Posts tonen met het label Tannay. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tannay. Alle posts tonen

zaterdag 8 augustus 2009

Pelgrimeren van Tannay naar Varzy

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Tannay naar Varzy
Zondag 26 juli 2009 – 19 km.
Dag 65: 1347,5 – 1366,5 km.


Ook vandaag begint de dag koud. Het was een heldere nacht en daardoor koelde het vannacht behoorlijk af. De lucht is stralend blauw, dus het belooft een zonnige, warme dag te worden.
Iets na 8.00 uur verlaten we de camping van Varzy en fietsen we van Varzy naar Tannay. In Tannay is een kleine warenmarkt bij het café.
We parkeren onze fietsen bij de Saint-Léger-kerk en wandelen naar het café aan het dorpsplein om daar eerst een kop koffie te gaan drinken. Het is er een drukte van belang. Voornamelijk mannen bezoeken het café om koffie, chocolademelk of wijn te drinken en enkelen vullen aan de bar ook een Lotto-formulier in. De in dit café gevallen prijzen van de afgelopen jaren hangen als eervolle vermelding met datum en prijzenbedrag prominent rondom in het café.
Ja, we kunnen hier nog wel even naar het toilet voordat we onze wandeling aanvangen. Daartoe verlaat je achter de bar het café en kom je op een kleine binnenplaats. Een hondje houdt er stil de wacht. Aan de overzijde van het binnenplaatsje staan twee toilet-units; één met een wc-pot achter een deur en één met een urinoir achter saloonklapdeurtjes.

We verlaten het café en lopen door de hoofdstraat van Tannay, waarbij we ook de SuperU weer passeren, waar we gisteren ons dagtraject beëindigden. Getuige het aantal komende, gaande en staande auto's is het vanmorgen veel drukker in de supermarkt èn bij het benzinestation dan gistermiddag, toen we hier arriveerden. Buiten het dorp gaan we vanaf de D119 over de D34 naar de D6, die we een kwart kilometer volgen, om in noordelijke richting een veldweg te nemen. Bij het kruispunt met de D34 gaan twee brandweerwagens ons met gezwinde spoed, zwaailicht en sirene voorbij, ook in noordelijke richting.

Over een boerenerf arriveren wij in het dorp Amazy. De boer die op het erf aan het werk is, groet ons hartelijk. Via de D34 lopen we om de 16e eeuwse Saint-Franchy-kerk heen. De bijzondere achthoekige torenspits van deze kerk is één van de mooiste van de Nivernais.
Dan verlaten we na de eerste 2 kilometers Amazy aan de westzijde.

Over een brede landbouwweg gaan we de velden in. Waar de landbouwweg de D6 bijna raakt, gaan we rechts om een bosperceel heen over een veldweg en dan klimmen we via deze onverharde weg naar de ingang van het bos. De bosweg gaat lang en langzaam klimmend als brede bosweg diep Le Bois Sec in. We klimmen ondertussen van 249 meter naar 334 meter hoogte. Boven op de bosheuvel buigt de bosweg iets naar het westen en als we die afdalen, gaat de bosweg in de afdaling langzamerhand over een in smal, dalend bospad. Op een hoogte van 223 meter verlaten we Le Bois Sec aan de andere zijde van de heuvel nabij een stenen kruis, dat tegen de bosrand staat op de plaats waar de D6 afbuigt naar het noorden en waar wij de veel smallere asfaltweg in zuidelijke richting nemen naar het dorpje Cervenon.

Na 4,5 kilometer voorbij Amazy komen we bij de bebouwde kom van Cervenon. Verderop staat een huis met een opvallende, witte toren, tegen de gevel aan gebouwd. Omdat het nog te vroeg is om te pauzeren, lopen we direct vanaf de dorpsrand over een asfaltweg Cervenon uit, om achtereenvolgens door de bospercelen van Chaume des Epiroux en Le Grachois in noordwestelijke richting te gaan naar het gehucht Thurigny.

De temperatuur is al behoorlijk gestegen. Het wordt vandaag zo'n 27 graden Celsius. Een schaduwrijke plaats voor een etenspauze is ons dan ook bijzonder welkom. Een mooie plaats daartoe vinden we in de voormalige wasplaats van Thurigny, 2,5 kilometer voorbij Cervenon. In de koele, tamelijk donkere wasplaats stroomt nog altijd het water van de lokale waterbron. Op de toegangstrap aan de binnenzijde gaan we zitten voor een korte pauze. Als we daar even rustig genieten van ons eten en drinken, komt een jonge Franse vrouw de wasplaats binnen. Ze heeft ook een grote rugzak bij zich en vraagt ons of wij ook pelgrims van Sint Jacob zijn. Ze vertelt ons dat zij gisteren begonnen is te pelgrimeren in Vézelay en dat ze nu enkele weken op stap gaat met als bestemming Saint-Jean-Pied-de-Port. Vorig jaar liep ze van Le Puy naar Santiago de Compostela. Vandaag is ze van plan in de refugio van onze camping in Varzy te overnachten. Ze gaat verder. Na een kwartier zijn wij ook klaar om verder te gaan. Buiten passeren we een voorheen hele dikke, maar inmiddels omgezaagde boom.

Aan de overzijde van de D23 steken we via de brug van de D6 de rivier de Beuvron over. Aan de overzijde van de Beuvron zien we het veldpad en het hellingpad dat we moeten nemen, onder de stroomdraden door. We zien de Franse pelgrim dan tussen de bomen op de helling verdwijnen. Als we door de boszoom boven op de helling zijn gearriveerd, gaan we verder over een breed landbouwpad. De Franse pelgrim loopt vanwege haar bepakking en de vele foto's die ze onderweg maakt, niet zo snel, waardoor we haar op het open plateau al spoedig inhalen. We wandelen met zijn drieën een eind verder tussen de akkers door. Ze vraagt zich af of wij wel kunnen genieten van het feit dat wij onze dagelijkse route eerst eenmaal fietsen en die daarna ook nog een keer helemaal lopen. We stellen haar gerust, want we genieten er elke dag van, alhoewel de fietstocht vandaag wel in de categorie “zwaar” zal komen, vanwege de vele en lange beklimmingen. Maar als je zo met elkaar weer aan de wandel bent, voert het genoeglijke wandelen weer de boventoon. Na een eind samen wandelen, gaan wij in ons sneller tempo vooruit en zij volgt ons iets langzamer wandelend. Voorbij het bos Verjolet zien we haar niet meer.

Omdat we over dit hooggelegen plateau lopen, genieten we een prachtig uitzicht. Waar ons veldpad weer bij de D6 uit komt, is weer zo' n prachtig graanstoppelveld, waarop de enorme strorollen her en der op het stoppelveld liggen, alsof ze elk moment allemaal tegelijk naar ons toe zouden rollen.

Via de D6 komen we na 4 kilometer aan bij de entree van het dorp Cuncy-les-Varzy. We gaan niet door het dorp, maar over een veldpad onder het dorp door, totdat we bij de D186 komen, die we in noordelijke richting volgen tot in het dorp. Cuncy-les-Varzy verlaten we via de D6 in westelijke richting.
We lopen wel in de richting van Villiers-le-Sec, maar laten dat dorp rechts liggen. Waar de D6 in noordelijke richting naar Villiers-le-Sec draait, gaan wij in westelijke richting verder via een steentjesweg. We passeren een oude wasplaats. Daarbij ligt een ruïne van een nog oudere wasplaats, waarvan niet veel meer dan wat muurtjes resteren. De grote waterbak is nu als een vijver, vol met eendenkroos. Als we langs het water lopen, springen tientallen kikkers van de wal in de vijver. Ze verdwijnen onder het kroos.
Na 2 kilometer komen we bij een kruising van onverharde wegen. Hier komen onze GR654 en de variant van de GR654 die vanuit Vézelay via Clamecy gaat, weer bij elkaar. Bij de opgang naar de D102 staat een GR-markeringsbord, met daarop de aanduiding dat dit richting Santiago de Compostela gaat.

De D102 verlaten we ten zuidoosten van de Mont Charlay. We hoeven niet over deze 358 meter hoge heuvel, maar lopen onder langs de helling van deze heuvel, waarop een telecommast staat. We blijven wel op flinke hoogte lopen, want we hebben ook ver na de Mont Charlay nog een schitterend vergezicht aan beide zijden, maar vooral aan onze zuidzijde in de richting van het dorp Charlay.
We gaan verder over het plateau in de richting van Varzy. Het pad is een bijzonder breed graspad tussen de hooggelegen akkers door. Bij het hoogstaande kruis pauzeren we op het bankje naast het kruis. Vóór ons in het dal zien we het drukke verkeer over de N151 tussen Clamecy en Varzy.

Na onze rustpauze dalen we via de D278 af naar Varzy. Voorbij het hooggelegen kerkhof van Varzy gaan we linksaf over een pad naar beneden, waarna we tegen 15.00 uur via een stenen trap bij de ringweg van en in het dorp Varzy arriveren.
Via de smalle straatjes met verrassende doorzichten gaan we verder naar het dorpscentrum van Varzy. We passeren dan ook nog een Saint-Jacques-de-Compostelle-markering, waarop staat dat het vanaf hier nog 1796 kilometer is naar Santiago de Compostela. In het centrum bij de Sainte-Eugénie-kerk, in de hoofdwinkelstraat en op het langwerpige marktterrein is vandaag een braderie en rommelmarkt. Bij de kerk stopt onze pelgrimswandeling van vandaag.
We hebben vandaag 19 kilometer gelopen bij heel mooi zomerweer. Vanaf de kanunnikenkerk Sainte-Eugénie lopen we nog ruim een kilometer om weer bij onze tent op de municipal camping Moulin Naudin te komen.
Vanaf de camping rijden we met de auto naar Tannay om onze fietsen weer op te halen.
Tegen de avond komt de Franse pelgrim nog even bij onze tent op de camping langs. Zij is vanmiddag rond 17.00 uur op deze camping gearriveerd en heeft inmiddels een slaapplaats gekregen in de refugio van onze camping.

Pelgrimeren van Saint-Père naar Tannay

Van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostela

Sentier vers Saint-Jacques-de-Compostelle; via Vézelay
Van Saint-Père naar Tannay
Zaterdag 25 juli 2009 – 24 km.
Dag 64: 1323,5 – 1347,5 km.


Het is maar 13 graden Celsius als Durkje en ik vanmorgen even na 8.00 uur de camping van Varzy verlaten. Eerst hebben we nog afscheid genomen van de Nederlandse pelgrim Astrid met haar hondje Foxy, die gisteren toch weer onverwacht bij ons op de camping in Varzy arriveerden en die gisteravond met ons aten en de avond gezellig doorbracht in onze tent. Astrid en Foxy sliepen vannacht met een andere pelgrim in de refugio, die onze camping ook heeft.

We parkeren de auto bij de SuperU van Tannay en dan fietsen we door naar St.-Père. Daar drinken we eerst een kop koffie, alvorens we onze wandeldag aanvangen.
We verlaten St.-Père via de wasplaats even vóór 11.00 uur. We nemen de keitjesweg omhoog en gaan daarna over een veldweg langzaam stijgend in de richting van de Mont Liboeuf. Als we al aardig op hoogte zijn, zien we rechts in de verte Vézelay liggen. Als we in zuidelijke richting de Mont Liboeuf bestijgen, laten we Vézelay letterlijk achter ons. Aan de overzijde van de heuvel dalen we langs de wijngaarden tot een T-kruising. De eerste 1,5 kilometer hebben we nu gehad.
We gaan in zuidwestelijke richting over de flank van de heuvel en lopen verderop over een asfaltweg langs het Bos van Brosse Dart. Daarna lopen we over een begroeide veldweg tussen de akkers door, die liggen tussen het Bos van Châtenay en het Bos van Mont Foyé. We komen uit bij een asfaltweg bij de Mont Lignon, vanwaar we een mooi uitzicht hebben over de Avallonnais en de Morvan. We lopen daarna boven het bosgebied van de Mont Bottrey langs en komen dan in open veld.

Als we over een heuveltje gaan, zien we voor ons een ongelooflijk mooie vallei liggen, die nagenoeg geheel is begroeid met akkers met alleen maar zonnebloemen. De akkers met zonnebloemen worden omgord door de donkergroene boszomen. Het is een sprookjesachtig tafereel, vooral omdat de zon er heerlijk over schijnt. Het is een lust voor het oog om door deze unieke vallei heen te wandelen.
Tussen de veldweg en de akkers met zonnebloemen bloeien ook nog eens prachtige planten, in wit, maar ook de mooie blauwe korenbloemen, die je hier veelvuldig ziet in deze streek.

Daarna gaan we het Bos van de Provenche in. Het is hier aangenaam koel en het bospad is nogal vochtig. Evenals de vorige dagen, zien we ook hier in het bos weer de grote hoeveelheid oranjegekleurde slakken over het bospad kruipen. Een vrolijk gezicht zo op het donkere bospad. Vooral als ze even - tussen de bomen door - door de zon worden beschenen, zijn het de fel-oranje sieraden van het bospad.
In de Grand Molay passeren we volgens de wandelkaart het kleine bosmeertje Le Lac Blanc, maar die kunnen we helaas door de bomen heen niet zien. Een eindje voorbij Le Lac Blanc staat een hele duidelijke wegwijzer naar een enigszins verscholen, begroeide smalle boslaan, die we in gaan. We dalen hier via een diep uitgehold en modderig bospad de helling van Châtillon af. Aan de overzijde van een asfaltweg gaan we het bosgebied van Buisson Boudard in. We klimmen tussen de boszoom van het Bos van de Brosses en de graanvelden door naar de boerderij van La Forêt.

Het is hoog tijd voor een etenspauze, want we hebben al meer dan twee uren aangesloten gelopen. Op het boerderijerf pauzeren we op een gedumpte laadbak van een oude vrachtwagen, temidden van oude voertuigen en naast een klein vijvertje, waarin kleine karpers onrustig tussen de oeverbegroeiing door spartelen.

Ten westen van het bosgebied steken we de D42 over om de lange asfaltweg in de richting van Metz-le-Comte te nemen. De 12e eeuwse Romaanse kerk van Metz-le-Comte, die boven op de 291 meter hoge heuvel van La Montagne staat, is al van veraf duidelijk te zien.
We passeren eerst Moulin Morizot en daarna het gehucht Les Crépillons. Uiteindelijk komen we aan in Metz-le-Comte.
We zijn nu weer 13 kilometer verder en hiermee hebben we vandaag inmiddels 14,5 kilometer afgelegd.
Naast het gemeentehuis zien we een pelgrim rusten. We lopen om het centraal gelegen dorpsveld heen en volgen daarbij de beschrijving van onze wandelgids om via het kalkstenen kruis van Ragon (Anno 1672) het bospad te nemen, dat rondom de heuvel van La Montagne loopt. Dat valt echter niet mee, want men heeft hier de wit-rode markering verwijderd, door die met grijze verf over te schilderen. Met het nodige zoekwerk vinden we uiteindelijk toch de door begroeiing verscholen smalle bosweg, die rondom deze dorpsheuvel gaat. Het is bijna niet te doen, maar er komt ons op dit aan alle kanten zwaar begroeide pad zelfs nog een auto tegemoet, met daarin twee lachende mannen. Ze krijgen het werkelijk nog voor elkaar ook om met hun auto over dit bospad te crossen. Rondom de heuvel vinden we hier en daar weggeschilderde markeringen en af en toe een waarschijnlijk niet ontdekte markering. We slagen erin het pad toch geheel uit te lopen en we komen ter hoogte van een rotsachtige helling weer in het veld aan de westzijde van Metz-le-Comte.

We lopen op een gegeven moment in de richting van de boerderij van Vauprevoir, die we in de verte zien staan. Bij deze boerderij lag vroeger een leproserie, die van de 14e tot de 17e eeuw ook druk werd bezocht door de pelgrims, die onderweg waren naar Santiago de Compostela.

Wij steken de D985 over en steken dan bij Le Moulin d'Asnois een smalle zijtak van de rivier de Yonne over. Verder stroomopwaarts zien we een kleine stuw met wateroverloop. Een klein eindje verder gaan we over een grotere brug, over de vrij snel stromende rivier de Yonne. Tussen de zijtak en de rivier en tussen de rivier en het nu volgende kanaal is veel openbaar groen, dat zichtbaar regelmatig voor recreatieve doeleinden wordt gebruikt.
We steken vervolgens ook de hoge brug over het Kanaal van Nivernais over. Een klein fietspaadje gaat onder deze brug door en verbindt zo de jaagpaden aan beide kanten van de brug langs het kanaal. Hoog op de heuvel vóór ons ligt het Château d’Asnois.

Langs de lokale picknickplaats lopen we via de hoofdstraat omhoog naar het dorpje Asnois. We gaan door het hooggelegen dorpje heen naar de buiten de dorpskom liggende kerk Saint-Loup. Deze kerk met een smalle toren heeft drie schepen en een bijzondere waterspuwer op de kerkgevel in de vorm van een wolvenkop.
We dalen over het pad langs het kerkhof en nemen een zwaar begroeid veldpad tussen twee dichtbegroeide en hoog opgaande wallen door, dat afbuigt en afdaalt naar het kanaal.

Bij een rode ophaalbrug komen we bij het Kanaal van Nivernais. Aan de overzijde van het kanaal staat een mooi bankje voor onze nodige rust, maar het is inmiddels zo warm geworden, dat het daar in de volle zon op een bankje zitten, voor ons teveel van het goede is. We wandelen dus maar door over het jaagpad langs het kanaal, in de richting van de verderop liggende sluis, in de hoop dat we daar wel ergens in de schaduw kunnen rusten, eten en drinken.
Bij deze sluis is het een drukte van belang. Op dit moment wordt een huurboot met een aantal Britse opvarenden geschut. Deze sluis is overigens een dubbele sluis; zeg maar: één met twee verdiepingen. Je wordt eerst van een laag naar een midden-niveau geschut en daarna van het midden- naar een hoog niveau geschut.
We rusten op het muurtje voor het sluiswachtershuisje. De studente die hier het schutten deels met afstandsbediening en deels nog handmatig verricht, heeft het er maar druk mee, maar ondertussen neemt ze toch ook nog de nodige tijd om even met ons te praten. Met een “bon courage”-wens voor ons als pelgrims nemen we afscheid van haar.

Via de D165 steken we het spoor over en daarna gaan we over een oude, onverharde veldweg parallel aan de D165 omhoog naar Tannay. Het is een stevige klim over een waarschijnlijk heel oud karrenspoor, dat ons ter hoogte van de voormalige en inmiddels vervallen wasplaats in de bebouwde kom brengt. Tannay staat bekend om haar vroegere leerlooierijen.
In het dorpscentrum passeren we de voormalige kapittelkerk Saint-Léger, een 13e-14e-15e eeuwse kerk met een reliëf over de legende van Sint Hubertus. We vervolgen de hoofdstraat in westelijke richting en komen dan iets na 17.00 uur aan de rand van de dorpskom bij de SuperU, waar we vanmorgen onze auto parkeerden en waar we nu nog even onze weekendboodschappen voor deze zaterdag en voor morgen halen.
Daarna halen we de fietsen op uit St.-Père en rijden we weer terug naar onze camping in Varzy.
We hebben vandaag 24 kilometer gelopen. Eerst bij een lage temperatuur, maar gaandeweg de dag werd het weer steeds mooier en klom de temperatuur op tot zo' n 20-22 graden Celsius. Mooi wandelweer en overigens een buitengewoon gevarieerde route, met een zeer groot aantal landschapstypen. En dat allemaal op één dag. Heel bijzonder dus.
Je kunt overigens ook duidelijk merken dat je het wijnbouwgebied hebt verlaten en dat je weer deels tussen graanvelden en weilanden loopt. Het gebied waar we vandaag eindigen, heeft een landschap met kleine stukken grasland, hier en daar omzoomd met boomwallen, struiken, en kleine bospercelen.