zaterdag 27 augustus 2011

Pelgrimeren van Lachau naar Cappelat

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Lachau naar Cappelat
Zaterdag 6 augustus 2011 – 18 km.
Dag 101: 2132,5 – 2150,5 km.

Als we om 6.30 uur opstaan, is het droog, maar wel zwaarbewolkt. We brengen de auto aan de overzijde van de rivier de Maure, over de brug van de D413 nabij Cappelat. Dan fietsen we van Cappelat via Cancon en Lougratte naar Lachau. Al vrij spoedig in het dal van de Maure begint het te regenen, en ook zoveel dat het regenpak aan moet om niet direct al nat te worden alvorens de wandeling van 18 kilometer van vandaag nog moet beginnen. Halverwege de fietstocht wordt het weer droog en kan de regenkleding in de fietstassen. In Lachau laten we de fietsen achter. Precies op het moment dat we gaan lopen, begint het weer te regenen. Het regent niet hard, dus we kunnen prima wandelen met de paraplu. Dan lopen we - evenals gisteren - langs de watertoren van Lachau. We gaan op de splitsing van Lachau rechtsaf naar Rocadet.

We lopen in de regen door naar het gehucht Daudou.
Bij Daudou gaan we het dal in. Verderop klimmen we het dal uit in de richting van Millac. Inmiddels regent het niet meer.
Over een asfaltweg klimmen we naar de 16e-eeuwse kerk van het gehucht Eglise de Millac. Deze kerk heeft een voor deze streek zo karakteristieke klokkengevel.
Vanuit Millac klimmen we over de asfaltweg verder naar de kamweg, die over de heuvelkam van de volgende heuvelrug loopt. We kruisen ook deze kamweg en gaan het volgende dal in, om aan de overzijde weer over de volgende helling dit dal uit te klimmen via een dalpad.
Boven aangekomen, steken we de daar liggende geasfalteerde kamweg over. We lopen langs een bosperceel omlaag en komen uit in het gehucht Périllac.

Langs enkele boomgaarden lopen we over veldpaden vervolgens naar het hooggelegen Cancon.
Door een buitenwijk, langs de scholengemeenschap, het gemeentehuis en de overdekte markthal komen we in de hoofdstraat van Cancon bij Café du Commerce. Hier gaan we naar binnen voor een koffiepauze.
Na deze rustpauze na onze eerste zes kilometer van vandaag steken we de N21 over en dan komen we in het hoger gelegen deel van Cancon, bestaande uit een wirwar van een aantal hele oude woonstraatjes uit de 14e, 15e en 16e eeuw. Van één van de panden staat alleen de gevel nog overeind. De rest van de woning is gesloopt en wordt momenteel van binnenuit weer opgemetseld. Bouwsteigers staan tegen de gevel, waarvan het oude pleisterwerk is verwijderd. Veel van deze oude huizen zijn gebouwd in vakwerkstijl.

Voorbij Place des Maronniers volgt een steile klim naar het hoogste punt van Cancon, het uitzichtspunt, waar vroeger het kasteel van Cancon op heeft gestaan.
Bij de restanten van de oude vestingmuur en bij de basis van de oude kasteeltoren bereiken we het uitzichtspunt. Dit voormalige kasteel is gebouwd op een hoge rotspunt.
We hebben vanaf hier een schitterend panoramisch uitzicht over de hellingen van de Hoge Agennais rond Cancon en over de stad Cancon. In de verte zien we de watertoren, waar we twee uren geleden onze wandeldag aanvingen.
In de afdaling gaan we vervolgens links om de restanten van de 12e-13e-eeuwse ringmuur heen. Dan dalen we over een steil en smal voetpad. Even later wandelen we Cancon uit in westelijke richting langs de D124.

Vlak voor Lamouthe verlaten we de D124 om langs enkele boomgaarden naar de notencoöperatie van Lamouthe te gaan.
We lopen achter de coöperatie langs, vervolgens over het erf van een boerderij en dan lopen we achter die boerderij over een dam tussen twee vijvers door. De brandweer heeft een pompsysteem in de vijver aangelegd, om hier het bluswater vandaan te halen. We lopen rechtsaf om de rechter vijver heen en gaan dan verder over enkele veldpaden. Op één van die veldpaden zien we enkele meters vóór ons een ree met een jong oversteken tussen het maïsveld links en het zonnebloemenveld rechts van ons. Eerst kijkt de volwassen ree goed uit of het veilig is om het veldpad over te steken en dan verdwijnt ze tussen het hoge maïs. Direct daar achteraan komt het reekalfje.

We komen uit in het gehucht Genestat.
Op het erf van de boerderij van Genestat staat een oude schuur met daarop een Duiventoren.
We komen door het gehucht Lacapelle en passeren daarna Moulinet. Vlak voorbij Moulinet komen we bij een stenen brug over de beek Mangane. We nemen een etenspauze op één van de brugmuren van deze brug. Na deze rustpauze passeren we de gehuchten Les Allemans en Laporte. We lopen over een breed veldpad door een hele grote boomgaard. Hier staan appelbomen met enorme gele appels.
Verderop staat een rij bomen met kanjers van nectarines.
We passeren ook een bomenrij met kiwi’s.
En voorts lopen we tussen grote percelen pruimenbomen door. De grond onder de pruimenbomen ligt bezaaid met afgevallen pruimen. De bodem onder de bomen kleurt paars onder de lange rijen pruimenbomen.

We lopen eerst langs de bosrand en daarna door het bos van Monbahus. Voorbij het bos komen we op een plateau, waar we een asfaltweg volgen. Verderop volgt een heel smal, hol en voor ons afdalend bospad. Je kunt zoals zo vaak in het bos merken dat we de eersten zijn die hier vandaag passeren, want om de haverklap lopen we met ons gezicht in een spinnenweb. Het bospad gaat over in een veldpad langs al weer geploegde akkers en langs nog bebouwde akkers. Voordat we een asfaltweg oversteken, komen we nog langs een grote boomgaard met hazelnootbomen. De bomen hangen vol bijna volgroeide hazelnoten.

Aan de overzijde van de asfaltweg steken we een beekje over via een oude brug met nieuwe brugleuningen. We zijn hier ter hoogte van het gehucht Pont Vieux.
Even later passeren we het gehucht La Vassale.
Vanaf de volgende kruising van asfaltwegen gaan we rechtsaf over de D413. Even voorbij Auliac komen we langs een huis dat aan de weg staat. Op het erf blaft een grote zwarte loslopende hond, maar hij komt niet in de buurt van de weg. Van rechts komt een andere hond aanlopen, die een eind met ons mee wandelt. De hond loopt voortdurend – ondertussen nadrukkelijk om aandacht vragend - een eindje met ons mee. Als we via de brug de rivier de Maure oversteken, loopt hij nog even mee, totdat we daar bij onze auto arriveren.
Hier laten we de hond achter.

Wij rijden met de auto weer terug naar Lachau om daar onze fietsen vandaan te halen. Tenslotte gaan we terug naar de municipal camping in Lougratte. Het was vandaag niet zo’n lange tocht, maar ondanks de regen aan het begin van de dag toch wel een heel mooie wandeltocht. Prachtige veldpaden, mooie gehuchten, Cancon met haar hoge panorama en al die boomgaarden met bomen vol bijna rijp, rijp en overrijp fruit. Allemaal op één dag in 18 kilometer en ruim binnen vijf uren wandelend te zien en te beleven.

Pelgrimeren van Mandacou naar Lachau

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Mandacou naar Lachau
Vrijdag 5 augustus 2011 – 20,5 km.
Dag 100: 2112 – 2132,5 km.

Om 6.20 uur tikt de regen op het dak van de caravan. Om 6.25 uur horen we het onverbiddelijke geluid van de wekker. Ja, met dit weer is het wel heel aantrekkelijk om je nog een keer om te draaien in je bed en te wachten tot het stopt met regenen. Toch staan we op. Immers,’ Ultreia!’, is wat pelgrims elkaar toeroepen. ‘Geef niet op, ga door, houd vol, houd goede moed’. Dus staan Durkje en ik toch op om ons klaar te maken voor deze dag, al weer onze 100e pelgrimsdag! Tegen 7.45 uur rijden we met de auto vanaf de camping door het dorp Lougratte om de auto naar de watertoren van Lachau te rijden, tussen de dorpjes Tourette en Rocadet, die beide zo’n drie kilometer liggen verwijderd van onze camping. Het regenpak moet aan, want het regent voortdurend. We laten de auto achter aan de voet van de watertoren en fietsen in de regen door Lachau naar de N21, de weg van Lougratte naar Bergerac. We fietsen over de N21 tot aan Plaisance en verlaten dan de N21 om nog een kilometer door te fietsen naar het dorpje Mandacou, waar we gisteren onze wandeling beëindigden. Het regent nog steeds en het ziet er beslist niet naar uit dat het spoedig droog zal worden. Daarom verwisselen we de regenjassen voor de regencapes en laten we de fietsen achter in Mandacou.

Tegenover de dorpskerk gaan we een glibberig, dalend bospad in.
Na de afdaling volgt een klim over hetzelfde pad, nog een stukje asfalt, en tenslotte een brede stenige weg door een bosperceel, langs de oude steengroeve.
Het stenige pad voert ons naar het gehucht Pindrat, waar we doorheen lopen.
We gaan door een bosperceel, steken de D25 over, gaan weer door een bosperceel en steken bij de molen van La Pouge de beek Banège over. Daarna gaan we door La Pouge, steken de asfaltweg van Eyrenville over en volgen we het voetpad naar Fontenelles. We gaan in zuidelijke richting verder en komen door Bonnefon. Voorbij Bonnefon nemen we de lange asfaltweg naar Le Pont de Cause, waar deze asfaltweg de N21 kruist. Onderweg steken we met een stenen brug het riviertje de Mauroux over. Dit is de grens waar we de Dordogne achter ons laten en nu Lot-en-Garonne binnenwandelen.

We vervolgen deze asfaltweg tot aan de N21. Bij de pruimendrogerij van Maître Prunille steken we de N21 over, om via de wegkant deze drukke verkeersweg in zuidelijke richting te volgen.
We steken met de brug van de N21 de rivier de Dropt over, lopen nog zo’n 300 meter verder en gaan dan bij de eerstvolgende kruising linksaf in de richting van Cousin. Vlak nadat we de rivier de Douyne zijn overgestoken, gaan we over een veldpad in zuidelijke richting. We stijgen langs de rand van een populierenbos en een notenaanplant. Het is een begroeid veldpad met hoogopgaand gras, dus binnen de kortste keren zijn onze sokken in de zogenoemde waterdichte wandelschoenen door en door nat. Het regent nog steeds, maar de lucht wordt iets lichter. Zou de regen dan toch nog stoppen vandaag? Bij La Ferrette komen we weer op asfalt. Heel langzaam is het droog geworden. We wagen het erop en trekken hier de regencapes en de regenbroeken uit. Vanaf hier zien we in de verte het hooggelegen dorp Castillonnès liggen, waarnaar we nu op weg zijn.
We passeren een oude molen.

Vlak vóór Castillonnès gaan we verder op de D121. We passeren een betrekkelijk nieuw bejaardenhuis en het zwembad. Naast het zwembad staat een kilometragepaal, waarop staat dat het vanaf hier nog 1188 kilometer is naar Santiago de Compostela.
We klimmen naar de ‘vestingstad’ en komen bij de dorpskerk deze ‘bastide’ binnen. In de kerkzaal vinden we tegen de muur een wijwaterbak gemetseld, die de vorm heeft van een Jacobsschelp, zoals je ze wel vaker in kerken onderweg ziet.

We arriveren op het Place des Cornières van Castillonnès. Hier staat een 13e eeuws abtshuis, dat nu in gebruik is als VVV en als expositieruimte. Inmiddels is de zon gaan schijnen en begint de temperatuur aardig op te lopen. We steken het plein diagonaal over om onder de arcade bij café-restaurant Arcade koffie te drinken. Dat is een aanrader, want je zit hier mooi met het zicht op het eeuwenoude plein, de koffie is goed en royaal qua hoeveelheid èn het is hier gezellig druk. Na onze koffiepauze wandelen we langs de overdekte markthal op de hoek van dit plein. Enkele regionale handelaren verkopen hier hun streekproducten.

Vanaf het plein wandelen we de Grand Rue in. Vanuit de Grand Rue heb je nog een mooi uitzicht op de markhal en op Place des Cornières.
Via de D2 wandelen we Castillonnès uit.
Tegenover de begraafplaats van Castillonnès staat een wegwijzer van de GR654, die aangeeft dat we hier rechtsaf moeten om op de ‘Chemin de St. Jacques’ te blijven. Eerst door een woonwijk en later via een veldpad gaan we naar Grand-Castang. Hier wandelen we langs de Pruimenboomgaarden èn om de gebouwen van Grand-Castang heen.

Via asfaltwegen gaan we door La Casse, langs Paris (‘Paris Est’ staat er bij het huis) en langs Petit Paris. Dan komen we weer bij de rivier de Douyne. We pauzeren op de stenen brugmuren, om hier wat te eten en te drinken.
Het blijft de rest van de dag droog en de temperatuur is aangenaam. Na deze pauze klimmen we aan de overzijde van de Douyne omhoog naar de beboste heuvelkam en daar volgen we eerst naar het zuidoosten en verderop naar het zuiden een schitterend heuvelkampad van enkele kilometers lengte. Voorbij Mongrieu en vlak vóór Couly komt dit onverharde kampad uit op een asfaltweg.

We steken de asfaltweg over en gaan over een andere asfaltweg naar het gehucht Tourguy. Een hondje verwelkomt ons blaffend van verre, en hij komt in onze richting, maar als we hem plotseling te dicht naderen, rent hij bij ons weg en blijft op grotere afstand ons in de gaten houden.
Voorbij Tourguy nemen we een veldpad in de richting van Tourette. Dit pad tussen de akkers door is door veelvuldig gebruik met paarden over de volle breedte bijna vertrapt, dus het valt niet mee om hier zonder al te dikke kluiten onder de wandelschoenen en zonder glijpartijen dit veldpad te volgen.
Via dit pad komen we uit bij de dorpskerk van Tourette.
Via de asfaltweg verlaten we Tourette.
We wandelen van Tourette naar de hooggelegen watertoren van Lachau.
Dit is onze eindbestemming voor vandaag. Hier staat onze auto geparkeerd.

We rijden vervolgens met de auto naar Mandacou om onze fietsen daar weer vandaan te halen. Het is nu warm. De zon prikt en de temperatuur is nu 26 graden Celsius. De eerste helft van de wandeldag werd bepaald door de regen en de tweede helft van de dag door de zon. Omdat we vandaag dichtbij onze camping in Lougratte begonnen en arriveerden en de afstand van 20,5 kilometer ook vlot te bewandelen was, zijn we om 15.45 uur al betrekkelijk vroeg weer op onze camping. De zon schijnt nog lang vandaag, dus we hebben volop de tijd om onze waslijnen vol te hangen met alle natte kleren, regenkleding en de gele veiligheidshesjes, en om onze wandelschoenen van binnen en van buiten te drogen.
Na de warme maaltijd ligt alles al weer droog in de auto voor de nieuwe wandeldag van morgen.

Pelgrimeren van Bergerac naar Mandacou

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Bergerac naar Mandacou
Donderdag 4 augustus 2011 – 26 km.
Dag 99: 2086 – 2112 km.

Omdat Durkje en ik gisteren de caravan hebben verplaatst van Saint-Astier naar Lougratte, begint deze pelgrimsdag op de municipal camping van Lougratte. Eerst rijden we de auto met de fietsen achterop vanaf de camping in Lougratte naar Mandacou. De auto laten we achter bij de dorpskerk van Mandacou. Daarna gaan we op de fiets naar Bergerac. Onze fietsen stallen we op Place de la Republique in het stadscentrum van Bergerac. Onze wandeling begint vandaag aan de voet van de toren van de Eglise Notre Dame, waar we eergisteren eindigden.
We wandelen de voetgangersstaat Grand’Rue in en zien dan aan het begin van deze promenade een kilometragebord staan, waarop staat dat het vanaf hier nog 1234 kilometer is naar Santiago de Compostela.

Op één van de twee terrassen van Place du Marché-Couvert kiezen we een zitplaats om hier een kop koffie te drinken. Op één gast na zijn beide terrassen leeg, maar als we even later vertrekken, zijn al veel tafels en stoelen bezet. Het is nog maar 9.30 uur; de stad komt zichtbaar weer tot leven. Vier mannen zijn bezig om een flinke lading kratten en fusten met allerlei dranken naar binnen te sjouwen. Het moet allemaal over ons terras naar de bovenverdieping van de brasserie, waar we zitten. De krachtpatsers zweten van top tot teen, want het is zo vroeg in de ochtend al behoorlijk warm, bij een nu nog nagenoeg onbewolkte lucht. Vanaf het terras zien we verderop aan het eind van de voetgangersstraat al de kerktoren van de Sint-Jacobskerk.

Na onze koffiepauze wandelen we dóór de Grand’Rue in de richting van deze kerk, die vroeger de verzamelplaats was voor pelgrims. We passeren eerst nog een bakkerswinkel, die naast alle andere soorten brood ook Sint-Jacobsbrood verkoopt.

De Sint-Jacobskerk staat aan de Sint-Jacobsstraat, ofwel de Rue St. Jacques.
De toegangsdeur van de kerk is helaas op slot en op de deur staat dat de kerk pas vanaf 14.30 uur geopend zal zijn. Dat is jammer, dus we gaan nu verder zonder deze pelgrimskerk te hebben bezichtigd. We lopen om de kerk heen en vinden aan de torenzijde het standbeeld van Cyrano de Bergerac.
In de kerktorenmuur zien we een kerkraam, met daarin – als we het goed hebben gezien – de figuur van Sint Jacobus. Het ware mooi geweest om dat kerkraam van binnenuit te kunnen bekijken, omdat je het dan naar het licht toe veel beter kunt bekijken, maar aangezien de kerk is gesloten, kan dat nu niet.

We gaan verder en steken het 14e-17e-eeuwse Place Pélicière over.
In de Rue des Mazeaux wandelen we even de verscholen binnenplaats van het Wijnhuis-Wijnmuseum binnen. Prachtig is het om ook dit oude stukje stad te bekijken.
Verderop passeren we de protestantse kerk van Bergerac en ervoor en erna diverse vakwerkhuizen. De stad is alleszins een bezoek waard, want in dit oude stadscentrum vind je op een beperkte oppervlakte vele eeuwen schilderachtige bouwhistorie.

Wandelend door de oude binnenstad komen we uiteindelijk uit aan de oever van de hier al brede rivier de Dordogne, die majestueus door deze stad stroomt.
We wandelen naar de oude brug, die hier over de Dordogne ligt.
Aan de overzijde van de brug kun je Bergerac mooi zien liggen; de kerktoren van de Notre Dame er hoog bovenuit stekend.
Aan de zuidzijde van de Dordogne ligt de buitenwijk La Madeleine. We bezoeken in La Madeleine de kerk. In de zuidmuur zien we een kerkraam met daarin de voorstelling van Petrus en Jacobus naast elkaar. Dat is mooi, want dan gaan we de stad Bergerac toch nog uit met het zicht op Saint Jacques.
Bijna een uur nadat we vanaf het terras vertrokken, wandelen we de stad Bergerac uit.

Na het kerkhof van La Beylive steken we de rondweg van Bergerac over. Voordat we dat doen, krijgen we als pelgrims nog een lesje ‘rondweg oversteken’. Vlak vóór de rotonde in de rondweg hangt een houten bord, waarop goedbedoeld staat afgebeeld dat we als zwaarbepakte pelgrims vooral via het zebrapad de rondweg bij de rotonde moeten oversteken.
Na de D13 en de C204 gaan we klimmend over een veldpad tussen de wijngaarden van de Bergerac, in de richting van Monbazillac. Halverwege verkrijgen we achteromkijkend een schitterend uitzicht over de stad Bergerac in het dal achter ons.

Bijna boven aangekomen, passeren we het wijn-Château Péroudier.
Na nog een eind verder klimmen, lopen we langs de vestingmuren van het 16e-eeuwse kasteel van Monbazillac. Getuige het aantal auto’s op het parkeerterrein binnen de kasteelmuren is het hier nu al een drukte van belang. De beroemde wijngaard van Château Monbazillac is zo’n duizend jaar geleden al gesticht door monniken. Men heeft hier dus een lange traditie van druiventeelt en wijnproductie.
Voorbij het kasteel bezichtigen we de dorpskerk van Monbazillac en daarna lopen we het dorp uit.

Via een asfaltweg en een veldpad komen we in Combet.
Daarna volgt een mooi en hooggelegen hellingpad langs Le Petit-Malfourat en dan komen we aan in het gehucht Bernasse. Jonge druivenstruiken staan hier nog kwetsbaar langs het pad.
We hebben al ruim elf kilometer aaneen gelopen, dus het wordt zo langzamerhand tijd om een rustpauze te nemen. Op de plaats waar we via een veldweg tussen de wijngaarden door een grote bocht moeten afsnijden van de D107 vinden we een hoge boerenwagen onder een aantal hoge bomen in de schaduw. Een mooie plek om gezeten op die wagen te pauzeren om wat te eten en te drinken. We hebben ondertussen een prachtig uitzicht over de wijngaarden om ons heen.

Over een smal bospad gaan we weer terug naar de D107. We passeren Les Bordarias. Voorbij Les Bordarias volgt een mooi veldpad tussen zonnebloemenvelden door.
Tussen het veldpad en de zonnebloemen staan veel andere planten, waaronder ook bloeiende korenbloemen.
Het veldpad gaat over in een bospad en komt uit nabij het 16e-17e-eeuwse kasteel van Bridoire.
We wandelen even later door het gehucht Les Costes.
Verderop passeren we eerst de molen van Les Gendris en even later de plaats Les Gendris ook.
Voorbij Les Gendris lopen we door Le Petit-Pey.
Vrij snel daarna volgen vlak achter elkaar de passages door de gehuchten Les Rhodes en Le Pigeard.

Voorbij Le Pigeard volgt een klimmend en een dalend veldpad. Na de afdaling in het dal, steken we een asfaltweg over en dan klimmen we over een veldpad naar La Verdure. Voorbij La Verdure gaat het veldpad verder.
In het volgende dal aangekomen, zien we oplopend rondom allemaal akkers. We gaan te midden van al die landbouwpercelen linksaf, in zuidoostelijke richting.
Na een klim over een breed veldpad komen we voorbij het gehucht Les Naudoux weer op een asfaltweg. Verderop passeren we het gehucht Cigale. Ook hier weer veel uitgebloeide zonnebloemen op de akkers.

Via een karrenweg en een asfaltweg dalen we af naar de beek Courbarieux, die we oversteken. Vanaf hier is het nog drie kilometer op onze 26 kilometer lange dagtocht van vandaag. Voorbij deze beek gaat het verder over een mooi breed bospad door het bosperceel La Grand-Font. Aan de overzijde van een asfaltweg volgt een onverharde weg naar Pépinié. De laatste afdaling over asfalt brengt ons eerst in Les Boulbennes, dat we passeren.
Een klein eindje verder arriveren we in Mandacou, onze bestemming voor vandaag.
Door dit idyllische en stille dorpje wandelen we naar de kerk met haar klokgevel.
Naast de kerk staat onze auto geheel in de schaduw van de oude, karakteristieke dorpskerk.

We rijden met de auto naar Bergerac en halen onze fietsen weer uit het stadscentrum vandaan. Daarna rijden we terug naar de gemeentecamping in Lougratte. Het was vandaag een warme wandeldag, eerst vrijwel onbewolkt, later wat meer bewolking en af en toe een briesje welkome frisse wind. Een hele mooie wandeldag langs schitterende wegen, paden, gehuchten, dorpjes en langs de route volop fruit, zoals: appels, pruimen, bramen en druiven.

Pelgrimeren van Montagnac-la-Crempse naar Bergerac

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Montagnac-la-Crempse naar Bergerac
Dinsdag 2 augustus 2011 – 21 km.
Dag 98: 2065 – 2086 km.

Vanmorgen brengen Durkje en ik eerst de auto van de camping in Saint-Astier naar Bergerac. De auto parkeren we in het centrum van Bergerac en dan gaan we op de fiets naar Montagnac-la-Crempse, het dorpje waar we gisteren onze wandeling stopten. Onderweg langs de N21 schuilen we voor een onweersbui. Om 10.30 uur vertrekken we voor een wandeling van 21 kilometer naar de stad Bergerac.

Tegenover de dorpskerk van Montagnac-la-Crempse gaan we het dal in. We lopen over een onverhard pad onder de huizen en tuinen van het dorp door. Op de splitsing waar we het dorp achter ons laten, staat een kruis in het veld.
Achter het kruis liggen flessen bronwater. Aan het kruis hangt een heel klein houten kruisje, gemaakt van twee takjes die met een touwtje op elkaar zijn verbonden. Op het voetstuk van het veldkruis is een blauw bordje geschroefd, met daarop de tekst: ‘Chemin de Compostelle’, ofwel: de Weg naar Santiago de Compostela. Twee Jacobsschelpen staan er passend bij afgedrukt.

We volgen het veldpad voorbij het veldkruis en komen na een klim in Leygonie, op het landgoed van het kasteel van Leygonie. Als we langs het kasteel zullen lopen, roept een man ons van ver aan met de mededeling dat het pelgrimspad niet vlak langs het kasteel loopt, maar met een iets ruimere bocht van ongeveer 20 meter verderop om het kasteel heen gaat. We volgen zijn aanwijzing en lopen zo rond en voorbij dit 18e-eeuwse riddergebouw met haar omliggende statige woningen.

Voorbij de splitsing van Les Bitarelles komen we over een asfaltweg door een bosgebied. Vlak vóór ons stopt een auto in de berm. Een oudere vrouw stapt uit om in de naast de weg liggende Kastanjeboomgaard de irrigatie te regelen tijdens deze warme dagen. We spreken even met haar bij haar auto en dan wenst ze ons ten afscheid een goede voortzetting van onze pelgrimsreis. We gaan verder en komen dan vóórin het dorpje Saint-Julien-de-Crempse. Bij het eerste huis rent een hond luid blaffend op ons af. Een man komt naar buiten gelopen om de hond terug te roepen. Hij houdt de hond bij zich in de tuin, zodat wij ongehinderd door kunnen lopen naar de hoek ter hoogte van de dorpskerk met klokkengevel, waar wij over een karrenpad de velden in gaan.

We lopen door naar het schilderachtige dorpje La Sudrie. Ongeveer de helft van de woningen is onbewoonbaar en staat leeg, de andere helft lijkt bewoond, maar bewoners zien we nergens.
Tussen La Sudrie en La Croix de Menaud passeren we op een hoekperceel lange stroken aardbeiplanten met veel rijpe, rode aardbeien.
Een klein eindje verder lopen we La Croix de Menaud binnen. Tegen de gevel van de eerste boerderij die we passeren , staat een bord met daarop de vermelding dat hier aardbeien te koop zijn. De erfhond blijft rustig tegen de boerderijgevel liggen als we hem passeren.

Daarna volgen enkele verharde en onverharde wegen, waaronder een mooi veldpad langs enkele laaggelegen vijvers.
In een lange klim over een veldpad komen we aan in het gehucht Breuilh; een boven op de heuvel liggende grote boerenhoeve.
Tegenover de boerderij gaan we over een dalend veldpad naar een bosperceel. Hier gaan we verder over een oud, diep uitgesleten bospad, buitengewoon mooi en waardevol om zo in stand te houden.

Beneden aangekomen, lopen we over de asfaltweg naar het dorp Maurens.
Op een bankje in de schaduw van de dorpskerk pauzeren we voor het eerst vandaag. In de tuin tegenover ligt een hond, die eenmaal blaft als we gaan zitten. Daarna ligt hij in de volle zon te hijgen, met de bek wijd open en de tong een eind naar buiten hangend. Het is een hete dag vandaag. Het is drukkend en de temperatuur loopt vandaag op tot 32 graden Celsius. Schaduwrijke pauzeplekken en wandelpaden met veel schaduw zijn ons dus bijzonder welkom vandaag. Aan de andere zijde van de kerk vinden we een kruidenierswinkel en een café. Op de deur staat dat ze beide sluiten om 13.00 uur. Het is nu 12.45 uur, maar beide zijn nú al gesloten. We kunnen dus geen nieuwe flesjes drinken kopen en een kop koffie in het plaatselijke café zit er dus ook niet in vandaag. Voorbij Maurens dalen we af en gaan we verder over een smal bospad door een komdal.

Verderop volgt een kilometers lang en breed wit stenig bospad. We lopen vol op de zon en er komt ogenschijnlijk geen eind aan dit pad. Geen zuchtje wind, dus onze eigen temperatuur loopt ook behoorlijk op. We drinken onderweg regelmatig om ons vocht goed op peil te houden. Waar het ellenlange bospad stopt, gaan we verder over eveneens warm asfalt in de richting van Pinceguerre. Daar gaan we tussen twee woningen door, langs een kooi met een aantal verschillende vogelsoorten, waaronder kippen, ganzen en enkele lawaaierige parelhoenders.

Het beschutte smalle bospad achter de huizen langs, door delen open veld en door kleine percelen bos is een aangename verpozing na het lange bospad van hiervóór. Voorbij het laatste bosperceel komen we weer in het veld aan. Hier liggen enkele wijngaarden, percelen met jonge aanplant en percelen met oude druivenstruiken.
Onderaan de oude druivenstruiken hangen grote en kleine druiventrossen.
We zijn nu overduidelijk gearriveerd in de wijnvelden van Bergerac, bekend om haar goede wijnen. Hier rijpen op dit moment de royale druiventrossen, die ons over geruime tijd de Bergerac-wijnen zullen leveren.

We komen door het gehucht La Curguétie.
Voorbij Curguétie lopen we wederom langs de wijngaarden met overdadig rijpe druiventrossen.
Via een asfaltweg komen we door het gehucht Grand-Jaure.

Daar volgen we enkele kilometers de kaarsrechte asfaltweg van Grand-Jaure, via Jaure-Haut tot aan de kruising met de N21, de weg van Perigueux naar Bergerac. Deze rechte asfaltweg die we bewandelen is de geasfalteerde verschijningsvorm van de voorheen oude Romeinse weg van Vilamblard naar Bergerac. Het is een saai stuk asfalt, met hier en daar mooie uitzichten over het dal waar Bergerac in ligt, en bovenal erg warm om te bewandelen. Vlak vóór de N21 slaan we af in zuidelijke richting, in de richting van Podestat en Bergerac. Vrij snel verlaten we deze binnenweg en gaan we verder door het betrekkelijk nieuwe stadspark dat hier is aangelegd. Er staan veel bloemen langs de witte parkgrindpaden. Overal om ons heen zijn bomen geplant, heel veel verschillende soorten; waardoor het wel een arboretum lijkt. Verderop is een recreatieplas aangelegd, waar vandaag door dagjestoeristen dankbaar gebruik van wordt gemaakt.

Het betrekkelijk jonge park biedt nog weinig beschutting tegen de felle zon. Nabij het beekje de Caudeau vinden we onder enkele oude bomen een bankje in de schaduw om aangenaam te verpozen, te rusten, te eten en vooral te drinken. Verderop steken we tweemaal de Caudeau over en dan arriveren we in een buitenwijk van Bergerac.

In een nagenoeg rechte lijn wandelen we vanuit de buitenwijk rechtstreeks naar de Eglise Notre-Dame, de imposant grote stadskerk midden in het centrum van Bergerac.
We gaan naar binnen om deze kerk te bezichtigen.
Deze hoge stadskerk heeft in de zijbeuk een kapel met daarin een oorlogsmonument voor de in de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde Fransen uit deze streek, en verder onder andere een immens kleed achter het kerkorgel, en bijzonder mooie glas-in-lood-kerkramen.

Naast het grote koor van de kerk, zien we een deur open staan naar een kleine werkkamer. Hier staan allemaal schakelkasten van de kerk. Er is een keukentje en in het midden staat een kleine houten tafel, waaraan een man schrijfwerk verricht. We vragen hem of hij ons een kerkstempel kan geven in onze pelgrimspassen. Zonder aarzelen grijpt de man naar het stempel en stempelkussen in een la en zet zichtbaar bedreven twee grote stempels van de kerk in onze beide credentials. De datum vandaag schrijft hij erbij, zoals dat te doen gebruikelijk is.
We bedanken de man voor deze mooie herinnering aan het feit dat we deze Sint-Jacobsparochiekerk hebben bezocht.

Nadat we de kerk van binnen en van buiten goed hebben bekeken,wandelen we terug naar onze auto,die we vanmorgen iets verderop parkeerden. Met de auto halen we daarna onze fietsen weer op uit Montagnac-la-Crempse en tenslotte rijden we terug naar onze camping in Saint-Astier. We hebben nu weer vijf dagen aaneen gewandeld en zullen morgen de caravan vier dagtochten verderop brengen, om vandaar uit vanaf overmorgen onze pelgrimstocht verder voort te zetten.

Pelgrimeren van Saint-Astier naar Montagnac-la-Crempse

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Saint-Astier naar Montagnac-la-Crempse
Maandag 1 augustus 2011 – 23 km.
Dag 97: 2042 – 2065 km.

Vroeg in de ochtend brengen we de auto van de camping in Saint-Astier naar Montagnac-la-Crempse. De auto parkeren we tegenover de dorpskerk en dan gaan we op de fiets terug naar de camping. Daar arriveren we om 10.30 uur, na anderhalf uur fietsen. De Belgische pelgrim Arn Verhoye staat dan bij de campingingang net klaar om te vertrekken.
Arn wil eerst nog een pelgrimsstempel halen in de kerk van Saint-Astier. We nemen afscheid van Arn en dan drinken Durkje en ik eerst een kop koffie bij onze caravan.

Om 11.15 uur vertrekken ook wij vanaf de camping.
Als we vanaf de camping de brug over de Isle passeren, zien we Arn nog vanuit het stadscentrum van Saint-Astier over de brug lopen. Hij is dus ook gereed voor de dagtocht. Arn wil vandaag tot aan Vilamblard lopen. Wij lopen nog 6 kilometer verder, namelijk naar Montagnac-la-Crempse. Het weer is wederom uitstekend, onze eerste onbewolkte dag. De temperatuur loopt vandaag op tot 30 graden Celsius. Binnen de bebouwde kom gaan we eerst onder de spoorlijn door en dan passeren we in Le Pontet het kasteel van Saint-Astier.
Even later wandelen we Saint-Astier uit.

Vervolgens passeren we Les Quatre Routes.
Daarna steken we de N83 over en gaan we onder de A89 door. Aan de andere zijde van de autosnelweg gaan we rechtsaf naar La Mouline.
We klimmen bij de steile helling op en verkrijgen achter ons een mooi uitzicht over Saint-Astier in het dal van de rivier de Isle.
Hoger tegen de helling arriveren we in het gehucht Blanquine.
Hier in Blanquine staan enkele nieuwe woningen, maar we komen ook voorbij een verlaten bouwval. Naast deze onbewoonbare woning staat nog een oude waterput. De putopening is met gaas veiligheidshalve afgesloten.

Verderop komen we door het gehucht Leybarterie. Zoals op zoveel erven in deze streek staat ook hier één van de woonerven vol met allerlei rommel, schots en scheef, her en der verspreid, een rommelig geheel.
Hier houdt de bewoning op. De asfaltweg gaat over in een stenige bosweg. Aan de andere zijde van het bos gaat dit stenige pad weer over in een asfaltweg. Voorbij het eerstvolgende kruispunt verlaten we de asfaltweg en komen we op een fantastisch hellingpad, uitgesleten door jarenlang gebruik door wandelaars. Dit pad ligt ten westen van Puycheferel.
Op het hoogste punt, in het open veld bovenop de heuvel, hebben we een schitterend panoramisch uitzicht over het dal van de Vern.

We dalen af via een stenige weg en zien in het dal vóór ons Grignols liggen.
We kruisen de D44, steken via de Ponts Rouges het riviertje de Vern over en wandelen Grignols binnen.
Grignols heeft een compact centrum rondom een plein, met rond het plein onder andere het postkantoor, een kapper, een herberg en de Mairie.
Via een smalle doorgang tussen en achter enkele woningen krijgen we een flinke klim over een smalle weg naar de heuveltop. Op deze heuvel ligt het gerestaureerde kasteel van Grignols. Het kasteel is vanaf de 13e eeuw gebouwd en torent hoog uit boven het dal van de Vern.
Op deze hoogte verlaten we Grignols. Een oude, zwaar beschadigde asfaltweg leidt ons naar het gehucht Les Poulichoux. In de tuin bij een huis zitten een vrouw en een jongen. We vragen hen twee van onze inmiddels lege flessen met water te vullen. Van de vriendelijke vrouw krijgen we de flessen met water gevuld terug, dus we kunnen weer met voldoende drinken verder.

Verderop verlaten we de asfaltweg, om een openbare bosweg in te slaan door het Bos van Les Eyssards. Diep in het bos pauzeren we bij een boshuisje, dat waarschijnlijk incidenteel als recreatiehuisje wordt gebruikt. Vóór het houten huisje staat een oud bankje. Op het bankje liggen veel kleine keuteltjes, maar we hebben geen idee waar die van zijn. We vinden een zitplaats tegen de gevel van het huisje en beginnen ons brood te eten. Op een gegeven moment komt er steeds een grote en een kleine vleermuis rakelings voorbij vliegen. Bij nader inzien blijkt nu dat boven ons een gat in de dakisolatie zit en dat de vleermuis daar een holletje heeft. De keuteltjes onder dat gat zijn dus van de vleermuis en haar jong(en). Omdat de vleermuizen steeds schijnaanvallend voorbij vliegen, verlaten we deze plek en gaan we verder. We wandelen voorbij het bos over een mooi veldpad naar beneden, het dal van de rivier de Jaure in.

Rechts van ons passeren we een groot veld met zonnebloemen. Er zijn grote, lege gaten gevallen tussen de zonnebloemen, dus bijzonder hoog zal de opbrengst voor de boer niet zijn, maar sommige zonnebloemen zijn manshoog en hebben grote bloemen met veel zonnebloempitten.
Verderop passeren we Le Moulin-Neuf. Daarna volgen we de D107 en een bospad, waarbij we een beekje oversteken. We lopen voorbij de begraafplaats en om de hoek van het gemeentehuis van Jaures. Vanaf deze hoge plek vóór het gemeentehuis zien we verderop iets lager het kasteel van Jaures liggen.
Naast het gemeentehuis van Jaures gaan we steil omhoog via een smal bospad. We komen uit in het gehucht La Réfrairie. Door een groep jachthonden in een kennel bij één van de eerste huizen worden we met veel geblaf enthousiast welkom geheten in dit plaatsje.

Daarna volgen veldwegen en bospaden en asfaltwegen. In het bos passeren we een opvallend open stuk. Hier groeit heidevegetatie, die we in deze streek de afgelopen week nog niet eerder hebben gezien.
Op een gegeven moment moeten we verder over een oude Romeinse weg. Dat betekent doorgaans – en zo ook hier - een brede, met stenen geplaveide weg, veelal lange rechte trajecten, heuvel op en heuvel af. Na een eind Romeinse weg moeten we een asfaltweg oversteken. Aan de overzijde langs de Romeinse weg staat een grote vrachtwagen met een aanhanger. Boven op de laadbak zit de chauffeur op een kraan, waarmee hij grote bundels boomstammen vanaf een stapel kaphout grijpt en op de wagen legt. De boomstammen steken links en rechts uit, maar dat fatsoeneert de chauffeur door de grijper links en rechts tegen de boomstammen te duwen. De chauffeur vraagt waar we vandaan komen en wenst ons een goede reis.

Wij gaan verder over de kilometerslange witte Romeinse weg. Verderop komen we op een open plek in het bos langs een bosvijver. Twee oudere dames zitten met twee hondjes bij de vijver in de schaduw van de enkele bomen langs de vijver. Het water van de vijver is blauwgroen en in de vijver drijven enkele grote groepen waterlelies met grote paarse en roze bloemen boven het groene blad. Het is een sprookjesachtig gezicht.
We volgen deze Romeinse weg drie kilometer, door de bossen van Barrière, van Les Bertaudies en La Grande Forêt. Deze oude route leidt ons naar Vilamblard. De eerste woning die we voorbijkomen, is een versterkte boerenhoeve.

Iets verderop zien we in het dal de plaats Vilamblard liggen.
We komen de plaats binnen bij het gemeentehuis. Tegenover het gemeentehuis staat een opvallend oorlogsmonument ter nagedachtenis aan de inwoners van dit dorp, die sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog.
We pauzeren in een parkje tegenover dit monument. Daarna kopen we bij de plaatselijke kruidenier nieuwe flesjes drinken, zodat we weer met een volledige bepakking van drinken verder kunnen. Het is bijzonder warm, dus we drinken veel en dan is het gewenst om zoveel mogelijk bij elke winkel die je onderweg passeert je drinkvoorraad weer aan te vullen. Aan de overzijde van de dorpsstraat is een kapperszaak. Buiten hangt een grote hoeveelheid roestige scharen aan ijzeren draden. Kennelijk zijn dit gebruikte scharen van jaren her.

Enkele panden verder staat het magazijn van een winkel open. Het lijkt een rommelig geheel, maar de winkelier zal er de weg wellicht goed kennen om desgewenst te vinden wat hij zoekt.
Daarna passeren we de markthal naast het voormalige kasteel. Toen we hier vanmorgen vroeg met de auto passeerden, waren markhandelaren bezig hun marktwaar uit te stallen. Nu is alles en iedereen vertrokken.
Naast de markthal staat een imposant grote ruïne van het voormalige kasteel van Vilamblard. Met enkele ijzeren profielen worden de oude muren overeind gehouden. Van de oorspronkelijke pracht en praal is weinig overgebleven.
Ter hoogte van het kasteel verlaten we de bebouwde kom, bij de opvallende ‘Bastide du Roy’.

We steken het dal van de Roy over en gaan bij La France verder op de oude Romeinse weg. Hier is de weg echter geasfalteerd, althans het eerste deel, ter hoogte van Le-Moulin-de-Galaye en tot La Rebière. We gaan over een hoog hellingpad langs het dal van Le Brésil. Een grote villa ligt verderop, aan de overzijde van het dal, tegen de heuvel aan de andere zijde van de verkeersweg die door het dal loopt.
Daarna dalen we af in het dal van de rivier de Crempse. We komen langs een kleine vijver. Er staat een klein houten huisje bij de vijver. Het draagt de naam Le Colorado. In deze vijver zwemmen tientallen karpers. Als we stukken brood in het water gooien, vechten de karpers om allemaal een stukje te pakken te krijgen. Zo te zien zijn het zeker wel honderd karpers. Het is een behoorlijk spektakel om zoveel karpers te zien vechten om een paar stukken brood.

We steken de D38 over, volgen de D107 voorbij een andere, veel grotere vijver, die wordt gevoed door de Crempse. Grote karpers en grote scholen kleine visjes zwemmen in deze grote vijver. We komen door het gehucht Maison-Basse.
In Maison-Basse gaan we een veldpad op en dan volgen we het dal. We lopen langs Petit-Bosc en komen uit bij de molen van La Poude.
We volgen nu de D38 tot Les Perrières.

Hier verlaten we de weg om via een veldpad ons laatste traject van vandaag te wandelen. Dit schitterende dalpad voert ons naar onze bestemming voor vandaag: Montagnac-la-Crempse.
Bij dit dorp klimmen we naar de hoofdstraat. Hier staat de oude dorpskerk, opengesteld, zoals zoveel Franse kerken.
We bezichtigen de kerk en gaan dan weer naar buiten, waar onze auto tegenover de kerk staat.

Met de auto rijden we tenslotte weer terug naar Saint-Astier. We hebben vandaag 23 kilometer gewandeld.

Pelgrimeren van Chancelade naar Saint-Astier

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Chancelade naar Saint-Astier
Zondag 31 juli 2011 – 23 km.
Dag 96: 2019 – 2042 km.

Om 6.30 uur worden Durkje en ik wakker van de wekker. De caravan is direct in rep en roer: Durkje is vandaag jarig! Fan herte lokwinske mei dyn jierdei en soenens en folle lok en Seine tawinske yn it nije libbensjier! Na wassen en aankleden volgt in de caravan het gebruikelijke klaarmaken van het ontbijt en van het lunchpakket voor de komende wandeling. Vanaf de camping in Saint-Astier fietsen we eerst naar Chancelade. Onderweg kopen we in Chancelade bij de warme bakker twee heerlijke rozijnenbroodjes, met de bedoeling om die straks bij het café tegenover het gemeentehuis van Chancelade op te eten bij een kop koffie. Maar helaas, het dorpscafé is - in tegenstelling tot de gepubliceerde openingstijden - gesloten. We moeten vandaag dus zonder koffie op stap.

Maar die lekkere rozijnbroodjes, die we als alternatief verjaardagsgebak hadden gekocht, eten we nu wel eerst op.
We hebben de fietsen geparkeerd op het grasveld tegenover het gemeentehuis en zittend in de genoeglijke vroege zondagochtendzon - op de brede trappen van dit moderne gemeentehuis - genieten we van dit alternatieve verjaardagsgebakje. Een literfles ijsthee erbij en zo bouwen we hier in den vreemde ons eigen verjaardagsfeestje voor Durkje.

Het is weer schitterend weer. Evenals gisteren is de temperatuur vroeg in de ochtend al rond de 15 graden Celsius en die loopt gedurende onze wandeldag vandaag op tot zo’n 28 graden Celsius. Het is wederom licht bewolkt en prachtig zomerweer. Om 9.00 uur staan we klaar om onze dagwandeling te beginnen. We beginnen bij het mooie kunstwerk van Chancelade. In een grote platte houten bak heeft men hier scheef oplopend de bak vol vlak verlijmde naturel houtsnippers gelegd. Daar bovenop is een figuur van gebouwen (plaatselijke monumenten) gelegd en ook de plaatsnaam ‘Chancelade’ is in oplegletters in diverse kleuren geschilderde houtsnippers opgelegd. Een mooi gezicht is dit, zo in de volle ochtendzon.

We klimmen door Chancelade naar de westzijde. Daarbij passeren we een voor ons tot nu toe nog onbekende markeringssticker van de Saint-Jacques-route, van de streek ‘Limousin-Perigord’. Deze sticker zien we vandaag regelmatig hangen op plekken waar de route is bewegwijzerd voor pelgrims van de GR654.
In de buitenwijk van Chancelade zien we een kastje op een paal staan bij een woning langs de weg. Op het houten kastje staat bij een ingebrande Jacobsschelp ‘La Halte Gourmande du Pèlerin’ en daaronder staat de uitnodiging om dit kastje te openen.

In het pelgrimskastje vinden we een waxinelichtje op een Jacobsschelp, een glazen potje met noten, een gastenboek met pen en een welkomstbriefje.
In het gastenboek zien we veel pagina’s volgeschreven korte teksten van pelgrims, die hier dit kastje passeerden en die de moeite namen om iets in het gastenboek te schrijven. Ook wij laten hier een geschreven teken achter, zodat volgende pelgrims ook onze bijdrage daarin
kunnen zien.

We verlaten Chancelade en komen door Les Michelots.
Het volgende dorp waar we doorheen komen, is Terassonie.
Daarna volgt het gehucht Haut Lespinasse.
We gaan verder door het bos. Als we het bos uit komen, arriveren we in Les Andrivaux.
Bij de grote vijver in het dorp zitten twee mannen te vissen. Tegenover deze vijver staat een groot huis. Het is de Commanderie van de Tempeliers van Les Andrivaux.

Op de bovenverdieping staat een man bij een open raam. Hij groet ons als we om het gebouw heen lopen. Als we achter het grote huis zijn, komt de man met een hond naar buiten. De man draagt een rugzak met daarin zijn beademingsapparaat. Hij begroet ons en vertelt dat hier een overnachtingsmogelijkheid voor pelgrims in het huis is. Afgelopen nacht overnachtte hier een Belgische pelgrims. Op het uithangbord van deze Commanderie staan drie Jacobsschelpen, ten teken dat pelgrims hier welkom zijn. De man wenst ons een goede voortzetting van onze tocht.

We maken een flinke klim door het gehucht en gaan hogerop verder door een bosperceel. De routebeschrijving geeft aan dat we voortdurend de linkerbaan aan moeten houden, maar als we dat doen, blijkt dat we niet bij Beaulieu, maar bij La Roche op de D710 uit komen. We hadden dus eigenlijk een étage hoger de heuvelhelling moeten bewandelen. Met behulp van een Britse wandelende dame en twee Franse wandelende dames met een gps-apparaat, vervolgen we onze route en beneden aangekomen, blijkt dat we vrij eenvoudig langs de D710 van La Roche naar Beaulieu kunnen lopen, waardoor we al na enkele minuten vanaf Beaulieu weer op de juiste route lopen. We vervolgen onze route langdurig door het bos. Ondertussen belt Baukje om Durkje te feliciteren met haar verjaardag. Als we vanuit het bos vanaf Chez-Charron weer in het open veld komen, verkrijgen we een prachtig uitzicht over het dal vóór ons.

Over een asfaltweg tussen de velden door dalen we af naar het gehucht La Font de l’Auche.
Aan het eind van dit gehucht vinden we in een grote tuin bij een woning een bankje en enkele losse tuinstoelen. We pauzeren op het bankje, heerlijk in de schaduw. Na daar gegeten en gedronken te hebben, gaan we een mooi oud wandelpad op: het Merovingisch pad, over een lengte van ongeveer één kilometer.
Als we aan het eind van dit pad linksaf de heuvel op gaan over een landweg, belt Jan Wijbe om Durkje te feliciteren.

We gaan naar Les Granges en krijgen een mooi uitzicht over het dal van de rivier de Isle. Na Les Granges passeren we het gehucht Taboury. Voorbij Taboury volgt een stevige klim om de bult van Benivau te beklimmen. Daarna komen we door het gehucht Jalabrou. Ook vanaf deze hoogte hebben we een prachtig uitzicht over de dalen aan beide zijden van de weg.
We gaan linksaf 50 meter over de Route du Mas en dan direct linksaf over een stenig pad naar beneden, dat ons voert naar Levrault.
Bij de bijna drooggevallen vijver van Levrault, nemen we de asfaltweg een stukje in zuidelijke richting, om al vrij snel weer het veld en het bos in te gaan, om de Jouy over te steken, om verder te lopen in de richting van de hooggelegen boerderij van Perpezat. Daarna passeren we Maison-Neuve. Na een kort bospad wandelen we door het gehucht Le Petit-Puy en direct daarna gaan we langs de D43 in de richting van Saint-Astier. Eerst passeren we het gehucht Monplaisir. Daarna pauzeren we voor brood en drinken in een oud bushokje op de kruising van Tamarelle.

Bij Tamarelle nemen we een bospad naar beneden. Daar belt Pieter om Durkje te feliciteren.
Het bospad wordt een mooie brede boslaan, heerlijk beschut tegen de hete zon onder de bomen van de laan. Over de volle lengte van Tamarelle tot aan Saint-Astier lopen we continu dalend rechts van een groot militair oefenterrein, onderdeel van de Gendarmerie-school. Bij Courroies is te zien dat de militaire gebouwen in en tegen de oude kalkgroeves zijn gebouwd.
Deze brede bosbaan is een stuk oude Jacobsroute voor pelgrims, die uitkomt in Saint-Astier. We volgen het laatste stukje heuvelafwaarts van de D43 tot nabij de oever van de rivier de Isle. We volgen dan de doorgaande verkeersweg in de richting van Saint-Astier, parallel aan de Isle. Op een gegeven moment kunnen we tussen de bomen door en over de rivier de Isle heen, onze caravan zien staan op de camping Le Pontet.

We lopen door en komen in Saint-Astier aan de voet van de grote, hooggelegen kerk van Saint-Astier.
Nabij de kerk is in het stadscentrum een burchttoren, met daarin een Jacobsschelp gemetseld.
Tegenover de kerk lopen we tussen de huizen door naar de oever van de rivier de Isle. Links zien we de wateroverloop. In de luwte van die wateroverloop van Saint-Astier vissen twee kinderen in de rivier met een schepnetje.
Rechts van ons zien we de brug over de Isle.
We steken vanuit het centrum van Saint-Astier de brug boven de Isle over. Hoog achter ons torent de hoge kerktoren van de stadskerk boven de overige bebouwing.
Aan de overzijde van de brug gaan we linksaf om daar om 15.15 uur op onze camping Le Pontet te arriveren.

Vanaf de camping halen we met de auto onze fietsen weer op uit Chancelade. We hebben vandaag een afstand van 23 kilometer gewandeld. Later op de middag komt de Belgische pelgrim Arn Verhoye uit Brugge bij ons op de camping om achter onze caravan met zijn tentje te overnachten. Eergisteren ontmoetten wij hem al nabij het plaatsje Amenot. Ook hij wandelde vandaag van Chancelade naar Saint-Astier.

Pelgrimeren van La Chauterie naar Chancelade

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van La Chauterie naar Chancelade
Zaterdag 30 juli 2011 – 17,5 km.
Dag 95: 2001,5 – 2019 km.

Om 7.45 uur verlaten Durkje en ik vanmorgen de camping in Saint-Astier. We rijden eerst naar Chancelade, waar we de auto achterlaten. Dan fietsen we hier vandaan in vijf kwartier door naar La Chauterie, waar we gisteren zijn gestopt. De temperatuur is ongeveer 15 graden Celsius en die loopt gedurende onze wandeldag vandaag op tot zo’n 26 graden Celsius. Het is wederom licht bewolkt en prachtig zomerweer. Tegen 9.45 uur staan we bij onze langs de weg gestalde fietsen klaar om de dagwandeling te beginnen. We verlaten La Chauterie in zuidelijke richting en nemen een veldweg in westelijke richting. Langs het zonnebloemenveld staan veel korenbloemen in bloei.

Als we op de heuvelrug het bos verlaten, zien we verderop het kasteel van La Côte.
We dalen af naar het gehucht La Guibaudie.
We lopen langs de vallei, passeren het gehucht La Pacalie, steken de Veysonne over en klimmen dan over een asfaltweg in de richting van het kasteel van La Côte, boven op de heuvel.
We worden ingehaald door een groep van ongeveer 15 wielrenners, en even later door de volgauto van de fietsclub. Bij Le Puy Mas verruilen we het asfalt voor een onverhard veldpad.
Tussen de velden door en door het bos komen we daarna uit op het erf van een boerderij in La Courelie.
Voorbij La Courelie gaan we over een asfaltweg dalend en stijgend door het rivierdal van de Cluzeau. De weg gaat verderop met grote bochten omhoog en omlaag, maar wij kunnen over een stijgend en dalend bospad door het bos naar Bussac lopen.

Tegenover de Mairie – tevens dorpshuis – nemen we een rustpauze aan de voet van het koor van de oude dorpskerk van Bussac. Na wat gegeten en gedronken te hebben, steken we in Bussac het beekje over en dan volgt achter het dorpscafé van Le Picot een fikse klim over asfalt naar het veel hoger gelegen gehucht La Serve. Hier wordt momenteel een nieuwbouwwijk gebouwd.
We lopen door het bos over een brede en witte stenige weg naar het gehucht Puy Jean, waar we de D2 oversteken.
Nogmaals volgt een fikse klim, over asfalt naar het gehucht Tamisier.
Over een onverharde bosweg klimmen we door naar het gehucht La Lande.
Over achtereenvolgens asfalt, een veldpad en een asfaltweg arriveren we bij het kasteel van Les Landes.

Tot op dit moment hebben we met name over asfalt gelopen, maar daar komt vanaf hier verandering in. Tegenover het kasteel van Les Landes begint namelijk een prachtig bospad.
Vervolgens komen we bij de priorij van Merlande. Deze priorij is in de twaalfde eeuw hier in het bos van Feytaud gebouwd door de religieuzen van de abdij van Chancelade, op verzoek van de bisschop van Périgueux. De abdij kwam hier op de plek van een voormalige devotiefontein. De kloostergebouwen zijn al afgebroken, maar de voormalige parochiekerk en het huis van de prior staan er nog. Als we het terrein op gaan, zit om de hoek een wandelaar/pelgrim op een bankje te rusten. Hij oogt vriendelijk, maar een praatje zit er niet in. Wel bevestigt hij non-verbaal dat verderop de priorij is. We bekijken de twee priorijgebouwen en bezichtigen de 12e-eeuwse kapel.

Daarna pauzeren we vlakbij de andere wandelaar op een bankje. Ook nu reageert hij vriendelijk, maar hij spreekt daar niet bij. Na onze rustpauze groeten we hem en verlaten dit priorijterrein. Zijn rustpauze duurt langer; hij zit te lezen als we hem passeren.

Verderop volgen mooie beklimmingen en afdalingen over bospaden door het bos, over hellingpaden en deels over stukjes asfaltweg. We klimmen daarbij naar Fusielier en passeren ook Peychey. Na een stukje D2 gaan we weer het bos in. Een mooie afdalende route door het bos volgt dan in de richting van de abdij van Chancelade.
Na een korte pauze op het abdijterrein bezichtigen we de abdijkerk van deze Augustijnenabdij. Deze abdij is in het begin van de 12e eeuw gesticht door de kluizenaar Foucault, monnik van Cellefroin in de Charente. Direct naast de abdij ligt een plein. Aan de rand van dat plein treffen we een kilometragebord aan, waarop staat dat het vanaf hier nog 1306 kilometer is naar Santiago de Compostela.
Op dit plein staat ook de kapel van Saint Jean, die we eveneens bezichtigen.

Vanaf dit plein klimmen we nog een stukje door Chancelade, om verderop naast de Mairie aan te komen bij onze auto, die we hier vanmorgen parkeerden. We hebben vandaag 17,5 kilometer gewandeld. Het weer was heel mooi, maar door de hoge temperatuur, weinig wind en een beetje drukkende sfeer, was de afgelegde afstand vanwege het vele, lange en steile stijgen en afdalen genoeg. Het begin van de route viel wat tegen vanwege het vele asfalt, maar het tweede deel van deze dagroute maakte weer veel goed. Kortom, weer een geslaagde wandeldag.

Pelgrimeren van Condat-sur-Trincou naar La Chauterie

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Condat-sur-Trincou naar La Chauterie
Vrijdag 29 juli 2011 – 20 km.
Dag 94: 1981,5 – 2001,5 km.


Om 7.45 uur verlaten Durkje en ik vanmorgen de camping in Saint-Astier. Gisteren hebben we de caravan verplaatst van de camping in Saint Saud naar Saint-Astier. We rijden in de vroege ochtend eerst naar La Chauterie, waar we de auto achterlaten. Dan fietsen we hier vandaan in een uur via Brantôme naar Condat-sur-Trincou, waar we eergisteren onze pelgrimswandeling beëindigden. Voor het eerst gedurende deze dagen schijnt vanmorgen vroeg de zon al volop. De temperatuur is ongeveer 15 graden Celsius en die loopt gedurende onze wandeldag vandaag op tot zo’n 25 graden Celsius. Het is licht bewolkt en prachtig zomers weer. Tegen 9.30 uur staan we bij de bushalte van Condat-sur-Trincou klaar om onze dagwandeling te beginnen.

We lopen met een boog naar beneden, om de hooggelegen dorpskerk heen. De kerk ligt boven op een hoge rotswand, die ver uitsteekt boven het dal. In het dal gaan we naar het riviertje Le Trincou, dat we met de vaste brug in de weg oversteken.
We lopen dan naar Les Guillaumies, aan de overzijde van de rivier.
In het gehucht Les Guillaumies nemen we een onverharde weg omhoog door het bos. We kunnen de dorpskerk van Condat-sur-Trincou nog heel even op de hoge rots zien staan.
Na anderhalve kilometer door het bos gelopen te hebben, komen we aan de andere zijde van het bos uit in het gehucht Le Petit Roc, bestaande uit slechts twee woningen. Uit één van de huizen komen twee mannen, die samen een hoge kast naar buiten dragen en die in een auto leggen.

Na een kort stuk asfaltweg vervolgen we onze route via een breed veldpad door het dal, tussen twee heuvelruggen door. Halverwege dit pad zien we in een aangrenzend weiland een man bezig om een tentje af te breken. Een hond loopt rond bij de man en iets verderop staat een paard in de wei. Naast de bagage van de man ligt een rijzadel. Hij ziet ons passeren en groet ons handopstekend. Het zou een pelgrim kunnen zijn die te paard onderweg is naar Santiago de Compostela, want dat is één van de manieren waarop ook tegenwoordig nog gepelgrimeerd wordt. Als we het veldpad hebben verlaten, steken we al vrij spoedig het riviertje La Côle over.
We arriveren dan in het dorpje Valade, liggend aan de D78, tussen de rivier en de D78, bestaand uit een tweetal straten met woningen, waarvan één ervan een smal straatje is met allemaal oude huisjes. Dat straatje nemen wij op onze route.

Verderop verlaten we Valade via de wegberm van de D78. Eerst passeren we het gehucht Grassaval. Tegen een boerderij staan druivenranken met flinke druiventrossen.
Het tweede gehucht dat we daarna passeren, is Therme. Hier lopen we langs een grote, oude witte villa, gelegen in een enorme tuin.
Voorbij Therme verlaten we de D78 om via een onverhard pad door het Bos van Puyclaud stevig te klimmen. Het is een prachtig bospad, dat ons voert naar het hooggelegen gehucht Puyjoubert.

Voorbij het asfalt van Puyjoubert gaan we verder over een smal bospad. Het is een behoorlijke afdaling naar de rivier de Dronne. Diep beneden ons zien we het blauwe water van de rivier. Beneden wandelen we over een asfaltweg parallel aan de Dronne. Verderop nemen we weer een smal hellingpad door het bos. Alweer een stevige klim, gevolgd door een stevige afdaling. Verderop gaat het pad bij een boerderij weer over in een asfaltweg. Een grote combine staat in een open schuur bij de boerderij op de plaats waar het bospad weer asfaltweg wordt. We lopen hier door het gehucht Subreroches.
Na een stenige weg gaan we verder over een bospad tussen kreupelhout door. Dit wandelpad komt uit op de asfaltweg, waarover we een hooggelegen buitenwijk van Brantôme binnenwandelen.

Als we de ommuurde begraafplaats passeren, komt een jongedame in een auto bij de ingang van de begraafplaats. Ze opent de kofferbak en neemt een grote bloeiende plant mee naar de begraafplaats. Voorbij de begraafplaats dalen wij over een verhard wandelpad naar de rivier de Dronne. Via een smalle wandelbrug steken we de Dronne over.
Vanaf de stille wandelpaden staan we enkele meters voorbij de Dronne - voorbij enkele huizen - aan de doorgaande verkeersweg door dit stadje. Het is hier een drukte van belang. We wandelen het voetgangerswinkelgebied van Brantôme in.

Het wordt steeds moeilijker om tussen het winkelend publiek door te komen. Het is hier vandaag marktdag. Links en rechts tussen de winkels staan marktkramen. Als we bij de brug over de Dronne komen tegenover de abdij van Brantôme, zien we dat aan beide zijden van de promenade, aan beide zijden van de rivier ook lange rijen marktkramen staan.
Aan de overzijde van de rivier bezichtigen we de abdijkerk. Het oude Bratôme ligt grotendeels op een eilandje in de rivier de Dronne en het wordt om die reden ook wel het kleine Venetië van de Perigord genoemd. De grote Benedictijner abdij is indertijd nog gesticht door Karel de Grote. Achter de abdij zijn in de hoogopgaande rotswand enkele grotwoningen zichtbaar.
Voorbij de abdij wandelen we tussen de marktkramen door naar de volgende brug over de Dronne, naast de oude watermolen. We steken hier de rivier over via de brug, waarin aan de overzijde een opvallende knik zit.

In het grote park aan de overzijde genieten we op een bankje in de schaduw van onze eerste etens- en rustpauze van vandaag. Een lange stoet van toeristen trekt ondertussen aan ons voorbij, flanerend over de boulevard langs de rivier. In de rivier varen kleine fluisterbootjes. Een groep kanoërs krijgt het tegenover ons voor elkaar om alle kano’s over de wateroverloop te tillen, om aan de andere zijde verder te kanoën. Het is schitterend zomers weer en iedereen geniet hier op zijn of haar eigen wijze. Na onze pauze lopen we nog verder naar de volgende brug en vanaf die brug zoeken we de rust weer op. We wandelen over een laaggelegen verharde weg achter de bebouwing langs. We gaan achter het Gendarmeriegebouw langs, passeren een hele grote camperparkeerplaats en verderop twee grote betonnen waterbassins. Langs dit pad staat ook weer een ons welbekende kilometragepaal voor pelgrims. Het bord op deze paal vermeldt dat het vanaf hier nog 1340 kilometer is naar Santiago de Compostela.

Via een dubbele tunnel gaan we onder de ringweg rond Brantôme door. Aan de overzijde gaan we tussen de velden door over een veldpad naar het gehucht Vigonac. In de oude watermolen (moulin) is momenteel een exclusief hotel-restaurant gevestigd.
Het is vandaag een ware klim- en daaldag, want alweer gaan we verder over een bijzonder steil en lang bospad. Boven arriveren we in het gehucht Faye.
Daarna volgt over een bospad de afdaling naar het gehucht Labrousse. Voorbij Labrousse gaat het via asfalt weer omhoog, langs een groot zonnebloemenveld.

Na een kort stukje door een weiland volgt weer een afdaling over een mooi bospad. Als we bijna onderaan het bospad zijn, zien we onderaan over de asfaltweg een jongeman lopen met een rugzak. Waarschijnlijk is dit ook een pelgrim die naar Santiago de Compostela loopt. Hij loopt vanwege een zware bepakking veel langzamer dan wij, dus op de asfaltweg halen we hem al spoedig in. Het is een Belgische pelgrim, Arn Verhoye. Hij vertelt dat hij acht weken geleden in Brugge zijn pelgrimstocht aanving. Arn was werkloos geworden, zijn relatie was verbroken en dat werd voor hem hèt moment om de pelgrimstocht te beginnen. Voor hem was het: nu of nooit! Binnen veertien dagen had Arn alles geregeld en was zo Brugge uitgewandeld. Bijna alle dagen had hij onderweg regen gehad, dus hij was erg gelukkig met deze mooie zomerse dagen van de afgelopen week. Ondertussen arriveren we gedrieën in het gehucht Amenot.

Opvallend is dat Arn vertelt dat wij de eerste pelgrims zijn die hij onderweg ontmoette in de afgelopen acht weken. Deze Belgische pelgrim vertelt ons over zijn ervaringen onderweg van de afgelopen acht weken. Links van ons zien we nu een hoge rotswand. Enkele gebouwtjes zijn tegen deze rotswand gebouwd.
De Belgische medepelgrim wil graag een foto maken van onze rugtas, met daarop de Jacobsschelp en het recent gemaakte textielembleem van het Friese Jabikspaad.
Tegenover de rotswand is een grote waterpartij. Hier staat ook de oude watermolen van Amenot. Het waterrad ligt aan de wegzijde. We maken nu enkele foto’s van elkaar als herinnering aan onze ontmoeting, hier op deze idyllische plek.
Daarna wandelen we gedrieën verder. Eerst passeren we het gehucht Larousselas.
In Valeuil scheiden onze wegen. Wij hadden gepland om hier bij de dorpskerk een rustpauze te nemen. Arn Verhoye had zojuist gerust en gegeten en gaat verder. We nemen afscheid van elkaar en wij vinden in Valeuil een picknickbank voor een etenspauze.

Buiten Valeuil volgt anderhalve kilometer asfaltweg. We steken de D106 over en gaan dan verder over een veldpad. Het is niet zomaar een veldpad. Vóór ons zien we een behoorlijk hoge heuvelrug liggen, waar het veldpad tegen op gaat. Het is ons duidelijk. Dit betekent een bijzonder stevige klim, voordat we onze eindbestemming voor vandaag zullen bereiken. De ernst van deze flinke klim wordt hier op ludieke wijze benadrukt door een Nederlandstalige pelgrim die ons hier is voorgegaan. Aan de voet van deze hoge heuvel ligt namelijk een geheel uiteengescheurd voetzooltje, waarop is geschreven: ‘naar Compostela’. Een pijl erboven in de juiste richting en een smiley eronder getekend. Dank je wel voor dit grappige symbool aan de voet van deze hoge heuvelrug!

Maar goed, de heuvel wordt er niet minder hoog door, dus we vangen de stevige klim aan. Het is zwaar, maar als je af en toe even stopt om weer op adem te komen en om achterom te kijken, krijg je een steeds mooier uitzicht over het diep achter je liggende dal. Een prachtig uitzicht heb je hier, over een steeds grotere zichtsafstand in noordelijke richting. Precies in deze klim bereiken we één van onze mijlpalen op onze pelgrimage. Hier ligt namelijk letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt waarop Durkje en ik onze 2.000e kilometer volbrengen.
Aan de overzijde van de heuvelrug gaan we naar beneden over een mooi veldpad. Vlak vóór La Chauterie komen we bij een asfaltweg. Enkele grote strorollen liggen hier nog tegenover ons in het veld, wachtend om van de akker te worden gehaald.

Op de asfaltweg gaan we rechtsaf naar het gehucht La Chauterie. Hier staat onze auto. Om 14.45 uur arriveren we in La Chauterie. In bijna vijf uren hebben we de 20 kilometer lange tocht van Condat-sur-Trincou naar La Chauterie afgelegd. Bovendien zijn we anderhalve kilometer eerder nu de 2.000e kilometer vanaf Sint-Jacobiparochie gepasseerd. We halen tenslotte met de auto onze fietsen weer op uit Condat-sur-Trincou en gaan - nadat we nog boodschappen hebben gehaald in Saint-Astier - weer terug naar onze camping aan de rivier de Isle.

Pelgrimeren van Saint Jean de Cole naar Condat-sur-Trincou

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Saint Jean de Cole naar Condat-sur-Trincou
Woensdag 27 juli 2011 – 19,5 km.
Dag 93: 1962 – 1981,5 km.

Om 7.50 uur verlaten Durkje en ik vanmorgen de camping om de auto naar Condat-sur-Trincou te rijden. Dan fietsen we vanuit dit dorpje naar Saint Jean de Cole om daar de fietsen achter te laten. De temperatuur is ongeveer 15 graden Celsius. Het is een beetje mistig, maar de zon probeert al tussen de dunne bewolking door te dringen. Het blijft vandaag droog en de temperatuur loopt op naar zo’n 22 graden Celsius tijdens de regelmatige zonnige perioden. Op de momenten dat de zon volop doorbreekt, is het ook behoorlijk warm om in de volle zon te lopen. Vanaf de D98 beginnen we direct met een flinke klim over asfalt naar het gehucht Le Mazelier.

Op asfalt en daarna over een bospad wandelen we naar de lager gelegen D98, die we oversteken. Dan volgt anderhalve kilometer stenige bosweg door het bos van Saint Jean. Als we het bos achter ons laten, arriveren we in La Baine.
Vanuit La Baine lopen we over een smalle en doodlopende asfaltweg naar Les Cosses. Dit gehucht bestaat uit slechts twee tegenover elkaar liggende huizen met een grote binnenplaats ertussen. Op die binnenplaats loopt een Duitse herder aan een ketting, die erg zijn best doet om blaffend en trekkend aan de ketting duidelijk te maken dat we niet welkom zijn op de binnenplaats. Onze wandelroute voert echter toch over de binnenplaats tussen deze huizen door, dus we gaan rechtdoor, tussen de beide woningen door. De hond kalmeert als we hem passeren.

Aan de andere zijde van de binnenplaats moeten we over prikkeldraad om de wandelroute door het daar achter liggende bosperceel te vervolgen. We lopen nu door een bos in de richting van de ingang van de grotten van Villars. We realiseren ons dat onder onze voeten een netwerk van meer dan 13 kilometer onderaardse gangen loopt. Het is het grootste ondergrondse gangenstelsel van de Perigord. Spoedig komen we bij de ingang van de grotten van Villars. We maken van de gelegenheid gebruik om hier bij de horecagelegenheid buiten op het terras een kop koffie te drinken. Tijdens het koffiedrinken komt een groep kleine kinderen onder begeleiding uit de grot. In een lange rij van twee aan twee stellen ze zich keurig gedisciplineerd op en ze wachten op het sein om in de speeltuin verderop te mogen spelen. Even later komt een groep wat oudere kinderen uit de grot en ook zij mogen in de speeltuin spelen. Na de aangename koffiepauze lopen we naar het naburig gelegen gehucht Le Cluzeau.

Voorbij Le Cluzeau steken we de D82 over en dan klimmen we via een smal en door planten zwaar overwoekerd veldpad naar het gehucht La Barde. Daarna doorkruisen we het gehucht Lavergne. Vlak voorbij Lavergne passeren we een veld met uitgebloeide zonnebloemen. Slechts enkele zonnebloemen staan nog volop in bloei.
Hierna volgt een hooggelegen pad tegen de helling van een heuvelrug. Ver beneden ons zien we de D82, die parallel aan dit hellingpad in het dal loopt. Van hieruit hebben we een prachtig uitzicht over de beide heuvelruggen en over het daar tussenin liggende dal.
Na 1200 meter hellingpad komen we in het gehucht Les Sablières, dat we ook al snel weer achter ons laten.
We dalen over de asfaltweg en gaan dan langs de D82 naar Villars.
We wandelen langs de hoofdverkeersweg door Villars en komen langs de dorpskerk. Boven de ingang van deze kerk zien we een Jacobsschelp in de kerkgevel.

We nemen een etenspauze op een bankje in de schaduw op het Place de la Mairie. Enkele meters van ons af staat de rijdende slager met zijn verkoopwagen. Enkele klanten komen wandelend of met een auto naar de slagerswagen om daar vlees(waren) te kopen. Een oudere man met een witte Lelijk Eend (2CV) met groene spatborden is één van de klanten van de slager. Een klein hondje staat op de rugleuning van de bestuurdersstoel in de Lelijk Eend zolang de oude man bij de slagerswagen staat. Na onze rustpauze verlaten we via de D92 Villars. Vanaf deze weg krijgen we een schitterend uitzicht op het kasteel van Puyguilhem vlak buiten Villars.

Vanaf de D92 volgen we een sterk klimmend stenig pad naar het gehucht Lafarge. Links en rechts staan hier slechts enkele huizen. Aan het verkoopbord te zien, staat hier een kavel al jaren te koop. Een woning in aanbouw is nooit afgebouwd. Enkele kinderen lopen spelend door het straatje tussen de woningen. En voor de rest is het in, tussen èn rondom de enkele huizen een grote bende. Twee keffende honden zetten fanatiek blaffend de gesimuleerde aanval in op Durkje als we tussen de woningen door lopen, maar echt serieus wordt die aanval niet.
Voorbij deze rommelige woonsetting dalen we via een asfaltweg naar het volgende gehucht: Bosschaud. Tussen Lafarge en Bosschaud passeren we eerst nog een lager gelegen ruïne. Dit zijn de behoorlijk beschadigde resten van de oude Cisterciënzer Abdij van Bosschaud. Deze abdij is gesticht in 1163 en heeft zwaar geleden onder de opeenvolgende godsdienstoorlogen. Het is een respectabel abdijcomplex geweest, maar nu resteren nog slechts enkele contouren.

Vrij snel na de abdijruïne arriveren we in Bosschaud. De zon schijnt al volop en het wordt behoorlijk warm om in de zon te wandelen.
Voorbij Bosschaud volgt eerst een veldpad en dan een klim via een prachtig hol bospad.
Het bospad gaat over in een bredere boslaan door het Bos van Coulonges. Aan de korte zijde van een open bosvlakte staan twee oldtimers te vergaan als gevolg van de al jaren durende aantasting door weer en wind.
In de open vlakte in het bos is ook een kleine wijngaard. Zo zien we ze hier regelmatig in dit gebied.

Als we het bos door zijn gewandeld, komen we in het gehucht La Faye.
Voorbij La Faye nemen we de D82 in de richting van Champagnac-de-Belair. Vanuit de wegberm krijgen we een schitterend uitzicht over een rijk bloeiend zonnebloemenveld en over het weidse dal dat daar achter ligt.
Daarna arriveren we in Champagnac-de-Belair.
Dit is een dorp in een lintbebouwing, met aan de andere zijde van het dorpscentrum een moderne nieuwbouwwijk. We nemen onze tweede etenspauze vandaag op een bankje in de schaduw aan de voet van de dorpskerk, op de veranda van de Mairie. De gemeenteambtenaren arriveren na de middagpauze weer in de Mairie en even later komen ook de eerste burgers, om in dit plaatselijke gemeentehuis te worden bediend. Voorbij de nieuwbouwwijk nemen we een veldweg de heuvel op. We passeren weer een bloeiend zonnebloemenveld. Vlak onder de heuveltop hebben we een mooi uitzicht over het dorp achter ons. We zien dan ook een donkere wolk in onze richting komen. De regen blijven we echter vóór.

Aan de andere zijde van de heuveltop zien we onze bestemming voor vandaag vóór ons liggen: Condat-sur-Trincou. Vooraan ligt de begraafplaats en hoger gelegen steekt de eeuwenoude dorpskerk boven de woningen en boven de bomen uit.
Condat–sur-Trincou ligt op een rotswand boven het dal van de Trincou. De dorpskerk, waarschijnlijk 12e eeuws, is gewijd aan Saint Etienne, de eerste christelijke martelaar. Als we de toegang tot het kerkterrein naderen, passeren we een tuin waarin enkele eenden rondscharrelen. Eén van de eenden zit bovenop een gemetselde pilaar, waaraan het hekwerk is bevestigd. De eend kijkt vanaf een hoogte van ruim twee meter op ons neer als wij vlakbij deze eend de pilaar en het hekwerk passeren nabij het kerkterrein.
De Mairie is tegen de kerk aan gebouwd. De kerktoren is even breed als het daar achter liggende schip van de kerk. Vanaf het kerkterrein dalen we over de dorpsstraat.

Beneden aangekomen arriveren we bij onze auto, die we hier vanmorgen achterlieten. Het is nu bijna 14.30 uur. In een kleine vijf uren hebben we de 19,5 kilometer vandaag afgelegd. Tenslotte halen we met de auto de fietsen uit Saint Jean de Cole, alvorens we weer naar de camping in Saint Saud terugkeren.

Pelgrimeren van Saint Saud-Lacoussière naar Saint Jean de Cole

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Saint Saud-Lacoussière naar Saint Jean de Cole
Dinsdag 26 juli 2011 – 25,5 km.
Dag 92: 1936,5 – 1962 km.

In de mist brengen Durkje en ik vanmorgen vanaf de camping eerst de auto naar Saint Jean de Cole. Dan fietsen we in bijna anderhalf uur dezelfde weg terug van Saint Jean de Cole naar Saint Saud-Lacoussière. Het waait bijna niet, de temperatuur is 15 graden Celsius en het is - in tegenstelling tot gisteren - droog. Nadat we de fietsen hebben gestald bij het marktplein drinken we zo rond 10.15 uur iets verderop nog een kop koffie op het terras. Daarna wandelen we om 10.45 uur het dorp uit.

We nemen een heel mooi smal bospad tussen velden en bospercelen door. We komen uit bij de brug over de Dronne, die we hier over steken.Aan de overzijde van de brug gaan we naar beneden om een eindje langs de rivier te lopen. Verderop gaat het sterk stijgend het bos in, over een schitterend hol bospad.Het pad voert ons naar Le Grand-Peytour.Aan de overzijde van de D82 passeren we Boeuf-Mort, een boerenhoeve.Via een laan, een zigzaggende bosweg en een asfaltweg komen we in La Valade.

In La Valade zijn drie mannen bezig om de doorgaande asfaltweg te egaliseren met witte steengruis. Met een zware wals rijden ze over de steentjes om die stenen fijner te vergruizen en ze tegelijk plat te walsen, om zo de oneffenheden in de weg te egaliseren. Buiten het gehucht La Valade gaan we over een sterk stijgende weg omhoog en na een afdaling steken we het beekje de Queue d’Ane over. We passeren de gehuchten La Beaudrigie en Puy Pelat. We vervolgen ons pad over een brede stenige weg door het bos. Op een gegeven moment passeren we een vijver met Waterlelies. Langs de oever staat een houten huisje met een veranda. Op de rand van de veranda zittend, eten en drinken we wat.

Na deze eerste rustpauze daalt de bosweg naar – nogmaals - de Queue d’Ane, die we via een stenen brug over steken. Aan de overzijde volgt een flinke klim over asfalt naar Vieille Abbaye, een gehucht dat vroeger is gebouwd nabij de resten van een oude abdij. Een oudere Britse heer in een auto stopt naast ons om even een praatje te maken. Hij vertelt dat hij hier in de buurt verblijft in zijn caravan op het terrein van vrienden, die hier in de buurt een stuk land met een vijver in eigendom hebben. Hij vertelt dat hij vroeger ook al eens in Santiago de Compostela was en dat het een aanrader is om deze stad te gaan bezoeken. Wij vervolgen onze route in die richting en komen door het gehucht Peyrouse, dat deels is gebouwd van het sloopmateriaal dat resteerde van de afgebroken abdij van Vieille Abbaye.

Daarna volgen verschillende soorten wegen tussen velden door en door het bos. Na anderhalve kilometer asfalt steken we inmiddels voor de derde maal de Queue d’Ane over. Daarna volgt over wederom asfalt een hele lange steile klim tot aan een monument dat hier is geplaatst ter nagedachtenis aan tien inwoners van Les Merles, die hier in 1944 door de Duitse bezetters zijn gefusilleerd. Als we verder wandelen, zien we van boven Les Merles een brede donkere bewolking in onze richting komen. De zwaluwen rond een versterkte boerenhoeve vliegen hier laag. Daarmee wordt ons duidelijk dat het niet lang meer zal duren totdat het begint te regenen.

Toen de mist vanmorgen was opgetrokken, liep de temperatuur snel op. Het was tamelijk warm en benauwd. Geen zuchtje wind ter verkoeling. Als we Les Merles binnenwandelen, begint het voor het eerst vandaag te regenen. Het is maar een zomerbui van korte tijdsduur, maar het regent wel zo hard dat we even onder een afdak van een woning schuilen. Als de regen afneemt en nagenoeg is gestopt, gaan we verder. Maar nog voordat we Les Merles uit kunnen wandelen, begint het wéér zacht te regenen. We wandelen nu verder, onderwijl schuilend onder de paraplu. Ook verderop in het bos hebben we de paraplu nog wel nodig. We gaan verder naar Les Landes de Pauthiers. De regen is al weer gestopt. Dan volgt een twee kilometer lang bospad door het Bos van Vitrac, in de richting van Les Moulières. We slaan linksaf over een brede bosweg naar Les Moulières. Als we aankomen in Les Moulières, ontdekken we dat er ook een smal bospaadje parallel aan de brede bosweg naar dit dorp loopt, wat eigenlijk de GR-route is. Dit bospaadje zien we liggen achter het kasteel van Les Moulières.

Via een mooi bospad gaan we naar een oude spoorlijn, die we naar rechts evenwijdig volgen over een veldpad. Verderop moeten we door een spoortunnelje onder dit spoor door.Aan de andere zijde steken we de D707 over en daar pauzeren we op een picknickbank langs de weg. Daarna wandelen we al spoedig het dorpje Croze binnen. Dit is een mooi klein dorpje. We worden om het dorpje heen geleid en komen daar aan de voet van de hooggelegen woningen langs de oude bron van Croze.Vanuit Croze gaat het door de velden en langs de bosrand door naar Les Grandes Terres. In een grote open ruimte in dit uitgestrekte bos passeren we de kruising van La Baine. Wij gaan rechtdoor door het Bos van Saint Jean. In een andere open ruimte in dit grote bosgebied passeren we een kleine wijngaard.

Dan komen we bij de D98, die we volgen totdat we vooraan bij de toegangsbrug van Saint Jean de Cole arriveren. Het is nu zes uren later en 25,5 kilometer verder. Een behoorlijke afstand en een mooie route door voornamelijk agrarisch gebied.We gaan dit pittoreske, karakteristieke Perigordorpje in. Daar zien we de oude brug en het 15e eeuwse kasteel. Naast het kasteel bezoeken we de 11e eeuwse kerk van Saint Jean de Cole. In deze oude dorpskerk hangt aan de muur een collage over Sint Jacob, die is gemaakt en gepresenteerd ter gelegenheid van het feit dat het gisteren (25 juli) Sint-Jacobsdag was.

Pelgrimeren van Puy Doumaud naar Saint Saud-Lacoussière

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Puy Doumaud naar Saint Saud-Lacoussière
Maandag 25 juli 2011 – 18,5 km.
Dag 91: 1918 – 1936,5 km.

Om 8.00 uur verlaten Durkje en ik op deze Sint-Jacobsdag (elk jaar op 25 juli) de camping om de auto eerst naar Saint Saud-Lacoussière te brengen. Op het marktplein laten we de auto achter, om vervolgens naar Puy Doumaud te fietsen, waar we gisteren onze wandeltocht beëindigden. De temperatuur is aangenaam en die loopt gedurende deze dag op tot 17 graden Celsius. Het weer valt vandaag tegen. Het motregent de hele dag onophoudelijk, dus gedurende de hele fietstocht en de hele wandeltocht moeten we vandaag onze regenkleding dragen. Onze fietsen laten we achter in Puy Doumaud en we verlaten dit gehucht via een onverharde weg langs weilanden en door een bosperceel.

Na een asfaltweg gaan we verder over een bospad. In het dal voorbij het bos steken we het riviertje de Bandiat over. We gaan verder door het bos en komen dan via een asfaltweg in het gehucht Le Theillaud. We gaan het bos weer in en dalen af naar het dal van de Bandiat. We steken de Bandiat over via een houten loopbrug. Het bospad aan de overzijde stijgt en komt uit in Pensol. Voorbij de kerk van Pensol pauzeren we bij een te koop staand café-restaurant. Het is al gesloten, dus een kop koffie zit er voor ons vandaag onderweg helaas niet in. We eten en drinken wat, zittend in de vensterbank van het café-restaurant. Tegenover ons is een medewerker van de Commune de Pensol in het dorpsparkje bezig om de bloemperken onkruidvrij te maken en het geheel weer fleurig op te maken. Na deze pauze verlaten we Pensol.

Als je via de D15 Pensol uit wandelt, loop je enkele meters verder het gehucht Les Petites Landes in. We verlaten Les Petites Landes via een veldpad. Daarna volgt een bospad, een asfaltweg en een brede stenige weg door het Forêt de l’Épinassie. Vlak vóór de eerste huizen van Le Fermiger gaan we rechtsaf, dalend via een bospad. Verderop lopen we over een dam van een bosvijver en dan dalen we via het bospad verder af naar de beek Gamoret. Via een houten loopbruggetje steken we de Gamoret over. Hiermee verlaten we het Franse departement Haute-Vienne en treden we het eveneens Franse departement Dordogne binnen. Dan volgt een steil veldpad, dat uitkomt op een asfaltweg. Voorbij een splitsing en alweer een vijver (étang) wandelen we het gehucht La Mazaurie binnen. Hier staat bij een verlaten, bouwvallig huis een wegwijzer voor pelgrims, waarop staat dat het vanaf hier nog 8 kilometer is naar ons eindpunt van vandaag (Saint Saud-Lacoussière) en dat dáár alle nodige voorzieningen voor pelgrims aanwezig zijn.

We verlaten La Mazaurie via een asfaltweg. Daarna volgt een veldpad en in het verlengde daarvan een smalle asfaltweg tussen de velden door naar La Chapelle-Verlaine. Hier vinden we op de plaats waar we de doorgaande weg over moeten steken een bankje onder een afdak, waar we aangenaam buiten het bereik van de voortdurend aanhoudende motregen kunnen pauzeren, teneinde wat te eten en te drinken. We steken daarna de D85 over en na een stukje asfaltweg volgt een bospad, dat ons naar de grote vijver van Pimpidour voert. De regencape en de regenbroek kunnen hier even uit, maar dat is helaas maar van korte duur.

Aan beide zijden van de asfaltweg die Pimpidour uit gaat, zien we flinke percelen weiland waarin duizenden witte, gekortwiekte eenden scharrelen. Hier in deze streek zijn we al vaker eendenboerderijen gepasseerd. De eenden hebben een vrije uitloop vanuit de lange loodsen naar buiten. Gezien het groot aantal eenden dat hier rondloopt, maken ze ook dankbaar gebruik van die mogelijkheid tot vrije scharrel-uitloop. Verderop volgen een mooi gevarieerd bospad en veldpad. Daarna gaan we verder over een asfaltweg, die langs de toegangsweg van onze camping voert. Voor de grote recreatievijver Le Grand Étang gaan we over mooie veldpaden tussen de velden door. Over een asfaltweg lopen we door het gehucht Le Pic.

Voorbij Le Pic wandelen we langs de D79 onze bestemming voor vandaag binnen: Saint Saud-Lacoussière. Vóór het jaar 1600 heette dit dorp nog Lacoussière-sur-Dronne. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit dorp een centrum van verzet. We hebben vandaag tussen 9.40 uur en 14.20 uur een afstand afgelegd van 18,5 kilometer. We kunnen met recht zeggen dat we vandaag maar één regenbui hebben gehad, want het motregende voortdurend vanaf het moment dat we vanmorgen opstonden tot ook nog laat in de avond.

Pelgrimeren van Oradour-sur-Vayres naar Puy Doumaud

Van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Oradour-sur-Vayres naar Puy Doumaud
Zondag 24 juli 2011 – 23 km.
Dag 90: 1895 – 1918 km.

Na een jaar wachten is het eindelijk weer zover dat we verder kunnen gaan op ons pelgrimspad van Sint-Jacobiparochie naar Santiago de Compostela. Na een lange en een korte dagrit zijn Durkje en ik gisteren gearriveerd op een camping in het gehucht La Bucherie, vlak boven het dorp Saint Saud-Lacoussière. Vanmorgen gaat de wekker om 6.30 uur. Dat betekent opstaan en ons klaarmaken voor de eerste dagmars van deze zomervakantie. Even na 8.00 uur vertrekken we vanaf de camping. Het is dan nog maar 10 graden Celsius. We brengen eerst de auto naar ons eindpunt van vandaag: Puy Doumaud. Daarvandaan fietsen we naar de plaats waar de vorig jaar onze pelgrimage tijdelijk beëindigen: Oradour-sur-Vayres.Voordat we aan de wandel gaan, drinken we hier in een plaatselijk café eerst een kop koffie, temidden van de Franse dorpsbewoners, die hier ook zijn gekomen voor een kop koffie of voor een glas wijn.

Vanaf het voormalige spooremplacement van Oradour-sur-Vayres wandelen we langs het oude treinstation. We gaan dan een veldpad op in zuidelijke richting en passeren daarbij een ‘clédier’, een oud ovengebouwtje, waarin men vroeger kastanjes droogde. Tegenover de clédier ligt een restaurant met gastenverblijven, het eigendom van de Nederlandse familie Kroes. We ontmoeten mevrouw Kroes, die ons vertelt dat ze hier al elf jaar wonen en al meerdere jaren hier deze accommodatie exploiteren. Langs de D22 wandelen we door La Côte, om vervolgens de weg over te steken en aan overzijde naar Le Point te lopen.

Vanuit La Côte wandelen we door naar La Monnerie. Voorbij het ommuurde landgoed wandelen we hoog achter het grote fabriekscomplex langs van La Monnerie. Na een afdaling gaan we verder langs de D22, vanaf de plaats waar het riviertje La Tardoire onder de D22 doorstroomt, aan de voorzijde van de fabriek van La Monnerie. Via de D22 arriveren we - na onze eerste 5 kilometers van vandaag - in Cussac. Als we ter hoogte van de begraafplaats aan de andere zijde van Cussac het dorp verlaten, zien we tegen de begraafplaatsmuur een bord staan, waarop staat vermeld dat het vanaf hier nog 1552 kilometer is naar Santiago de Compostela. Buiten Cussac gaan we over een bospad omhoog. Een wegwijzer – gesponsord door Gaz de France – maakt ons duidelijk dat we op de GR654 zitten, het Franse pelgrimspad dat wij volgen.

Verderop gaan we over een veldweg in de richting van een ingegraven waterreservoir. Langs het door de velden lopend pad staan bramenstruiken met heerlijk rijpe bramen. Tijd voor het natuurlijke ‘fruithapje’ van de dag. Langs de D42 en over een stijgend bospad arriveren we in La Mauzerie. In een superklein dorpspark pauzeren we op een bankje. Rondom ons lopen voortdurend twee jongemannen met een lange uitschuifladder en een groot schepnet. We zien dat ze verwoede pogingen doen om een ontsnapte, oranje kanarie te vangen. Elke keer als ze hoog op de ladder staand het schepnet over de kanarie willen steken, vliegt de kanarie weg. De mannen volgen het vogeltje waar het heen vliegt. Na deze etenspauze lopen we door naar Les Bonnes Fontaines. Na de wegkapel van Les Bonnes Fontaines wandelen we door naar het volgende gehucht: La Genette.

Na een fikse klim over een mooie holle weg door het bos komen we op de D42, die we volgen in de richting van het kasteel van Brie. In Brie aangekomen, gaan we het landgoed van het kasteel op. Het kasteel van Brie is een versterkt huis, gebouwd in 1484. Het heeft ronde, maar ook een vierkante slottoren. In één van de aanliggende schuren is een bruiloft. Eén van de bruiloftsgasten vragen we een foto van ons beiden te maken bij de voorzijde van het kasteel. Een mooie foto is het resultaat.

Via een asfaltweg, een steil bospad en de D213 bereiken we de bebouwde kom van Le Grand Puyconnieux, gelegen op 498 meter hoogte, ruim honderd meter hoger dan het kasteel van Brie (379 m). Vlak vóór het dorp slaan we rechtsaf om via een bospad Le Grand Puyconnieux links te laten liggen. Over een brede stenige weg - achter een boerderij langs - komen we in een kastanjeplantage.Een groot deel van het oorspronkelijke bos is gekapt, jonge kastanjebomen zijn hierna aangeplant.

Na een holle bosweg en de D64 komen we aan in La Bussière Montbrun. Na het gehucht Bort passeren we de Chemin de Montbrun, de toegangsweg van het 600 meter verderop liggende kasteel van Montbrun. Wij wandelen door naar Mappas, waar we rusten, eten en drinken. Hier in Mappas hebben we zo’n 20 kilometer achter de rug.

Vanuit Mappas gaan we weer over een schitterend bospad, voortdurend stijgend. De temperatuur is inmiddels opgelopen tot net boven de 20 graden Celsius. De zon schijnt voortdurend tussen de lichte bewolking door, dus het loopt hier heerlijk koel onder de bomen over het mooie bospad. We gaan door het gehucht La Croix du Bac. Twee oude vrouwen, die op de dorpsweg met elkaar staan te praten, groeten ons vriendelijk als we passeren. We verlaten La Croix du Bac alweer snel. Dan volgt nog een kilometer lange asfaltweg door het bos naar Les Vergnes.

Voorbij Les Vergnes steken we de D22 over en dan volgt de laatste korte klim van vandaag, over een asfaltweggetje naar het gehucht Puy Doumaud. Hier arriveren we bij onze auto, die we op deze plaats vanmorgen achterlieten. Het is nu 21 graden Celsius. We hebben vandaag 23 kilometer gelopen. Met de auto halen we de twee fietsen weer op uit Oradour-sur-Vayres, om vervolgens naar de camping terug te rijden. Onze eerste pelgrimsdag van 2011 zit erop. Prachtig wandelweer, een mooie route met veel variatie en heerlijk gewandeld.