Pelgrimsroute van Sevilla (S) naar Santiago de Compostela (S)
Vía de la Plata van Sevilla naar Astorga
Van Alija del Infantado naar La Bañeza
Zaterdag 2 mei 2026 – 21,7 km.
Dag 33: 665,2 – 686,9 km.
Vertrek uit Alija del Infantado
Vandaag lopen we van de Vía de la Plata onze 33e etappe, over een afstand van 21,7 kilometer, van Alija del Infantado naar La Bañeza.
De wekker wekt ons vanmorgen om 6:45 uur. De Spaanse pelgrim die bij ons in de slaapzaal ligt, blijft in bed totdat wij zijn vertrokken. De Spaanse pelgrim in de andere slaapzaal vertrekt als wij net uit bed zijn, en de Nieuw-Zeelandse pelgrim vertrekt als wij aan ons ontbijt gaan beginnen.
We ontbijten in de gemeenschapsruimte van onze gemeentelijke pelgrimsherberg in Alija del Infantado. De eigenaresse heeft brood met margarine en beleg en melk voor ons klaargelegd, en koffie en thee zijn er ook volop, dus dit is een herberg inclusief ontbijt.
Als Durkje en ik klaar zijn met het ontbijt, pakken we onze rugzakken in, en verlaten we de pelgrimsherberg om 8:05 uur. Het heeft zojuist al even heel hard geregend, en de lucht is tamelijk dreigend als we op stap gaan.
We lopen naar het centrum van Alija del Infantado en passeren onderweg een kleurrijk, leegstaand huis met zwembad in de voortuin.
Aan het eind van de dorpsstraat staat de kerk, de Ermita del Cristo de la Vera Cruz.
Naast de kerk staat een wegkruis, met daarop een Sint-Jacobusschelp.
Als we de hoofdstraat vervolgen, worden we gadegeslagen door twee poezen die op de bovenverdieping van een huis door het raam staan de kijken.
Net buiten de bebouwde kom zien we enkele bodegas, die daar zijn ingegraven in de bergwand aan onze linkerhand.
Slagregen vóór La Nora
Dan zijn we Alija del Infantado uit, en ligt er een hele lange rechte asfaltweg vóór ons.
Gedurende de kilometers op deze weg horen we steeds vaker de donderslagen van het onweer, soms links boven de bergen, en ook wel eens vlak boven ons. Achter ons horen we het ruisen van de regen ons achtervolgen, dus we besluiten om de regenpakken aan te doen. Om niet overvallen te worden door de regen pakken we er eerst even een paraplu bij, want als het begint te regenen, kunnen we in elk geval onder de paraplu de regenpakken aantrekken. Maar dan begint het ineens heel hard te regenen. We stappen in een diepe greppel naast de weg bij een grote struik, en wachten eerst maar de slagregen af, want heel dicht tegen elkaar aan staand onder die ene paraplu beperken we de waterschade van deze felle regen. Zodra de intensiteit van de regen afneemt, trekken we snel onze regenbroeken en onze regenjassen aan.
We zijn dan inmiddels aangekomen in La Nora.
Op de kruising vlak vóór de bebouwing van La Nora, moeten we rechtsaf naar de brug.
Op de brug aangekomen, maken de wegwijzers – waaronder een gele Sint-Jacobsschelp – ons duidelijk dat we linksaf moeten, om daar over een veldweg langs de rivier voort te gaan.
Alternatieve route vanuit La Nora
Maar, als we dan direct al bij een eerstvolgende brug komen, staat daar een banier met een gele pijl op een blauwe ondergrond die naar links over de rivier wijst. Onze pelgrimsroute gaat hier echter rechtdoor langs de rivier.
Op de banier staat daarentegen dat we linksaf moeten op een alternatieve route. Meer informatie hebben we niet, dus veiligheidshalve besluiten we dan maar dat alternatief aan te houden, want het zou best kunnen zijn dat de reguliere route verderop gestremd is, misschien ook wel vanwege wateroverlast, wat wij van Spanje eerder ook wel hebben meegemaakt.
Een klein eindje verderop komt ons alternatieve pad weer terug op de asfaltweg van zojuist, en ook daar staat weer zo’n gele pijl, maar nu rechtsaf de asfaltweg op.
Op onze route-app Organic Maps checken we even wat de consequenties hiervan zijn, en daar zien we dat we deze asfaltweg wel kunnen nemen naar Quintana del Marco, maar dat we dan wel een enigszins grotere afstand moeten afleggen dan volgens de reguliere route langs de rivier.
We gaan dus toch maar gewoon het kilometers lange alternatieve traject van de asfaltweg op. Daarbij komen we een heel eind verder langs een gebied dat geruime tijd geleden zwaar heeft geleden onder een enorme bosbrand. Over een grote afstand zijn de bomen links van de weg tot hoog tegen de berghelling op allemaal verbrand, waardoor we een groot zwartgeblakerd bos links van ons hebben.
Superlaag horecatarief in Genastacio de la Vega
Een ander gevolg van onze alternatieve route is dat we onderweg op deze asfaltweg ook het dorpje Genastacio de la Vega zullen doorkruisen. Dat dorp wandelen we binnen om 10:00 uur.
Door de hoofdstraat lopen we door het dorp.
Op het dorpsplein aangekomen, zien we verderop rechts in het dorp de dorpskerk staan, en aan het plein is een bar, waar enkele mannen bij de ingang staan. Conclusie is dat de bar open is op deze zaterdagochtend en dat we hier in elk geval koffie kunnen drinken.
Bovendien is het onderweg al weer zulk mooi weer geworden met zonneschijn dat we de regenjassen al lang hebben uitgetrokken. Maar omdat de buienrader nog regen als onheil voorspelde, hebben we de regenbroeken nog maar aan gehouden. Ondertussen is het echter zo warm geworden dat die regenbroeken toch echt uit moeten.
We lopen het café binnen waar het al gezellig druk is, en daar trekken we de regenbroeken uit, en bestellen we Café Americano met een heerlijke portie tortilla de patatas erbij. Met onze eigen broodjes erbij genieten we van een heerlijke koffiepauze in een dorpje waarvan we voorheen nooit hadden vermoed dat we hier doorheen zouden komen.
Uit ervaring weten we dat koffie en andere consumpties in steden en op toeristische plekken (veel) duurder zijn dan waar al dan geen pelgrims door de dorpen komen, maar hier komen normaal gesproken helemaal geen toeristen en geen pelgrims door het dorpje, dus de prijzen voor de lokale bevolking zijn dan vaak (veel) lager. En dat blijkt nu maar al te zeer, want als ik de twee koffie en de twee porties tortilla de patatas moet betalen, blijkt dat totaal maar drie euro te kosten. Daar kun je in Nederland nog maar nauwelijks en soms helemaal geen kop koffie meer voor kopen in de horeca, ondanks het feit dat een kopje koffie in de horeca maar een netto-kostprijs van zo’n tien cent heeft.
In Quintana del Marco weer op de goede weg
In deze bar komt tijdens onze pauze een agent van de Guardia Civil binnen. Hij drinkt een kop koffie aan de bar, en ik ga naar hem toe om hem te vragen waar wij de reguliere pelgrimsroute weer op kunnen gaan. Als ik hem vraag of wij straks in Quintana del Marco het pelgrimspad weer kunnen hervatten, bevestigt hij dat, dus dan vertrouwen we er maar op dat dat goed komt.
Een half uur later verlaten we Genestacio de la Vega over de hoofdstraat met de voor ons zo passende straatnaam ‘Carretera Vía de la Plata’.
We blijven de LE-114 vanuit Genastacio de la Vega volgen over een parallel voetpad, totdat we Quintana del Marco binnenwandelen. Het is nu 10:45 uur, en het is nog steeds heerlijk zonnig weer, met nauwelijks wind.
We verlaten de hoofdstraat en nemen de zijstraat in de richting van de dorpskerk, omdat we vermoeden dat we daar ergens wel de rivier zouden kunnen oversteken.
Als we het dorpsplein bij de kerk oversteken, zien we dat hier de bar ook geopend is, dus we hadden hier sowieso ook koffie kunnen drinken als de bar in het vorige dorp gesloten was geweest.
Op de kerktoren hebben enkele ooievaars hun nesten gebouwd, en daar hebben ze het maar druk mee, zo te zien.
Even later steken we via de brug de Río Jamuz over, die het dorp doorsnijdt.
En daar zien we dan ook weer de gele caminopijlen van de reguliere pelgrimsroute. Langs de rivier lopen we naar de rand van het dorp. Rechts van ons zien we een heel dikke burchttoren, met ernaast het topje van nòg een kerktorentje.
Ook op deze burchttoren zien we meerdere ooievaarsnesten.
Op de hoekpunten van de burchttoren hebben de ooievaars hele hoge nesten gebouwd, waar ze nu bovenop staan.
Padvindend door het open veld van Villanueva de Jamuz naar Santa Elena de Jamuz
Nu we het dorp uit zijn, volgt een kilometers lange route langs de rivier de Río Jamuz. Het eerste deel van die route gaat over een hele brede halfverharde veldweg.
Om 11:25 uur zien we tussen de bomen door in de verte over de rivier heen de gebouwen van het dorpje Villanueva de Jamuz.
Bij de brug over de rivier aangekomen, hoeven we er niet over, en hoeven we het dorp niet in, maar we steken wel even de rivier over om een foto te maken van het dorpsbeeld van Villanueva de Jamuz.
Dan gaan we weer terug over de rivier en vervolgen we onze route langs de rivier. De brede veldweg verandert verderop echter in een smal veldpad langs de rivier. Dit is duidelijk een pad waar het landbouwverkeer niet meer komt. Toch kunnen we hier prima voort.
De routekaart laat zien dat er verderop een knik komt in het pad. Als we daar aankomen, zien we dat het feitelijk betekent dat het smalle veldpad hier stopt. Concreet betekent het dat we hier zelf een weg moeten zoeken door het hoge gras van het open veld. We doen dat precies goed, want een heel eind verderop komen we langs een dikke kei waarop we een gele caminopijl zien staan. Dan zijn de grassen ook niet meer zo hoog en kunnen we – als we heel goed naar de vegetatie kijken – goed inschatten waar het niet veel bewandelde graspad van de Vía de la Plata bedoeld is.
Het is prachtig zonnig weer, en we lopen hier op goed geluk over een onduidelijk graspad door het uitgestrekte veld.
Om 12:30 uur begint de wolkenlucht wel weer behoorlijk dreigend te worden, en we hopen maar dat het de rest van de etappe toch nog droog zal blijven.
Tussen de begroeiing door zien we links over de rivier heen het dorpje Santa Elena de Jamuz. Ook daar hoeven we straks niet doorheen.
Als we de rivierbrug van de Río Jamuz bij Santa Elena de Jamuz zien, zie ik een bliksemflits links in de verte, en het begint al behoorlijk te onweren in de verte.
Het weerbeeld is precies gelijk aan vanmorgen toen het zo hard begon te regenen, dus als we bij de rivierbrug ter hoogte van Santa Elana de Jamuz op de asfaltweg aankomen, besluiten we voor de zekerheid toch de regenkleding maar aan te trekken.
Onweer met slagregens en hagelbuien
En dat blijkt een hele goede keuze te zijn, en ook nog maar net op tijd, want als we nog maar net helemaal afgeschermd zijn voor de regen door onze regenbroek en regenjas begint het fiks te regenen. Dat deert ons nu niet meer, dus we wandelen moedig verder over de asfaltweg richting La Bañeza, helaas wel door het onweer en met fikse regen.
Op een gegeven moment wordt het toch wel wat al te dol met de regen, en dan zien we verderop gelukkig een bedrijfsterrein met een afdak. Als we dat terrein op gaan, zien we dat we hier bij een vuilstortstation aankomen van de gemeente, en als we de oprit op gaan, begint het enorm hard te regenen. We lopen snel door het stromende water van boven en over het pad door de toegangspoort naar dat afdak, en zien dat de beheerder van het stortterrein ons wijst dat we snel onder het afdak kunnen gaan staan, maar hij wenkt ook dat we wel bij hem in het receptiegebouw mogen komen. Omdat we doornatte regenpakken aan hebben, gebaren we hem dat het afdak prima is, en dan gaat hij snel weer naar binnen, en wij vinden een prima schuilplek in de schuur waar uiteenlopende afvalsoorten gescheiden kunnen worden aangeboden.
En dan begint het vreselijk hard te regenen, met ondertussen ook nog onweer. De temperatuur daalt heel snel, en regelmatig krijgen we te maken met een fikse hagelbui. Door de hagel en de slagregen klettert de neerslag met een hard geluid bovenop het dak van de schuur waarin we heerlijk droog staan te schuilen.
De slagregen en hagelbuien met onweer houden lang aan, dus we blijven geduldig wachten totdat de lucht enigszins opklaart.
Dan lopen we met een ruime boog om de diepe waterplassen van het vuilstortterrein naar de beheerder van het terrein, en bedanken hem voor zijn vriendelijk gebaar dat we bij hem mochten schuilen.
Langs de rand van de toegangspoort kunnen we nog maar net fatsoenlijk langs het snelstromende regenwater over de weg het terrein verlaten, en dan gaat het voort over de asfaltweg richting La Bañeza.
Inchecken in de pelgrimsherberg Albergue Monte Urba van La Bañeza
We hoeven nu nog maar zo’n drie kwartier te lopen totdat we aankomen in La Bañeza. De harde wind heeft onze regenpakken al heel snel gedroogd, maar ja, de regen is nog lang niet over, dus we krijgen weer met regen te maken.
Gevolg is dat we toch nog weer met natte regenkleding de stad La Bañeza binnenlopen.
Door de straten van La Bañeza volgen we de gele pijlen, totdat we op een hoek de wegwijzer naar de pelgrimsherberg Monte Urba zien staan.
Om 13:45 uur arriveren we bij de pelgrimsherberg, die wordt beheerd door de plaatselijke parochie en de vrienden van de Camino de Santiago.
Binnengekomen, zien we dat de Spaanse pelgrim en ook de Nieuw-Zeelandse pelgrim die vannacht met ons in de herberg in Alija del Infantado waren, al zijn gearriveerd. Zij kregen de grote achtpersoons slaapzaal, waar acht ziekenhuisbedden in twee rijen staan opgesteld. De Nieuw-Zeelander vertelt dat de andere bedden ook al zijn bezet, en dat wij waarschijnlijk dan in een andere slaapzaal komen.
We bellen tegenover de herberg aan bij het huis van de beheerster, maar die reageert niet op de deurbel. Ook op het appje krijgen we geen reactie. Dus bellen we het telefoonnummer van de herbergier, en krijgen dan een man aan de lijn die me vertelt dat we moeten aanbellen bij nummer 20. Als ik vertel dat Mari echter niet reageert, zegt hij bij ons te zullen komen.
Even later is hij gearriveerd en checkt hij ons in, na telefonisch overleg met Mari. Wij krijgen inderdaad de andere slaapzaal toegewezen, waar drie nieuwe stapelbedden staan, met nota bene alles nieuw qua matrassen, kussens en hoezen. Bovendien zegt hij dat wij de enigen zullen zijn in deze slaapzaal. Het is vast en zeker goed geweest dat wij onze komst hebben vooraangemeld, want waarschijnlijk heeft Mari daardoor besloten dat wij als echtpaar niet op de zaal met alleen maar mannen zouden komen te liggen. Wij blij.
De rest van de middag kunnen we douchen, ons installeren, de foto’s en verslagen klaar maken, eten en drinken, de wasmachine gebruiken, onze regenkleding en schoeisel en was buiten drogen (want de zon schijnt al weer, en alles waait heerlijk droog).
Later op de middag komen de andere zes Spaanse mannen als groep binnen, en dan zien we dat dit de zes Spaanse pelgrims zijn die gisteren tegelijk met ons Benavente uit liepen. Hier komen onze wegen dus weer samen in deze pelgrimsherberg.
Vanavond gaan we uit eten bij een pizzeria in het centrum van La Bañeza, nadat we eerst onze boodschappen voor morgen hebben gehaald bij een supermarkt in het stadscentrum.

