdag.

Pelgrimeren van Belorado naar San Juan de Ortega


Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela
Marloes en Durkje, twee Friese pelgrims op de camino















Camino Santiago > Roncesvalles – Santiago de Compostela
Van Belorado naar San Juan de Ortega 
Donderdag 26 juli 2012 – 24 km. 
Dag 129: 2732,5 – 2756,5 km

Stempelplaats Santa Maria de Belén van Belorado
Precies om 8.00 uur rijden Durkje en ik vanmorgen de plaats Belorado binnen. We hebben met de auto en de caravan vanmorgen vroeg de camping in Nájera verlaten en parkeren nu de auto met caravan in het centrum van Belorado, om hier te starten met onze wandeling, om dan na de wandeling voor de komende nachten een nieuwe camping te gaan zoeken in Burgos. Om 8.15 uur staan we in de parochiale refugio, naast de kerk van Santa María de Belén. De pelgrims hebben de refugio inmiddels verlaten en de Zwitserse hospitalero’s zitten in de eetzaal aan het ontbijt. We vragen en krijgen van één van deze hospitalero’s een pelgrimsstempel in onze pelgrimspassen. Daarna verlaten we deze refugio om met ons volgende wandeltraject te beginnen.

Pelgrimage-graffiti
In de smalle straatjes van Belorado passeren we enkele muren en schuttingen, die schitterend zijn bespoten met graffiti met pelgrimsgerelateerde voorstellingen. Zo is een lange muur bijvoorbeeld kleurrijk gewijd aan het heilige Jacobusjaar van twee jaar geleden, in 2010.
Verderop in de straat zien we nòg een graffiti-wand met daarop onze wandelroute van vandaag, vanuit Belorado. Op die muur zien we een pelgrim met staf en kalebas bij de kerk van Belorado.

Rio Tirón
Door de oude straatjes wandelen we in westelijke richting Belorado uit. We passeren eerst  nog een klooster in Belorado.
Buiten Belorado steken we de N120 over. Dan steken we via een lager (dan de N120) gelegen brug de rivier de Río Tirón over.
Aan de overzijde van de rivier – net voorbij een tankstation - is een boer aan het werk om zijn stropakjesmachine gebruiksklaar te maken. Het hele graanstoppelveld ligt nog vol stroruggen.

Tosantos
Het is rustig op het brede pad, dat we op ruime afstand van de N120 bewandelen. We ontmoeten enkele Spaanse wandelaars en een jogger. Slechts enkele pelgrims passeren we onderweg. Lang het pad staan hazelnootstruiken, braamstruiken en kersen- en pruimenbomen. Dit pad voert ons naar het plaatsje Tosantos.
Als we het dorpje Tosantos aan de andere zijde verlaten, zien we rechts van ons aan de overzijde van de N120 de hoge rode zandsteenrots van Tosantos met de hermitage Virgen de la Peña.
Voorbij Tosantos lopen we langs een veld met roodbloeiende klaprozen, een gewas dat we hier af en toe op de akkers aantreffen.

Villambistia
Het volgende plaatsje dat we binnenwandelen, is Villambistia. We komen het gehucht binnen bij de kerk.
In Villambistia drinken we een kop koffie op het terras van het plaatselijke café. Een oude man haalt naast het café enkele plastic tonnen water uit de dorpsbron. Met een zware kruiwagen vol watertonnen loopt hij voorbij ons terras. Twee honden volgen hem kwispelend.
Na de koffiepauze wandelen we Villambistia weer uit. Vóór ons wandelen twee oude vrouwen, langzaam en onderwijl gezellig met elkaar pratend. Ze wensen ons hartelijk een ‘buen camino’ als we hen groetend passeren.

Espinosa del Camino
Aan het eind van het brede steenachtige pad steken we de N120 over. Dan komen we in het dorpje Espinosa del Camino.
Aan de rand van dit dorpje komen we langs de plaatselijke refugio van Espinosa del Camino.
Buiten Espinosa del Camino volgt een mooi wandelpad - tussen de akkers door - in de richting van de Montes de Oca. Als we een eind zijn gestegen over dit pad, zien we ver vóór ons de Montes de Oca al liggen. Daar zullen we later op de dag over heen moeten, omdat we vandaag willen eindigen in San Juan de Ortega, voorbij en aan de voet van de Montes de Oca. Grote zendmasten en een aantal windmolens staan op deze hoge heuvelrug.

Hermitage San Felíce
Tijdens de nu volgende afdaling komen we langs de ruïne van een kerk, die vroeger bij de hermitage San Felíce hoorde. Slechts een klein deel van de kerk staat nog overeind, als een stille getuige van wat vroeger ooit een veldkerk was.
Na een bocht naar links komen we langs een veld met uitbundig bloeiende zonnebloemen, altijd weer een lust voor het oog en een sieraad tussen overwegend graan(stoppel)akkers.

Villafranca Montes de Oca
Verderop komen we weer uit bij de N120. Het voetpad gaat door een graanveld, dicht langs de N120.
Dan komen we spoedig aan in het dorp Villafranca Montes de Oca. In de dorpswinkel aan de N120 kopen we onder andere koud drinken voor de lunchpauze. Bij de hoger liggende kerk vinden we een zitbank in de schaduw naast de kerkdeur.
De zon is vanmorgen vroeg al door de wolken gebroken. De bewolking houdt de zonneschijn echter doorgaans tegen en er waait een verkoelend briesje, nu vanuit westelijke richting. Rond deze tijd wordt het steeds zonniger en de temperatuur loopt vandaag snel op van 18 naar 33 graden Celsius. Een pauzeplek in de schaduw is dan een weldaad. Het meegenomen brood en de pas gekochte koude melk smaakt heerlijk.

Sneker pelgrim Marloes
We zijn nog maar net weer aan de wandel in Villafranca Montes de Oca als we in het Fries worden aangesproken door een pelgrim, die op een bankje onder een boom in de schaduw zit te roken. Ik zie een Friese vlag op haar rugzak. We maken kennis met elkaar. Het is Marloes de Jong uit Sneek. Marloes vertelt dat ze in april van dit jaar op het Jabikspaad vanuit Sint-Jacobiparochie haar pelgrimage is begonnen en dat ze nu inmiddels tot hier is gewandeld. In november 2011 – dus nog maar acht maanden geleden – werd ze thuis in Sneek getroffen door een herseninfarct. Maar gelukkig kan ze haar geliefde wandelsport blijven uitoefenen. Haar werk in Sneek had ze opgezegd; daardoor is ze nu in de gelegenheid om in één keer de hele pelgrimage van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela te maken, zowaar een hele prestatie.

Eén grote pelgrimsfamilie
Marloes heeft gedurende haar hele pelgrimage vanaf Fryslân tot hier in Noord-Spanje nog geen enkele andere Friese pelgrim ontmoet, maar ze had inmiddels van andere pelgrims al wel gehoord dat twee andere Friezen - wij – in haar nabijheid waren, dus ze wist dat een ontmoeting met ons één dezer dagen er wel in zou zitten. Pelgrims op de camino zijn eigenlijk één grote familie; de nieuwtjes gaan je ook in dit gezelschap pelgrims vaak al snel vooruit. Zo ook hier.
Met zijn drieën gaan we verder op pad. Een steile klim naar de top van de Montes de Oca hebben we voor de boeg. Zelfs hier passeren ons nog enkele camino-fietsers op mountain bikes. Vlak vóór ons moeten ze echter afstappen, want de helling is te steil om verder te fietsen. De fiets met volle bepakking duwen ze de heuvelrug op, totdat ze weer een stuk kunnen fietsen. Vóór ons valt een camino-fietser bijna in de armen van een pelgrimerende man, die zij juist voorbijgaat.
Iets verder komt ons een jonge pelgrim tegemoet. Hij daalt weer af naar Villafranca Montes de Oca.We denken dat hij daar iets is vergeten, maar later horen we van andere pelgrims - die hem al enkele dagen vergezellen - dat deze jonge Italiaan ineens misselijk is geworden tijdens de klim en na enig overgeven ervoor kiest om terug te gaan naar Villafranca Montes de Oca. De klim over deze heuvelrug is niet alleen zwaar, maar vooral lang tot aan San Juan de Ortega.
Als Marloes, Durkje en ik een eind zijn gestegen op het pad, volgt een schitterend traject door het bos op de heuvelrug, met prachtig bloeiende heide langs het wandelpad.

Buen Camino Marloes!
Op het hoogste punt van de heuvelrug nemen we bij de Franco-gedenksteen 1936 afscheid van de Friese pelgrim Marloes de Jong. Marloes loopt al zo’n twee weken veelal samen met een andere Nederlands pelgrim uit Doetinchem. Deze Nederlandse vrouw loopt nu waarschijnlijk ergens achter ons, dus Marloes sms’t haar om te weten of ze al onderweg is naar deze heuveltop. We nemen afscheid van Marloes, maar het kan best zijn dat we haar later vandaag of wellicht morgen nog wel ergens zullen ontmoeten. We wensen Marloes in elk geval sterkte en succes bij het volbrengen van haar pelgrimage naar en in Santiago de Compostela. Ze is nu al zover gekomen, dus ze zal het over enkele weken allicht wel halen; daar hebben we alle vertrouwen in.

Camino-fietsers op mountain bikes
Voor Durkje en mij volgen dan weer enkele dalende en stijgende stukken over de camino in de Montes de Oca.
Op het moment dat we weer boven aan een heuvel staan, haalt een Spaanse camino-fietser ons in. Het is de fietser voor wie zojuist de beklimming te steil werd. Toen ze bijna in de armen van een wandelende pelgrim viel, bezeerde ze zich tot bloedens toe. Inmiddels is ze weer volop in de ‘strijd’, en ze fietst ons vrolijk groetend nu voorbij.
Na een dal komen we weer op een hoger gelegen deel van de heuvelrug. Het pad vóór ons wordt ineens wel heel erg breed. Vóór ons in het bos ligt namelijk een kilometers lange brandgang van wel zo’n 15 meter breedte.
We volgen kilometers lang deze brede brandgang door het bos. Dit pad kent nauwelijks hoogteverschillen. De fietsende pelgrims op hun mountain bikes kunnen hier behoorlijk vaart maken, dus regelmatig rijden ze ons hartelijk groetend snel voorbij en verdwijnen ze vóór ons als spoedig uit het zicht.
De bodem van deze brandgang heeft voortdurend een andere kleur, van zandgeel tot oranjerood.

Houtkap
Waar het pad weer wat smaller wordt, passeren we hoge en lange stapels kaphout.
Nog iets verder hebben bosarbeiders en een vrachtwagenchauffeur zojuist een lange vrachtwagen geheel volgeladen met boomstammen. Op het moment dat wij passeren, vertrekt de volle vrachtwagen en een volgende komt enkele tientallen meters verderop al leeg aanrijden, om ook te worden volgeladen met kaphout.

San Juan de Ortega
Na zo’n anderhalf uur langzaam dalend wandelen door dit hellingbos van de Montes de Oca, nemen we een afslag linksaf. Daarbij verlaten we de brede brandgang die nog steeds rechtdoor gaat, maar ons pad gaat verder door het grote bosgebied.
Onze route gaat geleidelijk verder omlaag, bij de heuvelrug naar beneden. Als we bij een open plek het naaldbos verlaten, zien we een eind vóór ons al het klooster van San Juan de Ortega staan achter een boszoom. Ons eindpunt voor vandaag is dus vanaf nu in zicht.
Om 13.45 uur wandelen we het gehucht San Juan de Ortega binnen.
We bezoeken eerst de kerkgebouwen van het klooster, waar we onder andere de sarcofaag en de graftombe van San Juan de Ortega (1080-1163) bezichtigen.

Domingo & Juan
Juan de Ortega was een leerling van Domingo de la Calzada. Juan zette de infrastructurele werken van zijn leermeester Domingo voort en Juan was degene die er al in de 12e eeuw voor zorgde dat het wandelpad door en over de Montes de Oca voor de vele pelgrims werd aangelegd door het bos en over de heuvelrug. Zo’n duizend jaar later maken wij dus nog gebruik van de route door en over de Montes de Oca, die de inmiddels heilig verklaarde San Juan de Ortega heeft geïnitieerd.

Afstempelen en verkassen
Bij de refugio van het klooster halen we een pelgrimsstempel voor onze beide pelgrimspassen. Op het verderop gelegen terras van de bar drinken we een kop thee bij onze laatste boterhammen.
Daarna rijden we met de huurauto vanuit San Juan de Ortega terug naar Belorado. Dan rijden we tenslotte met beide auto’s en de caravan naar de stad Burgos, waar we ten zuiden van deze pelgrimsstad een gemeentelijke camping vinden, waar we de komende nachten zullen doorbrengen. Nadat we de caravan op de camping hebben geïnstalleerd, parkeren we de huurauto in het centrum van Burgos, waar we morgen heen zullen lopen.
De 24 kilometer lange, prachtige wandeltocht van vandaag hebben we afgelegd in vijf uren. Een hele mooie wandeling vandaag, met ook een bijzondere ontmoeting met de Friese pelgrim Marloes uit Sneek.

maandag 27 augustus 2012

Pelgrimeren van Santo Domingo de la Calzada naar Belorado

Uitzicht op Redecilla del Camino


















Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Camino Santiago > Roncesvalles – Santiago de Compostela
Van Santo Domingo de la Calzada naar Belorado
Woensdag 25 juli 2012 – 25 km.
Dag 128: 2707,5 – 2732,5 km
 
Stoffige paden maken stoffige schoenen
Vanmorgen heb ik om 7.00 uur de wandelschoenen aan, klaar voor vertrek. De  oorspronkelijk donkergekleurde wandelschoenen zijn in de afgelopen twee wandeldagen al veranderd in een grauwe kleur, als gevolg van de vele kilometers stoffige paden van de Spaanse camino. De rode aarde, het zand, het stof en het steengruis van de steenachtige paden hebben hun sporen zichtbaar gemaakt. Als je de wandelschoenen even tegen elkaar aan slaat om steentjes uit de schoenen te verwijderen, dwarrelt een stofwolk rond de schoenen langzaam op de grond.

Santo Domingo de la Calzada
Om 7.15 uur openen we de electrische poort van camping El Ruedo in Nájera en dan rijden we van de camping af, richting Santo Domingo de la Calzada. Even vóór 7.45 uur staan Durkje en ik bij de oude stadspoort ter hoogte van de kathedraal van Santo Domingo de la Calzada, gereed om onze wandeling van vandaag te starten. We zijn van plan om vandaag van Santo Domingo de la Calzada te lopen naar Belorado, ongeveer 25 kilometer verder op de Spaanse camino, richting Santiago de Compostela.
Vanuit het stadscentrum volgen we de historische Sint-Jacobsroute door de hoofdstraat van Santo Domingo de la Calzada. Het is zo vroeg in de ochtend nog stil in de stad; zelfs de ook van hieruit vertrekkende pelgrims zien we (nog) niet. Buiten Santo Domingo de la Calzado steken we via een brug de droge rivierbedding over van de rivier de Río Oja.
Vóór ons lopen een Spaanse jonge man en vrouw met een jongen van ongeveer tien jaar oud; waarschijnlijk een gezin dat de vakantie pelgrimerend invult. Gisteren zagen we het drietal ook al in Santo Domingo de la Calzada, toen zij vlak vóór ons arriveerden in deze pelgrimsstad.

Schapenboerderij
Op de plaats waar we een asfaltweg over steken, staat een Spaanse pelgrim zoekend om zich heen te kijken, op zoek naar de juiste weg. Hij wacht tot wij ook op dit punt zijn gearriveerd. Vlak vóór de oversteek èn diagonaal aan de andere zijde van de asfaltweg zijn echter richtingwijzers aangebracht, die hij (nog) niet heeft gezien. We wijzen hem de weg en gaan hem dan vóór. Als ik verderop even achterom kijk, zie ik dat ook het Spaanse pelgrimsgezin ons volgt op dit onverharde pad. De route gaat dan langs een schapenboerderij. De schapen liggen rustig in het veld langs ons pad.
De lammeren lopen met enkele schapen achter gaas bij een grote loods. Twee honden rennen enthousiast blaffend achter het gaas als wij tussen de schaapskudde en het jongvee vóór het gaas passeren.
De schapen van de kudde links van ons, blijven rustig staan of liggen als we hen dichtbij naderen en voorbij wandelen.

N120
We steken de N120 over en wandelen over het onverharde pad, dat parallel aan de N120 ligt. Verderop komen we weer langs de N120. Nu echter gaan we hoog langs de nieuwe autoweg N120. Dit gedeelte is de nieuwe tweebaans N120, die zichtbaar deel gaat uitmaken van de A12, die hier in aanleg is. De auto’s rijden momenteel over de zuidelijke twee rijstroken. Aan de noordzijde van de vangrails ligt eerst wel asfalt voor de nieuwe autosnelweg, maar voorbij het viaduct ligt nog geen asfalt. Op de pijlers van het viaduct zijn op de oostzijde twee Jacobsschelpen afgebeeld, die duidelijk zijn te zien voor de pelgrims en voor de mensen op en in de passerende motorvoertuigen richting Santiago de Compostela. Aan de andere pijler-zijde staan twee druiventroseen afgebeeld, als teken dat je de wijnstreek de Rioja betreedt.

Graanstoppels
Links van ons zien we de uitgestrekte graan(stoppel)velden in een wijds glooiend landschap. Links van ons wandelpad passeren we een immense stapel stropakken, met een hoogte van 8 tot 10 meter, minstens evenzo breed en wel drie of vier keer zo lang. Deze enorme stro-bouwwerken staan hier en daar op de akkers, verzameld van alle stro van de omliggende graanvelden.

Grañon
Nogmaals passeren we een viaduct over de in aanleg zijnde autosnelweg A12. Op het talud onder het viaduct staan aan de overzijde twee grote Jacobsschelpen afgebeeld.
We zijn dan al in de buurt van het dorpje Grañon. We verlaten het voetpad langs de N120/A12 en steken een asfaltweg over, richting Grañon.
Spoedig wandelen we Grañon binnen, nadat we zojuist twee groepjes pelgrims hebben ingehaald.
Het is inmiddels 9.00 uur en we hebben nu vijf kwartier gelopen. Op het terras van de bar in de hoofdstraat drinken we een kop koffie. Andere pelgrims zitten hier ook om wat te drinken en/of te eten. Voortdurend komen er nieuwe pelgrims bij; anderen wandelen door naar het terras van de verderop liggende bar. Als we de koffie op hebben en enkele pelgrimsansichtkaarten voor onze verzameling hebben gekocht, wandelen we Grañon aan de andere zijde van de dorpsstraat uit. Bij de rand van de bebouwde kom staat een tekstbord, waarop de passerende pelgrims een ‘buen camino’ wordt gewenst.
Wij dalen buiten Grañon af naar het vóór ons liggende beekdal.

Castilla y Léon
Aan de overzijde van het beekdal stijgen we via het wandelpad naar een heuvelrug, die we in westelijke richting volgen. Op een hoger liggend uitzichtspunt staan drie informatieborden voor pelgrims. Op de ene staat algemene informatie over de provincie Burgos in de regio Castilla y Léon, die we nu binnenwandelen. Op het afgebroken betonnen paneel staat een detailroute van hier tot aan Castildelgado. En het meest prominente bord is het metershoge paneel met daarop de route-informatie over de pelgrimsroute vanaf hier naar de grens van deze regio aan de westzijde, de kant van Santiago de Compostela.

Redecilla del Camino
Op een hooggelegen punt van het heuvelrugpad hebben we vroegtijdig uitzicht op de volgende plaats waar we doorheen zullen komen: Redecilla del Camino. Een groot geelgekleurd zonnebloemenveld vormt een welkome kleuronderbreking in dit omliggende landschap van voornamelijk graanstoppelvelden.
We moeten eerst de N120 oversteken om in Redecilla del Camino aan te komen. De tegeltableau’s tegen de muren van enkele panden, laten je zien dat je hier onmiskenbaar op de camino loopt.
We wandelen door de hoofdstraat, nemen even een korte pauze om wat te drinken en dan wandelen we al snel weer - voorbij de plaatselijke weegbrug - Redecilla del Camino uit. We steken hier de N120 nogmaals over.

Castildelgado
Aan de overzijde van de N120 gaan we verder over een wandelpad langs de N120. We gaan met een brug over een droge rivierbedding. Het voetpad voert ons naar het dorpje Castildelgado.
Bij de rand van de bebouwde kom is een man bij een woning in een groententuintje aan het werk. Aan de andere kant van het pad ligt een graanstoppelveld. Op de graanstoppels zijn grote lappen textiel uitgespreid om te drogen. Het is de manier die ik nog ken van mijn grootmoeder, die vroeger haar wasgoed op ‘de bleek’ legde naast de boerderij van mijn grootouders. De was droogde en bleekte toen - en óók hier en nu - in de volle zon.

Viloria de Rioja
We drinken even wat en verlaten dan Castildelgado al weer snel. We gaan weer parallel verder langs de N120, totdat het voetpad eindigt en op een splitsing met een asfaltweg overgaat in een asfaltweg. De camino gaat hier verder over asfalt, maar vóór ons zien we een pelgrim met een zware tred rechtdoor lopen, door een graanstoppelveld, langs de N120. Hij snijdt een stukje van de camino af, maar moet daarbij dus wel moeizaam over de akkers. Wij lopen dan over asfalt weg van de autoweg en gaan stijgend naar het volgende dorpje: Viloria de Rioja.
Op een schaduwrijke picknickplaats naast de dorpskerk nemen we een rustpauze. We gaan bij een picknicktafel zitten, in de schaduw onder een grote boom. Een andere pelgrim zit hier ook te rusten. Ze vertelt dat ze uit Hongarije komt en enkele dagen geleden in het Franse Saint-Jean-Pied-de-Port haar pelgrimage is begonnen, samen met de twee Hongaren die iets verderop op een schommel zitten. Als we gegeten en gedronken hebben, gaan we verder; de Hongaarse blijft nog rustig zitten. Ze maakt enkele aantekeningen, als kort verslag in haar dagboekje.
Wij wandelen Viloria de Rioja uit en gaan daarbij via een lang dalende asfaltweg weer terug naar de N120.
Bij de N120 volgen we wederom het voetpad langs de N120. Na ongeveer drie kwartier arriveren we in het volgende dorp: Villamayor del Río.

Villamayor del Rio
We steken de N120 over, wandelen door Villamayor del Rio en steken dan de N120 nog eens over.
En aan de overzijde van de N120 – aan de andere kant van Villamayor del Rio – gaat het ons inmiddels welbekende wandelpad weer verder langs de N120. Vóór ons en achter ons lopen voortdurend andere pelgrims. Af en toe halen we een enkele langzamer wandelende pelgrim of groepjes pelgrims in. Het is tamelijk fantasieloos en niet al te enerverend wandelen, hier langs de N120. Rechts van ons denderen zware vrachtwagens langs ons op de N120. Personenauto’s en een enkele auto met caravan met Nederlands kenteken.

IJskoud bronwater
Het is inmiddels weer erg warm geworden. De temperatuur is al opgelopen tot 29 graden Celsius en er is geen schaduw op dit pad te vinden. Dan doemt vóór ons een grijze bestelbus op. De auto stopt bij alle tegemoetkomende pelgrims en de pelgrims stoppen dan bij de bestelbus. Zo komt de bestelbus steeds dichterbij ons, totdat we bijna een groepje van vier pelgrimerende jonge dames zullen inhalen. De bestelauto stopt ook bij hen – vóór ons - en dan zien we dat de chauffeur van de bestelbus aan alle vier dames een flesje bronwater geeft. Ook wij krijgen van de chauffeur ieder een flesje ijskoud bronwater.
Dankbaar drinken we van het koude water. Getuige de tekst op de bestelbus en op het etiket van dit flesje bronwater wordt dit welkome geschenk ons aangeboden door de dit jaar tien jaar bestaande refugio ‘Cuatro Cantones’, gevestigd in Belorado en in Burgos.

Belorado
Heerlijk gekoeld door dit frisse bronwater gaan we weer verder over het voetpad langs de N120. Na ruim 6 kilometer voetpad arriveren we bij de bebouwde kom van Belorado, onze bestemming voor vandaag.
We steken de N120 over en gaan dan over een steenachtig breed pad achter de bebouwing in de richting van het dorp. Daarbij passeren we op nog vrij grote afstand van de andere bebouwing een rechts van ons, hoger liggende refugio. Het ziet er allemaal groot en professioneel uit. Terrassen aan de voorzijde en een zwembad maken dit een waar eldorado voor vermoeide pelgrims.

Santa María de Belén
We lopen het dorp aan de achterzijde binnen en arriveren dan bij de oude kerk van Santa María de Belén, aan de rand van de oude dorpskern. Een aantal pelgrims zit op enkele stoelen bij de ingang van de naast de kerk en bij de kerk behorende parochiale refugio. Ze wachten totdat de refugio open gaat. Het is nu nog maar 12.30 uur, dus het zal allicht nog even duren voordat de refugio open gaat en de inschrijving voor de komende nacht van start zal gaan. Wij bezoeken de oude dorpskerk. In het koor staat een prachtig koorwerk met een beeldje van Maria rechtsonder.

Graffiti Jacobsschelpen
Daarna vervolgen we onze weg door het oude dorpscentrum. We passeren enkele afbeeldingen van Jacobsschelpen, onder andere uitgevoerd in graffiti-werk.
Verderop zien we ook in graffiti een wapenschild, met aan beide zijden de pelgrimssymbolen van de kalebas aan een pelgrimsstaf en een kruis op een Jacobsschelp.
We lopen nu in de richting van onze hier verderop geparkeerde huurauto. Daarbij passeren we het Plaza Mayor van Belorado, waar óók een kerk staat.
Vlakbij onze huurauto passeren we de slagerswinkel van het dorp. Op dit moment wordt de slagerswinkel bevoorraad met dikke bouten vlees en met enkele stuks geslacht kleinvee.

Terug naar Nájera
Met de huurauto halen we onze auto op uit Santo Domingo de la Calzada, waarna we de huurauto naar de bestemming van morgen rijden: San Juan de Ortega. Tenslotte rijden we met onze auto weer terug naar de camping in Nájera. Om 15.15 uur zijn we terug in Nájera. De ongeveer 25 kilometer lange dagtocht hebben we vandaag in vier uur en drie kwartier gelopen. Dat is voor deze warme zomerdag een prima afstand en wandeltijd.

Pelgrimeren van Nájera naar Santo Domingo de la Calzada

Pelgrimssymbolen van de Spaanse Camino
Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

 















Camino Santiago > Roncesvalles – Santiago de Compostela
Van Nájera naar Santo Domingo de la Calzada
Dinsdag 24 juli 2012 – 21 km.
Dag 127: 2686,5 – 2707,5 km


Vertrek vanaf El Ruedo
Durkje en ik zijn blij dat we vanmorgen al vroeg onze pelgrimstocht kunnen beginnen. Rond 6.30 uur staan we op, zodat we even na 7.30 uur wandelend onze arena-camping in Nájera kunnen verlaten. We nemen afscheid van onze buren: de twee vrouwelijke fietspelgrims uit Uden, die op 1 juli 2012 in Uden hun pelgrimage zijn begonnen en die nu inmiddels hier in Nàjera zijn aangekomen. Zij weten nog niet of ze vandaag 40 of 90 km zullen gaan fietsen; de dag zal het hen leren.

Vertrek uit Nájera
Het is nog lekker fris weer. De lucht is onbewolkt, dus het zal vrij spoedig warm worden. We zijn van plan vandaag van Nájera naar Santo Domingo de la Calzada te lopen, over een afstand van 21 kilometer.
Vanaf camping El Ruedo lopen we naar de brug over de rivier de Rio Najerilla. De vroege ochtendzon straalt warm gekleurd licht op de huizen aan de andere kant van de rivier.
Over de brug slaan we linksaf, langs de rivier, in de richting van de gemeentelijke refugio. Enkele jongeren maken zich op het pleintje vóór deze refugio klaar voor vertrek. De camino-gele Jacobsschelpen en pijlen op het wegdek wijzen ons de weg door de smalle straatjes van Nájera; onder andere langs het plaatselijke klooster Santa María la Real.
Aan de rand van de bebouwde kom doen we onze truien al uit, want inmiddels heeft de zon zoveel aan kracht gewonnen, dat een trui overbodig is geworden. Over een steil bospad - dat onderdeel is van een lage pas - verlaten we Nájera door een dennenbos. De nog laag staande zon werpt onze schaduwen al ver vóór ons uit.
Op de pas ontmoeten we een Canadese pelgrim. Ze vertelt dat ze uit Toronto komt en daar Frans als tweede taal onderwijst aan kleine groepen kinderen uit achterstandsgezinnen. Het zijn veelal Afrikaanse kinderen, waarvan de ouders of de kinderen zelf doorgaans afkomstig zijn uit de Franstalige kolonies, zoals bijvoorbeeld Kongo. Als we boven op de pas zijn, lopen we tussen rode rotswanden door.

Irrigatie van Rioja-wijngaarden
We krijgen vanaf dit hoogste punt ook al een mooi uitzicht over de vóór ons liggende akkers van de glooiende heuvels. Overal zie je nog de restanten van een oud irrigatiesysteem. Lange watergoten met aan het eind ronde waterbassins zijn links en rechts van het pad te zien. Ze worden niet meer gebruikt.
Wijnboeren zijn met lange buizen en lange slangen in de wijngaarden bezig om de druivenranken zoveel mogelijk water te geven in deze droge en warme periode.
De oude betonnen watergoten blijven daardoor doelloos liggen.

Azofra
We lopen door een licht glooiend akkerbouwgebied. Aan de overzijde van een weg steken we de Arroyo de Pozuelos over. Daarna volgt een asfaltweg, die wij volgen in de richting van het dorp Azofro. Na vijf kwartier wandelen, hebben we Azofra in zicht.
Tegen 9.00 uur wandelen we na de eerste zes kilometers het dorpje Azofra binnen.
Ook hier ben je op de camino nooit alleen, want zolang we door het heuvelgebied hebben gelopen, hadden we steeds enkele of groepjes pelgrims vóór ons èn achter ons. In de hoofdstraat van Azofra komen we langs een bar met een terras aan de straatkant. Daar zitten al enkele pelgrims, waaronder een Franse jongeman, die ons vertelt dat hij medicijnen studeert en in deze zomer vanuit het zuiden van Frankrijk pelgrimeert tot aan Santiago de Compostela. De Fransman loopt alleen en zijn tocht verloopt voorspoedig, vertelt hij.
Boven ons terras - op de derde verdieping – begint iemand van binnenuit de buiten hangende planten water te geven. Dat wordt nogal scheutig gedaan, want binnen de kortste keren drupt het water en stroomt het langs de gevel tot op ons terras. De Franse pelgrim moet een andere plaats zoeken om droog te blijven en de barkeeper begint geagiteerd zijn terras droog te maken met een doek.
Dan zie ik dat hoog boven het terras enkele pelgrimssymbolen zijn opgehangen, in een combinatie van een zwaardkruis boven op een pelgrimsstaf, met daarbij een kalebas en een Jacobsschelp op een kruishout aan de staf.
Na een flinke kop koffie (Café Americano) lopen we verder door de hoofdstraat van Azofra. In een hele grote verkeersspiegel kunnen we een foto van ons samen maken.

Rollo de Azofra
We verlaten deze oude pelgrimsplaats. Al in 1168 heeft de adellijke Isabella de Azofra hier ter plekke een pelgrimshospitaal laten bouwen, dat hier tot 1835 heeft bestaan.
Buiten Azofra nemen we een asfaltweggetje de velden in, dat overgaat in een onverhard pad. Na ongeveer een kwartier passeren we de Rollo de Azofra. Dit is een stenen zuil, staande op een akker; een oud symbool van de rechtsmacht van de landheren van Azofra. Deze zuil heeft de vorm van een in de grond gestoken zwaard. Op het moment dat we de stenen zuil fotograferen, passeert ook de Spaanse dame, een pelgrim, die wij gisteren al enkele malen ontmoetten, op onder andere het terras van Ventosa.

Aanleg A12
Daarna lopen we verder naar de N120. We kruisen een asfaltweg en lopen even later parallel aan de N120, waar men momenteel druk bezig is om de nieuwe autosnelweg A12 aan te leggen.
Een ondiep afwateringskanaal wordt naast de nieuwe autosnelweg aangelegd. Vandaag wordt hier gewerkt om tussen de rotsblokken die de kanaalbodem en de kanaalwanden vormen cement te storten, om bodem en wanden van het kanaal een stevig verband te geven.
Het pad voert ons steeds verder af van de in aanleg zijnde nieuwe snelweg. Achter ons horen we langzaam en zonder al te veel geluid een zware auto aan komen. Even later passeren drie leden van de Guardia Civil ons in hun zware terreinwagen. Ze groeten vriendelijk en houden hier kennelijk een oogje in het zeil op de plaats waar de pelgrims de weg- en waterbouwwerkzaamheden van de nieuwe A12 passeren.

Plateau van Ciriñuela
Het brede dal waar we nu doorheen lopen, wordt verderop aan de noordzijde begrensd door steile hellingen, met bovenaan deze hellingen een hoogvlakte. Wij lopen door het dal in de richting van een vóór ons liggend hooggelegen plateau. Bij de enkele boom langs dit pad en bij een hoge stapel stro, dat gezien de hoeveelheid afkomstig is van diverse omliggende graanvelden, hebben enkele pelgrims aangename schaduw gevonden voor een korte rustpauze. De temperatuur is al weer behoorlijk opgelopen, want hier in het dal is het behoorlijk warm. Elk briesje frisse wind is ons welkom.
Bijna bovenaan de rand van het plateau vóór ons, passeren we twee Duitse pelgrims. Deze dames fotograferen elkaar met het prachtige uitzicht over de velden, die we hier achter ons  laten.
Boven op het plateau is nog een klein eikenbos; een restant uit lang vervlogen tijden, toen hier nog uitgestrekte bossen het landschap domineerden. Veel van de bossen zijn in het afgelopen decennium gerooid om van het hout bijvoorbeeld huizen, schuren, wegen en bruggen te maken.
Boven op het plateau ligt een golfbaan. We moeten rechts om deze golfbaan wandelen om bij de nieuwbouw van het dorpje Ciriñuela te komen.
Bij de ingang van de golfbaan passeren we een pelgrimskunstwerk, bestaande uit een uitsnede uit cortex-staal.
Een klein eindje verder staat een Jacobsschelp, ook gesneden uit een plaat cortex-staal.

Bar Jacobea van Cirueña
We lopen door Ciriñuela heen en komen vlak buiten deze plaats aan in het dorpje Cirueña. Het ziet er aan de rand van de bebouwde kom allemaal wat sjofel uit, zeker in vergelijking met de moderne nieuwbouwwijk nabij de luxe golfbaan, die we zojuist passeerden.
Aan de rand van het dorpje staan hier en daar schaduwrijke zitbankjes. Wij wandelen hier echter even van de route af, het dorp in, om verderop te gaan naar Bar Jacobea, de horeca-gelegenheid, die op borden langs de weg al was aangekondigd. Bar Jacobea heeft een flink terras, waar we plaatsnemen om hier te eten en een kop thee te drinken.
Als we na deze theepauze aan de rand van de bebouwde kom komen, krijgen we tussen de bosschages door een mooi uitzicht in westelijke richting over de uitgestrekte akkers.
Spoedig lopen we het dorp Cirueña uit.
We komen dan bij een rotonde waarop twee kunstwerken van cortex-staal zijn geplaatst. Het ene kunstwerk is een uitsnede van een Jacobsschelp en het andere beeld is een uitgesneden pelgrim.
Vermoedelijk is deze pelgrim uitgesneden uit de cortex-plaat die bij de zojuist gepasseerde golfbaan staat en is de Jacobsschelp bij de golfbaan uitgesneden uit de plaat cortex-staal, die hier op de rotonde staat. Dat is mooi bedacht, want zo kun je van één staalplaat dus twee kunstwerken maken.

Glooiende akkers
Voorbij deze rotonde gaan we een weids landschap van licht glooiende akkers in. De akkers liggen in prachtige vormen en kleuren om ons heen.
Na zo’n 20 minuten gelopen te hebben over een recht en breed stijgend en dalend onverhard pad, zien we - nadat we enkele heuvelruggen over zijn gestoken - de stad Santo Domingo de la Calzada liggen. De kerktoren van de kathedraal steekt prominent hoog boven de omliggende bebouwing  uit. We wandelen verder door de vlakte van de Rio Oja, de rivier waar de stad Santo Domingo de la Calzada aan ligt.

Domingo de la Calzada
Over een bedrijventerrein met grote aardappelloodsen lopen we de stad binnen. Vlak vóór 13.00 uur wandelen we het centrum van Santo Domingo de la Calzada binnen, waar bij de entree van de Calle Mayor een groot figuur van een gele caminopijl – met daarbij een pelgrimskunstwerk  - ons de Camino de Santiago de stad in wijst.
In de Calle Mayor passeren we de Cistenciënser pelgrimsherberg. Aan de voorzijde van dit kloostercomplex staat ook een pelgrimskunstwerk, voor fietsers en voor wandelaars.
Verderop in de Calle Mayor passeren we nog een andere refugio. Een lange rij pelgrims staat op straat vóór de ingang van deze refugio om voor de komende nacht hier een slaapplaats te verwerven.

Kathedraal van Sint Dominicus
We lopen door naar de ingang van de kathedraal en horen daar dat we een toegangskaartje voor de kathedraal moeten kopen bij het toeristeninformatiepunt enkele panden verderop. We krijgen een stempel van de kathedraal in onze pelgrimspassen en kopen twee kaartjes tegen gereduceerd pelgrimstarief (€ 2,50) om toegang tot deze beroemde kathedraal te krijgen. We zijn hier nu, dus nu willen we eindelijk ook wel eens het kippenhok in de kathedraal bekijken, dat verwijst naar de Spaanse legende van de kip en de haan.
In de kathedraal vinden we achter tralies een standbeeldje van Santo Domingo, met aan weerszijden de legendarische haan en kip.
In het naastgelegen museum van de kathedraal staan we ineens oog in oog met een standbeeld van Sint Jacob, hier afgebeeld als zowel pelgrim als apostel.

Geen haan kraait in het kippenhok
Omdat we tijdens onze rondwandeling door de kerk met de rug naar het kippenhok waren gelopen naar het standbeeld van Sint Dominicus, hebben we het kippenhok niet gevonden. Bij navraag bij één van de aanwezige gastdames wordt ons het hooggeplaatste kippenhok getoond. En inderdaad, er zitten een levende kip en een haan in het hok. Het zou voor ons een gunstig voorteken zijn geweest dat de haan zou kraaien in onze aanwezigheid, maar dat geluk valt ons niet ten deel. Wij zullen zonder haangekraai onze pelgrimage moeten vervolgen.
Na dit kathedraalbezoek wandelen we door het centrum van Santo Domingo de la Calzada naar onze hier nabij geparkeerde auto. Tussen de gebouwen door zien we nog de prominente, opvallende kerktoren van de kathedraal.

Rioja
Met de huurauto halen we onze auto vanuit Santo Domingo de la Calzada op uit Nájera en dan rijden we de huurauto naar Belorado, waar we morgen onze volgende dagmars willen beëindigen. Tenslotte rijden we met onze auto weer terug naar de camping in Nájera.
In een tijdsbestek van 5,5 uren hebben we vandaag de 21 kilometer van Nájera naar Santo Domingo de la Calzada gelopen.
Onderweg viel ons op dat zo langzamerhand het betrekkelijk groot aantal wijngaarden over gaat in graan(stoppel)velden. Kennelijk verlaten we zo gaandeweg de wijnstreek Rioja. Duidelijk is dat op dit traject de donkergroene wijngaarden over gaan in de goudgele graanstoppelvelden.

vrijdag 24 augustus 2012

Pelgrimeren van Navarrete naar Nájera

Uitzicht vanaf de Alto de San Antón


















Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Camino Santiago > Roncesvalles – Santiago de Compostela
Van Navarrete naar Nájera
Maandag 23 juli 2012 – 17 km.
Dag 126: 2669,5 – 2686,5 km.


Pelgrimage hervat
Na drie maanden is het eindelijk zover dat Durkje en ik de Spaanse camino weer op kunnen, om onze pelgrimage richting Santiago de Compostela een vervolg te geven. We zijn in de afgelopen drie dagen met de auto en de caravan vanuit Stiens naar het Spaanse Nájera gereden, om vandaag verder te pelgrimeren vanuit Navarrete, tot waar we aan het eind van onze meivakantie van 2012 zijn gekomen.
Heel Frankrijk hebben we in de afgelopen jaren in delen van zuid naar noord geheel gefietst en van noord naar zuid geheel gelopen. Daar laten we het voorlopig bij voor wat betreft die combinatie van elke dag fietsen & wandelen. Voor het Spaanse traject hebben we ervoor gekozen om een auto bij een lokaal verhuurbedrijf te huren, zodat we niet meer hoeven te fietsen. 

Arena-camping El Ruedo in Nájera
Om 7.00 uur staan we op en zo tegen 8.30 uur vertrekken we met onze auto vanaf camping El Ruedo in Nájera, een bijzondere minicamping in de cirkel van een voormalige stierengevechtenarena. Vannacht deelden we de arena met twee andere Nederlandse stellen en met twee Nederlandse mannen, die beiden – afzonderlijk - op de fiets onderweg zijn vanuit Nederland naar Santiago de Compostela.
We rijden met de auto vanuit Nájera eerst naar Logroño, waar we tussen 9.00 uur en 9.45 uur in het pasgebouwde treinstation een door ons gereserveerde huurauto afhalen. Met beide auto’s rijden we dan van Logroño naar Nájera, waar we de huurauto parkeren en achterlaten op het parkeerterrein van het gemeentelijk zwembad, nabij de brug over de rivier de Najerilla, waar we vanmiddag na onze eerste wandeldag uit zullen komen.
Dan rijden we vanuit Nájera met onze eigen auto naar Navarrete, waar onze wandeling vandaag begint.

Navarrete
In het centrum van Navarrete wordt nog druk gewerkt aan het opruimen van het meerdaagse festival dat ze hier in de afgelopen dagen beleefden. Bij de ingang van de grote kerk eten we eerst enkele boterhammen, alvorens we op stap gaan. In de kerk kunnen we een pelgrimsstempel in onze pelgrimspassen krijgen. Het is 11.15 uur als we op stap gaan. Tien minuten later verlaten we de bebouwde kom van Navarrete, wandelend door de berm van de N120 richting Nájera.

Begraafplaats met kapel
Spoedig komen we bij de begraafplaats van Navarrete. De begraafplaats heeft een bijzonder toegangsportaal. Het is het onderste deel van de voorgevel van de romaanse kerk die vroeger bij het pelgrimshospitium van San Juan de Acre hoorde. Vóór de begraafplaats staat ook een kapel.
Bij de ingang van de kapel zit een oudere Spanjaard. Hij begroet ons met het gebruikelijke ‘buen camino’. In de kapel is een tentoonstelling van regionale cultuur, gecombineerd met een groot aantal pelgrimskunstwerken. Er hangen bijvoorbeeld verschillende schilderijen met daarop pelgrims of pelgrimssymbolen afgebeeld.
Er hangt een schilderij van een zwaardkruis met twee Jacobsschelpen.
En in de kerk bevindt zich een levensgroot beeld van Sint Jacob als pelgrim, compleet met pelgrimshoed, wandelstaf en kalebas.
Als we de kapel verlaten, zien we tegen de buitenmuur bovendien nog een mooi beeldhouwwerk van een pelgrim.

Vergulde Jacobsschelpen
Voorbij de begraafplaats verlaten we de N120, om parallel langs deze weg een onverhard pad te nemen. Langs het pad - en ook verder op de tocht van vandaag – vinden we de gebruikelijke gele caminopijl als wegwijzer, in combinatie met de paaltjes waarop de welbekende Jacobsschelp is bevestigd. Het bijzondere van deze Jacobsschelpen langs de route van vandaag is dat de Jacobsschelpen met een goudgele verf zijn ‘verguld’.
Zo’n 300 meter verder nemen we een afslag naar links. Het onverharde pad slingert door de wijngaarden van deze wijnstreek de Rioja.

De wereld op de camino
Af en toe passeren we andere pelgrims. We wensen elkaar een goede pelgrimage en gaan dan verder. Jong en oud loopt hier over de camino. Jongelui, mensen van middelbare leeftijd en ook enkele ouderen zijn vandaag onderweg op de camino; alleen, in duo’s of in kleine groepen. Diverse nationaliteiten ontmoeten we vandaag.
Bij de nieuwbouw van een wijnhandelaar kruisen we een asfaltpad en dan buigt het pad weer af naar de N120. We lopen een klein stukje over een landbouwpad langs de N120.
Op een gegeven moment kunnen we kiezen om verder langs de N120 te gaan, of af te buigen in de richting van een klein dorpje in de verte. Wij kiezen ervoor om de afbuigende variant in de richting van het dorp Ventosa te nemen.

Ventosa
We stijgen naar het hoger gelegen Ventosa. In Ventosa gaan we naar de plaatselijke bar, waar we heerlijk in de schaduw verkoeling vinden en een kop thee drinken. Een achttal jonge pelgrims zit hier ook te genieten van een belegd broodje en een koele of hete drank. Het zijn Spanjaarden, een Canadees en een Amerikaanse. Later komen ook nog een Aziatische jongen en een oudere Spaanse erbij.
Ventosa verlaten we bij het bijzondere pelgrimsmonument. Op één van de twee V-vormige pilaren staat een klein beeldje van een pelgrim. Voor ons blijft het een raadsel wat er ooit op de tweede pijler heeft gestaan.

Alto de San Antón
Wij wandelen verder, klimmend en dalend over de onverharde camino, tussen de wijnvelden door.
Vóór ons zien we op een gegeven moment de lage pas van de Alto de San Antón.
Over een smal steenachtig pad gaan we naar boven, naar de top van de Alto de San Antón. Vroeger stond hier het klooster van San Antón. Slechts enkele stenen resteren nog van dit klooster. Als we over de top van deze bergpas heen zijn, krijgen we een schitterend uitzicht over de wijnvelden van de Rioja en over het rivierdal van de rivier de Najerilla, met in de verte de plaats Nájera.
Een wijnboer is links van ons met een tractor bezig om de dikke stenen van het veldpad te schuiven, zodat het pad enigszins wordt geëgaliseerd.

Poyo de Roldán
We wandelen weer in de richting van de N120 en gaan daar via een tunnel onderdoor. Daarna lopen we een eind over een onverhard pad langs de N120. Verderop wijkt het pad steeds verder af van de N120. Vóór ons zien we dan het hoogste punt dat we vandaag passeren. Het is de Poyo de Roldán, de Roelandsberg, met daarop ook een zendmast.
Bovenop deze heuvel, iets voorbij de zendmast, staat een ronde stenen schuilhut, in de vorm van een hoge iglo. Enkele vermoeide pelgrims rusten hier, slapend in de schaduw van de hoge stenen schuilhut.

Yalde
Het is warm vandaag. Al vanaf vanmorgen vroeg hebben we een helderblauwe lucht. De zon schijnt voortdurend genadeloos. Gelukkig waait het nog vrij behoorlijk, maar als de wind even gaat liggen, is het bijzonder warm. De temperatuur is in elk geval opgelopen naar 30 graden Celsius.
Wij lopen in de doorgaans aangename warmte door over het onverharde pad. We komen dan langs een grindwinning.
Voorbij deze grindgroeve dalen we over enkele stenen treden af naar de droge rivierbedding van de rivier de Yalde. Via een smal houten bruggetje steken we de smalle rivierbedding over.

Nájera
Dan gaan we onder een verkeersweg door, lopen we rond een mooie picknickplaats voor pelgrims en daarna gaat het tussen de wijngaarden door naar de rand van het stadje Nájera, onze bestemming voor vandaag.
In Nájera volgen we de gele caminopijlen. We kunnen nu weer even heerlijk in de schaduw van de hoge huizen lopen, dus we koelen enigszins af van de hitte in het veld.
Bij de brug over de rivier de Najerilla pauzeren we op een bankje in de schaduw, nabij het plaatselijke busstation. We eten hier ons laatste brood en drinken nog wat alvorens we naar de hier vlakbij geparkeerde auto te gaan.

Aangename eerste wandeldag
Onze eerste pelgrimsdag van deze zomervakantie zit er al weer op. Een warme dag, wandelend tijdens de warmste uren van de dag. Wel een hele mooie wandeldag, en zo mooi weer terug in de Spaanse wijnstreek van de Rioja. Het is nu 15.00 uur. We hebben de 17 kilometers vandaag afgelegd in bijna vier uren; een prima begin van deze wandelvakantie.
Met de auto halen we de huurauto uit Navarrete, om die vervolgens naar Santo Domingo de la Calzada te rijden. Weer terug in Nájera halen we boodschappen voor de komende wandeldagen.
Als we op onze camping terugkeren, is daar ook al een Franse wandelende pelgrim gearriveerd. Zijn trekkerstentje staat onder de bomen, koel in de schaduw. Op het middenterrein van de arena van deze camping is het te warm om in de zon te zitten, dus we zoeken verkoeling in de schaduw achter de caravan. We blikken met een koel drankje terug op een aangename eerste wandeldag.