Posts tonen met het label Balkenende. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Balkenende. Alle posts tonen

zaterdag 22 augustus 2009

Kuyper in Maassluis

Zaterdag 22 augustus 2009

Op 5 november 2008 is in het centrum van Maassluis een standbeeld onthuld van de calvinist, volksopvoeder en staatsman Abraham Kuyper, die in 1837 in dit stadje is geboren, waar zijn vader toen predikant was. Het bronzen beeld met de markante gestalte van Abraham Kuyper is gemaakt door Frank Letterie. "Kuyper plaatste de Bijbel centraal in kerk, staat en maatschappij. Daarom dit standbeeld", aldus de burgemeester.

Voorafgaand aan de onthulling van het beeld werd tijdens een bijeenkomst onder leiding van EO-presentator Andries Knevel in de Groote Kerk een bijeenkomst gehouden met toespraken van minister-president Balkenende, burgemeester Karssen van Maassluis, voorzitter Hogeweg van de Stichting Monument dr. Abraham Kuyper, directeur Harinck van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme van de Vrije Universiteit (VU) en historicus De Bruijn van hetzelfde documentatiecentrum. Alle toespraken zijn gebundeld in het boekje "Kuyper in Maassluis", in april 2009 uitgegeven door het Historisch Documentatiecentrum van de VU.

In zijn toespraak benadrukte minister-president Jan Peter Balkenende het belang van èn de invloed van Kuyper op de actuele samenleving, zoals:
> Kuyper leerde ons dat een samenleving alleen goed kan functioneren met een moreel kompas en met een juiste verdeling van verantwoordelijkheden;
> Kuyper geloofde in de kracht van maatschappelijke verbanden en in de veerkracht van de burgerij, maar de Staat moet dan wel de voorwaarden scheppen, gebaseerd op gemeenschappeijke waarden;
> Kuyper vond dat een pluriforme samenleving alleen kan bestaan met verantwoordelijke burgers, met een krachtig maatschappelijk middenveld, met gemeenschappelijke basiswaarden en met rechtsstatelijkheid;
> Kuyper was gedreven door idealen, maar ook pragmatisch en gericht op resultaat. Met zijn strijdvaardighed, scherpe pen en onverzettelijk karakter liet Abraham Kuyper zien dat je daarmee tot uitzonderlijke prestaties in staat bent.

In zijn toespraak van een aantal jaren geleden heb ik professor James Kennedy eens horen zeggen dat Nederlanders niet of nauwelijks hun trots tonen met betrekking tot Nederlandse "helden"; iets wat in de Verenigde Staten veel meer gebruikelijk is. Ik durf gerust te stellen dat professor Kennedy onze Abraham Kuyper - oprichter van de Vrije Universiteit - zeker in zijn lijstje van belangwekkende Nederlandse helden heeft opgenomen, en hoogstwaarschijnlijk op die lijst ook hoog genoteerd.

zaterdag 28 maart 2009

Meester Davids

Zaterdag 28 maart 2009

Ruim een maand geleden maakte minister-president Jan Peter Balkenende - na een steeds verder toenemende politieke druk - bekend dat er tòch een commissie komt die als opdracht krijgt om onderzoek te verrichten naar de manier waarop ons kabinet in het jaar 2003 besloot om Nederlandse politieke steun te verlenen aan de Amerikaanse inval in Irak. Deze "Onderzoekscommisie Irak" onder leiding van de voormalig president van de Hoge Raad meester Willibrord Davids wordt inmiddels ook wel de "Commissie Davids" genoemd.

Het tekent meester Davids en het wekt vertrouwen dat niet de door premier Balkenende voorgestelde Ministers van Staat deel uit maken van de Commissie Davids. De commisieleden zijn uiteindelijk geworden: een taalwetenschapper (Monica de Boer, hoogleraar aan de VU), twee historici (Cees Fasseur en Marjan Wegman), een diplomaat (Peter van Walsum), een tweede jurist (Tim Koopmans), een volkenrechtdeskundige (Nico Schrijver) en als secretaris onderzoeker Koos van Bruggen. Dit team zou met alle onderzoekservaring geëquipeerd zijn voor de gewenste waarheidsvinding.

De inmiddels zeventigjarige Willibrord Davids is niet alleen meester in de rechten, maar was in de tachtiger jaren ook "mijn meester" in het onderwijs. Meester Davids groeide op in een Rotterdams onderwijsgezin; vader èn moeder waren beiden werkzaam als leraar cq lerares in het onderwijs. Toen ik in 1979 als docent begon in Delfzijl, trad meester Davids aan als rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank in Assen, waarvan hij later rechter en uiteindelijk vice-president werd. Voordat meester Davids in 1986 werd benoemd tot raadsheer bij de Hoge Raad te Den Haag, was Willibrord Davids mijn docent Privaatrecht toen ik voor de onderwijsakte MO-A Boekhouden studeerde in Groningen.

Meester Davids ontpopte zich daar als een buitengewoon bekwaam docent, niet alleen qua inhoudelijke expertise, maar bovenal als fenomenaal docent. Zijn colleges waren bijzonder uitdagend. Het was mijn eerste kennismaking met de socratische onderwijsmethode. De socratische methode (Socrates, 469-400 voor Christus) is een vorm van filosofisch onderzoek. Als je zijn college bezocht, had je alle leerstof voor die dag diepgaand bestudeerd, want die kennis zou je hard nodig hebben om deel te nemen aan zijn vorm van super-activerend onderwijsleergesprek. Socrates noemde zijn filosofie-methode "telenchus", wat je zou kunnen vertalen als "kruisverhoor". Meester Davids koos een juridische casus en startte zijn onderwijs-kruisverhoor onder de aanwezige studenten. Hij stelde vanuit diverse perspectieven aanhoudend feiten, rechtsregels, opvattingen en meningen van casus-opponenten en van ons ter discussie, legde alle overeenkomsten en tegenstellingen daarin bloot en toonde vervolgens aan welke standpunten (on)juist waren.

Als Commissievoorzitter Davids - inmiddels nog eens 22 jaar jaar ervaring bij de Hoge Raad, waarvan 4 jaar als president - zijn commissieleden mee kan en mee zal nemen in zijn socratische onderzoeksmethodiek, heb ik er tot nader order het volste vertrouwen in dat wij in november van dit jaar - als het onderzoek afgerond zal moeten zijn - optimaal inzicht verkrijgen in de resultaten van zijn (methode van) waarheidsvinding.

zaterdag 7 februari 2009

De Goede Steden van Kevin Lynch en Geert Mak

Zaterdag 7 februari 2009

De Amerikaanse stedenbouwkundige Kevin Lynch gaf in 1981 zijn boek "Good City Form" uit. Daarin onderscheidt Lynch drie waardesystemen over het begrip "Goede Stad". Zijn eerste denkcomplex noemt hij het "Kosmische": de stad als plaats waar de mens een veilige en permanente plaats krijgt in het universum, zichtbaar in bijvoorbeeld de wijze waarop steden rondom het religieuze centrum met een kathedraal zijn gebouwd, bijvoorbeeld het Franse Reims, waar Durkje en ik afgelopen zomer op onze pelgrimstocht waren (zie daartoe mijn weblogbericht van 20 juli 2008). Zijn tweede waardesysteem is die van de stad als "Praktische", functionele plaats om te wonen en te werken, met als schoolvoorbeeld het Franse Charleville-Mezière, de stad waar Durkje en ik afgelopen zomer op "Quatorze Juillet" waren; een stad met boulevards, grote pleinen en veel - op machtscentra gerichte - doorzichten, hetgeen ons vanuit het immense reuzenrad toen al direct opviel. Het derde en jongste denkcomplex dat Lynch over de Goede Stad onderscheidt, is die van het "Organische", die vanuit het individualistische op zoek is naar nieuwe vormen van collectiviteit, ingedeeld in bijvoorbeeld stadscentrum, stadsdelen, wijken, buurten en straten, zoals we die in veel moderne Nederlandse steden aantreffen.

Op dit boek van Kevin Lynch baseerde Geert Mak de titel van zijn in 2007 uitgegeven bundel "De Goede Stad", die ik in de afgelopen tijd - evenals enkele andere publicaties van Mak - met aandachtig genoegen heb gelezen. Daarin staat ook zijn inaugurele rede, die Mak op 19 januari 2001 uitsprak bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar voor "Grootstedelijke Vraagstukken en Amsterdam in het bijzonder", op de Wibautleerstoel aan de Universiteit van Amsterdam. Behalve deze bijdrage staan er ook andere, opnieuw geredigeerde, geactualiseerde en soms ook uitgebreide lezingen, redes, voordrachten èn een reisreportage in. De laatste - de 14e - bijdrage is zijn afscheidscollege van dezelfde universiteit, bijna drie jaar na zijn inaugurele rede.

Geert Mak is in zijn boeken in staat om zo treffend mensen van voorheen en hun denkbeelden en materie in tijd en ruimte te zetten, om zo oude tijden in je leesproces te laten herleven en je van dat historische gezichtspunt weer mee terug te nemen naar vandaag, om je dan weer terug te plaatsen tussen de mensen van nu, met hun denkbeelden en hun materie in onze huidige tijd en ruimte.

Zo laat Mak je in dit boek nader kennis maken met de Amsterdamse architecten Jacob van Campen en Hendrik Petrus Berlage, met Koning Willem I, met de Amsterdamse monumentenbeschermer Geurt Brinkgreve, met de Friese schrijver Ype Poortinga, met de exotische danseres Margaretha Geertruida Zelle (Mata Hari), met een door een Amerikaanse journalist beschreven Emma Woods, met de directeur van de Amsterdamse Gemeentelijke Woningdienst Arie Keppler, met de Turkse auteur Orhan Pamuk, met de hooggeleerde Casparus Barlaeus, met de stadssociologe Jane Jacobs, met de Amerikaanse journalist Walter Lippmann, met de in 1740 rijkste inwoonster van Amsterdam weduwe A. Pels èn met de smarten van de rijke koopman, burgemeester en topdiplomaat Coenraad van Beuningen.

In zijn afscheidscollege vergelijkt Geert Mak de in 2003 door de Zweedse columniste Göran Rosenberg beschreven pijnlijke en gecompliceerde overgangssituatie, waarin wij momenteel leven. Mak noemt een aantal van Rosenbergs turbulenties, die ook in Nederland in combinatie met elkaar een politieke en morele storm kunnen veroorzaken, zoals: De diepgaande politieke en religieuze overgang die wij momenteel doormaken, De verstedelijking (metroplexen) in Nederland, De vergrijzing die onze kathedraal aan voorzieningen in duigen slaat èn De immigrant die onterecht als zondebok voor alle zorgen en frustaties wordt getypeerd.

Mak: "Een van de historische wetmatigheden waaraan wij ..... weer zullen moeten wennen ..... is dat dingen ook weer slechter kunnen gaan, minder worden, dat verworvenheden verdwijnen, en dat zo'n verlies niet tijdelijk is, maar permanent. Een deel van onze burgercrisis bestaat uit rouw". Hoe waar zijn deze woorden toch zes jaar later, waarin we vandaag de dag te maken hebben met een wereldwijde kredietcrisis, met de vooraankondiging dat we ook na onze 65e verjaardag zullen moeten werken, in een tijd waarin wij bijna allemaal wel iemand kennen die door de laagconjuncturele situatie ontslag kreeg of krijgt.

En hoe bijzonder is het dat Mak in zijn inleiding bij een brainstormbijeenkomst op het Ministerie van Binnenlandse Zaken op 29 maart 2004 de - toen nog - senator zijnde Barack Obama uit 2002 citeerde: "Waar ik me tegen verzet, is een domme oorlog. Waar ik me tegen verzet, is een haastige oorlog, Waar ik me tegen verzet ...... zonder acht te slaan op de kosten in verloren levens en al het leed dat hieruit voort zal komen."

Mak voegt daar in 2004 aan toe: "De Nederlandse regering hield zich blind en doof".
Zeven jaar na Obama en vijf jaar na Mak kondigt Minister-president Balkenende afgelopen week aan dat er de komende maanden tòch een onderzoek - weliswaar geen Parlementaire Enquête, maar wel van een Staatscommissie - komt naar de manier waarop Nederland qua politieke besluitvorming haar bondgenootschap met de Verenigde Staten vorm en inhoud gaf in de gezamenlijke oorlog in Irak.

Door dit boek van Mak te lezen, word ik wederom gesterkt in mijn visie dat het alleszins aanbeveling verdient om weer eens wat vaker ook vergeeld nieuws, gedateerde interviews, vergeten historie en "verouderde" maatschappijkritische lezingen te lezen. Die historische teksten helpen je om de wereld van vandaag weer eens iets anders te beschouwen dan vanuit de waan van de dag.

zaterdag 15 november 2008

Ledenraad Vereniging VU-Windesheim in Amsterdam

Zaterdag 15 november 2008

Om 9.30 uur rijd ik Amsterdam binnen om vandaag de halfjaarlijkse vergadering van de Ledenraad van de Vereniging VU-Windesheim bij te wonen in de Vrije Universiteit (VU) aan de Amsterdamse Zuidas. Als respectievelijk secretaris en voorzitter wonen Joop Bouma en ik namens de regio Friesland dit statutair overleg bij. René Smit, voorzitter van de Vereniging èn van het College van Bestuur, zit ons overleg vandaag voor. Hij vertelt o.a. kort iets over de ontvlechting naar de beide Colleges van Bestuur van de VU en van Windesheim en gaat in op de gelukkig nog steeds geringe gevolgen die de actuele kredietcrisis tot op heden heeft gehad voor ons verenigingsvermogen.

We benoemen mevrouw Alexandra Cook-Schaaphok tot lid van de Raad van Toezicht van de vereniging, met wie ik op 7 oktober 2008 als voorzitter van de tijdelijk Benoemingsadviescommissie reeds kennismaakte; zie daartoe mijn weblogverslag van 7 oktober 2008. Mevrouw Cook-Schaaphok is momenteel werkzaam als "Head of Royal Bank of Scotland Europe". We zijn blij met haar benoeming in onze Raad van Toezicht.
Vervolgens gaan we over naar de herbenoeming van prof. drs. Pieter Bouw tot lid van de Raad van Toezicht. We prijzen ons gelukkig met zijn (her)benoeming, die hij zal blijven invullen als voorzitter van de Raad van Toezicht.
Als representant voor de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Flevoland, Overijssel en Gelderland wordt ik daarna benoemd in de vandaag statutair geïnstalleerde Benoemingsadviescommissie, die namens de landelijke Ledenraad adviseert op alle (her)benoemingsvoordrachten van de Raad van Toezicht.

In het tweede deel van de Ledenraadsvergadering staat de Onderwijskwaliteit als opdracht voor de VU en VU medisch Centrum èn Windesheim centraal. Rector-magnificus prof. dr. Lex Bouter leidt de forum-discussie. Voorafgaand worden drie inleidingen verzorgd door:
1. Drs. Margreet van der Meijde, directeur Instituut Onderwijs en Opleiden VUmc, over Onderwijskwaliteit en Menselijke Maat, aangaande onderwijs(curriculum)vernieuwing in het VUmc;
2. Prof. dr. Jos Beishuizen, hoogleraar-directeur Onderwijscentrum VU, over (vernieuwing van) Onderwijskwaliteit en Profilering op academisch burgerschap, communities of learning en vernieuwing van het interne kwaliteitszorgsysteem van de VU;
3. Drs. Harry Frantzen, directeur School of Education Hogeschool Windesheim, over Onderwijskwaliteit en (opheffen van het) Lerarentekort in het samenwerkingsverband van Hogeschool Inholland, Hogeschool Ipabo, Hogeschool Windesheim & VU Amsterdam.

We heten nieuwe Ledenraadsleden welkom en nemen afscheid van enkele getrouwe Ledenraadsleden. Bij de rondvraag memoreer ik nog even dat ik vanmorgen op de Afsluitdijk via de autoradio hoorde dat de echtgenoot van ons voormalig Ledenraadslid mevrouw Toos Balkenende is overleden. Als Ledenraad zullen we een condoleancebrief sturen aan mevrouw Toos Balkenende, tevens de moeder van onze huidige premier Jan Peter Balkenende. Wij wensen de familie Balkenende langs deze weg sterkte bij dit overlijden van hun man, vader en grootvader.