Posts tonen met het label OCenW. Alle posts tonen
Posts tonen met het label OCenW. Alle posts tonen

zondag 21 april 2013

Wereld van waarde

Donderdag 18 april 2013
Keynote speaker minister Jet Bussemaker

HBO-jaarcongres 2013 in Den Bosch
Het jaarcongres 2013 van de HBO-raad (de vereniging van hogescholen) is vandaag in de Brabanthallen in 's Hertogenbosch. Met een deelnemerslijst van meer dan 600 mensen is dit één van de grootste congressen die jaarlijks in, voor en met het Nederlandse Hoger Beroepsonderwijs (HBO) wordt gehouden. Docenten & studenten, managers & bestuurders, onderwijskundigen & personeelsadviseurs, kortom, allerlei medewerkers van hogescholen en van hun partnerorganisaties zijn gisteren of vandaag afgereisd naar Den Bosch, om hier vandaag dit grote HBO-congres bij te wonen. We komen voor plenaire sessies, voor hoorcolleges, voor debatten, workshops, en ook om elkaar in de ontmoeting tussen hogescholen te spreken over ons waardevolle Nederlands hoger beroepsonderwijs.

De waarde van de opleiding
Nadat dagvoorzitter Jet de Ranitz iedereen welkom heeft geheten, volgt de openingsspeech van Thom de Graaf, voorzitter van de HBO-raad.  De Graaf spreekt over de kernfunctie van het HBO en beweert dat ons hoger beroepsonderwijs met sprongen vooruit gaat. Hij prijst onze onderwijsminister, die 'het hoger onderwijs ook van binnenuit kent. Ze weet waar wij mee bezig zijn, en hoe moeilijk dat soms ook is."
Thom de Graaf:
  • Studenten moeten tijd en ruimte houden om naar de wereld te kijken;
  • Goed onderwijs gaat om meer dan rendementen;
  • Het HBO heeft wel rust en stabiliteit nodig;
  • Teveel ministeriële sturing staat innovatie in de weg;
  • Onderzoek in het HBO - in bijvoorbeeld Centers of Excellence en in Lectoraten - leidt tot innovatie.
De HBO-raadsvoorzitter vindt dat we in onze vereniging van hogescholen samen verantwoording moeten afleggen, dat de onderlingen debatten en gesprekken van onderop moeten komen en dat we daarom onze Verenigingsgedachte meer moeten benadrukken. Hij sluit af met de presentatie van de nieuwe naam van de HBO-raad: 'Vereniging Hogescholen'. Zijn nieuwe visitekaartje met daarop de nieuwe verenigingsnaam reikt hij uit aan de volgende spreker: Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCenW).

Onderwijsminister Jet Bussemaker
Dan volgt de voordracht van Jet Bussemaker, voorheen rector van de Hogeschool van Amsterdam, momenteel minister van OCenW.
Het opleiden van professionals aan wie wij ons zelf en ons hele hebben en houden in de toekomst toevertrouwen, is een kernmissie van het HBO, aldus onze minister. Ze geeft aan dat die kernmissie lang niet altijd in voldoende mate op waarde wordt geschat.
Jet Bussemaker:
  • In hogescholen draait alles om die waarde van de professional;
  • HBO-ers zijn waarde(n)dragers & waarde(n)overdragers;
  • De huidige praktijk vraagt om snelle oplossingen;
  • Hogescholen moeten niet universiteitje gaan spelen; nieuwe kennis moet - samen met het werkveld - in de praktijk worden gebracht;
  • Lectoren zijn in het maatschappelijk debat nog te vaak afwezig;
  • Bussemaker wil graag discussie over de toekomst van het HBO, over waar bijvoorbeeld over tien jaar het HBO staat qua digitalisering van het onderwijs.
Voorzittersvoordracht Onderwijsraad
De volgende plenaire voordracht wordt verzorgd door Geert ten Dam, voorzitter van de Onderwijsraad.
Ten Dam:
  • Kritisch leren denken doe je niet in aparte vakken, maar dat leren studenten in praktijkgericht onderwijs;
  • De aansluiting van het HBO op de arbeidsmarkt kan veel doelmatiger;
  • Je moet jezelf zien als iemand die een bijdrage gaat leveren aan waarde(n);
  • Je moet studenten leren te zien dat hun bijdrage aan het beroep en aan de samenleving ertoe doet; zo krijgt onderwijs vormende waarde;
  • Het gaat om het kwetsbare evenwicht van economische, maatschappelijke en persoonlijke waarden;
  • De missies van hogescholen zouden wel wat concreter mogen, want dan spreken ze de studenten ook meer aan;
  • Besteed ook aandacht aan de normatieve kant van bestuur & governance;
  • Je moet doorlopend expliciet nadenken over nieuwe moraliteit.
Cultuur wint altijd!
De eerste deelsessie die ik bijwoon, is het hoorcollege 'Cultuur wint altijd!', van Kristel Baele & Kees Boele, beiden lid van het College van Bestuur van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.
Baele vraagt zich af wat het voor een hogeschoolbestuurder betekent als hij/zij een inspirerende, professionele onderwijs- en onderzoekscultuur wil creëren, en wat dat met de docent doet als je dat in balans wilt laten zijn met procedurele 'checks and balances'. Baele: 'Ontkennen van kwaliteitsstandaarden helpt niet, ze internaliseren wel.".
Boele vertelt dat docenten inhoud, sfeer en zelfstandigheid belangrijk vinden, maar dat zij momenteel teveel in een kramp zitten en bang zijn om te innoveren. Volgens hem is de cultuur (veel meer dan de structuur) bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs. Studenten zouden minder opdrachten moeten krijgen en minder moeten reflecteren. Daarvoor moet meer inhoud in de plaats komen. Niet langer opleiden, maar onderwijzen vanuit ervaring en met wijsheid, want dat vraagt de huidige generatie, aldus Kees Boele.
Zijn oplossing is:
  • Werk vanuit een hoogwaardige, inhoudelijke en collectieve ambitie;
  • Organiseer professionele zelfstandigheid en verantwoordelijkheid;
  • Zorg voor een veilige en inspirerende atmosfeer.
Boele sluit zijn presentatie af met een verwijzing naar de woorden van Moeder Theresa: "We kunnen geen grote dingen doen, alleen kleine dingen met grote liefde".

Verbinden & Samen doen
De tweede deelsessie - een workshop - die ik bijwoon, gaat over 'Verbinding tussen centraal en decentraal overleg', verzorgd door Jos van Hijfte van de Hogeschool van Amsterdam. Gesteld wordt dat je streeft naar verbetering in het onderwijs, en dat zou dan blijken uit de cijfers. Cijfers geven echter geen verbetervoorstellen, maar geven altijd het signaal om een gesprek te voeren.
De derde deelsessie die ik bijwoon, heet: 'Waarom moeilijk doen als het samen kan', en gaat over studiesuccessen door sociale cohesie. In deze workshop van de Christelijke Hogeschool Windesheim presenteert lector Rob Bovens zijn project '#Five', over een fit en veilig Windesheim, over hoe een gezond en veilig hogeschoolklimaat leidt tot studiesucces.

Bas Haring filosofeert over hoger beroepsonderwijs
Het plenaire Slotprogramma wordt aan het eind van de middag verzorgd door filosoof Bas Haring.
De volgende twee thema's komen in zijn verhaal aan de orde:

I. De waarde van het onderwijs:
  • Studenten worden opgeleid om deel te nemen aan hún samenleving, waarin wíj te zijner tijd te gast zijn;
  • Waarde is geborgd in dingen, die er voor ons toe doen;
  • Naarmate de samenleving ingewikkelder wordt, hebben mensen een langer traject nodig om goed deel te kunnen nemen aan de samenleving. En daar komt bij dat als we langer leven en langer werken, wij ook langer moeten studeren.

II. Een onderzoekende houding stimuleren:
  • Beroepsgericht onderzoek in het HBO moet ook wetenschappelijk onderzoek zijn; en daar bestaat dan wel een enorme vrijheid, mits het antwoord op de onderzoeksvraag maar juist is.
  • Als je maar nieuwsgierig bent, mag je best onderzoek doen in het HBO.
Mijn toekomstdroom - aldus Bas Haring - is dat mensen niet direct overal wat van vinden en dat direct ook zeggen, maar dat ze hun oordeel nog even uitstellen.

donderdag 22 november 2012

Prestatieafspraken in het hoger onderwijs



Donderdag 22 november 2012
Kennisuitwisseling in subgroepen















Collegiale verkenning
Tijdens de netwerkbijeenkomst van ons Platform HBO van het Nederlands Netwerk voor Kwaliteitsmanagement (NNK) staan we vandaag stil bij de Prestatieafspraken, die zijn gemaakt tussen enerzijds het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCenW) en anderzijds de instellingen in het hoger onderwijs. Hoewel alle afspraken nog niet formeel afgesloten zijn en er inmiddels een nieuw kabinet is aangetreden, achten we het verstandig om in dit stadium als kwaliteitszorgmedewerkers alvast met elkaar te verkennen wat deze afspraken ons en anderen waard zijn.
Paul Nieuwenhuis – voorzitter van dit HBO-netwerk  - heet de 17 deelnemers welkom in een vergaderzaal van het ‘Cursus- en Vergadercentrum Domstad’ te Utrecht en introduceert het thema “Prestatieafspraken” aan de hand van één van de afspraken (Bachelor-rendement), die Saxion Hogeschool met het onderwijsministerie heeft gemaakt.

Werkvragen
Enkele vragen die in de bijeenkomst van vandaag aan de orde komen, zijn:

  1. Welke Prestatieafspraken hebben de hogescholen gemaakt?;
  2. Hoe zijn die afspraken tot stand gekomen en wie waren daarbij betrokken?;
  3. Hoe zijn en/of worden deze Prestatieafspraken binnen de betreffende hogescholen geïmplementeerd?;
  4. Wat is bij die implementatie de rol van kwaliteitszorgsmedewerkers?;
  5. Hoe kijken instellingen voor hoger onderwijs aan tegen de Prestatieafspraken, en hoe kijkt men van buiten hier naar?

Programma
In vier subgroepen wisselen we eerst uit hoe de verschillende hogescholen met de prestatieafspraken omgaan, uitgaande van de bovenstaande vraagstelling.
Een aantal items die in de terugkoppeling na afloop uit deze subgroepen komen, zijn:

  • De eigen – al bestaande – ambitienivo’s van hogescholen zijn veelal leidend geweest voor het formuleren van de Prestatieafspraken;
  • In dit proces verander(d)en de rollen van enerzijds de afdelingen Planning & Control en anderzijds de afdeling Kwaliteitszorg van een hogeschool. Daarbij kregen de afdelingen Planning & Control – die doorgaans meer procesgeoriënteerd waren/zijn – meer invloed;
  • Prestatieafspraken gaan vaker over het verhogen van normen, dan over het verhogen van de studenteninstroom in het hoger onderwijs;
  • Het formuleren van Prestatieafspraken zorgde doorgaans niet voor een stormachtige sfeer in de hogeschool; ze bouwden namelijk veelal voort op de inhouden van de reeds voorliggende management-contracten;
  • Een ook nu nog voortdurend probleem blijft het hanteren van de verschillende definities omtrent de gehanteerde prestatieafspraken;
  • De meeste Prestatieafspraken zijn niet bijster ambitieus;
  • Sommige hogescholen hebben nu – i.v.m. hun prestatieafspraken – een grote(re) focus op de Studententevredenheidsonderzoeken (van bijvoorbeeld NSE);
  • Sommige Colleges van Bestuur gaven het opleidingsmanagement hoge, strenge normen, maar geven de opleidingen wel volop ruimte om die normen op eigen wijze te behalen;
  • De door de hogescholen vastgestelde Prestatieafspraken worden veelal door één of meer specifieke projectgroepen geïmplementeerd in de staande organisatie van een hogeschool;
  • Veel studentengerelateerde Prestatieafspraken zijn veelal heel concreet geoperationaliseerd en zijn voor studenten en docenten dan ook uitdrukkelijk controleerbaar;
  • Veel Jaarplannen/Teamplannen van opleidingen bevatten inmiddels informatie over instrumenten en middelen, die worden ingezet om de Prestatieafspraken te implementeren en te behalen.

Casus Hogeschool van Amsterdam
Na de pauze volgt een presentatie van beleidsmedewerker Jos van Hijfte, werkzaam bij de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Hij neemt ons in zijn presentatie mee in de praktijk van deze hogeschool met betrekking tot het tot stand komen en het implementeren van de Prestatieafspraken.

  • Van Hijfte benadrukt de kwaliteitsproblemen, die onvermijdelijk ontstaan door een te snelle groei van het aantal studenten van een hogeschool.
  • Een ander punt is dat de Planning & Control-processen van een hogeschool veel meer een inhoudelijke component moeten krijgen voor wat betreft onderwijs en onderzoek, maar dan loop je tegen het probleem aan dat dergelijke afdelingen van een hogeschool doorgaans geen expertise bezitten op het gebied van onderwijs en onderzoek in een opleiding voor hoger onderwijs.
  • Naast het proces om te komen tot Prestatieafspraken heeft de HvA parallel ook en proces laten lopen van Profilering (met betrekking tot Urbanisatie en Ondernemerschap).
  • Voor hogescholen vormt het moeten werken met verschillende stelsels voor het fungerende hogeschoolinformatiesysteem een praktisch probleem. Dat ene hogeschoolinformatiesysteem moet nu bijvoorbeeld informatie leveren op grond van vraagstellingen uit de eigen hogeschoolorganisatie, naast de vereisten van de Basisgegevens waar de NVAO om vraagt, naast de gegevens en informatie die hogescholen nu ook nog moeten leveren voor de Prestatieafspraken. Verschillen in definities en verschillen in daarbij behorende systeemvereisten bemoeilijken de invoer, verwerking en uitvoer van respectievelijk gegevens en informatie.

Implementatieperikelen
Bij de HvA worden per Prestatieafspraak de maatregelen benoemd, die nodig zijn om de betreffende Prestatieafspraken te behalen, waarna ook per maatregel zowel kwalitatief als kwantatief monitoring op processen en resultaten plaatsvindt. Bij de implementatie en bij de monitoring worden ook direct de NVAO-standaarden al meegenomen.
Het grootste probleem binnen een hogeschool vormt de stapeling van de dossiers die niet (geheel) op orde zijn. Denk bijvoorbeeld aan onvolkomenheden in studentendossiers/-portfolio’s, in opleidingsrendementen en/of in het niet correct functioneren van opleidingsexamencommissies.
Jos van Hijfte: “Een deel van het geheim van je succes zit in je docenten”.

Afsluiting
Aan het eind van deze bijeenkomst volgt nog een korte ronde ‘Halen en brengen’. Daarna sluit netwerkvoorzitter Paul Nieuwenhuis deze netwerkbijeenkomst.

dinsdag 27 april 2010

Werkbezoek bij Ministerie van OCenW in Den Haag

Maandagmiddag 26 april 2010

Het is al weer zes jaar geleden dat de Christelijke Hogeschool Nederland (CHN) de accreditatie verkreeg voor haar internationale "non-degree courses". Dit kwaliteitskeurmerk werd indertijd verleend door de NCCIC (Netherlands Certification Council for International Courses), opgericht door de NUFFIC, de "Netherlands Organisation for International Cooperation in Higher Education". De CHN was toen de eerste en nog steeds de enige hogeschool die dit kwaliteitskeurmerk verdiende.

Dit keurmerk biedt de garantie dat internationale studenten van buiten de Europese Unie een verblijfsvergunning krijgen van de "Immigratie en Naturalisatie Dienst" (IND) voor de studieduur van geaccrediteerde "international non-degree courses", waartoe ze zijn toegelaten binnen de CHN, de hogeschool die inmiddels opereert onder de nieuwe naam "Stenden hogeschool". Een klein aantal door de overheid niet-erkende onderwijsinstellingen heeft destijds dit keurmerk ook verkregen.

Het was de bedoeling dat de NCCIC de accreditatieorganisatie zou worden voor non-degree courses, zoals de NVAO dat momenteel is voor de (Associate, Bachelor en Master) degree courses. In de sector hoger onderwijs bleek daartoe echter het draagvlak toen nog niet voldoende, met als gevolg dat de NCCIC werd opgeheven en dat met het Ministerie van Binnenlandse Zaken een tijdelijk regeling werd afgesproken voor het verstrekken van verblijfsvergunningen aan internationale non-degree studenten. Toen is ook afgesproken dat bij de start van het nieuwe accreditatiestelsel 2010 opnieuw gekeken zou worden op welke wijze vanaf dat moment ook structureel voorzien zou kunnen worden in de accreditatie van non-degree courses.

Op het moment dat het nieuwe accreditatiestelsel 2010 inmiddels de Tweede Kamer is gepasseerd en binnenkort ook de Eerste Kamer volgens verwachting zal passeren, hebben een aantal organisaties het initiatief genomen om de onderhandelingen te starten, teneinde te komen tot een door de Nederlandse overheid erkend keurmerk voor internationale non-degree courses voor niet-EU-studenten. Stenden hogeschool is wederom één van die initiatiefnemers.

Vanmiddag vindt in dat kader het eerste overleg plaats bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCenW) te Den Haag. Als vertegenwoordiger van Stenden hogeschool neem ik samen met vertegenwoordigers van PIE (Platform for International Education), van de Maastricht School of Management, van PTC+ en van Wageningen University and Research Center (ICRA) deel aan het eerste overleg met drie beleidsmedewerkers van het Ministerie van OCenW, te weten: mevrouw Colijn en de heren Nooij en De Zwaan. In dit gesprek passeren verleden, heden en toekomst.

Aan het eind van het gesprek is ons duidelijk dat we voor het organiseren van het toekomstig keurmerk voor internationale non-degree courses ook in overleg moeten treden met meer partijen in deze onderwijssector, zoals onder andere: Nuffic, HBO-raad, VSNU, Paepon, Ministerie van Binnenlandse Zaken (IND), NVAO en het Ministerie van Economische Zaken. We komen tot de werkafspraak dat we op afzienbare termijn deze en enkele andere relevante partijen zullen uitnodigen om samen met ons te bespreken op welke wijze we op redelijke termijn ons doel kunnen bereiken.

De sleutel voor de oplossing ligt bij de verschillende èn bij de overeenkomende belangen die alle marktpartijen hebben om het aanbod van internationale non-degree courses voor niet EU-studenten in de Nederlandse markt groter te maken, hetgeen goed is voor bijvoorbeeld de kwantitatieve en kwalitatieve groei van het Nederlandse onderwijs, voor de Nederlandse economie en voor de strategische positie van Nederlandse onderwijsaanbieders in een groeiende internationale (ook onderwijs-)markt.

zaterdag 26 september 2009

Visitatievoorbereiding van een nieuwe HBO-opleiding

Vrijdag 25 september 2009

Het starten van een nieuwe opleiding in het Hoger Beroepsonderwijs (HBO) is geen sinecure. Een jarenlang proces van onder andere marktonderzoek, haalbaarheidsstudie, conceptontwikkeling, ontwerp en curriculumbouw wordt binnen Stenden hogeschool doorlopen, alvorens bij de overheid goedkeuring wordt verkregen om te mogen starten met een nieuwe opleiding.

In de afgelopen jaren heeft Stenden hogeschool zo'n traject doorlopen. Samen met een grote groep vertegenwoordigers uit het werkveld - waarvoor de nieuwe opleiding studenten zal gaan opleiden - is een opleidingsconcept ontwikkeld en is een blauwdruk gemaakt van een HBO-bachelor-opleiding, waarvan het werkveld, de hogeschool en potentiële studenten zeggen dat dit een opleiding wordt waarin studenten goed worden voorbereid om na vier studiejaren als goed gekwalificeerd, beginnend beroepsbeoefenaar het betreffende werkveld in te gaan.

De medewerkers van Stenden hogeschool en de experts uit het werkveld zijn nu klaar om binnenkort de kwaliteit aan te tonen van de ontwikkelde opleidingsplannen. Daartoe zal op afzienbare termijn een visitatiecommissie van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) bij ons op bezoek komen om de kwaliteit van de planvorming te toetsen aan de toetsingscriteria die voor een nieuwe bachelor-opleiding in het hoger beroepsonderwijs gelden. Als de NVAO besluit om deze nieuwe opleiding te accrediteren, zal Stenden hogeschool bij de Minister van Onderwijs & Wetenschap (OC&W) ook de overheidsbekostiging van deze dan geaccrediteerde opleiding proberen te verkrijgen.

Nu de visitatie van de nieuwe opleiding in zicht is, en alles klaar ligt om geverifieerd te worden, is het moment gekomen om alle deelnemende partijen van de visitatie goed voor te bereiden op de naderende visitatiedag. Het projectmanagement-team van deze nieuwe opleiding heeft mij gevraagd om vanmiddag een presentatie te verzorgen over de wijze waarop de visitatie over enkele weken zal plaatsvinden. Samen met de groep vertegenwoordigers/experts uit het betreffende werkveld loop ik vanmiddag alle relevante zaken daartoe door. Na mijn inbreng volgen een aantal inhoudelijke bijdragen van enkele andere collega's. Aan het eind van de middag zijn de werkveldvertegenwoordigers goed voorbereid om er samen met de vertegenwoordigers van de hogeschool voor te kunnen zorgen dat alle gevraagde informatie binnenkort aan het visitatiepanel van de NVAO wordt gegeven. Deze informatie heeft de visitatiecommissie nodig om vervolgens een beargumenteerd, positief accreditatieadvies uit te kunnen brengen.

woensdag 11 maart 2009

Evidence based: het beste onderwijs?

Woensdag 11 maart 2009

Vanmiddag en vanavond vindt de Windesheim Onderwijslezing 2009 plaats in de Christelijke Hogeschool Windesheim te Zwolle. De School of Education van Windesheim en VU podium organiseren jaarlijks deze Onderwijslezing voor een brede doelgroep binnen het onderwijswerkveld, zoals docenten, managers en bestuurders van partnerscholen, onderwijskundigen en studenten. Het thema dit jaar is: ‘Evidence based: het beste onderwijs?’.

Eerst wetenschappelijk bewijzen dat een methode werkt, daarna pas invoeren. Deze Evidence based-aanpak om vernieuwingen in het onderwijs aan te brengen, wint steeds meer terrein. Het Ministerie van OC&W steekt veel geld in projecten zoals "Onderwijs Bewijs". Universiteiten en hogescholen richten onderzoeksinstituten in. Onderzoek wordt steeds belangrijker bij het ontwikkelen en invoeren van onderwijsvernieuwingen. Maar hoe bepaal je de kwaliteit en het resultaat van onderwijs en onderwijsvernieuwingen? Een vraagstuk met zeer uiteenlopende dimensies, dat direct verbonden is aan de dagelijkse onderwijspraktijk en tevens het Windesheim-speerpunt "Pedagogische kwaliteit van het onderwijs".

Vanuit uiteenlopende aandachtsgebieden schenkt de Onderwijslezing 2009 aandacht aan Evidence based-onderwijs. De volgende vier deskundigen geven hun visie:

Prof. dr. Geertje van der Werf, hoogleraar Onderwijs & Leren bij het GION, Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs van de Rijksuniversiteit Groningen en van daaruit ook betrokken bij het Top Institute for Evidence Based Education Research (TIER). Van der Werf: We hebben meer Evidence nodig op basis van hoogwaardig onderzoek dat het gegeven onderwijs effectief is. De kwaliteit van het onderwijs moet in de praktijk worden aangetoond. We moeten Evidence based-beleid formuleren, Evidence based-onderwijs in praktijk brengen en een Evidence based-cultuur bevorderen.

Dr. Yvonne Leeman, lector Pedagogische Kwaliteit van het Onderwijs aan Windesheim. Leeman: Onderwijs dat alleen put uit een reservoir van kennis volstaat niet. Beroepsmatig handelen gebeurt op grond van cognitie èn emotie. Je moet kennis leren gebruiken, daarbij gebruik makend van je morele denkkaders en van je creativiteit. Kennis is meetbaar, maar je morele denkkaders en je emotie zijn moeilijk tot niet meetbaar en derhalve in de Evidence based-aanpak eenvoudig terzijde te schuiven. De Evidence based-aanpak biedt dus maar een zeer beperkte kijk op het functioneren van leerkrachten.

Prof. dr. Jan Jacob van Dijk, tweede kamerlid (CDA) met onderwijs in zijn portefeuille. Van Dijk: Het is vrijwel onmogelijk om het te onderzoeken onderwijs zo te isoleren dat je kunt aantonen welk onderwijs het beste is. Omdat taal en rekenen eenvoudig meetbaar zijn, leggen we daar de nadruk op, maar waar blijft nu eigenlijk onze aandacht voor bijvoorbeeld de mate waarin leerlingen leren/kunnen samenwerken? De kwaliteit van de docent is van doorslaggevend belang; ze moeten bovenal een onderzoekende houding aanleren tijdens hun lerarenopleiding.

Dhr. Pierre Noordmans, docent en ontwikkelaar aan het Deltion College te Zwolle. Noordmans: De laboratorium-onderzoeken van de Evidence based-aanpak vertragen alle innovatie, want dan zou we een een onderwijsinnovatie bijvoorbeeld pas na vier jaar onderzoek kunnen invoeren. Dan is die innovatie allang weer verouderd. En de Amerikaanse filosoof Dewey (1859-1952) zei al: "Research can tell us what worked, but cannot tell us what works".

Na de bijdragen van deze vier deskundigen wordt tijdens een paneldiscussie, waarin het publiek een actieve bijdrage heeft, verder ingegaan op de voor- en nadelen van evidence based-onderwijs. Tijdens het buffet krijgen we de opdracht om in subgroepjes een flessenpost-brief op te stellen met daarin een korte beschrijving van ons droom-onderwijs. Die flessen worden van boven uit het raam gegooid, beneden in het duister opgevangen, in een rubberboot geladen en dan verdwijnen ze over water in het duister. Zullen al deze dromen in het toekomstig onderwijs ooit uit komen?

donderdag 5 februari 2009

HO-conferentie 2009 van de IBG in Utrecht

Donderdag 5 februari 2009

Even na 10.00 uur opent dagvoorzitter Lex Valk in het Utrechtse Beatrixtheater de Hoger Onderwijs-(HO)-conferentie 2009, die dit jaar als thema mee krijgt: "Van jonge mensen, de dingen die..." Elk jaar organiseert de Informatie Beheer Groep (IBG) deze conferentie voor allerhande beroepskrachten uit het Hoger Onderwijs, die op enige manier beroepshalve te maken krijgen met uiteenlopende IBG-zaken, zoals Studielink, CROHO, Studiefinanciering, Bekostiging, CRIHO, CFI, Diplomafraude, OV-jaarkaart, BRON, aanmelding & inschrijving. De deelnemerslijst van deze conferentie bevat 293 namen.

Nadat Chris Spanjaard als hoofddirecteur van de IBgroep de conferentie heeft geopend, verzorgt de directeur van Studielink - Wouter de Haan - een lezing met als titel: "De Studielinkketen wordt steeds sterker". Er waren en zijn nog steeds veel opstartproblemen van Studielink, maar met de lancering van Studielink versie 2.9 van vorige week is de helft van het aantal onvolkomendheden opgeheven. Op dit moment werken 38 HO-instellingen met Studielink; aan het eind van dit jaar zullen dat er 56 hogescholen en universiteiten zijn.

Daarna volgen de "zieleroerselen" van OC&W-minister Plasterk, die op dit moment zijn OC&W-lezing zelf niet kan verzorgen, aangezien hij momenteel met Prins Willem Alexander en Prinses Maxima op werkbezoek is op Antarctica. Zijn stand in is Bas Derks, programmamanager kwaliteit en studiesucces van het Ministerie van Onderwijs & Wetenschap (OC&W) met de lezing: "Een ambitieuze studiecultuur: van beleidsagenda naar realiteit", die in gaat op de rol van de overheid in deze. Het meerjarenplan van het ministerie bevat extra investeringen, extra kwaliteitsprikkels via wet- en regelgeving en nieuwe experimenten, want er is volgens Derks veel mis met het huidige hoger onderwijs:
- 30-40% van de studenten heeft na 7 studiejaren nog geen diploma;
- door een slechte studiekeuze is de uitval in het hoger onderwijs 51%;
- 50% van de HBO-ers en 37% van de WO-ers voelen zich onvoldoende uitgedaagd;
- Nederlandse studenten zijn relatief lui;
- er is sprake van te weinig excellentie onder studenten;
- de afwezigheid van een professionele cultuur onder docenten in het HO;
- universiteiten geven prioriteit aan onderzoek i.p.v. aan onderwijs;
- de reductie van het aantal contacturen tussen docenten en studenten.
Jaarlijks zal de minister op resultaatverantwoordelijkheid monitoren en als financiële prikkel zullen hogescholen en universiteiten de extra investeringen van de minister moeten terugbetalen als de gewenste resultaten niet aantoonbaar worden geboekt.

Inez Groen, de auteur van het boek "Generatie Einstein" neemt in haar interactieve presentatie de zaal mee in de wereld van Helicopter Parents, Youtube, SMS, Hyves, generatiekloof, pubers, internet, email, MSN, briefpost, Superdudes, Twitter, Facebook, Provo, Kernraketten, Diddle, Swiebertje, enz., enz.
Inez Groen:
- Percepties over jeugd lopen altijd één generatie achter;
- Wat er ook verandert, pubers blijven altijd pubers;
- Internet betekende mee het einde van de docent als automatische kennisautoriteit;
- Studenten en hun ICT-docent zijn elkaars nachtmerrie;
- Voor jongeren ben jij de expert op het gebied waar jouw absolute passie ligt;
- Digitale applicaties voor jongeren moeten ontzettend goed zijn, anders laten jongeren ze collectief links liggen;
- Briefpost heeft zijn autoriteitswaarde verloren, email leidt tot uitgesteld contact en alleen MSN is geschikt voor direct contact met onze Generatie Einstein.

Tijdens het middagprogramma woon ik eerst de workshop bij van Lennart Nooij, van het Ministerie van OC&W, over "Van jonge mensen ... de internationalisering als hun Grenzeloos Goed". Nooij geeft een toelichting op de Internationaliseringagenda 2008 "Het Grenzeloze Goed", de opvolger van "Koers op Kwaliteit". Nooij: vanwege de dreigende internationaliseringscompetitie moeten hogescholen en universiteiten een passend profiel kiezen om te overleven en de overheid zal die instellingen dan steeds minder moeten sturen, maar wel steeds meer moeten faciliteren. Het ministerie wil de komende jaren sterker inzetten op de promotie van het studeren in het buitenland., want afgestudeerden zullen steeds meer internationale competenties moeten hebben om te kunnen concurreren op de internationaler wordende arbeidsmarkt.

De laatste workshop die ik bijwoon, is van Paul van Capelleveen van het Ministerie van OC&W over "Van jonge mensen ... de bekostiging van hun inschrijving en examens". In zijn presentatie over de bekostiging in de keten van inschrijving van studenten tot en met de overheidsbekostiging van het onderwijs verwijst Van Capelleveen voor alle ketenfases eerst naar de geldende regelgeving en daarna naar de actuele ontwikkelingen met betrekking tot die fase van het hele proces.

Aan het eind van de conferentie blikken Lex Valk en Inez Groen samen met een groep deelnemende studenten terug op hun en onze ervaringen van deze conferentiedag.

donderdag 5 juni 2008

Ministerie en NVAO bij het LNK in Utrecht

Donderdag 5 juni 2008

De bijeenkomst van het Landelijk Netwerk Kwaliteitszorg (LNK) dat vandaag in de Hogeschool Utrecht bijeen komt, gaat in op het vraagstuk of hogescholen inmiddels goed op weg zijn in hun aanloop naar Instellingsaudit & Opleidingsaccreditatie, zijnde de beide elementen van het vernieuwde Accreditatiestelsel dat in 2010 hoogstwaarschijnlijk wordt ingevoerd.

Karin van der Wansum - beleidsmedewerker van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap - verzorgt een presentatie over o.a. de vraag waarom er een nieuw stelsel komt en wat de uitgangspunten van dat accreditatiestelsel zijn. Na haar presentatie gaan we in gesprek met Karin van Wansum èn met NVAO-bestuurder Leendert Klaassen naar aanleiding van de vele vragen die dit nieuwe stelsel in het hoger onderwijs oproept.

Daarna vertellen collega Wil de Vries-Kempes van de Hogeschool van Amsterdam èn collega Jan Kleijnen van Hogeschool Zuyd hoe beide hogescholen zich momenteel voorbereiden op dit beoogde nieuwe stelsel. Ook na deze twee presentaties ontstaat een levendige discussie, waaruit in elk geval blijkt dat we ons buitengewoon betrokken voelen bij de consequenties die dit nieuwe stelsel zal hebben voor het hoger onderwijs in het algemeen èn voor de diensten en voor alle opleidingen van onze hogescholen in het bijzonder.