woensdag 3 juni 2026

Pelgrimeren van La Bañeza naar Astorga

Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van La Bañeza naar Astorga
Zondag 3 mei 2026 – 24,8 km.
Dag 34: 686,9 – 711,7 km.
 
Aankomst bij het bisschoppelijk paleis in Astorga


















Vertrek uit La Bañeza
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 34e etappe, over een afstand van 24,8 kilometer, van La Bañeza naar Astorga. Daarmee is het ook de laatste etappe van de Vía de la Plata, want dit ruim 700 kilometer lange pelgrimspad eindigt in Astorga.
De wekker zou ons vanmorgen wekken om 6:45 uur, maar om 6:30 uur zijn we al wakker, en dan horen we dat veel andere pelgrims al druk in de weer zijn om zich klaar te maken voor vertrek. 
We ontbijten in de eetzaal van onze pelgrimsherberg Monte Urba in La Bañeza.
De zes Spaanse pelgrims zijn als eersten vertrokken, en ook de Nieuw-Zeelandse pelgrim is al op stap gegaan voordat we gaan ontbijten. De andere Spaanse pelgrim slaapt waarschijnlijk nog, want ook gisteren sliep hij uit, en we hebben hem vanmorgen niet meer gezien. De fietser die vannacht bij ons toch nog in de slaapzaal heeft geslapen, vertrekt tijdens ons ontbijt. Later in de stad fietst hij ons groetend voorbij, en daarna zien we hem niet weer.
Als Durkje en ik klaar zijn met het ontbijt, pakken we onze rugzakken in, en verlaten we de pelgrimsherberg om 7:45 uur. 
We maken de afdaling van de pelgrimsherberg naar het centrum van de stad, en komen beneden uit bij het standbeeld van Sint Jacobus.
Daar vlak achter staat de San-Salvadorkerk.
We passeren vanaf de kerk de eerste twee (van de vele) muurschilderingen.
In het voetpad liggen in de uitvalsstraten de wegwijzers met daarop de caminopijl en de Sint-Jacobsschelp.
We passeren weer enkele muurschilderingen aan weerszijden van de straat.
De luiken van de huizen zijn op deze vroege zondagochtend nog dicht.
Nog eens weer passeren we een groot aantal muurschilderingen in de vorm van graffity, die op de muren en kopgevels aan beide zijden van de route zichtbaar zijn.

Van Santiago de Valduerna naar Palacios de Valduerna
Vlak vóór het dorpje Santiago de Valduerna lopen we de bebouwde kom van La Bañeza uit,
Over een halfverharde veldweg gaat het dan naar een voormalige spoorbrug. 
Hier steken we de Río Duerna over door de spoorbrug.
Aan de overzijde wordt het spoor weer aan het oog onttrokken door de planten die het spoor dicht hebben overwoekerd. 
Rechts zien we nog een oude spoorbrug over een veldweg liggen.
Dan wandelen we over een halfverharde veldweg in de richting van een drukke autoweg.
We moeten naar de andere kant van die autoweg, en daartoe kunnen we gebruik maken van een viaduct links van ons.
Voorbij het viaduct gaan we dan het verlengde van de veldweg van zojuist op.
Links zien we op grote afstand de besneeuwde bergen.
We blijven alsmaar de veldwegen door het open veld volgen, met hier en daar enkele haakse bochten in de route.
Om 9:05 uur wandelen we het dorpje Palacios de Valduerna binnen.
Links in de verte zien we een oude burchttoren, waar we overigens niet langs lopen.
Wel komen we langs de dorpskerk, met ook hier een ooievaarsnest boven op de kerktoren.
In het centrum van Palacios de Valduerna staat op Plaza de la Constitución een grote stenen wegwijzer van de camino, met daarop een caminopijl en een Sint-Jacobsschelp.
Bij het uitlopen van het dorp, als we rechtsaf gaan, zien we recht vóór ons een heel eind in de verte een kerk bovenop een bergtop staan. 
Een bijzonder huis passeren we als we het dorp bijna uit lopen. 
Rechts van de weg heeft men namelijk de hele gevel van het huis versierd met een groot aantal ingemetselde Sint-Jacobsschelpen.
En als je goed kijkt, zie je links van de regenpijp in kleinere schelpen de naam ‘Santiago Compostela’ geschreven.
We laten Palacios de Valduerna achter ons voorbij de ommuurde begraafplaats aan de rand van het dorp.

Kilometers lange paden door dehesa en bos
Dan gaan we over een brede halfverharde veldweg een groot natuurgebied in. De eerste kilometers daarvan lopen we door een dehesa, waarin we overigens geen vee zien lopen.
Af en toe passeren we een caminopaal.
Na de dehesa volgt een kilometers lange bosweg door een heel groot bosgebied.
Slechts vier wielrenners ontmoeten we gedurende die lange boswandeling, namelijk eerst één en daarna nòg drie mountainbikers.
Aan weerszijden van de bosweg zien we veel steeneiken en olijfbomen, met hier en daar tussendoor ook mooie geelbloeiende bremstruiken.
Een groot aantal bomen wordt belaagd door een parasiet, die zich in de vorm van een soort witte schubben rondom de takken en de boom vermeerderen.
Ze zitten niet alleen op bomen, maar ook op struiken en in de laag bij de grond groeiende planten. Vooral bij de kleine struiken kun je zien dat door deze parasiet die struiken ten dode zijn opgeschreven.
We komen verderop nog andere caminopalen voorbij.
En als we dan na heel veel kilometers dit grote bos hebben verlaten, wandelen we door het open veld in de richting van een autosnelweg, waar we - daar eenmaal aangekomen – een eindje parallel aan lopen.

Eerst koffie en dan over de Puente Valimbre
Dan gaan we door een viaduct onder de autosnelweg door, en tot onze verrassing staan daar dan zomaar twee geelgeverfde betonnen caminopauzebanken op een kruising van veldwegen.
Het is nu al 11:30 uur en we hebben dus bijna 2,5 uur onafgebroken gelopen, dus het is voor ons de hoogste tijd voor de koffiepauze van de door ons zelf meegenomen koffie en broodjes.
 We doen de trui en de jas weer even aan zolang we stil zitten, want de wind is nog wel behoorlijk fris. Maar de zon schijnt af en toe volop tussen de dikke wolken door, en als we dan op het caminobankje zitten, genieten we volop van deze koffiepauze in het verwarmende zonnetje.
Een half uur later arriveren we bij de Puente Valimbre, een hele oude Romeinse boogbrug, die hier over de Río Turienzo ligt. 
We steken deze bijzondere boogbrug over, en houden zo droge voeten bij de oversteek van de waterloop.

Door Celada de la Vega
Dan gaat het verder over niet al te brede veldpaden heuvel op en heuvel af.
Als we over een heuvelkam lopen, zien we voor het eerst de torens van de kathedraal van Astorga in de verte.
Waar we over veldpaden bijna een asfaltweg raken, lopen we er toch weer van af, geleid door de gele caminopijlen langs de route. Vanaf de doorgaande asfaltweg roepen twee mannen vanuit de diepte dat we die asfaltweg moeten volgen.
Maar wij kiezen ervoor om – in tegenstelling tot wat ook in de Organic Maps-app staat - de caminopijlen te blijven volgen, en ook die route voert ons uiteindelijk naar het dorpje Celada de la Vega.
In het dorp worden we bij een woonhuis serieus gewaarschuwd diens terrein niet te betreden. Deze hond met blafdienst blijft ons rondom de tuin blaffend volgen, totdat wij uit zicht zijn,
We komen langs de dorpskerk, en dan verlaten we Celada de la Vega.

Astorga in zicht
Een kwartier later krijgen we de stad Astorga al beter in zicht.
We wandelen over mooie veldpaden door een heuvelachtig landschap, en vooral als we weer een heuveltop hebben bereikt, krijgen we steeds beter zicht op de stad Astorga.
Om 13:15 uur wandelen we de bebouwde kom binnen van Astorga.
Langs een drukke verkeersweg gaan we voort in de richting van het stadscentrum van Astorga.
We gaan over een brede calzada bergop in de richting van het oude stadscentrum.

Druk in Astorga
Aangekomen op de Plaza Mayor merk je pas goed hoe druk het is in de stad op deze zonnige zondag.
Inwoners van Astorga en toeristen en pelgrims lopen kriskras door elkaar over de pleinen en door de straten van Astorga.
Aan de overzijde van het stadsplein, tegenover het stadhuis aan het plein gaan we een smallere straat in.
Links op een kopgevel staat een prachtige muurschildering.
We lopen door een straat met de klinkende naam ‘Calle Santiago’.
We blijven de camino-wegwijzers in de stad volgen, en arriveren om 13:45 uur op het langgerekte stadsplein.
Vóór ons staat de kathedraal van Astorga. Een muziekkorps komt vanaf het feestterrein van het Spaanse kazenfestival al musicerend aanlopen.
Van de kathedraal lopen ze naar en langs het bisschoppelijk paleis van Astorga, dat een ontwerp is van de Spaanse architect-kunstenaar Gaudi.
Een Spaanse tiener maakt enkele foto’s van ons beiden, staand voor het bisschoppelijk paleis en direct daarna staand vóór de kathedraal. Daarmee hebben we in elk geval enkele mooie aankomstfoto’s van ons volbrengen van de Vía de la Plata.
 

Verblijf in Astorga
Bij de VVV aan het plein halen we een stempel voor onze stempelkaarten van de Via de la Plata. Dat is het eindstempel, want we zijn hier vandaag immers aangekomen op het eindpunt van de Vía de la Plata.
We kijken nog even bij de ingang van de kathedraal van Astorga, onder andere bij het enorme timpaan van deze grote kerk.
Dan gaan we op zoek naar een horecagelegenheid waar we even iets kunnen eten en drinken, want onze aankomst in Astorga en daarmee het voltooien van de gehele Vía de la Plata willen we ook vieren met z’n tweeën.
Op het terras van restaurant Different bestellen we twee gerechten, en dan krijgen we met deze twee componenten een heerlijke maaltijd voorgeschoteld, waarmee we vaststellen dat het zoveel en zo goed is, dat we vanavond niet weer de stad in hoeven voor een warme avondmaaltijd.
We gaan eerst naar de accommodatie  ‘Apartementos Turisticos Juegeo de Cañas’ die we voor vannacht hebben geboekt, en dan bekijken we daar later op de middag en in de avond nog wel even wat we nog nodig hebben voor vandaag en morgen.
Morgenochtend vertrekken we met de bus vanuit Astorga naar Ponferrada, want daar willen we overmorgen aanvangen met de ‘Camino de Invierno’ naar Santiago de Compostela.

Resumé van de Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
De Vía de la Plata hebben we vandaag geheel voltooid. Dat deden we in twee opeenvolgende jaren als volgt:
  • Vorig jaar (2025) pelgrimeerden we van 21 maart tot en met 12 april 2026 van Sevilla naar Salamanca de afstand van 506,8 kilometers in een tijdsbestek van 23 wandeldagen. Dat is gemiddeld circa 22 kilometer per etappe.
  • Dit jaar (2026) pelgrimeerden we van 22 april tot en met 3 mei 2026 van Salamanca naar Astorga de afstand van 204,9 kilometers in een tijdsbestek van 11 wandeldagen. Dat is gemiddeld circa 18,7 kilometer per etappe.
  • In die twee jaren (2025 & 2026) pelgrimeerden we derhalve noordwaarts door Spanje van Sevilla naar Astorga over een totale afstand van 711,7 kilometers in een tijdsbestek van 34 wandeldagen. Dat is gemiddeld circa 21 kilometer per etappe.
  • Bij de voorbereiding en tijdens het bewandelen van de Vía de la Plata hebben we gebruik gemaakt van de volgende vier wandelgidsen: A. ‘Vía de la Plata’ van Cordula Rabe, in de Nederlandstalige versie van 2023; en B. ‘Spanien: Jacobsweg Vía de la Plata’ van Raimund Joos, in de Duitstalige versie van 2019; en C. ‘La Vía de la Plata and Camino Sanabrés’ van Nicole Bukaty, in de Engelstalige versie van 2023; en D. ‘Vía de la Plata’ van Hans van den Breul, in de Nederlandstalige versie van 2025.
  • De verschillende wandelgidsen kennen een eigen etappe-indeling, met - uitgaande van hun eigen uitgangspunten - onderling verschillende etappe-afstanden. Daarom hebben wij bij de bepaling van onze eigen etappe-afstanden per etappe het gemiddelde genomen van de hier genoemde wandelgidsen die zo’n etappe beschrijven. Voordeel van het gebruiken van meerdere wandelgidsen is dat we vooraf en tijdens de pelgrimstocht een goed beeld kregen van alle ins en outs inzake de volgende etappes, waaronder voorzieningen zoals bars, winkels en overnachtingsaccommodaties. Dan zie je ook welke afwijkende route-variaties de afzonderlijke wandelgidsen vermelden, waaruit we in dergelijke situaties een weloverwogen keus konden maken ten aanzien van de door ons te lopen variant.
  • Wat bij pelgrims nog wel eens de nodige verwarring oproept, is het feit dat sommige wandelgidsen de Vía de la Plata laten lopen van Sevilla naar Granja de Moreruela, en die daar dan foutief als Vía de la Plata naar het westen laten aftakken via de Camino Sanabrés naar Santiago de Compostela. Historisch gezien is dat onjuist, omdat de Romeinse route van de Vía de la Plata vanuit Granja de Moreruela naar het noorden tot in Astorga doorloopt.
  • De Duitstalige wandelgids van Raimund Joos noemt deze aftakking de zogenoemde ‘Mozarabische Jacobsweg’, wat dan weer verwarring oproept met de ‘Camino Mozárabe’, die vanuit het Zuid-Spaanse Almería noordwaarts tot aan Mérida loopt, waar je dan over kunt stappen op de Vía de la Plata, die op haar beurt vanuit het zuiden vanuit Sevilla door Mérida en via Granja de Moreruela naar Astorga loopt. 
  • De Engelstalige wandelgids van Nicole Bukaty maakt wel onderscheid tussen de Vía de la Plata en de Camino Sanabrés, want laat de pelgrims de Vía de la Plata verlaten in Granja de Moreruela, om dan over de Camino Sanabrés verder te lopen naar Santiago de Compostela, hetgeen de meeste pelgrims ook doen. 
  • Toen Durkje en ik bijvoorbeeld in Granja de Moreruela overnachtten, waren wij daar - voorzover wij dat konden zien - met totaal 17 pelgrims, waarvan wij samen de enigen waren die de Vía de la Plata vervolgden om die af te ronden in Astorga, en alle andere 15 pelgrims draaiden daar van de Vía de la Plata af. 
  • Nicole Bukaty noemt overigens de voortzetting van de Vía de la Plata van Granja de Moreruela tot in Astorga in haar Engelstalige wandelgids de zogenoemde ‘extension’, ofwel de verlenging van de Vía de la Plata.
  • Durkje en ik hebben de combinatie van deze pelgrimsroutes niet in het noorden gezocht en gevonden, maar in het zuiden van Spanje, want in 2024 pelgrimeerden wij op de Camino Mozárabe van Almería naar Mérida, waar we over konden stappen op de Vía de la Plata. Daarna startten we in 2025 ten zuiden van Mérida in Sevilla op de Vía de la Plata, om vervolgens eerst naar Mérida te lopen, en daarop aansluitend de Vía de la Plata via Granja de Moreruela te voltooien in Astorga, waar de Vía de la Plata eindigt op de Camino Franchés, richting Santiago de Compostela. 

Geen opmerkingen: