Posts tonen met het label Ultreia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ultreia. Alle posts tonen

zondag 1 januari 2012

Une tres belle année 2012 pour les pèlerins

Zondag 1 januari 2012 - Nieuwjaarsdag
Nieuwjaarsgroet voor alle Pelgrims van Marika























Marika's pelgrimskaarten
Gisteren ontvingen Durkje en ik een Franse nieuwjaarsgroet van Marika. Het is een nieuwjaarsgroet voor pelgrims. Marika is de Franse producent van een grote serie ansichtkaarten voor pelgrims èn over de pelgrimage naar Santiago de Compostela. In het afgelopen jaar hebben we onderweg op ons pelgrimspad in Aire-sur-l'Adour de bijna complete serie van Marika's pelgrimskaarten gekocht. Na de zomervakantie hebben we contact opgenomen met Marika om de resterende pelgrimskaarten ook nog aan onze verzameling pelgrimskaarten toe te kunnen voegen, hetgeen met de medewerking van Marika daadwerkelijk lukte.

Marika's nieuwjaarsgroet
En nu, als aangename verrassing, stuurden de twee dames van Marika ons gisteren op Oudjaarsdag hun mooie nieuwjaarswens. In de cirkel heeft Marika een groot aantal pelgrims getekend, die ook op hun afzonderlijke pelgrimskaarten staan afgebeeld. Het is een leuk gebaar om zo'n speciale editie van een pelgrimsgroet te zenden aan mensen van wie je weet dat ze zich hebben verbonden met de pelgrimage in het algemeen en met de Marika-pelgrimsansichtkaarten in het bijzonder. Deze vrolijke nieuwjaarsgroet gebruik ik dit jaar als aanleiding om alle lezers van mijn weblog veel heil en zegen te wensen in het nieuwe jaar. Rest mij vandaag alle pelgrims te groeten met de welbekende pelgrimsgroet: Ultreia!

donderdag 7 juli 2011

Ultreia in My Contribution Statement

Donderdag 7 juli 2011

Visitekaartjes zijn er in allerlei maten en uitvoeringen. Op het ene visitekaartje staan voorop de gegevens van de eigenaar, met een blanco achterkant. Andere visitekaartjes zijn tweetalig uitgevoerd, bijvoorbeeld de ene zijde Nederlandstalig en de andere zijde Engelstalig.

Bij Stenden hogeschool is gekozen voor een derde variant. Op de voorzijde staan je gegevens. Op de achterkant staat ‘My Contribution Statement’. Daarmee geef je als medewerker aan wat je als jouw ultieme persoonlijke bijdrage aan je organisatie wilt en kunt schenken. Het gaat over je drijfveer, over wie je bent, over wat je bijdraagt, over je passie in leven en werken.

My Contribution Statement luidt: ‘Ultreia, my road ahead to excellent education’. Daarin staat de uitroep ‘Ultreia’ centraal. Ultreia is een middeleeuwse pelgrimsgroet, tevens pelgrimswens. Het betekent zoveel als: voorwaarts, ga door, geef niet op!
Ultreïa komt van het Latijnse ‘ultra’ of ‘ulterius’, wat betekent: hogerop, vooruit, ga verder, niet opgeven. Je vindt het ook terug in bepaalde wapenspreuken zoals ‘Nec plus ultra’, wat staat voor: het hoogste, het allerbeste, dat wat door niets overtroffen wordt.

De pelgrims onderweg naar Santiago de Compostela gebruiken het woord ‘Ultreia’ sinds de Middeleeuwen ook heden ten dage nog steeds als groet onderweg, in brieven en in emailberichten. Hij wordt ook gebruikt om elkaar een goede reis toe te wensen.

Van jongs af aan sta en ga ik voor het ideaal dat onderwijs de sleutel bij uitstek kan zijn voor een betere wereld, dichtbij en ver weg. Goed onderwijs is van doorslaggevende betekenis voor de (door)ontwikkeling van mens en maatschappij. Onderwijs levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van ons leven. Daar wil je geen concessies aan doen, dan ga je voor het beste, dan wil je alleen nog maar excellent onderwijs.

‘My road ahead to excellent education’ zou je kunnen vergelijken met een pelgrimsweg. Niet alleen het doel is belangrijk, ook de weg die tot dat doel leidt, is van belang. Voordat je op weg gaat, kies je een begaanbare weg. Op de kruispunten onderweg moet je voordurend doelgerichte keuzes maken en als je onderweg even het gevoel hebt dat je de weg kwijt bent, moet je je aan de hand van waar je vandaan komt, waar je nu staat en waar je heen wilt goed nadenken over wat de beste oplossing is om weer voort te gaan op de juiste weg naar je bestemming.

Pelgrimeren doe je nooit alleen. Onderweg heb je beslist anderen nodig; om je de weg te wijzen, om je te voeden, om je tot rust te laten komen als je moe bent of als je het even niet meer ziet zitten. Het lijkt wel onderwijs, want ook bij onderwijs heb je beslist anderen nodig. Studenten en docenten hebben elkaar nodig voor een optimaal onderwijsproces en voor een optimaal leerresultaat. Bestuurders, managers, stafmedewerkers en docenten hebben elkaar nodig om de weg niet kwijt te raken, om elkaar de juiste weg te wijzen en om elkaar te ondersteunen waar dat noodzakelijk en waar dat wenselijk is.

We willen het onderwijs voortdurend verbeteren.
Ultreia!
Ook als het even tegen zit en als je het soms even niet ziet zitten als docent of als stafmedewerkers, dan willen we toch door en geven we niet op.
Ultreia!
We willen steeds mooier onderwijs, steeds beter, en volgend jaar weer hoger in de rankings.
Ultreia!
We zoeken voortdurend naar een begaanbare weg, naar de beste route, leidend naar voortreffelijk onderwijzen en leren, resulterend in excellent onderwijs; dat is: ‘my road ahead to excellent education’;
Ultreia!

zondag 6 juni 2010

Friese gedeputeerde Hans Konst onthult de Jirnsumer Moeting

Wiep Koehoorn, Hans Konst en Jan Romkes van der Wal
Zaterdag 5 juni 2010














In veel opzichten is het vandaag voor de Stichting Jabikspaad Fryslân een zonnige dag. Niet alleen vanwege het schitterende zomerse weer, maar ook omdat we vandaag stilstaan bij het feit dat het vorige maand tien jaar geleden was dat op 12 mei 2000 het Jabikspaad officieel werd geopend. Mede ter gelegenheid van dat tweede lustrum vieren we vanmiddag in het Friese Jirnsum (Irnsum) de onthulling van ons unieke pelgrimsmonument, de "Jirnsumer Moeting". Ruim 55 genodigden hebben gehoor gegeven aan de uitnodiging van ons bestuur van de Stichting Jabikspaad Fryslân om deze feestelijke middag bij te wonen. Om 14.00 uur mag ik als bestuursvoorzitter onze gasten welkom heten in de vergaderzaal van de Rooms Katholieke kerk van Sint Marcus te Jirnsum.

Het middagprogramma vangt aan met een lezing van professor dr. Hans Mol, werkzaam bij de Fryske Akademy als vakgroepshoofd (middeleeuwse) Geschiedenis, Letterkunde en Naamkunde. Hans Mol is tevens bijzonder hoogleraar "Geschiedenis van Friesland in de Middeleeuwen" aan de Universiteit Leiden. In zijn interessante lezing met als titel "Fryslân en de Ridders van de Duitse Orde" schetst hij de rijke middeleeuwse streekhistorie van Nes en Jirnsum in het stroomgebied aan de rivieren de Boorn en de Tjonger en gaat nader in op de kloosters langs de toegangswegen van dit gebied, specifiek met de focus op de lokale kloosters van de Ridders van de Duitse Orde. Het Jabikspaad loopt door dit gebied van waaruit duizenden Friezen in de Middeleeuwen onder begeleiding van de Ridders van de Duitse Orde voor kruistochten en pelgrimages vertrokken naar Jeruzalem en naar Santiago de Compostela.

Voorafgaand aan de pauze presenteert directeur Gerhard Bakker van de Stichting Alde Fryske Tsjerken onze gemeenschappelijke plannen van de Stichting Jabikspaad Fryslân om in samenwerking met diverse andere partijen in de gemeente Het Bildt en met het Nederlands Genootschap van Sint Jacob het "Pelgrimscentrum Sint Jacob" op te richten en te vestigen in het nog te verbouwen toegangsportaal van de Groate Kerk te Sint Jacobiparochie, waarmee ook wordt benadrukt dat dit het noordnederlandse startpunt wordt voor alle pelgrims die hun pelgrimstocht naar Santiago de Compostela aanvangen, zodat zij pelgrimeren van het Nederlandse "Sint Jacob" naar het Spaanse "Sint Jacob". Gerhard Bakker memoreert dat bijna alle gelden binnen zijn om onze plannen en de restauratie van de Groate Kerk doorgang te laten vinden. Als over enkele weken ook de provincie Fryslân de aangevraagde financiële bijdrage toekent, kunnen alle plannen nog dit kalenderjaar worden gerealiseerd.

In de pauze rijden we met enkele bestuurders snel even naar het pelgrimsmonument de "Jirnsumer Moeting", dat we straks officieel zullen laten onthullen. Daar staat een filmploeg van Omrop Fryslân Televyzje klaar om een korte nieuwsreportage op te nemen voor "Koart Nijs" dat vanavond vanaf 18.00 uur elk uur in de nieuwsuitzending "Hjoed" zal worden vertoond.

Daarna wordt het programma in de zaal vervolgd met een boeiende lezing over de geschiedenis van het pelgrimeren vanuit Fryslân naar Santiago de Compostela en over de oorsprong, het ontwerp en de symboliek van het pelgrimsmonument de Jirnsumer Moeting, waarvoor we hier vanmiddag bijeen zijn. Dit pelgrimsmonument is gemetseld van middeleeuwse kloostermoppen, die gedurende vele jaren zijn verzameld door de in Jirnsum geboren Loadewyk Damsma (1921-2010). Deze zogenoemde "Alde Friezen" zijn voornamelijk afkomstig van zo'n 350 Friese kloosters en kerken die tussen 1200 en 1500 in deze regio zijn gebouwd.

De Jirnsumer Moeting symboliseert verschillende ontmoetingen (Fries: moetings) in Jirnsum, namelijk:
- de ontmoeting van de oostroute en de westroute van het Jabikspaad, die vanuit Jirnsum gezamenlijk hun weg vervolgen in zuidelijke richting naar Hasselt;
- de ontmoeting van de pelgrims en de andere wandelaars/fietsers die hier vanuit het Friese Oostergo en Westergo bijelkaar komen om samen verder naar Overijssel te wandelen of te fietsen;
- de ontmoeting van de meer dan 500 kloostermoppen, die hier in één monument zijn verenigd.

Dan is het zover om tot de onthullingsceremonie over te gaan. Eerst krijgt de Friese gedeputeerde Hans Konst het woord alvorens hij als Gebiedsgedeputeerde van Plattelânsprojecten Mid-Fryslân straks buiten de onthullingshandeling zal verrichten. Gedeputeerde Konst roemt het doorzettingsvermogen van de bestuurders en de vrijwilligers van de Stichting Jabikspaad Fryslân in hun al meer dan tien jaar pogen en slagen om het Jabikspaad op diverse manier van onderop een toonaangevende positie te laten verwerven in het Friese landschap en in de Friese samenleving. "Oanhâlde as storein", zo typeert de heer Konst het succes van de afgelopen tien jaar van de Stichting Jabikspaad Fryslân.

Na zijn toespraak gaan we met de Friese gedeputeerde Hans Konst en met stichtingsbestuurder-pelgrim Jan Romkes van der Wal voorop in een korte pelgrimage van de roomskatholieke kerk door de hoofdstraat naar het monument aan de andere (zuid)zijde van het dorp Jirnsum. De meeste genodigden zijn op grond van het kledingadvies als wandelaar of in vol ornaat als pelgrim in pelgrimstenue gekleed, dus onze pelgrimstocht door het dorp trekt veel bekijks. Over het monument ligt een groot wit kleed met het opvallend blauwe kruis van Jirnsum. Samen met een aantal opvallend geklede pelgrims verwijdert gedeputeerde Konst dan de kleden van het pelgrimsmonument en van het informatiepaneel dat naast de Jirnsumer Moeting staat. Direct na de onthulling volgt een korte toespraak en felicitatie van de Friese gedeputeerde.

Daarna klimt pelgrim Jan Romkes van der Wal op het nieuwe Friese monument om boven op de Jirnsumer Moeting staand aan de genodigden een mythisch pelgrimsverhaal te vertellen. Het is een bijzonder moment van deze ceremonie. Tenslotte worden de aanwezigen bedankt voor hun komst en voor hun inhoudelijke bijdrage en dan worden in het bijzonder ook de drie metselaars letterlijk en figuurlijk in het zonnetje gezet. Het zijn deze bouwers, die door gebruik te maken van een traditioneel-historisch metselprocedé ervoor hebben gezorgd dat dit kloostermoppenmonument hier in Jirnsum verrees. Na het uitspreken van de pelgrimswens "Ultreia" gaan we allen naar "It Kattehûs" tegenover het pelgrimsmonument om elkaar daar onder het genot van een hapje en een drankje op informele wijze nog te ontmoeten.

Voor de meeste pelgrims zijn ontmoetingen verrassend, onverwacht, inspirerend, stimulerend en nog zoveel meer. De Jirnsumer Moeting is nu de gemarkeerde plaats waar de twee wandel- en fietspaden van het Jabikspaad bijelkaar komen; in steen, in tijd en in ruimte de belofte van al die ontmoetingen die de pelgrimerende wandelaars en fietser op de hierna nog zo'n 3.000 kilometer te volgen wegen en paden zullen beleven. Vanaf hier volgen zeker nog veel vóór je liggende ontmoetingen (Fries: moetings) van wegen en paden, van wandelaars/fietsers en pelgrims, van gelukszoekers en padvinders en van mensen die òf de eindbestemming òf de weg ernaar toe als hun persoonlijk doel zien. Voor al die mensen is het Fries-Overijsselse Jabikspaad bedoeld. Voor veel van die mensen is het Jabikspaad al de springplank geworden voor hun lange, maar bovenal inspirerende pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. Na vandaag zullen nog velen letterlijk en figuurlijk in die internationale voetsporen treden.

vrijdag 8 augustus 2008

Pelgrimeren van Sogny-aux-Moulins naar Aulnay-l'Aître

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vezelay
Van Sogny-aux-Moulins naar Aulnay l’Aître
Vrijdag 25 juli 2008 – 18 km.
Dag 48: 987,2 – 1005,2 km.


’s Morgens rijden Durkje en ik eerst de auto naar Aulnay l’Aître en dan fietsen we van daaruit naar ons startpunt in Sogny-aux-Moulins.
Vanuit Sogny-aux-Moulins steken we eerst de spoorlijn en daarna de Marne over, om onze wandeling te kunnen hervatten op de kruising met de D80, waar we gisteren stopten.

We verlaten de D80 en volgen een bochtige weg langs de locale grindafgravingen.
De eerste ligt er nog kaal bij, maar verderop zijn de grindafgravingen al in gebruik voor recreatieve doeleinden, getuige de steigers, de picknickplaatsen en een bord van de plaatselijke watersportvereniging bij één van de volgende plassen van Le Pré Saint-Mange.
Wij wandelen tussen Le Pré Saint-Mange en de Marne door over een landbouwweg.
Na onze eerste vier kilometers komen we uit bij het parallelkanaal van de Marne, waar de D280 een brug heeft naar het dorpje St.-Germain-la-Ville.

We steken hier de D280 over en gaan aan de overzijde pauzeren bij een beschaduwde picknickplaats nabij twee grote wagenwielen van een oude ploeg.
Bij de brug over het parallelkanaal staat ondertussen een man luid te roepen en te gebaren dat wij de brug over moeten.
Ik vermoed dat de man denkt dat wij deelnemers zijn van een wellicht andere, vandaag georganiseerde wandeltocht.

Door het veld en langs een bocht in de Marne gaan we via Le Mahon tussen het parallelkanaal en de Marne door naar de brug van Vésigneul-sur-Marne.
Daarna volgt een lang stuk jaagpad – tussen het kanaal en de rivier door – naar de bruggen bij Pogny.

Nog vóór de kanaalbrug van Pogny - aan de overzijde van het kanaal - staat een grote groep metalen silo’s.
Voorbij de brug zien we de grootste silo ter wereld, van 110.000 ton.
We wandelen even over de kanaalbrug heen het dorpje in en vragen bij de 12e eeuwse kerk aan een voorbijgaande oude man naar het dichtstbijzijnde dorpscafé.
Het Cadillac-café ligt voor ons te ver buiten het dorp, dus bij de kerk maken we weer rechtsomkeerd.
We steken dan zowel de kanaalbrug als ook de rivierbrug over en verlaten Pogny.
De Marne stroomt hier ook sterk.
Naast de brug over de rivier is een picknickplaats, waar we pauzeren om wat te eten en te drinken.
Het is hier heerlijk schaduwrijk.
Dat moet ook wel, want de zon schijnt veel, het is drukkend, het waait nauwelijks en de temperatuur loopt op tot 30 graden Celcius.

Nu volgt voorbij de D54 een kilometers lang breed grindpad langs sportvelden, grindafgravingen en door de Enclave de la commune de Pogny.
Het dikke grind op dit brede pad maakt dat onze wandelschoenen af en toe alle kanten op rollen tijdens het wandelen.

Via de D302 lopen we vervolgens La Chaussée-sur-Marne binnen.
Op de kruising met de oude N44 scoren we ons eerste kop koffie vandaag toch nog, ook al is het inmiddels al 13.45 uur.
We hebben dus wel geduld nodig om elke dag weer een café te vinden op zo’n wandeldag.
’t Is wat laat, maar de koffie smaakt hier prima.
De waardin vraagt of we als pelgrims ook willen overnachten in haar combi-café-restaurant-hotel.
Dat doen we echter niet.
“Ultreia” (steeds verder), is de oude pelgrimsleus en die geldt hier en nu ook voor ons.

Wij volgen een oud tracé van de N44 door het dorp en gaan aan de rand van het dorp óver de rivier de Fion.
Bij Les Fauchees verlaten we deze weg om hier het veld in te gaan.
Hier, bij La Chaussée-sur-Marne komen de Marne en de Fion bij elkaar en hier is La Chaussée-sur-Marne gevormd door de samenvoeging van de voormalige dorpjes Coulmiers en Mutigny.

De onverharde veldweg gaat onder het nieuwe tracé van de N44 door.
Dat is verrassend voor ons, want die weg staat nog niet op de stafkaart in ons routeboekje, alhoewel die trouwens al wel als randweg staat vermeld in de routebeschrijving.

Het laatste deel van ons traject van vandaag gaat door de vallei van de Fion.
Een prima veldweg met links de beboste oevers van de rivier en rechts de velden, waar een combine druk in de weer is om te oogsten.
Twee tractoren met grote wagens verzamelen het graan dat uit de combine komt.

Bij de D81 gekomen, verlaten we het pelgrimspad en wandelen we via de brug over de Fion het dorpje Aulnay-l’Aître binnen, waar onze auto staat geparkeerd.
Een drukkende, warme dag met aan het eind van de dag toch nog af en toe een briesje wind.
Tussen 10.00-14.45 uur hebben we vandaag 18 kilometer gewandeld.