| Vanuit Kamp Oranje terug naar het grijze veld |
Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland
De turfvaarten in Zuidoost-Fryslân zijn eeuwenoud en vaak met de hand gegraven.
De zogenoemde 'Turfroute' verbindt sinds 1974 al die vaarten met elkaar. De kanalen met haaks daarop sloten, bossen, elzensingels, heide, weiden en beekdalen geven het gebied een eigen charme.
In twintig pakkende verhalen en routes slaan de journaliste Janneke Donkerlo en de schrijver van routegidsen Fokko Bosker als het ware bruggen tussen de vaart en het omliggende landschap. Zij nemen het water als vertrekpunt voor hun rondwandelingen en fietstochten door dit rijk geschakeerde landschap van coulissen van elzen- en eikensingels, in een fijnmazig patroon van vaarten en wijken.
Resultaat van hun werk is de in 2024 uitgegeven routegids 'Wandelen & fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland'.
23 tochten met een totale lengte van 746,9 kilometer
Deze routegids bestaat uit 11 fietstochten en 12 wandeltochten, die Durkje en ik van plan zijn om alle te gaan wandelen.
- Tien fietstochten hebben een totale lengte van 387,4 kilometer, waarvan de kortste 13,7 km en de langste 63,4 km lang is.
- De twaalf wandeltochten hebben een totale lengte van 134,5 kilometer, waarvan de kortste 4,6 km en de langste 15,9 km lang is.
- De veel langere 'Fiets-Turfroute' door Zuidoost-Fryslân heeft een totale lengte van 225 kilometer.
De 23 tochten hebben derhalve een totale lengte van 746,9 kilometer. We zijn van plan die afstand te bewandelen in 36 dagetappes, variërend tussen de 15 en 33 kilometer per dag, zo mogelijk in combinaties van (delen) van die wandeletappes en fietsetappes.
Rondje Ravenswoud
Vandaag zijn we van plan om het kleinere, noordelijke rondje van de 37,6 kilometer lange Fietsroute 1 te bewandelen, van Ravenswoud via Fochteloo door het Fochteloërveen, en daarna weer terug naar Ravenswoud, met een lengte van 19,8 kilometer.
We vertrekken daartoe vanuit Feinsum om 8:20 uur, en rijden dan met de auto naar de Boksloot, die langs Ravenswoud stroomt. Bij de rijksmonumentale brug over de Boksloot laten we onze auto achter in de berm van de Compagnonsweg.
Bij vertrek vanmorgen in Feinsum is het 2 graden Celsius, en in Ravenswoud is de temperatuur bij aankomst om 14:15 uur inmiddels opgelopen naar 6 graden Celsius.
Het is de hele dag mistig, van hele dichte mist (met een zicht van zo'n 100 meter) tot licht mistig aan het eind van de etappe, en het waait eerst nauwelijks, en aan het eind van deze tocht waait het licht. Gelukkig blijft het droog, en de hele etappe loop je als het ware in een klein wereldje, met nauwelijks ver-zicht.
Eerst naar en op het Zuideinde
Om 9:15 uur gaan we in Ravenswoud van start bij de brug over de Boksloot, om na de oversteek via die brug in westelijke richting de Compagnonsweg op te lopen.
Aan het eind ervan gaan we iets zuidelijker het zogenoemde Parachutistenpad op, dat ook het Zuideinde wordt genoemd. Op het Zuideinde loop je eerst door het open veld, en verderop gaat het dan verder door een singel, tot aan de kruising met (ook) het Zuideinde.
Daar gaat het dan over het Zuideinde verder in noordelijke richting. Voorbij de T-splitsing met de Vogelrijd passeren we op het Zuideinde de voormalige Nederlandse-Hervormde Kapel, nu een toeristische verblijfsaccommodatie, die ook wel de Pelgrimskapel wordt genoemd.
Enkele minuten later lopen we op het Zuideinde tussen twee begraafplaatsen door, met de nieuwe begraafplaats links van de weg, en het oude kerkhof rechts van de weg.
Op het oude kerkhof staat de klokkenstoel van Fochteloo, waarin twee luidklokken hangen, die vroeger hebben gehangen in de toren van de voormalige dorpskerk.
Van dat oude kerkje op de hoge bult van het kerkhof is niets meer te zien, dan alleen vier in de uithoeken opgestapelde kloostermoppen, zogenoemde Âlde Friezen, die als hoekstenen de contouren van het vroegere kerkje markeren.
Oude grijze smalle grafstenen kleden dit oude kerkhof aan, ter herinnering aan aloude tijden.
Fochteloo
Aan het begin van het parkeerterrein bij het voetbalveld van Fochteloo staat een bijzonder kunstwerk van de beroemde Friese kunstenaar Anne Woudwijk uit Drachten, die hier een kunstwerk in drie losse steen-elementen heeft staan, die gedrieën een korhoender voorstellen, de vogel die hier al decennia terug helaas is uitgestorven.
Om 10:30 uur wandelen we de bebouwde kom van Fochteloo binnen.
Links van de weg staan in het mistige weiland twee pony's bij een ruif, ons tijdens het passeren in alle stilte gadeslaand. Het is een stille entree in dit zo mistig-stille landschap.
Nu hadden we op een bord zojuist al gezien dat Fochteloo een dorpscafé heeft, en dan hoop je dat het geopend is om er een kop koffie te kunnen drinken, maar tegelijk denk je bijna zeker te weten dat zo'n café in dit dorpje van zo'n vierhonderd inwoners op zo'n vroege zaterdagochtend gesloten zal zijn.
Toch, als we bij het café komen, zien we een in lichtletters oplichtend 'open' achter het caféraam hangen. Op het bordje bij de deur staat dat het café op zaterdag pas om 11:00 open gaat, en dan zien we iemand in het café ons groeten met een handopsteken. We voelen aan de deurkruk en kunnen zowaar al naar binnen, waar we gastvrij worden ontvangen door café-eigenaar Van Weperen, die eerder dan gebruikelijk zijn café al heeft geopend, en ons direct voorziet van een fikse mok koffie.
Tijdens het koffiedrinken ontspint zich een goed gesprek met cafébaas Van Weperen, die ons een prachtig fotoboek laat zien, waarin 22 markante dorpscafé's van Fryslân worden beschreven in woord en beeld, waaronder ook dit dorpscafé 't Korhoen.
Na deze aangename koffiepauze gaan we ter hoogte van het kunstwerk van de Korhoenders van het Zuideinde over op het Noordeinde.
Kamp Oranje
Ter hoogte van de Sociale Voedseltuin 'De Kleine Boerderij' verlaten we het Noordeinde, om daar een klein bosperceel binnen te lopen.
Hier betreden we een berucht kampterrein van het zogenoemde Kamp Oranje, dat tientallen jaren onderdak heeft geboden aan ten eerste de Arbeidsdienst, ten tweede de gevangengenomen NSB-ers, daarna aan de Vrijwilligers voor Indië en vervolgens aan de Repatrianten vanuit Nederlands-Indië, en tenslotte aan de in Nederland tijdelijk in de barakken gehuisveste Molukkers. Heel bijzonder welk een uitzonderlijke geschiedenis zo'n bosje hier midden in het open veld nabij Fochteloo heeft geschreven. Nu resteren er alleen nog paden door het bos, geasfalteerd en onverhard.
De stilte op deze mistige winterdag spreekt hier als het ware boekdelen over een de roerige historie vol menselijke emoties.
Waar we op de Veenweg Kamp Oranje verlaten, gaan we wederom de dichte mist in van het grijze open veld. Links van de weg, in de schaduw van het bosperceel ligt nog sneeuw op de akker.
En vóór ons alleen een dichte mist over weg en veld.
Kamp Ybenheerd
Maar we laten de roerige Nederlands-Indische geschiedenis nog niet achter ons, want verderop gaan we wederom zo'n klein bosgebied in, waarin zich vroeger het zogenoemde Kamp Ybenheer bevond.
In een tijdsbestek van zo'n vijftien jaar rond de Tweede Wereldoorlog werden in dit kamp achtereenvolgens allerlei doelgroepen in de hier gebouwde barakken gehuisvest, waaronder zogenoemde Contractbrekers, Joodse mannen (afgevoerd naar Kamp Westerbork), Moeilijke jongens, Limburgers, Onderduikers, NSB-ers en Zuid-Molukse militairen.
Op zo'n mistige, winterse dag krijg je er enig gevoel bij en veel respect voor hoe verschrikkelijk het voor veel mensen moet zijn geweest om hier in dit kamp in dit verlaten veengebied tijdelijk gehuisvest te zijn, soms zonder hoop en vol vrees voor wat al dan niet komen zou.
Fochteloërveen
Als we ook dit bosperceel verlaten, gaan we weer het open veld in, nu van het Fochteloërveen. In en langs de rietkragen van dit veengebied ligt hier en daar nog een restant sneeuw, en ook ijs op het water.
We komen dan uit de voor het doorgaande verkeer al enige tijd geleden afgesloten weg van het Fochteloërveen, die we volgen tot voorbij de Parkeerplaats en de Vogelkijkhut van het Fochteloërveen. Daar draaien we een wandel- en fietspad op, langs een waterplas met een ijzige rand, die ons naar de Lycklemevaort voert.
Die Lycklemevaort blijven we volgen, totdat we bij de splitsing met de Meester Lokstraat een houten bank vinden, waarop we onder de druppende bomen in de mist plaatsnemen voor onze lunchpauze.
Grensweg tussen twee provinciën
Daarna blijven we alsmaar die Lycklemevaort volgen, tot aan de Fries-Drentse provinciegrens. Vanaf dit punt gaat het dan in zuidelijke richting verder over die tweeprovinciën-weg, de Menneweg, onder andere langs de NAM-locatie
Net voorbij de Kymmelswijk gaat het dan rechtsaf, een betonpad op in de richting van Ravenswoud.
Aangekomen op de Compagnonsweg gaan we die volgen, om even later de bebouwde kom van Ravenswoud binnen te lopen.
Aan het eind van de Eerste Kruuswiek komen we langs het kunstwerk van Hein Mader.
En direct daarna passeren we het beeld van De Veengravers (1979), van Wilma Burgers-Gerritsma.
Nu hoeven we alleen nog maar de Compagnonsweg uit te lopen, tot aan de brug over de Eerste Wiek.
Hier staat onze auto geparkeerd, waarmee we na het boodschappen in Appelscha eerst naar mim gaan voor onze koffievisite, en tot slot aan het eind van de middag naar huis terug rijden.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten