Posts tonen met het label Reims. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Reims. Alle posts tonen

zondag 20 mei 2012

Der Internationale Karlspreis zu Aachen für dr. Wolfgang Schäuble


Donderdag 17 mei 2012 – Hemelvaartsdag
Bundesfinanzminister dr. Wolfgang Schäuble vertrekt uit Aken















Via Mosana
Op onze pelgrimstocht naar Santiago de Compostela stapten wij na achtereenvolgens het Jabikspaad, het Hanzestedenpad èn het Pieterpad over op de Via Mosana vanuit Maastricht. Vanaf Maastricht loopt voor Nederlandse pelgrims een speciale verbindingsroute naar de Via Mosana, naar Luik. Eigenlijk begint de langeafstandswandeling ‘Via Mosana’ in het Duitse Aken, waarna het via Luik naar Namen gaat. Durkje en ik kozen in 2007 echter voor de alternatieve aansluitingsroute van Maastricht naar Luik, om zo vanuit Nederland direct door te kunnen lopen in zuidelijke richting door België (o.a. Dinant) naar Frankrijk (o.a. Reims). De originele route van Aken naar Luik hielden we vooralsnog in het vat, om die later nog eens in een meerdaagse te bewandelen, want dat schijnt toch ook een mooi tracé van de Via Mosana te zijn.

Nederland noord-zuid
Durkje en ik hebben besloten dat we dit jaar tijdens het Hemelvaartsweekend dat Duits-Belgische traject gaan bewandelen in twee dagen. Daarom vertrekken we vanmorgen tegen 8.30 uur vanuit Stiens om met de auto naar Luik in België te rijden. Onderweg drinken we een kop koffie in een Limburgs wegrestaurant. In Zuid-Limburg lopen we nogal veel vertraging op, met name vóór en in Maastricht, waar we in het langzaam rijdend verkeer van de A73 terecht komen. Toch zijn we mooi op tijd in Luik; denken we. 

Muziekfestival City Parade 2012 in Luik
In Luik zoeken we een parkeerplaats nabij het treinstation Luik-Guillemins, het moderne, hoog-achitectonische treinstation. Maar dat gaat ons onverwacht veel tijd kosten, want in het centrum van Luik is tot onze verrassing het grootschalig 100% Belgische en gratis muziekfestival ‘City Parade 2012’ voor jongeren, waar 200.000 jongeren op af komen. We komen in die drukte terecht in een deel van Luik – in Parc d’Avroy, ten westen van de Maas - waar alle parkeerplaatsen al in gebruik zijn vanwege de festivalgangers en bovendien kost het veel tijd om voorzichtig tussen het festivalpubliek door te rijden. We kiezen ervoor om aan de oostzijde van de Maas in Luik een parkeerplaats te zoeken, nabij het hotel waarin we tijdens onze pelgrimage in mei 2007 al eens overnachtten. Om 13.10 uur stappen we op het riviereiland tussen de Maas en het parallelkanaal van de Maas nabij dit hotel uit de auto, nadat we daar een geschikte parkeerplaats hebben gevonden.

We hebben ongelofelijke haast
Maar dan krijgen we de volgende uitdaging, want we hebben nu nog precies 23 minuten om vanaf deze parkeerplaats via de Pont Albert I over de Maas naar het treinstation te lopen. Dat is zeker zo’n 20 minuten gaans, schatten we in, dus we zetten de pas er aardig in. Terug over de Maas, langs het festivalterrein in Parc d’Avroy en tussen de duizenden festivalgangers door lopen wij - voor de festivalgangers in tegengestelde richting - naar het treinstation. Als we op het juiste stationsperron bij de trein staan, hebben we nog exact 2 minuten speling; precies op tijd dus.

Luik-Aken
Met de stoptrein rijden we in een uurtje vanuit Luik-Guillemins naar Aken Hauptbahnhof. Het is prachtig zonnig weer in Aken. In ongeveer vijf minuten wandelen we vanaf het station naar het hotel in het stadscentrum, waar we inchecken voor de gereserveerde hotelkamer. Om 15.00 uur zijn we op onze bestemming voor vandaag. Nadat we onze rugzakken naar de hotelkamer hebben gebracht, gaan we direct naar het stadscentrum, want we willen in elk geval de Dom van Keulen bezichtigen, en natuurlijk ook het bijzondere stadhuis, dat tegenover de Dom staat. Het is stil in de hoofdstraten van Aken; nagenoeg alle winkels zijn gesloten, dus we verwachten een stil stadscentrum binnen te lopen. Dat blijkt toch anders te lopen.

Hemelvaartsfestival in Aken
Als we de Dom van Aken naderen, horen we klassieke Wiener Musik vóór ons in het stadscentrum. Als we op het stadsplein komen tussen de Dom en het stadhuis van Aken, blijken we een drukbezocht stadsfestivalterrein te betreden. Een groot podium staat bij het stadshuis en daar speelt een salonorkest en zingt een operetteduo Wiener Melange. Op het stadsplein staan allemaal informatiekraampjes met vooral nadruk op de Europese Unie (EU) en op de andere pleinhelft vóór het podium staan allemaal lange tafels met zitbanken opgesteld, die alle in gebruik zijn door de bezoekers van dit festival.

Der Internationale Karlspreis zu Aachen 2012
Dan blijkt dat we terecht zijn gekomen op het jaarlijkse Hemelvaartsfestival ‘Der Internationale Karlspreis zu Aachen’. Aan de andere kant van het stadhuis – aan de voorzijde – staan enkele grote reportagewagens van de Duitse radio- en televisiezenders. Bij de zij-uitgang van het stadhuis staan twee grote Mercedessen met politiewagens, er lopen veel agenten en veiligheidsmensen rond en hier staat een grote groep belangstellenden met camera’s in de aanslag om een foto te maken zodra de één of andere beroemdheid het stadhuis zal verlaten. Ik vraag aan één van de aanwezige fotografen op wie men hier staat te wachten. 

Bundesfinanzminister dr. Wolfgang Schäuble
De man – een Belg uit Brussel – vertelt ons dat hier jaarlijks op Hemelvaartsdag de prestigieuze Karelsprijs van de stad Aken wordt uitgereikt aan een prominente persoon, vanwege zijn of haar bijzondere maatschappelijke verdiensten ten behoeve van Europese integratie. Deze prijs wordt sinds 1950 al uitgereikt. Eerdere prijswinnaars waren bijvoorbeeld Joseph Luns (1967), Koningin Beatrix (1996), Bill Clinton (2000), Paus Johannes Paulus II (2004) en dr. Angela Merkel (2008). Op mijn vraag wie dan vandaag de gelukkige is, vertelt hij dat de buitengewoon verdienstelijke dr. Wolfgang Schäuble deze hoge onderscheiding ontvangt. Schäuble is de in Duitsland bijzonder geliefde Minister van Financiën, die al vanaf 2005 minister is en die in 1990 verlamd raakte door een aanslag op zijn leven.
  • ’s Avonds op de hoteltelevisie zien we de reportage van de uitreiking van deze prijs. In de toespraken wordt erop gewezen dat we Europa nodig hebben. “Wir brauchen mehr Europa”, zo wordt gezegd. In zijn toespraak roept de overtuigd EU-Europeaan Schäuble op tot de introductie van een direct gekozen EU-president, want – zegt hij: “De politieke eenheid van Europa heeft een gezicht nodig”.
Na enige wachten, zien wij hier op het stadsplein Schäuble in zijn rolstoel uit het stadhuis naar buiten komen, waar hij plaats neemt in de gereedstaande Mercedes. De rolstoel en de koffer met de uitgereikte onderscheiding komen in de kofferbak van de auto en dan rijdt de stoet auto’s onder politiebegeleiding het stadhuisplein af.

FormZ Dance
We bezichtigen de Pfarrkirche en de Dom van Aken en gaan daarna weer terug naar het festivalplein tussen de Dom en het stadhuis. Daar nemen we plaats op één van de banken om de volgende voorstelling op het podium bij te wonen. Het is een dansvoorstelling van een grote groep jongeren uit een tehuis voor jongeren in Aken. Zij brengen de flitsende dance-voorstelling ‘FormZ - It’s just begun’ op het podium, met onder andere breakdance en streetdance. Het publiek is enthousiast vanwege de dansprestaties van deze jongeren.

TUF-Band Reggae
Na deze dansact gaan we even naar het hotel om ons klaar te maken voor de avond. We gaan het stadscentrum weer in om ons later vanavond in het Karelsprijsfestival te begeven, na een diner in de binnenstad. In het voormalige postkantoor naast de casino en de bioscoop vinden we een Spaans restaurant, waar we ons een heerlijke maaltijd laten voorzetten. Na hier lekker te hebben gegeten, wandelen we weer naar het plein tussen de Dom en het stadhuis, waar we het laatste uur van het reggae-achtige concert nog bijwonen. Het is gezellig druk op het plein met vooral veel dertigers. Om 22.00 uur is het concert afgelopen en wandelen we weer terug naar ons hotel. Einde van een enerverende dag.

zaterdag 7 februari 2009

De Goede Steden van Kevin Lynch en Geert Mak

Zaterdag 7 februari 2009

De Amerikaanse stedenbouwkundige Kevin Lynch gaf in 1981 zijn boek "Good City Form" uit. Daarin onderscheidt Lynch drie waardesystemen over het begrip "Goede Stad". Zijn eerste denkcomplex noemt hij het "Kosmische": de stad als plaats waar de mens een veilige en permanente plaats krijgt in het universum, zichtbaar in bijvoorbeeld de wijze waarop steden rondom het religieuze centrum met een kathedraal zijn gebouwd, bijvoorbeeld het Franse Reims, waar Durkje en ik afgelopen zomer op onze pelgrimstocht waren (zie daartoe mijn weblogbericht van 20 juli 2008). Zijn tweede waardesysteem is die van de stad als "Praktische", functionele plaats om te wonen en te werken, met als schoolvoorbeeld het Franse Charleville-Mezière, de stad waar Durkje en ik afgelopen zomer op "Quatorze Juillet" waren; een stad met boulevards, grote pleinen en veel - op machtscentra gerichte - doorzichten, hetgeen ons vanuit het immense reuzenrad toen al direct opviel. Het derde en jongste denkcomplex dat Lynch over de Goede Stad onderscheidt, is die van het "Organische", die vanuit het individualistische op zoek is naar nieuwe vormen van collectiviteit, ingedeeld in bijvoorbeeld stadscentrum, stadsdelen, wijken, buurten en straten, zoals we die in veel moderne Nederlandse steden aantreffen.

Op dit boek van Kevin Lynch baseerde Geert Mak de titel van zijn in 2007 uitgegeven bundel "De Goede Stad", die ik in de afgelopen tijd - evenals enkele andere publicaties van Mak - met aandachtig genoegen heb gelezen. Daarin staat ook zijn inaugurele rede, die Mak op 19 januari 2001 uitsprak bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar voor "Grootstedelijke Vraagstukken en Amsterdam in het bijzonder", op de Wibautleerstoel aan de Universiteit van Amsterdam. Behalve deze bijdrage staan er ook andere, opnieuw geredigeerde, geactualiseerde en soms ook uitgebreide lezingen, redes, voordrachten èn een reisreportage in. De laatste - de 14e - bijdrage is zijn afscheidscollege van dezelfde universiteit, bijna drie jaar na zijn inaugurele rede.

Geert Mak is in zijn boeken in staat om zo treffend mensen van voorheen en hun denkbeelden en materie in tijd en ruimte te zetten, om zo oude tijden in je leesproces te laten herleven en je van dat historische gezichtspunt weer mee terug te nemen naar vandaag, om je dan weer terug te plaatsen tussen de mensen van nu, met hun denkbeelden en hun materie in onze huidige tijd en ruimte.

Zo laat Mak je in dit boek nader kennis maken met de Amsterdamse architecten Jacob van Campen en Hendrik Petrus Berlage, met Koning Willem I, met de Amsterdamse monumentenbeschermer Geurt Brinkgreve, met de Friese schrijver Ype Poortinga, met de exotische danseres Margaretha Geertruida Zelle (Mata Hari), met een door een Amerikaanse journalist beschreven Emma Woods, met de directeur van de Amsterdamse Gemeentelijke Woningdienst Arie Keppler, met de Turkse auteur Orhan Pamuk, met de hooggeleerde Casparus Barlaeus, met de stadssociologe Jane Jacobs, met de Amerikaanse journalist Walter Lippmann, met de in 1740 rijkste inwoonster van Amsterdam weduwe A. Pels èn met de smarten van de rijke koopman, burgemeester en topdiplomaat Coenraad van Beuningen.

In zijn afscheidscollege vergelijkt Geert Mak de in 2003 door de Zweedse columniste Göran Rosenberg beschreven pijnlijke en gecompliceerde overgangssituatie, waarin wij momenteel leven. Mak noemt een aantal van Rosenbergs turbulenties, die ook in Nederland in combinatie met elkaar een politieke en morele storm kunnen veroorzaken, zoals: De diepgaande politieke en religieuze overgang die wij momenteel doormaken, De verstedelijking (metroplexen) in Nederland, De vergrijzing die onze kathedraal aan voorzieningen in duigen slaat èn De immigrant die onterecht als zondebok voor alle zorgen en frustaties wordt getypeerd.

Mak: "Een van de historische wetmatigheden waaraan wij ..... weer zullen moeten wennen ..... is dat dingen ook weer slechter kunnen gaan, minder worden, dat verworvenheden verdwijnen, en dat zo'n verlies niet tijdelijk is, maar permanent. Een deel van onze burgercrisis bestaat uit rouw". Hoe waar zijn deze woorden toch zes jaar later, waarin we vandaag de dag te maken hebben met een wereldwijde kredietcrisis, met de vooraankondiging dat we ook na onze 65e verjaardag zullen moeten werken, in een tijd waarin wij bijna allemaal wel iemand kennen die door de laagconjuncturele situatie ontslag kreeg of krijgt.

En hoe bijzonder is het dat Mak in zijn inleiding bij een brainstormbijeenkomst op het Ministerie van Binnenlandse Zaken op 29 maart 2004 de - toen nog - senator zijnde Barack Obama uit 2002 citeerde: "Waar ik me tegen verzet, is een domme oorlog. Waar ik me tegen verzet, is een haastige oorlog, Waar ik me tegen verzet ...... zonder acht te slaan op de kosten in verloren levens en al het leed dat hieruit voort zal komen."

Mak voegt daar in 2004 aan toe: "De Nederlandse regering hield zich blind en doof".
Zeven jaar na Obama en vijf jaar na Mak kondigt Minister-president Balkenende afgelopen week aan dat er de komende maanden tòch een onderzoek - weliswaar geen Parlementaire Enquête, maar wel van een Staatscommissie - komt naar de manier waarop Nederland qua politieke besluitvorming haar bondgenootschap met de Verenigde Staten vorm en inhoud gaf in de gezamenlijke oorlog in Irak.

Door dit boek van Mak te lezen, word ik wederom gesterkt in mijn visie dat het alleszins aanbeveling verdient om weer eens wat vaker ook vergeeld nieuws, gedateerde interviews, vergeten historie en "verouderde" maatschappijkritische lezingen te lezen. Die historische teksten helpen je om de wereld van vandaag weer eens iets anders te beschouwen dan vanuit de waan van de dag.

vrijdag 8 augustus 2008

Pelgrimeren van Reims naar Sillery

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vezelay
Van Reims naar Sillery
Zondag 20 juli 2008 – 16,5 km.
Dag 44: 910,7 – 927,2 km.


Om 7.00 uur gaat de wekker weer.
Om 8.10 uur rijden Durkje en ik van de camping af.
De auto parkeren we bij de jachthaven van Sillery.
Op de fiets gaan we van Sillery van het zuidoosten naar het noordwesten van Reims, dus geheel diagonaal door de stad heen.
De fietsen laten we achter bij het gemeentehuis van La Neuvillette.

Bij de lokale traiteur koper we eerst een soort warm saucijzebroodje – maar dan op zijn Frans als délicatesse, die bij nader inzien en consumptie zó groot is dat we rond 14.30 uur pas weer behoefte hebben aan ons meegenomen brood.
Vandaag dus geen koffie bij de start, maar daarentegen onbedoeld een wel héél stevige hap.

Om 10.30 uur gaan we het jaagpad langs het kanaal van de Aisne naar de Marne weer op.
Aan de overkant van dit kanaal ligt het grote industriegebied van Le Port-Colbert.

Wij gaan onder verschillende bruggen door, in de richting van het centrum van Reims.
Het staat bij het jaagpad helaas niet aangegeven, dus we moeten zelf maar uitzoeken dat we tussen de Pont de Saint-Brice en de Pont de Fléchambault over een smalle voetgangersbrug parallel aan de spoorbrug het kanaal moeten oversteken om toch bij de kathedraal van Reims te kunnen komen.
We passeren eerst nog het opvallende Congrescentrum van Reims.

Vrij snel daarna gaan we de brede straat in die leidt naar de grote kathedraal.
Eerst drinken we tegenover de kathedraal een kop smakeloze koffie, waarbij we als goedmakertje tenminste mooi zicht hebben op alle bezoekers die de kathedraal in en uit lopen.
Dan gaan we de 13e eeuwse kathedraal in.
Bijzonder mooi in deze in 1914 afgebrande kathedraal zijn de gebrandschilderde ramen, die ontworpen zijn door Marc Chagall, de uit Vitebsk - in Wit-Rusland - afkomstige Joodse kunstenaar.
Heel bijzonder van kleur zijn deze ramen, met het vele blauw erin verwerkt.
In de kathedraal vragen en krijgen we een kathedraalstempel in onze twee pelgrimspassen.
In een souvenirwinkel naast de kathedraal kopen we een stapel ansichtkaarten van de kathedraal van Reims, die we overmorgen als pelgrims-vakantiegroet gaan versturen naar familie, vrienden en kennissen.
Wij gaan weer terug naar het vervolg van ons pelgrimspad.
Bij de Pont Huon kunnen we weer het kanaal oversteken om het dan in zuidoostelijke richting te volgen.
We laten zo het stadscentrum achter ons.

Aan de overzijde van het kanaal ligt een ander groot industriegebied.
We zien daar ook hoge bulten glasscherven liggen bij de glasfabriek voor champagneflessen.
Na enkele kilometers komen we bij de Pont de Saint-Léonard.
Voorbij deze brug heeft het dorpje St-Léonard een parkeer- en picknickterrein bij het kanaal.
Daar pauzeren en eten en drinken we wat in de warme zon.
Toen we in Reims bij de kathedraal waren, hing er een dreigende, donkere lucht boven de stad.
Er kwam géén regen, maar uiteindelijk wel veel zonneschijn.

We vervolgen het jaagpad en komen dan eerst bij de sluis van Sillery.
Het bijzondere van deze betonnen sluiskolk is dat het een aquaduct is, die over de haaks op het kanaal liggende rivier de Vesle ligt.
Zo loopt het kanaal op kunstige wijze dus over de Vesle heen.

Voorbij deze sluis volgt een ruime bocht rechts om de zwaaikom van het kanaal bij Sillery heen.
De zwaaikom is hier op mooie wijze ingericht als jachthaven en dat geeft vanmiddag een gezellige sfeer met al die pleziervaartuigen èn de wandelende, fietsende en vissende bezoekers.
In deze jachthaven rusten we even op een bankje aan het water.
We zijn hier nu op het eindpunt van vandaag.
In de jachthaven lopen we langs een voormalig binnenvaartschip met de naam “Het Wapen van Arum”; allicht een Fries schip.
De opvarenden treffen we er echter niet aan.

Bij het jachthavenkantoor stappen we weer in de auto om de fietsen uit La Neuvillette in Reims te halen.
We hebben vandaag tussen 10.45 – 15.30 uur 16,5 kilometer gelopen.

Pelgrimeren van Neufchâtel-sur-Aisne naar Reims

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vezelay
Van Neufchâtel-sur-Aisne naar Reims
Zaterdag 19 juli 2008 – 19 km.
Dag 43: 891,7 – 910,7 km.


Voor het eerst vertrekken we met de auto en de fietsen vanaf de camping in Châlons-en-Champagne.
De auto blijft in de wijk La Neuvillette in Reims en wij fietsen naar ons beginpunt.
Op de fiets passeren we tussen Pontgivart en Neufchâtel-sur-Aisne langs de D966 een wijds veld met bloeiende zonnebloemen.

Aan de overzijde van een vertakking van de Aisne vinden we in Neufchâtel-sur-Aisne een geschikte plek om een kop koffie te drinken in Café Le Cheval Blanc (het witte paard).
Voor een toiletbezoek moeten we door een lange gang aan de achterzijde het café verlaten.
De toiletten staan namelijk buiten in de tuin van het café.

De fietsen laten we achter bij de brug over de Aisne en om 10.45 uur vervolgen we onze weg over het jaagpad langs de Aisne.
Eerst komen we langs de sluis van Pignicourt.

Voorbij deze sluis lopen we langs het kanaal achter de eerste huizen van Pignicourt langs.
Aan het eind van de hoofdstraat moeten we Pignicourt al weer verlaten.
Op deze plaats - waar we het veld in gaan - staat een kruisbeeld van Jezus en aan dat kruis hangt ook een Jacobsschelp mèt een stukje wandelstaf eraan.

Als we bij dit kruis het veldpad op gaan, komt ons een jonge boer tegemoet, die zojuist uit een combine is gestapt.
Hij vraagt ons waar we vandaan komen en vertelt ons dat het vanaf hier nog ongeveer 20 kilometer is naar de stad Reims.
Opvallend is dat hij moeiteloos over gaat van het frans in het engels.
Het is daardoor een stuk gemakkelijker om elkaar goed te begrijpen.

We klimmen langzamerhand het plateau van La Garenne du Charron op en lopen dan door het smalle deel van een langgerekt bosperceel van Bois de Merlet.
In dit gebied is in 1917 in de 1e Wereldoorlog veel oorlogsbloed gevloeid.
We lopen hier door het centrale gebied van de loopgravenoorlog van 1914-1918.
Via de D52 door het bos, komen we bij een zijrivier van de Aisne, genaamd de Suippe, die we hier over steken.

Dan lopen we Orainville binnen.
In het dorpscentrum pauzeren en lunchen we aan de voet van de St.-Victor-kerk, naast het gemeentehuis.
Ook dit dorp leed veel schade in de 1e Wereldoorlog.

Bij La Mottelle – ten zuiden van Orainville – verlaten we het departement Aisne en wandelen we het departement Marne binnen.
De D430 leidt ons naar Berméricourt.
We wandelen het dorp binnen langs de ommuurde begraafplaats, zoals de meeste dorpen die in deze regio buiten de bebouwde kom hebben.
We lopen om de 19e eeuwse St.-Sebastien-kerk van Berméricourt heen en steken bij een grote boerenhoeve de spoorlijn over.

Anderhalve kilometer verder wandelen we het dorpje Loivre binnen.
Hier steken we de brug over, bij de sluis in het kanaal dat de rivieren Aisne en Marne met elkaar verbindt.
We nemen het jaagpad langs dat kanaal in zuidoostelijke richting.
Aan de rand van Loivre ligt de brug van de D30 over het kanaal.
Hier gaan we even van de route af om 250 meter verderop te kijken bij het plaatselijke oorlogsmonument van Sartorio.
Het is een stenen obelisk met daarin de reliëfbeelden van soldaten.
Dit monument is gewijd aan het 363e regiment van Marseille, dat hier sneuvelde in de 1e Wereldoorlog op 9 oktober 1916.

Weer terug bij het kanaal, drinken we een kop koffie in het café op de hoek.
Er komt een man binnen, die snel een kop koffie drinkt en daarna direct weer vertrekt.
Dan komt er een hevig zwetende jongeman op skeelers binnen, die hier ook komt koffiedrinken.
Als wij later het geasfalteerde jaagpad vervolgen, haalt de jongen op skeelers ons in, vlak voordat we Courcy bereiken, even nadat wij de sluis van Courcy passeren.
Een binnenvaartschip met de naam “Risque“ passeert zojuist deze sluis van Courcy.
Het schip kan nog maar nauwelijks tussen de sluismuren door; over “risque” gesproken.

Ook deze sluis van Courcy heeft weer zo’n mooi sluiswachtershuisje bij de sluiskolk.
Op al deze huisjes staat het nummer van de sluis; elke kanaalsluis heeft namelijk een volgnummer.
Courcy is in 1917 verwoest tijdens de slag op de Chemin des Dames, bij de aanval op het nabijgelegen Brimont door de eerste Russische brigade.
Wij passeren de brug, die Courcy met Brimont verbindt.

Als we voorbij deze brug het jaagpad vervolgen, komt de jongeman op skeelers ons tegemoet, ter hoogte van de plaatselijke zwaaikom van het kanaal.
Hij vertelt ons dat hij vanuit Nederland op skeelers hier naar toe is gekomen, en dat het jaagpad verderop uitsluitend onverhard verder gaat; hij kan zo niet verder.
Volgens onze wandelkaart kan hij aan de overzijde van het kanaal zijn weg wel over een verharde weg vervolgen, dus hij gaat maar weer terug om over de brug van Courcy te gaan, zodat hij aan de overzijde van het kanaal toch naar Reims kan skeeleren.
Als we een eindje verderop aan onze zijde langs het kanaal pauzeren, skeelert hij ons aan de andere zijde voorbij.

Even later rijdt daar ook een reisbus met toeristen aan de overzijde, maar die komt kort daarna achteruit weer teruggereden over het smalle weggetje langs het kanaal.
Het lijkt erop dat de bus niet verder kan over die weg en dat de buschauffeur nu genoodzaakt is het hele stuk achteruit langs het kanaal terug te rijden, tot aan de brug van Courcy.
Dat duurt wel even, want ondertussen komen er van beide kanten regelmatig auto’s voorbij, die door de berm de dan even stilstaande bus passeren.
Langzaam rijdt de touringcar het hele stuk achteruit terug naar Courcy.

Tussen Courcy en Reims liggen aan weerszijden van het kanaal met bomen en struiken begroeide hoge bermen, bijgenaamd de Ridders van Courcy (Les Cavaliers de Courcy).
Deze bermen zijn waarschijnlijk opgeworpen met de grond die bij het graven van het kanaal vrij kwam.
Om deze bulten is bij de verdediging van Reims in 1914-1918 vaak fel gevochten.

De hele dag was het afwisselend bewolkt en zonnig warm
Een enkele donkere regenwolk gaf niet meer dan enkele regendruppels; nat werden we er niet eens van.
De temperatuur loopt nu inmiddels op tot 26 graden Celcius en er waait een harde, warme wind: prima wandelweer dus.

Om 15.30 uur bereiken we na 19 kilometer ons eindpunt voor vandaag: de brug over het Canal d’Aisne à la Marne bij La Neuvillette in Reims.
Voordat we in de auto de fietsen halen, pauzeren we nog even bij de brug van La Neuvillette.