vrijdag 17 mei 2019

Pelgrimeren van Tui naar O Porriño

Woensdag 1 mei 2019
Via de Puente des Febres de Rio Loura oversteken 



















Van Lissabon naar Santiago de Compostela
Caminho Portugués de Santiago van Tui naar O Porriño
Woensdag 1 mei 2019 – 17,5 km.
Dag 22: 497,4 – 514,9 km

Vrij op de dag van de arbeid
Als we vanmorgen om 7:00 uur wakker worden, denken we te horen dat het buiten regent, vanwege het klaterende geluid van vallend water. Toch spraken de weerberichten eerder in het geheel niet van regen, en als we opstaan, blijkt het buiten inderdaad niet te regenen. Het geluid van het vallende water dat wij horen, is afkomstig vanuit de afvoerleidingen van de twee verdiepingen boven ons, waar de andere gasten zich kennelijk ook al klaar maken voor vertrek.
Pension Cabalo Furado biedt geen ontbijt aan, dus we ontbijten in onze kamer van de boodschappen die we hier gisteren in het centrum van Tui al hebben gehaald.
Iets na 8:00 uur verlaten we onze overnachtingsaccommodatie.
Het is heel stil in de smalle straten van deze oude stad. Op een terrasje bij de kathedraal zitten vier pelgrims te ontbijten, alvorens ook zij zullen vertrekken. Gisteren spraken we een Spaanse docent die met een grote groep leerlingen van het voortgezet onderwijs op excursie was in Tui. Hij vertelde gisteren onder andere dat we erop moeten rekenen dat de winkels vandaag dicht zijn, omdat op 1 mei bijna iedereen vrij is in Spanje. Daarom is het dus ook zo stil op straat.

De stad uit
Door mooi vormgegeven in steen uitgehouwen pelgrimbeeldjes als wegwijzer worden we langs vele kerken en herbergen voortdurend dalend de stad uit geleid.
Ten noorden van de stad komen we langs een standbeeld waar een pelgrim in is uitgehouwen als opening in dat brok steen.
Er tegenover staat een watertappunt met daar achter enkele pelgrimssymbolen in steen uitgehouwen.
Daar passeren we ook de oude Romeins stenen boogbrug, de Puente da Velga.
Daarna volgen we een mooi bospad van fijne steentjes, zoals we die zo gewend zijn van Spaanse camino’s.
In Amanteigade passeren we de twee Duitse pelgrimerende dames, die in Rubiães met ons hebben overnacht in Casa de Lages. Zij wandelen vandaag evenals wij naar O Porriño.
Dan wandelen we door Virxe do Camiño en als we daar door zijn, laten we het stedelijk gebied achter ons.
Als we op het viaduct over de A-55 nog even achterom kijken, zien we hoog op de heuvel de kathedraal van Tui nog een keer staan.
Durkje en ik lopen vandaag van Tui naar O Porriño, over een afstand van 17,5 kilometer. Het weer is prachtig, zonnig, met een helderblauwe lucht.

Koffiepauze in A Farrapa
Eerst lopen we in een bosachtig gebied over de brede vluchtstrook van een brede weg, waar het qua overig verkeer heel stil is op deze eerste dag van mei. Op de plek waar we een bospad op gaan, staan de Nederlandse pelgrims Joop & Herma uit Vaassen, die wij gisteren onderweg ook al hadden ontmoet. We lopen met zijn vieren door dit bosperceel en over smalle asfaltwegen, totdat wij aankomen in het dorpje A Farrapa, waar we een koffiepauze houden.
Daarna lopen we A Farrapa uit en gaan we verder door het dorpje A Fonte.

Oude en nieuwe kunst op de camino
We gaan weer op zo’n mooi gritpad verder door het bos. Daarbij steken we de Rio Loura over via de Puente des Febres.
Dat is weer zo’n een mooie Romeinse stenen boogbrug.
In het bos ontmoeten we een Nederlandse vrouw, die vandaag deze route ook loopt. Op de plek waar het bospad over gaat in een asfaltweg, heeft een kunstenaar een grote rotswand gebruik om een expositie te presenteren van zijn schilderwerken, die alle te maken hebben met pelgrimeren.
We zien een schilderij van een standbeeld van Sint Jacobus.
Links daarvan hangt een schilderij van een pelgrim, en van een oude pelgrim.

Het loopt anders dan gepland
Op een gegeven moment komen we op een driesprong, waar twee richtingwijzers staan. De rechter geeft de reguliere pelgrimsroute aan, en de linker een langere versie. Wij zijn van plan om de routevariant te lopen die door een groen gebied gaat, omdat de andere over het langgerekte industriegebied van O Porriño gaat. Maar we kunnen niet gewaar worden of dit nu die bewuste splitsing is. Anderen komen erbij, en kunnen daarover ook geen duidelijkheid geven. Dan komen vier Spaanse mannen aanlopen. Ik vraag hen wanneer die groene route zich afsplitst van de asfaltroute. Ze zijn heel stellig: nog een eind doorlopen, en dan verderop, bij het betreden van het industriegebied zal nog de bewuste afsplitsing van de groene route komen. Daarom nemen we allen de weg rechtdoor.
Maar al na een enkele kilometer realiseer ik me wel dat de mannen geen gelijk hadden. Wij wandelen nu namelijk het industriegebied op, en van een volgende afsplitsing van pad en weg is hier geen sprake. We moeten dus de kilometers lange route over het industriegebied nemen. Terug is nu geen optie meer, dus we gaan door via deze route.
Halverwege komen we langs een pelgrimsrustplek, die is gemaakt van Cortex-staal. Als we daar een foto van maken, komen dezelfde Spaanse heren aanlopen, en al op grote afstand roepen ze ons hun excuses toe. Zij wilden namelijk ook die groene route lopen, en meenden zich van vroeger te herinneren dat die splitsing verderop nog zou komen, maar ook zij volgen nu dus de niet geplande asfaltroute. We lopen een eind met elkaar op, en dan vertellen ze dat ze de route van twee etappes verkennen, omdat ze deze route in de maand juli van dit jaar met een grote groep wandelaars van zo’n 50 deelnemers gaan lopen. Zo lopen ze jaarlijks met die groep elk jaar twee dagen op de camino, om uiteindelijk na enkele jaren eens aan te komen in Santiago de Compostela. Op het punt waar ze ons foutief adviseerden, zijn ze op hun verkenningstocht dus zelf ook verkeerd gelopen, waarmee ze de route dus niet geheel verkennend lopen vandaag. Ze vragen ons om vergeving vanwege hun foutieve route-advies. We zijn dus in elk geval allemaal gegaan langs de route die we niet wensten te gaan. Op zich maakt het niet uit, want de caminopijlen en wegwijzers geven deze route als de gebruikelijke route aan. We zijn dus op zich wel goed op weg.

Venezuelaanse gastvrijheid in O Porriño
De route voert ons de stad O Porriño in. Het duurt lang voordat we in het centrumgebied komen. O Porriño is namelijk een uiterst langgerekte stad. Eerst komen we langs een kapel, waar we naar binnen gaan, en van de aanwezige vertegenwoordigster van de parochie een kerkstempel in onze pelgrimspaspoorten krijgen.
Daarna wandelen we het winkelcentrum binnen.
Vanaf het paleis in het stadscentrum gaan we op zoek naar een onderkomen voor de komende nacht.
Bij de eerste pelgrimsherberg waar we naar binnen lopen, is niemand te bekennen. Binnen is het ook allemaal klein en vol en nogal donker, dus niet echt uitnodigend.
Daarom gaan we door naar een volgende optie, een hostal.
Als we daar aankomen, ontmoeten we ook een ander Nederlands stel, dat aangeeft dat zij gisteren in dit hostal een kamer hebben gereserveerd. Wij vragen de eigenares of zij ook voor ons nog een kamer heeft. Na even gebeld te hebben, komt ze weer terug, en vertelt dat ook wij hier een kamer kunnen krijgen. Die ziet er goed uit, dus deze kamer nemen we.
Bij een nadere kennismaking later vanmiddag vertelt de vrouw dat zij dit hostal pas vandaag in gebruik hebben genomen, na een bedrijfsovername. Ze vertelt dat zij en haar zoon (die de kok is van het restaurant) en haar andere medewerkende familieleden recent hier naar toe zijn gekomen vanuit Venezuela, omdat het leven daar niet goed meer is. We kennen allemaal de problemen van Venezuela, dus begrijpen we heel goed dat deze familie hier in Spanje een nieuw leven wil opbouwen. Wat hen pijn doet is dat een echtgenote van een hier aanwezige neef met haar twee kleine kinderen nog steeds in Venezuela verblijft, omdat zij met haar twee kinderen nog niet de drie nodige papierensets hebben om Venezuela te verlaten om hier een nieuw bestaan op te bouwen. Ze maken zich daar zorgen over, maar hebben wel goede hoop dat het op termijn goed zal komen. Onze Venezuelaanse gastvrouwen en gastheren zijn bijzonder gastvrij en hartelijk, en doen erg hun best om ons als hun eerste gasten vandaag een aangenaam verblijf te schenken. Fijn om deze bijzondere openingsdag met deze Venezuelaanse familie mee te maken. We hopen dat het hen goed zal gaan hier in het Spaanse O Porriño.

Pelgrimeren van Rubiães naar Tui

Dinsdag 30 april 2019
Bij de Capela de São Bento da Porta Aberta



















Van Lissabon naar Santiago de Compostela
Caminho Portugués de Santiago van Rubiães naar Tui
Dinsdag 30 april 2019 – 19,3 km.
Dag 21: 478,1 – 497,4 km

Rubiães in en uit
Gisteravond zijn Durkje en ik en ook het Duitse echtpaar dat met ons in Rubiães overnacht door de plaatselijke restauranteigenaar naar zijn restaurant gehaald, en na afloop weer teruggebracht naar Casa das Lages. Met Mattias & Karla hebben we samen een pelgrimsmenu gegeten in dat restaurant, dat overigens nagenoeg vol zat met zo’n 30 pelgrims.
Mattias & Karla willen vanmorgen graag al om 7:00 uur ontbijten, dus daar sluiten wij bij aan. Dat doen ook de andere vier Duitse pelgrimsgasten van Casa Lages, dus de eigenares heeft voor ons achten het ontbijt op een lange tafel in de keuken klaargezet. Als Durkje en ik klaar zijn voor vertrek, nemen we afscheid van de andere zes pelgrims. Wellicht zien we ze vandaag nog. Om 7:30 uur verlaten wij Casa das Lagas.
We lopen vandaag van het Portugese Rubiães naar het Spaanse Tui, over een afstand van 19,3 kilometer.
We volgen eerst de bewegwijzerde route naar het dorp Rubiães. Een deel van de route moet hier nog worden bestraat. Daar wordt aan gewerkt.
We steken de Rio Coura over via de oude Romeinse stenen boogbrug.
Bij de combinatiezaak van café en winkel ‘Bom Retiro’ gaan we naar binnen om de boodschappen voor de tocht van vandaag te kopen. Daar loopt ook een ander Nederlands echtpaar rond, horen we.
Langs een rivier met een waterval lopen we Rubiães uit.
De veters nog één keer goed strikken, en dan is alles klaar voor de tocht.











Samen lopen tussen Rubiães en Fontoura Fuente
Buiten Rubiães halen we het Nederlandse echtpaar in, dat zojuist ook in de winkel was. We lopen een eind met Joop & Herma van Essen op, tot aan het dorpje São Bento da Porta Aberta.
Als we bij de kerktrappen naar beneden lopen, en het pad weer op gaan, komen de Duitse pelgrims Mattias & Karla aanlopen.


In Fontoura Fuente zien we een tegeltableau van Sint Jacob aan een huisgevel hangen.
We maken in Fontoura Fuente nog even een foto van de kerk, en gaan dan door.
Voor en achter ons lopen pelgrims uit meerdere landen. We horen in elk geval Nederlands, Duits, Portugees, Engels en Noors.
Op de smalle paden waar we voorzichtig moeten dalen, is er af en toe enige filevorming, maar zodra het pad weer breder en vlak wordt, trekt de stoet pelgrims wel weer uit elkaar, en wordt het weer stil voor en achter ons.

Koffiepauze bij de Quinta
We lopen langs het dorpje Cerdal.
Ons plan was om zo ongeveer halverwege een rustpauze te nemen. Dat zou dan in het dorpje Pacos zijn. Als we bij Pacos hoog langs de Quinta Estrada Romana lopen, zien we beneden bij deze voormalige boerderij een terras. Dit wordt onze koffiepauzeplek vanmorgen.
Beneden worden we aangesproken door een vrouw die aan de lange tafel zit. Ze blijkt Nederlandse te zijn, die hier voor enkele dagen op bezoek is, omdat haar dochter hier in deze herberg als vrijwilligster hospitaleert. We nemen plaats bij haar aan tafel en bestellen binnen bij haar dochter koffie. Terwijl we het koekje en een broodje bij de koffie eten, scharrelen twee witte honden continue om ons heen, ondertussen bedelend om iets van biscuit of brood of beleg. We horen dat de vier Zuid-Koreaanse pelgrims zojuist ook al zijn gepasseerd.
Als we er al even zitten, zien we de Duitse Mattias & Karla boven bij de doorgaande weg plaatsnemen, en als we weer vertrekken, komen zojuist de Nederlandse Joop & Herma ook aanlopen.

Van Pedreira naar Arão
Verderop – vlak voor Pedreira – steken we de Rio Pedreira over via een kleine Romeinse stenen boogbrug.
Als we in de regio van Valenca komen, passeren we een groot informatiebord, waarop de route naar Valenca staat afgebeeld. Zo worden we alvast welkom geheten in Valenca.
In de berm van het bedrijventerrein waarover we lopen, staat een plant in bloei met prachtige feloranje bloemen, vol in de zon; intens van kleur.
Voordat we in Valenca komen, moeten we eerst nog door het dorpje Arão. In de wegkapel van Arão kunnen we een kerkstempel plaatsen in onze pelgrimspaspoorten. Op het altaar in de kapel staat een witte kaars met daarop een afbeelding van het zwaardkruis.

Forteleza & Valenca
Nadat we langs het busstation van Valenca zijn gelopen, wandelen we langs de hoog opgaande burchtmuren de stad Fortaleza-Valenca binnen.
Bij de stadspoort worden pelgrims verwelkomd door een pelgrimsbord, en uitgenodigd om Fortaleza te doorkruisen.
We gaan het stadje in, waar ons opvalt hoeveel winkeliers grote hoeveelheden van hun koopwaar allemaal hebben uitgestald op straat, vóór de winkel.
We lopen naar de stadsmuur, vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over enerzijds de restanten van het oude Portugese fort, en verderop over de rivier Rio Minho, die de grensrivier is tussen dit deel van Portugal, en van Spanje aan de overzijde van de rivier.
We gaan verder door deze vestingstad, en bezoeken aan de rand van de stad een oude kerk, waarvan ons opvalt dat die een houten vloer en een houten tongewelf heeft.
Als we het fort hebben verlaten, komen we onderaan de stenen trappen langs een café, waarbij staat aangegeven dat dit de laatste Portugese bar is die wij op de Caminho Portugués passeren. Tussen een grote groep Portugezen en pelgrims nemen we plaats op het terras om hier een theepauze in te lassen alvorens we Portugal zullen verlaten.

Over de grens van Portugal naar Spanje
We lopen naar de rivier de Rio Minho. Hier zullen we de landsgrens oversteken.
Achter ons zien we nog het grote landbord van Portugal.
Dan steken we via de lange ijzeren brug de rivier over, die aan de overzijde de Rio Miño heet.
Even later – maar door het tijdsverschil tussen beide landen meer dan een uur later – wandelen we bij het landbord España het land Spanje binnen.
We kijken nog even achterom naar de rivierbrug die ons zojuist toegang van Portugal naar Spanje verschafte. De rest van de camino zullen we dus door Spanje gaan.
We volgen de gele caminopijlen en de Jacobsschelpen in het wegdek.

Canadese pelgrim met Friese roots
Vóór ons zien we een man en een vrouw met een pelgrim praten op onze route. De man begroet ons in het Nederlands. Hij schatte in dat wij Nederlanders zijn. Hij vertelt dat hij uit het Canadese Banff komt, maar dat zijn grootvader vroeger in Sneek slager was. Hij wandelt nu op zijn pelgrims-rustdag hier met zijn Canadese echtgenote, en was hier op straat zojuist in gesprek geraakt met de pelgrim die bij hen staat. Zij blijkt uit Sneek te komen, en ze had even eerder ons al zien lopen met het Friese vlaggetje aan onze rugzakken. Vandaar dat de man ons in het Nederlands en zelfs een beetje in het Fries aansprak.

Wapperende was hoog naast de kathedraal
De Sneker pelgrim loopt door, en wij praten nog even na met het Canadese pelgrimspaar, over hun ervaringen tijdens hun pelgrimage van Porto naar hier. Even later wandelen wij langs de rivier Rio Miño.
We verlaten de rivier al snel, om in de richting van het oude stadscentrum van Tui te lopen. Hoog vóór ons zien we al de oude kathedraal van Tui. Daar moeten met een klim we naar toe.
Bij de kathedraal aangekomen, ontmoeten we de twee Nederlandse mannen, die gisteren als pelgrims ook een pelgrimsmenu aten in het restaurant van Rubiães waar wij ook aten.
We kunnen de kathedraal nog niet in, dus we lopen direct door naar het Pension Cabalo Furado, dat bijna naast de kathedraal staat. Daar vinden we een slaapplaats voor de komende nacht.
Onze gastvrouw laat zien dat we boven op het dakterras de was kunnen drogen. Nadat we hebben gedoucht, en ook de was schoon is, wappert deze aan de lijn, hoog boven de stadsbebouwing uit, en bijna naast de toren van de oude kathedraal van Tui.
Omdat het zonnig en warm is, en er een verfrissende wind waait, is de was in heel korte tijd al weer droog, en daarmee klaar voor morgen.

Pelgrimeren van Ponte de Lima naar Rubiães

Maandag 29 april 2019 
Met de vier Zuid-Koreaanse pelgrims op de middeleeuwse brug over de Rio Lima in Ponte de Lima



















Van Lissabon naar Santiago de Compostela
Caminho Portugués de Santiago van Ponte de Lima naar Rubiães
Maandag 29 april 2019 – 18,1 km.
Dag 20: 460 – 478,1 km

De was hoort bij de gastvrijheid
Omdat we vandaag  maar ruim 18 kilometer hoeven te lopen, hebben we de wekker later dan te doen gebruikelijk gezet. Om 7:00 uur staan we op, en om 7:40 uur hebben we alles ingepakt; klaar om te vertrekken. We proberen onze gastvrouw – die net in pyjama uit bed is gestapt - nog enkele euro’s toe te stoppen voor het feit dat ze gisteren onze was heeft gedaan, maar zowel gisteren als vandaag wil ze niets weten van enige dank, omdat zij vindt dat dit bij haar taak als gastvrouw van pelgrims behoort. We bedanken haar voor haar gastvrijheid en nemen afscheid. Dan verlaten we pension São João in Ponte de Lima.
Op de boulevard van Ponte de Lima en ook op het lager gelegen parkeerterrein langs de rivier zijn heel veel marktkooplui bezig om hun waar uit te stallen in en rond de marktkramen.
Bij een klein kruidenierswinkeltje kopen we verse broodjes, en bij een café iets verderop gaan we naar binnen om koffie te bestellen. Daar eten we enkele broodjes, en de koffie completeert ons ontbijt.

Internationale fotosessie
Dan lopen Durkje en ik vanuit het winkelcentrum tussen de marktkramen door naar de oude stenen boogbrug die beide oevers van de Rio Lima verbindt. Tot onze verrassing ontmoeten we bij het begin van de rivierbrug de vier Zuid-Koreaanse pelgrims, die we in de afgelopen dagen steeds ontmoetten. Zo aan het begin van al weer een gezamenlijke pelgrimsdag is het op dit mooie punt bij de Rio Lima wel een passend moment om enkele groepsfoto’s te maken, dus we nemen nu de tijd om met camera’s en telefoons groepsfoto’s van elkaar te maken.
Zo langzamerhand wordt het parkeerterrein langs de rivier ook al aardig volgebouwd met marktkramen.
Eén van de Zuid-Koreanen komt bij ons terug om van ons beiden op de brug nog een foto te maken.
Dan is het de hoogste tijd om onze tocht voor vandaag aan te vangen, door over deze lange brug de brede rivier over te steken.
Er zijn veel meer pelgrims die tegelijk met ons de rivier oversteken, en ook vanaf de overzijde komen nog enkele pelgrims ons tegemoet, die aan de andere kant van de rivier hebben overnacht, en die nu nog even teruglopen naar Ponte de Lima, om daar in de gezellige binnenstad te ontbijten, alvorens ook zij hun wandeltocht van vandaag aanvangen.
Aan de overzijde van de rivier staat op de brug een groot stenen beeld van een pelgrim, die – namens de stad – ons een goede caminho wenst.
We hebben voor vandaag de route vanuit Ponte de Lima naar het dorpje Rubiães op het programma te staan. De afstand van deze etappe is 18,1 kilometer.

Van Rio Lima naar Rio Labruja
We beginnen zoals gebruikelijk nog met de trui aan, want bij het verlaten van Ponte de Lima was het 12 graden Celsius. Maar al snel is duidelijk dat we vandaag weer een warme dag tegemoet gaan (33 graden Celsius), want nog maar net buiten Ponte de Lima, als we iets klimmen, vinden we het al voldoende warm om de truien uit te doen. Het weer is heel aangenaam zonnig.
We lopen over een lang maar smal pad van stapstenen langs een waterloopje.
Verderop ligt een kleine stenen brug, eigenlijk meer een duiker.
We steken een smalle asfaltweg over, en gaan verderop onder de A-27 door. Dan komen we na 2,7 kilometer door het kerkdorpje Arcozelo.
Verderop horen we links van ons het snelstromende water van een riviertje. Als ik even tussen de bomen door vanaf de weg naar die rivier loop, zie ik dat het lawaai wordt veroorzaakt door een waterval.
We lopen door en komen dan langs een viskwekerij, waar sportvissers ook mogen vissen. Op het terrein – waarschijnlijk voorheen een boerderij – staat ook een oude hórreo, met daaronder twee oude houten karren.
We lopen parallel aan de rivier Rio Labruja, en op een gegeven moment gaan de rivier en ons bospad onder het hoge viaduct van de A-3 door.

Klim voor (inter)nationals
Daarna begint het serieuze klimwerk van vandaag, over mooie paden over hellingen en door bos.
Op deze route voorbij Porto loop je beslist niet meer alleen. De hele dag ontmoeten we veel pelgrims, ook velen die wij in de afgelopen dagen nog niet hebben ontmoet. 


Op het moment dat we hier lopen, wisselen we af en toe van positie met de vier Zuid-Koreanen, met drie Portugese dames, en met nog een man die alleen loopt, met wie je niet of nauwelijks contact krijgt. Er zijn ook pelgrims die echt alleen en in stilte willen lopen, en dat respecteer je als pelgrims uiteraard van elkaar. Als je vooruit loopt en even stilstaat om bijvoorbeeld iets te drinken of om een foto te maken, wissel je op natuurlijke wijze vaak even van positie in de rij, en is een kort knikje of enkele bewoordingen genoeg om even persoonlijk contact met elkaar te hebben. Met anderen loop je soms een eindje op, of sta je hier of daar even met elkaar te praten.
We lopen over een helling, met rechts van ons de Rio Labruja. Af en toe passeren we een plek waar we mooi zicht krijgen op bijvoorbeeld een waterval in de rivier.


Bij Revolta omhoog
Bij Arco komen we weer op een asfaltweg.
Direct daarna wandelen we het dorpje Revolta binnen. We lopen recht op de kapel van Revolta af. We gaan naar binnen, in de koelte.
Het kruis van Pasen staat in de kapel. Een inmiddels al verlept bloemstuk staat aan de voet van het kruis.
Het kruis is kleurrijk versierd met allerhande kleine voorwerpen die passerende pelgrims aan het kruis hebben gehangen.
We nemen hier in Revolte geen pauze bij Café Nunes, maar gaan door. Over een asfaltweg klimmen we snel, dus binnen de kortste keren hebben we al een mooi uitzicht over het dal en de heuvels rechts van ons.
Durkje maakt hier een foto van me, maar dan komt een jonge Canadese pelgrim aanlopen, en hij vraagt om een deal: hij zet ons samen op de foto, en in ruil daarvoor wil hij graag dat wij hem op dit uitzichtpunt op de foto zetten. Dat doen we.

Als iedereen zijn steentje bijdraagt
Ook bij de kleine waterval van Fonte Trés Bicas maken we een foto. De drie Portugese dames die nu ook komen aanlopen, vragen of ik een foto van hen wil maken bij deze waterval. Natuurlijk doen we dat, want zo help je elkaar aan mooie foto’s van je groepsgenoten.
Bij één van de huizen langs de asfaltweg hangt tegen de tuinmuur een mooie tegel, met daarop verschillende pelgrimssymbolen.
Op een bospad komen we langs een groot rotsblok. Op de voorzijde staan twee wegwijzers, en boven op de grote steen liggen allemaal kleinere stenen, die hier veelal door pelgrims op zijn gelegd. Als iedereen als pelgrim zo zijn steentje letterlijk bijdraagt, wordt dit hier een grote hoop stenen.

Volhouden tot de top van de Alto Portela Grande
De camino wordt onze uitdaging hier, want we krijgen te maken met een heel lang deel waarin we voortdurend stijgen, en soms heel steil omhoog moeten, vaak over dikke stenen en rotsblokken. Een lange sliert van pelgrims klimt stapje voor stapje over een afstand van meer dan twee kilometer heel langzaam omhoog. Uiteindelijk moeten we ongeveer 270 meter omhoog.
Deze uiterst zware klim zorgt in elk geval voor de nodige teamgeest, want men moedigt elkaar aan, laat een ander even voorgaan als die sneller kan, maakt tussendoor ook nog een grapje om het leuk te houden, en gunt elkaar hartelijk dat er even gezucht en gedronken moet worden.
Onderweg passeren we het Cruz dos Francese, een stenen wegkruis, met aan de voet van het kruis heel veel kleine steentjes, gebruiksvoorwerpen en rouwkaartjes.
En weer gaan we verder omhoog. 
Elke keer als je denkt dat het wel bijna is afgelopen, komt er over een richel weer een volgend klimstuk. Na een heel steil deel over de rotsen, komt dan eindelijk het eind van deze klim in zicht. Linksvoor ons zien we door de bomen verderop een snackwagen staan. Die wordt bemand door een man en een vrouw, die op een open ruimte hier boven op de Alto Portela Grande een picknickplaats hebben ingericht met kunststof tafeltjes en krukjes. Je kunt er warme snacks, fruit en koude dranken kopen, en daar maakt nagenoeg iedereen dankbaar gebruik van. Een mooi rustpunt op de route; door al die uitgeputte pelgrims buitengewoon gewaardeerd.

Eén jaar pake & beppe
Direct voorbij de top gaat het heuvelafwaarts, over een pad dat recht naar beneden loopt, steil over een rotsachtig pad. Stapje voor stapje gaan we nu voorzichtig naar beneden. Daarbij komen we vlak vóór het dorpje Cabanes langs de oude, niet meer in gebruik zijnde graanmolen, die hier op waterkracht werkte.
Nu zijn Durkje en ik de hele dag al op zoek naar een mooie locatie waar we een videoboodschap willen maken, want onze eerste kleinzoon Elwin wordt vandaag één jaar. Omdat we er vandaag niet bij kunnen zijn, heeft Durkje het plan opgevat om via Whatsapp een videobericht als felicitatie naar Nederland te sturen. Hier bij deze oude molen, met vanaf het heuvelhellingpad ook een prachtig uitzicht over het dal ver beneden ons, is een mooie plek voor dit felicitatiebericht. Kortom we spreken een videoboodschap in als eenjarige pake & beppe voor de eenjarige Elwin, draaien voor een panoramaview eenmaal in het rond, en dan wachten we enkele minuten voordat de telefoon het videobestand via Whatsapp heeft verzonden naar de jarige Elwin. Enige tijd later krijgen we een enthousiaste reactie terug, dus onze verjaardagsboodschap is in goede orde aangekomen. Missie geslaagd.

Cabanas en São Roque
Even later wandelen we door het dorpje Cabanas.
Het einde van deze etappe komt in zicht, want even later zijn we al in het dorpje São Roque.
Nog ongeveer een kilometer, en dan zijn we in Rubiães.
Het leek ons een goed idee om deze keer eens in een quinta de overnachten, in een Portugese boerderij. Als we echter bij Quinta das Leiras arriveren, blijkt dat niet een hoeve te zijn, maar een modern gastenverblijf, met ook een zwembad erbij. Dat is op zich prima, maar we komen er niet in, want waar we ook aanbellen, op de ramen kloppen, of naar binnen roepen, nergens volgt een reactie. Geen deur gaat open, niemand te zien, dus op naar het volgende adres.

Huis en tuin van de zon
Als we weer op de doorgaande weg komen, blijkt dat het volgende pand ook een overnachtingslocatie is voor pelgrims. Het is Casa das Lagas, huis van de zon.
Er staan steigers tegen de gevel, en als we bij de voordeur komen, gaat die direct open, en worden we door de eigenares welkom geheten. Ze vertelt dat ze nog wel pelgrimskamers heeft, maar meldt er wel even bij dat bouwvakkers vanmiddag met enige bouwlawaai bezig zijn met werkzaamheden op het dak van het huis. Dat vinden we geen probleem, want deze bouwlui zijn om 17:00 uur al vertrokken, en daarna keert de rust wel weer terug.
We nemen de kamer en vragen waar we kunnen eten en boodschappen kunnen halen. De vrouw vertelt dat wij vanavond vanuit deze woning met een busje gratis naar het restaurant in het dorp worden gebracht en dat we na afloop van de avondmaaltijd weer terug worden gebracht.
In de keuken schrijf ik het dagverslag en Durkje zit heerlijk te lezen op een ligstoel onder een grote parasol in de tuin. 
Ondertussen komen er later vanmiddag nog meer gasten bij, een Duits echtpaar en twee Duitse dames, en veel later nog een Duitse man. Dan is het vol, en worden de nog later komende pelgrims doorverwezen naar de andere herberg in het dorp.


Pelgrimeren van Barcelos naar Ponte de Lima

Zondag 28 april 2019
Kleurrijke flora langs de oude calzada



















Van Lissabon naar Santiago de Compostela
Caminho Portugués de Santiago van Barcelos naar Ponte de Lima
Zondag 28 april 2019 – 33,6 km.
Dag 19: 426,4 – 460 km

Vroege start voor een lange etappe
Het is maar goed dat wij gisteren een overnachtingsplek hebben gezocht en gevonden buiten het centrumgebied van Barcelos, want van alle festiviteiten zoals kermis, concert en vuurwerk hebben we gisteravond en vannacht geen last gehad. Tegen middernacht hoorde ik nog wel de laatste salvo’s van het vuurwerk op de rivierbrug, en de hele nacht en vroege ochtend kwam er af en toe hoorbaar een groep jongeren uit het stadscentrum vandaan, maar van overlast was beslist geen sprake, dus we hebben een rustige nacht achter de rug en zijn vanmorgen om 6:15 uur - als de wekker ons wekt - goed uitgerust voor de lange etappe van vandaag.
Omdat het ontbijt in het hotel Dom Nuno voor ons te laat begint (pas om 7:30 uur), ontbijten we in onze kamer, en staan wij om 7:15 uur al weer buiten, om vanuit het hotel naar de doorgaande pelgrimsroute te lopen.
We hebben voor vandaag de route vanuit Barcelos naar Ponte de Lima op het programma staan. De afstand van deze etappe is 33,6 kilometer.

Barcelos uit
Als we weer op de route zijn, zien we in het centrum van Barcelos dat de marktkooplui en de vrijmarktverkopers al druk in de weer zijn om een uitgestrekte warenmarkt en vrijmarkt op te tuigen. In de buitenwijken is het op deze vroege zondagochtend nog stil op straat.
Ook in Barcelos wordt ons met allerlei vormen van wegwijzers goed de weg gewezen.
Buiten Barcelos komen we op een wegstuk dat nog niet geheel is bestraat. De straatstenen, handschoenen en richtsnoer liggen er allemaal wel, dus de kans is groot dat hier morgen weer wordt gestraat om dit wegdeel op afzienbare termijn ook bestraat te krijgen.

Keine dorpenroute
We lopen in een woongebied buiten Barcelos tussen hoog opgaande tuinmuren. Toch maakt een groot bord ons duidelijk dat we op het pelgrimspad zijn.
In het buitengebied komen we langs een weiland waarin het gemaaide lange gras in kleine schoven op het land staat te drogen.
Onderweg komen we door dorpjes zoals Villa Boa, Lijó en Tamel.
In Tamel is een pelgrimsherberg. Het is een beetje flauw dat men hier de gele caminopijlen zo heeft aangegeven dat je even van de route wordt gehaald en naar de ingang van de pelgrimsherberg wordt geloodst. Daar zie je dan vervolgens niet hoe je weer terug komt op de goede route. Ook een ander pelgrimsstel komt op deze wijze terecht bij de herbergingang. Ik ga er naar binnen, en wil de schoonmaakster de weg vragen, maar ze maakt me direct duidelijk dat ik nog niet naar binnen mag, want het is nog geen 14:00 uur. Maar als ik haar dan duidelijk maak dat we de route willen hervinden, loopt ze mee naar buiten en toont ons waar we verder moeten gaan. Af en toe kom het vaker voor dat bijvoorbeeld ook horeca-ondernemers de pijlen stiekem omzetten, om alle pelgrims langs hun zaak te krijgen. In dorpen waar meer café’s zijn, resulteert dat wel eens in een caminopijlenstrijd.


Volg de gele caminopijlen
We steken de rijksweg over en komen in het dorpje Aborim. Daar laten de caminopijlen ons langs een heel groot en tamelijk nieuw kerkgebouw gaan. In de berm bij de kerk staat een man, die daar een groepje schapen laat grazen.
Aan de andere kant van de kerk vraagt een oude vrouw ons of we onderweg zijn naar Santiago de Compostela. Als we bevestigend antwoorden, drukt ze ons op het hart dat we dan niet de blauwe (Fatima), maar de gele caminopijlen moeten volgen. Gelukkig doen Durkje en ik dat al vanaf Lissabon, maar desondanks bedanken we de behulpzame vrouw.
Bij de spoorwegovergang beginnen de bellen de rinkelen. De spoorbomen gaan omlaag, en wij wachten geduldig tot er een trein gaat komen. Maar die komt niet, en de spoorbomen gaan weer omhoog, waarna wij kunnen oversteken.
Buiten Aborim komen we op een karrenspoor, dat ons op prachtige wijze tussen akkers en open velden leidt.
Af en toe komen we langs een dorpje, waarvan we nooit de dorpsnaam kunnen achterhalen, want plaatsnaamborden zijn hier eerder uitzondering dan regel.
Toen we uit Barcelos vertrokken, was het buiten lekker fris. Zo langzamerhand begint de temperatuur toch al aardig op te lopen, dus de truien hebben we al lang uitgetrokken.

Zwempret bij de Ponte Tábuas
In het bosgebied voorbij Aborim passeert ons een groep van vier mountainbikers. Ze wensen ons een ‘Bom Caminho!’.
Vlak daarna komen we aan bij de oude stenen boogbrug van de Ponte Tábuas. De beide jonge vrouwen hebben inmiddels zwemkleding aan gedaan en nemen een frisse duik in de Rio Neiva, die onder deze oude brug doorstroomt.
Eén van de jonge mannen volgt dit voorbeeld, en de tweede man staat bij ons op de brug om het drietal te filmen, terwijl ze verwoede pogingen doen om tegen de rivierstroom in te zwemmen, of juist snel stroomafwaarts te zwemmen.
Eén van de vrouwen nodigt ons uit om mee te zwemmen, maar dat lijkt ons nu niet zo’n goed idee, aangezien we nog ver moeten lopen vandaag. We bedanken vriendelijk.

Gefrituurde visballen
Bij São Bento willen we pauzeren. We hebben dan al zo’n 15 kilometer gelopen. De kop is er dus al flink af.
Enkele Portugese mannen nodigen ons uit om naar binnen te komen, en daar bestellen we koffie. Ik zie dat de vrouw in de keuken acht langwerpige ballen uit de frituur haalt, en dat ze een man aan de bar daar vier van geeft. Ik vraag haar wat dat is. Ze vertelt dat het gefrituurde visballen zijn. Als ik haar vraag of wij die vier resterende dan kunnen krijgen, vraagt ze eerst de man aan de bar of hij het goed vindt, want eigenlijk waren ze voor hem bedoeld. Hij vindt het prima, en dan krijgen wij de vier visballen, en gooit de vrouw weer vier nieuwe in de frituur. De man aan de bar vindt het leuk dat we belangstelling tonen voor zijn snack, en vertelt me dat zijn ideale ontbijt bestaat uit die visballen met een ijskoud glas witte wijn erbij. Die wijn staat inderdaad op de bar naast zijn visballen.
Een van de mannen die zojuist buiten stond, komt voordat hij vertrekt bij ons langs om me een hand te geven ten afscheid. Volgens mij vindt hij het leuk dat wij dit onooglijke café in zijn gegaan, in plaats van honderd meter verder door te lopen naar een moderner en groter café-restaurant.

Balugâes en Vitorino dos Piâes
In het dorpje Balugâes staat een informatiebord over de caminho. We zien dat die route ook is opgenomen in het wandelnetwerk, met als codes E9 en GR11.
Bij het dorpskerkje van Balugâes bivakkeert een grote groep padvinders. Ze zijn bezig om al hun spullen weer in de klaar staande auto’s te laden. Als we voorbij wandelen, groeten ze ons als peregino’s.
Daarna volgt een mooi traject over een bospad door een Eucalyptusbos.


Verderop langs een asfaltweggetje zien we een paar aftandse wandelschoenen staan boven op een betonnen paal waarop een caminopijl is geschilderd.
Ook vandaag komen we weer langs veel weiden en akkers met de stellages waarop druivenranken zijn gebonden en die hebben overwoekerd.
Dan zien we op een gegeven moment de kerk staan van Vitorino dos Piâes. Naast deze kerk staat het parochiehuis van deze parochie.

Facha en de Sierra da Nora
We gaan weer klimmen door een op de kaart als groen aangegeven gebied, in de richting van Facha.
Voordat we bij Facha langs lopen, komen we langs een grote boerderij, de zogenoemde Quinta da Portela.
In het logo van deze quinta staat een gans in een Sint-Jacobsschelp.
Enkele honderden meters verder lopen we langs de ingang van het huis van Sint Jacob, hier aangeduid als Casa de San Tiago. Naast het naambordje staat een beeldje van Sint Jacob in een nis in de tuinmuur.
Vlak daarna zien we de bergrug van de Sierra da Nora oprijzen.

Een opwekkende pauze
We lopen door het dorpje Seara. Iets verderop – langs de N-203 – komen we langs een café-snackbar. Vanaf hier is het nog ongeveer 6 kilometer naar Ponte de Lima. Een mooie plek voor onze tweede pauze. Op het overdekte terras zitten pelgrims die we onderweg al hebben ontmoet. En binnen – waar het veel koeler is – zit een grote groep Amerikaanse pelgrims. We nemen binnen plaats in de koelte, en bestellen twee tosti’s en twee café Americana’s. Wat is dat lekker op zo’n hete dag als vandaag. Een hartige hap en een kop koffie en later twee flesjes ijskoud bronwater erbij doen ons bijzonder goed.
Afgekoeld en gevoed en gelaafd gaan we vol goede moed verder; nog zes kilometer naar Ponte de Lima.

32 graden Celsius
We lopen door dorpjes zoals Ante, Paco en Barros. De weg die we volgen, is volgens ons een oude. Het is een zogenoemde calzada, die over de heuvelhelling loopt.
We komen langs een waterbron, waar het frisse water heerlijk stroomt.
In de wateropvangbak onder de waterkraan zwemmen drie goudvissen.
Naast de waterkraan zien we een tegeltableau van Sint Jacob in een kleine nis.
Prachtig zijn de geel- en paarsgekleurde bloemen in de berm langs de calzada.
Aan een tuinmuur waar we aan voorbij lopen, hangt een naambord van de caminho, met ernaast een klein tegeltje waarop verschillende pelgrimagesymbolen staan.
Heel veel mensen die aan deze pelgrimsroute wonen, laten op eigen wijze zien dat ze op één of andere manier iets van de pelgrimage aan de voorbijtrekkende pelgrims willen laten zien.
Bij Barros gaan we over de kleine oude stenen boogbrug over de Rio Trovela. Daar zit de groep Amerikaanse pelgrims, die zojuist nog in het café zat. Ze zitten daar in de schaduw uit te puffen van de hitte van vanmiddag. De temperatuur is al opgelopen tot 32 graden Celsius.

Aankomst in Ponte de Lima
Dan volgen nog de laatste kilometers totdat we Ponte de Lima in wandelen.
We krijgen een prachtig uitzicht over de nieuwe en de oude rivierbrug over de Rio Lima.
Daarna wandelen we door de prachtige door bomen overgroeide promenade langs de rivier. Op deze warme zondagmiddag wandelen hier veel Portugezen, dus het is een gezellige boel in Ponte de Lima.
Bij de VVV in het centrum van Ponte de Lima informeren we of men ons een passende pelgrims-overnachtingslocatie kan aanbevelen. De VVV-medewerkster belt Pension São João, iets verderop, voorbij de oude romaanse rivierbrug, en vertelt ons dat we daar wel terecht kunnen.
Wij lopen verder over de promenade langs de rivier Rio Lima. Hier staan twee grote bronzen beeldengroepen.
Verderop zien we de oude Romaanse stenen rivierboogbrug van Ponte de Lima.
Een open rijtuig dat door een paard wordt getrokken, komt ons tegemoet.
We checken in in ons pension, en de vriendelijke gastvrouw biedt aan dat we ook alle was aan haar mogen geven, dan zal zij ervoor zorgen dat alles gewassen wordt. Van dat aanbod maken we dankbaar gebruik.
We hebben een prachtige overnachtingsplek gevonden in een heel gezellige stad aan de Rio Lima, dus de lange wandeling van vandaag naar deze mooie plek was het alleszins waard.

Pelgrimeren van Vilarinho naar Barcelos

Zaterdag 27 april 2019
Via de Ponte de Zameira over de Rio Avo naar Ponte do Ave



















Van Lissabon naar Santiago de Compostela
Caminho Portugués de Santiago van Vilarinho naar Barcelos
Zaterdag 27 april 2019 – 27,3 km.
Dag 18: 399,1 – 426,4 km

Pelgrimsmenu en ontbijt in Vilarinho
Gisteravond hadden we een gezellige avond in het enige restaurant van Vilarinho, waar we met een groep pelgrims allen een pelgrimsmenu hebben gegeten. De twee Duitse en Italiaanse dames waren er, en de Nederlandse pelgrim Maja uit Grootegast met een Amerikaanse pelgrim uit Groot-Brittannië, en bij ons aan tafel zat ook pelgrim Ida uit Utrecht. Het restaurant heeft geen menukaart, maar voor de jongeman die ons bediende, was het geen moeite om voor iedereen steeds het aanbod van drie variaties op het pelgrimsmenu te melden.
Na een prima nachtrust staan Durkje en ik vanmorgen om 6:15 uur op, en we ontbijten in het kleine kamertje naast de keuken.
We hebben voor vandaag de route vanuit Vilarinho naar Barcelos op het programma te staan. De afstand van deze etappe is 27,3 kilometer.
Om 7:20 uur doen we voorzichtig de voordeur van het pelgrimsverblijf dicht, om de beide Duitse en Italiaanse pelgrims niet te wekken. Zij starten later, voor de tocht tot aan São Pedro de Rates, dus ze kunnen nog even uitslapen.

Ponte de Zameira bij Ponte do Ave
Het is nog behoorlijk koud buiten, zo vroeg in de ochtend, maar de zon wint het langzamerhand van de kou. Vanuit Vilarinho lopen we en dalen we af naar de Rio Avo. Daar zien we een eend rustig zitten op een bermmuur. Ze blijft zitten als we langs haar lopen op deze nog stille en vredige ochtend.
We komen bij de Ponte de Zameira, een mooie stenen boogbrug over de Rio Avo.
Het prachtige ochtendlicht schijnt schitterend over het water en op de oude brug.
We genieten met volle teugen van dit schilderachtige plaatje, en steken de boogbrug over.
Midden in de rivier, naast de stroomversnelling, staat het stenen gebouw van een watermolen.

Portugese wandelpelgrim met fiets
Als we de brug over zijn, komt een man met een fiets aan de hand ook de brug over.
Het blijkt een pelgrim te zijn, die zijn bagage heeft geladen op een oude racefiets zonder pedalen.
Wij volgen hem en halen hem voorbij het dorpje Ponte do Avo in. Hij vertelt dat hij Portugees is, en dat hij eerder al eens tweemaal als fietspelgrim van Fatima naar Santiago de Compostela had gefietst, en dat hij nu met de fiets aan de hand al wandelend dezelfde bedevaart van het Portugese Fatima naar het Spaanse Santiago de Compostela loopt.

Mamede
Verderop moeten we net als gisteren weer kiezen om langs de drukke weg te lopen, of om de iets langere omweg over smalle binnenwegen te nemen. We doen dat laatste, ook al omdat onze wandelgids die omweg als de reguliere route aanduidt. Je loopt dan niet door het dorpje verderop, maar als we daar via de ‘achterdeur’ aankomen, zien we dat de plaatselijke caféhouder wel de nodige aandacht trekt met een gestileerde pelgrim met publicatieborden, om de hier passerende pelgrims toch even in zijn café te krijgen als klant.
We lopen door over een karrenspoor, dat tussen de bermmuurtjes tussen akkers door loopt.
In Mamede kruisen we de N-306 en gaan we over een met afgevlakte keien geplaveide weg verder.

Trotse en harde werkers
Voordat we door een tunnel onder de A-7 door lopen, komen we langs een woning waar een groep mannen hard aan het werk is om een garage af te bouwen. Een aantal mannen werkt beneden keihard om een betonmolen snel te vullen, en op het dak staan andere mannen met een takeltje en een grote emmer klaar om het beton straks boven op het dak te storten. Dat ik een foto van deze harde werkers maak, vinden de garagebouwers prima, en ze doen hard hun best om vol in actie stoer op de foto te komen. Eén van de mannen komt op me af. Hij heeft een hazenlip en kan slechts heel moeizaam praten. Toch lukt het hem om mij duidelijk te maken dat vandaag het beton van het dak van de garage gestort moet worden. Onze waarderende belangstelling voor hun klus stellen ze bijzonder op prijs.

Ponte de Arcos
Aan de overzijde van de A-7 krijgen we het zicht op de plaats Arcos.
Links van ons zien we de opgebonden wijnranken, die als een tunnel rond het veld staan. Zo zie je dat hier in deze regio heel veel.
Wij lopen door naar Arcos.
Voordat we in Arcos komen, moet we de Rio Este over steken. Dat doen we via een oude stenen boogbrug, die hier in de 12e eeuw is gebouwd. Hij is alleen nog voor fietsende en wandelende pelgrims toegankelijk.

Not lazy, but proud to be a pilgrim
Vooraan in Arcos slaan we linksaf, om dan over smalle wegen en een karrenspoor door een bosperceel verder te lopen. In het bos ontmoeten we twee pelgrims met kleine dagrugzakjes. Ze vertellen dat ze uit Nieuw-Zeeland komen, en dat ze gisteren ten noorden van Porto zijn begonnen te lopen tot aan Arcos. En vandaag wandelen ze van Arcos naar Barcelos. Hun overnachtingslocaties en het vervoer van hun bagage wordt door hun reisorganisatie geregeld. Zo lopen ze elk dag zo’n 20 kilometer tot aan Santiago de Compostela. Als we hen vertellen dat wij Santiago op enkele dagen na niet meer zullen halen, komt de vrouw heel serieus met het evenzo lumineuze als dwaze idee dat wij dan wellicht ook ’s nachts zouden kunnen doorlopen om de tocht wel af te maken. We vertellen haar dat het toch niet zo’n goed idee is, omdat drie dagdelen lopen, en dan ook nog in het duister van de nacht niet haalbaar is.
De man suggereert bescheiden dat zij ‘lazy’ zijn, omdat zij hun bagage door een derde laten vervoeren, maar dat spreek ik tegen, want zij lopen zo wel de hele route vanuit Porto naar Santiago de Compostela, en dit is voor hen hún camino, en daar hoeven ze zich niet voor te schamen of voor te verontschuldigen. Ze lopen hem dan toch maar wel.

São Pedro de Rates
We wandelen de plaats São Pedro de Rates binnen bij het voormalige treinstation, waar vanaf hier over het voormalige spoortracé de kustroute van de Caminho Portugués verder gaat.
Daarna komen we bij de bijzonder oude kerk, die door de Franse kloosterorde van Cluny al in de 11e eeuw hier is gebouwd op de restanten van een vroegere (pre)Romeinse tempel. Dit is dus een wel heel oude gewijde plek.
Bij de eeuwenoude Igreja de São Pedro van São Pedro de Rates
We bezichtigen deze kerk.
Het kerkboek in het koor ligt open bij de tekst en de illustraties van de opstanding van Jezus.
Buiten komt een jonge vrouw bij me, en ze vraagt of wij richting Santiago de Compostela lopen. Zij vertelt dat ze in Lissabon wonen, en dat ze vandaag vanaf hier de pelgrimstocht zullen lopen naar Santiago de Compostela.
Buiten vragen we een voorbijganger waar we een café kunnen vinden om een kop koffie te gaan drinken. Hij wijst ons de weg. Als we op het dorpsplein komen, passeren we een kapel, die rijk is versierd.
Prachtig valt het zonlicht op de bloemen die in de kapel staan.
In de hoek van het dorpsplein vinden we het dorpscafé.
We nemen plaats op het terras op de zonzijde, en halen binnen koffie.

Sint Jacob van Santiago de Compostela
Na deze koffiepauze gaan we verder. We komen langs een stuk grond waarop een man en vrouw aan het werk zijn om houtachtige beplanting langs een erfafscheiding van gaas weg te halen.
Verderop komen we langs een klein huisje van een enigszins zonderlinge kunstenaar in een rolstoel buiten, die de ramen van zijn kamer open heeft staan, waardoor we zijn expositie van allerhande verschillende objecten kunnen bekijken. Het is een soort rariteitenkabinet.
In het midden zie ik een klein beeldje staan van Santiago Matamoros, dat ik herken als een kleine versie van het grote beeld dat in de kathedraal van Santiago de Compostela staat.
Voorbij deze woning steken we de weg over, op de plaats waar een betonnen paal staat, waarop staat vermeld dat het vanaf hier nog 208 kilometer is naar Santiago de Compostela. Nog iets verder zien we een rijk versierd klein kapelletje in een bermmuur.
Als ik dieper in het kapelletje kijk, zie ik daar een beeldje staan van Sint Jacobus.

Langs de drukke N-306
Dan volgt een prachtig stuk van de route, door de bossen en open velden en akkers van de Alto da Mulher Morta. Af en toe passeren we pelgrims. Op deze prachtige route komen we langs het dorpje Courel.
Het volgende dorpje dat we doorkruisen, is Pedra Furada.
Bij het witte kerkje hangt een hoge banier met daarop een pelgrimszegen.
Daarna volgt langs dezelfde drukke N-306 het dorpje Góios.
Automobilisten worden op verschillende plekken met grote gele borden gewaarschuwd voor het feit dat wij als pelgrims hier een heel eind over de zijrand van deze drukke verkeersweg moeten lopen.
We hebben afgesproken dat Durkje en ik de volgende koffiepauze zullen gaan nemen in het plaatsje Pereira.
In het kleine winkelcentrum langs de verkeersweg vinden we een café-snackbar, waar we koffie met een worstenbroodje bestellen. Een hartige hap doet ons goed op deze lange en toch ook wel warme route van vandaag.
Na deze pauze lopen we verder door Pereira.
Daar passeren we de Portugese wandelpelgrim met zijn fiets weer. Een pelgrimsduo is met hem in gesprek, en maakt een foto van de pelgrim met zijn bijzondere fiets, waar twee caminopijlen op staan.


Trouwen op zaterdag in Carvalhal
We stijgen weer, en krijgen dan op zeker moment in de verte de bebouwing in zicht van een stad, waarschijnlijk van Barcelos.
Als we door het dorpje Carvalhal lopen, horen we de muziek van een keyboard en de zangstem van een vrouw in de kerk, waarvan de kerkdeur wijd open staat. Er staan veel auto’s bij de kerk. Als we binnengaan, zien we dat hier een viering is ter gelegenheid van een trouwerij.

Barcelinos
Zo langzamerhand komt het eind van onze etappe in zicht. We wandelen de plaats Barcelinos binnen, dat we nog door moeten om in Barcelos te komen. Het verkeer wordt hier geregeld door de politie. We horen dat er feest is vandaag in Barcelos, en zien dat de brug over de rivier is afgesloten voor gemotoriseerd verkeer.
Wandelaars en fietsers met de fiets aan de hand mogen wel over het voetgangersdeel van de brug de rivier Rio Cávado oversteken.
Op de brug zien we dat er een grote hoeveelheid vuurwerk staat, dat gereed wordt gemaakt voor de vuurwerkshow van vanavond rond middernacht.

Op zoek naar een slaapplaats in een druk Barcelos
In Barcelos lopen we naar boven in de richting van het stadscentrum.
We komen langs een groot schilderij aan een buitenmuur, waarop verschillende pelgrims staan afgebeeld.
We zijn van plan om in de pelgrimsherberg een slaapplaats voor de komende nacht te zoeken, maar bij aankomst in die herberg vertelt de jonge vrouw achter de balie dat de herberg geheel vol is geboekt met alle reserveringen.
Wij lopen door naar het stadsplein, om verderop een andere overnachtingsplek te zoeken. Op het plein is het een drukte van belang, met veel en luide muziek, en iets verderop staat een grote muziekkoepel waar vanavond allicht nog lang muziek zal worden gemaakt.
Bij het pension aan het plein dat we ook in beeld hadden voor de overnachting hadden we al het gevoel dat het beter zou zijn om hier vanwege de feestelijkheden toch maar niet te overnachten, maar als we daar arriveren, blijkt de accommodatie gesloten te zijn wegens een verbouwing.
We lopen door naar een hotel dat in onze pelgrimsgids staat. Maar ook daar krijgen we van de receptionist te horen dat dit hotel vol zit. Hij verwijst ons door naar een naburig hotel, maar zegt erbij dat de kans gering is dat we in dat kleine hotel nog een kamer krijgen.  Als we daar arriveren, hebben net enkele Duitse pelgrims ingecheckt, en krijgen wij van de hoteleigenaar te horen dat hij nog wel een kamer voor ons heeft. Hij haalt zijn vrouw erbij, die ons incheckt, en dan hebben wij tot grote tevredenheid op de bonnefooi toch weer een mooie plek voor de nacht gevonden. Het blijft een avontuur, maar het komt elke dag wel goed.

Boodschappen halen
Nadat we hebben gedoucht, halen we in het centrum boodschappen voor morgen, en nieuwe binnenzooljes voor Durkje haar wandelschoenen, want in één van haar wandelschoenzooltjes zit een hinderlijk gaatje. Gelukkig is hier een goede sportzaak, en helpt een verkoopster ons prima om nieuwe binnenzolen voor Durkjes wandelschoenen te regelen.
Vanavond gaan we uit eten in één van de vele restaurants in een feestelijk Barcelos.